pagina 1 van 5 NL einde FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE Publicatie : 2017-01-30 Numac : 2017010289 Rechtbank van eerste aanleg Leuven. - Kabinet van de voorzitter Beschikking tot vaststelling van het bijzonder reglement Artikel 1 - Inleiding Het wettelijk kader van het korps van de rechtbank van eerste aanleg te Leuven bestaat uit 25 rechters : één voorzitter, drie ondervoorzitters, drie onderzoeksrechters, twee jeugdrechters, één beslagrechter, 15 rechters en zes plaatsvervangende rechters. Behoudens de wettelijk bepaalde onverenigbaarheden en/of vereisten, kunnen alle rechters in alle kamers zitting houden. De rechtbank van eerste aanleg te Leuven bestaat uit 31 kamers. De kamers zijn onderverdeeld in drie secties : de familie-en jeugdrechtbank, de burgerlijke rechtbank en de correctionele rechtbank. Zeven familiekamers en één kamer voor minnelijke schikking vormen de familierechtbank, twee jeugdkamers en één kamer van uithandengeving vormen de jeugdrechtbank, elf kamers zijn bestemd voor de behandeling van burgerlijke zaken waaronder een kamer kortgeding en negen kamers voor de behandeling van correctionele zaken. Artikel 2 - Bevoegdheid van de kamers 2.1. Familie-en jeugdrechtbank In de kamers 1, 2A, 2B, 2C, 3A, 3B, 3C en 3D worden vorderingen behorend tot de bevoegdheid van de familierechtbank behandeld. De vorderingen met familiedossier worden in de kamers 1 en 3A, 3B, 3C en 3D behandeld. De vorderingen zonder familiedossiers worden in de kamers 2A en 2B behandeld, waarbij de hogere beroepen tegen de vonnissen van de vrederechter worden behandeld in kamer 2A en de vorderingen in eerste aanleg worden behandeld in kamer 2B. Kamer 2C maakt de kamer voor minnelijke schikking van de familierechtbank uit. In de kamers 13 en 14 worden vorderingen behorend tot de bevoegdheid van de jeugdrechtbank behandeld. Bij toepassing van artikel 76 3 Gerechtelijk Wetboek wordt binnen de jeugdrechtbank één specifieke kamer ingericht kamer 14bis, genaamd de kamer van uithandengeving, bevoegd voor de berechtiging van personen ten aanzien van wie een beslissing tot uithandengeving is genomen overeenkomstig de wet van 8 april 1965. 2.2. Burgerlijke rechtbank In de kamer van het kort geding in burgerlijke zaken en in de kamers 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12 en 15 worden vorderingen behorend tot de bevoegdheid van de burgerlijke rechtbank behandeld. De hogere beroepen tegen de vonnissen van de vrederechter en van de politierechtbank, burgerlijke zaken, worden behandeld in kamer 5. De vorderingen betreffende de toepassing van een belastingwet, bedoeld in artikel 569, 32, van het Gerechtelijk Wetboek worden behandeld in kamer 12. De vorderingen behorend tot de bevoegdheid van de beslagrechter worden behandeld in kamer 15. 2.3. Correctionele rechtbank In de kamers 16A, 16B, 17, 18, 19, 20, 21, 22 worden vorderingen behorend tot de bevoegdheid van de correctionele rechtbank behandeld. De procedures van onmiddellijke verschijning en van oproeping bij proces-verbaal zoals bedoeld in artikel artikel 76 2, eerste lid Gerechtelijk Wetboek worden behandeld in kamer 16B op donderdag. De hogere beroepen tegen de vonnissen van de politierechtbank worden behandeld in kamer 20.
