MONTAGEHANDLEIDING TOPLINE TERRASOVERKAPPING
Benodigdheden Voordat u begint, heeft u het geschikte gereedschap nodig. Hieronder vindt u een overzicht van alles wat u nodig heeft om uw Topline Terrasoverkapping te monteren. - Hamer - Schroevendraaier - Rolmeter - Waterpas - Winkelhaak - Stanleymes - Afkortzaag/cirkelzaag (inkorten aluminium onderdelen) - Decoupeerzaag (fijne tand) (inkorten polycarbonaat) - Klopboormachine - Accuboormachine - Ladder - Schep - Tube siliconenkit (meegeleverd) - Kitpistool - Compressor (of stofzuiger) - Gatenboor 80mm (afvoer) - Gatenboor 28mm (LED-verlichting) - Vierkante bit (meegeleverd) Optioneel - Schragen - Siliconenspray
Onderdelen klaarmaken De goot samenstellen, normale gootkap 1 2 3 Breng de siliconenkit aan op de randen van het gootprofiel die met rood zijn aangegeven. Schroef de zijplaat van de goot vast met de schroeven in de gaten aangegeven met rood en dek ze af met een eindkapje. Werk aan de binnenkant van de goot de siliconenkit bij de zijplaat af zodat een gladde en waterdichte verbinding ontstaat Tussen- en zijliggers voorbereiden 4 5 Muurprofiel 6 Duw de spaghettirubbers over de gehele lengte in de daarvoor bestemde openingen. Bij de tussenliggers zijn dit er twee, bij de zijliggers één. Snij de spaghettirubbers aan de gootzijde strak af. Bij de kant van het muurprofiel snijdt u de rubbers 30mm te lang af. Bepaal de hoogte aan de hand van de volgende berekening: Onderkant goot * (13,5 x diepte) = onderkant muurprofiel. 7 8 9 75cm 75cm 75cm Boor de gaten voor de slagpluggen voor met een metaalboor. Boor de gaten ongeveer om de 75 centimeter Houd met twee personen het muurprofiel tegen de muur zodat u de plaatsen voor de bevestigingsgaten kunt tekenen. Zorg dat het muurprofiel waterpas hangt. Boor de gaten voor de slagpluggen in de muur.
10 11 12 Houd het muurprofiel tegen de muur en sla met een hamer de slagpluggen in de bevestigingsgaten. Schroef het laatste stukje van de slagpluggen de muur in. Ontvet de bovenzijde van het muurprofiel. Kit de naad tussen de muur en het muurprofiel af zodat een waterdichte verbinding ontstaat. 13 14 15 Zaag de aluminium staanders af op de juiste lengte. Ga hierbij uit van de hoogte van de onderkant goot van de goot. Houd er rekening mee hierbij dat er overlengte moet zijn voor de plaatsing op de betonpoer of de staander storten in een fundering. Indien u geen betonpoer met HWA gebruikt dient u in één van de aluminium staanders een opening te boren voor de afvoer. Gebruik hiervoor een gatenboor van 80mm. Schuif de PVC buis in de staander en lijm de bocht op de PVC buis. 16 17 18 Teken af waar de staanders geplaatst moeten worden. Schroef de verbindingshoeken vast op het terras. Schuif de aluminium staander over de verbindingshoeken. Zorg ervoor dat de staander waterpas is. Schroef de staander vast op de verbindingshoeken. Staanders Onderdelen klaarmaken De goot samenstellen, normale gootkap
Bij plaatsing op betonpoeren 19 20 5 cm Plaats de betonpoer in de grond, waarbij de bovenkant minimaal 5 centimer onder het maaiveld komt te liggen. 21 5 cm Sluit de wateravoer van de betonpoer aan op de riolering. Schuif de PVC buis in de betonpoer en lijm deze vast. De goot plaatsen 22 23 24 Schuif de staander over de PVC buis en de verbindingshoeken van de betonpoer. Zorg dat de staander waterpas komt te staan. Schroef de staander vast op de verbindingshoeken. Plaats de goot op de staanders en controleer of deze waterpas ligt. De zijliggers monteren 25 26 27 Schroef de goot vast op de staanders. Schuif een zijligger in het muurprofiel en het gootprofiel. Schroef de zijligger vast met een zelftapper aan zowel het muurprofiel als het gootprofiel. Indien nodig kunt u deze voorborden met een 3mm boor.
28 26 27 De bladvanger plaatsen 29 30 Herhaal stap 26 en 27 voor de andere kant. Nu de constructie stevig staat kan de bladvanger geplaatst worden. Boor recht boven de aluminium staander een gat met de gatenboor van 80mm. Maak de bladvanger op maat en plaats de deze in het gat en zorg ervoor dat de bladvanger in de PVC buis valt. De tussenliggers monteren 31 32 33 Kit de bladvanger af zodat een waterdichte verbinding ontstaat. Plaats de tussenligger tussen de goot en het muurprofiel op de juiste positie. Houdt 10mm speling aan voor de polycarbonaat platen. Meet bij het muurprofiel en de goot of de ligger op de juiste positie ligt. De afstand tussen elke tussen/zijligger moet gelijk zijn. 34 35 33 32 34 De afwerklijsten plaatsen 36 Schroef de tussenligger vanaf de bovenkant vast bij zowel het muurprofiel als de goot. Herhaal stappen 32 tot en met 34 voor iedere tussenligger. Teken de afstand van de zijligger tot de tussenligger nauwkeurig af. (Let op, afwerklijsten aan de zijkant moeten op maat gemaakt worden).
37 38 De platen leggen 39 Teken de afwerklijst haaks af en zaag op de juiste maat af. Klik de afwerklijsten op het muurprofiel en de goot. Plak de antidusttape nauwkeurig op de rand aan de gootzijde van de polycarbonaat platen. 40 41 42 Schuif een aluminium condensprofiel over de gootzijde van de platen. Plak aan de muurzijde van de platen de aluminium tape. Leg de voorbereide platen op de juiste manier tussen de zij- en tussenliggers. Het lipje van het condensprofiel dient aan de onderkant te liggen (aan de gootzijde). 43 44 45 Zet de dakplaten vast met het afdekprofiel. Schroef het afdekprofiel iedere 50cm vast. Let op: zorg dat de afdekprofielen niet te strak vastgeschroefd worden. Kit het aluminium condensprofiel aan de gootzijde bovenop de plaat af. Schroef de plaatstoppers vast op de tussenliggers.
Afronden van de afwerking 46 47 48 Duw het muurrubber in het muurprofiel en snij het af op de goede lengte. Schroef de eindplaten vast op het muurprofiel. Herhaal stap 49 aan de andere zijde van het muurprofiel.