Richtlijnen Bijstandsdebiteuren en -fraudestatistiek (BDFS) 2013 Vanaf de verslagmaand januari 2013



Vergelijkbare documenten
Nieuwsbrief Bijstandsdebiteuren en fraudestatistiek

Richtlijnen Bijstandsdebiteuren en -fraudestatistiek (BDFS) 2013 Vanaf de verslagmaand januari 2013

Richtlijnen Bijstandsdebiteuren en -fraudestatistiek (BDFS) Vanaf verslagmaand januari 2017

Richtlijnen Bijstandsdebiteuren en -fraudestatistiek (BDFS) Vanaf verslagmaand januari 2019

Richtlijnen Bijstandsdebiteuren en -fraudestatistiek (BDFS) Vanaf verslagmaand januari 2018

Richtlijnen Bijstandsaanvragenstatistiek (BAS) 2013 Vanaf de verslagmaand april 2013

Richtlijnen Bijstandsdebiteurenstatistiek (BDS) vanaf de verslagperiode juli 2010

Documentatierapport Vorderingen op bijstands- of bijstandsgerelateerde uitkeringen (BIJSTANDVORDERINGTAB)

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Microdataservices. Documentatie Kenmerken van vorderingen van gemeenten op (ex-)ontvangers van een bijstandsuitkering (BIJSTANDVORDERINGTAB)

In dit informatiebulletin zal worden ingegaan op een specifiek onderdeel van de nieuwe fraudewet, namelijk het Frauderegister.

Documentatierapport Kenmerken van vorderingen van gemeenten op (ex-)ontvangers van een bijstandsuitkering (BIJSTANDVORDERINGTAB)

Microdataservices. Documentatierapport Kenmerken van vorderingen van gemeenten op (ex-)ontvangers van een bijstandsuitkering (BIJSTANDVORDERINGTAB)

Transformatie CBS-SGR versie 8.0 per2015.xlsx. (CBS) Naam gegeven (CBS) Waardebereik SGR Naam gegeven SGR Waardebereik Opmerkingen

Microdataservices. Documentatierapport Kenmerken van vorderingen van gemeenten op (ex-)ontvangers van een bijstandsuitkering (BIJSTANDVORDERINGTAB)

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds ARTIKEL I. WIJZIGING VAN DE REGELING STATISTIEK WWB, WIJ, IOAW, IOAZ EN WWIK

Beleidsregels terugvordering & verhaal WWB, IOAW, IOAZ

Centraal Bureau voor de Statistiek

De beleidsregel treedt in werking, de dag na publicatie, 21 februari 2013.

BEELD VAN DE UITVOERING 2012

17050 Misbruik en oneigenlijk gebruik op het gebied van belastingen, sociale zekerheid en subsidies

De meest recente cijfers van het CBS laten in Q een openstaand saldo van 1,44 miljard zien. 2

Transformatie CBS-SGR versie 9.1 per (CBS) Naam gegeven (CBS) Waardebereik SGR Naam gegeven SGR Waardebereik Opmerkingen

Beleidsregels terugvordering & verhaal WWB

Beleidsregels Terug- en Invordering Participatiewet (2015) Het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Nijmegen,

TOELICHTING BIJ HET BEELD VAN DE UITVOERING 2017

TERUGVORDERING VAN BIJSTAND

Beleidsregels terug- en invordering in het kader van WWB, IOAW, IOAZ en WIJ Hoofdstuk I Algemeen Artikel 1 Begripsbepalingen

Debiteurenbeleid gemeente Eindhoven

Beleidsregels terugvordering & verhaal WIJ

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds De Regeling statistiek WWB, IOAW en IOAZ 2013 wordt als volgt gewijzigd:

Zundertse Regelgeving Wetstechnische informatie

Beleidsregels terugvordering uitkeringen gemeente Noordoostpolder 2015

BELEIDSREGELS TERUGVORDERING PARTICIPATIEWET GEMEENTE HELLEVOETSLUIS

Beleidsregels opschorting, intrekking en terug- en invordering Participatiewet, IOAW en IOAZ Rotterdam 2016

Beleidsregels terugvordering WWB, IOAW, IOAZ en verhaal WWB

Beleidsregels terugvordering en verhaal gemeente Amstelveen

Overzicht (belangrijke) inhoudelijke wijzigingen beleid Terugvordering naar aanleiding van nieuwe beleidsregels Terug- en invordering 2017

Beleidsregels Terugvordering WWB, IOAW & IOAZ

In dit nummer Nieuwe Richtlijnen voor de bijstandsuitkeringenstatistiek vanaf 1 januari 2010

De beleidsregels treden in werking op het tijdstip waarop de verordening bestuursrechterlijke geldschulden in werking treedt: 4 december 2012.

Politieke schriftelijke vragen (art. 39 RvO)

Beleidsregels verhaal en terugvordering Participatiewet gemeente Slochteren. Het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Slochteren,

Beleidsregel terug- en invordering PW, IOAW en IOAZ 2018

Toelichting op de Beleidsregels Terugvordering Afdeling Mens en Werk 2013

De beleidsregel treedt in werking, de dag na publicatie, 21 februari 2013.

Beleidsregels terug- en invordering WWB, IOAW en IOAZ per 1 januari 2013

Beleidsregels leenbijstand Participatiewet 2016

Toelichting. Bestuurlijke boete

Onderwerp : Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive 2015

RICHTLIJNEN GEMEENTEN SELECTIES VOOR AANLEVERING DKD

Vast te stellen de gewijzigde invulling van richtlijn B093 - Suppletie GKB-lening

Beleidsregels opschorting, intrekking en terug- en invordering Participatiewet, IOAW en IOAZ Rotterdam 2017

Handhavingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ

BELEIDSREGEL HERZIENING, INTREKKING EN TERUGVORDERING REGIONALE DIENST WERK EN INKOMEN KROMME RIJN HEUVELRUG (RDWI) 2013

Sint nthonis. Beleidsregels leenbijstand WWB 2Ol4. r-szl2ol4/t7t

Beleidsregel Terug- en invordering 2018

FACTSHEET FRAUDEWET, WET HUISBEZOEKEN EN BUITENWETTELIJK BELEID GEMEENTE LEEUWARDEN

TOELICHTING OP DE BELEIDSREGELS

Beleidsregels terugvordering, invordering, leenbijstand en verhaal PARTICIPATIEWET, IOAW en IOAZGR Ferm Werk

Beleidsregels bestuurlijke boete (Fraudewet) Ede 2017

Voorstel aan : Gemeenteraad van 30 september Door tussenkomst van : Raadscommissie van 17 september Nummer :

VERORDENING HANDHAVING WWB/WIJ

Bijlage 4, bedoeld in artikel 7b, derde lid, Regeling financiering en verantwoording IOAW, IOAZ en Bbz 2004

2 Toelichting.Beleidsregels terugvordering, invordering, brutering en intrekking/herziening

Toelichting. Algemeen

Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive 2015

Beleidsregels terug- en invordering WWB, IOAW en IOAZ gemeente Geldermalsen 2013

Beleidsregels Terug- en invordering Participatiewet, IOAW, IOAZ gemeente Leusden 2018

Artikel 2- Geheel of gedeeltelijk afzien van het nemen van een terugvorderingsbesluit

Beleidsregels herziening, terugvordering en verhaal 2015

F. Buijserd burgemeester

Centrum voor Beleidsstatistiek en Microdata Services. Documentatierapport Hackaton bestand

Richtlijnen Bijstandsuitkeringenstatistiek (BUS) Vanaf verslagmaand januari 2018

Voorstel voor de Raad

Artikel II Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Beleidsregels Terugvordering en Verhaal Participatiewet Hellevoetsluis 2017

Notitie betreffende invordering van onrechtmatig verkregen (bijstands)uitkeringen, september 2012

Richtlijnen voor de Bijstandsuitkeringenstatistiek met ingang van januari 2010

Gelet op artikel 18a van de Participatiewet, artikel 20a van de IOAW en artikel 20a van de IOAZ;

Aandachtspunten en vragen en antwoorden LO Aandachtspunten met betrekking tot nationaliteitsgegevens

ALGEMEEN TERUGVORDERING

Vast te stellen de gewijzigde invulling van richtlijn nr. B123 Aflossingsregels terugvorderingsschulden

Beleidsregels en uitvoeringsvoorschiften terugvordering onder de Wet Werk en Bijstand van de gemeente Vianen

HOOFDSTUK 2 GEHEEL OF GEDEELTELIJK AFZIEN VAN VERDERE TERUGVORDERING

Beleidsregels Terugvordering en Verhaal

Beleidsregels Bestuurlijke boete Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015

Beleidsregel Terugvordering bijstand/uitkering Het college van burgemeester en wethouders van de Gemeente Almelo;

Aan de gemeenteraad Gemeente Steenwijkerland Vendelweg XE Steenwijk Steenwijk, Nummer voorstel: 2013/45

BESLUIT: Vast te stellen de Beleidsregels bestuurlijke boete Participatiewet, IOAW en IOAZ Almere 2017.

