Examenopgaven VMBO-GL 23 tijdvak maandag 9 mei 9. -. uur INSTALLATIETECHNIEK CSE GL Bij dit examen horen uitwerkbladen en een bijlagenboekje. Dit examen bestaat uit 65 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 89 punten te behalen. Voor elk vraagnummer staat hoeveel punten maximaal behaald kunnen worden. 38-598o
Meerkeuzevragen Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op. PROFESSIONELE VAARDIGHEDEN 3p Tijdens je werk sta je via de telefoon regelmatig klanten te woord. Van deze gesprekken moet je gegevens noteren. Geef in de tabel op uitwerkblad in het uitwerkboekje aan welke gegevens je wel of niet moet noteren. 3p 2 Tijdens je werk, kun je ook aan de verkoopbalie komen te staan. Als er klanten zijn, moet je ze vriendelijk te woord staan. Geef in de tabel op uitwerkblad in het uitwerkboekje aan welke punten wel of niet klantvriendelijk zijn. p 3 Je merkt dat er op het bedrijf waar je werkt nogal slordig wordt omgesprongen met de veiligheidsnormen. Je hebt het al gemeld bij de bedrijfsleider, maar er verandert niets. Bij wie kun je nu het beste met je klacht terecht? A bij de arbeidsinspectie B bij de ondernemingsraad C bij de vakbond D bij je collega s p 4 "In ieder bedrijf heerst een andere bedrijfscultuur". Wat wordt met deze uitspraak bedoeld? A de faciliteiten van het bedrijf, zoals een kantine en een rokersruimte B de manier waarop mensen in het bedrijf met elkaar omgaan C de manier waarop personeelsfeestjes gevierd worden D de regeling van werktijden en overwerk p 5 Welke opmerking hoort bij een goede werkbegeleider? A "Als het niet lukt, dan kijken we er samen nog eens naar." B "Ik begrijp niet dat je het nu nog niet goed doet." C "Ik denk dat je maar eens met je leraar op school moet gaan praten." D "Zo moeilijk is het niet, probeer het nog maar eens." p 6 Je bent een nieuwe werknemer in het bedrijf. Je krijgt een opdracht van de bedrijfsleider. De opdracht is je eigenlijk niet helemaal duidelijk. Je wilt het toch graag goed doen. Wat kun je het beste doen? A Je begint aan de opdracht en hoopt er het beste van. B Je laat de opdracht liggen om er later met de bedrijfsleider over te praten. C Je vraagt aan de bedrijfsleider verduidelijking en zegt dat je het niet snapt. D Je vraagt aan een collega of hij je kan helpen. 38-598o 2 ga naar de volgende pagina
p 7 Je bent bezig met een opdracht die al je aandacht en tijd vraagt. De bedrijfsleider vraagt je of je even een uurtje de telefoondienst wilt draaien. Wat kun je het beste doen? A Je doet de telefoondienst en werkt wel over om de opdracht af te krijgen. B Je legt uit waarmee je bezig bent en dat je nu geen tijd voor de telefoondienst hebt. C Je vraagt een collega de telefoondienst te doen, zodat je zelf je werk kunt afmaken. D Je zegt dat hij toch ziet dat je bezig bent en dat hij het zelf maar moet doen. p 8 Samen met een vrouwelijke collega moet je een cv-installatie installeren bij een klant. De klant zegt tegen jou: Dat meisje gaat toch niet aan mijn cv zitten! Wat kun je het beste zeggen? A "Mijnheer, ik ben erbij en dan kan er niets misgaan." B "Mijnheer, als het u niet bevalt, zoekt u maar een ander bedrijf." C "Mijnheer, wacht u liever even met uw commentaar totdat we klaar zijn." D "Mijnheer, wij zijn allebei gediplomeerde installateurs." p 9 Op het bedrijf waar je werkt is besloten dat werknemers in de pauze en voor en na werktijd gebruik mogen maken van een fitnessruimte. Waarom doet het bedrijf dit? 2p Op je werk moeten jij en je collega's regelmatig overwerken. Je vriendin is het zat en eigenlijk heb je er zelf ook wel genoeg van. Je brengt het naar voren tijdens het werkoverleg. Noteer wat je gaat zeggen en waarom je van het overwerk afwilt. 