ECLI:NL:RBARN:2010:BN9752

Vergelijkbare documenten
ECLI:NL:RBARN:2010:BM1303

ECLI:NL:RBGEL:2017:1643

ECLI:NL:RBHAA:2010:BN9920

ECLI:NL:RBLIM:2017:4418

ECLI:NL:RBOVE:2014:2411

ECLI:NL:RBOVE:2014:3241

LJN: BV6124,Voorzieningenrechter Rechtbank Arnhem, Datum uitspraak: Datum publicatie:

Rechtspraak.nl - Print uitspraak

Zoekresultaat inzien document. ECLI:NL:RBROT:2012:BX5563 Permanente link: Uitspraak

ECLI:NL:RBGEL:2017:2637

Vonnis in kort geding in de zaak met zaaknummer / rolnummer: / KG ZA van

ECLI:NL:RBAMS:2017:5985

ECLI:NL:RBDHA:2017:4885

ECLI:NL:GHLEE:2007:BA7844 Gerechtshof Leeuwarden Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer

ECLI:NL:RBROT:2017:886

ECLI:NL:RBROT:2015:4468

ECLI:NL:RBNHO:2017:3627

ECLI:NL:RBLIM:2014:7733

ECLI:NL:RBROT:2017:5084

ECLI:NL:RBROT:2016:665

ECLI:NL:RBOVE:2016:286

ECLI:NL:RBAMS:2016:199

ECLI:NL:RBOVE:2014:1265

ECLI:NL:RBAMS:2016:1678


ECLI:NL:RBAMS:2015:5812

ECLI:NL:RBROT:2015:7740

ECLI:NL:RBROT:2017:5469

ECLI:NL:RBSGR:2011:BP8136

ECLI:NL:RBLEE:2009:BJ8522

ECLI:NL:GHSHE:2016:2505

ECLI:NL:RBALM:2010:BN8235

King Cuisine [gedaagde] DomJur

vonnis in kort geding ex artikel 254 lid 5 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

"In naam des Konings!" vonnis. Team kanton en handelsrecht. Zittingsplaats Arnhem. zaaknummer I rolnummer: CI I KG ZA 15-67

ECLI:NL:GHDHA:2014:3834

ECLI:NL:GHSHE:2017:3619

ECLI:NL:RBUTR:2009:BJ6219

Pensioenfonds Metaal & Techniek Financieel Collectief

ECLI:NL:RBLIM:2017:3845

ECLI:NL:RBARN:2011:BU7634

ECLI:NL:RBMNE:2015:6266

zaaknummer / rolnummer: / KG ZA

ECLI:NL:RBAMS:2017:2065

zaaknummer / rolnummer: / KG ZA

ECLI:NL:RBLIM:2017:4741

ECLI:NL:RBOVE:2014:5578

Rechtbank Amsterdam CV EXPL Civiel recht. Eerste aanleg - enkelvoudig. Rechtspraak.nl

ECLI:NL:RBLEE:2011:BQ7902

ECLI:NL:RBAMS:2017:1537

ECLI:NL:RBZWB:2013:11284

ECLI:NL:RBOVE:2017:2573

Rechtspraak.nl - Print uitspraak

ECLI:NL:RBROT:2016:229

Bijzondere kenmerken Kort geding Inhoudsindicatie Opheffen conservatoir beslag. Onjuist en/of onvolledig informeren van beslagrechter.

vonnis RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: / KG ZA Vonnis in kort geding van 16 april 2012

zaaknummer rechtbank Amsterdam : C/13/ KG ZA arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 22 juli 2014

ECLI:NL:GHARL:2013:BZ0634

ECLI:NL:RBLIM:2017:1672

ECLI:NL:RBROT:2016:4320

ECLI:NL:RBMID:2007:BB8676

FlexExpert B.V. EquiPlus Mennagement B.V. DomJur

Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden.

