FAILLISSEMENTSVERSLAG Nummer: 5 Gegevens onderneming : De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Lammers Montage B.V., statutair gevestigd te Amersfoort, gevestigd aan de Productieweg 8 te (3899 AK) Zeewolde, ingeschreven bij de Kamer van Koophandel voor Gooi-, Eem- en Flevoland onder nummer 32130154. Faillissementsnummer : 11/326 F Datum uitspraak : 12 juli 2011 Curator : mw. mr. R.A. van der Voort R-C : mevrouw mr. C.P. Lunter Activiteiten onderneming : Uit de bedrijfsomschrijving uit het uittreksel uit het handelsregister blijkt dat Lammers Montage B.V. zich bezig hield met: het monteren en demonteren van torenkranen, alsmede het inhuren en verhuren van personeel. Omzetgegevens : Uit de jaarrekeningen over de jaren 2008, 2009 en 2010 en de winst en verliesrekening over het eerste halfjaar van 2011 blijkt dat de gefailleerde vennootschap in de jaren 2008 tot en met 2011 omzetten heeft gegenereerd van respectievelijk 540.038,-, 403.056,-, 390.826,- en 150.000,-. Personeel gemiddeld aantal : Uit het uittreksel uit het handelsregister blijkt dat de gefailleerde vennootschap 7 personen in dienst had. De curator is gebleken dat er op datum faillissement 9 personeelsleden waren. Zie punt 2. Verslagperiode : 14 februari 2013 tot en met 5 september 2013 Bestede uren in verslagperiode : 5 uur en 54 minuten Bestede uren Totaal : 81 uur en 6 minuten Saldo faillissementsrekening : 17.763,06 (per 22 augustus 2013) Inleiding In dit verslag rapporteert de curator over de stand van de boedel in het op het voorblad genoemde faillissement en over haar bevindingen vanaf de datum waarop het faillissement is uitgesproken. Met nadruk zij erop gewezen dat dit faillissementsverslag is gebaseerd op de informatie die de curator de afgelopen periode heeft ontvangen. De in dit verslag opgenomen financiële en andere informatie is dan ook onderwerp van nader onderzoek. Dat brengt met zich dat nog geen uitspraak kan worden gedaan over de juistheid en volledigheid van de opgenomen gegevens. In een later stadium kan dus blijken dat de gegevens moeten worden aangepast. Aan dit verslag kunnen dan ook geen rechten worden ontleend. 1
1. Inventarisatie 1.1 Directie en organisatie : Zie vorig verslag. 1.2 Winst en verlies : Zie vorig verslag. 1.3 Balanstotaal : Zie vorig verslag. 1.4 Lopende procedures : Niet van gebleken. 1.5 Verzekeringen : Zie vorig verslag. 1.6 Huur : Zie vorig verslag. 1.7 Oorzaak faillissement : Zie vorig verslag. 2. Personeel 2.1 Aantal ten tijde van faill. : 9 2.2 Aantal in jaar voor faill. : ongeveer 9 2.3 Datum ontslagaanzegging : 15 juli 2011 Werkzaamheden : Zie vorig verslag. Het UWV had ten tijde van het vorige verslag haar vorderingen in verband met de loonbetalingsverplichtingen ingediend bij de curator. In de opgave van deze vorderingen had het UWV reeds een bedrag in mindering gebracht dat zij aan een van de personeelsleden niet heeft uitbetaald maar heeft verrekend in verband met de vordering van de gefailleerde vennootschap op het betreffende personeelslid. Zie 4.1. Het UWV had het betreffende bedrag echter in mindering gebracht op de preferente vordering, terwijl verrekening met de boedelvordering diende plaats te vinden. Een en ander is inmiddels aangepast waardoor de door het UWV ingediende vorderingen thans bedragen: 33.758,94 (boedel), 22.776,14 (preferent) en 12.757,12 (concurrent). 3. Activa Onroerende zaken 3.1 Beschrijving : Niet van gebleken. 3.2 Verkoopopbrengst : Niet van toepassing. 3.3 Hoogte hypotheek : Niet van toepassing. 3.4 Boedelbijdrage : Niet van toepassing. Bedrijfsmiddelen 3.5 Beschrijving : Niet van gebleken. 3.6 Verkoopopbrengst : Niet van toepassing. 3.7 Boedelbijdrage : Niet van toepassing. 3.8 Bodemvoorrecht fiscus : Niet van toepassing. Voorraden/ onderhanden werk 3.9 Beschrijving : Zie vorig verslag. 3.10 Verkoopopbrengst : Zie 3.13. 3.11 Boedelbijdrage : Niet van toepassing. Andere activa 3.12 Beschrijving : Zie vorig verslag. 3.13 Verkoopopbrengst : 23.000.- 2