2p Samen met een collega werk je een maand lang aan dezelfde opdracht. Al na een week merk je dat jij steeds de lastigste en vervelendste klusjes moet doen en dat je collega er eigenlijk de kantjes vanaf loopt. Geef aan hoe je dit op professionele manier aanpakt. 2p 2 Onderstaande materialen worden voor een installatieklus geleverd. Er wordt een korting van 5% gegeven. Materiaal 8,5 meter zacht koperen buis 2 mm 2, meter zacht koperen buis 5 mm 3 lengten koperen buis 22 mm 2 lengten koperen buis 28 mm Stukprijs 72,8 per lengte van 25 meter 86,4 per lengte van 25 meter 9, per lengte van 5 meter 27,3 per lengte van 5 meter Wat zijn de totale kosten van de geleverde materialen? Noteer ook de berekening. Let op: bij de berekening van de zacht koperen buizen niet afronden op hele lengten. 38-598o 3 ga naar de volgende pagina
p 3 Onderstaande afbeelding toont de maatschets van een spanplaat. (Het plaatje is haaks en op maat.) zetlijnen R A 6 45 3 B 3 Welke aftekengereedschappen zijn nodig voor het aftekenen van de maatschets op de blanke plaat? A - een maatlat - een kruishout - een centerpons - een hamer B - een blokhaak - een kraspen - een centerpons - een steekpasser C - een verstekhaak - een timmermanspotlood - een steekpasser - een maatlat INSTALLATIES IN WONINGEN 3p 4 Je krijgt een opdracht om een plattegrond van een woning te tekenen, op schaal : 2. De woning is tien meter lang en zes meter breed. papierformaat A4 A3 A2 A A afmeting in millimeters 297 x 2 mm 42 x 297 mm 594 x 42 mm 84 x 594 mm 89 x 84 mm Welk van bovenstaande papierformaten moet je gebruiken voor deze tekening? Leg uit waarom. 38-598o 4 ga naar de volgende pagina
3p 5 In onderstaande afbeelding staat de indeling van een tekening. De tekening bevat de volgende onderdelen: - stuklijst - doorsnede A A - titelblok - situatietekening met noorderpijl - installatie- of detailtekening A 3 A 2 5 elx 4 Schrijf op uitwerkblad in het uitwerkboekje de bovenstaande namen van deze onderdelen achter de cijfers. 2p 6 In een CAD-programma wordt onder andere gebruik gemaakt van absolute coördinaten. Wat zijn absolute coördinaten? 3p 7 Met een CAD-programma kun je een cirkel op verschillende manieren tekenen. Beschrijf drie verschillende manieren om een cirkel te tekenen. 2p 8 Waarom wordt in een CAD-programma in lagen getekend? Geef drie redenen. 3p 9 Op bijlage in het bijlagenboekje is een plattegrondtekening afgebeeld met daarin acht ruimten, een riolering en een aantal symbolen. In de lijst daaronder zijn de lagen gegeven waaruit de tekening is opgebouwd. Geef in de tabel op uitwerkblad 2 in het uitwerkboekje aan in welke laag de onderdelen van de tekening staan. 38-598o 5 ga naar de volgende pagina
p 2 Een CAD-tekenprogramma maakt gebruik van het hieronder afgebeelde coördinatenstelsel. + Y II I - + III IV - Y e59 In welk kwadrant wordt meestal de CAD-tekening gemaakt? A in kwadrant I B in kwadrant II C in kwadrant III D in kwadrant IV p 2 Wat zijn relatieve coördinaten? Dat zijn coördinaten die A uit hele getallen bestaan. B niet meer gewijzigd kunnen worden. C ten opzichte van het nulpunt worden ingevoerd. D ten opzichte van het vorige punt worden ingevoerd. p 22 Een CAD-tekenprogramma maakt vaak gebruik van een symbolen-bibliotheek. Wat wordt hiermee bedoeld? A alle boeken in een bibliotheek waarin iets staat over symbolen in de installatietechniek B een rekenprogramma dat installatietechnische berekeningen kan uitvoeren op basis van een ontwerp C een verzameling standaardelementen die in een tekening kunnen worden geplaatst D een verzameling van gegevens waarmee alle symbolen kunnen worden getekend 38-598o 6 ga naar de volgende pagina
