SmartValve. Installatiehandleiding

Vergelijkbare documenten
SmartValve. Eenvoudige, individueel regelbare, energiezuinige vraagsturing voor bestaande hoogbouw

Opstarthandleiding Healthconnector. Ø125/ 125m³/h, Ø200/ 400m³/h & Ø250/ 600m³/h

Technische fiche Healthconnector

PreSets TOTAL CONTROL

SmartValve. Individueel regelbare ventilatie voor hoogbouw met centrale dakventilatoren, nieuwbouw en renovatie

HEALTHCONNECTOR Ø M³/H -v03_ Januari 2014-

Q-Stream Quickguide. Q-Stream Control. Op vindt u altijd de meest recente versie van deze handleiding. 2-zoneregeling

Hygro-Presence sensor Handleiding. Verwarming Koeling Ventilatie Filtering

Aluminium niet-vervuilende differentieeldruksensor. Geëxtrudeerd aluminium met dichtingsstrips

DucoBox Silent Connect

Hoofdbediening CO 2. RF en Uitbreidingssensor CO 2. RF Handleiding voor de gebruiker. Verwarming Koeling Ventilatie Filtering

Healthconnector. Fijnregelingsklep voor gecentraliseerde ventilatie systemen

PreSets Q-Stream en SmartStream woonhuisventilatoren

DucoBox Focus HANDS ON. BE(nl)

MaxiBox Installatiehandleiding

Vraaggestuurd, hybride ventilatiesysteem Vent-O-Hybrid

Aluminium niet-vervuilende differentieeldruksensor. Geëxtrudeerd aluminium met dichtingsstrips

Aluminium niet-vervuilende differentieeldruksensor. Geëxtrudeerd aluminium met dichtingsstrips

Gebruikershandleiding. Q-Stream quickguide. Q-Streamquickguide. Installatieen set-up voorschriften. Q-Stream Picto - Time - Quali

Gebruikershandleiding. Q-Stream quickguide. Q-Streamquickguide. Installatieen set-up voorschriften. Q-Stream - Picto - Time - Quali

Zehnder ComfoFan Opti-Air Energiebesparende vraaggestuurde woonhuisventilatie

Niet lokaal Vraaggestuurd Natuurlijk Ventilatiesysteem Duco Ventilation & Sun Control Duco Comfort Plus System

1 van VENTILATIE- EN LUCHTBEHANDELINGSINSTALLATIES VENTILATOREN

DucoBox Energy HANDS ON. BE(nl)

Gumax Terrasverwarmer

Technische fiche Endura Delta

Technische fiche Endura Delta

Wij danken u hartelijk voor de aankoop van uw LivingLight Color Player 2 en Color Player receiver.

installatiehandleiding CO2 SENSOR MCOHome MH9-CO2-WD MH9-CO2-WA

Set-Up instructies MULTICONTROLLER _R02

1 van VENTILATIE- EN LUCHTBEHANDELINGSINSTALLATIES VENTILATOREN

CO 2. -Sensor Handleiding. Verwarming Koeling Ventilatie Filtering

-concentratie is ongezond en resulteert in onder andere concentratieproblemen en gezondheidsklachten zoals hoofdpijn en een slechte nachtrust.

Q-Stream 2.0 woonhuisventilator

Gumax Terrasverwarmer

CODUMÉ SCVU2 TECHNISCHE FICHE. Een vooruitstrevende techniek! EPB conform.

