AEG OVERLOCKMACHINE Model: 300 Model: 320 GEBRUIKERSHANDLEIDING
BELANGRIJKE VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN Bij het gebruik van een elektrisch toestel moeten enkele basisveiligheidsmaatregelen in acht genomen worden. Hiertoe behoren: Lees de volledige handleiding aandachtig door alvorens u de naaimachine gebruikt. OPGELET Om elektrische schokken te vermijden: Laat de machine nooit onbewaakt achter als ze aangesloten is op het net. Trek de stekker uit het stopcontact onmiddellijk na elk gebruik en voor u de machine schoonmaakt. Trek de stekker uit het stopcontact alvorens u de gloeilamp vervangt. Gebruik een gloeilamp van max. 15 watt. OPGELET Om brand, elektrische schokken en persoonlijke letsels te vermijden: - De machine is geen speelgoed. Wees bijzonder oplettend als de machine door kinderen of in het bijzijn van kinderen gebruikt wordt. - De machine mag enkel gebruikt worden voor de in deze handleiding beschreven doeleinden. Gebruik enkel toebehoren dat in deze handleiding door de fabrikant aanbevolen wordt. - De machine mag niet gebruikt worden als de kabel of de stekker beschadigd zijn, de machine niet volgens de voorschriften functioneert, gevallen of beschadigd is of nat geworden is. Als een controle of herstelling nodig is of als elektrische of mechanische ijking vereist is, moet u de machine naar uw officiële dealer of naar de klantendienst terugbrengen. - Deze machine is uitgerust met een speciale kabel die indien beschadigd door een kabel van hetzelfde type vervangen moet worden. Een kabel van hetzelfde type vindt u bij uw dealer. - De machine mag niet gebruikt worden als de ventilatieopeningen verstopt zijn. Hou de ventilatieopeningen en het voetpedaal vrij van pluisjes, stof en los weefsel. - Steek of laat geen voorwerpen vallen in de openingen van de machine. - Gebruik de machine niet in open lucht. - De machine mag niet gebruikt worden op plaatsen waar sprays of zuivere zuurstof gebruikt worden. - Plaats geen voorwerpen op het voetpedaal aangezien de machine dan onverwacht zou kunnen starten en de motor en het voetpedaal verhit zouden kunnen geraken. - Zet alle schakelaars op "UIT" om de machine uit te schakelen en trek de stekker uit het stopcontact. - Trek niet aan de kabel om de stekker uit het stopcontact te halen. - Hou uw vingers uit de buurt van alle bewegende onderdelen. Let bijzonder goed op in de buurt van de naainaald. - Gebruik altijd de correcte naaldplaat. Een verkeerde naaldplaat kan ervoor zorgen dat de naald breekt. - Gebruik geen kromme naalden. - Trek of schuif niet aan het naaiwerk tijdens het naaien. Hierdoor kan de naald buigen of breken. - Schakel de machine altijd uit als u werkt in de buurt van de naald bv. bij het draden van de naald of het verwisselen van de naald of naaldvoet. - Trek altijd de stekker uit het stopcontact bij het uitvoeren van in deze handleiding beschreven onderhoudswerken. - Gebruik uitsluitend originele vervangstukken. BEWAAR DEZE HANDLEIDING ZORVULDIG Opgelet Wees voorzichtig bij het werken in de buurt van de naald zodat u uw vingers niet kwetst. Leg bij het eerste gebruik van de machine een stuk stof onder de naaivoet en laat de machine enkele minuten lopen zonder draad. Verwijder eventueel overtollige olie met een doekje.
INHOUD 1. EEN OVERZICHT VAN UW OVERLOCKMACHINE De belangrijkste onderdelen... 2 Toebehoren... 3 De machine opstellen... 4 Inrijgen voorbereiden... 5-6 Opvangreservoir voor pluisjes, zoomlineaal... 7 Draadafsnijder, de naaivoet verwisselen... 7 De naalden verwisselen, stof-, naald- en garentabel... 8 2. VOORBEREIDING De machine inrijgen... 9-12 Nuttige tips... 12 Proeflapje met overlocksteken... 13 Instellingentabel... 14 3-draads overlock met een naald... 15 Omstellen naar 2-draads gebruik... 15 Smalle zomen, rolzomen en picotranden... 16 De draadspanning instellen... 17 De steeklengte en de naadbreedte instellen... 18 Differentieel transport... 19 Drukregelaar naaivoet... 20 Heel zware stoffen of meerdere stoflagen naaien... 20 Basisnaaitechnieken Om de hoek naaien zonder de draad af te snijden... 21 Rondingen maken, naden scheiden... 21 Overlocknaad met verstevigingsgaren... 22 Decoratieve effecten... 23 Toepassingen voor verschillende instellingen van het differentieel transport... 24 3. ONDERHOUD VAN DE MACHINE Het bovenmes verwisselen, loshaken... 25 Het kopdeksel verwijderen... 25 Schoonmaken en smeren... 26 4. TROUBLESHOOTING... 27 TECHNISCHE GEGEVENS MODEL 300 320 Aantal draden: 3 of 4 2, 3 of 4 Bovensteekbreedte 6 mm (linkse naald), 3,8 mm (rechtse naald) Naald HA1-SP, HA 1(130/705H) Steeklengte 1 5 mm Naaisnelheid max. 1300 steken/minuut Afmetingen 320 mm (breedte) 280 mm (diepte) 280 mm (hoogte) Gewicht 8 kg