GEMEENTEBLAD Officiële publicatie van Gemeente Almere

Beleidsregels WWB/IOAW/IOAZschriftelijke. verminderde verwijtbaarheid gemeente Tholen 2013

overwegende dat het noodzakelijk is om de wijze van verrekening van de bestuurlijke boete bij recidive bij verordening te regelen;

BELEIDSREGELS BESTUURLIJKE BOETE WWB, IOAW EN IOAZ GEMEENTE ZEEVANG

onderwerp Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive Participatiewet

BELEIDSREGELS BESTUURLIJKE BOETE PARTICIPATIEWET, IOAW EN IOAZ GEMEENTE LEIDSCHENDAM-VOORBURG 2015

Richtlijnen Bijstandsuitkeringenstatistiek (BUS) 2015 Vanaf verslagmaand januari 2015

Beleidsregels inzake opschorting, herziening, intrekking en terugvordering van bijstand en inkomensvoorzieningen

Beleidsregels terugvordering- en invordering Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015 gemeente Waterland

Transcriptie:

Richtlijnen Bijstandsdebiteuren en -fraudestatistiek (BDFS) 2013 Vanaf de verslagmaand januari 2013 Hoofddirectie Sociaaleconomische en Ruimtelijke Statistieken Postbus 24500, 2490 HA DEN HAAG Den Haag, juli 2012

Voorwoord In dit document vindt u de richtlijnen voor de Bijstandsdebiteuren en -fraudestatistiek (BDFS). Deze versie is van toepassing met ingang van de verslagperiode januari 2013. Deze BDFS komt in de plaats van de bestaande Bijstandsdebiteurenstatistiek (BDS) en Bijstandsfraudestatistiek (BFS) die tot en met 2012 als statistieken werden gehanteerd. In deze nieuwe richtlijnen wordt rekening gehouden met een aantal belangrijke (wets)wijzigingen in de sociale zekerheid met ingang van 1 januari 2012, te weten: intrekking van de Wet investeren in jongeren (WIJ); intrekking van de Wet werk en inkomen kunstenaars (WWIK); wijzigingen in de Wet werk en bijstand (WWB); indiening van het wetsvoorstel aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving. Op het gebied van fraude is de belangrijkste wijziging dat de statistiek vanaf 2013 wordt gebaseerd op geconstateerde fraude. Het doet er daarbij niet langer toe hoe die fraude aan het licht is gekomen of door wie die fraude is geconstateerd. Als gevolg van de invoering van de Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving moet, met ingang van 2013, de constatering van fraude altijd leiden tot een terugvordering. Daardoor komt alle geconstateerde fraude automatisch in de debiteurenstatistiek terecht. De fraudegegevens die moeten worden bijgehouden, kunnen daarom in één statistiek worden uitgevraagd met de debiteurengegevens. De aparte Bijstandsfraudestatistiek zoals die tot en met 2012 bestond komt daarmee in zijn geheel te vervallen. De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de laatste versie van de richtlijnen voor de BDS (versie 1 juli 2010) en de BFS (versie 2005) zijn hieronder vermeld: 1. In de oude fraudestatistiek werd informatie gevraagd over afgeronde fraudeonderzoeken, ongeacht de uitkomst. In de nieuwe opzet verstrekken de berichtgevers informatie over bijstandsfraude, ongeacht de wijze waarop de overtreding is gedetecteerd. Alle geconstateerde fraude moet dus worden aangeleverd, ongeacht wie deze heeft geconstateerd, ongeacht of deze in het reguliere of niet-regulier proces is geconstateerd, en ongeacht de hoogte van het bedrag. Op grond van de gehanteerde definitie kan dat bedrag echter geen nul zijn. Immers, dan is er geen sprake van het ten onverschuldigde betaling van een uitkering. De gemeente moet financieel zijn benadeeld door de fraude. Voor de BDFS hanteren we de volgende definitie van fraude: In de sociale zekerheid is het begrip fraude direct verbonden met de voorwaarden voor het recht op uitkering en de daarmee samenhangende inlichtingenplicht. De cliënt dient het uitkeringsorgaan te informeren over veranderingen in zijn situatie waarvan hij redelijkerwijs kan begrijpen dat die van invloed kunnen zijn op recht, hoogte of duur van de uitkering. Er is sprake van uitkeringsfraude als een verwijtbare overtreding van deze verplichting resulteert in onverschuldigde betaling van de uitkering. Veel voorkomende vormen van fraude zijn het niet melden van betaald werk naast de uitkering, van verandering in de leefsituatie of van vermogen of bezittingen. (Bron: Memorie van Toelichting bij de Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving) Het gaat in de BDFS alleen om bijstandsfraude. 2. Facultatieve kenmerken worden niet meer uitgevraagd. De kenmerken nationaliteit, woonland, bedrag betalingsverplichting en periodiciteit betaalverplichting (uit de oude BDS) en burgerlijke staat (uit de oude BFS) zijn vervallen. Het kenmerk reden correctie op schuldbedrag uit de oude BDS is verplicht gesteld. Het aantal categorieën van dit kenmerk is teruggebracht tot vijf. 3. Bij het kenmerk ontstaansgrond uit de oude BDS wordt nu onderscheid gemaakt tussen vorderingen die na 1 januari 2013 zijn ontstaan (beschikt) en vorderingen die al vóór die datum bestonden ( oude vorderingen). Voor vorderingen die vanaf 1 januari 2013 zijn ontstaan, is de mogelijke ontstaansgrond fraude opgenomen. 4. Het kenmerk aard uitkering uit de oude BDS is uitgebreid met twee codes: BBZ algemeen en BBZ bijzonder. 5. Van het kenmerk status van de vordering uit de oude BDS is het aantal categorieën verminderd tot vijf. 6. Vorderingen in de vorm van cederingen en budgetteringen dienen niet meer te worden geleverd. Bijstandsdebiteuren en -fraudestatistiek (BDFS) - vanaf verslagmaand januari 2013 1

7. De valuta-aanduidingen bij de op te geven bedragen zijn komen te vervallen. 8. De separate uitvraag van de Bijstandsfraudestatistiek (BFS) wordt per 1 januari 2013 beëindigd. 9. De vernieuwde Bijstandsdebiteuren- en fraudestatistiek wordt maandelijks uitgevraagd. 10. Voorheen stonden enkele niet-inhoudelijke kenmerken aan het begin van de richtlijn en enkele aan het einde. In de nieuwe richtlijn staan alle niet-inhoudelijke kenmerken aan het begin. 11. De levering voor de BDFS betreft met ingang van 2013 een gezipped bestand in XML-formaat. Dit XML-bestand bevat zowel gegevens over vorderingen als over de personen met die vorderingen.

