Controle vertaling Vragencatalogus ADN Deel Algemeen. Roosendaal, 2 augustus 2012 110 01.0-01 1.2.1 B



Vergelijkbare documenten
24 mei Evenementenhal Gorinchem. Rollen en verantwoordelijkheden in de transportketen

a) het laadruim of de laadruimen (indien explosiebescherming wordt vereist, vergelijkbaar zone 1)

PROEFEXAMEN BASISCURSUS ALGEMENE GEDEELTE 2019 (open boek) Deel 1

In ieder geïsoleerd verdeelsysteem moet een automatische aardfoutcontroleinrichting met een optisch en akoestisch alarm zijn ingebouwd.

ADN VRAGENCATALOGUS. Editie 2015 / 00. (januari 2015) DGT Dangerous Goods Training vzw

INHOUDSOPGAVE. Hoofdstuk 1.1 Toepassingsgebied en toepasbaarheid Toepasbaarheid van andere reglementen Toepassing van normen

Arbeidsomstandighedenregeling. Hoofdstuk 4. Veiligheid tankschepen en gevaarlijke stoffen. Paragraaf 4.1 Veiligheid aan op of in tankschepen

Hoofdstuk Etiketteren (grote etiketten) en kenmerken

Deel 7 Voorschriften voor het laden, vervoeren, lossen en de behandeling van de lading

Hoofdstuk Etiketteren (grote etiketten) en kenmerken

Transport gevaarlijke stoffen

SCHRIFTELIJKE INSTRUCTIES VOLGENS HET ADN. Maatregelen in het geval van een ongeval of noodgeval

Deel 7. Voorschriften voor het laden, vervoeren, lossen en de overige behandeling van de lading

ADNR Deel konvooi ; Duwstellen en gekoppelde samenstellen

1. Mag U in éénzelfde container volgende colli samen vervoeren? - Colli met UN 1848 en colli met UN 3114 O Ja O Neen

artikel 7a.2 lid 1 van de Provinciale Milieuverordening Noord-Holland;

Europese Overeenkomst betreffende het internationale vervoer van gevaarlijke goederen over de weg

5.5.2 Bijzondere bepalingen van toepassing op gegaste laadeenheden (UN 3359)

Taxonomie code: B Schriftelijk. B Schriftelijk. R Schriftelijk. R Schriftelijk. R Schriftelijk

Bijlage. Lijst met inbreuken en te innen sommen. inbreuk reglementering te innen som 1 Vervoerdocument en identiteitsbewijs

subklassen compatibiliteitsgroepen ADR 2013 Klasse 1

Hoofdstuk Lijsten van de gevaarlijke goederen

Vragen gecombineerd weg-/zeevervoer v.v. van verpakte gevaarlijke stoffen.

Vervoer gevaarlijke stoffen en tunnels

Regelgeving transport van gevaarlijke stoffen over weg en binnenwater lastig?

Toetsmatrijs. Opgesteld door: CCV. Examenonderdeel Code: n.v.t. Naam: Veiligheidsadviseur Modaliteitspecifiek deel Binnenvaart Toetsvorm: Schriftelijk

Hoofdstuk 8: Identificatie van gevaarlijke stoffen

Vervoer van gevaarlijke goederen, "Hazardous Goods" en "Hazardous Articles"

10 ADR 2007: Voornaamste wijzigingen voor 1 juli 2007

Geen / verkeerde vrachtbrief 1.600,-- Vrachtbriefinformatie onjuiste volgorde 375,-- Geen / verkeerde gevarenkaart 1.200,--

Code Voorzorgsmaatregelen Gevarenklasse Gevarencategorie

Aard der bijzondere gevaren toegeschreven aan gevaarlijke stoffen en preparaten: R-zinnen

R-zinnen en S-zinnen. R-zinnen... 2 Gecombineerde R-zinnen... 4 S-zinnen... 7 Gecombineerde S-zinnen... 9

Symbool (exploderende bom): zwart; achtergrond: oranje; cijfer 1 in de benedenhoek

VEILIGHEIDSCHECKLIJST VOOR HET BUNKEREN VAN ZEESCHEPEN (Hoofdstuk ISGOTT)

Hoofdstuk Veiligheidsplichten van de betrokkenen

Deel 9 Constructievoorschriften HOOFDSTUK 9.2

Veiligheids- en controle-inrichtingen (type G)

Bijlage IX AARD DER BIJZONDERE GEVAREN TOEGESCHREVEN AAN GEVAARLIJKE STOFFEN EN PREPARATEN :

ADN VRAGENCATALOGUS. Editie 2019 / 01. (januari 2019) DGT Dangerous Goods Training vzw

SafetyPlan bvba tel. +32-(0) Marjoleinstraat 32 fax.+32-(0)

AANBRENGEN VAN GROTE ETIKETTEN EN KENMERKINGEN

Enkelvoudige R-zinnen 1 In droge toestand ontplofbaar 2 Ontploffingsgevaar door schok, wrijving, vuur of andere ontstekingsoorzaken.

Aard der bijzondere gevaren toegeschreven aan gevaarlijke stoffen en preparaten (R-zinnen)

ADN VRAGENCATALOGUS. Editie 2017 / 01. (januari 2017) DGT Dangerous Goods Training vzw

Toolbox-meeting Gevaarlijke stoffen

I 14 I niveau euro of

Wettelijk verplichte gevaarsetikettering

Vlamkerende inrichtingen voor binnenvaarttankers

UINITIELE OPLEIDING - BASIS. 1. Mag U in éénzelfde container volgende colli samen vervoeren? - Colli met UN 1848 en colli met UN 3114 O Ja O Neen

Tankschepen N-open en N-vlamkerend

Hoofdstuk Bijzondere bepalingen

Gevaarlijke stoffen zijn stoffen die gevaarlijk zijn voor je gezondheid. Op je werk, maar ook thuis zijn veel meer gevaarlijke stoffen dan je denkt.

1. RISK & SAFETY ZINNEN

Informatieblad. Omgang met afval van de lading. Stand: maart 2014

Risico en Veiligheidszinnen op etiketten en veiligheidsbladen

Besluit van. Hebben goedgevonden en verstaan: ARTIKEL I. Het Binnenschepenbesluit wordt als volgt gewijzigd: Bijlage VI wordt als volgt gewijzigd:

Opgesteld door: CCV. Examenonderdeel Code: n.v.t. Veiligheidsadviseur Modaliteitspecifiek deel Spoorvervoer Toetsvorm: Schriftelijk

H en P zinnen. Lijst van gevarenaanduidingen (H-zinnen)

Zelfontledende stoffen en mengsels, type A Organische peroxiden, type A H241

Onderhoud aan accu's. Algemene informatie over onderhoud aan accu's WAARSCHUWING!

Indelen van gevaarlijke (afval)stoffen. EURAL versus ADR

Omschrijving Voorbeelden van verpakkingen


Checklist voor Opslaan van gevaarlijke stoffen in verpakking niet zijnde vuurwerk, nitraathoudende kunstmeststoffen en andere ontplofbare stoffen

Publicatieblad van de Europese Unie L 367/23

8.2 Voorschriften voor de opleiding van de deskundigen Algemene voorschriften voor de opleiding van de deskundigen

VEILIGHEIDSINFORMATIEBLAD Op basis van richtlijn 91/155/EEG van de Commissie der Europese Gemeenschappen

Texaco Ruitensproeier antivries concentraat

Zone B Zeevaart m tot kwetsbare objecten Verbod voor Totale hoeveelheid >1500 kg. > kg

SCHRIFTELIJKE RICHTLIJNEN VOLGENS HET ADR. Te nemen maatregelen in geval van een ongeval of een noodsituatie

Brand en explosiegevaar

VOGELVLUCHT Laatste herziening: 16/10/2007, Versie 1.0 pagina 1 / 5

PROCEDURE VOOR DE UITGIFTE VAN HET CERTIFICAAT VAN GOEDKEURING

Omgaan met gevaarlijke stoffen

Aanslag en beton verwijderaar voor industriele toepasingen.

VERVOER EN OPSLAG VAN GEVAARLIJKE STOFFEN

Daarnaast zijn er ook S-zinnen; deze geven aanbevelingen voor het veilig werken met bepaalde stoffen. S staat hier voor Safety.

Checklist en werkwijze

Besluit 2017-I-11. gezien de conclusies van de hoorzitting met het binnenvaartbedrijfsleven in maart 2017,

Binnenvaart en het vervoer van gevaarlijke stoffen. Vivian van der Kuil 3 december 2014

PC41. Industrie reiniger.

Deel 8. Voorschriften voor de bemanning, de uitrusting, de exploitatie van de schepen en de documenten

Onderhoud aan accu's. Algemene informatie over onderhoud aan accu's WAARSCHUWING!