1. EEN OVERZICHT VAN UW OVERLOCKMACHINE DE BELANGRIJKSTE ONDERDELEN geöffneter Arbeitstisch geopende stoftafel 1. Drukregelaar naaivoet 2. Naailicht 3. Naaivoethevel 4. Draadafsnijder (enkel bij model 320) 5. Naaldplaat 6. Naaivoet 7. Instelwiel naadbreedte 8. Stoftafel 9. Draadgeleider 10. Instelwiel draadspanning linkse naald 11. Instelwiel draadspanning rechtse naald 12. Instelwiel draadspanning ondergrijper 13. Instelwiel draadspanning bovengrijper 14. Draadgeleiders 15. Draadafsnijder (enkel bij model 320) 16. Instructies 2-draadsconvertor (enkel bij model 320) 17. Inrijgschema 18. Opvangreservoir voor pluisjes 19. Voetpedaal 20. Ontkoppelingshendel 21. Hendel voor naaivoethouder 22. Garenklostafel 23. Regelaar voor differentieel transport 24. Instelwiel voor steeklengte 25. Handwiel 26. Aansluiting stroomkabel 27. Stroom- en naailichtschakelaar 28. Frontplaat 29. Bovenmes 30. Bovengrijper 31. Ondergrijper
TOEBEHOREN Alle opgelijste onderdelen zijn verkrijgbaar bij uw lokale dealer. 1. 2-draadsconvertor (enkel bij model 320) 2. Rolzoomvinger (enkel bij model 320) 3. Set naalden (optioneel) 4. Pluisjesborstel (optioneel) 5. Schroevendraaier (klein) 6. Rolmeter (optioneel) 7. Machinedeksel 8. Schroevendraaier (groot) 9. Olie 10. Bovenmes 11. Moersleutel 12. Garenklosnet 13. Pincet 14. Garenklostafel 15. Garenkloshouder 16. Touwgeleider 17. Tas voor toebehoren * Het vakje voor toebehoren aan de achterkant van de frontplaat is enkel beschikbaar bij model 320.
DE MACHINE OPSTELLEN 1. Verwijder alle overtollige olie rond de naaldplaat en de stoftafel. 2. VOETPEDAAL Steek de stekker van het voetpedaal in de outlet en steek de stekker van de stroomkabel in het stopcontact. 3. STROOM-/NAAILICHTSCHAKELAAR De machine is niet klaar voor gebruik zolang de stroom-/naailichtschakelaar niet ingeschakeld is. Met deze schakelaar worden tegelijk de stroom en het naailicht in- en uitgeschakeld. Trek de stekker uit het stopcontact als u de machine onbewaakt achterlaat of als u onderhoudswerken uitvoert. 4. FRONTPLAAT OPENEN Druk de frontplaat naar rechts en klap ze dan naar onder naar u toe als u ze wil openen. 5. STOFTAFEL OPENEN Om de stoftafel te openen, trekt u de ontkoppelingshendel met uw rechterhand naar u toe en drukt u de top van de naaivoet met uw linkerhand naar boven. Netzkabelbuchse Netz-/Nählichschalter Auslösehebel Arbeitstisch Frontabdeckung Aansluiting stroomkabel Stroom-/naailichtschakelaar Ontkoppelingshendel Stoftafel Frontplaat
INRIJGEN VOORBEREIDEN DRAADGELEIDERHOUDER Trek de draadgeleiderhouder naar boven tot hij losspringt. Plaats de garenklossen op de pennen en trek het garen van achter naar voor door de garengeleiders aan de houder. De garenklossen worden op de geleider vastgehouden als de garenkloshouder naar onder gedrukt wordt. Fadenführungsständer Fadenführung Draadgeleider Draadgeleiding
GARENKLOSKAPPEN VOOR GANGBARE GARENKLOSSEN GARENKLOSTAFEL EN GARENKLOSHOUDER VOOR KEGELVORMIGE GARENKLOSSEN Gebruik voor grote kegelvormige garenklossen de garenkloshouders uit rubber en plaats ze met het brede uiteinde naar boven. Gebruik voor kleinere garenklossen dezelfde garenkloshouders en plaats ze met het smalle uiteinde naar boven op de garenklospen. GARENKLOSNETTEN Polyester- en dikkere nylondraden lossen tijdens het afwinden. Daarom moet garenklosnetten over de garenklossen geschoven worden zodat een gelijkmatige toevoer van garen gegarandeerd kan worden. Garnrollenkappe Haushaltsgarnrolle konische Garnrolle Garnrollenhalter Garnrollenteller Garnrollennetz nach oben umschlagen Garnrolle Garenkloskap Gewone garenklos Kegelvormige garenklos Garenkloshouder Garenklostafel Garenklosnet Naar boven omgevouwen Garenklos
