Nec.doc - 2002-12-06 MINISTERIE VAN ECONOMISCHE ZAKEN Bestuur Kwaliteit en Veiligheid Afdeling Metrologie Metrologische Reglementering Koninklijk besluit van 6 juli 1981 betreffende de instrumenten bestemd voor het meten van de elektrische energie - Gecoördineerde tekst - zoals gewijzigd door het koninklijk besluit van 6 april 1984 zoals gewijzigd door het koninklijk besluit van 30 december 1991
2 Koninklijk besluit van 6 juli 1981 betreffende de instrumenten bestemd voor het meten van de elektrische energie *** zoals gewijzigd door het koninklijk besluit van 6 april 1984 - BS 1984 04 26 *** ***zoals gewijzigd door het koninklijk besluit van 30 december 1991- BS 1992 02 04 *** BOUDEWIJN, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de wet van 16 juni 1970 betreffende de meeteenheden, meetstandaarden en meetwerktuigen, inzonderheid op artikel 15, 2 Gelet op het koninklijk besluit van 6 augustus 1962 betreffende de toestellen bestemd tot het meten der elektrische energie en het ministerieel uitvoeringsbesluit daarvan van 10 augustus 1962 waarbij de voorwaarden vastgesteld worden der modelgoedkeuring voor gewone meters van elektrische energie; Gelet op de richtlijn 76/891/E.E.G. van de Raad van der Europese Gemeenschappen van 4 november 1976, betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lidstaten inzake kilowattuurmeters; Overwegende dat een uitgebreid voorafgaand administratief en technisch onderzoek en een belangrijke heruitrusting van de Afdeling Metrologie de opname van de richtlijn in het nationale recht vertraagden terwijl anderzijds de termijn voor deze opname geen verder uitstel toelaat; dat de hoogdringendheid aldus gerechtvaardigd is; Gelet op de hoogdringendheid; Gelet op de wetten betreffende de Raad van State, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, 1, zoals gewijzigd door artikel 18 van de gewone wet van 9 augustus 1980 tot hervorming der instellingen; Op de voordracht van Onze Vice-Eerste Minister en Minister van Economische Zaken, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Artikel 1. Dit besluit is van toepassing op rechtstreeks op het net aansluitbare inductieve kilowattuurmeters voor normaal gebruik, voor enkelvoudig of meervoudig tarief, bestemd voor het meten van de actieve energie in wissel- en draaistroom. Zij worden hierna en in het bij dit besluit gevoegde reglementen "meters" genoemd. Art. 2. Om de modelgoedkeuring te verkrijgen en vervolgens de aanvaardingsmerken bij eerste ijk te kunnen ontvangen moeten de meters voldoen aan de voorschriften van één van de reglementen A of B gevoegd bij dit besluit, of wat betreft meters vervaardigd en in de handel gebracht in een andere Lid-Staat van de Europese Economische Gemeenschap, aan de voorschriften van toepassing in deze andere Lid-Staat voor zover deze evenwaardige garanties biedenalleen de meters die overeenstemmen met reglement A kunnen de E.E.G.- modelgoedkeuring bekomen en van de E.E.G.-eerste-ijkmerken worden voorzien. Art. 3. De aanvragen tot modelgoedkeuring moeten gericht worden tot de Afdeling Metrologie; zij omvatten de volgens de reglementen A en B vereiste bescheiden en aantal meters, naar keuze van de aanvrager. Art. 4. De in overeenstemming met het ministerieel besluit van 10 augustus 1962 verleende modelgoedkeuringen behouden hun geldigheid met nationale draagwijdte en kunnen, naar de voorwaarden van bedoeld besluit, verlengd worden.