Identificatie gevaarlijke stoffen

AANBEVELINGEN EN INFORMATIE VOOR DE BINNENVAART ALS HULPMIDDEL VOOR EEN CORRECTE TOEPASSING VAN DE VOORSCHRIFTEN OVER DE AFVALVERWIJDERING

HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN GEWASBESCHERMINGSMIDDELEN EN BIOCIDEN

ADR Van toepassing op 1 januari Verplicht van 1 juli 2017.

ADR/RID 2013 ADR ONLY /12/2012. Afdeling België Belgian Safety Advisors Association

Hoofdstuk Algemene voorschriften

RISICOZINNEN (R-ZINNEN)

Aanvraag Ontheffing vervoer gevaarlijke stoffen

GROENEWOUD Consultancy

DOSSIER: IBC s voor het vervoer van gevaarlijke stoffen

9.3.2 Constructievoorschriften voor tankschepen van het type C

FEDERALE OVERHEIDSDIENST MOBILITEIT EN VERVOER Vervoer te Land Directie Vervoer van Gevaarlijke Stoffen

Bergingsverpakkingen en bergingsdrukhouders moeten bovendien zijn gemerkt met het woord "BERGING".

EXPLOSIEVEILIGHEIDSDOCUMENT Beoordeling van explosiegevaren door stof van installaties en arbeidsplaatsen

Databank voor de toepassing van de technische voorschriften

Transcriptie:

ontrole vertaling Vragencatalogus N eel lgemeen Roosendaal, 2 augustus 2012 110 01.0-01 1.2.1 Wat is de afkorting voor het Europees Overeenkomst inzake het internationaal vervoer van gevaarlijke goederen over de binnenwateren? ITM N R RI 110 01.0-04 3.2.3 Waar kunt u lezen welke stoffen in tankschepen mogen worden vervoerd? In 3.2, Tabel en In het ertificaat van Onderzoek In 3.2.2, Tabel In de definities van 1.2.1 110 01.0-06 7.1.3 Voor het vervoer van gevaarlijke goederen in drogeladingschepen zijn er algemene bedrijfsvoorschriften van toepassing. Onder welke nummers zijn deze voorschriften in het N te vinden? Onder 2.1.1 tot en met 2.1.4 Onder 7.1.3.1 tot en met 7.1.3.99 Onder 2.2.43.1 tot en met 2.2.43.3 Onder 7.2.3.1 tot en met 7.2.3.99 1

110 01.0-07 7.2.3 Voor het vervoer van gevaarlijke goederen in tankschepen zijn er algemene bedrijfsvoorschriften van toepassing. Onder welke nummers zijn deze voorschriften in het N te vinden? Onder 2.1.1 tot en met 2.1.4 Onder 7.1.3.1 tot en met 7.1.3.99 Onder 2.2.43.1 tot en met 2.2.43.3 Onder 7.2.3.1 tot en met 7.2.3.99 110 01.0-09 8.2.1, 8.6.2 Wie wordt in het N bedoeld met een 'deskundige'? e veiligheidsadviseur van de afzender, aangezien hij/zij de meeste kennis heeft over het product e agenten van de politie te water, gezien hun functie Iemand met bijzondere kennis van het N zoals blijkt uit een verklaring van de bevoegde autoriteit e schipper, op grond van zijn opleiding en algemene kennis 110 01.0-12 8.2.1.4, 8.2.2.8 Hoe lang is een "Verklaring omtrent bijzondere kennis van het N" geldig? 1 jaar 5 jaar 10 jaar Onbeperkt 110 01.0-13 1.1.2.1 Waartoe dienen de voorschriften van het N? Het N bevat de regels ter bescherming van de waterwegen tegen verontreiniging Het N is alleen bedoeld om de veiligheid voor het transport met tankschepen te garanderen Het N legt de voorwaarden vast waaronder gevaarlijke goederen over de binnenwateren mogen worden vervoerd Het N is bedoeld om de veiligheid voor het transport van gevaarlijke goederen over de weg, per spoor of door de lucht te garanderen 2

110 02.0-01 7.1.3.31, 7.2.3.31 Een schip is geladen met gevaarlijke goederen. Waar ligt (x) het vlampunt van de brandstof die voor de aandrijving van de boordmotoren mag worden gebruikt? < 23 < 55 55 23 110 02.0-06 9.1.0.34.2, 9.3.1.34.2, 9.3.2.34.2, 9.3.3.34.2 Een schip valt onder de voorschriften van het N. Welke van deze inrichtingen moet in de uitlaatgassenleidingen zijn aangebracht? Een brandmelder Een terugslagklep Een vonkenvanger Een zwanenhals 110 02.0-07 9.1.0.34.1, 9.3.1.34.1, 9.3.2.34.1, 9.3.3.34.1 Wat moet de minimale afstand tussen de uittrede openingen van de uitlaatgassenleidingen en de beschermde zone respectievelijk de ladingzone zijn? 2,00 m 3,00 m 4,00 m 5,00 m 110 02.0-09 9.1.0.34.1, 9.3.1.34.1, 9.3.2.34.1, 9.3.3.34.1 Wat moet de minimale afstand tussen de uittrede openingen van de uitlaatgassenleidingen van motoren en de laadruimopeningen respectievelijk de ladingzone zijn? 2,00 m 2,50 m 3,00 m 1,00 m 3

110 02.0-11 9.1.0.88, 9.2.0.88, 9.3.1.8, 9.3.2.8, 9.3.3.8 Sommige schepen moeten volgens het N onder toezicht van een erkend classificatiebureau zijn gebouwd en in de hoogste klasse worden geplaatst. Welke schepen zijn dat? lle schepen die gevaarlijke goederen vervoeren epaalde dubbelwandige droge ladingschepen en alle tankschepen die gevaarlijke goederen vervoeren lle schepen die gevaarlijke goederen vervoeren, behalve zeeschepen als bedoeld in 9.2 lleen schepen die bestemd zijn voor het vervoer van chemicaliën 110 02.0-12 7.1.2.5, 7.2.2.5 In welke taal moet de gebruiksaanwijzing van de apparaten aan boord beschikbaar zijn? In ieder geval in het Engels In het Nederlands, Engels, uits en Frans In de talen van de landen waar het schip tijdens die reis doorheen vaart In het uits, Frans of Engels en zo nodig in de aan boord gebruikelijke taal 110 02.0-13 8.1.6.3 Wie moet de speciale uitrusting testen die het N voorschrijft? Een persoon die daarvoor door de bevoegde autoriteit is aangewezen e fabrikant, aangezien alleen hij weet hoe het apparaat moet worden getest Een persoon die of een bedrijf dat door de bevoegde autoriteit is aangewezen Een onafhankelijk bedrijf dat door de fabrikant is aangewezen 4

110 02.0-17 1.2.1 Wat wordt in het N met een bergingsapparaat bedoeld? Een mobiele lenspomp waarmee bij lekkage water uit het schip kan worden gepompt Een apparaat waarmee personen uit besloten ruimten,zoals de ladingtanks, kunnen worden gehaald. Een brancard waarop een slachtoffer van het schip naar de wal kan worden overgebracht Een tweede, vast opgestelde lenspomp in de machinekamer die bij lekkage via een eigen krachtbron water uit het schip kan pompen 110 04.0-05 lgemene basiskennis Waar ligt het explosiebereik van een brandbare vloeistof? (x) Tussen de onderste en bovenste explosiegrens oven de bovenste explosiegrens Onder de onderste explosiegrens Op de onderste explosiegrens 110 04.0-09 lgemene basiskennis Wat betekent 1 ppm? 1 deel per miljoen deeltjes 1 deel per massa 1 deel per metrische ton 1 deel per milligram (x) 5

110 04.0-15 lgemene basiskennis, 7.1.3.1.6, 7.2.3.1.6 Een schip bevat geen gevaarlijke goederen meer. U wilt een laadruim, een ladingtank of een zijtank op een veilige manier betreden zonder gebruik van een van de buitenlucht onafhankelijk adembeschermingsapparaat. Hoe hoog moet de gemeten zuurstofconcentratie ten minste zijn? 15% 16% 17% 21% 110 05.0-01 2.1.1.1, 2.2.2 Welke gevaarlijke stoffen bevat Klasse 2? Gassen randbare vloeistoffen Organische peroxiden Ontplofbare stoffen 110 05.0-04 2.1.1.1, 2.2.3 Welke gevaarlijke stoffen behoren tot Klasse 3? Gassen randbare vloeistoffen Organische peroxiden Ontplofbare stoffen 110 05.0-05 2.1.1.1, 2.2.8 Wat is het hoofdgevaar van een gevaarlijke vloeistof van Klasse 8? ruk randbaarheid Giftigheid ijtende werking 6

