Installatie-instructie

Vergelijkbare documenten
Installatie-instructie

Installatie-instructie

Installatie-instructie

Installatie-instructie

Installatie-instructie

Montage-instructie. Branderset Hoog rendement Gaswandketel

Installatie-instructie

Installatie-instructie

Installatie-instructie

Gebruikers- en installateursinstructie

Installatie-instructie

Installatie-instructie

Installatie-instructie

Montage-instructie. Nefit TopLine Aansluitset cv/ww

Gebruikers- en installateursinstructie

Cascade-opstelling Nefit EcomLine HR pakket E2, E3, E4, E5 en E6. Lijnopstelling

Gebruikers- en installateursinstructie

T OPL INE HR VOOR DE ZAKELIJKE MARKT. Nefit houdt Nederland warm T OPL INE HR 70 EN HR 100

Het cascadesysteem. in één compact toestel

Installatiehandleiding Logamax plus GB162-70/85/100 V2

Product-Data-Blad. Quinta 45/65/85/115. Krachtig en compact met een enorm vermogen

NE1.1. Neutralisatie-eenheid. Voor gebruik bij condensatieketels voor gas. Installatie- en onderhoudshandleiding voor de installateur

TopLine HR 70/100 II Nieuwe generatie met groot vermogen

SGE. warmtewisselaar SGE - 40/60. Innovation has a name.

Product-Data-Blad. Avanta CW6. De compacte ketel met grootse prestaties

Installatie-instructie

SGE HR-Condenserende gas-zonneboiler met geïntegreerde

Installatie-instructie

TopLine HR 50/70/100 II Nieuwe generatie met groot vermogen

SGE. warmtewisselaar SGE - 40/60. Innovation has a name.

Het nieuwe beugelen! Wat is de beste manier om een rookgasafvoersysteem

HET NIEUWE BEUGELEN CHECKLIST. Burgerhout PARTNER INNOVATIVE

Cascade-opstelling Nefit EcomLine HR pakket L2A. Lijnopstelling

Bosch 24 HRC Compact 3 Bosch 28 HRC Compact 4 Bosch 30 HRC Compact 5. Hoog Rendement Gaswandketel. Installatie- en onderhoudsinstructie voor de vakman

Installatie-instructie

Nefit TopLine HR (II)

Quinta Pro 45/65/90/115

Installatie-instructie Hoog Rendement Gaswandketel Nefit ProLine HRC 24/CW3 Nefit ProLine HRC 24/CW4 Nefit ProLine HRC 30/CW5

Onderdelenlijst (2017/08) cal. TopLine (II)

Installatie-instructie

Installatie-instructie

Installatie-instructie

Twister Condenserende HR RVS boiler

Installatie-instructie

Montage-instructie. Gasregelblok DDC (05/2008)

Rogafa. Het nieuwe beugelen! Rogafa. Nieuw advies Wat is de beste manier om een rookgasafvoersysteem

SGE. warmtewisselaar SGE - 40/60. Innovation has a name.

Cascade-opstelling Nefit EcomLine HR pakket L2B. Lijnopstelling

Voorschriften checklist Ubbink rookgasafvoersystemen. Rolux enkelwandige rookgasafvoer/ luchttoevoer in de schacht

Twister Condenserende HR RVS boiler

Het nieuwe beugelen!

Voor de installateur Montage-instructie dakdoorvoerset en muurdoorvoerset Nefit TopLine HR

Rogafa. Het nieuwe beugelen! Rogafa. Nieuw advies Wat is de beste manier om een rookgasafvoersysteem

Bosch 24 HRC Compact 3 Bosch 28 HRC Compact 4 Bosch 30 HRC Compact 5

Neutralisatie-eenheid

Gebruikers- en installateursinstructie

Installatie-instructie

Installatie- en onderhoudshandleiding PSWK 50. Buffervat Wo (2013/03) BE

Installatie-instructie

Bedieningsinstructie

Installatie-instructie. Hoog Rendement Gaswandketel

Installatie-instructie

Gebruikers- en installateursinstructie

Voor de installateur. Montage-instructie. muur- en dakdoorvoerset Nefit EcomLine HR-toestellen (07/2013) NL

F2555-N F3255-N F4055-N

F2555HE-N F3255HE-N F4055HE-N

Open toestel zonder trekonderbreker, lucht uit opstellingsruimte, rookgasafvoer bovendaks,

Gebruikers- en installateursinstructie

Installatie- en bedieningsinstructie. Table Stand DS (2018/08) nl

Installatie-instructie Hoog Rendement Gaswandketel Nefit ProLine HRC 24/CW3 Nefit ProLine HRC 24/CW4 Nefit ProLine HRC 30/CW5

De professionele standaard voor kwaliteit, flexibiliteit en comfort

Bosch 24 HRC Compact 3 Bosch 28 HRC Compact 4 Bosch 30 HRC Compact 5. Hoog Rendement Gaswandketel. Installatie- en onderhoudsinstructie voor de vakman

BFC Cyclone Condenserende hoog rendementboiler

Installatievoorschriften. Bel-Ro-combi CLV systeem

Nefit ventilatorgeiser

Quinta 25/30s en 28/35c

Voorschriften checklist Ubbink rookgasafvoersystemen. Rolux enkelwandige PP rookgasafvoer

Geiser GWH11 COP... / GWH14 COP... / GWH18 COP... gebruiksaanwijzing (2015/04) NL

Gebruikersinstructie. Nefit ventilatorgeiser (2017/05) NL F2500 VE-N F3300 VE-N

Gebruiksaanwijzing. Nefit geiser (2017/03) NL F2555HE-N F3255HE-N F4055HE-N

Montagehandleiding. Logamax plus. Cascade-unit GB162-65/80/100. Voor de vakman. Voor montage zorgvuldig lezen (2011/02) BE

Op de volgende pagina s zijn enkele voorbeelden van opstellingsmogelijkheden te zien. Upsilon Cascade Ketelopstellingen en gemakkelijke installatie

Product-Data-Blad. Compacte hoog-rendementsketel voor optimale inzetbaarheid

Geiser GWH11 COH... / GWH14 COH... / GWH18 COH... gebruiksaanwijzing (2015/04) NL

Celsius WT 10 AM1 E/ WT 13 AM1 E. Gebruikersinstructie (2015/04) NL

R600 IP/ZW Technische documentatie Tapwater- en zwembadketel

Montage handleiding BM kunststof PP rookgasafvoerleidingen

BFC Cyclone Condenserende hoog rendementboiler

P ROL INE HRC VOOR DE ZAKELIJKE MARKT. Nefit houdt Nederland warm P ROL INE HRC

Nefit Economy cv-boilers

Bosch. 24 HRC Compact 3 28 HRC Compact 4 30 HRC Compact 5. Hoog Rendement Gaswandketel. nl Gebruikersinstructie (2012/09)

Gebruikersinstructie. hr-toestel TopLine HR 50 II, HR 70 II, HR 100 II (2018/04) NL DDC

Ombouwinstructie Brander

Gebruikersinstructie

Installatie-instructie

Transcriptie:

Installatie-instructie 6 70 807 034-000.DDC hr-toestel TopLine HR 50 II, HR 70 II, HR 00 II 67080 (07/03) NL

Inhoudsopgave Inhoudsopgave Toelichting bij de symbolen en veiligheidsaanwijzingen.... 3. Uitleg van de symbolen........................... 3. Algemene veiligheidsinstructies.................... 3 Productinformatie..................................... 4. Documentatie.................................. 4. Conformiteitsverklaring.......................... 4.3 Leveringsomvang............................... 4.4 Toesteltypen................................... 5.5 Typeplaat...................................... 5.6 Ombouwen gassoort............................. 5.7 Toestelcategorie K (I EK )......................... 5.8 Accessoires.................................... 5.9 Verwijderen mantel.............................. 5.0 Vorstbeveiliging................................. 5. Testprocedure pomp............................ 5. Afmetingen.................................... 6.3 Productoverzicht................................ 7.4 Elektrisch schema............................... 8.5 Technische gegevens............................ 9.6 Productgegevens over het energieverbruik......... 0.7 Hydraulische weerstanden...................... 0.8 Restopvoerhoogte............................. 0.9 Gaskeurlabeling............................... 0 3 Voorschriften....................................... 4 Transport.......................................... 5 Montage........................................... 5. Belangrijke opmerkingen....................... 5. Waterkwaliteit................................ 5.. Toevoegmiddelen............................. 5.3 Uitpakken cv-toestel........................... 5.4 Controleren gassoort.......................... 5.5 Ophangen cv-toestel........................... 5.6 Verwijderen beschermdoppen................... 5.7 Aansluiten cv- en gaszijdig...................... 5.8 Monteren aansluitset (accessoire)................ 5.8. Monteren gaskraan............................ 3 5.8. Monteren aansluitset.......................... 3 5.9 Aansluiten cv-leidingen (zonder aansluitset)....... 3 5.9. Aansluiten gaszijdig............................ 3 5.9. Monteren pomp............................... 4 5.0 Monteren open verdeler........................ 4 5. Monteren sifon............................... 4 5. Aansluiten condensafvoer...................... 5 5.3 Aansluiten expansievat......................... 5 5.4 Monteren achterwand isolatie................... 6 6 Rookgasafvoersystemen............................. 6 6. Toestelclassificaties........................... 6 6.. Bxx (open opstelling).......................... 6 6.. Cxx (gesloten opstelling)....................... 6 6. Rookgasafvoermateriaal........................ 7 6.3 Montage..................................... 7 6.3. Beugelen leidingdelen.......................... 7 6.3. Concentrisch aansluiting (C xx )................... 8 6.3.3 Parallelle aansluiting (C xx )...................... 9 6.3.4 Enkelpijpse aansluiting (B xx ).................... 9 6.3.5 Controleren rookgasafvoerlengte................ 9 6.4 Cascade rookgasafvoersystemen................ 9 6.4. Onderdruk cascade............................ 0 6.4. Overdruk cascade............................. 7 Aansluiten elektrisch................................ 7. Regelprincipe................................. 7. Aansluiten regelingen........................... 7.3 Monteren trekontlasting......................... 3 7.4 Aansluiten aan-uitkamerthermostaat.............. 3 7.5 Aansluiten modulerende regelaar................. 3 7.6 Aansluiten extern schakelcontact................. 4 7.7 Aansluiten buitentemperatuursensor.............. 4 7.8 Aansluiten boilertemperatuursensor............... 4 7.9 Aansluiten 3-wegklep........................... 4 7.0 Aansluiten functiemodule (accessoire)............. 4 7. Aansluiten boilerpomp.......................... 5 7. Aansluiten warmwatercirculatiepomp.............. 5 7.3 Aansluiten cv-pomp............................ 6 7.4 Monteren stekker (indien niet voorgemonteerd)..... 6 8 Bediening........................................... 6 8. Infomenu..................................... 7 8. Instelmenu.................................... 7 8.3 Servicebedrijf................................. 8 8.4 Historiemenu.................................. 8 8.5 Toetsblokkering............................... 8 9 Inbedrijfname....................................... 8 9. Vullen cv-installatie............................. 8 9. Ontluchten gasleiding........................... 9 9.3 Controleren rookgasafvoersysteem............... 9 9.4 Instellen cv-vermogen.......................... 9 9.5 Instellen maximale cv-watertemperatuur........... 9 9.6 Instellen pomp aansluitset....................... 9 9.7 In-/uitschakelen warmwaterbedrijf................ 9 9.8 Instellen warmwatertemperatuur................. 9 9.9 Meten gasvoordruk............................. 9 9.0 Meten gas-luchtverhouding...................... 30 9. Meten CO en O............................... 3 9. Meten ionisatiestroom.......................... 3 9.3 Controleren (rook)gasdichtheid.................. 3 9.4 Controleren werking cv-toestel................... 3 9.5 Afsluitende werkzaamheden..................... 3 9.6 Gebruiker informeren........................... 3 9.7 Inbedrijfnameprotocol.......................... 3 0 Uitbedrijfname...................................... 3 0. Standaard uitbedrijfname....................... 3 0. Uitbedrijfname bij vorstgevaar.................... 3 Milieubescherming en afvalverwerking................. 33 Inspectie en onderhoud............................... 33. Belangrijke opmerkingen........................ 33. Demonteren gas-luchtunit....................... 33.3 Reinigen brander.............................. 34.4 Reinigen warmtewisselaar....................... 34.5 Controleren ontstekingsunit..................... 35.6 Reinigen sifon................................. 35.7 Reinigen condensbak........................... 36.8 Meten dynamische gasvoordruk.................. 36.9 Meten gas-luchtverhouding...................... 36.0 Meten CO en O............................... 37. Controleren rookgaskeerklep.................... 37. Meten ionisatiestroom.......................... 37.3 Controleren (rook)gasdichtheid.................. 37.4 Controle op goede werking...................... 37.5 Inspectie- en onderhoudsprotocol................ 38 3 Displaycodes........................................ 39 3. Soorten displaycodes........................... 39 3. Resetten..................................... 39 3.3 Bedrijfs- en storingscodes....................... 39 TopLine HR 50/70/00 II 67080 (07/03)

Toelichting bij de symbolen en veiligheidsaanwijzingen Toelichting bij de symbolen en veiligheidsaanwijzingen. Uitleg van de symbolen Waarschuwing Veiligheidsinstructies in de tekst worden aangegeven met een gevarendriehoek. Het signaalwoord voor de waarschuwing geeft het soort en de ernst van de gevolgen aan indien de maatregelen ter voorkoming van het gevaar niet worden nageleefd. De volgende signaalwoorden zijn vastgelegd en kunnen in dit document worden gebruikt: OPMERKING betekent dat materiële schade kan ontstaan. VOORZICHTIG betekent dat licht tot middelzwaar lichamelijk letsel kan optreden. WAARSCHUWING betekent dat zwaar tot levensgevaarlijk lichamelijk letsel kan optreden. GEVAAR betekent dat zwaar tot levensgevaarlijk lichamelijk letsel zal optreden. Belangrijke informatie Belangrijke informatie zonder gevaar voor mens of materialen wordt met het nevenstaande symbool gemarkeerd. Aanvullende symbolen Symbool Betekenis Handeling Verwijzing naar een andere plaats in het document Opsomming Opsomming ( e niveau) Tabel. Algemene veiligheidsinstructies Instructies voor de doelgroep Deze installatiehandleiding is bedoeld voor installateurs van gas- en waterinstallaties, cv- en elektrotechniek. De instructies in alle handleidingen moeten worden aangehouden. Indien deze niet worden aangehouden kan materiële schade en lichamelijk letsel en zelfs levensgevaar ontstaan. Lees de installatiehandleidingen (cv-toestel, regelaar enzovoort) voor de installatie. Houd de veiligheids- en waarschuwingsinstructies aan. Houd de nationale en regionale voorschriften, technische regels en richtlijnen aan. Documenteer uitgevoerde werkzaamheden. Reglementair gebruik Het product mag alleen worden gebruikt voor het verwarmen van cv-water en voor de warmwatervoorziening in gesloten warmwaterverwarmingssystemen. Ieder ander gebruik komt niet overeen met de voorschriften. Daaruit resulterende schade valt niet onder de fabrieksgarantie. Handelswijze bij gaslucht Bij ontsnappend gas bestaat explosiegevaar. Houd bij gaslucht de volgende gedragsregels aan. Voorkom vlam- of vonkvorming: Rook niet, gebruik geen aansteker en lucifers. Bedien geen elektrische schakelaars, trek geen stekkers uit het stopcontact. Gebruik geen telefoon of deurbel. Sluit de gastoevoer af via de hoofdafsluiter of via de gasmeter. Open ramen en deuren. Waarschuw alle bewoners en verlaat het gebouw. Voorkom dat derden het gebouw betreden. Neem buiten het gebouw contact op met brandweer, politie en gasbedrijf. Levensgevaar door vergiftiging met rookgassen Bij ontsnappend rookgas bestaat levensgevaar. Rookgasafvoerende delen niet wijzigen. Let erop dat de rookgasafvoer en de afdichtingen niet beschadigd zijn. Levensgevaar door vergiftiging met rookgassen bij onvoldoende verbranding Bij ontsnappend rookgas bestaat levensgevaar. Houd bij beschadigde of lekkende rookgasafvoerbuizen of bij gasgeur de volgende gedragsregels aan. Brandstoftoevoer sluiten. Ramen en deuren openen. Eventueel alle bewoners waarschuwen en verlaat het gebouw. Voorkom dat derden het gebouw betreden. Schade aan de rookgasafvoerbuis direct verhelpen. Verbrandingsluchttoevoer waarborgen. Be- en verluchtingsopeningen in deuren, vensters en wanden niet afsluiten of verkleinen. Waarborg voldoende verbrandingsluchttoevoer ook bij naderhand ingebouwde apparaten, bijvoorbeeld bij afvoerluchtventilatoren en keukenventilatoren en airconditioningssystemen met afvoer naar buiten toe. Bij onvoldoende verbrandingsluchttoevoer mag het product niet in bedrijf worden gesteld. TopLine HR 50/70/00 II 67080 (07/03) 3