HANDLEIDING BIJ HET PLAATSEN VAN EEN ZELFBOUWPAKKET VENTILATIE

Energie Regeneratie Ventilatie. Op EPBD lijst. Energie efficiënte balansventilatie met warmte- én vochtuitwisseling ERV

RF en Uitbreidingssensor CO 2. Hoofdbediening CO 2. RF Handleiding voor de installateur. Verwarming Koeling Ventilatie Filtering

Kompakt 2.0 MV Box. Technisch Installatieadvies

TechGrow HS-1 PORTABLE CO 2 METER HANDLEIDING. software versie: 1.00

ComfoFan S 425 Handleiding voor de installateur Manuel de l installateur

Installeren van de FOREST SHUTTLE AC

MS Semen Storage Pro

1 van VENTILATIE- EN LUCHTBEHANDELINGSINSTALLATIES VENTILATOREN

PAC-LBK-KIT. Installatie beschrijving Gebruikers beschrijving Technische beschrijving

GEBRUIKSAANWIJZING (verkort) GT1050/GT1060

ComfoFan S Handleiding voor de installateur

ComfoFan CO 2 -systeem. Koeling Ventilatie Filtering

-Sensor Handleiding voor de installateur CO 2. Verwarming Koeling Ventilatie Filtering. Handleiding voor de gebruiker z.o.z.

Q-Stream 2.0 installatiehandleiding

Duco.

Voor echt gezond ventileren! EPC winst 0,22. Het OxyGreen CO 2

Checklist ten behoeve van installatie BoxStream systemen v01

Hygro sensor RF Handleiding voor de installateur. Clean Air. Handleiding voor de gebruiker z.o.z.

Elektrische aansluitingen accessoires

Checklist ten behoeve van installatie BoxStream systemen v03

TechGrow HS-1 PORTABLE CO 2 METER HANDLEIDING. software versie: Uitgifte datum:

Thermostatische radiatorkraan it600 - A2: Versie metontvanger voor boiler - Geen internet

Thermostatische radiatorkraan it600 - B2: Internetversie

DVS Dynamisch Ventilatie Systeem

Duco.

Behuizing: Klasse C (EN 12237) Kleppen: Klasse 3 (EN 1751)

L A-(nl) Duco Comfort System (Plus) Wired / Gebruikershandleiding DucoTronic System Wired

ComfoFan S 425 Stille en energiezuinige woonhuisventilator

Elektrische aansluitingen accessoires

Waterontharder VT1000. Gebruikers handleiding

Niet lokaal Vraaggestuurd Natuurlijk Ventilatiesysteem Duco Ventilation & Sun Control Duco Comfort System

1 Veiligheidsinstructies. 2 Bedoeld gebruik. 3 Bediening. LB-management. Power DALI-taststuureenheid TW

Wind, Sun & Rain Sensor Instructions

WTW of VNV? VNV! VRAAGGESTUURDE NATUURLIJKE VENTILATIE VNV

Meltemi. Model. Geadviseerde installatie hoogte: 2.2 meter. Installatie: horizontaal. Beschikbare lengten: 1 en 1.5 meter

BUVA EcoStream WTW-unit. Een revolutionair, intelligent en modulair balansventilatiesysteem. dat gebruik maakt van warmteterugwinning.

Wij danken u hartelijk voor de aankoop van uw LivingLight Color Player 4 en/of Color Player 4 receiver.

GEBRUIKSAANWIJZING PCE-AC 4000

Technische handleiding Versie 11/11. PLC-INTERFACE (slave)

HANDLEIDING. SCU209DE / basis ontvanger. Inhoud;

Aanvullende handleiding Comfort-luchtgordijn met CHIPS-regeling Model CA

Sensorgestuurde, natuurlijke ventilatie. Vent-O-System CO2. Een optimaal binnenklimaat zonder omkijken

Gebruiksaanwijzing DSC785 Dry/Store Controller

Olympia EKM (vertaling Zonnepanelen123 als service voor gebruikers)

F O R E S T S H U T T L E S / L

Zo eenvoudig kan ventileren zijn. Gebruiksvriendelijk Comfortabel Geluidsarm Energiezuinig Optimaal binnenklimaat

Healthconnector. Gebruiks- en installatiehandleiding Manuel d utilisation et d installation. Software version &