RESERVOIR VOOR PLUISJES Als het reservoir voor pluisjes op zijn plaats gezet wordt, wordt hierin alle naaiafval verzameld. Nadat u klaar bent met naaien, klapt u het reservoir naar boven zoals afgebeeld op de figuur, zodat het nopje C in gleuf D past en de pen aan de linkerkant van het reservoir in uitsparing B onderaan glijdt. ZOOMLINEAAL Bij gebruik van de zoomlineaal wordt de stof op gelijke afstand van de rand gesneden en genaaid. De breedte kan ingesteld worden via de zoomlineaal. DRAADAFSNIJDER (enkel bij model 320) De draadafsnijder is in de naaldplaat geďntegreerd. Zorg ervoor dat de stroomschakelaar uitgeschakeld is. Snij de draad vervolgens in de buurt van het naaduiteinde af door de hendel zoals afgebeeld op de figuur naar beneden te drukken. DE NAAIVOET VERWISSELEN Zorg ervoor dat de naald bovenaan staat. Breng de naaivoet naar boven met behulp van de naaivoethevel. 1. Druk op de hevel voor de naaivoethouder en verwijder de naaivoet. 2. Leg de gewenste naaivoet op de naaldplaat en zet het naaldoog op de juiste plaats. 3. Breng de naaivoethevel naar beneden en druk op de hevel van de naaivoethouder zodat de houder de naaivoet opneemt. Hebel für Nähfußhalter Hendel voor naaivoethouder
DE NAALDEN VERWISSELEN Breng de naaldstang in de hoogste positie door aan het handwiel te draaien. Zorg ervoor dat de naaivoet beneden blijft. Los de schroef van de naaldklem om de naald te verwijderen en schuif de nieuwe naald met de vlakke kant naar achter in tot aan de aanslag van de naaldstang. Draai daarna de schroef van de naaldklem terug vast. STOF-, NAALD- EN GARENTABEL Gebruik naalden van het type HA 1 SP, HA 1 (130/705H). Nadelklammerschraube mit der flachen Seite nach hinten Schroef van de naaldklem met de vlakke kant naar achter KATOEN LINNEN WOL SYNTHETISCHE STOFFEN BREIGOED STOF GAREN NAALD Licht: katoen nr. 100 organdie, batist, gingham Zwaar: polyester nr. 60-50 oxford, jeans, katoen nr. 60 katoengabardine Licht: tropical (kamgaren), wol, popeline polyester nr. 80 katoen nr. 60 serge, gabardine, flanel polyester nr. 80-60 katoen nr. 60 Zwaar: polyester nr. 60-50 velours, mohair, astrakan katoen nr. 60 Licht: polyester nr. 100-80 crępe georgette, voile, satijn katoen nr. 120-80 Zwaar: polyester nr. 60 tafzijde, twill, jeans katoen nr. 60 tricot polyester nr. 80-60 katoen nr. 80-60 jersey polyester nr. 60-50 katoen nr. 60 90(14) voor algemeen gebruik 75(11) voor lichte stoffen wollen stof polyester nr. 60-50 stretchgaren * Voor normale overlocknaden wordt synthetisch garen aanbevolen. Polyestergaren is geschikt voor heel wat verschillende stoffen. TIP: Denk eraan dat de boven- en ondergrijpers ongeveer dubbel zoveel garen nodig hebben als de naalden. Koop dus steeds voldoende naaigaren, zeker als het gaat om speciale kleuren.
2. VOORBEREIDING De machine inrijgen Verkeerd inrijgen leidt tot ontbrekende steken, gebroken naalden enz. Zorg ervoor dat u de machine correct inrijgt alvorens u een testlapje maakt. De volgorde voor het inrijgen is als volgt: ondergrijper, bovengrijper, naald. Open de frontplaat en de stoftafel. Zet de naald in de hoogste positie door het handwiel naar u toe te draaien en hef de naaivoet op. Alvorens u de ondergrijper inrijgt, moet u de draad uit het oog van de naald trekken en pas dan de ondergrijper inrijgen. Op die manier vermijdt u dat de draden in de knoop geraken. DE ONDERGRIJPER INRIJGEN TIP: De draadspanning wordt gelost als de naaivoet naar boven gezet wordt. 1. Rijg de draad door de draadgeleider zoals afgebeeld op de figuur. 2. Trek de onderdraad door de spanningsgleuf. Hou de draad goed vast met uw linkerhand en trek hem met de rechterhand naar onderen. 3. Rijg de draad door de draadgeleider zoals afgebeeld op de figuur. 4. Voer de draad door het oog van de ondergrijper en trek hem in de richting van de pijl rond geleider A. Laat een lus van ongeveer 10 cm draad over.
DE BOVENGRIJPER INRIJGEN 1. Rijg de draad door de draadgeleider zoals afgebeeld op de figuur. 2. Trek de onderdraad door de gleuf en hou hem vast met uw linkerhand. 3. Rijg de draad door de draadgeleider zoals afgebeeld op de figuur. 4. Trek de draad door het oog van de spanningsgeleider en de grijper. Laat een lus van ongeveer 10 cm draad over.