De fabrikanten en importeurs die thans over zulke modelgoedkeuringen beschikken en die wensen daarvan de draagwijdte in E.E.G.-verband uit te breiden, moeten daarvoor een volledige aanvraag indienen. Art. 5. De nieuwe meters die in dienst worden genomen vanaf 1 januari 1983 moeten de eerste ijk hebben ondergaan en de merken en verzegelingen ervan dragen. De eerste ijk wordt uitgevoerd overeenkomstig de bepalingen van de bij dit besluit gevoegde reglementen. De eerste ijk kan uitgevoerd worden ofwel door stuksgewijze ijk, ofwel door een statistische controle waarvan de modaliteiten vastgesteld zijn door de Minister die bevoegd is voor de Afdeling Metrologie, ofwel nog door toezicht op de kwaliteitscontrole bij de fabrikant of de hersteller, voor zover de modaliteiten van dit toezicht door Ons of door dezelfde Minister zijn vastgesteld. Evenwel mag de eerste EEG-ijk slechts uitgevoerd worden door stuksgewijze ijk. Art. 6. Vanaf 1 januari 1983 moeten de meters die hersteld of geregeld werden, tot de eerste ijk worden aangeboden, afgezien van het feit dat zij reeds eerder zulke ijking zouden hebben ondergaan. De meters voor meervoudig tarief die varianten zijn, afgeleid van uitvoeringen voor enkelvoudig tarief waarvan het model op grond van vroegere beschikkingen werd goedgekeurd, dienen eveneens voor de eerste ijk na herstelling of bijregeling te worden aangeboden. Art. 7. De proeven van modelgoedkeuring, de eerste ijk en de technische controle kunnen uitgevoerd worden hetzij in de laboratoria van de Afdeling Metrologie, hetzij in een proefstation dat over test- en meetapparatuur beschikt die goed bevonden is door de Afdeling Metrologie. De proeven van modelgoedkeuring en van eerste ijk op de meters vervaardigd en in de handel gebracht in een andere Lid-Staat van de Europese Economische Gemeenschap, mogen ook uitgevoerd worden door controle-instellingen welke daartoe in die andere Lid-Staat door de overheid zijn erkend en op technisch en professioneel vlak zomede terzake van onafhankelijkheid voldoende waarborgen bieden, althans voor zover de proeven gelijkwaardig zijn met die, welke al naar het geval, in de reglementen A en B voorgeschreven zijn. Deze controle-instellingen zijn er toe gehouden de resultaten van de modelgoedkeuringsproeven ter beschikking te stellen van de Afdeling Metrologie. 3 Art. 8. De nieuwe meters geleverd voor 1 januari 1983 zonder dat zij de eerste ijk hebben ondergaan, moeten verzegeld zijn door de fabrikant of diens vertegenwoordiger in België. De voor 1 januari 1984 herstelde meters moeten voorzien zijn van de vervangingsverzegeling van de hersteller. Vanaf 1 januari 1984 worden de bij de eerste ijk aanvaarde herstelde meters verzegeld met de door de Afdeling Metrologie geleverde plaatjes, die de wettelijke merken van de eerste ijk dragen. Art. 9. De meters die niet behoren tot een goedgekeurd model, en die nog in gebruik zouden zijn in toepassing van artikelen 11 en 12 van het koninklijk besluit van 6 augustus 1962, moeten buiten dienst gesteld worden voor 1 januari 1984. Evenwel, mits toelating verleend door de Afdeling Metrologie, kunnen uitdrukkelijk genoemde modellen van zulke meters later dan deze datum in dienst behouden blijven.