110 05.0-07 2.1.1.1, 2.2.8 Welke gevaarlijke stoffen behoren tot Klasse 8? ijtende stoffen Radioactieve stoffen Voor zelfontbranding vatbare stoffen Infectueuze stoffen (besmettelijke stoffen) 110 05.0-20 2.2.3.1.3 Wat geven de verpakkingsgroepen I, II en III bij stoffen van Klasse 3 aan? Ze geven de mengbaarheid met water aan Ze bieden informatie over de vereiste gevaarsetiketten Ze geven de mate van gevaar aan Ze bieden informatie over geschikte blusmiddelen 110 05.0-32 2.1.1.1, 2.2.7 Welke gevaarlijke stoffen behoren tot Klasse 7? Organische peroxiden Radioactieve stoffen Ontplofbare stoffen Infectueuze stoffen (besmettelijke stoffen) 110 05.0-33 2.1.1.1, 2.2.62 Welke gevaarlijke stoffen behoren tot Klasse 6.2? randbare vloeistoffen Giftige stoffen Infectueuze stoffen (besmettelijke stoffen) ijtende stoffen 7

110 05.0-34 2.1.1.1, 2.2.61 Welke gevaarlijke stoffen behoren tot Klasse 6.1? Gassen randbare vloeistoffen ijtende stoffen Giftige stoffen 110 05.0-35 2.1.1.1, 2.2.52 Welke gevaarlijke stoffen behoren tot Klasse 5.2? Organische peroxiden iverse gevaarlijke stoffen en voorwerpen Gassen ijtende stoffen 110 05.0-37 2.1.1.1, 2.2.43 Welke gevaarlijke stoffen behoren tot Klasse 4.3? Organische peroxiden ijtende stoffen Stoffen die in contact met water brandbare gassen ontwikkelen Gassen 110 05.0-50 lgemene basiskennis Wat wordt bedoeld met het kookpunt van een vloeistof? e druk van de vloeistof bij een temperatuur van 100 e hoeveelheid vloeistof die het kookpunt heeft bereikt e temperatuur waarbij de vloeistof onder normale atmosferische druk gasvormig wordt e temperatuur van de vloeistof waarbij zich een brandbaar mengsel kan vormen boven het vloeistofoppervlak 8

110 06.0-01 1.1.3.3 Uw bunkertanks bevatten 42.000 liter gasolie. Wordt deze bunkerhoeveelheid als gevaarlijk goed gezien volgens het N? Ja Nee, gasolie die in de bunkertanks van het schip wordt meegevoerd en bedoeld is voor de aandrijving van het schip, is geen gevaarlijke stof volgens het N unkerhoeveelheden van bovengenoemde omvang vallen onder dezelfde N-voorschriften als de in colli verpakte stoffen van Klasse 3 lle vloeibare brandstoffen vallen volledig onder het N, ongeacht het doel waarvoor ze worden gebruikt 110 06.0-05 7.1.4.9, 7.2.4.9 Mogen gevaarlijke goederen van het ene op het andere schip worden overgeslagen? Nee Ja, maar alleen met toestemming van de bevoegde autoriteit Ja, maar alleen als het te beladen schip niet al andere gevaarlijke goederen aan boord heeft Ja, maar alleen als zowel de afzender als de geadresseerde van de gevaarlijke goederen daarvoor uitdrukkelijk toestemming heeft gegeven 110 06.0-06 1.1.4.1 Welke colli met gevaarlijke goederen mag de schipper volgens de voorschriften van het N niet vervoeren? olli voor vervoer waarvoor geen toestemming van de bevoegde politie verkregen is olli die niet voldoen aan de internationale voorschriften olli die een verpakking hebben die minder dan 2 cm dik is. Vuurwerk 9

110 07.0-01 5.4.1.1, 8.1.2.1 Het N schrijft voor dat voor ieder gevaarlijk goed een - door de afzender opgesteld en correct ingevuld document - aan boord moet worden meegevoerd. it document moet alle gegevens bevatten die in eel 5 van het N worden genoemd, zoals de juiste benaming van de goederen, het UN-nummer/stofnummer, de klasse en - indien van toepassing - de verpakkingsgroep. Hoe wordt dit document genoemd? Speciaal cognossement Vervoerdocument Schriftelijke instructie Manifest voor gevaarlijke goederen 110 08.0-10 8.1.4 Een schip vervoert gevaarlijke goederen. Met hoeveel extra handbrandblussers moet het schip ten minste worden uitgerust? Met één tot acht extra handbrandblussers, afhankelijk van de gevaren van de geladen gevaarlijke goederen; het precieze aantal wordt in de schriftelijke instructies aangegeven Met ten minste twee extra handbrandblussers Met ten minste één extra handbrandblusser, die zich op een opvallende, goed toegankelijke plaats in het stuurhuis moet bevinden Met drie extra handbrandblussers, die gelijkmatig verdeeld over de beschermde zone respectievelijk de ladingzone moeten zijn aangebracht 110 08.0-19 lgemene basiskennis Welk doel heeft het aansluiten van een aardkabel op een losse tank bij het vullen? Zorgen voor massa ten behoeve van de overvulbeveiliging anvullen van de aarding van de accu's fvoer van de elektrostatische oplading (X) Verminderen van de wrijving tussen tankwand en vloeistof 10

110 08.0-20 8.1.6.1 Hoe vaak moeten brandblusapparaten worden gecontroleerd? fhankelijk van het gebruik ervan Ieder jaar Om de twee jaar Wanneer het ertificaat van Goedkeuring wordt verlengd 110 08.0-27 8.1.4 Schepen die onder de voorschriften van het N vallen moeten behalve met de handbrandblussers (als voorgeschreven in de algemene technische voorschriften) ook met extra blusapparaten zijn uitgerust. Hoeveel moeten dat er minimaal zijn? 1 2 3 4 110 08.0-31 lgemene basiskennis U moet een ruimte betreden waarin sprake is van rookontwikkeling. Welke persoonlijke veiligheidsuitrusting moet u gebruiken? Een natte doek Een filtermasker Een persluchtapparaat Een stofmasker 110 08.0-33 lgemene basiskennis Waar moet de bemanning aan dek zo snel mogelijk heen in geval van een gaswolk aan dek? Naar een plaats met de windrichting mee Naar een plaats tegen de windrichting in Naar de machinekamer Naar de woningen 11

110 08.0-48 lgemene basiskennis Hoe kunt u het best controleren of in een besloten ruimte een brand woedt? oor de deuren te openen oor een thermometer te gebruiken oor de wanden of deuren voorzichtig te betasten oor te wachten 110 08.0-55 lgemene basiskennis Wat moet in het algemeen het eerst worden gedaan als delen van het lichaam in aanraking zijn gekomen met gevaarlijke goederen? e betreffende lichaamsdelen met brandzalf behandelen Naar een eerstehulppost gaan e betreffende lichaamsdelen goed warm houden e betreffende lichaamsdelen met veel water afspoelen 110 08.0-63 lgemene basiskennis Hoe moeten ogen die met gevaarlijke stoffen in aanraking zijn gekomen, worden behandeld? e ogen moeten worden drooggedept e betrokkene moet melk drinken e ogen moeten worden gespoeld met een noritoplossing e ogen moeten met veel water worden gespoeld 110 08.0-66 lgemene basiskennis Wat moet u doen bij mensen die bewusteloos zijn geraakt nadat zij een bijtende stof hebben ingeslikt? In alle gevallen braakneigingen opwekken In bepaalde gevallen braakneigingen opwekken In geen enkel geval braakneigingen opwekken Een zuur toedienen 12

110 08.0-67 lgemene basiskennis Wat moet u doen bij ongevallen met elektriciteit? U wacht op een deskundige U let uitsluitend op uw eigen veiligheid U probeert de spanning te verlagen U probeert op een veilige manier de stroom uit te schakelen 120 02.0-02 9.1.0.11.1 a) Een drogeladingschip is geladen met gevaarlijke goederen (x) Waardoor moeten de laadruimen aan de voor- en achterzijde zijn begrensd? oor kofferdammen oor waterdichte metalen schotten oor pseudo-kofferdammen oor houten schotten 120 02.0-06 9.1.0.12.1 ij drogeladingschepen die gevaarlijke goederen) vervoeren moeten de laadruimen in bepaalde situaties mechanisch geventileerd kunnen worden. Welke capaciteit moeten de ventilatoren hebben? Samen moeten ze zoveel capaciteit hebben dat de inhoud van het lege laadruim vijfmaal per uur volledig kan worden ververst Samen moeten ze zoveel capaciteit hebben dat de inhoud van het lege laadruim tienmaal per uur volledig kan worden ververst Er gelden geen voorschriften voor de ventilatiecapaciteit Het hangt ervan af of de ventilator lucht uit het laadruim verwijdert of verse lucht naar het ruim toevoert 13