Productinformatie Installatie, inbedrijfstelling en onderhoud Installatie, inbedrijfstelling en onderhoud mogen alleen door een erkend installateur worden uitgevoerd. Overstortventielen nooit afsluiten. Gasdichtheid of oliedichtheid contoleren na de werkzaamheden aan gas- of olietransporterende onderdelen. Bij open bedrijf: waarborg, dat de opstellingsruimte aan de ventilatie-eisen voldoet. Gebruik alleen originele reserve-onderdelen. Overdracht aan de eigenaar Leg bij de overdracht aan de gebruiker het gebruik en bediening van de cv-installatie uit. Leg de bediening uit. Ga daarbij in het bijzonder in op alle veiligheidsrelevante handelingen. Wijs erop, dat ombouw of reparatie alleen door een erkend installateur mag worden uitgevoerd. Wijs op de noodzaak tot inspectie en onderhoud voor een veilige en milieuvriendelijke werking. Geef de installatie- en gebruikersinstructies aan de eigenaar in bewaring. Productinformatie. Documentatie Deze installatie-instructie bevat belangrijke informatie voor de veilige en vakkundige montage, inbedrijfstelling en onderhoud van het cv-toestel. Deze installatie-instructie is bedoeld voor de installateur die, op grond van vakopleiding en ervaring, over voldoende vakkennis beschikt over cv- en gasinstallaties.. Conformiteitsverklaring Dit product voldoet aan de betreffende Europese richtlijnen en aanvullende nationale voorschriften. De conformiteit wordt middels een CE-markering aangeduid. De conformiteitsverklaring kan worden verkregen bij de fabrikant. Zie voor contactgegevens de achterzijde van dit document..3 Leveringsomvang Het cv-toestel wordt compleet gemonteerd vanaf de fabriek geleverd. Controleer of de leveringsomvang compleet en onbeschadigd is. 9 8 7 6 5 Afb. Leveringsomvang [] cv-toestel [] ophangbeugel [3] documentatieset [4] sifon [5] stekker (indien niet voorgemonteerd) [6] condensafvoerslang [7] schroef, sluitring, plug ( ) [8] wartel met pakking ( ) [9] trekontlasting (6 ) 3 4 670834-.TD 4 TopLine HR 50/70/00 II 67080 (07/03)

Productinformatie.4 Toesteltypen Per land kan er een verschil zijn tussen de genoemde en de beschikbare cv-vermogens. Neem voor meer informatie over de beschikbaarheid contact op met de fabrikant. Zie voor contactgegevens de achterzijde van dit document..9 Verwijderen mantel Draai de borgschroeven los []. Trek de kliksluitingen aan de onderzijde van het bedieningspaneel naar onderen []. Verwijder de mantel [3.]. Dit document heeft betrekking op de volgende toesteltypen: TopLine HR 50 II; TopLine HR 70 II; TopLine HR 00 II. De benaming van het cv-toestel is uit de volgende delen samengesteld: Nefit: fabrikant; TopLine: productnaam; HR 50 II, HR 70 II of HR 00 II: producttype..5 Typeplaat De typeplaat bevindt zich aan bovenzijde van het cv-toestel, links naast de rookgasafvoeradapter ( afb. 4, [8]). Op de typeplaat staat het serienummer, de toestelcategorie en staan de goedkeuringen..6 Ombouwen gassoort Dit cv-toestel is af fabriek geschikt en afgesteld voor aardgas G5.3. Het cv-toestel kan door de fabrikant worden omgebouwd naar propaan 3P (G3). Zie voor contactgegevens de achterzijde van dit document..7 Toestelcategorie K (I EK ) Dit cv-toestel is afgesteld voor de toestelcategorie K (I K ) en is geschikt voor het gebruik van G en G+ distributiegassen volgens de specificaties zoals die zijn weergegeven in de NTA 8837:0 Annex D met een Wobbe-index van 43,46 45,3 MJ/m3 (droog, 0 C, bovenwaarde) of 4,3 4,98 (droog, 5 C, bovenwaarde). Dit cv-toestel kan daarnaast worden omgebouwd en/of opnieuw worden afgeregeld voor de toestelcategorie E (I E ) en is dan geschikt voor het gebruik van hoogcalorisch distributiegassen met een Wobbe-index van 5,07-54,8 MJ/m3 (droog, 0 C, bovenwaarde) of 49,4-5,4 MJ/ m3 (droog, 5 C, bovenwaarde). Voorwaarde voor het hoogcalorische distributiegas is dat de samenstelling niet meer dan 7% propaan, % ethaan,,5% koolstofdioxide, 0,5% waterstof en,8% waterdamp bevat waarbij het totale PE getal (propaanequivalent) niet hoger dan 7% mag zijn. Bovengenoemde grenswaarden voor de Wobbe-index zijn de waarden die gewaarborgd worden door de tests volgens de toestelnorm EN 550-- met de extreme grensgassen die voor de genoemde toestelcategorieën gelden..8 Accessoires Voor dit cv-toestel zijn diverse accessoires leverbaar. Neem voor meer informatie contact op met de fabrikant. Zie voor contactgegevens de achterzijde van dit document. Afb. 3.. Verwijderen van de mantel.0 Vorstbeveiliging.. 3. 670807034-7.DDC OPMERKING: installatieschade. De cv-installatie kan bij strenge vorst bevriezen door: het uitvallen van de netspanning, onvoldoende gastoevoer of een toestelstoring. Plaats het cv-toestel in een vorstvrije ruimte. Tap de cv-installatie af indien zij voor langere tijd uit bedrijf wordt genomen. Het cv-toestel is voorzien van een geïntegreerde vorstbeveiliging. Dit betekent dat er geen externe vorstbeveiliging voor het cv-toestel aangebracht hoeft te worden. De vorstbeveiliging schakelt het cv-toestel in bij een cv-watertemperatuur van 7 C en schakelt het cv-toestel uit bij een cv-watertemperatuur in het cv-toestel van 5 C. De cv-installatie wordt niet door deze vorstbeveiliging tegen bevriezen beveiligd.. Testprocedure pomp Wanneer de pomp over een langere periode niet in bedrijf is geweest, volgt na elke 4 uur automatisch een pompcontrole van 0 seconden. Deze procedure voorkomt dat de pomp gaat vastzitten. TopLine HR 50/70/00 II 67080 (07/03) 5

Productinformatie. Afmetingen 40 50 = = 469 56 6 36 980 3 9 8 4 5 = = 30 40 6 330 7 6 35 38 6 70 807 034-003.DDC Afb. 3 Afmetingen [mm] [] concentrische rookgasafvoeradapter, Ø 00/50 mm mofeind [] afdekdop, aansluiting voor luchttoevoer parallel [3] gas cv-toestel, R '' buitendraad [4] retour cv-toestel, G ½ '' wartel met binnendraad [5] retour aansluitset, G ½ '' buitendraad met vlakke dichting [6] condensafvoer, Ø 4 mm uitwendig [7] gas aansluitset, R " binnendraad [8] aanvoer aansluitset, G ½ '' buitendraad met vlakke dichting [9] aanvoer cv-toestel, G ½ '' wartel met binnendraad 6 TopLine HR 50/70/00 II 67080 (07/03)

Productinformatie.3 Productoverzicht 8 7 6 5 4 3 9 0 3 4 5 6 7 8 9 0 3 4 5 Cv-toestel: [] bedieningspaneel [] aansluitstrook [3] condensbak [4] automatische ontluchter [5] snelsluiting [6] venturi [7] luchtaanzuigbuis [8] typeplaat [9] gasregelblok [0] aansluiting luchttoevoer (concentrisch) [] aansluiting rookgasafvoer [] meetpunt rookgas [3] rookgastemperatuursensor (alleen Zwitserland) [4] toevoerlucht meetpunt [5] afdekdop, aansluiting luchttoevoer (parallel) [6] rookgasafvoerbuis [7] ventilator [8] brander [9] ontstekingsunit [0] aanvoertemperatuursensor [] safetytemperatuursensor [] druksensor [3] warmtewisselaar [4] retourtemperatuursensor [5] ketelidentificatiemodule (KIM) [6] borgschroef [7] sifon Aansluitset (accessoire): [8] pomp [9] vul- en aftapkraan [30] serviceafsluiter [3] gaskraan [3] aftapkraan [33] manometer [34] overstortventiel 6 34 8 33 9 3 30 30 7 3 6 70 807 034-0.3DDC Afb. 4 TopLine HR 50 II, HR 70 II, HR 00 II met aansluitset TopLine HR 50/70/00 II 67080 (07/03) 7

Productinformatie.4 Elektrisch schema A6 B A A 3 4 5 7 D4 D D D D3 C6 C5 D6 D7 D5 D8 A4 A3 A6 A5 4 VAC 0 VAC 4 VAC 0 VAC 0 VAC 30 VAC 30 VAC 4 V RAC 4 VAC 3 4 5 6 7 3 4 5 3 4 5 6 3 7 4 8 3 4 5 6 E E E3 E4 E5 E6 E7 E8 3 4 5 6 7 8 8 A9 C0 C9 B B3 3 B4 B5 B6 B7 C C C4 C7 D9 D0 0 3 4 5 9 N 6 7 8 9 3 9 0 0 4 5 6 7 8 PE L 3 4 4V 0V 3 0 9 8 7 6 5 4 3 D7 D3 D6 C4 C3 C8 C7 A8 A7 A A A4 A5 G6 G5 F F 0 VAC 4 VAC PE PE PE PE PE B6 B7 B3 F F F3 F4 G G 670807034-.3TD Afb. 5 Elektrisch schema [] ventilator [] transformator [3] gloeiplug [4] gasregelblok type HR 50 II, HR 70 II [5] gasregelblok type HR 00 II [6] ketelidentificatiemodule (KIM) [7] branderautomaat [8] bedieningspaneel [9] druksensor [0] retourtemperatuursensor [] rookgastemperatuursensor (af fabriek, alleen Zwitserland) [] aanvoertemperatuursensor [3] safetytemperatuursensor [4] ionisatiepen [5] aarde [6] turkoois - externe 3-wegklep, 4 VAC/ max. 6 VA [7] grijs - boilertemperatuursensor [8] blauw - buitentemperatuursensor [9] rood - extern schakelcontact [0] oranje - modulerende regeling of functiemodule [] groen - aan-uitkamerthermostaat [] pomp stuursignaal PMW [3] aan-uitschakelaar [4] grijs - boilerpomp 30 VAC, max 50 W [5] wit - voeding 30 VAC, 50 Hz, netstekker [6] oranje - voeding voor e functiemodule 30 VAC [7] paars - warmwatercirculatiepomp 30 VAC, max. 50 W [8] groen - pomp aansluitset of extern [9] pomp aansluitset, externe pomp 30 VAC, max. 50 W 8 TopLine HR 50/70/00 II 67080 (07/03)

Productinformatie.5 Technische gegevens Eenheid HR 50 II HR 70 II HR 00 II Algemeen Nominale belasting (o.w.) cv, aardgas G0/G5.3: laaglast - vollast kw 3,3 48,5 3,3 65,6 9,3 94,0 [Qn (Hi)] Nominale belasting (b.w.) cv, aardgas G0/G5.3: laaglast - vollast kw 4,7 53,6 3,3 7,5 9,3 03,9 Nominale belasting (o.w.) cv, propaan G3: laaglast - vollast kw,9 44,3,9 60,9 7,6 9,4 Rendement HR (37/30 C) (b.w.), normmeting volgens Gaskeur HR % 97, 97, 97, Rendement (50/30 C) (b.w.) laaglast % 97,4 97,4 97,0 Toestelclassificatie volgens EN 550 B 3, B 3P, B 33, C 3, C 33, C 43, C 53, C 63, C 83, C 93 Temperatuurclassificatie T0 Toegestane omgevingstemperatuur: min. - max. C 0 40 Ventilator restopvoerhoogte (p w max. ) Pa 85 30 0 [IP-klasse] IP X4D (X0D; B 3(P), B 33 ) Opgenomen elektrisch vermogen (excl. pomp aansluitset): W 6 / 8 / 4 6 / 8 / 8 6 / 5 / 55 stand-by / laaglast / vollast Toestelzekering 30 V, 5AF Netspanning, frequentie [U] 30 V, 50 Hz Nadraaitijd pomp min. 5 Verwarming Nominaal vermogen (80/60 C) cv: laaglast - vollast [P n ] kw 3,0 47,6 3,0 63,8 9,0 94,5 Nominaal vermogen (50/30 C) cv: laaglast - vollast [P n cond ] kw 4,3 5,0 4,3 70,9 0,8 99,5 Aanvoertemperatuur: max. [T max ] C 90 Toegestane cv-waterdruk: min. - max. [PMS] bar 0,5 4,0 Aansluitingen Rookgasafvoersysteem parallel mm 00-00 RGA aansluitset (standaard voorgemonteerd) Rookgasafvoersysteem concentrisch mm 00/50 RGA aansluitset (accessoire) Aanvoer en retour inch G ½ " (bi) Gas inch R " (bu) Condensafvoer (flexibele afvoerslang) mm 4 Gasgegevens Toestelcategorie II EK3P Gasverbruik aardgas (cv-bedrijf): max. m³/h 6,3 7,9,88 Gasverbruik propaan (cv-bedrijf): max. kg/h 3,49 4,46 6,77 Toestelaansluitdruk aardgas (G5.3) P n = 5 mbar: min. - max. mbar 0 30 Toestelaansluitdruk propaan (G3) P n = 30-50 mbar: min. - max. mbar 5 57,5 Inspuitdiameter aardgas G5.3 (G0) mm 9,4 (8,5) Inspuitdiameter propaan G3 mm 5,0 5,0 6,35 Normmeting volgens EN3384 CO-emissie aardgas G5.3: vollast ppm 50 54 0 NO x -emissie aardgas G5.3: vollast volgens EN550 (gemiddeld) mg/kwh 8,5 46,5 48,5 NO x -klasse [NOx Class] 5 (6) O -emissie, in cv-bedrijf aardgas G5.3 (G0): vollast % 3,6 4,5 4, O -emissie, in cv-bedrijf propaan G3: vollast % 6,0 6,0 6, Rookgasdebiet bij nominaal cv-vermogen: min. - max. g/s 4,6, 6,0 9,8 9,0 43,8 Rookgastemperatuur bij 80/60 C, laaglast - vollast C 57 60 57 6 57 68 Rookgastemperatuur bij 50/30 C, laaglast - vollast C 34 39 34 39 34 5 Instelgegevens volgens EN3384 Nominaal drukverschil gas/lucht Pa 5 Afmetingen en gewicht Hoogte breedte diepte mm 980 50 465 Hoogte breedte diepte, inclusief aansluitset mm 300 50 465 Installatiegewicht kg 70 Tabel Technische gegevens TopLine HR 50/70/00 II 67080 (07/03) 9