Transcriptie:

ECLI:NL:RBARN:2010:BN9752 Instantie Rechtbank Arnhem Datum uitspraak 04-10-2010 Datum publicatie 07-10-2010 Zaaknummer 205064 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel recht Eerste aanleg - enkelvoudig Als verweer tegen toewijzing van de vorderingen voert gedaagde onder meer aan dat hij afstand heeft gedaan van de beperkte partnerschapgemeenschap en daarmee ook van het aandeel in de villa dat hem op grond van de beperkte partnerschapgemeenschap toekwam. Daardoor kan hij niet meer over dat aandeel in de villa beschikken en kan hij het dus ook niet bezwaren met hypotheek. Vindplaatsen Rechtspraak.nl NJF 2010/434 Uitspraak vonnis RECHTBANK ARNHEM Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 205064 / KG ZA 10-582 Vonnis in kort geding van 4 oktober 2010 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid HILLOCK HOLDING B.V., gevestigd te Zevenaar, eiseres, advocaat mr. S.V.M. Stevens te Nijmegen, tegen [gedaagde], wonende te [woonplaats], gedaagde,

advocaat mr. O. Hammerstein te Amsterdam. Partijen zullen hierna Hillock en [gedaagde] genoemd worden. 1. De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - de mondelinge behandeling - de pleitnota van Hillock - de pleitnota van [gedaagde]. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2. De feiten 2.1. [gedaagde] is op 17 maart 2001 een geregistreerd partnerschap aangegaan met wijlen de heer [betrokkene1] (hierna: [betrokkene1]), zulks op partnerschapsvoorwaarden die (onder meer) inhouden dat tussen [gedaagde] en [betrokkene1] een beperkte gemeenschap van goederen bestaat. 2.2. Bij notariële akte van 1 maart 2010, verleden voor notaris [naam notaris] te Groningen, heeft Hillock een geldbedrag groot 3.000.000,00 ter lening verstrekt aan [betrokkene1] (en diens vennootschap Plassania Beheer B.V.). Tot zekerheid van deze geldlening heeft [betrokkene1] bij genoemde akte een onherroepelijke volmacht aan Hillock verstrekt tot vestiging (te zijner tijd) van het recht van tweede hypotheek op een voor partijen bekende villa (hierna: de villa) te Marbella (Spanje). 2.3. [betrokkene1] is overleden op 28 juni 2010. [gedaagde] is enig erfgenaam van [betrokkene1]. [gedaagde] beraadt zich ex artikel 4:185 BW over aanvaarding van de nalatenschap van [betrokkene1]. 2.4. Hillock heeft de hiervóór bedoelde tweede hypotheek op de villa te Marbella niet met gebruikmaking van de door [betrokkene1] bij akte van 1 maart 2010 verleende volmacht kunnen vestigen omdat de villa niet volledig eigendom van [betrokkene1] bleek te zijn, maar op grond van de partnerschapsvoorwaarden tot de beperkte gemeenschap behoorde van [gedaagde] en [betrokkene1]. 2.5. In verband daarmee heeft Hillock op 9 augustus 2010 contact gezocht met [gedaagde] over vestiging van een tweede hypotheek op het aandeel in de villa dat krachtens de partnerschapsvoorwaarden toekomt aan [gedaagde]. Dat contact heeft geleid tot het opstellen van een door [gedaagde] te ondertekenen notariële akte van volmacht, alsmede tot een gesprek op 10 augustus 2010 ten kantore van notaris [naam notaris] te Groningen tussen enerzijds Hillock, vertegenwoordigd door haar bestuurder de heer [betrokkene2] (hierna: [betrokkene2]) en anderzijds mr. Hammerstein, die op dat moment met [gedaagde] op het kantoor van notaris [naam notaris] aanwezig was. In dat gesprek is onder meer gesproken over de voorwaarden waaronder [gedaagde] zou meewerken aan vestiging van hypotheek op het aandeel in de villa dat hem krachtens de partnerschapvoorwaarden toebehoort. In dat kader is er de daarop volgende weken nog diverse keren contact geweest tussen (onder anderen) [betrokkene2] en Hammerstein en is de tekst van de

