Reglement leegstandsheffing Haaltert

Vergelijkbare documenten
Artikel 1: Algemene bepalingen

Goedkeuring reglement heffing op leegstand van woningen en gebouwen voor het aanslagjaar 2017

Belastingreglement van 30 december 2013 op de leegstand van gebouwen en woningen

Belasting op leegstaande gebouwen en woningen voor de periode

Heffing op leegstand.

GEMEENTEBELASTING OP DE LEEGSTAND EN DE VERWAARLOZING VAN GEBOUWEN EN WONINGEN 2011 T/M GOEDKEURING

GEMEENTEBESTUUR WACHTEBEKE Dorp 61 Provincie Oost-Vlaanderen UITTREKSEL UIT DE NOTULEN VAN DE GEMEENTERAAD VAN DE GEMEENTE WACHTEBEKE

GEMEENTELIJK REGLEMENT OP DE LEEGSTAND EN LEEGSTANDHEFFING

2. Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen: a) een aangetekend schrijven; b) een afgifte tegen ontvangstbewijs.

BELASTING VOOR PANDEN OPGENOMEN IN HET LEEGSTANDSREGISTER (goedgekeurd in zitting van de gemeenteraad van 13 december 2013)

reglementen vast Regelt de heffing van de leegstand en verkrotting van gebouwen en/of woningen

Belasting op leegstand van woningen en gebouwen,

GEMEENTELIJK REGLEMENT INZAKE DE BELASTING OP ONGESCHIKTE EN ONBEWOONBARE WONINGEN VOOR DE PERIODE

143.4 Directe belastingen. Financiële dienst Ellen Moonen. besluit GEMEENTERAAD. vergadering 19/03/2019

GEMEENTEBESTUUR WACHTEBEKE Dorp 61 Provincie Oost-Vlaanderen UITTREKSEL UIT DE NOTULEN VAN DE GEMEENTERAAD VAN DE GEMEENTE WACHTEBEKE

Reglement: belasting op de leegstand van gebouwen en woningen

UITTREKSEL UIT DE NOTULEN VAN DE GEMEENTERAAD

BELASTING OP LEEGSTAND EN VERWAARLOZING VAN BEDRIJFSRUIMTEN

Gemeentebelasting op leegstand van woningen en gebouwen

dienst financiën: Gemeentelijk belastingsreglement inzake de activeringsheffing op onbebouwde percelen en kavels ( )

REGLEMENT OP LEEGSTAND GEBOUWEN, WONINGEN, KAMERS EN OVERIGE WOONGELEGENHEDEN.

Belastingreglement op woningen en/of gebouwen die worden beschouwd als leegstaand of onafgewerkt voor de aanslagjaren ( )

UITTREKSEL UIT HET NOTULENBOEK VAN DE GEMEENTERAAD

Verwaarloosde woningen en gebouwen registratie en belasting ( )

VERORDENING VAN BELASTING OP GEBOUWEN EN/OF WONINGEN DIE BESCHOUWD WORDEN ALS ONGESCHIKT OF ONBEWOONBAAR

Belasting op leegstand van gebouwen en/of woningen voor de aanslagjaren

Gemeentelijk reglement voor de bestrijding van verwaarloosde woningen en gebouwen

BELASTINGREGLEMENT OP ONGESCHIKT EN/OF ONBEWOONBAAR VERKLAARDE WONINGEN

GEMEENTELIJK REGLEMENT INZAKE DE ACTIVERINGSHEFFING OP ONBEBOUWDE GRONDEN EN KAVELS VOOR DE PERIODE

GEMEENTE Overzichtslijst overgemaakt op 4 APRIL 2017 KNOKKE-HEIST

REGLEMENT VAN INVENTARISATIE EN BELASTING OP GEBOUWEN EN/OF WONINGEN DIE BESCHOUWD WORDEN ALS VERWAARLOOSD

1. Model van gemeentereglement inzake de leegstand van gebouwen en woningen, met indicaties van leegstand.

besluit gemeenteraad maandag 26 juni 2017

Belastingreglement leegstaande woningen en gebouwen

GEMEENTEBELASTING OP DE LEEGSTAND VAN GEBOUWEN EN WONINGEN

Gelet op het gemeentedecreet van 15 juli 2005, met latere wijzigingen;