L / DucoTronic System Z-Wave / Gebruikershandleiding

Duco Comfort System Wired / Gebruikershandleiding DucoTronic System Wired

REGELAAR HTR-10 HANDLEIDING versie 2

voorschrift Voor de installateur OpenTherm module AAN DE INSTALLATEUR

Handleiding BW-serie BW2 012 AW1 R230AC ELEKTRISCHE KOGELKRANEN

Handleiding RGB Led Lamp

Ruimtetemperatuur voelers MODBUS, SHT-A1-MB(-LCD) Ruimte MODBUS. Omschrijving

voorschrift Voor de installateur Interface 0-10 V --> ebus AAN DE INSTALLATEUR

GEBRUIKSAANWIJZING Geluidsmeter PCE-MSL 1

5 Installeren. 5.1 Installeren algemeen. 5.2 Plaatsen toestel

Calortrans CT3845(M) Handleiding.

GEBRUIKERSHANDLEIDING. DI-KB Gekoelde bak statisch 3/1-4/1 GN Handl. Gekoelde bak (statisch) Pagina 1-13

ADVANTAGE. L /2010 rev 0. system ONE2 WI ONE2 WB INSTALLATIEHANDLEIDING

Transcriptie:

SmartValve Installatiehandleiding

Inhoudsopgave Veiligheidsvoorschriften... Korte beschrijving van het toepassingsgebied... Plaatsen van de SmartValve... 5 Aansluiten klep en bediening SmartValve... 6 Installeren en inregelen van de SmartValve... 7 Instellen CO 2 grenswaarde... 7 Instellen debiet SmartValve...10 Tabel Drukverschil over SmartValve...1 Instellen minimumdebiet van de SmartValve...15 Master-Slave...19 Bediening...21 Koppeling met een gebouwbeheersysteem...22 Overzicht LEDs...2 Veelgestelde vragen...2 Aantekeningen...25 2

Veiligheidsvoorschriften Transport en verpakking Vermijd schokken tijdens transport en behandeling Controleer de SmartValve, losse onderdelen en accessoires op eventuele transportschade Zorg na het uitpakken voor een milieuvriendelijke afvoer van het verpakkingsmateriaal Veiligheidsvoorschriften Neem bij het plaatsen van de SmartValve onderstaande veiligheidsvoorschriften in acht. Niet opvolgen kan leiden tot schade aan de SmartValve of tot persoonlijk letsel. BUVA is hiervoor niet aansprakelijk. De SmartValve is niet geschikt voor ruimten met: -- Een zeer vettige atmosfeer -- Corrosieve of ontvlambare gassen -- Obstakels die de toegang of bereikbaarheid van de SmartValve belemmeren -- Bochten in het kanaalwerk vlak voor de SmartValve -- Een relatieve vochtigheid hoger dan 90% en temperaturen boven de 0ºC en beneden de -5ºC. Condenserend vocht kan de SmartValve beschadigen De SmartValve dient geplaatst te worden binnen de geïsoleerde schil van het gebouw In de ruimte dient 20V~50Hz monofase met aarding of 12V AC/DC 2V DC aanwezig te zijn Schakel zekering uit alvorens de SmartValve aan te sluiten of open te maken Respecteer de veiligheidsbepalingen voor laagspanningsinstallaties en de eventuele plaatselijke voorschriften van het nutsbedrijf Controleer of het plaatselijke voltage overeen komt met het typeplaatje voor u aansluit -- De SmartValve dient te worden aangesloten op een 12V AC/DC of 2V DC trafo Bekabeling en installatie dient te worden uitgevoerd door een gekwalificeerd persoon De SmartValve dient te allen tijde toegankelijk te blijven ten behoeve van onderhoud Installatiehandleiding SmartValve

