Keur waterschap Vechtstromen

Vergelijkbare documenten
ALGEMENE REGELS WATERKWANTITEIT KEUR WATERSCHAP HUNZE EN AA S 2014 Onderdeel 1 STEIGER pagina 1 van 5

Algemene regels vrijstelling vergunningplicht onttrekken van grondwater Keur waterschap Vechtstromen

Algemene Regels Keur Waterschap Vallei en Veluwe 2013, 1 e herziening. Inhoudsopgave. 1 Inleiding... 4

Algemene regels voor het watersysteem en de wegen Definitief. Droge voeten en schoon water

Watervergunning. Voor het leggen van een coaxkabel middels een boogzinker onder een primaire watergang op de locatie Voordorpsedijk 35 in Groenekan

Watervergunning. Voor het uitbreiden van een steiger op de locatie Frederik Hendrikstraat 106 in Utrecht. Datum 16 juni 2017.

Watervergunning. Voor het aanleggen van een kunstgrasveld en een tijdelijke dam met duiker op de locatie Sportpark De Paperclip in Vleuten

WATERVERGUNNING. Voor het aanleggen van een dam met duiker en het graven van oppervlaktewater op de locatie Gelderlantlaan in Utrecht

5.18 Bouwwerken in en op een waterkering en bijbehorende beschermingszone

Watervergunning. Datum 27 september Zaaknummer 16570

ALGEMENE REGELS AANBRENGEN EN/OF VERVANGEN VAN BESCHOEIINGEN EN/OF DAMWANDEN IN SCHOUWSLOTEN

Algemene regels bij de keur Wetterskip Fryslân 2013

4 Duikers 4.1 Inleiding

GW 1. Bouwput, sleuf en proefbemaling en grondsanering

5.18b Bouwwerken in en op een regionale waterkering en bijbehorende beschermingszone

Na definitieve vaststelling van de algemene regels door het college van dijkgraaf en heemraden is geen beroep bij de rechtbank mogelijk.

Beheer lokale regelgeving in Omgevingsloket online - waterschap

Algemene Regels. Algemene regels voor waterkeringen, waterkwantiteit en grondwater

GW 1. Bouwput, sleuf en proefbemaling en grondsanering

L. Lasker 15 september Z /u gereedmelding

Inhoudsopgave. Algemene regels -2-

Invuldocument lokale regels, parameters en vragen waterschap

15 Kabels en leidingen 15.1 Inleiding

Algemene regels bij de keur Wetterskip Fryslân 2015

Meldingsformulier waterkwantiteit: kabels en leidingen

15 Kabels en leidingen 15.1 Inleiding

ALGEMENE REGELS WATERSCHAP BRABANTSE DELTA Partiële herziening 2018

3. Beleidsregel insteekhavens langs waterkeringen langs de Gekanaliseerde Hollandse IJssel

omschrijving wijziging:

Toelichting Algemene Regels

Algemene regels bij de keur Wetterskip Fryslân 2018

In de ondergrond kunnen zettingsgevoelige lagen aanwezig zijn. Houd u hier rekening mee in de uitvoering.

ALGEMENE REGELS Waterschap Aa en Maas

Algemene regel 10 Keur

Algemene regel: steigers, vlonders of afmeerpalen

bouwen van een kademuur aan de Polygoongracht ter hoogte van Ad Windighof 4 in Amsterdam IJburg

Beheer lokale regelgeving in Omgevingsloket online - waterschap

WATERVERGUNNING Het maken en behouden van een steiger in het oppervlaktewater de Roer te Roermond Zaaknummer: 2018-Z13508 Datum besluit: 23 mei 2018

De aanvraag is namens Waterbedrijf Groningen NV ingediend door HaskoningDHV Nederland BV te Rotterdam.