Bijlage 2 in het bijlagenboekje en de onderstaande gegevens kun je nodig hebben bij de vragen 23 tot en met 39. Gegevens In bijlage 2 is een deel van de plattegrond van een woning afgebeeld. In de plattegrond is de waterinstallatie getekend, met bijbehorende maten en het verloop van de leidingen. De plattegrondtekening zonder de waterinstallatie wordt aangeleverd in een CAD-formaat. Met behulp van CAD-software kun je de waterinstallatie in de plattegronden tekenen. In de tekening staan koperen leidingen in drie maten: - Ø 2 mm leidingbuis; - Ø 5 mm leidingbuis; - Ø 22 mm leidingbuis. Overige maten vanaf de plattegrondtekening bepalen. p 23 Volgens de plattegrond van de begane grond moet een toestel geplaatst worden. invoermenu: symbolen van toestellen Sanitair toestellen 2 3 4 5 6 7 8 el_ Welk sanitairtoestel kan daarvoor uit het invoermenu gehaald worden? A toestel 2 B toestel 3 C toestel 4 D toestel 5 38-598o 7 ga naar de volgende pagina
Deze afbeelding hoort bij opgave 24 en 25. invoermenu: symbolen van leidingen Sanitair toestellen 2 3 4 el- p 24 Welke leiding moet uit het invoermenu gehaald worden voor de aanvoer van koud water? A leiding B leiding 2 C leiding 3 D leiding 4 p 25 Welke leiding moet uit het invoermenu gehaald worden voor de aanvoer van warm water? A leiding B leiding 2 C leiding 3 D leiding 4 invoermenu: bijzondere leidingen Sanitair toestellen 2 3 4 g HWA GKW en_ p 26 Welke leiding wordt er in bovenstaand invoermenu met leiding nummer 2 bedoeld? A drinkwaterleiding B heetwateraanvoer C heetwaterafvoer D hemelwaterafvoer 38-598o 8 ga naar de volgende pagina
Invoermenu leidingen Dimensie leiding Leidingreeks Diameter leiding Hoogte boven de vloer Type isolatie Dikte isolatie OK... mm... mm n.v.t. CANCEL p 27 Waarom kan in het invoerveld 'Sanitaire Toestellen' bij Dimensie leiding, in bovenstaand invoermenu, een hoogte boven de vloer worden ingevoerd? A om de dikte van de vloer te kunnen bepalen B om de exacte lengte van de aan- en afvoerleidingen te kunnen berekenen C om het aansluiten van de leidingen mogelijk te maken D om te controleren of de aan- en afvoerleidingen kunnen worden gemonteerd p 28 Waarom wordt er in de installatietechniek gebruik gemaakt van een CAD-applicatieprogramma? A omdat daarmee gemakkelijk een installatietekening in een bestaande plattegrondtekening geplaatst kan worden B omdat de tegenwoordige complexe installaties onmogelijk nog op de tekentafel kunnen worden getekend C omdat er dan geen fouten meer in de tekeningen voorkomen D omdat het aanvragen van een bouwvergunning dat vereist 38-598o 9 ga naar de volgende pagina
p 29 In ruimte moeten leidingen geplaatst worden voor een wastafel. Invoermenu leidingen Dimensie leiding Leidingreeks Diameter leiding Hoogte boven de vloer Type isolatie Dikte isolatie OK Koper NEN 22/2263 KIWA 2 mm 9 mm n.v.t. CANCEL venster A Dimensie leiding Leidingreeks Diameter leiding Hoogte boven de vloer Type isolatie Dikte isolatie OK Koper NEN 22/2263 KIWA 5 mm 9 mm n.v.t. CANCEL venster B Dimensie leiding Leidingreeks Diameter leiding Hoogte boven de vloer Type isolatie Dikte isolatie OK Koper NEN 22/2263 KIWA 22 mm 9 mm n.v.t. CANCEL venster C In welk van bovenstaande vensters staat de juiste instelling voor de leidingmiddellijn? A in venster A B in venster B C in venster C p 3 In de badkamer (ruimte ) wordt het bad aangesloten op de warm- en koudwaterleiding. Invoermenu Toestel aansluitingen 2 3 4 5 6 7 em3 Welk symbool uit bovenstaand invoermenu moet gebruikt worden om deze aansluiting aan te geven? A symbool 2 B symbool 3 C symbool 4 D symbool 7 38-598o ga naar de volgende pagina