Korte beschrijving van het toepassingsgebied De SmartValve is een klep die op basis van de kwaliteit van de binnenlucht (onder andere CO 2 en vocht) opent of sluit. Hierdoor is het mogelijk een gebouw te voorzien van een vraaggestuurd ventilatiesyteem in combinatie met een centrale drukgestuurde dakventilator. Voor verdere informatie op het gebied van toepassing, energiebesparing en andere zaken, raadpleeg de brochure (aan te vragen via www.buva.nl). Specificaties Type SmartValve 125 SmartValve 200 SmartValve 250 Aansluitdiameter 125 mm 200 mm 250 mm Buitendiameter 17 mm 28 mm mm Lengte 61 mm 2 mm 2 mm Capaciteit 125 m /h 00 m /h 600 m /h Demping (Dn,e, w(c;ctr) Aansluitspanning 5dB - - 12V AC/DC of 2V DC 1 klep minimaal 0,6 Ampère 2-5 kleppen minimaal 1,25 Ampère 6-7 kleppen minimaal 1,89 Ampère

152 Plaatsen van de SmartValve Voor een goede werking van de SmartValve dienen onderstaande voorwaarden in acht te worden genomen: De SmartValve is enkel toepasbaar in combinatie met een constant-drukventilator Ter voorkoming van bovenmatig installatiegeluid adviseert BUVA een minimale afstand van 1 meter tussen SmartValve en afvoerventiel in de ruimte De stromingsrichting van de lucht dient overeen te komen met de richting van de pijl op de SmartValve Kanalen dienen voldoende ruim ontworpen te zijn. Het maximale drukverlies over de SmartValve mag niet meer dan 200Pa bedragen Het kanaalsysteem dient ter plaatse van de SmartValve voldoende ondersteund te worden Het kanaalsysteem dient voldoende luchtdicht te worden afgewerkt Om schade aan de sensoren te voorkomen, is het noodzakelijk dat de sensoren in horizontale lijn geplaatst worden Horizontale lijn GND 0-10V Out GND + Trafo GND 0-10V In GND + 172 Installatiehandleiding SmartValve 5

Aansluiten klep en bediening SmartValve Aansluiten hoofdbediening C1 A B C D C2 1 2 Printplaat SmartValve Sluit + en GND van de trafo (niet meegeleverd) aan op printplaat van de SmartValve. De hoofdbediening wordt met een 10-aderige kabel (minimaal 0, mm 2 ; maximaal 0,8 mm 2 ) op de SmartValve aangesloten. Op de printplaat van de klep en de hoofdbediening zijn bijbehorende coderingen aangegeven. Er mogen maximaal 2 bedieningen op één SmartValve aangesloten worden. Achterzijde bediening 6

Installeren en inregelen van de SmartValve Nadat de SmartValve geplaatst en aangesloten is, kan deze ingeregeld worden. Er zijn twee instelmogelijkheden. Instellen van de CO 2 grenswaarde (wat is de CO 2 waarde die niet overschreden mag worden). Instellen van de maximale positie van de klep op het moment dat de grenswaarde overschreden wordt. Instellen CO 2 grenswaarde (alleen mogelijk voor een master) Standaard is deze waarde ingesteld op 1200PPM. Het is niet noodzakelijk deze instelling aan te passen. De CO 2 -grenswaarde van de SmartValve kan ingesteld worden. De grenswaarde zorgt ervoor dat het CO 2 niveau niet overschreden wordt in de aangesloten ruimtes. 1. Zet de SmartValve in de aanwezigheidxl stand door kort indrukken van knop 2. LED knop 2 brandt continu. 1 2 1 2 Installatiehandleiding SmartValve 7

Instellen CO 2 grenswaarde Vervolg 2. Druk knoppen 2 en knop gelijktijdig meer dan 5 seconden in. De LED s bij knop 1, knop 2 en knop knipperen nu snel. 1 2 1 2. Met behulp van knop wordt het setpoint één stap verlaagd. Met behulp van knop wordt deze één stap verhoogd (100 of 200PPM, zie hiervoor de tabel op pagina 9) 1 2 1 2 CO 2 grenswaarden verlagen CO 2 grenswaarden verhogen Er zijn 8 gedefinieerde CO 2 grenswaarden. 8