Colofon Inhoud Samenstelling Hoofddirectie Sociaaleconomische en Ruimtelijke Statistieken (SER) Sector Demografische en Sociaaleconomische Statistieken (SES) Bezoekersadres CBS Den Haag Henri Faasdreef 312 2492 JP Den Haag Telefoon (088) 570 70 70 Postadres Postbus 24500 2490 HA Den Haag 1. Inleiding 5 2. Algemene toelichting 6 3. Overzicht kenmerken BDFS 9 4. Toelichting BDFS per kenmerk 12 5. Praktijkvoorbeelden 22 6. Aanlevering en verwerking 32 7. Technische gegevensbeschrijving 34 Bezoekersadres CBS Heerlen CBS-weg 11 Telefoon (088) 570 70 70 Postadres Postbus 4481 6401 CZ Heerlen Centraal Bureau voor de Statistiek, Den Haag/Heerlen 2012 Bronvermelding is verplicht. Verveelvoudiging voor eigen gebruik of intern gebruik is toegestaan. Informatie Internet: www.cbs.nl/sz Centraal Bureau voor de Statistiek Richtlijnen Bijstandsdebiteuren en -fraudestatistiek (BDFS) - vanaf verslagmaand januari 2013 3

Richtlijnen Bijstandsdebiteuren en -fraudestatistiek (BDFS) - vanaf verslagmaand januari 2013 4

1. Inleiding Vanaf 1 januari 1998 is het CBS gestart met de opzet van de voorlopers van de BDFS in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). De BDFS is van belang bij de door berichtgevers te houden beoordelingen, bijsturing van het primaire proces en bij de verdere invulling van het eigen debiteurenbeleid. Hiertoe dient te worden beschikt over inzicht in de ontstaansoorzaak, de hoogte van vorderingen, verloop van vorderingen, totstandkoming van de inning, het inningpercentage en de reden van beëindiging van de incasso op de vordering. Zeker ten aanzien van deze onderdelen hebben berichtgevers (evenals het Rijk) behoefte aan gedetailleerde gegevens over omvang en samenstelling van het debiteurenbestand en de financiële kwesties die daarbij aan de orde zijn. De informatie die voor de landelijke beleidsvoering noodzakelijk is, vertoont een belangrijke overlap met de beleidsinformatiebehoefte op lokaal niveau. Het is namelijk voor het Rijk van belang dat gegevens voorhanden zijn om effecten van debiteuren- en incassobeleid te kunnen waarnemen. Tevens hebben deze gegevens een functie bij onder meer het ramings- en analyseproces bij het departement. De gegevens kunnen daarnaast worden gebruikt voor beleidsontwikkeling door het Rijk inzake debiteuren en incasso. Naast informatie over de vorderingen bevat de uitvraag extra kwalitatieve informatie over alle fraudes die hebben geresulteerd in een vordering. Dit is ter vervanging van de voormalige Bijstandsfraudestatistiek. Deze extra informatie betreft o.a. het type fraude en de directe gevolgen voor de uitkering. Een groot onderscheid met de oude fraudestatistiek is dat de nadruk nu ligt op geconstateerde fraude, in plaats van op niet-reguliere uitgevoerde fraudeonderzoeken. In deze handleiding zijn de richtlijnen bijeengebracht die van toepassing zijn op de verstrekking van de statistische gegevens voor de BDFS. De maandelijkse aanlevering van statistische gegevens voor de Bijstandsdebiteuren en - fraudestatistiek aan het CBS is verplicht. Deze verplichting is vastgelegd in de Regeling statistiek WWB, BBZ, IOAW en IOAZ van de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De met deze regeling voorgeschreven gegevenslevering heeft betrekking op de SZW informatiebehoefte. De inhoud van de totale uitvraag, dus zowel die vanuit SZW als vanuit het CBS, wordt gepubliceerd in de door de directeur-generaal van de statistiek af te kondigen Richtlijnen voor de Bijstandsdebiteuren en -fraudestatistiek. Leeswijzer In deze richtlijnen wordt een toelichting gegeven op de kenmerken van de BDFS. Hoofdstuk 2 bevat een algemene toelichting. Hoofdstuk 3 en 4 geven een nadere beschrijving van de gegevens die met de CBS-bestanden dienen te worden aangeleverd. Aan de hand van praktijkvoorbeelden wordt in hoofdstuk 5 verduidelijkt hoe in verschillende situaties de kenmerken moeten worden ingevuld. In de voorbeelden wordt de debiteur veelal aangeduid in de hij-vorm. Vanzelfsprekend zijn de voorbeelden op alle debiteuren (m/v) van toepassing. Hoofdstuk 6 beschrijft aanlevering en verwerking van bestanden. Ten slotte geeft hoofdstuk 7 de recordbeschrijving van de CBS-bestanden. Nadere informatie over de bijstandsstatistieken Nadere informatie over de bijstandsstatistieken en de re-integratiestatistiek vindt u op de website van het CBS, onder www.cbs.nl/sz. Behalve informatie per statistiek, waaronder richtlijnen en nieuwsbrieven, heeft u hier ook de mogelijkheid de rubriek Veelgestelde vragen te raadplegen. Mocht u de gewenste informatie hier niet aantreffen dan kunt gebruik maken van het Contactformulier SZ. Uw vraag wordt vervolgens binnen een week beantwoord. Statistische informatie Voor landelijke cijfers over de BDFS kunt u StatLine raadplegen (http://statline.cbs.nl), de elektronische databank van het CBS. Met het zoekwoord BDFS komt u bij de gegevens terecht. Lukt het u niet de gezochte informatie te vinden, dan kunt u via de website contact opnemen met de infoservice. Ook telefonisch contact is mogelijk op werkdagen van 09.00 17.00 uur. Het telefoonnummer is 088 570 70 70. Richtlijnen Bijstandsdebiteuren en -fraudestatistiek (BDFS) - vanaf verslagmaand januari 2013 5

2. Algemene toelichting Deze toelichting is bedoeld om een tijdige, volledige en kwalitatief goede aanlevering van de gegevens voor de BDFS aan het CBS te waarborgen. In dit hoofdstuk wordt de afbakening gegeven van de waar te nemen populatie. Daartoe worden voor de duidelijkheid eerst een aantal afkortingen nader gedefinieerd. Samen met de toelichting per kenmerk (hoofdstuk 4) ontstaat hiermee een geüniformeerd en gestandaardiseerd begrippenkader ten behoeve van de aanlevering van de BDFS. 2.1 Lijst van afkortingen ABW BBZ BDFS BDS BFS BSN CBS IOAW IOAZ RWW SVB SZW WIJ WMO WWB WWIK XML Algemene bijstandswet Besluit bijstandverlening zelfstandigen Bijstandsdebiteuren en -fraudestatistiek Bijstandsdebiteurenstatitstiek Bijstandsfraudestatistiek Burgerservicenummer Centraal Bureau voor de Statistiek Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen Rijksgroepregeling werkloze werknemers Sociale Verzekeringsbank Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Wet investeren in jongeren Wet maatschappelijke ondersteuning Wet werk en bijstand Wet werk en inkomen kunstenaars Extensible Markup Language 2.2 Voorschriften voor een juiste afbakening van de populatie De populatie die moet worden aangeleverd aan het CBS voldoet aan specifieke voorwaarden die hieronder worden beschreven. Afbakening populatie Wel aanleveren aan het CBS Schulden ten gevolge van WWB (algemeen en bijzonder), WIJ, BBZ (algemeen en bijzonder), IOAW, IOAZ, WWIK, ABW, RWW Leenbijstand, krediethypotheek Schulden ten gevolge van bijstandsfraude Niet aanleveren aan het CBS Civiele schulden Cederingen en budgetteringen Schulden ten gevolge van overige regelingen (waaronder WMO) Wel aanleveren aan het CBS Per maand worden gegevens verstrekt van alle personen die als gevolg van de WWB (algemeen, bijzonder), BBZ, IOAW of IOAZ een schuld ten opzichte van de gemeente hebben. Ook vorderingen die voortkwamen uit de niet meer van kracht zijnde regelingen WIJ, WWIK, ABW en RWW dienen aan het CBS te worden verstrekt. Het is bij het verstrekken van de gegevens niet relevant of de debiteur de vordering op dat moment daadwerkelijk aflost of niet. Informatie over leenbijstand die weliswaar nog op nul staat (maar waarvoor wel een beschikking is afgegeven) wordt wel aan het CBS geleverd. Richtlijnen Bijstandsdebiteuren en -fraudestatistiek (BDFS) - vanaf verslagmaand januari 2013 6