p 3 Op de eerste verdieping, in ruimte 2, loopt de koudwater-aanvoerleiding. Invoermenu leidingen Dimensie leiding Leidingreeks Diameter leiding Hoogte boven de vloer Type isolatie Dikte isolatie OK Koper NEN 22/2263 KIWA 5 mm mm n.v.t. CANCEL venster A Dimensie leiding Leidingreeks Diameter leiding Hoogte boven de vloer Type isolatie Dikte isolatie OK Koper NEN 22/2263 KIWA 5 mm 9 mm n.v.t. CANCEL venster B Dimensie leiding Leidingreeks Diameter leiding Hoogte boven de vloer Type isolatie Dikte isolatie OK Koper NEN 22/2263 KIWA 5 mm 265 mm n.v.t. CANCEL venster C In welk van bovenstaande vensters is de juiste waarde van de leidinghoogte ingevoerd? A in venster A B in venster B C in venster C p 32 Naar de mengkraan op de begane grond gaan twee aanvoerleidingen: - de koudwaterleiding; - de warmwaterleiding. Wat zijn de middellijnen van deze leidingen? A De koudwaterleiding is 22 mm en de warmwaterleiding is 5 mm. B De warmwaterleiding is 22 mm en de koudwaterleiding is 5 mm. C Ze zijn beide 5 mm. D Ze zijn beide 22 mm. 38-598o ga naar de volgende pagina
p 33 In ruimte 6 moet een toestel worden geplaatst. Toestel aansluitingen 2 3 4 5 6 7 P T W em5 Welk toestel moet daarvoor uit het invoermenu gehaald worden? A toestel 2 B toestel 4 C toestel 5 D toestel 6 p 34 In de leidingkoker op de begane grond bevinden zich de koud- en warmwaterleidingen. Sanitair toestellen 2 3 4 5 6 7 en- Welk symbool voor de vloerdoorgangspijl voor de warmwaterleiding moet uit bovenstaand invoermenu gebruikt worden om deze leiding aan te geven? A symbool 2 B symbool 3 C symbool 6 D symbool 7 p 35 Onderstaande afbeelding toont een deel van de plattegrond van de eerste verdieping met de koudwaterleiding naar het warmwatertoestel. A Welke tekst moet er bij letter A worden geschreven? A in de vloer (i.vl.) B in de wand (i.w.) C in verlaagd plafond (i.v.p.) D onder de vloer (o.vl.) p 36 Vanaf de begane grond staan de koud- en warmwaterleidingen, via twee verticale leidingen, in verbinding met de leidingen op de eerste verdieping. Wat is de stromingsrichting in de koud- en de warmwaterleiding? A koud water omhoog, warm water omhoog B koud water omhoog, warm water omlaag C koud water omhoog en omlaag, warm water omhoog D koud water omhoog en omlaag, warm water omhoog en omlaag 2p 37 Hoeveel T-stukken moeten totaal in de tekening geplaatst worden? (De badmengkraan is aangesloten met een doorlopende muurplaat.) 38-598o 2 ga naar de volgende pagina
p 38 Welke apparatuur heb je nodig voor het testen van de waterleidinginstallatie? 2p 39 Een CAD-tekenprogramma kan gebruikt worden met en zonder een applicatieprogramma. Noteer twee voordelen van het gebruik van een applicatieprogramma ten opzichte van het werken zonder een applicatieprogramma. p 4 Onderstaande afbeelding toont een detail van een isometrische tekening van een gasinstallatie. 2 (4) F 3 CV (58) 4 (4) W egv Wat geeft het getal aan dat tussen haakjes bij de toestellen staat? A de belasting van het toestel in kw B het bestelnummer van het toestel in barcode C het rendement van het toestel in % D het vermogen van het toestel in kw p 4 De koperen leidingen worden aan de muur vastgemaakt met beugels en draadpennen. Met welk gereedschap worden de draadpennen aan de muur vastgemaakt? met een A bladschroevendraaier B hamer C montagesleutel p 42 Onderstaande afbeeldingen tonen messing hulpstukken die bij de leidingaanleg in drinkwaterinstallaties worden toegepast. 4 nk afbeelding A afbeelding B afbeelding C afbeelding D In welke afbeelding is een verloopnippel aangegeven? A in afbeelding A B in afbeelding B C in afbeelding C D in afbeelding D 38-598o 3 ga naar de volgende pagina