DE NAALDEN INRIJGEN 1. Rijg de draad door de draadgeleider zoals afgebeeld op de figuur. 2. Trek de draad door de spanningsgleuf aan de linkerkant. Hou de draad goed vast met uw linkerhand en trek hem met de rechterhand naar onderen. 3. Rijg de draad door de draadgeleider zoals afgebeeld op de figuur. 4. Rij de draden van voor naar achter door het oog van de naalden en trek ze rechts langs de naaivoet naar achter. Laat een lus van ongeveer 10 cm draad over.
NUTTIGE TIPS GARENKLOSSEN VERWISSELEN Ga als volgt te werk om garenklossen snel te verwisselen. 1. Snij de draden dicht tegen de draadklos af. Knoop de draaduiteinden van de nieuwe garenklos aan de draaduiteinden van de oude garenklos en maak een zeemansknoop zoals afgebeeld op de figuur. 2. Zet de naaivoet in positie. 3. Breng de naaldstang in de diepste positie door het handwiel van u weg te draaien. Trek voorzichtig aan de draden tot de knoop door het oog van de naald en de ogen van de grijpers gepasseerd is. DE BOVENDRAAD AFSNIJDEN Draden met gerafelde uiteinden bemoeilijken het inrijgen van de naald. Trek de draad dicht tegen de stoftafel in de richting van de draadafsnijder en druk op de hendel (enkel bij model 320) of trek de draad onder het bovenmes en draai het handwiel naar u toe. Op die manier krijgt u een proper afgesneden draaduiteinde.
PROEFLAPJE MET OVERLOCKSTEKEN Nadat u de machine ingeregen heeft, moet u met een klein stukje stop een proeflapje maken. Ga als volgt te werk: 1. Trek alle draden voorzichtig naar links en plaats de naaivoet naar beneden. Draai het handwiel enkele keren naar u toe om te testen of de verstrengeling van de draden correct verloopt. 2. Laat de machine traag draaien en schuif de stof voorzichtig onder de naaivoet. (De naaivoet is voor de meeste stoffen naar beneden geplaatst, met uitzondering van heel bollende materialen). Leid de stof heel voorzichtig onder de voet terwijl de machine ze transporteert. 3. Controleer de draadspanning aan de hand van de testnaad op een extra stukje stof (zie pagina 17). 4. Trek de stof op het einde voorzichtig naar achter terwijl de machine langzaam draait tot u ong. 5 tot 6 cm verstrengeling van de draden heeft zonder stof. 5. Snij af met behulp van de hendel of met een schaar. Abb. 1 Abb. 2 Fig. 1 Fig. 2 Abb. 3 Fig. 3
14 INSTELTABEL Aantal draden 4 3 3 2 Instelwiel naadbreedte -6-6 4- -5-4 4-6 6-6- 4-6 Gebruikte naald Links & rechts Links Recht s Links Recht s Rechts Links & rechts Links Rechts Rolzoomvinger o o o o o o o o 2-draadsconvertor Instelwi Naalddraad -4- -4- - 0- - - - - -4-0- -4- - el draadsp links Naalddraad -4- - -4- - 0- -4- -4- -4- -4- - - -5 anning rechts Draad bovengrijper -4- -4- -4- -4- -4- -4- -4- -4- - - - - Draad ondergrijper -4- -4- -4-7- 7-0- -4- -4-0- -4-0- 1- Instelwiel voor 2.5-3.5 2.5-3.5 3-5 2-2.5 *-R- *-P- 2.5-3.5 2.5-3.5 2-3.5 1-2 steeklengte Referentieteken Vlakke naad Smalle naad Rolzoom Picotrand Superstr etch Rolzoom Zie pagina 17 23 16 15 15,17 15,16,23 * Als het instelwiel voor de steeklengte op uw machine niet beschikt over de instelling R of P, zet dan het instelwiel voor de draadspanning van de linkse draadgrijper op 7-9 en het instelwiel voor de steeklengte op 1-2 (voor rolzomen) of op 3-4 (voor picotsteken). Tip: De hierboven vermelde instellingen voor de spanning en naadbreedte zijn richtwaarden. Een nog preciezere instelling zorgt in de meeste gevallen voor een nog beter naairesultaat. Volgende tips kunnen nuttig zijn: 1. Stel het instelwiel voor de naadbreedte in (zie pagina 18). 2. Pas de draadspanning van de naald aan voor het naaien van dunne en dikke stoffen. 3. Verminder de spanning als u werkt met dik garen. 4. Een niet correct ingestelde draadspanning zorgt voor ontbrekende steken. Stel de draadspanning correct in. 5. De draadspanning instellen is heel moeilijk als de instelling van de naald niet juist is. Doe een test op een stukje van de te gebruiken stof zodat u de optimale instellingen kunt achterhalen.