BELASTING TER BESTRIJDING VAN LEEGSTAND EN VERKROTTING VAN BEDRIJFSRUIMTEN, GEBOUWEN EN WONINGEN

Transcriptie:

Reglement leegstandsheffing Haaltert De Gemeenteraad in openbare zitting, Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen; Gelet op het decreet van 4 februari 1997 houdende de kwaliteitsnormen- en veiligheidsnormen voor kamers en studentenkamers, hierna Kamerdecreet genoemd; Gelet op het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid, hierna Decreet Grond- en Pandenbeleid genoemd; Overwegende dat dit decreet stelt dat het bijhouden van een leegstandsregister een verplichte gemeentelijke bevoegdheid wordt; Overwegende dat voornoemd decreet de gemeenten daarnaast de mogelijkheid biedt een leegstandsheffing te innen; Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 10 juli 2009 houdende nadere regels betreffende het leegstandsregister en houdende wijziging van het Besluit van de Vlaamse regering van 2 april 1996 betreffende de heffing ter bestrijding van leegstand en verkrotting van gebouwen en/of woningen; Overwegende dat het wenselijk is dat het op het grondgebied van Haaltert beschikbare woonpatrimonium optimaal benut wordt; Overwegende dat het Grond- en Pandendecreet en de Vlaamse Wooncode de gemeente naar voor schuift als coördinator van het woonbeleid, als actor die het dichtst bij haar inwoners staat; Overwegende dat een effectieve bestrijding van leegstand en verkrotting in Haaltert noodzakelijk is; Overwegende dat, naast het fiscale hoofddoel, het doel van de belasting er in bestaat dat er zoveel mogelijk woningen en kamers van goede kwaliteit effectief voor wonen gebruikt worden; Overwegende dat de basis waarop de gemeente de belasting heft, de woning, de kamer of het gebouw kan zijn; Overwegende dat de heffing van leegstaande woningen en gebouwen kadert in het gemeentelijke woonbeleid; Gelet op het gemeentelijk reglement inzake opname van woningen en gebouwen in het leegstandsregister, zoals vastgesteld door de gemeenteraad op datum van 28 november 2011; Overwegende dat de reglementen complementair zijn in de bestrijding van de leegstand van woningen en gebouwen in de gemeente; Gelet op het gegeven dat het aangewezen is de procedure tot opname van woningen en gebouwen in een afzonderlijk reglement vast te stellen; Gelet op de artikelen 42 en 43 van het Gemeentedecreet; BESLUIT Art.1: Er wordt voor het aanslagjaar 2013 tot en met 2014 een gemeentebelasting gevestigd op de leegstaande woningen en gebouwen volgens volgende modaliteiten: Artikel 1: Definities Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder: 1 agentschap: het intern verzelfstandigd agentschap Wonen-Vlaanderen; 2 beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijze: a) een aangetekend schrijven; b) een afgifte tegen ontvangstbewijs; c) elke andere door de Vlaamse Regering toegelaten betekeningswijze waarbij de datum van kennisgeving met zekerheid kan worden vastgelegd; 3 college: college van burgemeester en schepenen van Haaltert;