Productinformatie Eenheid HR 50 II HR 70 II HR 00 II Aansluitset Cv-aanvoerleiding inch G ½ " Cv-retourleiding, buitendraad met vlakke dichting inch G ½ " Gasleiding inch G " Opgenomen elektrisch vermogen WILO Stratos PARA 5/-8, min./max. W 8 / 40 Tabel Technische gegevens De informatie die is aangegeven tussen blokhaken komt overeen met de informatie op de typeplaat..6 Productgegevens over het energieverbruik De productgegevens over het energieverbruik zijn in de gebruiksinstructie opgenomen..7 Hydraulische weerstanden Benodigde volumestroom bij ΔT = 0 K Eenheid HR 50 II HR 70 II HR 00 II l/h 00 3000 4300 Max. volumestroom l/h 5000 Weerstand cv-toestel mbar 90 70 30 Tabel 3 Hydraulische weerstanden [mbar] 500 450 400 350 300 50 00 50 00 50 00 kw 70 kw 50 kw [mbar] 800 750 700 650 600 00 kw 550 500 450 400 [A] 350 70 kw 300 50 kw 50 00 50 min. 00 50 0 0 500 000 500 000 500 3000 3500 4000 4500 5000 [l/h] 67080-3.TD Afb. 8 Restopvoerhoogte cv-toestel met aansluitset [A] weerstand cv-toestel [l/h] volumestroom (flow) [mbar] restopvoerhoogte.9 Gaskeurlabeling Gaskeurlabels Dit cv-toestel heeft een gaskeurlabel. Dit is een onafhankelijk prestatielabel dat wordt toegekend aan die gasverbruikstoestellen die voldoen aan specifieke eisen met betrekking tot een aantal doelmatigheids-, milieutechnische en comfortaspecten. 0 500 000 500 000 500 3000 3500 4000 4500 5000 [l/h] 67080-0.TD Afb. 6 Weerstandsgrafiek [l/h] volumestroom (flow) [mbar]weerstand.8 Restopvoerhoogte [mbar] 800 750 700 650 600 00 kw 550 500 450 400 [A] 350 70 kw 300 50 kw 50 00 50 min. 00 50 0 0 500 000 500 000 500 3000 3500 4000 4500 5000 [l/h] 67080-.TD Afb. 7 Restopvoerhoogte cv-toestel met aansluitset en keerklep [A] weerstand cv-toestel [l/h] volumestroom (flow) [mbar] restopvoerhoogte Afb. 9 Gaskeurlabel Het gaskeurlabel is onderverdeeld in de volgende labels: HR-label (HR = Hoog Rendement verwarming) Dit cv-toestel is geclassificeerd met het HR-label. Dit houdt in dat het rendement van het cv-toestel tijdens cv-bedrijf minimaal 96,5 % op bovenwaarde is. Dit betekent dat het cv-toestel energiezuinig is, dus lagere energiekosten en beter voor het milieu. SV-label (SV = Schonere Verbranding) Dit cv-toestel heeft een geavanceerde brander. De NO x -uitstoot is hierdoor zo laag dat het cv-toestel ruimschoots voldoet aan het SV-label. 0 TopLine HR 50/70/00 II 67080 (07/03)

Voorschriften 3 3 Voorschriften Neem voor installatie en inbedrijfname alle landspecifieke voorschriften en normen in acht. Zorg dat de gehele installatie voldoet aan onderstaande normen, voorschriften en richtlijnen. Nummer Beschrijving Deze installatie-instructie en overige van toepassing zijnde documentatie van de fabrikant EN 437 Testgassen, testdrukken, installatiecategorieën EN 550- Met gas gestookte centrale verwarmingsketels - Deel : Algemene eisen en beproevingen EN 550-- Met gas gestookte centrale verwarmingsketels - Deel -: Specifieke standaard voor type C toestellen en type B, B3 en B5-toestellen van een nominale warmteinvoer van ten hoogste 000 kw EN 88 Verwarmingssystemen in gebouwen - Ontwerp voor watervoerende verwarmingssystemen EN 83 Verwarmingssystemen in gebouwen - Methode voor de berekening van de ontwerpwarmtebelasting EN 3384 Schoorstenen - Thermische en dynamische berekeningsmethoden - Deel : Enkelvoudige schoorstenen 009/4/EC Gastoestellenrichtlijn 9/4/EEC Rendementsrichtlijn 004/08/EC EMC-richtlijn 006/95/EC Laagspanningsrichtlijn 98/83/EG Richtlijn betreffende de kwaliteit van water bestemd voor menselijke consumptie DIN 476/479 Zuurstofdiffusiedichtheid Tabel 4 Normen, voorschriften en richtlijnen 4 Transport VOORZICHTIG: lichamelijk letsel en toestelschade door verkeerd tillen. Til het cv-toestel met minimaal personen. Pak het cv-toestel aan de zijkant vast en niet aan het bedieningspaneel, of aan de rookgasafvoeraansluiting ( afb. 0). Plaats het verpakte cv-toestel op een steekwagen en zet het cv-toestel vast met een spanband. Transporteer het cv-toestel naar de opstellingsruimte. 5 Montage WAARSCHUWING: gasexplosie. Sluit de gaskraan voordat aan gasvoerende delen wordt gewerkt. Controleer na werkzaamheden alle gasvoerende delen op dichtheid. 5. Belangrijke opmerkingen Indien het cv-toestel wordt toegepast in cv-installaties met natuurlijke watercirculatie of een open systeem (het cv-water staat daarbij in verbinding met de buitenlucht): Monteer een dubbele scheiding (bijvoorbeeld platenwisselaar) tussen het cv-toestel en de cv-installatie. Indien in de cv-installatie kunststofleiding wordt gebruikt, bijvoorbeeld bij vloerverwarming: Pas kunststofleiding toe die zuurstofdiffusiedicht is volgens DIN 476/479. -of- Monteer een dubbele scheiding (bijvoorbeeld platenwisselaar) tussen het cv-toestel en de cv-installatie. 5. Waterkwaliteit Ongeschikt of vervuild cv- en leidingwater kan leiden tot storingen in het cv-toestel en beschadiging van de warmtewisselaar of de warmwatervoorziening door o.a. slibvorming, corrosie of verkalking. Neem voor aanvullende informatie over waterkwaliteit contact op met de fabrikant. Zie voor contactgegevens de achterzijde van dit document. Bepaal aan de hand van het meegeleverde logboek waterkwaliteit de waterhoeveelheid V max : Indien de hoeveelheid vul- en bijvulwater groter is dan de berekende waterhoeveelheid V max : Pas waterbehandeling toe volgens het logboek waterkwaliteit. Indien de hoeveelheid vul- en bijvulwater kleiner is dan de berekende waterhoeveelheid V max : Spoel en reinig de cv-installatie indien nodig. Gebruik uitsluitend onbehandeld leidingwater. Gebruik geen chemische toevoegmiddelen (bijv. inhibitoren of ph-verhogende en verlagende middelen) anders dan in 5.. Toevoegmiddelen is aangegeven. 5.. Toevoegmiddelen OPMERKING: toestelschade. Het toevoegen van een afdichtingsmiddel aan het cv-water is niet toegestaan. De volgende chemische toevoegmiddelen zijn vrijgeven door Bosch Thermotechniek voor gebruik: Toepassing Demineralisatie Inhibitor Antivries Tabel 5 Productnaam Orben Demineralization Fernox F Sentinel X00 Noburst AL Neem voor informatie over concentraties en toepassingen contact op met de leverancier van het toevoegmiddel. 6 70 807 034-004.DDC Afb. 0 Correct optillen en dragen cv-toestel TopLine HR 50/70/00 II 67080 (07/03)

5 Montage 5.3 Uitpakken cv-toestel Verwijder het onderste piepschuimdeel pas nadat het cv-toestel is opgehangen zodat de aansluitingen niet kunnen beschadigen. Hang het cv-toestel op door deze in de ophangbeugel te haken. Lijn het cv-toestel met behulp van de stelschroeven [] en een waterpas uit. Verwijder het verpakkingsmateriaal. Voorkom beschadiging van de aansluitingen. Dek de rookgasafvoer- en luchttoevoeraansluiting aan de bovenzijde van het cv-toestel af. 5.4 Controleren gassoort Controleer of de gassoort waarop het cv-toestel wordt aangesloten overeenkomt met de gassoort zoals die vermeld staat op de typeplaat ( afb. 4, [8]). 5.5 Ophangen cv-toestel OPMERKING: toestelschade door verkeerd tillen. Til het cv-toestel met één hand aan de onderzijde en de andere hand aan de bovenzijde van het cv-toestel. Het cv-toestel mag uitsluitend hangend aan de wand of aan een cascadeframe geïnstalleerd worden. Montage aan de wand Controleer of de wand sterk genoeg is om het gewicht van het cv-toestel te dragen. Breng indien nodig een verstevigingsconstructie aan. Bepaal de plaats van het cv-toestel aan de wand. Teken met behulp van de meegeleverde ophangbeugel de boorgaten af ( afb. ). Monteer de ophangbeugel waterpas aan de wand... Afb. Uitlijnen cv-toestel met stelschroef Montage aan een cascadeframe Lees de installatie-instructie van het cascadesysteem voor informatie over het ophangen van het cv-toestel aan het cascadeframe. 5.6 Verwijderen beschermdoppen 6 70 806 79-03.TD OPMERKING: waterschade. Het cv-toestel kan water bevatten. Dit kan bij het verwijderen van de beschermdoppen vrijkomen. Houd emmer en dweil bij de hand. Verwijder de beschermdoppen van de aansluitingen aan de onderzijde van het cv-toestel. 5.7 Aansluiten cv- en gaszijdig Het cv-toestel kan cv- en gaszijdig op manieren worden aangesloten: door middel van een aansluitset (accessoire, 5.8) zonder aansluitset ( 5.9). Afb. 4. Monteren ophangbeugel aan de wand 3. 6 70 807 034-07.TD 5.8 Monteren aansluitset (accessoire) OPMERKING: installatieschade. De aansluitset is voorzien van een overstortventiel. Controleer of de openingsdruk van het overstortventiel geschikt is voor de gewenste cv-waterdruk en de componenten in de cv-installatie. Vervang indien nodig het voorgemonteerde overstortventiel door een overstortventiel met een geschikte openingsdruk. In de aansluitset zijn de volgende componenten opgenomen: gaskraan; serviceafsluiters; drukmeter; temperatuurmeters; overstortventiel; pomp; vul- en aftapkraan. TopLine HR 50/70/00 II 67080 (07/03)

Montage 5 5.8. Monteren aansluitset Plaats de bij het cv-toestel meegeleverde wartels ( afb., [7]) op de aanvoer- en retouraansluiting van het cv-toestel. Sluit de aansluitset aan op de aanvoer- en de retouraansluiting van het cv-toestel. Maak hierbij gebruik van de meegeleverde vlakke pakkingen []. Sluit de aanvoer- en retourleiding spanningsvrij aan op de aansluitset. De minimale diameter van de aanvoer- en retourleiding dient ½ " (Ø 35 mm) te zijn. 8 3 7 6 4 5 6 70 807 034-08.DDC Afb. 3 Leveringsomvang aansluitset [] mantel (isolatie) [] achterwand (isolatie) [3] retourleiding [4] vlakke pakking ½ " ( ) [5] gaskraan [6] T-stuk [7] verbindingsstuk [8] aanvoerleiding 5.8. Monteren gaskraan Voorkom bij oudere gasleidingen schade aan het gasregelblok. Monteer, volgens DIN 3368, een gasfilter in de gasleiding. Dicht de gasaansluiting op het cv-toestel af met een daarvoor goedgekeurd afdichtmiddel []. Monteer de gaskraan []. Sluit de gasleiding spanningsvrij aan op de gaskraan. Afb. 5 Monteren aansluitset 5.9 Aansluiten cv-leidingen (zonder aansluitset) 6 70 807 034-009.DDC OPMERKING: toestelschade door te hoge installatiedruk. Monteer een overstortventiel tussen het cv-toestel en de serviceafsluiter. Vergemakkelijk servicewerkzaamheden: Monteer in de aanvoerleiding en in de retourleiding een serviceafsluiter. Sluit de aanvoer- en retourleiding spanningsvrij aan op de aansluitset. De minimale diameter van de aanvoer- en retourleiding dient ½" (Ø 35 mm) te zijn. 5.9. Aansluiten gaszijdig Dicht de gasaansluiting op het cv-toestel af met een daarvoor goedgekeurd afdichtmiddel []. Monteer een gaskraan [] met een minimale diameter van ". Sluit de gasleiding spanningsvrij aan op de gaskraan. 6 70 807 034-06.DDC Afb. 4 Monteren gaskraan [] afdichtmiddel [] gaskraan TopLine HR 50/70/00 II 67080 (07/03) 3

5 Montage 5.0 Monteren open verdeler Wanneer bij de benodigde volumestroom ( tabel 3, pag. 0) de resterende opvoerhoogte onvoldoende is, moet een open verdeler [] worden geplaatst. 3 4 6 70 807 034-005.DDC Afb. 6 Monteren gaskraan [] afdichtmiddel [] gaskraan 5 4 5.9. Monteren pomp Selecteer een pomp op basis van de technische gegevens ( tabel, pag. 9). Houd rekening met de benodigde volumestroom ( tabel 3, pag. 0). Indien geen open verdeler wordt toegepast: Selecteer een pomp die bij de benodigde volumestroom minimaal 00 mbar resterende opvoerhoogte heeft. Monteer de pomp [6] in de retourleiding [5]. Afb. 8 Opstelling met open verdeler [] open verdeler [] expansievat [3] pomp [4] serviceafsluiter [5] drukverschilregelaar 5. Monteren sifon Verwijder de transportstomp. 6708338-.TD 5 8 6 9 3 4 3. 7 0 3 3 6708338-.TD. Afb. 7 Aansluiten cv-leidingen [] aanvoerleiding [] overstortventiel [3] serviceafsluiter [4] gaskraan [5] retourleiding [6] pomp [7] keerklep [8] vul- en aftapkraan [9] expansievat [0] vuilfilter Afb. 9 Verwijderen transportstomp 6 70 807 034-9.DDC 4 TopLine HR 50/70/00 II 67080 (07/03)