3-DRAADS OVERLOCK MET EEN NAALD Als u enkel de LINKSE naald inrijgt, krijgt u een naadbreedte van 6 mm; rijgt u enkel de RECHTSE naald in, dan krijgt u een naadbreedte van 3,8 mm. Bewaar de gebruikte naalden op een naaldkussen zoals afgebeeld in de figuur. Abb. 2 Fig. 2 Abb. 3 Fig. 3 Abb. 1 Fig. 1 Abb. 4 Fig. 4 Zweifadenkonverter 2-draadsconvertor Obergreifer Bovengrijper OMSTELLEN NAAR 2-DRAADS GEBRUIK (enkel model 320) Om de machine als 2-draadsmachine te gebruiken, moet u eerst de frontplaat en de stoftafel openen en de naald naar boven zetten als u aan het handwiel draait. Verwijder de rechtse naald en gebruik enkel de linkse naald. Bewaar de niet-gebruikte naald op een naaldkussen zoals afgebeeld in de figuur. Trek de convertor uit zoals afgebeeld in fig. 1. Breng de 2-draadsconvertor aan op de bovengrijper zoals afgebeeld in fig. 2 en 3. Als u de convertor niet gebruikt, drukt u hem helemaal naar binnen (zie fig. 4).
SMALLE BOORDEN, ROLZOMEN EN PICOTRANDEN Smalle boorden en rolzomen zijn ideaal voor dunne stoffen zoals crępe georgette, crępe de chine, zijde enz. Bij het naaien van fijne, sjaalachtige stoffen zijn picotranden ook heel geschikt. Deze soorten boorden zijn niet geschikt voor vaste en zware stoffen. 1. Zet de naaivoet in positie. 2. Open de frontplaat en de stoftafel. 3. Verwijder de rolzoomvinger met een schroevendraaier van de stoftafel en bewaar hem zoals afgebeeld in de frontplaat (enkel bij model 320) of in het tasje met toebehoren. 4. Stel de machine in zoals vermeld in de tabel op pagina 14. TIP: 1. Gebruik de hieronder aanbevolen soorten garens voor het maken van perfecte naden. 2. Breng de rolzoomvinger terug aan nadat u klaar bent met naaien. Zorg ervoor dat de rolzoomvinger tot aan de aanslag ingeschoven is (zie fig. 1). Rollsaumfinger (A) Querschnitt Rolzoomvinger (A) Doorsnede Abb. 1 Fig. 1 AANBEVOLEN GAREN Smalle overlocknaad Rolzoom Met drie draden Met drie draden Met twee draden Naalddraad Polyester, nylon, zijde nr. Nylon nr. Bovengrijper Polyester, nylon, zijde nr. Stretchnylon (minder elastisch) Ondergrijper Stretchnylon (minder elastisch)
DE DRAADSPANNING INSTELLEN Hoe hoger het getal op het instelwiel voor de draadspanning, hoe groter de draadspanning. Hoe lager het getal op het instelwiel voor de draadspanning, hoe kleiner de draadspanning. Maak een testlapje met een stukje van de te gebruiken stof om de draadspanning te optimaliseren. GEBRUIK VAN TWEE DRADEN Correct Draad van ondergrijper naar het linkse gedeelte van de stof getrokken Naalddraad naar het rechtse gedeelte van de stof getrokken Draadspanning verlagen GEBRUIK VAN VIER DRADEN Correct Draad van bovengrijper naar het rechtse gedeelte van de stof getrokken Draadspanning verhogen Spanning van de bovengrijper verhogen en/of spanning van de ondergrijper verlagen Draad van ondergrijper naar het rechtse gedeelte van de stof getrokken Spanning van de ondergrijper verhogen en/of spanning van de bovengrijper verlagen Draad van de linkse naald los en op de linkse kan van de stof zichtbaar. Draadspanning van de linkse naald verhogen en/of de spanning van de boven- resp. ondergrijper verlagen. Draad van de rechtse naald los en op de linkse kan van de stof zichtbaar. Draadspanning van de rechtse naald verhogen.
DE STEEKLENGTE INSTELLEN Draai aan het instelwiel voor de steeklengte tot de juiste steeklengte weergegeven wordt. Hoe groter het getal, hoe langer de steek. De steeklengte kan ingesteld worden tussen 1 en 5 mm. DE NAADBREEDTE INSTELLEN De naadbreedte kan ingesteld worden tussen 4 en 7 mm. Stel de naadbreedte afhankelijk van de gebruikte stof in met behulp van het instelwiel. De standaardinstelling is 6 mm. Stel de breedte in op 5 als de boord inrolt tijdens het naaien (zie fig. 1). Stel de breedte in op "7" als er langs de boord losse steken ontstaan (zie fig. 2). Stichlängenrad Nahtbreiteneinstellrad Rollsaumfinger (B) Querschnitt Instelwiel voor steeklengte Instelwiel naadbreedte Rolzoomvinger (B) Doorsnede Rolzoomvinger (enkel bij model 320) Aan de boord kunnen plooien ontstaan als u lichte stoffen naait met drie draden (enkel rechtse naald) en u de breedte van de naad ingesteld heeft op 4-5 (zie fig. 3). In dit geval moet u rolzoomvinger (B) gebruiken in plaats van rolzoomvinger (A). (zie fig. 4).