120 02.0-21 9.1.0.93.3 Waarom moet bij dubbelwandige drogeladingschepen die vallen onder de aanvullende bouwvoorschriften van het N de intacte stabiliteit worden berekend? Om aan te tonen dat de stabiliteit voor alle stadia van belading van het schip voldoende is Om aan te tonen dat alleen de stabiliteit bij belading van het schip voldoende is Om aan te tonen dat alleen de stabiliteit bij belading van het schip met containers voldoende is Om aan te tonen dat alleen de stabiliteit bij belading van het schip tot minder dan 50% van de maximale diepgang voldoende is 120 02.0-26 9.1.0.17.2 Welk voorschrift is van toepassing op deuren van woningen die naar de laadruimen zijn gericht? Ze mogen geen ramen hebben Ze moeten van een veermechanisme zijn voorzien, zodat ze na het openen onmiddellijk dichtvallen Ze moeten gasdicht kunnen worden gesloten Ze moeten waterdicht kunnen worden gesloten 120 02.0-31 9.1.0.41.1 Moeten de openingen van schoorstenen zijn voorzien van inrichtingen? Ja, van inrichtingen die het naar buiten treden van vonken verhinderen Ja, van inrichtingen die het binnendringen van water verhinderen Ja, van inrichtingen die het naar buiten treden van vonken en het binnendringen van water verhinderen Nee, het N bevat hiervoor geen voorschriften 14

120 02.0-32 9.1.0.52.1 an dek in de beschermde zone van een drogeladingschip bevinden zich elektrische inrichtingen die niet door middel van een centraal geplaatste schakelaar spanningsloos gemaakt kunnen worden. an welke eisen moeten deze elektrische inrichtingen volgens het N voldoen? e apparatuur moet van het 'erkend veilig'-type zijn e apparatuur moet vuurbestendig zijn in de zin van IE 60079-I e apparatuur moet waterdicht zijn om kortsluiting te voorkomen e apparatuur moet van het 'beperkt explosieveilig'-type zijn 120 03.0-02 7.1.4.12.1 Een roll-on/roll-off schip is geladen met voertuigen. Hoe veel keer per uur moet de lucht in het laadruim volledig worden ververst? 30 keer per uur 20 keer per uur 10 keer per uur 5 keer per uur 120 03.0-04 3.2, Tabel, 7.1.6.12 Een schip vervoert UN 1408, FERROSILIIUM als losgestort of onverpakt goed. oor een meting is vastgesteld dat de gasconcentratie boven 10% van de onderste explosiegrens ligt. Hoe moeten de laadruimen met deze lading worden geventileerd? Met het volle vermogen van de ventilatoren Met de ventilatoren in de stand-by modus Gedurende 15 minuten per uur Om de acht uur 15

120 03.0-05 3.2, Tabel, 7.1.6.12 U bevindt zich aan boord van een drogeladingschip met vier laadruimen. Het schip heeft 300 ton UN 1408, FERROILIIUM losgestort in laadruim 2 geladen. Welke laadruimen of ruimten moeten tijdens de reis worden geventileerd? Laadruim 2 en alle laadruimen en ruimten die daaraan grenzen Laadruim 2 lle laadruimen, d.w.z. laadruim 1, 2, 3 en 4 Voor deze losgestorte lading is geen ventilatie vereist 120 03.0-06 3.2, Tabel, 7.1.6.12 Een schip vervoert UN 1398, LUMINIUMSILIIUMPOEER, NIET-GEOT als losgestort goed. Na meting is vastgesteld dat de concentratie van vanuit de lading komende gassen boven 10% van de onderste explosiegrens ligt. Wat moet er met de laadruimen met deze lading gebeuren? Ze moeten worden geventileerd Ze moeten worden geventileerd met een ventilator Ze hoeven niet te worden geventileerd Ze moeten worden geventileerd met de ventilatoren op vol vermogen 16

120 03.0-07 3.2, Tabel, 7.1.6.16 U bevindt zich aan boord van een drogeladingschip dat UN 2211, EXPNEERRE POLYMEERKORRELS als losgestort goed vervoert. U gaat deze lading lossen. Wat moet er vóór het lossen gebeuren? Ramen en deuren van de woningen moeten hermetisch worden afgesloten om het ontsnappen van giftige stoffen te verhinderen e schipper moet de gasconcentratie in de betreffende laadruimen meten e geadresseerde moet de gasconcentratie in de betreffende laadruimen meten e geadresseerde moet de giftigheid in de betreffende laadruimen meten 120 03.0-08 3.2, Tabel, 7.1.6.16 U bevindt zich aan boord van een drogeladingschip dat UN 2211, EXPNEERRE POLYMEERKORRELS als losgestort goed vervoert. U gaat deze lading lossen. Onder welke waarde moet de gasconcentratie liggen voordat u met het lossen mag beginnen? Onder 10% van de onderste explosiegrens Onder 20% van de onderste explosiegrens Onder 40% van de onderste explosiegrens Onder 50% van de onderste explosiegrens 17

120 03.0-15 3.2, Tabel, 7.1.6.11 U moet UN 2506, MMONIUMWTERSTOFSULFT als losgestort goed vervoeren. Welke maatregelen moet u voor de laadruimen nemen? Voor begin van laden moeten de laadruimen ten minste één uur extra geventileerd worden. Voor begin van laden moeten de laadruimen extra gedroogd worden. e binnenzijden van de laadruimen moeten zo zijn bekleed of behandeld dat corrosie uitgesloten is e binnenzijden van de laadruimen moeten zo zijn bekleed of behandeld dat impregnering door de lading uitgesloten is 120 03.0-16 3.2, Tabel, 7.1.6.11 U moet UN 1334, NFTLEEN, RUW als losgestort goed vervoeren. Welke maatregelen moet u voor de laadruimen nemen? Voor het laden moeten de laadruimen drooggewreven zodat ze geheel vochtvrij zijn Voor het laden moeten de laadruimen met een inert gas worden geventileerd, zodat er geen brandbare situatie kan ontstaan tijdens het laden (X) e binnenzijden van de laadruimen moeten zo zijn bekleed of behandeld dat corrosie uitgesloten is e binnenzijden van de laadruimen moeten zo zijn bekleed of behandeld dat impregnering door de lading uitgesloten is 18

120 03.0-17 7.1.3.51.4 Een drogeladingschip vervoert ontplofbare stoffen en voorwerpen. Wat moet er met de elektrische inrichtingen gebeuren? Ze moeten uit de beschermde zone worden weggehaald Ze moeten in de laadruimen worden uitgeschakeld e elektrische inrichtingen die normaal in de laadruimen aanwezig zijn, moeten worden verwijderd Ze moeten in de laadruimen tijdens het laden en lossen worden uitgeschakeld 120 03.0-18 7.1.4.12.2 U vervoert op een drogeladingschip enkele containers met goederen van Klasse 5.2. Wanneer moet u de open laadruimen ventileren? ij deze lading moeten de laadruimen altijd worden geventileerd Op containerschepen met open laadruimen hoeven de laadruimen nooit worden geventileerd. e laadruimen moeten worden geventileerd als het vermoeden bestaat dat een container lekt (of beschadigd is?). ij deze lading hoeven de laadruimen alleen tijdens het laden en lossen worden geventileerd 120 03.0-19 7.1.4.12.2 U vervoert op een drogeladingschip enkele containers met goederen van Klasse 3. U vermoedt dat een van de containers beschadigd is. Wat moet u doen? e uittredeopeningen van de machinekamer en de ramen en deuren van de woningen onmiddellijk sluiten e container in kwestie met een kleed afdekken e container in kwestie met water besproeien om hem koel te houden Het betreffende laadruim ventileren 19

120 06.0-06 5.2.2.2.2 Wat betekent onderstaand gevaarsetiket? (zwart/rood/geel) Ontplofbare stof randbare vaste stof Voor zelfontbranding vatbare stof Organisch peroxide 120 06.0-07 1.1.3.6.1 Een schip vervoert UN 1428, NTRIUM, Klasse 4.3, verpakkingsgroep I in colli. Tot welke hoeveelheid is de lading vrijgesteld van de voorschriften van het N? 300 kg Voor deze stof geldt geen vrijgestelde hoeveelheid 3000 kg 30.000 kg 120 06.0-08 1.1.3.6.1, 3.2, Tabel Een schip vervoert UN 3102, ORGNISH PEROXIE TYPE, VST, Klasse 5.2 in colli. Tot welke hoeveelheid is de lading vrijgesteld van de voorschriften van het N? 300 kg Voor deze stof geldt geen vrijgestelde hoeveelheid 3000 kg Voor Klasse 5.2 is de hoeveelheid niet begrensd 20