Montage 5 Vul de toestelsifon met water. Monteer de toestelsifon... Zonder aansluitset Monteer de flexibele slang op de sifon. 5. Aansluiten condensafvoer OPMERKING: toestelschade. Zorg voor een open verbinding tussen het cv-toestel en de condensafvoerleiding. Gebruik voor het afvoeren van het condenswater kunststof rioolleidingmateriaal met een minimale diameter van Ø3 mm. Monteer een sifon in de rioolleiding. Monteer horizontale leidingdelen onder afschot naar de standleiding. Hierbij is de maximale lengte van het horizontale leidingdeel 5 m. Vul de sifon in de rioolleiding. 5.3 Aansluiten expansievat Bepaal de grootte en de voordruk van het expansievat aan de hand van de EN 88. Verwijder de afdekkap van het aansluitpunt []. Sluit de aansluitleiding van het expansievat aan op het aansluitpunt. 6 70 807 034-030.DDC Afb. 0 Monteren toestelsifon Met aansluitset Monteer het T-stuk [] tussen het overstortventiel en de sifon. Monteer de flexibele slang []. 6 70 807 034-057.TD Afb. Aansluiten expansievat 6 70 807 034-03.DDC Afb. Monteren flexibele slang [] T-stuk [] flexibele slang TopLine HR 50/70/00 II 67080 (07/03) 5

6 Rookgasafvoersystemen 5.4 Monteren achterwand isolatie Haak de achterwand van de aansluitset in het cv-toestel. Omschrijving toestelclassificatie: B 3 Aan te sluiten op een rookgasafvoer bovendaks, verbrandingslucht wordt van de opstellingsruimte onttrokken. B 33 Aan te sluiten op een gezamenlijk rookgasafvoerkanaal met een natuurlijke trek. Tot aan het rookgasafvoerkanaal dient de leiding concentrisch te zijn uitgevoerd (luchtomspoeld). 6.. C xx (gesloten opstelling) Bij een gesloten opstelling wordt de verbrandingslucht van buiten het gebouw aangezogen. De mantel van het cv-toestel is gasdicht uitgevoerd en vormt een deel van de luchttoevoer. Daarom is het bij een gesloten opstelling vereist dat bij een werkend cv-toestel de mantel is gesloten. Deze toestelklasse verdient altijd de voorkeur boven toestelclassificatie B, aangezien het gehele rookgasafvoersysteem uitsluitend met de buitenlucht in verbinding staat. Hierdoor kunnen in geval van onregelmatigheden verbrandingsproducten het binnenklimaat niet belasten. Omschrijving toestelclassificatie: C 3 Aan te sluiten op een horizontale (gevel)doorvoer; kan en mag zowel concentrisch als parallel zijn uitgevoerd. De rookgasafvoer- en luchttoevoeropening moeten hierbij in hetzelfde drukvlak liggen. C 33 Aan te sluiten op een verticale (dak)doorvoer; kan en mag zowel concentrisch als parallel zijn uitgevoerd. De rookgasafvoer- en luchttoevoeropening moeten hierbij in hetzelfde drukvlak liggen. Afb. 3 Monteren achterwand (isolatie) 6 Rookgasafvoersystemen 6 70 807 034-058.TD 6. Toestelclassificaties Dit cv-toestel is goedgekeurd voor de volgende toestelclassificaties: B 3(P), B 33, C 3, C 33, C 43, C 53, C 63, C 83, C 93. De toestelclassificatie is als volgt opgebouwd: B - open opstelling ( 6..); C - gesloten opstelling ( 6..); het eerste cijfer staat voor het type rookgasafvoersysteem dat mag worden toegepast; het tweede cijfer geeft aan waar de ventilator in het cv-toestel is geplaatst: - natuurlijke afvoer (geen ventilator), - ventilator zit in de rookgasafvoer, 3 - ventilator zit in de luchttoevoer. Bij dit cv-toestel zit de ventilator in de luchttoevoer. Het laatste cijfer van de toestelclassificatie is daarom altijd een 3. 6.. B xx (open opstelling) Bij een open opstelling wordt de verbrandingslucht uit de opstellingsruimte gebruikt. De opstellingsruimte dient te zijn voorzien van de noodzakelijke luchttoevoeropeningen om de toevoer van voldoende verbrandingslucht te waarborgen. C 43 (onderdruk-clv) Aan te sluiten op een gezamenlijk rookgasafvoer/luchttoevoer (CLVsysteem), kan en mag zowel concentrisch als parallel zijn uitgevoerd. De rookgassen worden in het vertikale leidingdeel afgevoerd op basis van natuurlijke trek. De rookgasafvoer- en luchttoevoeropening moeten in hetzelfde drukvlak liggen. Het condensaat uit het afvoerkanaal mag niet via van de aangesloten toestellen worden afgevoerd. C 53 Aan te sluiten op afzonderlijke leidingen voor de rookgasafvoer en de luchttoevoer. Deze leidingen monden uit in verschillende drukgebieden (bijvoorbeeld verbrandingslucht uit de gevel en rookgas bovendaks). De rookgasafvoer- en luchttoevoeropening mogen zich niet op tegenover elkaar liggende gevels bevinden. C 63 Aan te sluiten op goedgekeurd universeel rookgasafvoer- en luchttoevoermateriaal dat onafhankelijk van het cv-toestel is gekeurd. De rookgasafvoer- en luchttoevoeropening mogen zich niet op tegenover elkaar liggende gevels bevinden. C 83 Rookgaszijdig aan te sluiten op een gemeenschappelijk afvoerkanaal; uitmonding via het dak. De luchttoevoer wordt, van buiten de gevel, individueel op het cv-toestel aangesloten (het zogenaamde halve CLV-systeem). Het condensaat uit het afvoerkanaal mag niet via van de aangesloten toestellen worden afgevoerd. C 93 Aan te sluiten op afzonderlijke leidingen voor de rookgasafvoer; uitmonding via het dak. De luchttoevoer wordt collectief via de schacht op het cv-toestel aangesloten. 6 TopLine HR 50/70/00 II 67080 (07/03)

Rookgasafvoersystemen 6 6. Rookgasafvoermateriaal Het luchttoevoer- en rookgasafvoermateriaal, vanaf het cv-toestel tot en met de dak- of geveldoorvoer, moet geschikt zijn voor hr-toestellen en moet CE-gekeurd zijn. Gebruik als luchttoevoer- en rookgasafvoermateriaal: kunststof, roestvast staal (rvs) of dikwandig aluminium. Houd bij toepassing van kunststof rookgasafvoermateriaal rekening met de temperatuurclassificatie (T0) van het cv-toestel. Gebruik bij voorkeur concentrisch rookgasafvoermateriaal uit het oogpunt van veiligheid en eenvoudige montage. 6.3 Montage VOORZICHTIG: Rookgasafvoerlekkage Voorkom beschadiging van lipringen in de rookgasafvoerdelen. Kort rookgasafvoerdelen haaks in. Ontbraam rookgasafvoerdelen na het inkorten. Lees de installatie-instructie van de gebruikte rookgasmaterialen aandachtig door. Gebruik alleen rookgasafvoermaterialen van een en dezelfde fabrikant. Houd de van toepassing zijnde normen aan. Leg horizontale rookgasleidingen onder afschot naar het cv-toestel (3 = 5, cm per meter). Isoleer in vochtige ruimten de luchttoevoerleiding. Bouw inspectie-openingen zodanig in, dat deze makkelijk toegankelijk zijn. Smeer de lipringen van de rookgasafvoerdelen alleen in met water of een % zeepoplossing. Schuif bij de montage van metalen rookgasafvoerdelen, de delen altijd tot aan de aanslag in de mof. Houd bij enkelvoudige kunststof rookgasafvoerdelen rekening met de uitzetting van het materiaal en laat ongeveer 0 mm vrij tussen de aanslag in de mof en het rookgasafvoerdeel. Monteer alle rookgasafvoerdelen spanningsvrij. 6.3. Beugelen leidingdelen Het beugelen van het rookgasafvoersysteem is noodzakelijk om de deugdelijkheid en daarmee de veiligheid van het gehele systeem te waarborgen. Onderstaande voorschriften zijn op basis van de NPR 3378-46 en is van toepassing op zowel concentrische als parallelle rookgasafvoersystemen. Pas alleen beugels van de fabrikant van het toegepaste rookgasafvoermateriaal toe. Fixeer elke bocht en elke rechte leiding op de mof []. Indien de rechte buizen voor en na de eerste bocht korter zijn dan 5 cm, dient het tweede element (doorgaans een bocht) gefixeerd te worden met een beugel []. Indien een horizontaal of verslepend leidingdeel langer is dan meter dient een niet-fixerende beugel in het middel van het leidingdeel te worden geplaatst [3]. Plaats bij vertikale leidingdelen minimaal om de meter een beugel [4]. Verdeel de beugels gelijkmatig over de leidingdelen. TopLine HR 50/70/00 II 67080 (07/03) 7

6 Rookgasafvoersystemen 4 4,0 m 4 0,5 m,0 m 0,5 m,0 m 3,0 m,0 m 0,5 m 0,5 m 0,5 m 670809445-5.TD Afb. 4 Beugelen leidingdelen 6.3. Concentrisch aansluiting (C xx ) De RGA-adapter wordt bij de bijbehorende Nefit Topline doorvoerset geleverd. Bij een open opstelling zal deze separaat moeten worden besteld. Het cv-toestel kan aangesloten worden met concentrisch rookgasafvoermateriaal Ø 00/50. Afb. 5 Aansluiten concentrisch [] concentrische leiding DN 00/50 [] RGA-adapter 00/50 8 TopLine HR 50/70/00 II 67080 (07/03)

Rookgasafvoersystemen 6 6.3.3 Parallelle aansluiting (C xx ) Het cv-toestel kan met parallel rookgasafvoermateriaal Ø 00/00 worden aangesloten. Hierbij wordt de luchttoevoer van de RGA-adapter afgesloten door middel van een afdichtring []. De luchttoevoer wordt aangesloten op de plaats van de afdekkap [4]. Afb. 6 Aansluiten parallel [] rookgasafvoerleiding [] afdichtring [3] luchttoevoerleiding [4] afdekkap [5] RGA-adapter 00/50 6.3.4 Enkelpijpse aansluiting (B xx ) 6 70 69 05-009.TD Dit cv-toestel kan in een overdrukcascadesysteem (B 3 ) worden opgenomen. Raadpleeg voor het bepalen van de toe te passen diameters de daarvoor beschikbare rookgasafvoerdocumentatie. Deze is van het internet te downloaden, zie voor het webadres de achterzijde van dit document. Het cv-toestel kan enkelpijps worden aangesloten met rookgasafvoermateriaal Ø 00. Om te voorkomen dat vuil in het cv-toestel terecht kan komen, moet de luchttoevoeropening voorzien zijn van een korf (accessoire). 6.3.5 Controleren rookgasafvoerlengte Neem voor uitgebreide technische informatie en specifieke montagevoorschriften contact op met de fabrikant van het rookgasafvoermateriaal. Controleer, op basis van tabel 6, of het gekozen rookgasafvoertrace de maximaal toegestane lengte (L equiv,max ) niet overschrijdt. Tel hiervoor alle rookgasafvoer- en luchttoevoerleidingdelen bij elkaar op. Ø [mm] HR 50 II [m] HR 70 II [m] HR 00 II [m] L equiv,max 80/5 concentrisch 8 8 3,4 00/50 concentrisch 3 3 9 00 enkelpijps 37,7 37,7 9,8 00 parallel 37,7 37,7 9,8 Luchttoevoer parallel bocht 45 80 k 00,,, bocht 90 80 l 00 4,5 4,5 4,4 buis m 80 j 00,0,0,0 Rookgasafvoer parallel bocht 45 80 k 00,,, bocht 90 80 l 00 4,3 4,3 4,4 buis m 80 j 00,0,0,0 Luchttoevoer/rookgasafvoer concentrisch bocht 45 80 n 0,9 0,9 0,9 00,,, bocht 90 80 o,9,9,9 00,,, buis m 80 m,0,0,0 00,0,0,0 Doorvoerset dakdoorvoer 80/5 s 4,8 4,8 3,7 00/50 3,5 3,5 6, muurdoorvoer Tabel 6 80/5,9,9,6 r 00/50,4,4 4, Maximale equivalente rookgasafvoerlengtes op basis van originele rookgasaccessoires 6.4 Cascade rookgasafvoersystemen Bij cascadesystemen kan gebruik worden gemaakt van een rookgasafvoercollector. Deze collector verzamelt de rookgassen van de individuele cv-toestellen. De toe te passen diameter is aanhankelijk van het toegepaste systeem: onderdruk cascaderookgasafvoer (B 3 ) ( 6.4.) overdruk cascaderookgasafvoer (B 3 ) ( 6.4.). Neem voor overige rookgasafvoersystemen contact op met de fabrikant. Afb. 7 Aansluiten enkelpijps [] rookgasafvoerleiding [] luchttoevoerkorf [3] RGA-adapter 00/50 TopLine HR 50/70/00 II 67080 (07/03) 9

6 Rookgasafvoersystemen 6.4. Onderdruk cascade Bouwtype Schematische weergave Omschrijving Producttype B 3P Cascaderookgasafvoer (onderdruk) Meervoudige rookgasafvoer via rookgasafvoerbuis in een schacht. Vereiste Ø van de rookgasafvoerbuis TopLine II L [m] (L min) -L met cv-toestellen DN 60 HR 50 (3)-50 HR 70 (4)-50 HR 00 (9)-8 DN 00 HR 50 ()-50 HR 70 ()-50 HR 00 ()-50 met 3 cv-toestellen DN 00 HR 50 (4)-50 HR 70 (8)-50 DN 50 HR 50 ()-50 HR 70 (3)-50 HR 00 (3)-50 met 4 cv-toestellen DN 50 HR 50 (4)-50 HR 70 (6)-50 HR 00 ()-50 DN 35 HR 50 (3)-50 HR 70 (3)-50 HR 00 (3)-50 Max. toegestane lengte L voor de rookgasafvoer geldt voor X =,5 m en bocht 87. Voor afwijkende configuraties x >,5 m en meer dan bocht 87 een berekening volgens EN 3384 maken. met 5 cv-toestellen DN 50 DN 35 HR 50 HR 70 HR 50 HR 70 (8)-50 (6)-50 (3)-50 (4)-50 HR 00 (6)-50 met 6 cv-toestellen DN 50 HR 50 (9)-50 DN 35 HR 50 (5)-50 HR 70 (7)-50 HR 00 ()-50 met 7 cv-toestellen DN 35 HR 50 (7)-50 HR 70 ()-50 HR 00 (5)-50 met 8 cv-toestellen DN 35 HR 50 (0)-50 HR 70 (9)-50 Tabel 7 Rookgasafvoersysteem onderdruk cascade 67083446-8.TD [L] maximaal toegestane totale buislengte 0 TopLine HR 50/70/00 II 67080 (07/03)