pagina 2 van 5 De overtredingen van de wetten en verordeningen over een van de aangelegenheden die behoren tot de bevoegdheid van de arbeidsgerechten, en, in geval van samenloop of samenhang, van genoemde overtredingen samen met een of meer overtredingen die niet behoren tot de bevoegdheid van de arbeidsgerechten worden behandeld in kamer 22. Kamer 23 maakt de raadkamer in strafzaken uit. Artikel 3 - Samenstelling kamers De kamers bestaan uit één rechter tenzij een kamer met drie rechters wettelijk is vereist zoals bepaald in artikel 92 1 Gerechtelijk Wetboek of ingeval de voorzitter ambtshalve een zaak toewijst aan een kamer met drie rechters zoals bepaald in artikel 92 1/1 en 2 Gerechtelijk Wetboek. In dat geval komen de kamers 2A, 5, 12, 14bis, 17, 18 en 20 in aanmerking om te worden samengesteld uit drie rechters. Kamer 5 bestaat uit vijf rechters ingeval de rechtbank van eerste aanleg burgerlijke zaken die na cassatie zijn verwezen, met verenigde kamers, moeten worden berecht zoals bedoeld in artikel 93, eerste lid van het Gerechtelijk Wetboek. Artikel 4 - Dienstdagen De kamers houden zitting als volgt : -de kamer in kort geding in burgerlijke zaken, op maandag -kamer 1, op maandag -kamer 2A, op maandag -de kamer 2B, op maandag -kamer 2C, op maandag -kamer 3A, op dinsdag -kamer 3B, op woensdag -kamer 3C, op donderdag -kamer 3D, op vrijdag -kamer 4, op donderdag -kamer 5, op woensdag en op vrijdag -kamer 6, op donderdag -kamer 7, op maandag -kamer 8, op dinsdag -kamer 9, op woensdag -kamer 10, op donderdag -kamer 11, op vrijdag -kamer 12, op vrijdag -kamer 13, op woensdag -kamer 14, op woensdag - kamer 14bis, op woensdag -kamer 15, op dinsdag -kamer 16A, op maandag - kamer 16B, op donderdag -kamer 17, op dinsdag -kamer 18, op dinsdag -kamer 19, op woensdag -kamer 20, op donderdag -kamer 21, op vrijdag -kamer 22, op dinsdag -kamer 23, op dinsdag en op vrijdag. Artikel 5 - Diensturen Alle zittingen beginnen om 09 :00, behalve de zittingen van kamer 6 op donderdag, de zittingen van kamer 14bis op woensdag, de zittingen van kamer 15 op dinsdag en de zittingen van de kamer 22 op dinsdag, die alle om 14 :00 beginnen. De zittingen van kamer 3A vinden plaats op dinsdag, zowel in de voormiddag vanaf 09 :00 als in de namiddag vanaf 14 :30.
pagina 3 van 5 De zittingen van kamer 23, zijnde de raadkamer in strafzaken, worden gehouden telkens wanneer het nodig is voor de behoeften van de dienst en beginnen om 09 :00. Ingeval deze kamer zitting houdt op een dag volgend op een feestdag begint de zitting om 14 :00. De zittingen duren ten minste drie uur, tenzij de rol voordien is uitgeput. De getuigenverhoren kunnen iedere werkdag worden gehouden op een in een vonnis te bepalen tijdstip. Artikel 6 - Kortgeding De familierechters van de familiekamers 1, 3A, 3B, 3C en 3D houden zitting in kortgeding voor de aangelegenheden die behoren tot de bevoegdheid van de familierechtbank, iedere dag om 09 :00. De voorzitter van de rechtbank of de aangewezen ondervoorzitter of de rechter die hem/haar vervangt, houdt zitting in kortgeding voor de aangelegenheden die tot de bevoegdheid van de burgerlijke rechtbank behoren, op maandag om 09 :00. De beslagrechter houdt zitting inzake vorderingen ingesteld in kort geding op dinsdag om 14 :00. Artikel 7 - Buitengewone zittingen Naargelang de behoeften van de dienst kunnen buitengewone zittingen voor de kamers worden georganiseerd, waarvan de kamervoorzitters zelf de dag en het uur bepalen, in overeenstemming met de voorzitter van de rechtbank. Artikel 8 - Bijkomende zittingen Indien de behoeften van de dienst het rechtvaardigen, kan de voorzitter van de rechtbank, na het advies van de procureur des Konings