4 Decreet Grond- en Pandenbeleid: Decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid en latere wijzigingen; 5 heffingsjaar: het heffingsjaar is het jaar waarin de belasting verschuldigd is. Elk heffingsjaar begint op 1 januari en eindigt op 31 december; 6 leegstaand gebouw: een gebouw zoals omschreven in het gemeentelijk reglement van 28 november 2011; 7 leegstaande woning: een woning zoals omschreven in het gemeentelijk reglement van 28 november 2011; 8 leegstandsregister: register van leegstaande gebouwen en woningen, zoals bedoeld in boek 2 titel 2 hoofdstuk 3 afdeling 2 van het Decreet Grond- en Pandenbeleid. De procedure tot opname van de woningen of gebouwen in het leegstandsregister is vastgelegd in het gemeentelijk reglement van 28 november 2011; 9 Vlaamse Wooncode: het Decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode; 10 ramp: een gebeurtenis die zich voordoet buiten de wil van de houder van het zakelijk recht en waardoor de schade dermate is dat het gebruik onmogelijk is, bv. brand, gasontploffing, blikseminslag, 11 renovatie: de werkzaamheden, vermeld in artikel 2 1, eerste lid, 18 van de Vlaamse Wooncode, alsmede sloopwerkzaamheden gevolgd door vervangingsbouw; 12 renovatienota: een gedetailleerde, gedateerde en ondertekende nota, die door de administratie wordt goedgekeurd en waarin minstens is opgenomen: - een overzicht van de voorgenomen werken; - een gedetailleerd tijdsschema waaruit blijkt dat binnen een periode van maximaal 2 jaar een woning of gebouw bewoonbaar wordt gemaakt; - bestekken en/of facturen met betrekking tot de voorgenomen werken; - fotoreportage met weergave van de bestaande toestand van de te renoveren onderdelen; - indien van toepassing een akkoord van de mede-eigenaars; 13 sociale woonorganisatie: een organisatie, vermeld in artikel 2, 1, eerste lid, 26, van de Vlaamse Wooncode; 14 stedenbouwkundig voorschrift: een reglementair voorschrift, opgenomen in een verkavelingsvergunning aangaande de wijze waarop kavels bebouwd kunnen worden; 15 zakelijk gerechtigde: het gemeentelijk reglement tot opname van gebouwen en woningen in het leegstandsregister omschrijft de zakelijk gerechtigde als diegene die een van de volgende zakelijke rechten heeft: a) de volle eigendom; b) het recht van opstal of van erfpacht; c) het vruchtgebruik; Artikel 2: Verschuldigdheid van de heffing 1. De gemeentelijke leegstandsheffing op gebouwen en woningen bezwaart gebouwen en woningen die gedurende twaalf opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het leegstandsregister. 2. Zolang het gebouw of de woning niet uit het leegstandsregister geschrapt is, blijft de heffing verschuldigd op het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden vanaf de datum van de eerste verjaardag. 3. Het leegstandsregister wordt opgemaakt en bijgehouden overeenkomstig artikel 2.2.6 van het Decreet Grond- en Pandenbeleid en het gemeentelijk leegstandsreglement. Artikel 3: Heffingsplichtige 1 Heffingsplichtig is diegene die op het ogenblik van het verschuldigd worden van de heffing zakelijk gerechtigde is van het leegstaande gebouw of de leegstaande woning. Ingeval er een recht van opstal, erfpacht of vruchtgebruik bestaat, is de belasting verschuldigd door degene die op het ogenblik van de opname in het leegstandsregister houder is van dat recht. 2. Bij mede-eigendom zijn de mede-eigenaars hoofdelijk en solidair aansprakelijk voor alle te betalen heffingen. Als er meerdere zakelijke gerechtigden zijn, zijn deze eveneens hoofdelijk en solidair aansprakelijk voor alle te betalen heffingen. Als er een vrijstelling is verleend voor een of meerdere zakelijke gerechtigden van hetzelfde goed, wordt het deel vrijstelling afgetrokken van de heffing en wordt het saldo verdeeld onder de zakelijke gerechtigden. 3. Als een zakelijk recht wordt overgedragen, moet de instrumenterende ambtenaar de nieuwe zakelijke gerechtigde vooraf op de hoogte brengen dat het goed is opgenomen in het leegstandsregister.