Niet aanleveren aan het CBS Civiele schulden en schulden ten gevolge van overige regelingen (waaronder WMO) blijven buiten beschouwing. Vorderingen in de vorm van cederingen en budgetteringen dienen niet meer te worden aangeleverd. Periodiciteit van aanleveren De periodiciteit van de statistiek is gebaseerd op kalendermaanden en heeft betrekking op de periode die loopt van de eerste dag tot en met de laatste dag van een maand. De maandelijks te verstrekken gegevens hebben betrekking op alle vorderingen (zoals genoemd onder afbakening populatie ) die de berichtgever in het kader van het debiteurenbeleid bewaakt en die op de eerste dag van de verslagmaand nog niet geheel zijn tenietgedaan (door terugbetaling, afboeking en/of correctie). Uiterlijk drie weken na afloop van een verslagmaand dienen de gegevens bij het CBS aanwezig te zijn. Voorbeeld: De gegevens van de verslagmaand juni (1 juni tot en met 30 juni) worden uiterlijk in de derde week van juli aangeleverd. Datumaanduiding Een datumaanduiding wordt in acht cijfers weergegeven in de volgorde jaar, maand en dag. Zie verder de toelichting op kenmerk geboortedatum debiteur in hoofdstuk 4. Mutaties De waardes van een aantal kenmerken kan in de loop van de tijd wijzigen. Een voorbeeld hiervan is wijziging van kenmerk saldo van de schuld. De inhoud van dit kenmerk geeft de situatie op de laatste dag van de verslagmaand weer. De kenmerken hoogte van het correctiebedrag, status van de vordering en totaal ontvangen bedrag zijn een inventarisatie c.q. sommatie van gebeurtenissen gedurende de maand. Niet van toepassing zijnde gegevens Als een kenmerk niet van toepassing is dan wordt dit met negens aangegeven. Afronding Alle bedragen worden in hele euro's vermeld en afgerond vanaf 50 cent naar boven. Hierop bestaat één uitzondering: bedragen onder 1 euro worden altijd afgerond naar 1 euro omdat deze anders niet te onderscheiden zijn van nulbedragen. Voorbeelden: Een bedrag van 200,25 wordt afgerond naar 200. Een bedrag van 400,50 wordt afgerond naar 401. Een bedrag van 0,25 wordt afgerond naar 1. Alle bedragen moeten worden voorzien van voorloopnullen, voor zover voor het bedrag minder posities nodig zijn dan het totaal aantal posities van het desbetreffende veld. Negatieve bedragen Het komt voor dat debiteuren recht hebben op teruggave van geld of een vermindering van het schuldbedrag van de vordering, omdat het bedrag van de vordering is bijgesteld. In dergelijke gevallen kunnen negatieve bedragen worden ingevuld bij kenmerk 15 hoogte van het correctiebedrag, kenmerk 17 saldo van de schuld en kenmerk 18 totaal ontvangen bedrag. Negatieve bedragen worden voorafgegaan door een min -teken. Laatste aanlevering van een record Het gaat hier om de aanlevering van een record als de schuld geheel is tenietgedaan. In de maand waarin de schuld geheel is tenietgedaan wordt kenmerk status van de vordering gevuld met code 53 (definitief buiten invordering gesteld) of code 54 (schuld geheel afgelost). In de volgende maand zijn er twee mogelijkheden, afhankelijk van het beleid van de berichtgever. De beschrijving van deze mogelijkheden is opgenomen in hoofdstuk 4 onder de toelichting op code 54 van kenmerk status van de vordering. Richtlijnen Bijstandsdebiteuren en -fraudestatistiek (BDFS) - vanaf verslagmaand januari 2013 7

Aanpassing hoogte beginschuld Het CBS ontvangt van berichtgevers maandbestanden met daarin vorderingen met bijbehorende beginschuld. In sommige gevallen betreft het echter vorderingen met een beginschuld van nul euro. Dan kan de beginschuld eenmalig worden gemuteerd. Dit betekent dat kenmerk 13 hoogte beginschuld door de berichtgever wordt gemuteerd op het moment dat de schuldhoogte definitief is vastgesteld. Hieraan is geen tijdslimiet gesteld, maar het CBS zal vorderingen die langer dan 3 maanden met een beginschuld van nul euro worden aangeleverd, in een aantal gevallen terugleggen bij de berichtgever. Berichtgever De berichtgever is de specifieke instantie die uitvoering geeft aan én de administratie voert voor één of meer wetten of regelingen waar de gemeente (eind)verantwoordelijk voor is. Vaak is de berichtgever de gemeente zelf. Indien de gemeente de uitvoering van één of meer wetten of regelingen aan een andere gemeente of instantie heeft uitbesteed (heeft gemandateerd), is deze andere gemeente of instantie (eveneens) berichtgever. Een berichtgever kan voor meer dan één gemeente berichtgever zijn. Voorbeeld van een berichtgever die geen gemeente is, maar wel berichtgever voor meerdere gemeenten, is de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Richtlijnen Bijstandsdebiteuren en -fraudestatistiek (BDFS) - vanaf verslagmaand januari 2013 8

3. Overzicht kenmerken BDFS Hieronder staan de kenmerken van het aan te leveren BDFS-bestand. Van deze kenmerken wordt het bereik aangegeven waarbinnen een waarde van het desbetreffende kenmerk moet liggen. Let op: Met [ab] wordt bedoeld: 2 tekstwaarden Met [12] wordt bedoeld: 2 numerieke waarden Met ab wordt bedoeld: exact de letters ab Met 12 wordt bedoeld: exact de waarde 12 Met [a1234] wordt bedoeld: een plus- of minteken op de eerste positie gevolgd door numerieke waarden op de posities 2 t/m 5 Met [jjjj] wordt bedoeld: een jaartal. Met [mm] wordt bedoeld: een maand. Met [jjjjmmdd] wordt bedoeld: een datum aanduiding waarbij de eerste 4 posities het jaar aanduiden, de 5e en 6e positie de maand, en de 7e en 8e posities de dag van de maand. GEGEVENS STATISTIEK 1 STATISTIEKJAAR [jjjj] 2 STATISTIEKMAAND [mm] 3 STATISTIEKCODE 06 4 BERICHTGEVERCODE [1234] 5 GEMEENTECODE CBS-gemeentecode [1234] 6 NAAM SOFTWAREPAKKET Socrates (WiGo4it) GWS4all CiVision WIZ Sociale Verzekeringsbank ander pakket soc gws wiz svb and 7 RELEASE/VERSIENUMMER SOFTWAREPAKKET [abcdefghijkl] GEGEVENS VORDERING 8 REGISTRATIENUMMER VORDERING [123456789012345] 9 DATUM BESLUIT/BESCHIKKING [jjjjmmdd] 10 AARD UITKERING WWB algemeen 01 WWB bijzonder 02 WIJ 03 IOAW 11 IOAZ 12 WWIK 13 ABW/RWW 14 BBZ algemeen 15 BBZ bijzonder 16 Richtlijnen Bijstandsdebiteuren en -fraudestatistiek (BDFS) - vanaf verslagmaand januari 2013 9

11 ONTSTAANSGROND VORDERING Vorderingen beschikt vanaf 01-01-2013 - fraude: verzwijgen witte inkomsten 51 - fraude: verzwijgen zwarte inkomsten 52 - fraude: verzwijgen vermogen en of inkomsten uit vermogen 53 - fraude: onjuiste opgave woonadres 54 - fraude: onjuiste opgave samenstelling huishouden 55 - andere fraude 56 - onverschuldigde betaling 57 - boete wegens fraude 58 - boete niet wegens fraude 59 - lening 60 - krediethypotheek 61 - verhaal op onderhoudsplichtige voor kind 62 - verhaal op onderhoudsplichtige voor ex-partner 63 - rente en incassokosten 64 - overig 65 Vorderingen beschikt vóór 01-01-2013 - onverschuldigd betaald verwijtbaar (oud: 01, 02, 13, 16) 81 - onverschuldigd betaald niet verwijtbaar (oud: 11,12,14, 15), 82 - lening (oud: 31, 32, 33, 35) 83 - krediethypotheek (oud: 34) 34 - alimentatie/onderhoudsbijdrage kind, (ex)partner (oud: 21) 21 - rente en incassokosten (oud: 43, 44) 84 - overig (oud: 22, 49) 85 12 DUUR VORDERING 12a. begindatum [jjjjmmdd] 12b. einddatum [jjjjmmdd] GEGEVENS VERLOOP VORDERING 13 HOOGTE BEGINSCHULD [123456] 14 REDEN CORRECTIE OP SCHULDBEDRAG brutering 01 rente/incassokosten 02 uitspraak na bezwaar/beroep/hoger beroep 03 overige correcties 09 niet van toepassing 99 15 HOOGTE VAN HET CORRECTIEBEDRAG [a123456] niet van toepassing 9999999 16 STATUS VAN DE VORDERING lopende aflossing 51 tijdelijk geen invordering 52 definitief buiten invordering gesteld 53 schuld geheel afgelost 54 niet van toepassing 99 17 SALDO VAN DE SCHULD [a123456] GEGEVENS ONTVANGSTEN 18 TOTAAL ONTVANGEN BEDRAG [a123456] niet van toepassing 9999999 Richtlijnen Bijstandsdebiteuren en -fraudestatistiek (BDFS) - vanaf verslagmaand januari 2013 10