4. Debiteuren 4.1 Omvang debiteuren : Zie vorig verslag. Zoals vermeld in het vorige verslag bestaat er een vordering op een debiteur van 35.159,17. Reeds ten tijde van het vorige verslag bestond er discussie over de verschuldigdheid van deze vordering. De betreffende debiteur had zich op het standpunt gesteld dat hij de betreffende vordering mag verrekenen met een vordering van hem op Lammers Montage B.V. dan wel de aan de gefailleerde vennootschap gelieerde onderneming Lammers Bouwmaterieel B.V. In de afgelopen verslagperiode is de curator duidelijk geworden dat de betreffende debiteur een aanzienlijke vordering heeft op Lammers Bouwmaterieel B.V. (en dus niet op Lammers Montage B.V.) en zijn schuld aan Lammers Montage B.V. hiermee in verrekening heeft gebracht. Gelet op de voorhanden zijnde stukken en informatie die de curator van de bestuurder van de gefailleerde vennootschap heeft ontvangen, is de curator van oordeel dat deze verrekening niet rechtsgeldig kan plaatsvinden en de debiteur het bedrag van 35.159,17 derhalve aan de boedel verschuldigd is. Ondanks wederom een verzoek tot betaling aan de betreffende debiteur, is betaling tot op heden uitgebleven. De curator overweegt rechtsmaatregelen. De betreffende debiteur is nog immer niet tot betaling overgegaan. De curator heeft met toestemming van de rechter-commissaris een Duitse advocaat ingeschakeld om advies uit te brengen over deze kwestie en verhaalsonderzoek te doen naar de betreffende debiteur. De curator heeft dit advies inmiddels ontvangen en naar aanleiding daarvan nog nadere vragen gesteld aan zowel deze Duitse advocaat als aan de bestuurder. Eerst na ontvangst van het antwoord hierop kan de curator beoordelen of zij rechtsmaatregelen jegens de debiteur zal treffen. Op datum faillissement was er sprake van een lening aan een van de personeelsleden ter grootte van op dat moment nog 10.364,03. Het UWV heeft deze vordering op het personeelslid deels in verrekening gebracht met het bedrag dat het UWV in verband met de loondoorbetalingsverplichting aan dit personeelslid diende uit te betalen. In totaal is een bedrag van 3.418,66 door het UWV minder aan het betreffende personeelslid uitbetaald. De boedelvordering van het UWV is hiermee ook 3.418,66 lager uitgevallen. De curator acht deze verrekening rechtsgeldig. Immers, er is weliswaar sprake van een verlaging van de vordering van de boedel op het betreffende personeelslid, hier staat echter tegenover dat de boedelvordering van het UWV met hetzelfde bedrag is verlaagd. Aangezien thans de verwachting is dat enkel aan de boedelcrediteuren een gedeeltelijke uitdeling kan worden gedaan en het UWV de enige schuldeiser is met een boedelvordering (behoudens het salaris en de verschotten van de curator), is de verrekening volgens de curator rechtsgeldig. Het bedrag dat het UWV in het geval de verrekening niet had plaatsgevonden méér van de boedel bij uitdeling zou ontvangen, hebben zij thans reeds in verrekening gebracht. Per saldo ontvangt het UWV derhalve hetzelfde bedrag en worden de boedel en andere crediteuren niet benadeeld. De restantvordering van de boedel op het betreffende personeelslid bedroeg 6.945,37. Ten tijde van het vorige verslag was hiervan reeds een bedrag van 5.500,- voldaan. Er bestond alstoen een kleine achterstand in de overeengekomen betalingsregeling. In de afgelopen verslagperiode heeft het betreffende personeelslid de achterstallige en nog komende termijnen voldaan waardoor door hem inmiddels het hele bedrag van 6.945,37 is betaald. 4.2 Opbrengst : 6.945,37. 4.3 Boedelbijdrage : Niet van toepassing. Werkzaamheden : Zie 4.1. 5. Bank / Zekerheden 5.1 Vordering van bank(en) : Zie vorig verslag. Zoals vermeld in het vorige verslag was er op datum faillissement sprake van een creditsaldo van 1.213,43 op de G-rekening die bij ABN AMRO Bank N.V. werd aangehouden. Aangezien dit bedrag aan de fiscus toekomt had de curator ABN Amro Bank N.V. verzocht het bedrag over te boeken naar de fiscus. De curator is inmiddels gebleken dat deze overboeking is geschied. 5.2 Leasecontracten : Zie vorig verslag. 3