en van de hoofdgriffier van de rechtbank van eerste aanleg te hebben ingewonnen, beslissen dat één of meer kamers, bijkomende zittingen houden op de dag en het uur die hij/zij bepaalt. Artikel 9 - Wijzigingen De voorzitter van de rechtbank kan, na het advies van de procureur des Konings en van de hoofdgriffier te hebben ingewonnen, voorlopig het aantal en de bevoegdheden van de kamers wijzigen. Artikel 10 - Inleidingen De inleidingen vinden plaats bij dagvaarding of bij verzoekschrift : 1. voor de familierechtbank : Onverminderd hetgeen bepaald is onder artikel 6, eerste lid van dit Bijzonder Reglement : 1 alle vorderingen tot echtscheidingen door onderlinge toestemming op grond van artikelen 230 van het Burgerlijk Wetboek : op de zitting van kamer 1; 2 alle vorderingen tot echtscheidingen en scheiding van tafel en bed op grond van artikelen 229 1, 2 en 3 van het Burgerlijk Wetboek, zonder minderjarige kinderen : op de zitting van kamer 1; 3 alle vorderingen tot echtscheidingen en scheiding van tafel en bed op grond van artikelen 229 1, 2 en 3 van het Burgerlijk Wetboek, met minderjarige kinderen en ingeleid met dagvaarding : op de zitting van kamer 1; deze inleidingszitting wijst de zaken met minderjarige kinderen toe aan de zittingen van kamers 3A, 3B, 3C en 3D ; 4 alle vorderingen tot nietigverklaring van het huwelijk of wettelijke samenwoning : op de zitting van kamer 1; 5 hogere beroepen tegen de vonnissen van de vrederechter : op de zitting van kamer 2A; 6 vorderingen in eerste aanleg maar waarvoor geen familiedossier moet worden aangelegd : op de zitting van kamer 2B; 7 inzake alle andere vorderingen die behoren tot de bevoegdheid van de familierechtbank en die niet begrepen zijn onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 : op de zitting van de kamers 3A, 3B, 3C en 3D, 2. voor de jeugdrechtbank : 1 de maatregelen ter bescherming van de minderjarigen overeenkomstig de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming en het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp, zullen worden toegewezen aan een kamer met één rechter : op de zitting van de kamer 13 en 14; 2 de behandeling van een zaak bedoeld in artikel 76 3 van het Gerechtelijk Wetboek, zullen worden toegewezen aan een specifieke kamer binnen de jeugdrechtbank, genaamde de kamer van uithandengeving : op de zitting van kamer 14bis;
pagina 4 van 5 3. voor de burgerlijke rechtbank : Onverminderd hetgeen bepaald is onder artikel 6, derde lid van dit Bijzonder Reglement 1 inzake hogere beroepen tegen de vonnissen van de vrederechter en van de politierechtbank, burgerlijke zaken : op de zitting van kamer 5 op woensdag; 2 inzake geschillen betreffende de toepassing van een belastingwet bedoeld in artikel 569, 32 van het Gerechtelijk Wetboek : op de zitting van kamer 12; 3 inzake alle burgerlijke vorderingen die niet zijn begrepen onder 1 en 2 : op de zitting van kamer 4; deze inleidingszitting kan de behandeling van korte debatten toewijzen aan de zitting van kamer 11; 4 voor de beslagrechter : op de zitting van de kamer 15; 5 De behandeling van de verzoeken om rechtsbijstand wordt doorlopend verzekerd zoals bepaald in de dienstregeling van de rechtbank. 