DIFFERENTIEEL TRANSPORT Het differentieel transport heeft twee afzonderlijk van elkaar bewegende transporteurs: een vooraan (A) en een achteraan (B). Elke transporteur beschikt over een afzonderlijk werkend transportmechanisme die stoftransport met verschillende verhoudingen mogelijk maakt. POSITIEF DIFFERENTIEEL TRANSPORT BIJ POSITIEF DIFFERENTIEEL TRANSPORT voert de voorste transporteur (A) een snellere transportbeweging uit als de achterste transporteur (B). Hierdoor wordt de stof onder de naaivoet opgehoopt, waardoor ze niet golft. NEGATIEF DIFFERENTIEEL TRANSPORT BIJ NEGATIEF DIFFERENTIEEL TRANSPORT voert de voorste transporteur (A) een tragere transportbeweging uit als de achterste transporteur (B). Hierdoor wordt de stof onder de naaivoet uitgerokken, zodat ze niet ongewenst plooit. Differentialtransporteure Positiver Differentialtransport Negativer Differentialtransport Differentieeltransporteurs Positief differentieel transport Negatief differentieel transport
HET DIFFERENTIEEL TRANSPORT INSTELLEN Stel het instelwiel voor het differentieel transport in volgens onderstaande tabel. Het differentieel transport kan ingesteld worden tussen 0,7 (negatief) en 2 (positief). Bij deze instellingen krijgt u de beste transportverhouding. Voor normaal naaiwerk moet het instelwiel op 1 staan. U kunt ook tijdens het naaien aan het instelwiel draaien. EFFECT EN TOEPASSING SOORT TRANSPORT INSTELLING TRANSPORTVERHOUDING VOORSTE ACHTERSTE TRANSPORTEUR Niet-golvende zomen, gewilde plooien Geen differentieel Neutraal transport 1 transport Zomen zonder plooien Negatief differentieel transport 0.7-1 Positief differentieel transport 1-2 DRUKREGELAAR NAAIVOET De druk van de naaivoet is bij levering correct ingesteld en moet bij normaal naaiwerk niet aangepast worden. Als de druk toch aangepast moet worden, moet u de regelaar op een hogere waarde instellen op de druk te verhogen en op een lagere waarde om de druk te verlagen. HEEL ZWARE STOFFEN OF MEERDERE STOFLAGEN NAAIEN Met deze machine kunt u heel wat verschillende stoffen naaien. Als het gaat om heel zware stoffen of meerdere stoflagen wordt u toch aangeraden om de schroef die u op de afbeelding hiernaast ziet, vast te draaien. Open hiervoor de stoftafel. Maak de schroef los voor het naaien van lichte tot middelzware stoffen of als u de naadbreedte wil wijzigen. Indien u dit niet doet, kan het zijn dat de stof niet mooi afgesneden wordt. Bij levering is de machine ingesteld voor het naaien van normale, middelzware stoffen. Differentialtran sportregler mehr Druck weniger Druck festdrehen lockern Schraube Regelaar voor differentieel transport Meer druk Minder druk vastdraaien lossen schroef
BASISNAAITECHNIEKEN ROND HOEKEN NAAIEN ZONDER DRADEN AF TE SNIJDEN 1. Laat de machine met de naald net boven de stof lopen als u de hoek van de stof bereikt. 2. Hef de naaivoet op en trek voorzichtig aan de draadketting tot de rolzoomvinger vrijkomt. 3. Draai de stof, breng de naaivoet naar beneden en naai verder in de nieuwe richting (zie fig. 1). TIP: Als u gelijktijdig boorden schoonmaakt en afsnijdt, snij de stof dan op ongeveer 3 cm langs de naadlijn alvorens u het naaiwerk draait (zie fig. 2). RONDINGEN MAKEN Om binnenbochten te maken, leid u de stof voorzichtig langs de rechterhoek van de naaivoet (of een beetje links van de naaivoet) en oefen met uw linkerhand druk uit op punt A in de richting van de pijlen terwijl u gelijktijdig met uw rechterhand tegendruk uitoefent op punt B (zie fig. 3). Om buitenbochten te maken, legt u het naaiwerk op gelijkaardige wijze onder de naaivoet en oefent u druk uit in tegengestelde richtingen (zie fig. 4). NADEN SCHEIDEN Om reeds genaaide steken te scheiden, snijdt u de naaldraad/naalddraden door op regelmatige afstanden en trekt u de grijperdraad uit.
