Liturgie Stille Week 2013 Ps. Een vriendelijk verzoek: wilt u de liturgie weer bij de uitgang terugleggen, zodat deze de andere dagen weer opnieuw gebruikt kan worden? Bij voorbaat dank.
Maandag 25 maart 2013 Welkom Gebed Psalm 113 Psalmen voor Nu 1 Gods volgelingen moeten voor hem zingen: vertel voortaan de goede dingen die God doet aan iedereen onder de zon. Want God is goed, hoog in de hemel, boven alle stervelingen. 2 Wie lijkt op onze God, die uit de hemel ook naar de kleine dingen op de aarde kijkt? Hij raapt de zwakken op, Hij maakt de armen rijk, Hij zal van kinderloze vrouwen moeders maken. Alle eer aan God. (2x) Alle eer aan God. (3x) Exodus 1: 8 Er kwam in Egypte een nieuwe koning aan de macht, die Jozef niet gekend had. 9 Hij zei tegen zijn volk: De Israëlieten zijn te sterk voor ons en te talrijk. 10 Laten we verstandig handelen en voorkomen dat dit volk nog groter wordt. Want stel dat er oorlog uitbreekt en zij zich aansluiten bij onze vijanden, de strijd tegen ons aanbinden en uit het land wegtrekken! 11 Er werden slavendrijvers aangesteld die de Israëlieten tot zware arbeid dwongen. Ze moesten voor de farao de voorraadsteden Pitom en Raämses bouwen. 12 Maar hoe meer de Israëlieten onderdrukt werden, des te talrijker werden ze. Ze breidden zich zo sterk uit dat de Egyptenaren een afkeer van hen kregen. 13-14 Daarom beulden ze hen af en maakten ze hun het leven ondraaglijk met zwaar werk: ze moesten stenen maken van klei en op het land werken, en ze werden voortdurend mishandeld. 15 Bovendien gelastte de koning de Hebreeuwse vroedvrouwen, Sifra en Pua geheten, het volgende: 16 Als u de Hebreeuwse vrouwen bij de bevalling helpt, let dan goed op het geslacht van het kind. Als het een jongen is, moet u hem doden; is het een meisje, dan mag ze blijven leven. 17 Maar de vroedvrouwen hadden ontzag voor God en deden niet wat de koning van Egypte hun had opgedragen: ze lieten de jongetjes in leven. 18 Daarom ontbood de koning de vroedvrouwen. Wat heeft dit te betekenen? vroeg hij hun. Waarom laat u de jongens in leven? 19 De vroedvrouwen antwoordden de farao: De Hebreeuwse vrouwen 2
zijn anders dan de Egyptische: ze zijn zo sterk dat ze hun kind al gebaard hebben voordat de vroedvrouw er is. 20 God zegende het werk van de vroedvrouwen, zodat het volk zich sterk uitbreidde. 21 En omdat de vroedvrouwen ontzag voor God hadden, schonk hij ook aan hen nakomelingen. 22 Toen gaf de farao aan heel zijn volk het bevel om alle Hebreeuwse jongens die geboren werden in de Nijl te gooien; de meisjes mochten in leven blijven. Lucas 22: 24 Toen ontstond er onder hen onenigheid over de vraag wie van hen de belangrijkste was. 25 Jezus zei tegen hen: Vorsten oefenen heerschappij uit over de aan hen onderworpen volken, en wie macht heeft laat zich weldoener noemen. 26 Laat dat bij jullie niet zo zijn! De belangrijkste van jullie moet de minste worden en de leider de dienaar. 27 Want wie is belangrijker, degene die aanligt om te eten of degene die bedient? Is het niet degene die aanligt? Maar ik ben in jullie midden als iemand die dient. 28 Jullie zijn in al mijn beproevingen steeds bij mij gebleven. 29 Ik bestem jullie voor het koningschap zoals mijn Vader mij voor het koningschap bestemd heeft: 30 jullie zullen in mijn koninkrijk eten en drinken aan mijn tafel, en zetelen op een troon om recht te spreken over de twaalf stammen van Israël. 31 Simon, Simon, weet dat Satan jullie voor zich heeft opgeëist om jullie als graan te mogen zeven. 32 Maar ik heb voor je gebeden opdat je geloof niet zou bezwijken. En als jij eenmaal tot inkeer bent gekomen, moet jij je broeders sterken. 33 Simon antwoordde: Heer, ik ben zelfs bereid om met u de gevangenis in te gaan en te sterven. 34 Maar Jezus zei: Ik zeg je, Petrus, deze nacht zal de haan niet kraaien voordat je driemaal geloochend hebt dat je mij kent. Overdenking Opwekking 706 Luisterlied 1 Zie hoe Jezus lijdt voor mij, aan het kruis de dood nabij. Die voor mij het oordeel draagt, Hij die tot zonde wordt gemaakt. Wat een offer - Hij voor mij! Wie wil worden zoals Hij? Zoveel pijn, ongerechtigheid, is op Hem die voor mij strijdt. 2 Zie hoe Jezus biddend strijdt, met de pijn, verlatenheid. Zo alleen, verwond, roept Hij: Mijn God, waarom verlaat U Mij? Zie wat Jezus heeft gedaan, 3
in Zijn lijden heeft doorstaan. Zoveel liefde verwondert mij, niemand heeft zo lief als Hij. Als de Heer Zijn leven geeft, vlucht de dag, de aarde beeft. Zelfs de dood verliest haar macht als Jezus roept: Het is volbracht! Waarlijk, Hij is Zoon van God, die voor ons gekruisigd wordt. Door Zijn wonden genezen wij, in Zijn dood maakt Hij ons vrij. Heel de schepping slaakt een zucht, Dankgebed zij ontwaakt, het duister vlucht. Jezus leeft, is opgestaan, Hij roept ons uit de dood vandaan. Juicht want Hij, mijn Here leeft, Hij die overwonnen heeft. Nooit meer tranen, en nooit meer pijn. Nooit van God verlaten zijn. Juicht wat Hij, mijn Here leeft, Hij die ons de toekomst geeft. Nooit meer tranen, en nooit meer pijn. Nooit van God verlaten zijn. O Hoofd bedekt vol wonden, Gerald Troost O Hoofd, vol bloed en wonden, Verstoot mij, zondaar niet! Met smaad gedekt en hoon, O God lijk Hoofd omwonden, O Hoofd, vol bloed en wonden, Met scherpe doornenkroon O Gods onschuldig Lam, O Gij, die and re kronen, Dat voor der mensen zonden, En Glorie waardig zijt, De schulden op zich nam! Ik wil mijn hart U tonen, Dat met U medelijdt. Mijn God, die zonder klagen, Het zwaarste hebt doorstaan, Al wat Gij had te dragen, Wie heeft het U gedaan! Wee mij, die voor de zonden, Het hoogste goed verliet! O, om uw bloed en wonden, En als ik eens moet strijden, Mijn allerlaatste strijd, Wil ik nog eens belijden, Dat Gij mijn Heiland zijt, O Hoofd, vol bloed en wonden, O Hoofd, vol smart en smaad! Wees in die laatste stonden, Mijn hoogste toeverlaat Zegenbede 4
5