120 06.0-13 7.1.4.3.4 Mogen goederen van Klasse 1 van verschillende compatibiliteitsgroepen in hetzelfde laadruim worden geplaatst? Ja, maar alleen volgens de aanwijzingen van de tabel in 7.1.4.3.4 Nee Ja, hiervoor geldt geen samenladingsverbod; wel moet aan de stuwagevoorschriften worden voldaan Ja, maar alleen met toestemming van een explosievendeskundige 120 06.0-14 7.1.4.3.3 Een schip vervoert goederen van Klasse 1 waarvoor in N 3.2, Tabel het voeren van drie blauwe kegels of drie blauwe lichten voorgeschreven is. Mogen in hetzelfde laadruim goederen van Klasse 6.2 worden geplaatst? Nee, goederen van deze twee klassen mogen niet in hetzelfde schip worden vervoerd Ja, als de combinatie van compatibiliteitsgroepen toegestaan is Nee, daarvoor is toestemming van een deskundige vereist Ja, maar alleen als de goederen van beide klassen op ten minste 12 m afstand van elkaar worden geplaatst 21

120 06.0-15 7.1.4.3.2 Mogen colli met UN 1614, WTERSTOFYNIE, GESTILISEER en colli met UN 2309, OTIENEN in hetzelfde laadruim worden geplaatst? Nee, goederen van deze twee klassen mogen niet in hetzelfde schip worden vervoerd Ja, mits een horizontale afstand van ten minste 3 m wordt aangehouden Nee, onafhankelijk van hun hoeveelheid mogen gevaarlijke goederen waarvoor in N 3.2, Tabel, kolom 12 het voeren van twee blauwe kegels of twee blauwe lichten voorgeschreven is, niet in hetzelfde laadruim worden geplaatst met brandbare goederen waarvoor in 3.2, Tabel, kolom 12 het voeren van één blauwe kegel of één blauw licht voorgeschreven is Ja, voor deze twee goederen geldt geen enkel samenladingsverbod 120 06.0-16 7.1.4.3, 7.1.4.4, 7.1.4.5 Voor het vervoer van gevaarlijke goederen van alle klassen gelden voorschriften met betrekking tot het samenladingsverbod. Waar in het N kunt u deze voorschriften vinden? In 3.2, Tabel In 3.2, Tabel In 7.1.4.3 tot en met 7.1.4.5 In 1.1.3.1 tot en met 1.1.3.6 22

120 06.0-18 7.1.4.1.3 Uw schip beschikt over een ertificaat van Goedkeuring. U krijgt de opdracht de volgende stoffen en voorwerpen aan boord te nemen met inachtneming van het N: 20 ton UN 0340, NITROELLULOSE (classificatiecode 1.1) 5 ton UN 0131, ONTSTEKERS VOOR VUURKOOR (classificatiecode 1.4S) 10 ton UN 0238, LIJNWERPRKETTEN (classificatiecode 1.2G) Kunt u deze lading vervoeren zonder de voorgeschreven maximaal toegestaande hoeveelheden te overschrijden? Ja, volgens de tabel met beperkingen van hoeveelheid voor Klasse 1 is er geen maximum overschreden Nee, een van de drie ladingen overschrijdt het maximum voor de netto massa Ja, op voorwaarde dat de nitrocellulose in het laadruim geheel vooraan en de vuurkoordontstekers in het laadruim geheel achteraan worden geplaatst Ja, voor deze stoffen gelden geen beperkingen van hoeveelheid 120 06.0-19 7.1.5.2 Een schip is geladen met ontplofbare stoffen en voorwerpen. Welke afstand tot andere schepen dient dit schip tijdens de vaart, voor zover mogelijk, aan te houden? 50 m 100 m 10 m 20 m 23

120 06.0-23 lgemene basiskennis Wat is het doel van het aanbrengen van gevaarsetiketten op colli? Zo kunnen, aan de hand van de symbolen, de gevaren van een gevaarlijke lading worden herkend Zo weet de geadresseerde welke colli voor hem bestemd zijn Zo weet de schipper welke colli uitsluitend boven dek geladen mogen worden Het is vooral bedoeld om de douaneafhandeling bij internationaal vervoer sneller te laten verlopen 120 06.0-24 5.2.2.2.2 Welk van onderstaande gevaarsetiketten geeft het gevaar van bijtende werking bij een collo aan? (zwart/wit) (zwart/wit) (zwart/wit) (zwart/geel) 24

120 06.0-25 5.2.2.2.2 Welk van onderstaande gevaarsetiketten geeft het gevaar van giftigheid bij een collo aan? (zwart/wit) (zwart/geel) (zwart/wit/rood) (zwart/wit) 120 06.0-30 7.1.4.3 U moet UN 1716, ETYLROMIE in colli laden. Welke van de onderstaande beweringen is onjuist? olli met acetylbromide moeten ten minste 1 m verwijderd zijn van de woningen, de machinekamer, het stuurhuis en alle warmtebronnen e colli mogen niet in hetzelfde laadruim worden geplaatst met gevaarlijke goederen waarvoor het voeren van drie blauwe kegels of drie blauwe lichten voorgeschreven is olli met acetylbromide moeten gescheiden worden geladen van colli zonder gevaarlijke goederen. e colli moeten tegen weersinvloeden worden beschermd 25

120 06.0-34 5.2.2.2.2 (groen/zwart) Wat betekent bovenstaand gevaarsetiket? e gevaarlijke goederen in kwestie zijn niet-brandbare gassen e gevaarlijke goederen in kwestie zijn organische peroxiden e gevaarlijke goederen in kwestie zijn bijtende stoffen e gevaarlijke goederen in kwestie zijn giftige stoffen 120 06.0-43 7.1.4.3.3 U wilt colli met stoffen van de klasse 6.1 en colli met stoffen van de klasse 5.2, waarvoor in 3.2 Tabel de seinvoering met drie blauwe kegels of drie blauwe lichten is voorgeschreven, vervoeren. Mogen deze colli in hetzelfde laadruim worden geladen? Ja, maar alleen als de colli ten minste 12 m van elkaar verwijderd zijn Nee, dit is verboden omdat bij colli met goederen van Klasse 6.1 een seinvoering met ten minste twee blauwe kegels of twee blauwe lichten voorgeschreven is Ja, maar alleen als de colli containers met gesloten metalen wanden worden geplaatst Nee, goederen van Klasse 6.1 en goederen van Klasse 5.2 mogen niet in hetzelfde schip worden geladen 26

120 06.0-47 7.1.4.1 Voor het vervoer van bepaalde gevaarlijke goederen gelden toegelaten maximale hoeveelheden (beperking vervoerde hoeveelheden). Waar staan in het N de betreffende voorschriften? In 1.2.2.2.2 In 3.2 In 7.1.4.1 In 9.3.2.23 120 06.0-48 7.1 Voor het vervoer van gevaarlijke goederen van alle klassen in drogeladingschepen zijn voor het laden, lossen en overige behandeling van de lading voorschriften opgenomen, die in acht moeten worden genomen. In welk hoofdstuk van het N staat dit? (X) Hoofdstuk 1.1 Hoofdstuk 7.1 Hoofdstuk 7.2 Hoofdstuk 8.2 120 06.0-49 7.1.3.42 Wat staat er in het N over het verwarmen van laadruimen? Het verwarmen van laadruimen is altijd toegestaan Het verwarmen van laadruimen is verboden Het verwarmen van laadruimen is in sommige gevallen verplicht Het verwarmen van laadruimen is alleen met toestemming van de belader toegestaan 27

120 06.0-50 5.2.2.2.2 (oranje/zwart) Wat betekent bovenstaand gevaarsetiket? e stoffen in kwestie zijn brandbare vloeistoffen e stoffen in kwestie zijn brandbare vaste stoffen e gevaarlijke stoffen in kwestie ontwikkelen in contact met water brandbare gassen e stoffen in kwestie zijn ontplofbare stoffen 120 06.0-53 7.1.4.3.2 Voor colli met bepaalde stoffen van de klasse 6.1, zijn in N 3.2, Tabel de seinvoering met twee blauwe kegels of twee blauwe lichten is voorgeschreven. Mogen deze colli met andere stoffen in hetzelfde laadruim worden geladen? Nee, ze mogen alleen met goederen van Klasse 6.1 in hetzelfde laadruim worden geplaatst Ja, ze mogen met alle andere goederen in hetzelfde laadruim worden geplaatst, behalve met levensmiddelen, andere voor consumptie bestemde producten en diervoeding Nee, ze mogen niet met andere gevaarlijke goederen in hetzelfde laadruim worden geplaatst Ja, ze mogen met alle andere goederen in hetzelfde laadruim worden geplaatst, behalve met brandbare goederen waarvoor het voeren van één blauwe kegel of één blauw licht in 3.2, Tabel voorgeschreven is 28