volmacht nog enigszins aangepast. Tot ondertekening door [gedaagde] van deze volmacht, die is overgelegd als productie 9, is het niet gekomen. 2.6. Bij volmacht van 17 september 2010, opgesteld door het kantoor van notaris [naam notaris] voornoemd, heeft [gedaagde] een medewerker van de rechtbank Arnhem gemachtigd om namens hem afstand te doen van de ontbonden geregistreerd partnerschapgemeenschap en daartoe een akte van afstand in het huwelijksgoederenregister te Arnhem te doen inschrijven. Bij brief van 23 september 2010 heeft een medewerker van de griffie van de rechtbank Arnhem, sector Familie en Jeugd aan het kantoor van notaris [naam notaris] bericht dat de akte strekkende tot opheffing van de partnerschapsgemeenschap, ingediend ter griffie ( ) op 23 september 2010 ( ) per gelijke datum, is geregistreerd in het huwelijksgoederenregister onder nummer 375/2001. Als onderwerp vermeldt de brief: Akte afstand van de partnergemeenschap. 3. Het geschil 3.1. Hillock vordert samengevat bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten, [gedaagde] op straffe van een dwangsom te veroordelen tot ondertekening van de volmacht die als productie 9 is overgelegd en te bepalen dat dit vonnis in de plaats treedt van de handtekening van [gedaagde] op de volmacht voor zover [gedaagde] niet voldoet aan de veroordeling. Hillock voert daarvoor aan dat [gedaagde] gehouden is tot nakoming van diens toezegging op 10 augustus 2010 om mee te werken aan de vestiging van een tweede hypotheek op zijn aandeel in de villa te Marbella tot zekerheid van de door Hillock aan [betrokkene1] verstrekte geldlening van 3.000.000,00. Als spoedeisend belang voert Hillock aan dat er diverse schuldeisers zijn die zich trachten te verhalen op vermogensbestanddelen van [betrokkene1] en/of [gedaagde], waardoor de kans op terugbetaling van de lening met het verstrijken van de tijd steeds kleiner wordt. 3.2. [gedaagde] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4. De beoordeling 4.1. Het spoedeisend belang bij de vorderingen vloeit voldoende voort uit de stellingen van Hillock. Dat wordt onderstreept door de mededeling ter zitting van de zijde van [gedaagde] dat nu al vast staat dat de nalatenschap van [betrokkene1] uit veel grotere verplichtingen bestaat dan uit de activa kunnen worden voldaan. 4.2. Als verweer tegen toewijzing van de vorderingen voert [gedaagde] onder meer aan dat hij afstand heeft gedaan van de beperkte partnerschapgemeenschap van hem en [betrokkene1], en daarmee ook van het aandeel in de villa dat hem op grond van de beperkte partnerschapgemeenschap toekwam. Daardoor kan hij niet meer over dat aandeel in de villa beschikken en kan hij het dus ook niet bezwaren met hypotheek, aldus [gedaagde]. Hij wijst in dat verband op de door hem ondertekende volmacht van 17 september 2010 en de brief van 23 september 2010 van de griffie van deze rechtbank. 4.3. De voorzieningenrechter overweegt in dat verband het navolgende. Het staat vast dat [gedaagde] en [betrokkene1] ten tijde van het overlijden van [betrokkene1] een geregistreerd partnerschap hadden als bedoeld in Titel 5A van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW), met een