5.19 Bouwwerken in de kern- en beschermingszone van een waterkering

KEUR WATERSCHAP HUNZE EN AA S 2010

Transcriptie:

' ' _._ _1.awšlml «lwwl%wf2í»~.~ Wlm... mw'.ll l l ~.... M.mw» 1Mm ff.. «/;. «/ff~" > <f*^> f=*i' «* _..lww.w....tzwañf wímw.. _ ~ V f _ W fs ~f...l...l...j s íf.l WATERSCHAP vechtstromen Algemene regels kwantiteit Keur waterschap Vechtstromen Kenmerk: B2015/u Het dagelijks bestuur van het waterschap Vechtstromen; gezien het voorstel d.d.; gelet op artikel 3.2 3.3 en 3.8 van de Keur waterschap Vechtstromen; BESLUIT vast te stellen de Algemene regels kwantiteit Keur waterschap Vechtstromen Artikel 1 Begripsbepalingen ln deze algemene regel wordt verstaan onder: a. (Druk of pijp)leidingen: alle leidingen die geen lozingswerk zijn dat wil zeggen niet in open verbinding staan met oppervlaktewater. b. Gestuurde boring: een sleu oze boortechniek waarbij obstakels zoals oppervlaktewaterlichamen diep onder het maaiveld kunnen worden gepasseerd. c. insteek: snijlijn van het bovenwatertalud met het aangrenzende maaiveld. d. Kabel: transportmedium veelal voor elektriciteit of communicatie zonder holle ruimte. Leidingen met een diameter van maximaal 40 mm die gebruikt worden voor (glasvezel)kabe s worden beschouwd als een kabel. e. Lozingsvoorziening: een constructie om water in een oppervlaktewaterlichaam te laten stromen. f. Onttrekkingvoorzieningz een constructie om water uit een oppervlaktewaterlichaam te laten stromen. g. Profiel: breedte en diepte van het oppervlaktewaterlichaam als aangegeven op de legger of Keurkaart. h. Talud: talud als bedoeld in de legger wateren. Artikel 2 Kabels en leidingen 1. Vrijstelling wordt verleend van het verbod bedoeld in artikel 3.2 eerste lid van de Keur voor het aanleggen verwijderen of behouden van kabels of leidingen in of onder een oppervlaktewaterlichaam of in een bijbehorende beschermingszone voor zover: de druk in de leiding niet groter is dan 10 bar; de diameter van de leiding (buis) niet groter is dan 1 meter; de spanning op de kabel niet hoger is dan 100 kv; de kabel of leiding evenwijdig aan het oppervlaktewaterlichaam in een wegberm wordt aangelegd; 999'? pagina 1 /6