Rookgasafvoersystemen 6 6.4. Overdruk cascade Bouwtype Schematische weergave Omschrijving Producttype B 3P Tabel 8 Max. toegestane lengte L voor de rookgasafvoer geldt voor X =,5 m en bocht 87. Voor afwijkende configuraties x >,5 m en meer dan bocht 87 een berekening volgens EN 3384 maken. Rookgasafvoersysteem overdruk cascade 67083446-8.TD Cascaderookgasafvoer (overdruk) Meervoudige rookgasafvoer via rookgasafvoerbuis in een schacht. Vereiste Ø van de rookgasafvoerbuis TopLine II L [m] met cv-toestellen DN 0 HR 50 HR 70 0 6 DN 5 HR 50 HR 70 HR 00 33 4 4 DN 60 HR 50 HR 70 HR 00 50 50 50 met 3 cv-toestellen DN 60 HR 50 HR 70 HR 00 50 47 30 DN 00 HR 70 HR 00 50 50 met 4 cv-toestellen DN 60 HR 50 HR 70 HR 00 5 5 6 DN 00 HR 50 HR 70 HR 00 50 50 50 met 5 cv-toestellen DN 00 HR 50 HR 70 HR 00 50 50 34 DN 50 HR 00 50 met 6 cv-toestellen DN 00 HR 50 HR 70 HR 00 45 8 DN 50 HR 50 HR 70 HR 00 50 50 50 met 7 cv-toestellen DN 00 HR 50 HR 70 0 DN 50 HR 50 HR 70 HR 00 50 50 50 met 8 cv-toestellen DN 50 HR 50 HR 70 HR 00 50 50 49 DN 35 HR 00 50 [L] maximaal toegestane totale buislengte TopLine HR 50/70/00 II 67080 (07/03)

7 Aansluiten elektrisch 7 Aansluiten elektrisch Neem bij het elektrisch aansluiten ook de documentatie van het aan te sluiten accessoire en het elektrisch schema (.4) in acht. VOORZICHTIG: elektrische schok. Maak het cv-toestel spanningsloos voordat aan elektrische delen wordt gewerkt. 8 3 3 OPMERKING: elektrische kortsluiting. Gebruik alleen originele bekabeling indien deze vervangen moet worden. Voor het in en uit bedrijf nemen van het cv-toestel moet de netstekker en daarmee de contactdoos (30 VAC, 50 Hz) altijd bereikbaar zijn. De contactdoos moet geaard zijn. Voer alle 4 VAC-aansluitingen op de aansluitstrook uit met een -aderige elektriciteitskabel van 0,4 0,8 mm². 7. Regelprincipe Het cv-toestel is geschikt voor aansturing volgens de regelprincipes ruimteregeling en weersafhankelijke regeling. Bij een ruimteregeling wordt ruimte op de gewenste temperatuur geregeld door de daar geplaatste regeling (kamerthermostaat). Voor een juiste temperatuurregeling moeten radiatoren zijn uitgevoerd met handbediende radiatorkranen of dienen thermostatische radiatorkranen volledig opengedraaid te zijn ( afb. 8). Bij een weersafhankelijke regeling worden alle ruimten geregeld door thermostatische radiatorkranen. De montageplaats van de regeling is dan vrij te kiezen ( afb. 9). 7 6 Afb. 9 Regelprincipe weersafhankelijke regeling [] cv-toestel [] kamerthermostaat [3] thermostatische radiatorkraan [4] overige ruimten [5] woonruimte [6] opstellingsruimte [7] buiten [8] buitentemperatuursensor 7. Aansluiten regelingen 5 4 6 70 807 034-069.TD Elektrotechnische werkzaamheden mogen alleen door elektrotechnici worden uitgevoerd. Achter de afdekkap bevindt zich de aansluitstrook. Schroef het bedieningspaneel los en hang deze aan het frame. 3 4 7 6 5 x 6 70 807 034-034.3N Afb. 30 Ophangen bedieningspaneel Verwijder de afdekkap door de vergrendelingen een kwartslag te draaien. 6 70 807 034-053.TD Afb. 8 Regelprincipe ruimteregeling [] cv-toestel [] kamerthermostaat [3] radiatorkraan [4] thermostatische radiatorkraan [5] overige ruimten [6] woonruimte [7] opstellingsruimte 45 670807034-8.DDC Afb. 3 Verwijderen afdekkap TopLine HR 50/70/00 II 67080 (07/03)

Aansluiten elektrisch 7 Sluit de componenten aan op de daarvoor bestemde stekker. Draai de schroef van de trekontlasting aan. Afb. 3 Aansluitstroken [] 4 VAC-aansluitstrook [] 30 VAC-aansluitstrook 670807034-49.TD 7.3 Monteren trekontlasting Voer de te monteren kabel altijd eerst door een meegeleverde trekontlasting voordat deze aan de stekker wordt bevestigd. Snijd de tule van de trekontlasting af op de maat van de kabel. Voer de te monteren kabel door een meegeleverde trekontlasting. A B Afb. 34 Aandraaien schroef 6 70 807 034-059.TD 7.4 Aansluiten aan-uitkamerthermostaat Als aan-uitkamerthermostaat kan elke gangbare potentiaalvrije aan-uitkamerthermostaat zonder warmteversnellingselement (anticipatieweerstand) worden aangesloten. Sluit de aan-uitkamerthermostaat aan op de groene stekker van de aansluitstrook []. De maximaal toelaatbare elektrische weerstand van de kabel bedraagt 00 Ω. 6 70 807 034-056.DDC 3 0 9 8 7 6 5 4 3 Afb. 33 Doorvoeren kabel Bevestig de betreffende stekker aan de kabel Steek de stekker op de aansluitstrook. Afb. 35 Aansluiten aan-uitkamerthermostaat 6 70 807 034-0.TD 7.5 Aansluiten modulerende regelaar De volgende modulerende regelaars kunnen worden aangesloten: ModuLine 00-400; CM0, CM400. Neem voor informatie over andere toepasbare regelaars en modules contact op met de fabrikant. Zie voor contactgegevens de achterzijde van dit document. Installeer de modulerende regelaar volgens de bijbehorende instructie. Sluit de modulerende regelaar aan op de oranje stekker van de aansluitstrook [] (buskabel). TopLine HR 50/70/00 II 67080 (07/03) 3

7 Aansluiten elektrisch 7.8 Aansluiten boilertemperatuursensor Sluit de boilertemperatuursensor aan op de grijze stekker van de aansluitstrook []. 3 0 9 8 7 6 5 4 3 Afb. 36 Aansluiten modulerende regelaar 6 70 807 034-0.TD 3 0 9 8 7 6 5 4 3 7.6 Aansluiten extern schakelcontact Als optie kan een extern schakelcontact worden toegepast voor bijvoorbeeld de beveiliging van vloerverwarming tegen een te hoge cv-watertemperatuur. Als het externe schakelcontact wordt geopend, dan wordt het cv-toestel uitgeschakeld en verschijnt in de display van het cv-toestel de displaycode 8Y. Als extern schakelcontact kan elk gangbaar, potentiaalvrij schakelcontact worden aangesloten. Verwijder de draadbrug op de rode stekker []. Sluit het externe schakelcontact aan op de rode stekker van de aansluitstrook []. Afb. 39 Aansluiten boilertemperatuursensor 7.9 Aansluiten 3-wegklep Aansluitmogelijkheid voor de 3-wegklep, bijvoorbeeld de 3-wegklep van de aansluitset cv/ww. Sluit de 3-wegklep aan op de turkooise stekker van de aansluitstrook []. Maak hierbij gebruik van de bij de 3-wegklep, meegeleverde adapterkabel. 6 70 807 034-05.TD 3 0 9 8 7 6 5 4 3 Afb. 37 3 0 9 8 7 6 5 4 3 Aansluiten extern schakelcontact 7.7 Aansluiten buitentemperatuursensor 6 70 807 034-03.TD Op het cv-toestel kan alleen een buitentemperatuursensor worden toegepast die kan worden gecombineerd met de aangesloten modulerende regeling. Afb. 40 Aansluiten 3-wegklep 7.0 Aansluiten functiemodule (accessoire) 6 70 807 034-06.TD Neem voor de montage en de combinatiemogelijkheden van de functiemodules de bijbehorende montage-instructies van de functiemodules in acht. De functiemodule kan op manieren worden gemonteerd, te weten: functiemodule in het cv-toestel (maximaal ); functiemodule buiten het cv-toestel. Sluit de buitentemperatuursensor aan op de blauwe stekker van de aansluitstrook []. 3 0 9 8 7 6 5 4 3 Afb. 38 Aansluiten buitentemperatuursensor 6 70 807 034-04.TD 4 TopLine HR 50/70/00 II 67080 (07/03)

Aansluiten functiemodule in het cv-toestel Neem de aansluitstrook weg. B A A B Aansluiten elektrisch 7 Aansluiten meerdere functiemodules Verbind de EMS-bus van de e functiemodule met de EMS-bus van de e functiemodule. Gebruik hiervoor de met de functiemodule meegeleverde EMS-buskabel [4]. Verbind de netspanningsaansluiting van de e functiemodule met de netspanningsaansluiting van de e functiemodule. Gebruik hiervoor de met de functiemodule meegeleverde netkabel [5]. 5 4 3 6 70 807 034-047.TD 6 70 807 034-060.TD Afb. 4 Wegnemen aansluitstrook Monteer de functiemodule. Plaats de reserve zekering van de module in de houder []... Afb. 44 Aansluiten meerdere functiemodules [] e functiemodule [] e functiemodule [3] aansluitstrook cv-toestel [4] EMS-buskabel [5] netkabel 7. Aansluiten boilerpomp Wanneer een boiler in een secundaire groep of achter een platenwisselaar wordt geïnstalleerd, kan de voeding van de boilerpomp op het cv-toestel worden aangesloten. Hierdoor schakelt de pomp automatisch mee met de warmwatervraag. Sluit de boilerpomp aan op de grijze stekker van de aansluitstrook []. CLICK 6 70 807 034-09.DDC Afb. 4 Monteren functiemodule Verbind de netspanningsaansluiting van de functiemodule met de aansluiting op de aansluitstrook []. Gebruik hiervoor de met de functiemodule meegeleverde netkabel. Afb. 45 Aansluiten boilerpomp 6 70 807 034-0.TD 7. Aansluiten warmwatercirculatiepomp Wanneer er gebruik wordt gemaakt van een warmwatercirculatieleiding kan de warmwatercirculatiepomp op het cv-toestel worden aangesloten. De warmwatercirculatiepomp wordt door de op het cv-toestel aangesloten regeling aangestuurd. Controleer aan de hand van de bij de regeling geleverde handleiding of deze functie wordt ondersteund. Sluit de warmwatercirculatiepomp aan op de paarse stekker van de aansluitstrook []. 6 70 807 034-048.TD Afb. 43 Aansluiten netspanning TopLine HR 50/70/00 II 67080 (07/03) 5

8 Bediening 8 Bediening Afb. 46 Aansluiten warmwatercirculatiepomp 7.3 Aansluiten cv-pomp Met aansluitset: Sluit het stuursignaal van de pomp aan op de witte stekker van de aansluitstrook []. Verwijder de groene stekker[] van de aansluitstrook. Sluit de voedingskabel van de pomp aan op de aansluitstrook []. Zet beide kabels vast met de aan de kabel voorgemonteerde trekontlastingen. Zonder aansluitset: Schuif een trekontlasting (meegeleverd) over de voedingskabel van de pomp. Sluit de voedingskabel van de pomp aan op de groene stekker van de aansluitstrook []. Afb. 47 Aansluiten pomp aansluitset 7.4 Monteren stekker (indien niet voorgemonteerd) Monteer de stekker aan de netkabel van het cv-toestel. 3 Afb. 48 Monteren stekker [] nul (blauw) [] aarde (groen/geel) [3] fase (bruin) 6 70 807 034-0.TD N PE L 6 70 807 034-00.TD 6 70 807 034-075.TD Afb. 49 Bedieningspaneel [] aan-uitschakelaar [] resettoets [3] servicebedrijftoets [4] infotoets [5] display [6] menutoets [7] pijltoets omlaag [8] pijltoets omhoog [9] Service Connector Het cv-toestel is aan de voorzijde voorzien van een bedieningspaneel met de volgende elementen: Aan-uitschakelaar Met de aan-uitschakelaar [] kan het cv-toestel worden in- of uitgeschakeld. De netvoeding wordt niet onderbroken. Resettoets c Met de resettoets [] kan bij bepaalde storingen het cv-toestel worden herstart ( hoofdstuk 3, pag. 39). Servicebedrijftoets d Met de servicebedrijftoets [3] kan de installateur voor het uitvoeren van metingen het cv-toestel handmatig in bedrijf nemen. Infotoets L Met de infotoets [4] kan de status van het cv-toestel worden uitgelezen. Display Op de display [5] kunnen displaywaardes, displayinstellingen en displaycodes worden afgelezen. Nadat de netstekker in de contactdoos is gestoken, licht de display op en worden alle symbolen kort in de display weergegeven. Displayweergaven Displayweergave bij het inschakelen van het cv-toestel (ca. sec.) 0.0 Gemeten cv-watertemperatuur [ C]. Tabel 9 3 4 5 6 7 8 9 p.0 Gemeten cv-waterdruk [bar]. Deze weergave gaat knipperen zodra de cv-waterdruk te laag is. C Servicebedrijf B R S I T Displayweergaven Brander actief In cv-bedrijf In warmwaterbedrijf De cv-pomp draait Weergave buitentemperatuur. Er is een vergrendelende storing opgetreden of het cv-toestel heeft service nodig. 67083680-.TD 6 TopLine HR 50/70/00 II 67080 (07/03)

Menutoets O Met de menutoets [6] wordt het instelmenu geopend en kunnen instellingen worden aangepast. Pijltoetsen N M Met de pijltoetsen [7,8] kan door de verschillende menu's worden doorlopen. Druk op een pijltoets om een instelling of een waarde te veranderen. Service Connector Mogelijkheid om een extern diagnosetool op aan te sluiten [9]. 8. Infomenu Infomenu Gemeten ionisatiestroom [μa]. Bediening 8 Actueel brandervermogen [%] tijdens cv-bedrijf R of warmwaterbedrijf S. Actueel pomptoerental [%]. Na enkele minuten inactiviteit zal het menu automatisch worden gesloten en wordt teruggekeerd naar het beginscherm. In het infomenu kunnen gegevens worden uitgelezen over de status van het cv-toestel. Ga als volgt te werk: Druk op de toets L om het infomenu te openen. Loop met de toets L door het menu om de gewenste gegevens uit te lezen. Druk op de toets L om het infomenu te sluiten. Infomenu De tekst info wordt gedurende seconde weergegeven. Tabel 0 Infomenu 8. Instelmenu Druk op de toets O om het instelmenu in te gaan. Loop met de pijltoetsen M N door het instelmenu. Open een instelling door de toets O in te drukken. Zodra de instelling knippert kan deze worden gewijzigd. Wijzig de instelling door middel van de pijltoetsen M N. Druk op de toets O om de gewijzigde instelling op te slaan. De instelling stopt met knipperen. De getoonde displayweergaven zijn de fabrieksinstellingen. Instelmenu De tekst menu wordt gedurende seconde weergegeven. Ingestelde maximale cv-watertemperatuur tijdens cv- en servicebedrijf [ C]. Bij een uitgeschakeld cv-bedrijf wordt in de display OFF weergegeven. Ingestelde warmwatertemperatuur [ C]. Weergave van een servicecode ( hoofdstuk 3). Weergave van een bedrijfs- of storingscode ( hoofdstuk 3). Weergave van een bedrijfs- of storingscode ( hoofdstuk 3). Gemeten cv-waterdruk [bar]. Gemeten cv-watertemperatuur [ºC]. Buitentemperatuur [ºC]. (alleen zichtbaar bij een aangesloten buitentemperatuursensor). Berekende cv-watertemperatuur (setpoint) [ºC] tijdens cv-bedrijf R of warmwaterbedrijf S. Tabel Instelmenu Cv-bedrijf is ingeschakeld. Instelling: On = aan, Off = uit. Stel de maximale cv-watertemperatuur in aan de hand van het type cv-installatie. Instelbereik: 30-90 C. Voorbeeldinstellingen: 40 C vloerverwarming 75-85 C radiatoren 85 C convectoren. Pas het maximale cv-vermogen voor de cv-installatie aan. Tijdens het wijzigen van de instelling wordt het cv-vermogen in % weergegeven. Instelbereik: 0-00%. Warmwaterbedrijf is uitgeschakeld. Instelling: Comf: warmwaterbedrijf is ingeschakeld ECO: warmwaterbedrijf is ingeschakeld Off: warmwaterbedrijf is uitgeschakeld. Stel, in overleg met de gebruiker, de gewenste warmwatertemperatuur in. Instelbereik: 30-80 C. Om legionella-vorming te voorkomen: Stel de warmwatertemperatuur in op minimaal 60 C in. Tabel 0 Infomenu TopLine HR 50/70/00 II 67080 (07/03) 7