GEGEVENS UITKERINGSONTVANGER (alleen in te vullen voor onderhoudsbijdrage) 19 BURGERSERVICENUMMER UITKERINGSONTVANGER [123456789] GEGEVENS BOETE (alleen in te vullen voor boetevorderingen wegens fraude) 20 RECIDIVE ja 1 nee 2 21 ROBUUSTE INCASSO TOEGEPAST ja 1 nee 2 niet van toepassing 9 22 HOOGTE BESTUURLIJKE BOETE 100 % fraudebedrag 1 150 % fraudebedrag (recidive) 2 verlaagd wegens verminderde verwijtbaarheid 3 GEGEVENS SANCTIE (alleen in te vullen voor fraudevorderingen) 23 SOORT SANCTIE geen sanctie 1 nog in behandeling bij gemeente 2 bestuurlijke boete 3 aangifte gedaan bij justitie 4 24 ZAAKSNUMMER [123456789] niet van toepassing 999999999 GEGEVENS AANSPRAKELIJKEN (invullen voor alle hoofdelijk aansprakelijken) 25 BURGERSERVICENUMMER DEBITEUR [123456789] 26 GEBOORTEDATUM DEBITEUR [jjjjmmdd] 27 GESLACHT DEBITEUR man 1 vrouw 2 Richtlijnen Bijstandsdebiteuren en -fraudestatistiek (BDFS) - vanaf verslagmaand januari 2013 11

4. Toelichting BDFS per kenmerk GEGEVENS STATISTIEK Kenmerk 1 Statistiekjaar [jjjj] Het kenmerk wordt gevuld met het jaar van de periode waarop de berichtgeving betrekking heeft. Het jaar wordt in vier cijfers weergegeven, bijvoorbeeld 2013. Kenmerk 2 Statistiekmaand [mm] Dit kenmerk wordt gevuld met de maand waarop de berichtgeving betrekking heeft. Voor de maand geldt de reeks die loopt vanaf januari (01) tot en met december (12). Kenmerk 3 Statistiekcode Dit is een standaardcode voor alle records van de BDFS. De code is 06. Kenmerk 4 Berichtgevercode [1234] De berichtgever is de specifieke instantie die uitvoering geeft aan én de administratie voert voor één of meer wetten of regelingen waar de gemeente (eind)verantwoordelijk voor is. De berichtgevercode is een uniek nummer van vier cijfers dat door het CBS aan de berichtgever wordt verstrekt. Kenmerk 5 Gemeentecode [1234] Voor de gemeentecode wordt de nummering aangehouden van de CBS-codelijst Nederlandse Gemeenten. De gemeentecode bestaat uit vier cijfers. Kenmerk 6 Naam softwarepakket Met de lettercode kan worden aangegeven met welk softwarepakket de levering is aangemaakt. Socrates (WiGo4it) soc GWS4all gws CiVision WIZ wiz Sociale Verzekeringsbank svb ander pakket and Kenmerk 7 Release/versienummer softwarepakket [abcdefghijkl] Voor het release- en versienummer van het software pakket zijn 12 posities gereserveerd. GEGEVENS VORDERING Kenmerk 8 Registratienummer vordering [123456789012345] Onder het registratienummer van de vordering wordt verstaan het unieke nummer dat door de berichtgever aan één vordering wordt toegekend. Eén debiteur kan meerdere vorderingen hebben die elk afzonderlijk geregistreerd worden. Daarnaast kan één vordering op meerdere debiteuren betrekking hebben (in geval van meerdere hoofdelijk aansprakelijken). Het registratienummer van deze unieke vordering omvat maximaal 15 posities. Het registratienummer moet naar rechts worden uitgelijnd. Wanneer een bij de berichtgever gehanteerd registratienummer minder dan 15 posities bevat (bijvoorbeeld 1234567), dienen voor het statistiekbestand voorloopnullen te worden gebruikt (000000001234567). Kenmerk 9 Datum besluit/beschikking [jjjjmmdd] Onder datum besluit wordt de datum verstaan waarop het besluit of de beschikking van de berichtgever aan betrokkene(n) is bekendgemaakt. Eventuele opschortingen naar aanleiding van bijvoorbeeld gerechtelijke procedures leiden niet tot aanpassing van deze datum. Het kenmerk datum besluit wordt ook gevuld als er sprake is van een verstrekte geldlening. Datum besluit staat dan voor de datum waarop aan de debiteur is bekend gemaakt dat er een vordering op hem is ontstaan. Dat zal in de meeste gevallen bij leningen de datum van het toekenningsbesluit van de lening zijn. In gevallen waarin op een latere datum wordt besloten om een toekenning in een lening om te zetten is het de datum van het omzettingsbesluit. Als er sprake is van onverschuldigde betaling of van fraude dan is het de datum van het terugvorderingsbesluit. Bij een Krediethypotheek is het de datum van het vaststellingsbesluit voor de krediethypotheek. Waar het een onderhoudsbijdrage betreft Richtlijnen Bijstandsdebiteuren en -fraudestatistiek (BDFS) - vanaf verslagmaand januari 2013 12

tenslotte, dient de datum te worden aangehouden waarop aan de onderhoudsplichtige middels een besluit diens verplichting ten opzichte van de gemeente is opgelegd. De datum van het besluit kan gelijk zijn aan of liggen voor de laatste dag van de verslagmaand. Als er in de loop van de tijd meerdere besluiten genomen worden met betrekking tot één vordering, blijft altijd de datum van het eerste besluit van kracht. Kenmerk 10 Aard uitkering WWB algemeen 01 WWB bijzonder 02 WIJ 03 IOAW 11 IOAZ 12 WWIK 13 ABW/RWW 14 BBZ algemeen 15 BBZ bijzonder 16 In dit kenmerk wordt aangegeven op welke wet de vordering betrekking heeft: WWB algemeen, WWB bijzonder, WIJ, IOAW, IOAZ, WWIK, ABW, RWW, BBZ algemeen of BBZ bijzonder. Vorderingen die betrekking hebben op BBZ, (algemeen en bijzonder), werden voorheen onder de categorie WWB aangeleverd. Vorderingen die betrekking hebben op BBZ en zijn beschikt na 01-01-2013 moeten worden aangeleverd met code 15 of 16. Kenmerk 11 Ontstaansgrond vordering Vorderingen beschikt vanaf 01-01-2013 - fraude: verzwijgen witte inkomsten 51 - fraude: verzwijgen zwarte inkomsten 52 - fraude: verzwijgen vermogen en of inkomsten uit vermogen 53 - fraude: onjuiste opgave woonadres 54 - fraude: onjuiste opgave samenstelling huishouden 55 - andere fraude 56 - onverschuldigde betaling 57 - boete wegens fraude 58 - boete niet wegens fraude 59 - lening 60 - krediethypotheek 61 - verhaal op onderhoudsplichtige voor kind 62 - verhaal op onderhoudsplichtige voor ex-partner 63 - rente en incassokosten 64 - overig 65 Vorderingen ontstaan (beschikt) voor 01-01-2013 - onverschuldigd betaald verwijtbaar 81 - onverschuldigd betaald niet verwijtbaar 82 - lening 83 - krediethypotheek 34 - verhaal op onderhoudsplichtige voor kind of (ex)partner 21 - rente en incassokosten 84 - overig 85 Bij het kenmerk ontstaansgrond vordering is onderscheid gemaakt tussen vorderingen die zijn beschikt vóór 1 januari 2013 en vorderingen die zijn beschikt vanaf 1 januari 2013. Bij de ontstaansgrond kan slechts één code van toepassing zijn. Als er sprake is van meerdere vorderingen worden deze in evenzoveel records weergegeven. Als in het besluit tot vordering meerdere ontstaansgronden worden aangegeven, wordt voor de statistiek alleen de code voor de primaire, in de beschikking weergegeven grond weergegeven. Richtlijnen Bijstandsdebiteuren en -fraudestatistiek (BDFS) - vanaf verslagmaand januari 2013 13