_ f ` ` ` 'W'/'VW U i `" %_ ~ nw i _. rv «" 1*?? WK W ^ «.~^'^' "' <ší"*l?ä'^ *f"' fi V mwm vmmmwi _ V W Y wßmw M W Ã ~ ~ ø 0 i rr/w Y WATERSCHAP *"" uechtstromen de kabel of leiding als bedoeld in het vorige lid minimaal 2 meter uit de insteek van het oppervlaktewaterlichaam wordt gelegd; bij een ontgraving de afstand tussen de ontgraving en de insteek van het oppervlaktewaterlichaam minimaal 1 meter bedraagt; bij een kruising met de bovenzijde van een duiker de kabel of leiding door een mantelbuis wordt aangelegd die tenminste 3 meter uitsteekt aan weerszijden van de duiker en tenminste 1 meter gronddekking heeft; bij aanleg van kabels en leidingen waarbij het oppervlaktewaterlichaam of de bijbehorende beschermingszone wordt gekruist de kabels en leidingen tenminste 1 meter uit de insteek en 1 meter onder de vaste bodem van het oppervlaktewaterlichaam worden aangelegd. De kabel of leiding dient in de beschermingszone in alle gevallen 1 meter onder maaiveldhoogte worden aangelegd. 2 Degene die kabels of leidingen aanlegt verwijdert of behoudt als bedoeld in het eerste beïnvloedt tijdens het aanleggen of verwijderen van kabels of leidingen de stabiliteit van de taluds niet negatief; vult direct na het aanleggen van de kabel of leiding de ontgraving aan [en zaait dit in]; belemmert de aan en afvoer van water niet; treft in geval van breuk of lekkage van een leiding maatregelen om verdergaande lekkage te voorkomen; belemmert het beheer en onderhoud van het oppervlaktewaterlichaam niet; verwijdert kabels en leidingen die buiten gebruik worden gesteld. Artikel 3 Lozen van water in een oppervlaktewaterlichaam Vrijstelling wordt verleend van het verbod bedoeld in artikel 3.3 van de Keur voor het brengen van water aan een oppervlaktewaterlichaam voor zover de pompcapaciteit van de lozingsinstallatie Degene die water niet meer bedraagt dan 60 m3/h. brengt en een lozingsvoorziening aanlegt of behoudt als bedoeld ín het eerste lid: fundeert een permanente lozingsvoorziening op deugdelijke wijze zodat verzakkingen uitspoeling en beschadiging van het talud en waterbodem wordt voorkomen die de waterdoorvoer belemmeren; gebruikt deugdelijk en niet uitlogend materiaal voor de lozingsvoorziening; legt de lozingsvoorziening aan zodat de beschermingszone vrij bereikbaar en vrij van obstakels blijft; verwijdert drijfvuil en zand en slibafzettingen en verwijdert de lozingsvoorziening op eerste aanzegging van het bestuur indien naar het oordeel van het bestuur deze geen functie meer vervult. belemmert beheer en onderhoud van het oppervlaktewaterlichaam niet. Artikel 4 Onttrekken van water aan een oppervlaktewaterlichaam 1 Vrijstelling wordt verleend van het verbod bedoeld in artikel 3.3 van de Keur voor het onttrekken van water aan een oppervlaktewaterlichaam voor zover: a de pompcapaciteit van de onttrekkingsinstallatie niet meer bedraagt dan 60 m3/h; pagina 2/6

\NATERSCHAP 4""uechtstromen b. het eerst benedenstrooms gelegen peilregulerend kunstwerk nog overstroomt; c. niet onttrokken wordt ten behoeve van beregening uit een door het bestuur aangewezen beschermd oppervlaktewaterlichaam waaruit onttrekken is verboden. d. een eventueel aan te leggen onttrekkingvoorziening verzonken in het talud en buiten het profiel van het oppervlaktewaterlichaam wordt aangelegd. 2. Degene die water onttrekt en een onttrekkingvoorziening aanlegt of behoudt als bedoeld in artikel 1 eerste lid: a. fundeert een permanente onttrekkingvoorziening zodat geen verzakkingen uitspoeling en beschadigingen van het talud en waterbodem wordt voorkomen die de waterdoorvoer belemmeren; b. gebruikt deugdelijk en niet uitlogend materiaal voor de onttrekkingvoorziening; c. legt de onttrekkingvoorziening aan zodat de beschermingszone vrij bereikbaar en vrij van obstakels blijft; d. verwijdert drijfvuil en zand en slibafzettingen; e. verwijdert de onttrekkingvoorziening op eerste aanzegging van het bestuur indien naar het oordeel van het bestuur deze geen functie meer vervult en f. belemmert beheer en onderhoud van het oppervlaktewaterlichaam niet. Artikel 5 Melding 1. Degene die kabels of leidingen aanlegt of verwijdert als bedoeld in artikel 1 meldt dit tenminste 2 weken voor aanvang van de werkzaamheden aan het bestuur. 2. Degene die onderhouds of herstelwerkzaamheden gaat uitvoeren aan aanwezige kabels en leidingen meldt dit tenminste 2 werkdagen voor aanvang van de uitvoering van de werkzaamheden. 3. Degene die water loost in of onttrekt aan een oppervlaktewaterlichaam als bedoeld in artikel 3 en 4 meldt dit tenminste 2 weken voor aanvang van de lozing aan het bestuur als de te lozen hoeveelheid meer bedraagt dan 10 m3 per uur. 4. Vindt de melding digitaal plaats dan wordt gebruik gemaakt van het electronische formulier op www.omgevingsloket.nl. 5. Vindt de melding schriftelijk plaats dan dient dit het meldingsformulier te worden gedownload via ww`w.omgevingsloket..nl. Op verzoek van de aanvrager wordt door het waterschap een formulier beschikbaar gesteld. Artikel 6 Overgangsrecht 1. Indien voor een activiteit bedoeld in de artikel 2 3 en 4 direct voor inwerkingtreding van dit besluit een vergunning krachtens artikel 3.2 of 3.3. van de Keur in werking was worden de voorschriften van die vergunning gelijkgesteld met maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 3.9 derde lid van de Keur. 2. Indien voor het uitvoeren van een activiteit bedoeld in de artikel 23 en 4 direct voor inwerkingtreding van dit besluit een vergunning is aangevraagd en nog niet op die aanvraag is beslist wordt die aanvraag gelijkgesteld met een melding als bedoeld in deze algemene regel. 3. Een watervergunning verleend voor inwerkingtreding van deze algemene regel voor ingevolge deze algemene regel meldingplichtige activiteiten wordt aangemerkt als een melding als bedoeld in deze algemene regel. pagina 3 /6