9 Inbedrijfname Instelmenu Tabel Instelmenu 8.3 Servicebedrijf Minimale pomptoerental naar behoefte aanpassen. Instelbereik: 30 % - max. (instelling max. parameter). Het minimale pomptoerental verhogen, wanneer delen van de cv-installatie ontoereikend warm worden. Maximale pomptoerental naar behoefte aanpassen. Instelbereik: min. (instelling min. parameter): TopLine HR 50 II - 57% TopLine HR 70 II - 65% TopLine HR 00 II - 83% Reduceer bij hinderlijke stromingsgeluiden het maximale pomptoerental. Nadraaitijd van de pomp na het cv-bedrijf [min]. Instelbereik: - 60 min./4 uur. Tijdens het servicebedrijf is warmwaterbedrijf niet mogelijk. Het servicebedrijf schakelt na 30 minuten automatisch uit. Instellingen die tijdens het servicebedrijf zijn gewijzigd worden dan ongedaan gemaakt. Met het servicebedrijf kan het cv-toestel in cv-bedrijf worden genomen voor het uitvoeren van metingen. Zorg dat het cv-toestel zijn warmte kwijt kan. Start het servicebedrijf door 5 seconden de toets d ingedrukt te houden. Het schoorsteenvegersymbool C [] verschijnt in de display. Het servicebedrijf is nu gedurende 30 minuten actief op 00 % cv-vermogen. Wijzig het cv-vermogen (in %) met de pijltoets M. Voer de gewenste meting uit. Stop het servicebedrijf door de toets d ingedrukt te houden. Druk op de toets L om het historiemenu te verlaten en terug te keren naar het beginscherm. Afb. 5 Storingshistorie 8.5 Toetsblokkering Om het ongewenst wijzigen van de instellingen door onbevoegden te voorkomen, kan het instelmenu worden geblokkeerd. Ga hierbij als volgt te werk: Activeren Druk de toetsen N en M 5 seconden lang gelijktijdig in. Het woord Lock verschijnt gedurende 5 seconden in de display ( afb. 5). Het infomenu blijft uitleesbaar. Afb. 5 Lock Deactiveren De L-toets en c-toets zijn nog actief. Om het kinderslot te ontgrendelen druk weer 5 seconden lang gelijktijdig de toetsen N en M in, totdat het woord Lock is verdwenen. 670834-5.TD 6 70 64 53-33.TD 3 9 Inbedrijfname WAARSCHUWING: gaslekkage. Controleer na werkzaamheden alle gasvoerende delen op dichtheid. Afb. 50 Displayweergave bij servicebedrijf 6 70 64 79-07.TD 8.4 Historiemenu In het historiemenu kunnen de laatste 3 opgetreden vergrendelende storingscodes worden uitgelezen. Ga als volgt te werk: Open het historiemenu door de toets L 5 seconden lang ingedrukt te houden. Druk de pijltoets M of N en lees de gewenste storingscode uit. De storingscodes worden in chronologische volgorde ( Log tot Log3 ) weergegeven. Zie hoofdstuk 3 voor een compleet overzicht van de displaycodes en hun betekenis. Vul tijdens de inbedrijfname het inbedrijfnameprotocol in ( 9.7). 9. Vullen cv-installatie OPMERKING: toestelschade. Houd bij het vullen van de cv-installatie rekening met de waterkwaliteit ( 5.). Bij de eerste inbedrijfstelling komt het cv-toestel in bedrijf, zodra de installatiedruk hoger dan 0,8 bar is. Na een drukdaling tot onder de 0, bar komt het cv-toestel niet meer in bedrijf. 8 TopLine HR 50/70/00 II 67080 (07/03)

Inbedrijfname 9 Open alle radiatorkranen. Draai het dopje van de automatische ontluchter (.3, afb. 4) aan de linker bovenzijde van de warmtewisselaar open. Open de serviceafsluiters (.3, afb. 4). Gebruik de vul- en aftapkraan om de cv-installatie te vullen. Vul de cv-installatie tot een druk van ongeveer bar en sluit de vulkraan. Ontlucht de radiatoren. Vul de cv-installatie opnieuw tot een druk van bar. Steek de netstekker in de contactdoos. Open de gaskraan. Neem het cv-toestel in bedrijf. 9. Ontluchten gasleiding Ontlucht de gasleiding. 9.3 Controleren rookgasafvoersysteem VOORZICHTIG: rookgaslekkage. Controleer na werkzaamheden alle rookgasvoerende delen op dichtheid. Controleer of het cv-toestel is aangesloten op een rookgasafvoersysteem zoals voorgeschreven in het bijbehorende rookgasafvoerdocument. 9.4 Instellen cv-vermogen Via het instelmenu kan het vermogen van het cv-toestel worden aangepast op de warmtebehoefte. Ga als volgt te werk: Stel het vermogen via het instelmenu in ( 8.). Maak hierbij gebruik van de onderstaande tabel. Display Cv-vermogen [%] HR 50 II HR 70 II HR 00 II 0 4,3 0,8 5 7,7 5,7 30 4,3, 30,6 35 6,8 4,6 35,6 40 9,4 8, 40,5 45,9 3,5 45,4 50 4,5 35,0 50,3 55 7,0 38,4 55, 60 9,6 4,9 60, 65 3, 45,3 65, 70 34,6 48,8 70,0 75 37, 5, 74,9 80 39,7 55,7 79,8 85 4,3 59, 84,7 90 44,8 6,6 89,7 95 47,4 66,0 94,6 49,9 69,5 99,5 Tabel Cv-vermogen procentueel [kw] 9.5 Instellen maximale cv-watertemperatuur Stel in het instelmenu de gewenste maximale cv-watertemperatuur in ( 8.). 9.6 Instellen pomp aansluitset Voor een juiste werking van de cv-installatie dient de pomp te worden aangestuurd door de branderautomaat. Hiervoor dient de instelling van de pomp op de middenstand te worden ingesteld. Zet de rode knop op de voorzijde van de pomp op de stand Ext. in. Stel in het instelmenu de nadraaitijd van de pomp in ( 8.). 9.7 In-/uitschakelen warmwaterbedrijf Indien er een boilertemperatuursensor op het cv-toestel is aangesloten, kan gebruik worden gemaakt van de mogelijkheid om de warmwaterfunctie in en uit te schakelen. Stel het warmwaterbedrijf in volgens het instelmenu ( 8.). 9.8 Instellen warmwatertemperatuur Indien er een boilertemperatuursensor op het cv-toestel is aangesloten kan de warmwatertemeratuur op het cv-toestel worden ingesteld. Stel in het instelmenu de gewenste warmwatertemperatuur in ( 8.). 9.9 Meten gasvoordruk Meet de gasvoordruk tijdens bedrijf van de brander bij vollast. Ga als volgt te werk: Neem het cv-toestel uit bedrijf. Verwijder de mantel. Sluit de gaskraan. Zorg dat de cv-installatie zijn warmte kwijt kan. Draai de gasvoordrukmeetnippel [] slagen open. Afb. 53 WAARSCHUWING: verbrandingsgevaar. Heet water kan zware brandwonden veroorzaken. Wijs de bewoners op het risico op brandwonden. Monteer in de warmwaterleiding tussen het cv-toestel en het eerste tappunt een thermostatisch mengventiel. Openen gasvoordrukmeetnippel bij HR 50 II, HR 70 II Afb. 54 Openen gasvoordrukmeetnippel bij HR 00 II Zet de manometer op 0. 6 70 807 034-6.DDC 6 70 807 034-04.DDC TopLine HR 50/70/00 II 67080 (07/03) 9

9 Inbedrijfname Sluit de meetslang aan op de plusaansluiting van de manometer en de gasvoordrukmeetnippel []. 9.0 Meten gas-luchtverhouding OPMERKING: schade aan het cv-toestel door onjuiste afstelling. De betrouwbaarheid van het gasregelblok is dusdanig hoog dat afstelling niet nodig is: De gas-luchtverhouding mag alleen worden gemeten. Wanneer de meetwaarde buiten de aangegeven waarden ligt zal het gasregelblok moeten worden vervangen. Neem het cv-toestel uit bedrijf. Sluit de gaskraan. Draai de branderdrukmeetnippel [] slagen open. Afb. 55 Aansluiten manometer bij HR 50 II, HR 70 II 6 70 807 034-6.DDC 6 70 807 034-67.DDC Afb. 57 Openen branderdrukmeetnippel bij HR 50 II, HR 70 II Afb. 56 Aansluiten manometer bij HR 00 II Open de gaskraan. Neem het cv-toestel in bedrijf. Zorg dat het cv-toestel zijn warmte kwijt kan. Start het servicebedrijf ( 8.3). Stel het cv-vermogen in op 00%. Meet de gasvoordruk. Neem de waarde op in het onderhoudsprotocol. Controleer of de gemeten waarde niet lager is dan de toegestane waarde ( tabel 3, pag. 0). Onder of boven deze waarden mag geen inbedrijfname plaatsvinden. De oorzaak moet worden vastgesteld en de storing worden verholpen. Als dit niet mogelijk is, gaszijdig blokkeren en contact opnemen met de plaatselijke gasleverancier. Neem het cv-toestel uit bedrijf. Sluit de gaskraan. Verwijder de manometer. Sluit de gasvoordrukmeetnippel. Open de gaskraan. Neem het cv-toestel in bedrijf. Controleer het cv-toestel op gasdichtheid. 6 70 807 034-05.DDC 6 70 807 034-066.DDC Afb. 58 Openen branderdrukmeetnippel bij HR 00 II Sluit de manometer aan. Stel de manometer op 0. Houd gedurende de meting de manometer op dezelfde hoogte. Open de gaskraan. Neem het cv-toestel in bedrijf. Zorg dat het cv-toestel zijn warmte kwijt kan. Start het servicebedrijf ( 8.3). Stel het cv-vermogen in op de minimale waarde (laaglast). Meet de gas-luchtverhouding. Dit drukverschil dient bij laaglast tussen de -0 en 0 Pa (-0,0 en 0,00 mbar) te liggen. Buiten deze waarden moet het gasregelblok worden vervangen. Noteer de meetwaarde in het onderhoudsprotocol (.5, pag. 38). Stop het servicebedrijf. Neem het cv-toestel uit bedrijf. Sluit de gaskraan. 30 TopLine HR 50/70/00 II 67080 (07/03)

Inbedrijfname 9 Verwijder de manometer. Sluit de meetnippel. Open de gaskraan. Neem het cv-toestel in bedrijf. 9. Meten CO en O 9. Meten ionisatiestroom Neem het cv-toestel uit bedrijf. Trek de stekkerverbinding los van de ionisatiekabel. Sluit de multimeter op beide kanten van de stekkerverbinding aan (in serie). Het CO-gehalte van de rookgassen, uitgaande van een verbranding zonder luchtovermaat, moet onder de 400 ppm of 0,04 Vol.-% liggen. Indien het CO-gehalte rond of boven de 400 ppm ligt, dan moet de oorzaak gezocht worden in vervuiling van de brander, een defect van de brander of recirculatie van de rookgassen. Neem het cv-toestel uit bedrijf. Verwijder het afdekkapje van het rookgasafvoermeetpunt []... 6 70 807 034-64.DDC Afb. 60 Aansluiten multimeter Stel het bereik van de multimeter in op μa. Neem het cv-toestel in bedrijf. Zorg dat het cv-toestel zijn warmte kwijt kan. Start het servicebedrijf ( 8.3). Stel het cv-vermogen in op de minimale waarde (laaglast). Meet de ionisatiestroom. 6 70 807 034-63.DDC Afb. 59 Verwijderen afdekkapje rookgasafvoer [] rookgasafvoermeetpunt [] luchttoevoermeetpunt Sluit het rookgasanalyseapparaat aan op het meetpunt. Neem het cv-toestel in bedrijf. Zorg dat het cv-toestel zijn warmte kwijt kan. Start het servicebedrijf ( 8.3). Meet het CO-gehalte. Stel vast wat de oorzaak van een eventueel hoog CO-gehalte is en neem deze weg. Noteer het CO-gehalte in het onderhoudsprotocol (.5). Stel het cv-vermogen in op 00%. Meet het O -percentage. Noteer het O -percentage in het onderhoudsprotocol (.5). Stel het cv-vermogen in op laaglast. Meet het O -percentage. Noteer het O -percentage in het onderhoudsprotocol (.5). Stop het servicebedrijf. Neem het cv-toestel uit bedrijf. Verwijder het rookgasanalyseapparaat. Monteer het afdekkapje van het rookgasafvoermeetpunt. Neem het cv-toestel in bedrijf. De ionisatiestroom dient minimaal 3 μa te zijn Controleer bij een lagere waarde de gas-luchtverhouding en de ionisatie-electrode. Noteer de waarde in het onderhoudsprotocol (.5). Stop het servicebedrijf. Neem het cv-toestel uit bedrijf. Verwijder de multimeter. Monteer de stekkerverbinding van de ionisatiekabel. Neem het cv-toestel in bedrijf. 9.3 Controleren (rook)gasdichtheid OPMERKING: schade aan het cv-toestel door kortsluiting. Dek, bij gebruik van gaslekzoekspray, de stekkers en elektrische kabels af. Start het servicebedrijf ( 8.3). Controleer, zodra de LED brander aan oplicht ( afb. 49, [6]), alle gasvoerende delen met een goedgekeurd lekdetectiemiddel. Controleer het rookgasafvoersysteem op dichtheid en correcte montage/beugeling. TopLine HR 50/70/00 II 67080 (07/03) 3