5.3 Beschrijving zekerheden : Zie vorig verslag. Nu er geen sprake (meer) is van een vordering van ABN Amro Bank N.V. op de gefailleerde vennootschap, is een eventueel pandrecht, indien zou blijken dat dit op rechtsgeldige wijze is gevestigd, vervallen. 5.4 Separatistenpositie : Niet van toepassing. 5.5 Boedelbijdragen : Niet van toepassing. 5.6 Eigendomsvoorbehoud : Niet van gebleken. 5.7 Reclamerechten : Niet van gebleken. 5.8 Retentierechten : Niet van gebleken. 6. Doorstart / voortzetten Voortzetten 6.1 Exploitatie / zekerheden : Niet van toepassing. 6.2 Financiële verslaglegging : Niet van toepassing. Doorstart 6.3 Beschrijving : Niet van toepassing. 6.4 Verantwoording : Niet van toepassing. 6.5 Opbrengst : Niet van toepassing. 6.6 Boedelbijdrage : Niet van toepassing. 7. Rechtmatigheid 7.1 Boekhoudplicht : Zie vorig verslag. 7.2 Depot jaarrekeningen : Zie vorig verslag. 7.3 Goedk. Verkl. Accountant : Niet van toepassing. 7.4 Stortingsverpl. aandelen : Zie vorig verslag. 7.5 Onbehoorlijk bestuur : Niet van gebleken. 7.6 Paulianeus handelen : Niet van gebleken. 8. Crediteuren 8.1 Boedelvorderingen : Naast het salaris en de verschotten van de curator heeft het UWV een boedelvordering ingediend ter grootte van 33.758,94. 8.2 Pref. vord. van de fiscus : 16.306,-. 8.3 Pref. vord. van het UWV : 22.776,14 8.4 Andere pref. crediteuren : MN Services heeft namens Pensioenfonds Metaal en Techniek een vordering ter grootte van 687,70 ingediend. 8.5 Aantal concurrente crediteuren : 5 8.6 Bedrag concurrente crediteuren: 14.085,24 4
8.7 Verwachte wijze van afwikkeling: Gelet op het huidige boedelactief en de tot op heden ingediende vorderingen is de verwachting dat de boedelcrediteuren deels betaald kunnen worden. Indien alsnog het openstaande bedrag betreffende de debiteur geïncasseerd kan worden, bestaat enig perspectief voor de preferente crediteuren. Thans bestaat er geen perspectief voor de preferente en concurrente crediteuren. Afhankelijk van of het openstaande bedrag nog op de debiteur geïncasseerd kan worden, zal naar verwachting een klein of groot deel van de boedelvordering van het UWV uitbetaald kunnen worden. 9. Overig 9.1 Termijn afwikkeling faill. : Ten tijde van het vorige verslag had de curator de verwachting het faillissement in een van de daarop volgende verslagperiodes te kunnen afwikkelen. De enige openstaande kwestie betreft thans nog de vordering op de Duitse debiteur. Ter zake heeft de curator rechtsmaatregelen in overweging. Indien deze rechtsmaatregelen daadwerkelijk getroffen zullen worden, zal het faillissement nog enige tijd voortduren. Aangezien thans nog onduidelijk is of rechtsmaatregelen jegens de debiteur genomen zullen worden, is thans nog niet in te schatten op welke termijn het faillissement kan worden afgewikkeld. 9.2 Plan van aanpak : De komende verslagperiode zal in het teken staan van het incasseren van de vordering op de Duitse debiteur en bij het uitblijven van betaling het wellicht treffen van rechtsmaatregelen. De komende verslagperiode zal met name in het teken staan van het afwachten van antwoord op de nadere vragen die de curator aan de Duitse advocaat en de bestuurder heeft voorgelegd naar aanleiding van het advies van de Duitse advocaat over de kwestie omtrent de Duitse debiteur. 9.3 Indiening volgend verslag : Opvolgende verslaglegging agendeer ik op 3 maanden na heden. Werkzaamheden : *** Bijlagen: - crediteurenlijst - urenlijst (vertrouwelijk) - tussentijds financieel verslag - bankafschrift nrs. 2 t/m 8 2013 en uitdraai internetbankieren 5