f l l ll. F~ ä ::~ ~M» <. ~ ^""á?= _ 4 _ _ wnramnm vechtstromen Aldus vastgesteld in de vergadering van 8 december 2015 te Almelo. He dagelijks bestuur van het waterschap Vechtstromen dr..m M. Kuks wateršraaf drs. O. Dijkstra secretaris pagina 4/6

.... wmw»~w# Mw~ W.....l. 1..ff.. «.«> _. _ : ""*:._..!\íj.' «»»«~ <.:; ; ;;.;;;;.~\2\:1 ~:;^w ~v l....._. _ ~ `^^'*.. ïi..zl..^'?$.. : ; 4.l ; ll WATERSCHAP 'f' uechtstromen Toelichting ALGEMENE TOELICHTING Op grond van artikel 3.2 eerste lid van de Keur is het verboden zonder watervergunning gebruik te maken van een waterstaatswerk of bijbehorende beschermingszones door anders dan in overeenstemming met de waterhuishoudkundige functie daarin daarop daarboven daarover of daaronder handelingen te verrichten werken te behouden of vaste substanties of voorwerpen te laten staan of liggen. Op grond van artikel 3.3 van de Keur is het verboden om water te brengen in en water te onttrekken aan een oppervlaktewaterlichaam zonder watervergunning. Op grond van artikel 3.8 van de Keur kan het bestuur algemene regels stellen die een vrijstelling van die vergunningplicht inhouden. In deze algemene regel is hiervan gebruik gemaakt. ARTIKELSGEWIJZETOELICHTING Artikel 2 Kabels en leidingen Het leggen van kabels en leidingen onder of over oppervlaktewaterlichamen en hun beschermingszone komt zeer veel voor. Het gebeurt veelal door gespecialiseerde bedrijven in opdracht van nutsbedrijven. Algemene regels borgen de waterstaatkundige belangen voldoende. Artikel 3 Brengen van water in een oppervlaktewaterlichaam Het brengen van water in een oppervlaktewaterlichaam tot 60 m3/h is een relatief eenvoudig en vooral in de agrarische sector een veel voorkomende handeling waarvoor een permanent lozingsvoorziening in het talud van het oppervlaktewaterlichaam wordt aangelegd. Het is daarbij van belang dat het doelmatig onderhoud van het oppervlaktewater niet wordt belemmerd door de aanwezigheid van de lozingsvoorziening. De relevante waterhuishoudkundige belangen kunnen in dit geval voldoende worden gewaarborgd door het stellen van algemene regels. Deze algemene regel ziet niet op afvoer van hemelwater oppervlaktewaterlichaam wordt gebracht. die rechtstreeks via een werk in het pagina 5 /6