Procedure bij wijziging van ontstaansgrond Waardes in het kenmerk ontstaansgrond vordering worden nooit gemuteerd. In de praktijk kan een wijziging van ontstaansgrond wel voorkomen, bijvoorbeeld bij niet tijdige aflossing van een geldlening, waardoor het gehele resterende bedrag kan worden teruggevorderd. In zulke gevallen dient de oorspronkelijke vordering te worden afgeboekt en een nieuwe vordering te worden aangemaakt. Het nieuwe vorderingsrecord wordt bij kenmerk ontstaansgrond vordering gevuld met code 57 (onverschuldigde betaling) bij een vordering die vanaf 1 januari 2013 is beschikt en gevuld met code 82 (onverschuldigd betaald niet verwijtbaar) bij een vordering met een beschikkingsdatum vóór 1 januari 2013. Bij de afgeboekte vordering krijgt kenmerk status van de vordering code 53 (definitief buiten invordering gesteld). Vorderingen ontstaan beschikt met ingang van 1 januari 2013 51, 52, 53, 54, 55, 56 Fraude Het gaat hier om de situatie dat is aangetoond dat de inlichtingenplicht niet is nagekomen en de uitkerende instantie ten onrechte heeft uitbetaald. Voor de BDFS wordt de volgende definitie van fraude gehanteerd: In de sociale zekerheid is het begrip fraude direct verbonden met de voorwaarden voor het recht op uitkering en de daarmee samenhangende inlichtingenplicht. De cliënt dient het uitkeringsorgaan te informeren over veranderingen in zijn situatie waarvan hij redelijkerwijs kan begrijpen dat die van invloed kunnen zijn op recht, hoogte of duur van de uitkering. Er is sprake van uitkeringsfraude als een verwijtbare overtreding van deze verplichting resulteert in onverschuldigde betaling van de uitkering. Veel voorkomende vormen van fraude zijn het niet melden van betaald werk naast de uitkering, van verandering in de leefsituatie of van vermogen of bezittingen. (Bron: Memorie van Toelichting bij de Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving) Het gaat in de BDFS alleen om bijstandsfraude. Alle geconstateerde fraude moet dus worden aangeleverd, ongeacht wie deze heeft geconstateerd, ongeacht hoe deze is geconstateerd, en ongeacht de hoogte van het bedrag, Op grond van de gehanteerde definitie kan dat bedrag geen nul zijn. Immers, dan is er geen sprake van een onverschuldigde betaling van de uitkering. De gemeente moet financieel zijn benadeeld door de fraude. Zogenaamde Aanvraagfraude zonder verstrekking van een uitkering is dus volgens deze definitie geen fraude en moet daarom niet worden geregistreerd in de BDFS. Verwijtbaarheid Wanneer een belanghebbende niet alle voor de uitkering van belang zijnde inlichtingen waarvan hij redelijkerwijs kon begrijpen dat die van belang waren voor de uitkering heeft verstrekt, is dat in principe altijd verwijtbaar. In die gevallen waarin de gemeente vaststelt dat het een niet-verwijtbare gedraging betreft dient de vordering te worden geplaatst in categorie 57 onverschuldigde betaling; niet verwijtbaar aan persoon. Aangezien voor het niet voldoen aan de inlichtingenplicht al vereist is dat de uitkeringsontvanger redelijkerwijs had kunnen weten dat deze inlichtingen verstrekt dienden te worden, is het niet voldoen aan de inlichtingenplicht in zo goed als alle gevallen verwijtbaar. Er is sprake van witte (code 51) of zwarte (code 52) inkomsten als door degene die heeft gefraudeerd tegen betaling een arbeidsprestatie is geleverd. Tot de witte inkomsten behoren de inkomsten waarover sociale premies en loon- of inkomstenbelasting zijn betaald. Zwarte inkomsten zijn de inkomsten waarover geen sociale premies en loon- of inkomstenbelasting zijn betaald. Onder code 54 (onjuiste opgave woonadres) wordt ook de situatie gerekend dat betrokkene in een andere gemeente bleek te wonen dan de gemeente waarvan hij bijstand ontving. Ook valt onder code 54 het niet (tijdig) melden van detentie. Onder code 55 (onjuiste opgave samenstelling huishouden) valt ook het niet opgeven van een partner. Een voorbeeld van fraude die met code 56 dient te worden gecodeerd is fraude met de geboortedatum. Richtlijnen Bijstandsdebiteuren en -fraudestatistiek (BDFS) - vanaf verslagmaand januari 2013 14

57 Onverschuldigde betaling; niet verwijtbaar aan persoon Code 57 is van toepassing als: a) er te veel verstrekte uitkering wordt teruggevorderd nadat is geconstateerd dat er, gezien de geldende uitkeringsnorm, een te hoog bedrag is uitbetaald. De uitkeringsontvanger heeft geen onjuiste gegevens verstrekt; b) er te veel verstrekte uitkering wordt teruggevorderd nadat is geconstateerd dat er, gezien de geldende uitkeringsnorm, een te hoog bedrag is uitbetaald. De uitkeringsontvanger heeft hierover onjuiste gegevens verstrekt maar dit is door de gemeente niet verwijtbaar bevonden; c) er ten onrechte een voorschot is verstrekt en deze wordt teruggevorderd terwijl naderhand blijkt dat middelen ter beschikking zijn gekomen aan de uitkeringsontvanger(s) én de uitkeringsontvanger heeft hierover tijdig volledig en juiste informatie verstrekt; d) de betalingsverplichting bij bijstand in de vorm van een borgtocht niet of niet behoorlijk is nagekomen en een bedrag wordt teruggevorderd. 58 Boete wegens fraude Code 58 geldt voor de situatie dat er een boete vanwege fraude is opgelegd. De begindatum en de einddatum van de boetevordering (kenmerk 12 duur vordering ) dienen overeen te komen met de begindatum en einddatum van de fraude vordering. Zie verder de toelichting bij kenmerk 12 duur vordering. 59 Boete niet wegens fraude Bij code 59 gaat het om de situatie dat er een boete is opgelegd terwijl er geen sprake is van fraude. Bijvoorbeeld de situatie dat een boete vanwege het niet voldoen aan de inlichtingenplicht is opgelegd, maar dat er geen onterechte uitbetaling heeft plaatsgevonden. 60 Lening Hieronder vallen vorderingen vanwege de volgende leningen: a) lening voor duurzame gebruiksgoederen; b) lening voor bedrijfskapitaal voor zelfstandigen; c) lening voor levensonderhoud voor zelfstandigen; d) lening ter overbrugging van de ontvangst van toereikende middelen; e) lening bij ongenoegzaam besef van verantwoordelijkheid; f) lening voor het betalen van een waarborgsom; g) lening voor het aflossen van een schuldenlast. Geldleningen ten gevolge van een wijziging in de betaaldatum als overbrugging aan de cliënt verstrekt vallen niet onder code 60 maar onder code 65 (overig). Leningen onder verband van krediethypotheek vallen onder code 61. 61 Krediethypotheek Deze code heeft betrekking op vorderingen vanwege verstrekking van bijstand onder verband van krediethypotheek. 62 Verhaal op onderhoudsplichtige voor kind Vordering in verband met verhaal op onderhoudsplichtige ten behoeve van een kind. 63 Verhaal op onderhoudsplichtige ex-partner Vordering in verband met verhaal op onderhoudsplichtige ten behoeve van een (ex-)partner. 64 Rente en incassokosten Deze code is van toepassing als de rente op een vordering of de incassokosten als aparte vordering worden opgeboekt. 65 overig Onder deze code vallen de volgende vorderingen: a) verhaal bij nalatenschap, schenking en garanten. Met ingang van 1 januari 1999 is als gevolg van de wetswijziging herziening debiteuren het verhaal op garanten komen te vervallen; b) overige vorderingen die niet in te delen zijn in de voorgaande categorieën. Vorderingen beschikt vóór 1 januari 2013 In deze categorieën kunnen na 1 januari 2013 geen nieuwe vorderingen meer worden opgeboekt. Omdat omzetting van oude vorderingen in de nieuwe categorieën in sommige Richtlijnen Bijstandsdebiteuren en -fraudestatistiek (BDFS) - vanaf verslagmaand januari 2013 15