4. voor de correctionele rechtbank : 1 de strafzaken betreffende misdaden waarop een straf staat van meer dan twintig jaar opsluiting zoals bedoeld in artikel 92, 1, eerste lid Gerechtelijk Wetboek worden toegewezen aan een kamer met drie rechters : de zitting van kamer 17 en 18; 2 het hoger beroep tegen vonnissen gewezen in strafzaken door de politierechtbank zoals bedoeld in artikel 92, 1 eerste lid Gerechtelijk Wetboek worden toegewezen aan een kamer met drie rechters : de zitting van kamer 20; 3 de strafzaken die ambtshalve door de voorzitter worden toegewezen aan een kamer met drie rechters zoals bedoeld in artikel 92, 1/1 en 2 Gerechtelijk Wetboek : de zittingen van kamers 17, 18 en 20; 4 voor de procedures van onmiddellijke verschijning en van oproeping bij proces-verbaal, voor een kamer met één rechter : op de zitting van 16B; 5 in de zaken bedoeld in artikel 76, 2, tweede lid en artikel 155 van het Gerechtelijk Wetboek waar het openbaar ministerie zal worden waargenomen door de arbeidsauditeur, voor een kamer met één rechter : op de zitting van kamer 22; 6 de dagvaardingen in andere strafzaken dan deze vermeld onder 1, 2, 3, 4 en 5 voormeld, die rechtstreeks of op vordering van het openbaar ministerie moeten worden toegewezen aan een kamer met één rechter : op de zitting van de kamers 16A, 16B, 17, 18, 19, 20 en 21; Ingeval van rechtstreekse dagvaarding moet de partij die een dagvaarding heeft uitgebracht, het openbaar ministerie vooraf verwittigen en ten minste drie dagen voor de oproeping van de zaak inzage krijgen van de stukken; Artikel 11. De toebedeling van de zaken geschiedt door de voorzitter van de rechtbank volgens de behoeften van de dienst. De strafzaken worden door de voorzitter toebedeeld op voorstel van de procureur des Konings en/of de arbeidsauditeur; Artikel 12 - Dienst onderzoeksrechters De voorzitter van de rechtbank bepaalt de dienstregeling van de onderzoeksrechters en de verdeling van de zaken onder hen. De zaken waarin de procureur des Konings en/of de arbeidsauditeur een onderzoek vorderen, worden toebedeeld aan de onderzoeksrechter met dienst op de datum van de vordering. Indien de behoeften van de dienst of een goede rechtsbedeling het rechtvaardigen, kan de voorzitter van de rechtbank afwijken van de dienstregeling en van de verdeling van de zaken of aan een onderzoeksrechter een zaak toebedelen die voor een andere onderzoeksrechter aanhangig is. Artikel 13 - Vakantieregeling De voorzitter van de rechtbank bepaalt dag en uur van de vakantiezittingen na het advies van de procureur des Konings, van de arbeidsauditeur en van de hoofdgriffier te hebben ingewonnen. Hij/zij maakt bovendien de lijst op van de magistraten die er zitting houden. De voorzitter van de rechtbank kan altijd de lijst wegens de behoeften van de dienst wijzigen. Artikel 14. De eerste voorzitter van het hof van beroep, de procureur des Konings krijgen melding van de beschikkingen die de voorzitter van de rechtbank op grond van de artikelen 80 of 89 van het Gerechtelijk Wetboek en op grond van dit reglement neemt. Deze beschikkingen worden ter griffie van
pagina 5 van 5 de rechtbank aangeplakt. Artikel 15. Het bijzonder reglement van de rechtbank van eerste aanleg te Leuven, beschikking van 2 september 2015 zoals gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 10 maart 2016, wordt opgeheven. Artikel 16 - Overgangsbepaling De kamers die bestonden krachtens het vorig bijzonder reglement doen vanaf heden uitspraak in die zaken die zij voor die datum in beraad hebben genomen. De zaken die werden vastgesteld op de oude kamers 5A en 5B zullen worden behandeld voor kamer 5, waarbij kamer 5 kan zetelen zowel op woensdag als op vrijdag. Artikel 17. Dit bijzonder reglement treedt in werking vanaf heden. Er werd rekening gehouden met de Wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken. Deze beschikking werd uitgesproken door Margaretha VERELLEN, voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Leuven, bijgestaan door Katrien WILLEMS, hoofdgriffier van de rechtbank van eerste aanleg te Leuven, op 18 januari 2017. Katrien WILLEMS Margaretha VERELLEN begin Publicatie : 2017-01-30 Numac : 2017010289