V. n U V ` ~.=..;«...«.«....«... W ww 0 1/ u rf f W f.. MW.... f%wf..... _ ~ ~ W "* ^ ' ' W ;~;~~«M.Hi v f»«.. V f..._.. 7. I. lmwmwv M M mw W V_.. {M M.. ~ V... Mmfwaawmww f/. ø<«wmm w»...~.. f...~w.. fë<»r m. wmmwawøw........... i ""' WATERSCRAP. uechtstromen Artikel 4 Onttrekken van water aan een oppervlaktewaterlichaam Het onttrekken van water aan een oppervlaktewaterlichaam tot 60 m3/his een relatief eenvoudig en vooral in de agrarische sector een veel voorkomende handeling waarvoor een permanent onttrekkingpunt in het talud van het oppervlaktewaterlichaam wordt aangelegd. Het is daarbij van belang dat het doelmatig onderhoud van het oppervlaktewater niet wordt belemmerd door de aanwezigheid van de onttrekkingvoorziening. De relevante waterhuishoudkundige belangen kunnen in dit geval voldoende worden gewaarborgd door het stellen van algemene regels. Het eerste lid onder b is opgenomen ter bescherming van het betreffende pand van het oppervlaktewaterlichaam waaruit wordt onttrokken. Met een pand wordt bedoeld het stuk oppervlaktewaterlichaam tussen 2 opeenvolgende peilregulerende kunstwerken waarbij een vistrap ook als peilregulerend kunstwerk wordt beschouwd. Wanneer de afvoer over het eerst benedenstrooms gelegen peilregulerende kunstwerk of onderleider stagneert ontstaat het risico dat het betreffende pand droog komt te staan door onttrekking uit het oppervlaktewaterlichaam. Dit is niet wenselijk voor het watersysteem en niet voor de ecologische toestand van het systeem. De vrijstelling van de vergunningplicht geldt niet voor het onttrekken van water uit oppervlaktewaterlíchamen die zijn aangewezen in de 'Algemene regel voor het onttrekken van water aan een oppervlaktewaterlichaam ten behoeve van beregening en/of bevloeiing Keur waterschap Vechtstromen'. Artikel 5 Meldplicht Het is van belang dat de ingrepen in het waterstaatswerk goed worden uitgevoerd. Daarvoor is het noodzakelijk dat het waterschap toezicht kan uitoefenen op de uitgevoerde werkzaamheden. Om deze reden is de meldplicht in deze algemene regel opgenomen. Daarnaast is het van belang om inzicht te hebben in de hoeveelheden water die wordt geloosd en onttrokken zodat beleid hierop kan worden afgestemd. Voor het lozen en onttrekken van water is een meldplicht opgenomen indien de te lozen of onttrekken water meer dan 10 m3 per uur bedraagt. De melding kan digitaal en schriftelijk worden gedaan. Een digitale melding kan via het Omgevingsloket Online (OLO) worden ingediend. Het OLO is te bereiken via: www.omgevings. ol<et.nl. Artikel 6 Overgangsrecht ln dit artikel is onder meer bepaald dat de voorschriften uit bestaande vergunningen als maatwerkvoorschrift blijven bestaan. De komt van deze algemene regel heeft voor de reeds vergunde onttrekkingen dus geen gevolgen. Ook is geregeld dat vergunningaanvragen voor het onttrekken van grondwater waarvoor op grond van de algemene regel vrijstelling geldt als een melding worden aangemeld. Hierdoor worden extra handelingen voor de aanvrager voorkomen. pagina 6 /6