0 Uitbedrijfname Controleer de rubberen dichting [] bij gloeiplug en ionisatie-elektrode op lekdichtheid. 9.7 Inbedrijfnameprotocol Uitgevoerde werkzaamheden ter inbedrijfstelling ondertekenen en datum noteren. Werkzaamheden inbedrijfstelling Pag. Meetwaarden. Cv-installatie vullen en ontluchten. 8 expansievat inlaatdruk (installatie-instructie expansievat bar in acht nemen); vuldruk van de cv-installatie. 8 bar. Gassoort controleren aan de hand 9 van de typeplaat. 3. Gasleiding ontluchten. 9 Opmerkingen Afb. 6 Controleren gastraject Stel vast wat de oorzaak van een eventuele lekkage is en neem deze weg. Stop het servicebedrijf. 9.4 Controleren werking cv-toestel Zet de aangesloten regeling vragend en controleer of het cv-toestel na enkele minuten begint te branden voor cv-bedrijf. Indien van toepassing: draai een warmwaterkraan open en controleer de warmwatertemperatuur en de taphoeveelheid. 9.5 Afsluitende werkzaamheden Monteer de mantel. Vul het inbedrijfnameprotocol in. 6 70 807 034-65.DDC 4. Verbrandingslucht-rookgasaansluiting 9 controleren. 5. Cv-toestel instellen: vermogen ingesteld aanvoertemperatuur ingesteld pompnadraaitijd ingesteld 9 9 9 6. Gasvoordruk gemeten. 9 7. Gas-luchtverhouding gemeten. 30 8. CO-gehalte gemeten. 3 9. O -percentage gemeten. 3 0. Gasdichtheid controleren. 3. Werking cv-toestel controleren. 3. Mantel monteren. 3 9.6 Gebruiker informeren Maak de gebruiker vertrouwd met de cv-installatie en de bediening van het cv-toestel. Maak de gebruiker duidelijk op welke wijze de cv-installatie moet worden gevuld. Wijs de gebruiker erop, dat hijzelf geen wijzigingen, reparaties of onderhoud mag uitvoeren. Bevestig de inbedrijfstelling in het protocol ( 9.7). Overhandig de technische documentatie aan de gebruiker. 3. Gebruiker informeren, technische documentatie overhandigen. Vakkundige inbedrijfstelling bevestigen Tabel 3 Inbedrijfnameprotocol 3 Firmastempel/ handtekening/datum 0 Uitbedrijfname 0. Standaard uitbedrijfname Neem de netstekker uit de contactdoos. Sluit de gaskraan. Sluit de serviceafsluiters. 0. Uitbedrijfname bij vorstgevaar Indien het cv-toestel ingeschakeld blijft: Stel de nadraaitijd van de pomp in op 4 uur ( 8. Instelmenu ). Zorg dat er voldoende doorstroming mogelijk is over alle verwarmingselementen. Indien het cv-toestel wordt uitgeschakeld: Neem de netstekker uit de contactdoos. Sluit de gaskraan. Tap de gehele cv-installatie af. Tap, indien aanwezig, de gehele drinkwaterinstallatie af. 3 TopLine HR 50/70/00 II 67080 (07/03)

Milieubescherming en afvalverwerking Milieubescherming en afvalverwerking Milieubescherming is een ondernemingsprincipe van de Bosch Groep. Productkwaliteit, economische rendabiliteit en milieubescherming zijn gelijkwaardige doelen voor ons. Milieuwet- en regelgeving worden strikt nageleefd. Ter bescherming van het milieu passen wij, met inachtneming van economische aspecten, de best mogelijke technieken en materialen toe. Verpakkingen Bij het verpakken zijn we betrokken bij de landspecifieke recyclingsystemen, die een optimale recycling waarborgen. Alle gebruikte verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en recyclebaar. Recyclen Cv-toestellen bevatten waardevolle stoffen die moeten worden gerecycled. De componenten zijn makkelijk te scheiden en kunststofdelen zijn gekenmerkt. Daardoor kunnen ze respectievelijk gesorteerd, gerecycled en afgevoerd worden. Inspectie en onderhoud Om het rendement van het cv-toestel op niveau te houden en om mogelijke technische problemen te voorkomen, moet het cv-toestel minimaal eens per jaar worden geïnspecteerd en onderhouden.. Demonteren gas-luchtunit Verwijder de voedingsstekker en het stuursignaal van de ventilator. Afb. 6 Verwijderen voedingsstekker van ventilator Verwijder de gasslang 6 70 807 034-04.DDC WAARSCHUWING: gasexplosie. Sluit de gaskraan voordat aan gasvoerende delen wordt gewerkt. Controleer na werkzaamheden alle gasvoerende delen op dichtheid. VOORZICHTIG: rookgasvergiftiging. Controleer na werkzaamheden alle rookgasvoerende delen op dichtheid. VOORZICHTIG: elektrische schok. Voorkom bij het meten en afstellen van het cv-toestel aanraking met: de branderautomaat, de ventilator en de pomp. Dit zijn 30 V-onderdelen. Maak het cv-toestel spanningsloos voordat aan elektrische delen wordt gewerkt.. Belangrijke opmerkingen De volgende meetapparaten en gereedschappen zijn nodig: drukmeter met een meetnauwkeurigheid van 0,0 mbar. Monteer alleen originele onderdelen. Controleer tijdens de werkzaamheden alle losgenomen afdichtringen en pakkingen op beschadiging, vervorming of veroudering en vervang deze indien nodig. Afb. 63 Verwijderen gasslang Neem de luchtaanzuigbuis van de ventilator los.. 6 70 807 034-043.DDC. 6 70 807 034-36.DDC Afb. 64 Losnemen luchtaanzuigbuis (loep: HR 50 II, HR 70 II) TopLine HR 50/70/00 II 67080 (07/03) 33

Inspectie en onderhoud Open de 4 snelsluitingen van de branderdeksel. De snelsluitingen staan onder spanning. Verwijder de brander.. Afb. 65 Openen snelsluitingen Verwijder de gas-luchtunit met branderdeksel.. 6 70 807 034-037.DDC.. Afb. 68 Verwijderen brander Controleer de brander en de gasverdeelplaat op vervuiling en scheurvorming. Reinig de brander indien nodig met perslucht of een zachte borstel..4 Reinigen warmtewisselaar 6 70 807 034-040.DDC OPMERKING: schade aan het cv-toestel. De warmtewisselaar is voorzien van een coating. Voorkom beschadiging van deze coating. Maak bij het reinigen van de diverse onderdelen daarom géén gebruik van een staalborstel, uienkam en dergelijke. Dek de ontstekingsunit af. Reinig de warmtewisselaar. Spoel indien nodig de warmtewisselaar uit met water. Reinig de warmtewisselaar bij extreme vervuiling met Nefit Protector (TAB). Afb. 66 Verwijderen gas-luchtunit met branderdeksel 6 70 807 034-038.DDC.3 Reinigen brander Verwijder de branderpakking en vervang deze indien nodig. 6 70 64 77-007.DDC. Afb. 69 Reinigen warmtewisselaar Afb. 67 Verwijderen branderpakking. 6 70 807 034-039.DDC 34 TopLine HR 50/70/00 II 67080 (07/03)

.5 Controleren ontstekingsunit OPMERKING: beschadiging van de gloeiplug. De gloeiplug is gemaakt van breekbaar materiaal. Voorzichtig behandelen. Inspectie en onderhoud Leg de pakking [] goed aansluitend op de brander. 3 OPMERKING: toestelschade. Door een verminderde werking van de pakkingen in de ontstekingunit kan er mogelijk schade aan het cv-toestel ontstaan. Vervang daarom elke 4 jaar de pakking ( afb. 7, [3]) en de afdekplaat met pakking ( afb. 7, [4]). Controleer de ontstekingsunit op slijtage, beschadiging of vervuiling en vervang indien nodig. 6 70 807 034-04.DDC Afb. 7 Plaatsen brander met pakking [] brander [] pakking [3] inkeping Monteer de branderdeksel met gas-luchtunit in omgekeerde volgorde terug. 7 746 800 040-8.TD.6 Reinigen sifon Neem de flexibele slang en het eventuele T-stuk los van de sifon. Draai de wartel [] in het cv-toestel volledig los. Verwijder de sifon []. Afb. 70 Controleren ionisatie-elektrode Plaats, bij het vervangen van de ionisatie-elektrode of gloeiplug, een nieuwe pakking [3] en afdekplaat met pakking [4]. 3 4 5 5 6 70 803 968-054.TD Afb. 7 Vervangen ontstekingsunit [] gloeiplug [] ionisatie-elektrode [3] pakking [4] afdekplaat met pakking [5] moer Plaats de brander [] terug met de inkeping [3] aan de rechterzijde. Afb. 73 Verwijderen toestelsifon [] wartel [] sifon Spoel de sifon uit. Vul de sifon volledig met water. Plaats de sifon terug. Draai de wartel handvast aan. 6 70 807 034-035.DDC TopLine HR 50/70/00 II 67080 (07/03) 35

Inspectie en onderhoud.7 Reinigen condensbak Indien de sifon is vervuild kan desgewenst de condensbak worden geïnspecteerd en gereinigd. Trek de condensleiding naar beneden en draai deze naar achteren. Verwijder de condensbak. Afb. 74 Verwijderen condensleiding Open de snelsluitingen.. 6 70 807 034-44.DDC Afb. 76 Verwijderen condensbak Reinig de condensbak. Controleer de pakking tussen de condensbak en de warmtewisselaar op beschadiging en vervang deze indien nodig. Plaats de condensbak onder de warmtewisselaar. Druk de condensbak naadloos tegen de wisselaar. Sluit de snelsluitingen. Plaats alle onderdelen in omgekeerde volgorde terug. Neem het cv-toestel in bedrijf. Controleer, tijdens bedrijf, de verschillende pakkingen aan de condensbak op rookgas- en condenslekkage..8 Meten dynamische gasvoordruk Zie 9.9 Meten gasvoordruk..9 Meten gas-luchtverhouding Neem het cv-toestel uit bedrijf. Sluit de gaskraan. Draai de branderdrukmeetnippel [] slagen open. 6 70 807 034-46.DDC. 6 70 807 034-045.DDC 6 70 807 034-67.DDC Afb. 75 Openen snelsluitingen condensbak Afb. 77 Openen branderdrukmeetnippel bij HR 50 II, HR 70 II 36 TopLine HR 50/70/00 II 67080 (07/03)

Inspectie en onderhoud Afb. 78 Openen branderdrukmeetnippel bij HR 00 II Sluit de manometer aan. Stel de manometer op 0. Houd gedurende de meting de manometer op dezelfde hoogte. Open de gaskraan. Neem het cv-toestel in bedrijf. Zorg dat het cv-toestel zijn warmte kwijt kan. Start het servicebedrijf ( 8.3). Stel het cv-vermogen in op de minimale waarde (laaglast). Meet de gas-luchtverhouding. Dit drukverschil dient bij laaglast tussen de -0 en 0 Pa (-0,0 en 0,00 mbar) te liggen. Het nominale drukverschil is -5 Pa (-0,05 mbar). Verwijder het afdekkapje van de instelschroef. Stel de gas-luchtverhouding af op -5 Pa (-0,05 mbar). -5 Pa 6 70 807 034-066.DDC 3-5 Pa 3-0 Pa 0 Pa 5 Pa Noteer de meetwaarde in het onderhoudsprotocol (.5, pag. 38). Stop het servicebedrijf. Neem het cv-toestel uit bedrijf. Sluit de gaskraan. Verwijder de manometer. Sluit de meetnippel. Plaats het afdekkapje terug op de instelschroef. Open de gaskraan. Neem het cv-toestel in bedrijf..0 Meten CO en O Zie 9. Meten CO en O.. Controleren rookgaskeerklep Indien het cv-toestel in een overdruk cascadesysteem is geplaatst dient de rookgaskeerklep te worden gecontroleerd. Open de inspectieopening [] van de rookgaskeerklep. Controleer de rookgaskeerklep [] op slijtage, beschadiging of vervuiling en vervang indien nodig. Sluit de inspectieopening van de rookgaskeerklep. Afb. 79 Afstellen gas-luchtverhouding bij HR 50 II, HR 70 II [] afdekkapje [] drukverschil is fout [3] drukverschil is goed 6 70 807 034-70.DDC 3-5 Pa 3-0 Pa 0 Pa Afb. 8 Controleren rookgaskeerklep [] inspectieopening [] rookgaskeerklep. Meten ionisatiestroom Zie 9. Meten ionisatiestroom. 6 70 807 034-68.TD.3 Controleren (rook)gasdichtheid Controleer alle gasvoerende delen op dichtheid, zie 9.3. Controleer het rookgasafvoersysteem op dichtheid en correcte montage/beugeling..4 Controle op goede werking Controleer alle koppelingen op dichtheid. Controleer de cv-waterdruk en vul zo nodig bij. Houd hierbij rekening met de waterkwaliteit ( 5.). Controleer de instellingen op het cv-toestel ( 8. Instelmenu ). Sluit de mantel en draai de borgschroeven vast. Afb. 80 Afstellen gas-luchtverhouding bij HR 00 II [] afdekkapje [] drukverschil is fout [3] drukverschil is goed 6 70 807 034-07.DDC TopLine HR 50/70/00 II 67080 (07/03) 37

Inspectie en onderhoud.5 Inspectie- en onderhoudsprotocol Inspectiewerkzaamheden Datum: Datum: Datum: Datum: Datum: Datum:. Algemene toestand van de cv-installatie controleren.. Visuele controle en werkingscontrole van de cv-installatie uitvoeren. 3. Gas- en watergeleidende onderdelen van de installatie controleren op: dichtheid in bedrijf; zichtbare corrosie; slijtageverschijnselen. 4. Brander, ionisatie-elektrode en gloeiplug controleren. 5. Gasvoordruk meten. 6. Gas-luchtverhouding controleren en instellen. 7. Dichtheidscontrole in bedrijfstoestand uitvoeren. 8. CO-gehalte meten (rookgasanalyse). 9. O -percentage meten (rookgasanalyse). 0. Ionisatiestroom meten.. Vuldruk controleren: vuldruk van de cv-installatie controleren.. Systeem voor toevoer van verbrandingslucht en afvoer van rookgassen controleren. 3. Juiste instellingen van de regeling controleren. Raadpleeg hiervoor de gebruiksinstructie van de regelapparatuur. 4. Eindcontrole van de inspectiewerkzaamheden, hiervoor meten en documenteren van meet- en testresultaten. Vakkundige inspectie bevestigen mbar mbar mbar mbar mbar mbar Pa Pa Pa Pa Pa Pa ppm ppm ppm ppm ppm ppm % % % % % % μa μa μa μa μa μa bar bar bar bar bar bar Firmastempel/handtekening/datum Tabel 4 Inspectie- en onderhoudsprotocol 38 TopLine HR 50/70/00 II 67080 (07/03)