Knipperen op een bepaalde frequentie Knop 1 Knop 2 Knop Knop Grenswaarde CO 2 1 0 0 0 600ppm 1 0 0 1 800ppm 1 0 1 0 900ppm 1 0 1 1 1000ppm 1 1 0 0 1100ppm 1 1 0 1 1200ppm 1 1 1 0 100ppm 1 1 1 1 1600ppm. Op het moment dat de gewenste grenswaarde is gekozen wordt deze ingesteld middels kort indrukken van knop 2 1 2 1 2 Installatiehandleiding SmartValve 9

Instellen debiet SmartValve Instellen nominaal/maximaal debiet Bij het inregelen kan het maximale debiet (maximale klepstand) inge steld worden op de SmartValve of op de ventielen in de ruimte. In geval van inregelen van het debiet op de ventielen is inregelen van de SmartValve niet nodig. Zorg dat alle SmartValves die aangesloten zijn op hetzelfde afvoerleidingnetwerk onder spanning gezet worden. Bij opstart zal de klep zichzelf kalibreren en tegen de aanslag gaan staan en vervolgens volledig openen. SmartValves zonder bediening zijn nu gebruiksklaar. N.B.: met eventuele losse bediening is het debiet nog apart in te regelen. Instellen maximaal debiet Smartvalve (uitsluitend mogelijk met bediening) Sluit de vierstandenschakelaar aan. Druk gelijktijdig knop 1 en knop langer dan 5 seconden in. Knop 1, 2, en zullen snel knipperen. 1 1 2 10

De LEDs blijven snel knipperen zolang de inregeling niet voltooid is. Meet het debiet op (met een anemometer) aan het/de afvoer ventiel(en) in de ruimte(s). Wanneer het opgemeten debiet niet het gewenste debiet is kan men via de bediening de positie van het klepblad veranderen. Per druk op knop wordt het klepblad per stap meer gesloten, per druk op knop wordt het klepblad per stap meer 1 2 opengezet. Tevens kunt u de SmartValve inregelen op basis van een gewenst drukverschil over de klep. Zie hiervoor de tabel op pagina 1. Er zijn 16 standen aan te passen, van stand 1 (=volledig gesloten) tot stand 16 (= volledig open). De combinatie van de snel knipperende LEDs op de knoppen duidt aan in welke stand het klepblad staat (zie tabel op pag. 12). Klepblad meer sluiten/openen: Klepblad meer sluiten Klepblad meer openen 1 2 1 2 Installatiehandleiding SmartValve 11

Tabel LED-indicatie stand klepblad Knop 1 Knop 2 Knop Knop Knipperen op een bepaalde frequentie voor weergave stap 0 0 0 0 Positie klepblad 0 (volledig gesloten) 0 0 0 1 Positie klepblad 1 0 0 1 0 Positie klepblad 2 0 0 1 1 Positie klepblad 0 1 0 0 Positie klepblad 0 1 0 1 Positie klepblad 5 0 1 1 0 Positie klepblad 6 0 1 1 1 Positie klepblad 7 1 0 0 0 Positie klepblad 8 1 0 0 1 Positie klepblad 9 1 0 1 0 Positie klepblad 10 1 0 1 1 Positie klepblad 11 1 1 0 0 Positie klepblad 12 1 1 0 1 Positie klepblad 1 1 1 1 0 Positie klepblad 1 1 1 1 1 Positie klepblad 15 (volledig open) Voorbeeld: LED indicatie Positie klepblad 1 2 12

Als het gewenste nominale debiet bereikt is, dient men (kort) op knop 2 te drukken om de inregelprocedure af te sluiten. Hierna is de inregeling voltooid; de LED op knop 2 brandt. De SmartValve werkt in de Aanwezigheid XL stand. 1 2 1 2 Installatiehandleiding SmartValve 1