gevallen extra dossieronderzoek zou vergen kiezen wij ervoor om een aparte categorie-indeling voor bestaande vorderingen te hanteren. Deze indeling vereenvoudigt de indeling zoals deze tot nu toe bestond. Bestaande vorderingen kunnen met behulp van de onderstaande transponeringstabel eenvoudig worden gehercodeerd. De ontstaansgrondcodes van vorderingen met een beschikkingsdatum vóór 2013, zijn samengesteld door samenvoeging van verschillende codes uit de richtlijnen 2010. In die gevallen waar de nieuwe ontstaansgrondcode geen samenvoeging betreft, maar slechts uit één code bestaat is de oude codering gehanteerd. N.B. Vorderingen vanwege cederingen (Richtlijnen BDS 2010, codes: 41 en 42) dienen niet meer te worden verstrekt. Nadere omschrijving codes: 81 Onverschuldigd betaald verwijtbaar Richtlijnen BDS 2010, codes: 01, 02, 13 en 16. 82 Onverschuldigd betaald niet verwijtbaar Richtlijnen BDS 2010, codes: 11, 12, 14 en 15. 83 Lening Richtlijnen BDS 2010, codes: 31, 32, 33 en 35. 34 Krediethypotheek Richtlijnen BDS 2010, code: 34. 21 Verhaal op onderhoudsplichtige voor kind of (ex)partner Richtlijnen BDS 2010, code: 21. 84 Rente en incassokosten Richtlijnen BDS 2010, codes: 43 en 44. 85 Overig Richtlijnen BDS 2010, code: 22 en 49. Transponeringstabel vorderingen ontstaan vóór 01-01-2013 Oud Beschrijving Nieuw Beschrijving 01 Verlaging als terugvordering geboekt 81 Onverschuldigd betaald verwijtbaar 02 Verlaging niet als terugvordering geboekt 81 Onverschuldigd betaald verwijtbaar 11 Onverschuldigd betaald niet verwijtbaar 82 Onverschuldigd betaald niet verwijtbaar 12 Verleend voorschot 82 Onverschuldigd betaald niet verwijtbaar 13 Onverschuldigd betaald verwijtbaar 81 Onverschuldigd betaald verwijtbaar 14 Later ter beschikking gekomen middelen 82 Onverschuldigd betaald niet verwijtbaar 15 Niet nagekomen verplichtingen bij lening 82 Onverschuldigd betaald niet verwijtbaar 16 Niet nagekomen reintegratieverplichtingen 81 Onverschuldigd betaald verwijtbaar 21 Verhaal onderhoudsplichtige 21 Verhaal op onderhoudsplichtige voor kind of ex-partner 22 Verhaal overig 85 Overig 31 Lening voor duurzame gebruiksgoederen 83 Lening 32 Lening voor bedrijfskapitaal 83 Lening 33 Lening voor levensonderhoud 83 Lening zelfstandige 34 Krediethypotheek 34 Krediethypotheek 35 Overige leningen 83 Lening 41 Gecedeerde alimentatie -- NIET LANGER AANLEVEREN 42 Overige cederingen -- NIET LANGER AANLEVEREN 43 Rente 84 Rente en incassokosten 44 Invorderingskosten 84 Rente en incassokosten 49 Overige gronden 85 Overig Richtlijnen Bijstandsdebiteuren en -fraudestatistiek (BDFS) - vanaf verslagmaand januari 2013 16

Kenmerk 12 Duur vordering begindatum vordering einddatum vordering [jjjjmmdd] [jjjjmmdd] Bij kenmerk 12 worden verschillende situaties onderscheiden. a) Er is ten onrechte een uitkering verstrekt en de vordering betreft de terugbetaling van het ten onrechte uitgekeerde bedrag. Bij kenmerk 12 dient nu de begindatum en einddatum te worden opgegeven van de periode waarover wordt teruggevorderd. Het betreft de periode waarin ten onrechte is uitgekeerd en waarover wordt teruggevorderd. Het komt voor dat om belastingtechnische redenen dergelijke vorderingen worden gesplitst in verschillende deelvorderingen die betrekking hebben op aansluitende perioden. De begin- en einddata van deze bij elkaar horende deelvorderingen dienen dan op elkaar aan te sluiten. Het kan ook voorkomen dat een vordering wordt gesplitst waarbij de perioden van de deelvorderingen hetzelfde zijn. De begindata van de deelvorderingen zijn dan gelijk, de einddata van deelvorderingen ook. b) De vordering betreft een boetevordering. Nu dient met de begin- en einddatum de periode te worden aangegeven van de overtreding waarover de boete is opgelegd. Het gaat hier om de gehele periode waarin ten onrechte is uitgekeerd. De begindatum en de einddatum van de boetevordering dienen dus overeen te komen met de begindatum en einddatum van de bijbehorende fraude vordering. c) De vordering heeft betrekking op een lening, bijvoorbeeld voor de aanschaf van duurzame gebruiksgoederen. Nadat de aanschaf is gedaan, ontvangt cliënt een vaststellingsbeschikking van de gemeente met het bedrag, ter hoogte van de aanschafprijs, dat door cliënt dient te worden terugbetaald. Zowel bij de begindatum als de einddatum wordt nu de datum van de beschikking ingevuld. GEGEVENS VERLOOP VORDERING Kenmerk 13 Hoogte beginschuld hoogte beginschuld [123456] In dit kenmerk wordt de oorspronkelijke beginschuld opgegeven. In sommige gevallen worden vorderingen met een beginschuld van nul euro aangeleverd, omdat de hoogte van het bedrag nog niet bekend was ten tijde van de levering van het maandbestand. In deze situatie kan de beginschuld worden gemuteerd door de berichtgever. Deze mutatie dient plaats te vinden wanneer de beginschuld definitief is vastgesteld. Aan het muteren is geen tijdslimiet gesteld, maar het CBS zal vorderingen die langer dan 3 maanden met een beginschuld van nul euro worden aangeleverd, in een aantal gevallen terugleggen bij de berichtgever. Andere mutaties in het schuldbedrag komen tot uiting in kenmerk saldo van de schuld en correctie op het schuldbedrag. NB: Bij leenbijstand heeft vaststelling normaal gesproken betrekking op het maximale bedrag waarop leenbijstand betrekking mag hebben. Datgene wat als hoogte beginschuld wordt gezien is de registratie van de feitelijke schuld nadat de diverse aankopen e.d. zijn verricht. Deze feitelijke schuld is opgenomen in de vaststellingsbeschikking die aan cliënt wordt toegezonden. De vordering wordt na de beschikking opgeboekt. Dit kenmerk wordt met nullen gevuld als de vordering in de loop van tijd wordt opgebouwd zoals bij krediethypotheek (kenmerk ontstaansgrond, code 34), verhaal op onderhoudsplichtige voor kind of ex-partner (kenmerk ontstaansgrond, code 21, 62 of 63) en lening voor levensonderhoud van zelfstandige (valt onder ontstaansgrond, code 83). Kenmerk 14 Reden correctie op schuldbedrag brutering 01 rente/incassokosten 02 uitspraak na bezwaar/beroep/hoger beroep 03 overige correcties 09 niet van toepassing 99 Richtlijnen Bijstandsdebiteuren en -fraudestatistiek (BDFS) - vanaf verslagmaand januari 2013 17

Voor elke correctie op het oorspronkelijke schuldbedrag in deze periode wordt hier opgegeven wat de reden van correctie was. Dit kenmerk kan dus meerdere keren worden aangeleverd in dezelfde verslagperiode. Kenmerk 15 Hoogte van het correctiebedrag hoogte correctiebedrag [a123456] niet van toepassing 9999999 Per correctie wordt het correctiebedrag vermeld. Het bedrag wordt in hele euro's vermeld, waarbij voorafgaand een teken wordt geplaatst om aan te geven of er sprake is van een positieve, dan wel een negatieve correctie. Bij verhoging van de schuld wordt een plusteken gebruikt, bij verlaging een minteken. De volgorde van het bedrag van correctie en de reden van correctie moet gelijk zijn. Het eerste correctiebedrag dat wordt opgegeven hoort dus bij de eerste reden van correctie. Als er drie correcties zijn in de verslagperiode moeten beide kenmerken dus drie maal worden ingevuld en aangeleverd. Kenmerk 16 Status van de vordering lopende aflossing 51 tijdelijk geen invordering 52 definitief buiten invordering gesteld 53 schuld geheel afgelost 54 niet van toepassing 99 In dit kenmerk wordt aangegeven in welke fase het vorderingsproces zich bevindt op de laatste dag van de verslagmaand of op de dag dat de vordering is afgeboekt/afgelost. 51 Lopende aflossing Er wordt afgelost op de vordering. 52 Tijdelijke geen invordering Om diverse redenen wordt er tijdelijk niet op de vordering afgelost. Enkele redenen zijn: - ontbreken van aflossingscapaciteit vanwege onvoldoende inkomsten; - liggen van de prioriteit bij andere vordering van debiteur; - lopen van een gerechtelijke procedure omdat debiteur bezwaar heeft gemaakt of in beroep is gegaan tegen het besluit tot vordering; - lopen van een schuldsanering; 53 Definitief buiten invordering gesteld Er wordt niet meer afgelost op de vordering en dat zal ook niet meer gebeuren. Toch is de schuld niet volledig afgelost. Er kunnen diverse redenen zijn om vorderingen definitief buiten invordering te stellen, bijvoorbeeld: - er is voldaan aan de opgelegde betaalverplichting; - lopen van een schuldsanering; - de restschuld is afgekocht; - ontbreken van aflossingscapaciteit; - de verblijfplaats is onbekend; - verblijf in het buitenland; - de debiteur is overleden; - een afboeking van een kruimelbedrag. 54 Schuld geheel afgelost De schuld is geheel afgelost. Wanneer een vordering code 53 (definitief buiten invordering gesteld) of code 54 (schuld geheel afgelost) heeft gekregen dan zijn er twee mogelijkheden. 1. De vordering komt niet meer voor in het volgende bestand. 2. De vordering komt wel voor in het volgende bestand en kenmerk status van de vordering krijgt code 99 (niet van toepassing). De vordering kan dan nog maximaal één maand worden aangeleverd. Dit is het geval als er voor deze vordering binnen één maand nabetalingen of Richtlijnen Bijstandsdebiteuren en -fraudestatistiek (BDFS) - vanaf verslagmaand januari 2013 18