De instrumenterende ambtenaar brengt de gemeentelijke administratie binnen de twee maanden na het verlijden van de authentieke overdrachtsakte op de hoogte van de overdracht. Hij vermeldt daarbij de kadastrale gegevens van het goed, de overdrachtsdatum en de identiteitsgegevens van de nieuwe zakelijk gerechtigden via beveiligde zending. Artikel 4: Berekening van de heffing 1. De basisheffing bedraagt: a) 1.500 EUR voor een leegstaand gebouw; b) 1.500 EUR voor een eengezinswoning; c) 125 EUR voor een individuele kamer of studentenkamer zoals gedefinieerd in het Kamerdecreet; d) 400 EUR voor elke andere woning dan deze vermeld onder b) en c). 2. Vanaf het tweede opeenvolgende aanslagjaar, wordt de bovenvermelde heffing verdubbeld. Artikel 5: Vrijstelling van heffing 5.1. aanvraag vrijstelling 1. De vrijstelling moet aangevraagd worden voor de start van het heffingsjaar, op straffe van verval. 2. De zakelijk gerechtigde die een vrijstelling wil, moet zelf aantonen dat een van de vrijstellingsgronden van 5.2 van toepassing is. 5.2. vrijstellingsgronden 1. Een vrijstelling wordt verleend aan: 1 de bewoner van een erkende ouderenvoorziening, voor zover de heffing slaat op de woning die hij bewoonde voor zijn vertrek. Het verblijf wordt bewezen met een attest van de erkende ouderenvoorziening. De vrijstelling geldt voor twee heffingsjaren na de start van zijn verblijf 2 de patiënt die langdurig is opgenomen in een psychiatrische instelling of in een ziekenhuis, voor zover de heffing slaat op de woning die hij bewoonde voor zijn opname. De opname wordt bewezen met een attest van de instelling of het ziekenhuis. De vrijstelling geldt voor drie heffingsjaren na de opnamedatum; 3 personen met een beperkte handelingsbekwaamheid door een gerechtelijke beslissing. De beperkte handelingsbekwaamheid wordt bewezen met een kopie van de gerechtelijke beslissing. De vrijstelling moet elk jaar opnieuw aangevraagd worden voor 31 december; 4 personen die in het jaar voor het heffingsjaar zakelijke gerechtigde geworden zijn. De vrijstelling geldt voor twee heffingsjaren volgend op het verkrijgen van het zakelijk recht; 2. Een vrijstelling wordt verleend indien het gebouw of de woning : 1 gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan. De belastingplichtige moet de vrijstelling slechts één maal aanvragen; 2 geen voorwerp meer kan uitmaken van een stedenbouwkundige vergunning omdat een voorlopig of definitief onteigeningsplan is vastgesteld. De belastingplichtige moet de vrijstelling slechts één maal aanvragen; 3 krachtens decreet beschermd is als monument, of opgenomen is op een bij besluit vastgesteld ontwerp van lijst tot bescherming als monument en waarvoor de houder van het zakelijk recht een attest van de bevoegde overheid voorlegt, waarin geattesteerd wordt dat de woning of het gebouw in de bestaande toestand bewaard mag blijven. De vrijstelling geldt voor vijf jaar. Deze vrijstelling kan vijfjaarlijks hernieuwd worden wanneer een geactualiseerd attest van de bevoegde overheid wordt voorgelegd; 4 deel uitmaakt van een krachtens decreet beschermd stads- of dorpsgezicht of landschap, of van een stads- of dorpsgezicht of landschap dat opgenomen is op een bij besluit vastgesteld ontwerp van lijst tot bescherming als stads- of dorpsgezicht of landschap en waarvoor de houder van het zakelijk recht een attest van de bevoegde overheid voorlegt, waarin geattesteerd wordt dat de woning of het gebouw in de bestaande toestand bewaard mag blijven. De vrijstelling geldt voor vijf jaar. Deze vrijstelling kan vijfjaarlijks hernieuwd worden wanneer een geactualiseerd attest van de bevoegde overheid wordt voorgelegd; 5 krachtens decreet beschermd is als monument, of opgenomen is op een bij besluit vastgesteld ontwerp van lijst tot bescherming als monument en waarvoor bij de bevoegde overheid een ontvankelijk restauratiepremiedossier is ingediend. De vrijstelling geldt voor één jaar en kan elk jaar verlengd worden voor zover het restauratiepremiedossier niet is afgehandeld; 6 vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een periode van drie jaar volgend op de datum van de vernieling of beschadiging;