OVERLOCKNAAD MET VERSTERKINGSGAREN Overlocknaden met versterkingsgaren worden gebruikt om bij het samennaaien van gebreide stof de schouder-, arm- en zijnaden te versterken. Door gebruik te maken van garen met een contrasterende kleur krijgt u een bijzonder decoratief effect. De machine is voorzien van een naaivoet waarmee de draad of het versterkingsgaren links of rechts van de veiligheidssteek toegevoerd kan worden. Ga als volgt te werk: 1. Schuif de verwijderbare draadgeleiding (zie toebehoren) op de draadgeleider (zie fig. 1). 2. Leg de "vuldraad" zoals bv.haakgaren, galon, wol, breigaren of plooiband achter de klospen. Trek het verstevigingsgaren door de draadgeleiding (1) en (2) en daarna door de draadgeleiding van de linkse naald (3) (zie fig. 1). 3. Voer het verstevigingsgaren ofwel door de voorste ofwel door de achterste opening aan de naaivoet (afhankelijk van de naaiwijze, zie fig. 2 en 3) en leg het naar achteren onder de naaivoet. 4. Leg de stof zoals gewenst op de stoftafel. Naai langzaam en controleer of het verstevigingsgaren correct aangevoerd wordt. Verhoog de naaisnelheid. VOOR HET SAMENNAAIEN VAN SCHOUDERS OF HET AANNAAIEN VAN ARMEN leidt u het verstevigingsgaren door de voorste opening. Controleer of het garen bij het inrijgen door de voorste opening tussen de rechte en linkse naalddraad gefixeerd wordt (zie fig. 2). VOOR HET SLUITEN VAN ZIJNADEN leidt u het verstevigingsgaren door de achterste opening en zorgt u ervoor dat het zich rechts van de naaldraad bevindt (zie fig. 3). VOOR DECORATIEVE EFFECTEN gebruikt u garen in een contrasterende kleur dat u ofwel door de voorste of door de achterste opening inrijgt. Indien gewenst kunt u ook een draad of verstevigingsgaren door telkens een opening inrijgen. VOOR HET MAKEN VAN EEN GEGOLFDE NAAD MET VERSTEVIGINGSGAREN (zie fig. 4) rijgt u het verstevigingsgaren door de achterste opening in en naait u een rolzoom (zie pagina 16). Op deze manier kunt u bijvoorbeeld rokzomen naaien.
DECORATIEVE EFFECTEN Naast de traditionele overlocknaad die in deze handleiding beschreven wordt, kan uw machine ook gebruikt worden voor tal van decoratieve toepassingen. Hiertoe behoren o.a. decoratief afstikken, stootnaden, biesjes en het maken van sierboorden. Decoratief afstikken met slechts twee draden resp. drie draden (vlakke naad) Vouw de stof langs de lijn die u wilt afstikken. Naai dan over de gevouwen boord zonder in de rand te snijden (zie fig. A). Vouw de stof open, trek de draden naar de linkse kant van de stof door en strijk de boord open. Voor een nog mooier resultaat kunt u ook knoopsgatof borduurgaren gebruiken voor de ondergrijper. Stootnaden met slechts twee draden resp. drie draden (vlakke naad) Leg de twee stofdelen met de linker en rechterkant op elkaar en naai een overlocknaad langs de boord. Vouw en strijk beide stofdelen open. Als u stoffen gebruikt met verschillende kleuren kunt u een patchwork-effect creëren. Biesjes naaien met drie draden Vouw de stof langs de lijn waar u een biesje wil maken. Naai dan over de gevouwen boord zonder in de rand te snijden (zie fig. 25). Trek de draden door naar de linkse kant en strijk de naad open. Sierboorden maken met drie draden Maak een sierboord door de overlocknaad zorgvuldig met beide handen vast te houden en er tegelijk voor te zorgen dat er niet in de naad gesneden wordt (zie pagina 25). TIP: * Met behulp van de optionele blindzoomvoet kunt u heel eenvoudig decoratieve effecten creëren. ** Verminder de spanning van de bovengrijper als u werkt met dik garen.
TOEPASSINGEN VOOR VERSCHILLENDE INSTELLINGEN VAN HET DIFFERENTIEEL TRANSPORT Het differentieel transport zorgt ervoor dat ongewenste plooien en golven in de stof vermeden worden. Daarnaast wordt het ook gebruikt om doelbewust golven in de stof te maken. Raadpleeg hiervoor ook de werking van het differentieel transport zoals beschreven op pagina 19 en 20. 1. Ongewenste plooien Ongewenste plooien komen vaak voor bij geweven of heel fijne stoffen. Voor naden zonder plooien moet u het differentieel transport instellen op minder dan 1. 2. Golven Golven komen vaak voor bij gebreide en elastische stoffen. Om golven in de stof te vermijden, moet u het differentieel transport instellen hoger dan 1. 3. Plooien Het differentieel transport vergemakkelijkt het maken van plooien bij lichte stoffen. Dit wordt bv. gebruikt voor broekbanden, pofmouwtjes, samengetrokken mouwen, volants. Stel het differentieel transport in tussen 1,5 en 2 voor optimale plooi-effecten. BELANGRIJK De precieze instelling van het differentieel transport is afhankelijk van de sterkte en elasticiteit van de stof. Ook de steeklengte kan de instelling beďnvloeden. Hoe langer de steken, hoe meer stof opgenomen wordt. Maak altijd een proeflapje. Gebruik een stukje van de stof die u voor uw naaiwerk wil gebruiken om de optimale instellingen vast te stellen. Naht ohne Wellen und Kräuseln Unbeabsichtigtes Kräuseln Wellen Kräuselarbeiten Naad zonder golven en plooien Ongewenste plooien Golven Gewenste plooien