p 43 Waarmee kan het best (en het gemakkelijkst) de inwendige braam in een PVC-buis verwijderd worden? A platte vijl B ronde vijl (rattestaart) C conische frees D zakmes p 44 In een sanitaire installatie worden leidingdelen van PVC-buis gebruikt met een middellijn van 75 mm. De volgende leidingdelen komen voor: - een stuk van 2,5 meter; - een stuk van 9, meter; - een stuk van 5, meter; - een stuk van 3,5 meter. Je hebt de keus uit lengten van 4 en 5 meter. Welk antwoord geeft het minste materiaalverlies? A 2 lengten van 5 meter en 3 lengten van 4 meter B 3 lengten van 5 meter en 2 lengten van 4 meter C 4 lengten van 5 meter en lengte van 4 meter p 45 In welk document staat beschreven aan welke eisen de gasleidinginstallatie minimaal moet voldoen? p 46 Onderstaande afbeelding toont het bovenaanzicht van een deel van een rioleringsinstallatie. Ook is een tabel met maten van hulpstukken en een maatschets weergegeven. ø75 D L M B A M c d m D 8 ø T-STUK lijmverbinding met 3 moffen eh nominale maat in mm (D x d) wanddikte in mm A B c L M m ø 45 32 x 32 2,2 45 9 45 54 22 22 4 x 4 3,2 57 57 67 26 26 5 x 4 3,2 62 6 64 68 3 26 5 x 5 3,2 69 5 69 84 3 3 75 x 4 3,2 74 3 82 7 44 26 75 x 5 3,2 8 6 87 87 44 3 75 x 75 3,2 99 9 99 8 44 44 9 x 9 3,2 2 23 2 35 5 5 x 4 3,2 92-22 8 7 6 26 x 5 3,2 99-6 3 83 6 3 x 75 3,2 7 4 25 2 6 44 x 3,2 43 27 43 7 6 6 Hoe lang is leidingdeel in het bovenaanzicht? A 46 mm B 59 mm C 582 mm 38-598o 4 ga naar de volgende pagina
p 47 De bovenste tekening van onderstaande afbeelding toont een detail van de isometrische projectie van een rioleringsinstallatie. Daaronder zijn drie plattegrondtekeningen afgebeeld. 75 5 5 75 75 5 afbeelding A afbeelding B afbeelding C In welke afbeelding is de installatie op de juiste manier getekend? A in afbeelding A B in afbeelding B C in afbeelding C ELEKTRONICA p 48 Onderstaande afbeelding toont een elektrische schakeling. In stand wijst de ampèremeter A aan. A 2 Ω U 2 Ω Hoe groot is de stroom door de ampèremeter in stand 2? A 2 A B A C 2 A D 5 A 38-598o 5 ga naar de volgende pagina
p 49 Onderstaande afbeelding toont een schema met een temperatuurgevoelige weerstand. I U θ R Wat gebeurt er met R en I als de temperatuur stijgt? A R wordt groter, I wordt groter B R wordt groter, I wordt kleiner C R wordt kleiner, I wordt groter D R wordt kleiner, I wordt kleiner nf µ F figuur figuur 2 π F pf figuur 3 figuur 4 p 5 Welk van bovenstaande figuren is een condensator van microfarad? A figuur B figuur 2 C figuur 3 D figuur 4 38-598o 6 ga naar de volgende pagina
p 5 In onderstaande schakeling zijn P en P2 gelijke ampèremeters. A P U A P2 P P2 P P2 figuur figuur 2 P P2 P P2 figuur 3 figuur 4 Welke figuur geeft de juiste uitslag van deze schakeling aan? A figuur B figuur 2 C figuur 3 D figuur 4 p 52 De onderstaande afbeelding toont een waarheidstabel. Onder de waarheidstabel zijn vier poortschakelingen afgebeeld. a b q waarheidstabel a b q a b & q figuur figuur 2 a b q a b & q figuur 3 figuur 4 elr Welke schakeling hoort bij de waarheidstabel? de schakeling in A figuur B figuur 2 C figuur 3 D figuur 4 38-598o 7 ga naar de volgende pagina