mutaties zijn te verwachten. Zijn er geen nabetalingen of mutaties dan wordt de vordering, na éénmalige levering met code 99, niet meer aangeleverd. 99 Niet van toepassing De status is niet van toepassing, indien een vordering geheel teniet is gedaan, maar nog wel aan het CBS wordt aangeleverd. Kenmerk 17 Saldo van de schuld [a123456] Dit kenmerk wordt gevuld met het nog resterende bedrag aan schuld bij de desbetreffende vordering op de laatste dag van de kalendermaand. Dit is de beginschuld, in de tijd aangepast voor mogelijke correcties en verminderd met de ontvangen aflossingen. Bij aflossingen van geldleningen gaat het om het bedrag dat resteert, nadat tijdens de verslagmaand binnengekomen ontvangsten zijn verwerkt. Het saldo kan echter ook een negatief bedrag vormen. Vandaar de ruimte om een minteken aan te kunnen geven. Een voorbeeld (in hoofdstuk 5) waarin dit kenmerk een rol speelt is negatieve ontvangsten. GEGEVENS ONTVANGSTEN Kenmerk 18 Totaal ontvangen bedrag hoogte bedrag [a123456] niet van toepassing 9999999 Hierin wordt aangegeven welk bedrag gedurende de kalendermaand is ontvangen door de berichtgever, inclusief eventuele overboekingen of restituties. Afhankelijk van de getroffen regeling kan het ook een eenmalig bedrag betreffen. Als per vordering meerdere bedragen zijn ontvangen, dienen deze getotaliseerd te worden. Als een persoon geld aflost op de schuld zijn dit positieve inkomsten wat met een + moet worden aangegeven. Als een persoon geld ontvangt van de gemeente, bijvoorbeeld een terugbetaling voor te veel aflossing, dan zijn dat negatieve ontvangsten voor de gemeente en dat moet met een - worden aangegeven. Correcties op het schuldbedrag worden aangegeven onder kenmerk hoogte van het correctiebedrag. Als er geen bedrag is ontvangen dan moet dit kenmerk met negens worden gevuld. GEGEVENS UITKERINGSONTVANGER (alleen in te vullen voor onderhoudsbijdrage) Kenmerk 19 Burgerservicenummer uitkeringsontvanger Burgerservicenummer [123456789] Dit kenmerk wordt alleen gevuld in die gevallen waarin de debiteur (kenmerk BSN debiteur ) als onderhoudsplichtige is aangemerkt. Dus alleen als er een vordering is met ontstaansgrond onderhoudsbijdrage (code 21, 62 of 63). Onder kenmerk BSN ontvanger wordt dan het BSN van de ontvanger geplaatst. Kenmerk BSN ontvanger, kan dus nooit gelijk zijn aan kenmerk BSN debiteur. GEGEVENS BOETE (alleen in te vullen voor boetevorderingen wegens fraude) Kenmerk 20 Recidive ja 1 nee 2 Hier wordt aangegeven of deze persoon, binnen de recidivetermijn, al eerder een vordering wegens fraude opgelegd heeft gekregen. Ook als deze fraude in een andere gemeente is vastgesteld. Dit kenmerk moet alleen gevuld worden als de ontstaansgrond van de vordering een boete wegens fraude is (code 58). Op het moment dat de boete is vastgesteld heeft ook een boete-onderzoek plaatsgevonden waardoor bekend is of iemand al eerder bijstandsfraude heeft gepleegd. Richtlijnen Bijstandsdebiteuren en -fraudestatistiek (BDFS) - vanaf verslagmaand januari 2013 19

Kenmerk 21 Robuuste incasso toegepast ja 1 nee 2 Hier wordt aangegeven of voor de opgelegde boete gebruik wordt gemaakt van verrekening van een bestuurlijke boete bij recidive, zonder inachtneming van de beslagvrije voet, zoals voorgeschreven in artikel 60b-1b van de wet aanscherping en handhaving sanctiebeleid, dit wordt robuuste incasso genoemd. Als er geen sprake is van recidivering (bij kenmerk 20 is 2 ingevuld), dan zou kenmerk 21 altijd moeten zijn gevuld met nee (code 2). Kenmerk 22 Hoogte bestuurlijke boete 100 % fraudebedrag 1 150 % fraudebedrag (recidive) 2 verlaagd wegens verminderde verwijtbaarheid 3 Hier wordt de hoogte van de bestuurlijke boete opgegeven. Als er sprake is van een eerste overtreding dan wordt in principe een boete van 100% opgelegd, als er sprake is van een recidive dan wordt in principe een boete van 150% opgelegd. Alleen als er sprake is van verminderde verwijtbaarheid kan hiervan worden afgeweken. GEGEVENS SANCTIE (alleen in te vullen voor fraudevorderingen) Kenmerk 23 Soort sanctie geen sanctie 1 nog in behandeling bij gemeente 2 bestuurlijke boete 3 aangifte gedaan bij justitie 4 Hier wordt opgegeven wat voor sanctie iemand krijgt opgelegd naar aanleiding van de gepleegde fraude. Doordat de sanctie niet meteen bekend is kan dit kenmerk worden aangepast als er wijzigingen in optreden. Het gaat om de bekende sanctie in de verslagmaand. Indien aangifte is gedaan bij justitie (code 4), dan dient kenmerk 24 zaaksnummer van een geldige waarde te worden voorzien. Kenmerk 23 dient alleen te worden ingevuld bij vorderingen wegens fraude. Bij kenmerk 11 ontstaansgrond vordering is dan code 51, 52, 53, 54, 55 of 56 opgegeven. Kenmerk 24 Zaaksnummer zaaksnummer [123456789] niet van toepassing 999999999 Het zaaksnummer is een justitieel nummer dat wordt geleverd aan de gemeente als er aangifte is gedaan. Op die manier kan een gemeente volgen wat er gebeurd met de aangifte. Dit nummer moet alleen worden geleverd als er aangifte gedaan is bij justitie na een fraude. Is er wel sprake van fraude maar is er (nog) geen aangifte gedaan bij justitie, dan kan niet van toepassing worden ingevuld. GEGEVENS AANSPRAKELIJKEN (invullen voor alle hoofdelijk aansprakelijken) Kenmerk 25 Burgerservicenummer debiteur Burgerservicenummer [123456789] onbekend 999999999 Van iedere persoon die hoofdelijk aansprakelijk is voor de vordering wordt het BSN geleverd. Als de betrokkene in Nederland verblijft, maar zijn BSN ontbreekt, (bijvoorbeeld bij onderhoudsplicht) kan dit opgehaald worden bij één van de regionale eenheden van de Belastingdienst. In enkele gevallen kan het voorkomen dat het BSN onbekend is. Bijvoorbeeld als de debiteur in het buitenland woont en nooit een Nederlands BSN gehad heeft. Er worden dan negens ingevuld. Als het om onderhoudsplicht gaat, wordt dit kenmerk gevuld met het BSN van de onderhoudsplichtige. Het BSN van de bijstandsontvanger wordt dan bij kenmerk burgerservicenummer uitkeringsontvanger (kenmerk 19) gevuld. Het BSN van de debiteur kan nooit gelijk zijn aan het BSN van de ontvanger. Richtlijnen Bijstandsdebiteuren en -fraudestatistiek (BDFS) - vanaf verslagmaand januari 2013 20