beperkte partnerschapgemeenschap. Krachtens artikel 1:80b BW (in Titel 5A) zijn op een geregistreerd partnerschap de titels 6 (rechten en verplichtingen van echtgenoten), 7 (de wettelijke gemeenschap van goederen) en 8 (huwelijkse voorwaarden) van overeenkomstige toepassing verklaard. Daarmee zijn de artikelen 1:103 en 104 BW die zien op het doen van afstand van de wettelijke gemeenschap, die krachtens artikel 1:122 BW ook van toepassing zijn bij huwelijkse voorwaarden, tevens van toepassing op een beperkte partnerschapgemeenschap als de onderhavige. 4.4. Op grond daarvan had [gedaagde] dan ook de mogelijkheid om binnen drie maanden na het overlijden van [betrokkene1] afstand te doen van de als gevolg van het overlijden van [betrokkene1] ontbonden beperkte partnerschapgemeenschap van [gedaagde] en [betrokkene1], door inschrijving van een akte van afstand in het huwelijksgoederenregister. Hillock heeft de vraag opgeworpen of dat is gebeurd, omdat [gedaagde] wel de voornoemde volmacht van 17 september 2010 heeft overgelegd en de brief van 23 september 2010 van de griffie van de rechtbank, maar niet een akte waarbij hij afstand heeft gedaan van de gemeenschap. 4.5. Aangenomen moet worden dat [gedaagde] afstand heeft gedaan van de beperkte gemeenschap. De praktijk is namelijk dat afstand wordt gedaan door middel van een schriftelijk verzoek zoals hier de volmacht aan de rechtbank. De afstand wordt dan ingeschreven in het huwelijksgoederenregister en de bevestigingsbrief van de griffie, hier de brief van 23 september 2010, heeft dan te gelden als akte van afstand zoals bedoeld in artikel 1:104 BW. Gelet op de datum van de bevestigingsbrief van de griffie van de rechtbank, moet het er dan ook voor worden gehouden dat [gedaagde] binnen drie maanden na overlijden van [betrokkene1], dus tijdig, afstand heeft gedaan van de beperkte gemeenschap. In de brief van 23 september 2010 wordt gewag gemaakt van een akte strekkende tot opheffing. Gezien de onderliggende volmacht en de omschrijving van het onderwerp in die brief, moet worden aangenomen dat dit een vergissing is en dat bedoeld is afstand. 4.6. Niet in geschil is dat de villa te Marbella behoorde tot deze beperkte gemeenschap van [betrokkene1] en [gedaagde]. Nu het, zoals hiervóór is overwogen, aannemelijk is dat [gedaagde] afstand heeft gedaan van deze beperkte gemeenschap moet het er daarom ook voor worden gehouden dat [gedaagde] thans niet meer krachtens partnerschapsvoorwaarden kan beschikken over een aandeel in de villa. Daardoor kan hij de door Hillock verlangde hypotheek niet vestigen. Dit betekent dat [gedaagde] geen uitvoering zal kunnen geven aan de door Hillock gevorderde veroordeling tot het verlenen van medewerking aan de vestiging van hypotheek op de villa. Die omstandigheid staat in de weg aan toewijzing van de vorderingen, ook in het veronderstelde geval dat [gedaagde] zijn medewerking aan de vestiging van hypotheek op de villa heeft toegezegd en hij dan door afstanddoening van de gemeenschap zichzelf in de positie heeft gebracht dat hij de toezegging niet kan nakomen (vgl. HR 21 mei 1976, NJ 1977, 73 (Oosterhuis/Unigro)). Wel zal in dat geval [gedaagde] schadeplichtig kunnen zijn jegens Hillock. In dit kort geding is in dat verband evenwel geen vordering tot schadevergoeding ingesteld. In het midden kan blijven of die zou zijn toegewezen. 4.7. De slotsom is dan ook dat de vorderingen van Hillock zullen worden afgewezen en dat Hillock als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten zal worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op: - vast recht 263,00 - salaris advocaat 816,00 Totaal 1.079,00

5. De beslissing De voorzieningenrechter 5.1. wijst de vorderingen af, 5.2. veroordeelt Hillock in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op 1.079,00, 5.3. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.B. Boonekamp en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. M.J. Daggenvoorde op 4 oktober 2010.