3. ONDERHOUD VAN DE MACHINE HET BOVENMES VERWISSELEN Verwissel het bovenmes als het stomp wordt. In de toebehoren zit een reservemes. TIP: Normaal gezien moet het ondermes niet verwisseld worden aangezien het vervaardigd is uit een speciaal geharde metaallegering. TREK DE STEKKER UIT HET STOPCONTACT ALVORENS U DERGELIJKE WERKEN UITVOERT! 1. Draai de schroef los en verwijder het bovenmes. 2. Sluit de stoftafel. Zet de aandrijfas van het mes in de diepste positie door het handwiel naar u toe te draaien. Plaats het nieuwe mes en zet het vast met de schroef. Zorg ervoor dat het bovenmes zich op ongeveer 0,5 mm boven het ondermes bevindt. HET BOVENMES LOSHAKEN Als u wilt naaien zonder tegelijk de randen af te snijden, open de stoftafel en haak het bovenmes los. Zorg ervoor dat de stofrand niet breder is dan de ingestelde naadbreedte, anders kunnen de bovengrijper en de naald beschadigd worden. HET KOPDEKSEL VERWIJDEREN Trek de stekker uit het stopcontact alvorens u het kopdeksel demonteert. Draai de schroef los en trek het kopdeksel naar de zijkant af. Schraube Obermesser Messerausklinkknopf Kopfdeckel Schraube schroef Bovenmes Knop om mes los te haken Kopdeksel schroef
SCHOONMAKEN EN SMEREN Om goed en soepel te functioneren, moet uw machine altijd proper en goed gesmeerd zijn. TREK DE STEKKER UIT HET STOPCONTACT. 1. Open de frontplaat en de stoftafel. Verwijder stof en pluisjes met behulp van de pluisjesborstel (zie toebehoren). 2. Doe enkele druppels olie op de aangeduide plaatsen. Gebruik enkel kwaliteitsvolle naaimachineolie. 3. Schroef alle afdekplaten los met een schroevendraaier. Verwijder daarna alle stof en pluisjes die zich binnenin de machine verzameld hebben met behulp van de pluisjesborstel. Schraube Kopfdeckel mit Bürste reinigen ölen schroef kopdeksel met borstel schoonmaken smeren
4. TROUBLESHOOTING PROBLEEM MOGELIJKE OORZAAK OPLOSSING Ongelijkmatige steken Verkeerde draadspanning(en) Verkeerde naaldgrootte Naald breekt Ongewenste plooien Golven Ontbrekende steken Naad breekt Verkeerd inrijgen Trekken aan de stof Losse naaivoet Trekken aan de stof Verkeerde naaldgrootte De naald zit niet juist. Losse naaivoet Verkeerde draadspanning(en) Kromme of stompe naald Differentieel transport niet correct ingesteld Differentieel transport niet correct ingesteld Verkeerd inrijgen Verkeerde naaldgrootte Kromme of stompe naald De naald zit niet juist. Verkeerd inrijgen Kromme naald Draadspanning(en) te hoog De naald zit niet juist. Garenklos verward. Draadgeleiderhouder niet uitgeschoven. Stel de draadspanning(en) opnieuw in Gebruik de juiste naaldgrootte voor de stof en het garen. Rijg de machine opnieuw in. Trek niet aan het naaiwerk, maar leid het voorzichtig onder de naaivoet. Bevestig de naaivoet correct. Trek niet aan het naaiwerk, maar leid het voorzichtig onder de naaivoet. Gebruik de juiste naaldgrootte voor de stof en het garen. Plaats de naald op een correcte manier. Bevestig de naaivoet correct. Stel de draadspanning(en) opnieuw in Plaats een nieuwe naald. Zet het differentieel transport op minder dan 1. Stel het differentieel transport op 1 of hoger (bij gebreide stoffen) Rijg de machine opnieuw in. Gebruik de juiste naaldgrootte voor de stof en het garen. Plaats een nieuwe naald. Plaats de naald op een correcte manier. Rijg de machine opnieuw in. Plaats een nieuwe naald. Stel de draadspanning(en) opnieuw in Plaats de naald op een correcte manier. Plaats de garenklos correct. Schuif de draadgeleiderhouder volledig uit.
Technische gegevens Aansluitspanning Vermogen Motor Verlichting Naaisnelheid 230 Volt, 50/60 Hz 105 watt (totaal) 90 watt 15 watt (gloeilamp met voet E 14, max. 15 watt) max. 1300 steken/minuut Onze toestellen dragen het CE-keurmerk en zijn TÜV-/GS-getest. Voor meer informatie, neem contact op met SDC Vertriebs GmbH, Mittelwegring, 76751 Jockgrim Trademark-License AEG door Licentia Patent-Verwaltungs-GmbH Garantie: 24 maanden Uw aankoopbewijs met aankoopdatum geldt als garantiebewijs. Bewaar dit zorgvuldig. Met vragen en problemen kunt u steeds terecht op onze SERVICEHOTLINE Tel. + 49(0)7271/93 37 99 Telefax + 49(07271/933 37 10 E-Mail: office@sdc-aeg.de SDC Vertriebs GmbH Mittelwegring 12 D-76751 Jockgrim