120 06.0-57 7.1.4.3 U moet stoffen van Klasse 6.1 en van Klasse 8 vervoeren waarvoor in N 3.2, Tabel geen seinvoering is voorgeschreven. Mogen deze stoffen in hetzelfde laadruim worden geplaatst? Ja Nee, ze moeten boven dek worden geplaatst Nee, ze mogen niet in hetzelfde schip worden vervoerd Nee, ze moeten in aparte laadruimen worden geplaatst 120 06.0-59 7.1.4.4.2 U vervoert twee containers met gesloten metalen wanden., e ene container is geladen met giftige stoffen van Klasse 6.1, de andere met bijtende stoffen van Klasse 8. e containers zijn op elkaar geplaatst. Mag dat? Ja Nee Ja, maar alleen als ze boven dek zijn geplaatst Ja, maar alleen als ze onder dek zijn geplaatst 120 06.0-61 3.2, Tabel, 7.1.5.0.2 U vervoert naast goederen waarvoor geen seinvoering met blauwe kegel/blauw licht voorgeschreven is twee containers met UN 1397, LUMINIUMFOSFIE met een totale massa van 50.000 kg. Welke seinvoering is voor uw schip vereist? Er is geen seinvoering nodig Eén blauwe kegel/één blauw licht Twee blauwe kegels/twee blauwe lichten rie blauwe kegels/drie blauwe lichten 29

120 06.0-62 7.1.5.0.2 U vervoert een container met 5200 kg UN 1950, SPUITUSSEN (ËROSOLEN), brandbaar, Klasse 2, classificatiecode 5F. Welke seinvoering is vereist voor uw schip? Er is geen seinvoering nodig Eén blauwe kegel/één blauw licht Twee blauwe kegels/twee blauwe lichten rie blauwe kegels/drie blauwe lichten 120 06.0-67 7.1.5.0.1 U vervoert 10 tankcontainers met elk 24 ton UN 1203, ENZINE of MOTORRNSTOF, Klasse 3, verpakkingsgroep II. Welke seinvoering is vereist voor uw schip? Twee blauwe kegels/twee blauwe lichten Eén blauwe kegel/één blauw licht at bepaalt de opdrachtgever Er is geen seinvoering vereist 120 06.0-68 7.1.5.0.2 U vervoert de volgende gevaarlijke goederen in gesloten containers: 500 stalen vaten met elk 200 liter UN 1230, METHNOL, Klasse 3 (6.1), verpakkingsgroep II, totale massa 85.000 kg Welke seinvoering is vereist voor uw schip? Twee blauwe kegels/twee blauwe lichten Eén blauwe kegel/één blauw licht at bepaalt de opdrachtgever Er is geen seinvoering vereist 30

120 06.0-69 7.1.4.4 U laadt een container met gesloten metalen wanden met daarin 10 vaten met elk 200 liter UN 1100, LLYLHLORIE, Klasse 3 (6.1), verpakkingsgroep I; en een container met gesloten metalen wanden met daarin 100 kunststof jerrycans met elk 20 liter UN 2256, YLOHEXEEN, Klasse 3, verpakkingsgroep II. Mogen deze twee containers volgens het N naast elkaar in hetzelfde laadruim worden geplaatst? Nee; stoffen waarvoor het voeren van één blauwe kegel voorgeschreven is mogen niet in hetzelfde laadruim worden geplaatst met stoffen waarvoor een seinvoering met twee blauwe kegels vereist is Ja, want de stoffen zitten in containers met gesloten metalen wanden Nee; gevaarlijke stoffen van verschillende klassen mogen nooit in hetzelfde laadruim worden ondergebracht Ja, maar alleen als ze ten minste 3 m van elkaar verwijderd zijn 120 07.0-01 1.1.3.6.1, 8.1.8.1 U vervoert onder meer: 20 ton UN 2448, ZWVEL, GESMOLTEN; 30 ton UN 1498, NTRIUMNITRT; en 10 ton UN 2031, SLPETERZUUR. Hebt u voor deze lading van gevaarlijke stoffen een ertificaat van Goedkeuring als bedoeld in 8.1.8.1 van het N nodig? Nee Ja, altijd Ja, als dat in een van de drie vervoerdocumenten voorgeschreven is Ja, als dat in de schriftelijke instructies voorgeschreven is 31

120 07.0-04 1.1.3.6.1, 3.2, Tabel, 8.1.8.1 U hebt 10 cilinders met UN 1978, PROPN aan boord. e bruto massa van een cilinder is 35 kg. Hebt u voor het vervoer een ertificaat van Goedkeuring nodig? Ja, aangezien de bruto massa van de lading boven de grens van 300 (3000 is fout) kg ligt Ja, goederen van Klasse 2 mogen alleen in schepen met een ertificaat van Goedkeuring worden vervoerd Ja, een ertificaat van Goedkeuring is altijd vereist voor het vervoer van gevaarlijke goederen Nee, aangezien de vrijgestelde bruto massa per klasse in dit geval 3000 kg bedraagt 120 07.0-09 7.1.4.8.1 Voor het laden van ontplofbare stoffen waarvoor Tabel het voeren van drie blauwe kegels of drie blauwe lichten voorschrijft is schriftelijke toestemming vereist. In de regel moet die worden verleend door: e lokale brandweer e bevoegde autoriteit e politie te water Het classificatiebureau 120 07.0-10 7.1.4.8.1 U vervoert ontplofbare stoffen waarvoor Tabel een seinvoering met drie blauwe kegels of drie blauwe lichten voorschrijft. Voor het lossen van de lading is schriftelijke toestemming vereist. Van wie moet die toestemming komen? e bevoegde autoriteit e politie te water Het classificatiebureau e lokale brandweer 32

120 07.0-13 8.1.2.1, 8.1.2.2 U bevindt zich aan boord van een drogeladingschip met een lading gevaarlijke goederen boven de vrijgestelde hoeveelheid. Welke van onderstaande documenten moeten aan boord zijn? Het ertificaat van Goedkeuring en de schriftelijke instructies Het ertificaat van Goedkeuring en de ontrolelijst in 8.6.3. N e schriftelijke instructies en de ontrolelijst in 8.6.3. N ontrolelijst Het ertificaat van Goedkeuring en de gasvrijverklaring 120 07.0-16 2.2.1.1.5, 2.2.1.1.6, 7.1.4.3.4 U vervoert een stof van Klasse 1 die in het vervoerdocument staat vermeld als: UN 0392, HEXNITROSTILEEN 1.1 Wat betekent de letter hier? e letter geeft aan tot welke hoeveelheid deze ontplofbare stof per schip mag worden vervoerd Met deze letter kan worden nagegaan of de stof al dan niet samen met bepaalde andere ontplofbare stoffen in één laadruim mag worden vervoerd e letter geeft aan dat de ontplofbare stof een te hoge dichtheid heeft Met deze letter kan worden nagegaan of de stof al dan niet samen met stoffen van Klasse 3 in één laadruim mag worden vervoerd 33

120 07.0-19 1.1.3.6.1, 5.4.3.1, 5.4.3.2 U moet 1500 kg gevaarlijke goederen van Klasse 3, verpakkingsgroep III, laden in een drogeladingschip. Moet de vervoerder u schriftelijke instructies ter beschikking stellen? Ja, vóór het laden Ja, eventueel pas na het laden maar in ieder geval vóór vertrek van de laadinstallatie at is hier niet van toepassing, omdat vervoer van dergelijke brandbare vloeistoffen in drogeladingschepen niet is toegestaan Nee, voor deze hoeveelheid hoeven geen schriftelijke instructies ter beschikking te worden gesteld 120 07.0-20 8.1.2.1 Waarvoor dient het beproevingsboek aan boord van drogeladingschepen?. In het beproevingsboek moeten alle meetresultaten van een giftigheidsmeting, een gasdetectiemeting en een zuurstofmeting worden opgenomen.. In het beproevingsboek moeten alle meetresultaten van een gasdetectiemeting en een zuurstofmeting worden opgenomen.. In het beproevingsboek staat vermeld welke producten het drogeladingschip mag vervoeren.. Het beproevingsboek geeft bij dubbelwandige schepen de resultaten van de stabiliteitsproef aan. 34