7 onmogelijk daadwerkelijk gebruikt kan worden omwille van een verzegeling in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een periode van twee jaar volgend op de aanvang van de onmogelijkheid tot daadwerkelijk gebruik; 8 het voorwerp uitmaakt van een gerechtelijke procedure aangaande het al dan niet vergund statuut van dit gebouw of deze woning. De vrijstelling moet elk jaar opnieuw aangevraagd worden voor de start van het komende heffingsjaar; 9 gerenoveerd wordt. Een woning of een gebouw wordt gerenoveerd in het geval, : - indien het gaat om handelingen die stedenbouwkundig gezien vergunningsplichtig zijn, een niet vervallen stedenbouwkundige vergunning kan worden voorgelegd; - indien het gaat om niet vergunningsplichtige handelingen, een renovatienota wordt voorgelegd. De vrijstelling geldt in beide gevallen voor een termijn van twee jaar en kan maar eenmaal aan dezelfde houder van het zakelijk recht worden toegekend. De termijn van de vrijstelling indien een stedenbouwkundige vergunning is vereist begint te lopen vanaf de datum van d stedenbouwkundige vergunningsbeslissing. De termijn van de vrijstelling indien geen stedenbouwkundige vergunning is vereist begint te lopen vanaf de datum dat gestart is/wordt met de renovatiewerken. Deze datum wordt vastgelegd in de renovatienota. Voor de renovatie van een beschermd monument kan een extra vrijstelling worden gegeven van maximaal 2 jaar, op voorwaarde dat de belastingplichtige vóór de aanvang van de werken aan de hand van duidelijke bewijsstukken kan aantonen dat door het specifiek karakter van de renovatie een renovatietermijn van 2 jaar niet volstaat. 10 het voorwerp uitmaakt van een overeenkomst met het oog op renovatie-, verbeterings- of aanpassingswerkzaamheden in de zin van artikel 18, 2, van de Vlaamse Wooncode. De belastingplichtige moet de vrijstelling elk jaar voor de datum van verschuldigdheid van de heffing aanvragen. 3. Een vrijstelling wordt verleend indien de houder van het zakelijk recht: 1) een sociale huisvestingsmaatschappij is; 2) een andere sociale woonorganisatie is; 3) een autonoom gemeentebedrijf is; 4) een gemeente, OCMW of een intergemeentelijke vereniging is. De belastingplichtige moet de vrijstelling elk jaar voor de datum van verschuldigdheid van de heffing aanvragen. Artikel 6: Inkohiering 1. De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen. 2. De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet. Artikel 7: De artikelen 3.2.18 tot en met 3.2.21 Decreet grond- en pandenbeleid De artikelen 3.2.18 tot en met 3.2.21 van het Decreet Grond- en Pandenbeleid zijn niet van toepassing. Het reglement vervangt de bepalingen volledig. Artikel 8: Beroepsprocedure 1. De belastingplichtige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaarschrift wordt behandeld in overeenstemming met het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen. 2. Het bezwaarschrift kan enkel betrekking hebben op de elementen die opgedoken zijn tussen de inventarisatie en de opmaak van het belastingskohier. 3. Het bezwaar moet schriftelijk ingediend, ondertekend en gemotiveerd worden, op straffe van nietigheid. 4. De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden vanaf de derde kalenderdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet waarop de bezwaartermijn vermeld staat of vanaf de kennisgeving van de aanslag. 5. Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen 15 dagen na indiening ervan.

Artikel 9: De toepassing van het Wetboek van inkomstenbelastingen en uitvoeringsbesluiten Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het Decreet van 30 mei 2008, zijn de bepalingen van titel VII (vestiging en invordering van de belastingen), hoofdstukken 1, 3, 4, 6 tot en met 9 van het Wetboek van inkomstenbelastingen en de artikelen 126 tot 175 van het uitvoeringsbesluit van dit Wetboek van toepassing voor zover voornoemde bepalingen niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen. Art. 2: Het reglement leegstandsheffing, goedgekeurd door de gemeenteraad van 27 mei 2013 treedt in werking op 1 juni 2013. Art. 3: Dit besluit wordt naar de toezichthoudende overheid verzonden.