4 Art. 10. De meters in dienst, die behoren tot een op grond van de vroegere reglementaire beschikkingen goedgekeurd model, mogen in dienst behouden blijven zonder aan eerste ijk te moeten onderworpen worden. Voor de toepassing van dit artikel, dient onder meters in dienst verstaan te worden de meters die hetzij werkelijk op het net geplaatst zijn, hetzij in de magazijnen, laboratoria of werkplaatsen van de verdelers van elektrische energie zijn opgeslagen hetzij door deze laatsten besteld zijn voor de datum van het verschijnen van dit besluit in het Belgisch Staatsblad. Art. 11. De meters in dienst zijn vrijgesteld van herijk. Ze zijn onderworpen aan een technische controle volgens de modaliteiten bepaald in het reglement C gevoegd bij dit besluit. Art. 12 (Opgeheven) Art. 13. De reeds gebruikte meters die niet werden hersteld of geregeld mogen niet opnieuw op het net worden aangesloten tenzij zij voldoen aan de voorwaarden bepaald in punt 5 van het Reglement C gevoegd bij dit besluit. Art. 14. Op elk ogenblik, en onder meer in geval van betwisting omtrent de juistheid van de meters, kan de leverancier of de verbruiker van de elektrische energie evenals een derde persoon, eigenaar van de meters, de controle ervan door de Afdeling Metrologie aanvragen. De Minister die de Afdeling Metrologie in zijn bevoegdheid heeft, bepaalt de voorwaarden waaronder deze controle plaatsvindt. De juistheidsvoorwaarden van deze meters zijn dezelfde als deze bepaald in punt 5 van het reglement C gevoegd bij dit besluit.) Art. 15. De lonen betreffende de metrologische verrichtingen op de meters zijn in onderstaande tabel bepaald : Aard van de meter Modelgoedkeuringsloon IJkloon bij eerste ijk of techn. contrôle in toepassing van art. 11 Loon voor technische controle op verzoek Eenfazige 743,68 EUR 0,99 EUR 37,18 EUR Driefazige 1 115,52 EUR 1,36 EUR 49,58 EUR Voor de goedkeuringen van varianten, hetzij gelijktijdig, hetzij na het goedkeuren van een basismodel, is het verschuldigd bedrag 20 %, 30 %, 40 % of 50 % van het basisbedrag naargelang dat het onderzoek met het oog op de goedkeuring enkel plaatsvindt op documentatie, op documentatie en instrumenten (zonder proeven), op beperkte of volledige proeven. Bij voortijdige onderbreking van een onderzoek wordt het verschuldigde bedrag per schijven van 20 % verminderd, afhankelijk van de omvang van de reeds uitgevoerde werkzaamheden. Het loon van de eerste ijk is verschuldigd voor het aantal ten ijk aangeboden meters, zowel voor de afgekeurde als voor de goedgekeurde. Het ijkloon dient opnieuw betaald bij het heraanbieden van een voorheen afgekeurd instrument.
Wanneer een aan de aanvrager medegedeelde inrichting van een ijkzitting door de aanvrager niet minstens drie werkdagen voor de gestelde datum werd afgezegd en deze zitting door toedoen van de aanvrager niet kan doorgaan, zal een loon geëist worden, gelijk aan 40 % van het bedrag dat zou verschuldigd zijn geweest indien de ijkzitting had plaatsgehad; de berekening van het loon steunt op het aantal op de ijkaanvraag opgegeven instrumenten. Wanneer de eerste ijk gebeurt in de laboratoria van de Administratie, wordt het aangegeven ijkloon met vijf (5) vermenigvuldigd. Het loon voor de technische controle bedoeld in artikel 11 is verschuldigd voor het totaal aantal individueel gecontroleerde meters van een steekproef, zoals beschreven in punt 3 van het reglement C. Wanneer die technische controle wordt uitgevoerd in de laboratoria van de Administratie, wordt het verschuldigd ijkloon met vijf (5) vermenigvuldigd. Wanneer de proeven van modelgoedkeuring en van eerste ijk geheel of gedeeltelijk werden uitgevoerd door controle-instellingen van een andere Lid-Staat van de Europese Economische Gemeenschap, worden de vermelde bedragen voor modelgoedkeuringsloon en ijkloon per schijven van 20 % verminderd, afhankelijk van de omvang van de werkzaamheden die reeds werden uitgevoerd door de bedoelde controle-instellingen Art. 16. Dit besluit treedt in werking op de dag van de publicatie in het Belgisch Staatsblad. Art. 17. Onze Minister van Economische Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 6 juli 1981. BOUDEWIJN Van Koningswege : De Vice-Eerste Minister en Minister van Economische Zaken, W. CLAES 5