Displaycodes 3 3 Displaycodes Een displaycode zegt iets over de status van het cv-toestel. Displaycodes worden direct in de display weergegeven of zijn via het infomenu op te roepen. Ga hierbij als volgt te werk: Open het infomenu ( 8.). Ga in het infomenu naar het niveau van de displaycode. Lees de displaycode uit en zoek de betekenis hiervan op ( tabel 5). 3. Soorten displaycodes Er zijn 3 soorten displaycodes: normale bedrijfscode; blokkerende storingscode; 3 vergrendelende storingscode. 3. Resetten Zodra een ernstige storing is opgetreden, wordt het cv-toestel om veiligheidsredenen uitgeschakeld en vergrendeld. Dit is herkenbaar aan het knipperen van de storingscode. Om het cv-toestel te ontgrendelen moet het cv-toestel gereset worden. Ga hierbij als volgt te werk: Druk de resettoets ( afb. 49, [], pag. 6) in, totdat re in de display wordt weergegeven. In veel gevallen zal het cv-toestel na het resetten weer normaal functioneren, maar in sommige gevallen komt de storing terug en zal deze eerst moeten worden verholpen. 3.3 Bedrijfs- en storingscodes Code Soort Betekenis Oplossing -A 08 Het cv-toestel bevindt zich in servicebedrijf. - H 0 0 Het cv-toestel bevindt zich in cv-bedrijf. =H 0 Het cv-toestel bevindt zich in warmwaterbedrijf. 0 A 0 Het cv-toestel wacht. Er is vaker dan x per 0 minuten een warmtevraag van een aan/uit- of een modulerende regeling geweest. 0 A 3 0 5 Het cv-toestel wacht na einde warmwaterbedrijf. 0 C 8 3 Het cv-toestel bereidt zich voor op een branderstart. De ventilator en de pomp worden aangestuurd. 0 E 6 5 Het cv-toestel wacht. Het cv-toestel schakelt geregeld in op laaglast om aan de warmtevraag te voldoen. 0 H 0 3 Het cv-toestel staat stand-by. 0 L 8 4 Het gasregelblok wordt aangestuurd. 0 U 7 0 Het cv-toestel wordt opgestart. 0 Y 0 4 Het cv-toestel wacht. De gemeten aanvoertemperatuur is hoger dan de berekende of ingestelde cv-watertemperatuur. 0 Y 7 6 De aanvoertemperatuursensor heeft een temperatuur gemeten die hoger is dan 95 C. 0 Y 7 7 De safetytemperatuursensor heeft een temperatuur gemeten die hoger is dan 95 C. 0 Y 8 5 De retourtemperatuursensor heeft een temperatuur gemeten die hoger is dan 95 C. C 0 3 De rookgasthermostaat heeft een te hoge temperatuur gemeten en staat geopend. U 3 7 3 De contacten van de rookgastemperatuursensor zijn kortgesloten. Y 3 8 3 De contacten van de rookgastemperatuursensor zijn onderbroken. Controleer de ingestelde cv-watertemperatuur op het cv-toestel. Verhoog deze indien nodig. Controleer de ingestelde stooklijn bij een ingestelde weersafhankelijke regeling. Verhoog deze indien nodig. Controleer de bekabeling en de werking van de boilertemperatuursensor. Vervang het onderdeel indien nodig. Controleer de cv-waterdruk en ontlucht de cv-installatie en het cv-toestel. Controleer of er voldoende stroming over de cv-installatie mogelijk is. Controleer de bekabeling en werking van de pomp en de aanvoertemperatuursensor. Vervang het onderdeel indien nodig. Controleer de cv-waterdruk en ontlucht de cv-installatie en het cv-toestel. Controleer of er voldoende stroming over de cv-installatie mogelijk is. Controleer de bekabeling en werking van de pomp en de safetytemperatuursensor. Vervang het onderdeel indien nodig. Controleer de cv-waterdruk en ontlucht de cv-installatie en het cv-toestel. Controleer of er voldoende stroming over de cv-installatie mogelijk is. Controleer de bekabeling en werking van de pomp en de retourtemperatuursensor. Vervang het onderdeel indien nodig. Controleer de werking van de rookgasthermostaat. Vervang deze indien nodig. Controleer het cv-toestel op vervuiling. Voer zo nodig onderhoud uit. Controleer de werking van de rookgastemperatuursensor. Vervang deze indien nodig. E 0 7 De cv-waterdruk is te laag. Vul de cv-installatie bij tot bar. Controleer het expansievat. Controleer de cv-installatie op lekkage. Controleer de bekabeling en werking van de druksensor. Tabel 5 Storingscodes TopLine HR 50/70/00 II 67080 (07/03) 39

3 Displaycodes Code Soort Betekenis Oplossing F 6 0 De aanvoertemperatuursensor meet geen temperatuurstijging Controleer de cv-waterdruk en ontlucht de cv-installatie en het cv-toestel. na een branderstart. Controleer of er voldoende stroming over de cv-installatie mogelijk is. Controleer de werking en de bekabeling van de pomp en de aanvoertemperatuursensor. Vervang het onderdeel indien nodig. F 7 Het gemeten temperatuursverschil tussen de aanvoer- en Controleer de cv-waterdruk en ontlucht de cv-installatie en het cv-toestel. safetytemperatuursensor is te groot. Controleer of er voldoende stroming over de cv-installatie mogelijk is. Controleer de bekabeling en de werking van de pomp en de betreffende sensoren. Vervang het onderdeel indien nodig. L 6 6 3 De pomptest is mislukt. Controleer de cv-waterdruk en ontlucht de cv-installatie en het cv-toestel. Controleer of er voldoende stroming over de cv-installatie mogelijk is. Controleer de werking van de pomp. Controleer de werking en de bekabeling van de druksensor. Controleer de werking van het cv-toestel door het onderdeel te vervangen. P De gemeten temperatuur, door de aanvoertemperatuursensor Controleer de cv-waterdruk en ontlucht de cv-installatie en het cv-toestel. of de safetytemperatuursensor, stijgt te snel. Controleer of er voldoende stroming over de cv-installatie mogelijk is. Controleer de werking en de bekabeling van de pomp en de betreffende sensoren. Vervang het onderdeel indien nodig. U 3 De gemeten temperatuur, door de aanvoertemperatuursensor Controleer de cv-waterdruk en ontlucht de cv-installatie en het cv-toestel. of de retourtemperatuursensor, stijgt te snel. Controleer of er voldoende stroming over de cv-installatie mogelijk is. Controleer de bekabeling naar de pomp en de betreffende sensoren. Vervang het onderdeel indien nodig. 3 A 6 4 Het stuursignaal of de spanning van de ventilator is tijdens Controleer de connectors en de bekabeling van de ventilator. bedrijf weggevallen. Controleer de werking van de ventilator, Vervang het onderdeel indien nodig. 3 C 7 3 Het ventilatortoerental is onregelmatig tijdens het opstarten. Controleer de bekabeling en de connectors van de ventilator. Controleer de werking van het cv-toestel door de ventilator te vervangen. Controleer de connectors van de branderautomaat. Controleer de werking van het cv-toestel door de branderautomaat te vervangen. 3 F 7 3 Het cv-toestel is maximaal minuten uitgeschakeld geweest, omdat het cv-toestel gedurende 4 uur continu in bedrijf is geweest. Dit is een veiligheidscontrole. 3 L 4 3 Ventilator draait niet tijdens de opstartfase OC. Controleer de bekabeling en de connectors van de ventilator. Controleer de werking van het cv-toestel door de ventilator te vervangen. 3 P 6 3 Het ventilatortoerental is te laag. Controleer de connectors van de branderautomaat. 3 Y 5 3 Het ventilatortoerental is te hoog. Controleer de werking van het cv-toestel door de branderautomaat te vervangen. 4 A 8 3 De aanvoertemperatuursensor heeft een temperatuur gemeten Controleer de cv-waterdruk en ontlucht de cv-installatie en het cv-toestel. die hoger is dan 05 C. Controleer of er voldoende stroming over de cv-installatie mogelijk is. Controleer de werking van de pomp en de aanvoertemperatuursensor. Vervang het onderdeel indien nodig. 4 C 4 3 Een toestelthermostaat (bijv. maximaal- of branderthermostaat) Controleer of er voldoende stroming over de cv-installatie mogelijk is. heeft een te hoge temperatuur gemeten en staat Controleer de branderpakking(en) op lekkage van rookgassen. geopend. Vervang indien nodig de branderpakking(en). Controleer de warmtewisselaar op vervuiling. Controleer de gas-luchtverhouding. 4 E 7 8 3 De sensortest is mislukt. Controleer de bekabeling en de connectors van de sensoren. Controleer de werking van de sensor. Vervang het onderdeel indien nodig. 4 F 9 3 De safetytemperatuursensor heeft een temperatuur gemeten Controleer de cv-waterdruk en ontlucht de cv-installatie en het cv-toestel. die hoger is dan 05 C. Controleer of er voldoende stroming over de cv-installatie mogelijk is. 4 L 0 3 De contacten van de safetytemperatuursensor zijn kortgesloten of de safetytemperatuursensor heeft een temperatuur gemeten die hoger is dan 30 C. Controleer de werking van de pomp en de sensor. Vervang het onderdeel indien nodig. 4 P 3 De contacten van de safetytemperatuursensor zijn onderbroken. Controleer de connector van de sensor. Controleer de werking van het cv-toestel door de sensor te vervangen. 4 U 3 De contacten van de aanvoertemperatuursensor zijn kortgesloten. 4 Y 3 3 De contacten van de aanvoertemperatuursensor zijn onderbroken. 5 C 6 3 Diagnose tool is aangesloten geweest. 5 H 6 8 Componententestfase. Tabel 5 Storingscodes 40 TopLine HR 50/70/00 II 67080 (07/03)

Displaycodes 3 Code Soort Betekenis Oplossing 6 A 7 + 3 Er is onvoldoende ionisatiestroom gemeten na het ontsteken Controleer het cv-toestel op vervuiling. van de brander. Controleer de gasvoordruk. Controleer de gas-luchtverhouding. Controleer de connectors van de ontstekingsunit. Controleer de ontsteking en de ionisatiestroom. Controleer of de ontstekingsunit op beschadiging. Vervang het onderdeel indien nodig. 6 C 8 3 Er is een ionisatiestroom gemeten, voordat de brander is Controleer de connector van de ionisatiepen. gestart. Controleer de ontstekingsunit op beschadiging en slijtage. Vervang het onderdeel indien nodig. 6 C 3 0 6 3 Er is een ionisatiestroom gemeten, nadat de brander gedoofd is. Inspecteer het ionisatiegedeelte van de ontstekingsunit. Vervang het onderdeel indien nodig. Controleer of er na einde branderfase de gas-luchtverhouding gehandhaafd blijft. Controleer of er na einde branderfase spanning op het gasregelblok blijft staan. Controleer de werking van het toestel door de branderautomaat te vervangen. 6 L 9 Er is onvoldoende ionisatiestroom gemeten tijdens het Controleer de dynamische gasvoordruk. branden. Controleer de bekabeling en de connector van de ionisatiepen. Controleer de ontstekingsunit op beschadiging en slijtage. Vervang het onderdeel indien nodig. 6 P 6 9 3 De ontstekingsunit is te lang aangestuurd. Controleer de connectors en de bekabeling van de branderautomaat. Controleer de werking van het cv-toestel door de branderautomaat te vervangen. 7 C 3 3 De netspanning is tijdens een vergrendelende storing onderbroken Reset het cv-toestel. geweest. 7 H 3 8 Er is een kortstondige onderbreking van de netspanning geweest. Controleer of de storing het gevolg kan zijn geweest door de aanwezigheid van een aggregaat, windmolen of andere apparatuur die een onderbreking kan veroorzaken. Controleer de elektrische installatie. 7 L 6 3 De branderautomaat is defect. Controleer de connectors en de bekabeling van de branderautomaat. 7 L 8 0 Controleer de werking van het cv-toestel door de branderautomaat te vervangen. 8 Y 3 Het externe schakelcontact is geopend. Controleer de draadbrug op de aansluiting van het externe schakelcontact. Controleer het externe schakelcontact. 9 A 3 5 3 De KIM is te nieuw voor de branderautomaat. Vervang de branderautomaat door één met de meest recente software. Op de barcode van de branderautomaat staat de softwareversie vermeld. 9 A 3 6 0 3 De geplaatste KIM correspondeert niet met de branderautomaat. Controleer het KIM-nummer. Plaats de KIM met het juiste KIM-nummer. 9 A 3 6 3 De geplaatste branderautomaat correspondeert niet met Controleer het nummer op de branderautomaat. de KIM. Plaats de KIM met het juiste KIM-nummer. 9 H 3 7 3 De branderautomaat of de KIM is defect. Controleer de connectors en de bekabeling van de branderautomaat. 9 H 6 7 Controleer de werking van het cv-toestel door de branderautomaat te 9 H 7 vervangen. 9 L 3 4 3 De contacten van het gasregelblok zijn onderbroken. Controleer de 4V-bekabeling op slechte contacten, breuken en beknellingen. Indien aanwezig: controleer de werking van het cv-toestel door de toestelthermostaten (bijv. maximaal-, rookgas of branderthermostaat) voor door te verbinden. Verwijder direct na controle de doorverbinding en vervang indien nodig de betreffende toestelthermostaat. Controleer de bekabeling en de connector van het gasregelblok. Controleer de werking van het cv-toestel door het gasregelblok te vervangen. Controleer de connectors en de bekabeling van de branderautomaat. Controleer de werking van het cv-toestel door de branderautomaat te vervangen. 9 L 3 8 3 De branderautomaat of de KIM is defect. Controleer de connectors en de bekabeling van de branderautomaat. Controleer de werking van het cv-toestel door de branderautomaat te vervangen. Tabel 5 Storingscodes TopLine HR 50/70/00 II 67080 (07/03) 4

3 Displaycodes Code Soort Betekenis Oplossing 9 P 3 9 3 De branderautomaat of de KIM is defect. Controleer de 4V-bekabeling op slechte contacten, breuken en beknellingen. Indien aanwezig: controleer de werking van het cv-toestel door de toestelthermostaten (bijv. maximaal-, rookgas of branderthermostaat) voor door te verbinden. Verwijder direct na controle de doorverbinding en vervang indien nodig de betreffende toestelthermostaat. Controleer de connectors en de bekabeling van de branderautomaat. Controleer de werking van het cv-toestel door de branderautomaat te vervangen. 9 U 3 3 3 De branderautomaat of de KIM is defect. Controleer de connectors en de bekabeling van de branderautomaat. Controleer de werking van het cv-toestel door de branderautomaat te vervangen. C A 8 6 3 De retourtemperatuursensor heeft een cv-retourtemperatuur Controleer de cv-waterdruk en ontlucht de cv-installatie en het cv-toestel. gemeten die hoger is dan 05 C. Controleer of er voldoende stroming over de cv-installatie mogelijk is. Controleer de bekabeling en de connector van de retourtemperatuursensor. Controleer de werking van het cv-toestel door de retourtemperatuursensor te vervangen. C U 4 0 3 De contacten van de retourtemperatuursensor zijn kortgesloten. Controleer de cv-waterdruk en ontlucht de cv-installatie en het cv-toestel. Controleer of er voldoende stroming over de cv-installatie mogelijk is. C Y 4 3 De contacten van de retourtemperatuursensor zijn onderbroken. Controleer de bekabeling en de connector van de retourtemperatuursensor. Controleer de werking van het cv-toestel door de retourtemperatuursensor te vervangen. E 4 3 De branderautomaat of de KIM is defect. Controleer de connectors en de bekabeling van de branderautomaat. 43 44 45 47 48 49 55 57 Controleer de werking van het cv-toestel door de branderautomaat te vervangen. E A 4 6 3 De branderautomaat of de KIM is defect. Controleer de connectors en de bekabeling van de branderautomaat. 5 5 3 Controleer de werking van het cv-toestel door de branderautomaat te vervangen. E C 5 56 E F 5 4 E H 5 0 58 6 E L 5 9 7 9 E L 9 0 De branderautomaat of de KIM is defect. Controleer de connectors en de bekabeling van de branderautomaat. Controleer de werking van het cv-toestel door de branderautomaat te vervangen. E P 8 7 3 E Y 6 3 H 0 7 De cv-waterdruk is lager dan,0 bar tijdens stand-by of lager Controleer de cv-waterdruk en ontlucht de cv-installatie en het cv-toestel. dan,3 bar tijdens bedrijf. Het vermogen voor zowel cv-bedrijf als voor warmwaterbedrijf wordt beperkt. Vul de cv-installatie bij tot,5 bar. H r E Een reset van het cv-toestel wordt uitgevoerd. r E Tabel 5 Storingscodes Een reset van het cv-toestel wordt uitgevoerd. 4 TopLine HR 50/70/00 II 67080 (07/03)

3 Notities TopLine HR 50/70/00 II 67080 (07/03) 43

Bosch Thermotechniek B.V. Postbus 3, 7400 AA Deventer Professioneel: T. 0570 60 06 E. verkoopnederland@nefit.nl www.nefit.nl/professioneel Consument: T. 0570 60 500 E. comsument@nefit.nl www.nefit.nl