Tabel Drukverschil over SmartValve Capaciteit (m /h) 125 100 75 50 25 Hoekverdraaiing Klepstand 15 0 0 0 0 0 Klepstand 1 10 10 5 0 0 Klepstand 1 25 20 10 5 0 Klepstand 12 5 20 10 5 0 Klepstand 11 50 0 15 10 0 Klepstand 10 60 0 20 10 5 Klepstand 9 110 70 0 20 5 Klepstand 8 155 100 55 25 5 Klepstand 7 180 115 65 0 10 Klepstand 6 25 155 90 0 10 Klepstand 5 20 205 115 50 15 Klepstand 680 5 25 110 0 Klepstand 1080 695 90 175 5 Klepstand 2 75 2225 1250 555 10 Klepstand 1 1875 9520 555 280 595 Klepstand 0 60000 8500 21650 9650 200 Opmerking Gegeven waarden zijn richtwaarden. Waarden boven de 500Pa worden niet geadviseerd. 1

Instellen minimumdebiet van de SmartValve Standaard staat de minimale klepstand van de SmartValve ingesteld op 10% van de maximaal ingestelde klepstand. Er kunnen omstandig - heden zijn dat het wenselijk is deze minimale stand te verhogen. Belangrijk Zorg dat eerst alle SmartValves, die luchttechnisch verbonden zijn met een centrale ventilator op nominaal/maximaal debiet (zie Instellen nominaal/maximaal debiet pagina 10 en verder) ingeregeld zijn. Inregeling minimale stand van de SmartValve STAP 1: Druk beide knoppen 2 en langer dan 10 sec gelijktijdig in. Bij positief gevolg zal enkel LED 2 op de -standenschakelaar knipperen en blijven knipperen zolang de inregeling niet voltooid is. Het klepblad van de SmartValve gaat naar de minimumstand. 1 2 1 2 Installatiehandleiding SmartValve 15

STAP 2: Met de -standenschakelaar kan de gewenste kleppositie voor het minimumdebiet ingesteld worden. Per druk op knop wordt het klepblad stap voor stap gesloten, per druk op knop wordt het klepblad stap voor stap opengezet. 1 2 1 2 Klepblad meer sluiten Klepblad meer openen 16

Het klepblad kan in 12 verschillende posities ingesteld worden. De combinatie van de snel knipperende LEDs op de knoppen geeft weer in welke stand het klepblad gepositioneerd staat (bij minimumklepstand) in functie van de nominale klepstand. Knipperen op een bepaalde frequentie Knop 1 Knop 2 Knop Knop Positie klepstand minimumdebiet 0 1 0 0 10% van nominale klepstand 0 1 0 1 15% van nominale klepstand 0 1 1 0 20% van nominale klepstand 0 1 1 1 25% van nominale klepstand 1 0 0 0 0% van nominale klepstand 1 0 0 1 0% van nominale klepstand 1 0 1 0 50% van nominale klepstand 1 0 1 1 60% van nominale klepstand 1 1 0 0 70% van nominale klepstand 1 1 0 1 80% van nominale klepstand 1 1 1 0 90% van nominale klepstand 1 1 1 1 100% van nominale klepstand Voorbeeld: De knipperende LEDs geven een combinatie 0% van nominale klepstand weer. 1 2 Stel dat de klepstand bij nominaal debiet 70 open staat, dan zal bij minimumpositie de klepstand 28 (=70x0%) open staan. Installatiehandleiding SmartValve 17

STAP : Op het moment dat het gewenste minimum afvoerdebiet bereikt is, dient men (kort) op knop 2 te drukken om te bevestigen. De minimum positie van het klepblad is hierbij ingesteld. Op de hoofdbediening zal LED op knop 2 continu branden. De SmartValve staat dan in de Aanwezigheid XL stand. 1 2 1 2 18

Master-Slave Slave GND 0-10V Out GND + GND 0-10V In GND + Bij toepassen van de Master-Slave regeling is het mogelijk de maximale en minimale stand van de Master en Slave apart in te stellen. Om de Slave aan te sturen moet de GND en 0-10V vanuit de Master doorgelust worden. De Slave kan ook vanuit de Master gevoed worden. Hiervoor dienen GND en + doorgelust worden. Het is ook mogelijk de Slave apart te voeden. GND 0-10V Out GND + GND 0-10V In GND + Master Installatiehandleiding SmartValve 19