p 53 In onderstaande figuur is een wisselspanning weergegeven op het scherm van een oscilloscoop. In dit figuur komt één verticaal hokje overeen met Volt. V/DIV 5 2.5 2.2. 5 OFF.5 Wat is de maximale waarde van de wisselspanning? A 3 V B 4 V C 6 V D 8 V p 54 De onderstaande afbeelding toont een digitale schakeling. De bijbehorende waarheidstabel is gedeeltelijk ingevuld. a b & & q c digitale schakeling a b c q 96 97 waarheidstabel tabel Welke waarde hebben 96 en 97 in de waarheidstabel? A 96 = 97 = B 96 = 97 = C 96 = 97 = D 96 = 97 = 38-598o 8 ga naar de volgende pagina
p 55 Onderstaande afbeelding toont een schakeling met weerstanden van Ω en 2 Ω. Een voltmeter staat over de weerstand van 2 Ω. V 2 Ω Ω 24 V = Hoe groot moet de weerstand van de Voltmeter zijn om de meting zo weinig mogelijk te beïnvloeden? A een waarde tussen en 2 Ω B zo groot mogelijk C zo klein mogelijk p 56 Onderstaande afbeelding toont een schakeling met weerstanden van 2 Ω en 4 Ω. Met een ampèremeter wordt de stroom gemeten. 2 Ω 4 Ω A 24 V ~ Welke waarde geeft de ampèremeter aan? A A B,4 A C,6 A D,2 A AUTOMATISEREN p 57 Je moet een spanning meten die in de buurt van 8 Volt ligt. De meter die je daarvoor gebruikt, kan op verschillende meetbereiken ingesteld worden. Welk meetbereik is in dit geval het meest geschikt? A tot 2 Volt B tot Volt C tot 2 Volt D tot Volt p 58 In welk medium kunnen meetgegevens opgeslagen worden? A in een dataloger B in een interface C in een omzetter D in een transducer 38-598o 9 ga naar de volgende pagina
p 59 Onderstaande afbeelding toont een elektrisch schema met twee lampen. Het geheel is aangesloten op een voedingsspanning. + S R- R-2 - R H H2 Wat gebeurt er met de lampen H en H2 als schakelaar S wordt omgezet? A H gaat aan en H2 gaat uit. B H gaat uit en H2 gaat aan. C Beide lampen gaan aan. D Beide lampen gaan uit. p 6 De onderstaande afbeelding toont een OF-schakeling (OR). Onder de OF-schakeling staan vier waarheidstabellen. x y u OF-schakeling e dn x y u x y u x y u x y u tabel A tabel B tabel C tabel D Welke van de vier waarheidstabellen hoort bij de schakeling? A tabel A B tabel B C tabel C D tabel D p 6 Een regeling met een kamerthermostaat is een voorbeeld van een A gesloten regelsysteem. B gesloten regelsysteem met terugkoppeling. C open regelsysteem. D open regelsysteem met terugkoppeling. p 62 In welk van onderstaande instrumenten wordt warmte (thermische energie) omgezet in elektrische energie? A elektronische drukmeter B elektronische luchtsnelheidmeter C kwikthermometer D voeler met temperatuurafhankelijke weerstand 38-598o 2 ga naar de volgende pagina
p 63 Er moet een temperatuur gemeten worden die in de buurt ligt van 2 C. Temperatuurmeter A heeft een bereik van tot C en een nauwkeurigheid van ± 5%. Temperatuurmeter B heeft een bereik van tot 5 C en een nauwkeurigheid van ± 2%. Welke meter kan het best gebruikt worden? A meter A B meter B C maakt niet uit 4p 64 Onderstaande afbeelding toont schematisch een douche. De temperatuur van het water wordt elektronisch geregeld. regelaar warm water 65 C 2 M koudwater 5 C edo Noteer op uitwerkblad 2 in het uitwerkboekje wat onderdeel en wat onderdeel 2 is. Geef ook aan waarvoor deze onderdelen dienen. 3p 65 In een ruimte wordt de temperatuur T gemeten, steeds om de 5 minuten. De gemeten temperaturen staan in de tabel op uitwerkblad 2 in het uitwerkboekje. Zet de gemeten temperaturen uit in de grafiek op uitwerkblad 2. Trek daarna een vloeiende lijn door deze punten. 38-598o* 2 ga naar de volgende pagina einde