120 07.0-21 8.1.2.4 Welke documenten moeten vóór het laden aan de schipper van een droge ladingschip worden overhandigd? e vervoerdocumenten e vervoerdocumenten en de schriftelijke instructies Geen enkel document; bij drogeladingschepen mogen de documenten ook na het laden aan de schipper worden overhandigd, als dat maar vóór vertrek gebeurt e schriftelijke instructies 120 08.0-01 lgemene basiskennis Uit een container komt een gas van Klasse 2 vrij. Wie moet er altijd als eerste gewaarschuwd worden? e politie te water e verkeersleiding Het classificatiebureau e media 120 08.0-02 8.3.5 Het drogelading schip is geladen met gevaarlijke goederen. e verf op het luikhoofd moet worden afgekrabd. Is dat toegestaan? Nee, want door deze werkzaamheden aan het luikhoofd kunnen vonken ontstaan Ja, op het gangboord aan de buitenzijde van het laadruim is dit toegestaan, ook als daardoor vonken kunnen ontstaan Nee, werkzaamheden waardoor vonken kunnen ontstaan zijn op drogeladingschepen die met gevaarlijke goederen geladen zijn op geen enkele plaats toegestaan Ja, want door het afkrabben van verf kunnen geen vonken ontstaan 35

120 08.0-03 5.4.3 Tijdens het vervoer van colli wordt een geur gedetecteerd. Het is niet bekend waar de geur vandaan komt. Moet u maatregelen nemen en zo ja, welke? Nee, u hoeft geen bijzondere maatregelen te nemen; u zet de reis voort en houdt de situatie in de gaten U neemt de maatregelen die in de schriftelijke instructies worden genoemd ij wijze van voorzorgsmaatregel waarschuwt u de brandweer U stelt het blijf-wegsignaal in werking en blijft de situatie in de gaten houden 120 08.0-04 7.1.4.8.2 Uw schip wordt geladen met ontplofbare stoffen. Er is on weer op komst. Wat doet u? U gaat door met laden als de walinstallatie is uitgerust met een bliksemafleider U vaart onmiddellijk weg van de overslaginstallatie U onderbreekt het laden tijdens het onweer U gaat door met laden tot de voor de overslaginstallatie bevoegde havenautoriteit verder laden verbiedt 120 08.0-16 lgemene basiskennis Op uw drogeladingschip vervoert u enkele tankscontainers. Om onbekende redenen treedt lekkage op bij een van de containers, die een stof van Klasse 3 bevat. Wat moet de schipper doen? Het blijf-wegsignaal in werking stellen en de bevoegde autoriteit waarschuwen e bevoegde autoriteit waarschuwen en een rode vlag voeren e bevoegde autoriteit waarschuwen en de afzender of geadresseerde inlichten Het blijf-wegsignaal in werking stellen en de geadresseerde inlichten 36

130 02.0-05 9.3.3.16.1 Tijdens het laden, lossen en ontgassen worden ingebouwde verbrandingsmotoren gebruikt. Waar moeten die zijn opgesteld? In de ladingzone uiten de ladingzone In de ladingzone als een brandstof met een vlampunt hoger dan 100º wordt gebruikt In een speciale machinekamer vóór de ladingzone 130 02.0-07 3.2, Tabel Voor het vervoer door tankschepen worden drie tankschiptypen onderscheiden. Waar in het N staat welk tankschiptype minimaal voor het vervoer van de verschillende stoffen is vereist? 7.2.1.21 9.3.3 1.2.1 3.2, Tabel 130 02.0-10 9.3.3.20.4 Waar moeten zich op een tankschip van het type N gesloten vlamkerende inrichtingen bevinden? In de ventilatieopeningen van de kofferdammen In de ventilatieopening van de smeerolietank In de ventilatieopeningen van de machinekamer In de ventilatoren van de woningen 37

130 02.0-19 1.2.1 Wat wordt bij een tankschip verstaan onder een gasterugvoerleiding? Een leiding die twee of meer ladingtanks met elkaar verbindt, die voorzien is van veiligheidsventielen ter voorkoming van ontoelaatbare over- en onderdrukken in de ladingtanks, en die bestemd is voor de afvoer van gassen en dampen naar de walinstallatie Een leiding die een ladingtank tijdens het laden met de walinstallatie verbindt, die voorzien is van veiligheidsventielen ter voorkoming van ontoelaatbare over- en onderdrukken in de ladingtanks, en die bestemd is voor de afvoer van gassen en dampen naar de walinstallatie Een leiding die het gasolieruim en de tank voor de dagelijkse brandstoftoevoer met elkaar verbindt Een persluchtleiding tussen een duwboot en de tankduwbakken 130 03.0-25 9.3.2.26.4, 9.3.3.26.4 an welke van onderstaande eisen moeten restladingtanks van tankschepen voldoen? Ze moeten van twee overdrukventielen zijn voorzien Ze moeten van een over- en onderdrukventiel zijn voorzien Ze moeten van een over- en onderdrukventiel en van een niveau-meetinrichting zijn voorzien Ze moeten van een over- en onderdrukventiel en van een overvulbeveiliging zijn voorzien 130 03.0-27 7.2.3.7.5 Na het ontgassen van de ladingtanks wil de schipper de seinvoering als bedoeld in N 3.2, Tabel (blauwe kegel/blauw licht) weghalen. Wat mag in dat geval de concentratie brandbare gassen maximaal zijn? 5% van de onderste explosiegrens 10% van de onderste explosiegrens 15% van de onderste explosiegrens 20% van de onderste explosiegrens 38

130 03.0-28 7.2.3.42.4 Tijdens het lossen van bepaalde stoffen moet de ladingverwarmingsinstallatie in een ruimte zijn geplaatst die voldoet aan de eisen van 9.3.3.52.3 b). Wanneer is dit voorschrift niet van toepassing? ls het vlampunt van de stoffen 50 of meer bedraagt ls het vlampunt van de stoffen 60 of meer bedraagt ls het vlampunt van de stoffen 55 of meer bedraagt ls het vlampunt van de stoffen 100 of meer bedraagt 130 03.0-30 3.2, Tabel, 7.2.3.42.2, 9.3.3.21.1 Een tankschip van het type N open met vlamkerende inrichtingen vervoert een stof waarvoor in N 3.2, Tabel, kolom 9 een ladingverwarmingsinstallatie voorgeschreven is. Moeten de ladingtanks tijdens het vervoer van deze stof van een thermometer zijn voorzien? Ja, dat is verplicht voor deze stoffen Nee, bij schepen van het type N hoeven de ladingtanks nooit van een thermometer te zijn voorzien Ja, bij schepen van het type N moeten de ladingtanks altijd van een thermometer te zijn voorzien Nee, dat hoeft niet, behalve als de schriftelijke instructies dat vereisen 130 04.0-02 7.2.4.22.3 Na het laden van een tankschip met stoffen waarvoor het voeren van één blauwe kegel of één blauw licht is vereist moet een monster van de lading worden genomen. Wanneer mogen de monstername-openingen worden geopend? Nadat het laden afgerond is en de ladingtanks drukloos zijn gemaakt Pas wanneer de laaddocumenten beschikbaar zijn Nadat het laden ten minste 10 minuten onderbroken is geweest en de ladingtanks drukloos zijn gemaakt ertig minuten na beëindiging van de laadwerkzaamheden 39

130 04.0-03 3.2, Tabel Welke uitrusting moet voor zover in tabel is vereist aan boord zijn van tankschepen? Een van de buitenlucht onafhankelijk adembeschermingsapparaat Een gasdetectiemeter Een stikstofmeter Een bergingsapparaat 130 04.0-04 3.2, Tabel Welke uitrusting moet voor zover in eel 8 en 3.2, Tabel is vereist aan boord zijn van tankschepen? Een gasdetectiemeter Een thermometer Een stikstofmeter Een zuurstofmeter 130 04.0-05 7.2.3.1.4, 7.2.3.1.5, 7.2.3.1.6 Welk van de hieronder genoemde apparaten behoort niet tot de instrumenten waarmee in ladingtanks, kofferdammen en andere besloten ruimten de concentratie gassen of gevaarlijke dampen kan wordt gemeten? e gasdetectiemeter e pyrometer e giftigheidsmeter e zuurstofmeter 40