In de MASTER SmartValve zijn een CO 2 - en H 2 O-sensor geïntegreerd, die de luchtkwaliteit opmeten in de aangesloten ruimtes. Afhankelijk van de opgemeten waarde van de sensoren, wordt de positie van het klepblad bepaald. De positie van het blad varieert tussen minimumdebiet en maximaal/nominaaldebiet. Op die manier wordt het afvoerdebiet aangepast in functie van de aanwezige sensor(en); Uitstekende luchtkwaliteit: klepblad in minimumstand (= % zoals ingesteld op pagina 1) Slechte luchtkwaliteit: klepblad in nominaalstand (= 100% nominale klepstand zoals ingesteld op pagina 10) Vochtsensor H 2 O CO 2 sensor Regeling luchtafvoer Reageert op een grote stijging of een grote absolute waarde relatieve vochtigheid. De sensor is vast gedefinieerd ingesteld. Lineaire regeling volgens de ingestelde CO 2 -grenswaarde. Openen van klepblad Openen van minimumstand naar nominaalstand bij vochtdetectie Proportioneel in functie van het opgemeten en ingestelde CO 2 - grenswaarde, tussen minimumstand en nominaalstand. 20

Bediening Met de vierstandenschakelaar is het ventilatieniveau naar behoefte aan te passen. De verschillende mogelijkheden zijn: 1. Ecostand: standaardstand waarbij met een minimum aan lucht, optimaal geventileerd wordt 2. Aanwezigheidsstand XL: stand waarbij op basis van de setpointwaarde geventileerd wordt. Ventilatie verminderen (SmartValve sluiten). Ventilatie verhogen (SmartValve openen) 1 2 Installatiehandleiding SmartValve 21

Koppeling met een gebouwbeheersysteem Het is mogelijk de SmartValve te koppelen met een gebouwbeheersysteem (GBS). In deze configuratie wordt de SmartValve aangestuurd middels een 0-10V signaal vanuit het GBS. GBS 0-10V Transfo 12/2V min. 0,6A Hierbij geldt: Stuursignaal GBS 0-1,25V Autonome werking SmartValve Stuursignaal GBS 2V (±0,25V) Klepstand volledig dicht (0%) Stuursignaal GBS V (±0,25V) Klepstand 1 Stuursignaal GBS V (±0,25V) Klepstand 2 Stuursignaal GBS 5V (±0,25V) Klepstand Stuursignaal GBS 6V (±0,25V) Klepstand Stuursignaal GBS 7V (±0,25V) Klepstand 5 Stuursignaal GBS 8V (±0,25V) Klepstand 6 Stuursignaal GBS 9V (±0,25V) Klepstand 7 (100%) Indien de sturing van de SmartValve door een GBS wordt overgenomen, zal een eventueel aangesloten bediening geen LED indicatie laten zien. 22

Overzicht LEDs Knop ➊ Knop ➋ Knop ➌ Knop ➍ continu knipperen continu knipperen continu knipperen continu Werking SmartValve 1 0 0 0 0 0 0 0 Ventileert volgens ECO Mode 0 0 1 0 0 0 0 0 Ventileert volgens HRC Mode 0 0 0 0 1 0 0 0 Ventileert volgens EmptyHouse Mode 0 0 0 0 0 0 1 0 Ventileert volgens Nominaal Mode knipperen 0 0 0 0 1 0 1 0 Ventileert volgens manueel verminderen/vermeerderen 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand inregeling 0: Volledig gesloten 0 0 0 0 0 0 0 1 Stand inregeling 1 0 0 0 0 0 1 0 0 Stand inregeling 2 0 0 0 0 0 1 0 1 Stand inregeling 0 0 0 1 0 0 0 0 Stand inregeling - Inregeling minimumdebiet 10% 0 0 0 1 0 0 0 1 Stand inregeling 5 - Inregeling minimumdebiet 15% 0 0 0 1 0 1 0 0 Stand inregeling 6 - Inregeling minimumdebiet 20% 0 0 0 1 0 1 0 1 Stand inregeling 7 - Inregeling minimumdebiet 25% 0 1 0 0 0 0 0 0 0 1 0 0 0 0 0 1 0 1 0 0 0 1 0 0 0 1 0 0 0 1 0 1 0 1 0 1 0 0 0 0 0 1 0 1 0 0 0 1 0 1 0 1 0 1 0 0 0 1 0 1 0 1 0 1 1 2 Stand inregeling 8 - Inregeling minimumdebiet 0% Grenswaarde CO 2 = 600ppm Stand inregeling 9 - Inregeling minimumdebiet 0% Grenswaarde CO 2 = 800ppm Stand inregeling 10 - Inregeling minimumdebiet 50% Grenswaarde CO 2 = 900ppm Stand inregeling 11 - Inregeling minimumdebiet 60% Grenswaarde CO 2 = 1000ppm Stand inregeling 12 - Inregeling minimumdebiet 70% Grenswaarde CO 2 = 1100ppm Stand inregeling 1 - Inregeling minimumdebiet 80% Grenswaarde CO 2 = 1200ppm Stand inregeling 1 - Inregeling minimumdebiet 90% Grenswaarde CO 2 = 100ppm Stand inregeling 15 - Inregeling minimumdebiet 100% Grenswaarde CO 2 = 1600ppm Installatiehandleiding SmartValve 2

Veelgestelde vragen Is het noodzakelijk een hoofdbediening te installeren? De SmartValve werkt volledig automatisch. Voor extra instellingsmogelijkheden kan een hoofdbediening worden toegevoegd aan het systeem, maar dat is niet noodzakelijk. Voor het inregelen en aanmelden van de SmartValve is een bediening altijd noodzakelijk. Klep reageert niet direct op instellen automatische modus. Dit klopt, op het moment dat de klep in de automatische modus gezet wordt zal het duren tot de eerste meting van de sensor voordat de klep reageert. Dit kan tot twee minuten duren. Wat te doen als de spanning van het systeem is geweest? Op het moment dat de spanning van de SmartValve is geweest, hoeft deze niet opnieuw te worden ingeregeld. Hoe kan ik de SmartValve resetten? Door gelijktijdig knop 1 en langer dan 5 seconden in te drukken wordt de SmartValve gereset. Gedurende 10 seconden brandt geen enkele LED. Vervolgens licht LED 2 op. De klep zal dan in stand twee gaan ventileren. De ingestelde CO 2 -waarde en klepstand worden niet gereset, maar blijven behouden. Automatische afsluiting inregelprocedure Indien er tijdens instellen van minimum of maximum/nominaal debiet uur geen knop ingedrukt wordt van de -standenschakelaar, wordt de inregelprocedure van de aangesloten SmartValve automatisch afgesloten. De positie van het klepblad wordt ingesteld volgens de stand waarin de -standenschakelaar staat vóór de gestarte aanpassing. 2

Aantekeningen Installatiehandleiding SmartValve 25

Aantekeningen 26

Verantwoording Ondanks alle zorgvuldigheid kunnen wij niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele onvolkomenheden, terwijl wij ons tevens het recht voorbehouden even tuele model-, maat-, of assortimentswijzigingen door te voeren. Daarnaast kunnen normen, voorschriften en bouwbesluits-eisen wijzigen. Verder zijn onze Algemene voorwaarden van toepassing. Deze zijn te vinden op www.buva.nl. Deze handleiding is een uitgave van BUVA. Zetfouten en tussentijdse wijzigingen voorbehouden. 15086.16.10.1M Installatiehandleiding SmartValve 0180-69 75 00 buva.nl 27

BUVA SmartValve Vraaggestuurde ventilatie Energiezuinig Standaard regelen op basis van luchtkwaliteit Toepasbaar in bestaande hoogbouw Eenvoudige bediening Eenvoudige installatie Besparing op de Energie-Index 0180-69 75 00 buva.nl