130 04.0-13 7.2.4.22.2 U hebt zojuist een lading UN 2282, HEXNOLEN gelost en wilt de ladingtankdeksels openen om de tanks schoon te maken. Wanneer mag u dat volgens het N op zijn vroegst doen? Nadat de ladingtanks drukloos zijn gemaakt Nadat de ladingtanks volledig ontgast zijn en vastgesteld is dat er geen explosief mengsel aanwezig is Nadat de ladingtanks gelost en ontgast zijn en vastgesteld is dat de concentratie brandbare gassen in de tanks minder dan 10% van de onderste explosiegrens bedraagt Nadat de ladingtanks ontgast zijn en vastgesteld is dat de concentratie brandbare gassen in de tanks minder dan 20% van de onderste explosiegrens bedraagt 130 06.0-01 3.2, Tabel Wat wordt in N 3.2, Tabel verstaan onder "toestand van de ladingtank 3"? ruktank Ladingtank, gesloten Ladingtank, open met vlamkerend rooster Ladingtank, open 130 06.0-12 7.2.4.76 Mag een tankschip van het type N gesloten tijdens het laden of lossen met kunststoftrossen worden vastgemaakt? Er mogen alleen stalen trossen worden gebruikt at mag alleen als stalen trossen voorkomen dat het schip afdrijft In havengebieden mogen alleen stalen trossen worden gebruikt at mag alleen tijdens het laden of lossen van goederen waarvoor bij het vervoer geen blauwe kegel/blauw licht vereist is 41

130 06.0-23 9.3.3.0.3 Voor de verbinding tussen de aansluitflens van uw tankschip en de laadarm van de overslaginstallatie ontvangt u een aluminium tussenstuk. Is het gebruik van aluminium voor dergelijke toepassing aan boord van tankschepen toegestaan? Nee Ja, als alle flensbouten aangebracht en aangedraaid zijn Ja, als het schip is geaard Ja, als gasolie wordt geladen of gelost 130 06.0-40 7.2.4.1.2 Mogen aan boord van bilgeboten vaten ten behoeve van olie- en vethoudend afval worden meegevoerd? Nee, dit is niet toegestaan Ja, dit is toegestaan indien de bruto hoeveelheid niet groter is dan 5000 kg en de vaten op veilige wijze in de laadruimte zijn vastgezet Ja, dit is toegestaan indien de maximale inhoud niet groter is dan 2 m 3 per vat en de vaten op veilige wijze in de ladingzone zijn vastgezet Ja, dit is zonder enige beperking toegestaan 130 06.0-49 3.2.3 Welke code wordt in kolom 5, Gevaren, van N Tabel gebruikt voor stoffen met langetermijngevolgen voor de gezondheid (kankerverwekkend, mutageen of reprotoxisch)? N1, N2 of N3 MR F of S inst. 42

130 06.0-50 3.2.3 Welke code wordt in kolom 5, Gevaren, van N Tabel gebruikt voor stoffen die op het oppervlaktewater blijven drijven, niet verdampen en niet snel oplossen in water? N1, N2 of N3 MR F inst. 130 06.0-51 3.2.3 Welke code wordt in kolom 5, Gevaren, van N Tabel gebruikt voor stoffen die naar de bodem van het water zinken en niet snel oplossen? N1, N2 of N3 MR S F 130 06.0-52 3.2.3 Welke code wordt in kolom 5, Gevaren, van N Tabel gebruikt voor stoffen die een gevaar vormen voor het milieu en voldoen aan de criteria voor acute of chronische toxiciteit? N1, N2 of N3 MR S F 43

130 07.0-10 7.2.2.19.1, 8.1.8.1 U bevindt zich op een leeg en ongereinigd tankschip waarvan de meest recente lading bestond uit UN 1202, GSOLIE. Wordt u toegelaten tot een duwbak met een lading van 200 ton tarwe te koppelen met dit tankschip tot een gekoppeld samenstel? Ja, maar alleen als beide schepen de juiste seinvoering hanteren Nee, dit is verboden Ja, voor de duwbak is in dit geval geen ertificaat van Goedkeuring vereist Ja, maar alleen als de duwbak eveneens van een ertificaat van Goedkeuring is voorzien 130 07.0-13 5.4.3.2 Wie aan boord van een tankschip moet ervoor zorgen dat elk lid van de betrokken bemanning de schriftelijke instructies begrijpt en in staat is deze op de juiste manier toe te passen? e schipper van het tankschip e afzender van de gevaarlijke stoffen e vuller van de gevaarlijke stoffen e eigenaar van het tankschip 130 07.0-22 8.1.8.2 Wat is het doel van het ertificaat van Goedkeuring van een tankschip? Het bevestigt dat het schip is onderzocht en dat constructie en uitrusting in overeenstemming is met de desbetreffende voorschriften van het N Het bevestigt dat het schip geschikt is bevonden voor het vervoer van allerlei soorten goederen Het bevestigt dat het schip door de organisatie van verladers geschikt is bevonden voor het vervoer van gevaarlijke goederen Het bevestigt dat het schip voldoet aan de algemene bepalingen van de algemene technische vereisten 44

130 07.0-24 5.4.3.2 Een schip vervoert UN1203 ENZINE van Rotterdam naar msterdam. e schipper beheerst geen andere taal dan het uits. In welke taal of talen moeten de schriftelijke instructies worden verstrekt? Uitsluitend in de taal van de vuller In ieder geval in de taal van de vuller In ieder geval in een van de talen die de schipper en de deskundige kunnen lezen en begrijpen In het Engels, Frans en uits 130 08.0-13 7.2.3.1.6 Onder welke omstandigheden mag een tank worden betreden met een van de buitenlucht onafhankelijk adembeschermingsapparaat? Van de buitenlucht onafhankelijke adembeschermingsapparaten mogen overal worden gebruikt, al dan niet onder toezicht e persoon die het van de buitenlucht onafhankelijke adembeschermingsapparaat draagt moet de vereiste veiligheidsuitrusting dragen, door middel van een veiligheidslijn zijn beveiligd en onder toezicht staan van een tweede persoon waarvoor eenzelfde uitrusting gereed is gelegd. Een van de buitenlucht onafhankelijk adembeschermingsapparaat mag uitsluitend worden gebruikt indien de schipper daar vooraf over is ingelicht Er gelden geen specifieke bepalingen omtrent het gebruik van een van de buitenlucht onafhankelijk adembeschermingsapparaat. lvorens het wordt gebruikt om een tank te betreden moet het van de buitenlucht onafhankelijke adembeschermingsapparaat echter worden gecontroleerd om te waarborgen dat het goed functioneert 45

130 08.0-24 3.2, Tabel, 7.2.4.16.8 U moet de laad- en losleidingen aan- of afkoppelen. Wat dient u volgens het N te dragen indien dit in N 3.2, Tabel wordt vereist? Volledige beschermende kleding inclusief luchtflessen Veiligheidshandschoenen Een van de buitenlucht onafhankelijk adembeschermingsapparaat Veiligheidsschoenen 130 08.0-26 3.2, Tabel, 7.2.4.16.8 Wanneer moet een van de buitenlucht afhankelijk adembeschermingsapparaat worden gebruikt? ij het verrichten van werkzaamheden in een ladingtank die niet is gereinigd ij het betreden van een ladingtank, zoals vereist in N 3.2, Tabel ij het nemen van monsters, indien vereist in N 3.2, Tabel Wanneer het volumepercentage van zuurstof in de ladingtank 21% bedraagt 130 08.0-27 lgemene basiskennis Tijdens het laden van een tankschip komt er UN1203 benzine in het water terecht. Wat gebeurt er met de vloeistof? e vloeistof zal zich over het wateroppervlak uitspreiden en vervolgens verdampen e vloeistof zal zich met het water vermengen e vloeistof zal naar de bodem zinken e vloeistof zal zich over het wateroppervlak uitspreiden en niet verdampen 46

130 08.0-32 3.2, Tabel, 8.1.5.1 Moet er volgens het N aan boord van een tankschip dat gevaarlijke goederen vervoert altijd een gasdetectiemeter aanwezig zijn? Nee, uitsluitend indien vereist in N 3.2, Tabel Ja, dit maakt deel uit van de standaard uitrusting Ja, anders wordt voor het schip geen ertificaat van Goedkeuring afgegeven Nee, dit is uitsluitend verplicht indien het schip goederen van Klasse 3 vervoert 130 08.0-34 3.2, Tabel, 8.1.5.1 Moet er volgens het N aan boord van een tankschip dat gevaarlijke goederen vervoert voor ieder zich aan boord bevindend persoon een vluchtapparaat aanwezig zijn? Nee, dat is niet verplicht, behalve als de schriftelijke instructies dat uitdrukkelijk vereisen Ja, bij het vervoer van gevaarlijke goederen bestaat immers altijd het risico van een calamiteit waarna men moet kunnen vluchten Nee, uitsluitend indien vereist in N 3.2, Tabel Nee, behalve als dit in het vervoerdocument wordt vereist 130 08.0-37 3.2, Tabel, 8.1.5.1 Volgens het N moet er in bepaalde gevallen een van de buitenlucht afhankelijk adembeschermingsapparaat aanwezig zijn. Waar kunt u lezen welk type filter daarvoor moet worden gebruikt? In de instructies van de fabrikant voor het filter In N 3.2, Tabel van het N In het vervoerdocument In N 3.2, Tabel van het N 47