Weidevogels Liedeweg te Haarlemmerliede
Weidevogels Liedeweg te Haarlemmerliede Auteur P.J.H. van der Linden Opdrachtgever Projectnummer Ingen Gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude 10.036 juni 2010 foto omslag De Lievelden, de onderzochte polder Els & Linde B.V. Dr. A.R. Holplein 1 4031 MB Ingen tel: 0344-642517 fax: 0344-600832 mob: 06-27564247 e-mail: vanderlinden@elsenlinde.nl
Inhoud Inleiding 4 Werkwijze 5 Waarnemingen 6 Conclusie en advies 17 Literatuur 18
Inleiding De gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude is bezig met het opstellen van een bestemmingsplan Liedeweg. Het bestemmingsplan beoogt het recreatief medegebruik van het agrarisch gebied mogelijk te maken. De belangrijkste zijn een minicamping en een parcours voor boerengolf. Voor he bestemmingsplan is een oriënterend ecologisch onderzoek uitgevoerd (Van der Linden 2010). In dat oriënterend onderzoek is naar aanleiding van de literatuur de volgende passage opgenomen over weidevogels: uit gegevens over de verspreiding van weidevogels blijkt de polder belangrijk tot redelijk belangrijk voor weidevogels. De interpretatiekaartjes van het expertisecentrum weidevogels zijn vrij klein, maar samen met de verspreiding van grutto (Limosa limosa) en tureluur (Tringa totanus) uit 2009, is het belang van de polder voor weidevogels duidelijk. Een topgebied is niet aanwezig, maar het is zeker niet zonder belang. Deze constatering heeft geleidt tot een verzoek van de gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude de kwaliteit van de percelen voor weidevogels te inventariseren. 4 Weidevogels Liedeweg te Haarlemmerliede
Werkwijze Voor het inventariseren van de weidevogels in de polder is in maart, april en mei de polder bezocht. De weidevogels en andere bijzonderheden zijn op kaart ingetekend. Daarbij is de inventarisatie van april maatgevend voor de aanwezige broedparen en zijn de beide andere inventarisatie ondersteunend hieraan. Van de drie inventarisaties zijn kaarten gemaakt waarop de (mogelijke) broedparen zijn ingetekend; daarbij is een waarneming in april of een gecombineerde waarneming van maart en mei als een (mogelijk) broedpaar beschouwd. De waarnemingen zijn telkens eerst vanaf de openbare weg en daarna vanaf het kerkepad gedaan. Deze volgorde geeft de beste kans op het waarnemen van de broedparen en de minste verstoring. Aangezien andere vogels dan weidevogels ook verstoord kunnen worden door betreding van het weiland in de broedtijd zijn ook deze soorten ingetekend. Naast de broedvogels zijn er eveneens wintergasten in het gebied aanwezig. In deze periode is er echter geen of nauwelijks verstoring door recreatie te verwachten. De wintergasten zijn daarom als een gegeven beschouwd en niet nader geïnventariseerd. 5 Weidevogels Liedeweg te Haarlemmerliede
Waarnemingen In de weilanden zijn opvallend weinig weidevogels aanwezig; er zijn drie broedparen van de kievit (Vanellus vanellus) en drie van de scholekster (Haematopus ostralegus) gevonden, waarvan van beide twee binnen het parcours van de boerengolf. Verder is er een broedpaar van de graspieper (Anthus pratensis) aangetroffen in een ander deel van de polder. Vooral in het oosten en zuidoosten van de polder zijn water- en moerasvogels als fuut (Podiceps cristatus), meerkoet (Fulica atra) en waterhoen (Gallinula chloropus) aangetroffen. Leuk is een nest van een boerenzwaluw (Hirundo rustica) onder een van de bruggetjes. Met een aantal van zes (zeven als de graspieper wordt meegerekend) weidevogels is de polder uitermate mager bezet door deze dieren. Het koude voorjaar heeft nauwelijks invloed op het aantal weidevogels, bij inventarisaties elders in Noord-Holland zijn wel hoge tot zeer hoge dichtheden aangetroffen in 2010. Misschien dat bij de inventarisatie een lichte ondertelling mogelijk is, maar onvoldoende om de zeer lage dichtheid te verklaren. Er zijn geen roofvogels of andere roofdieren waargenomen die de lage stand van de weidevogels kunnen verklaren. Natuurlijk zal er in de polder een vos (Vulpes vulpes) voorkomen, maar deze predator kan nooit verantwoordelijk zijn voor zo n lage stand als hier. Uitvoerig onderzoek door Vogelbescherming heeft aangetoond dat de vos in zeer bijzondere gevallen een effect kan hebben op het broedsucces, maar niet op de vestiging van de oude vogels. Waarschijnlijk is de polder altijd een marginaal gebied geweest voor weidevogels, de aanduidingen in de literatuur wijzen hier ook op. Een negatieve trend is het eerste waarneembaar in de marginale gebieden. Uit cijfers van het kenniscentrum weidevogels (Scharringa & Van t Veer 2007) blijkt dat er een negatieve trend van bijna alle weidevogels is waargenomen, waarbij de trend buiten de reservaten steiler negatief is dan binnen de reservaten (figuur 1). Figuur 1. De trend van weidevogels in Noord-Holland (Bron: Kenniscentrum weidevogels). 6 Weidevogels Liedeweg te Haarlemmerliede
Kievit Zekere waarnemingen van broedparen Opvallend is de afwezigheid in het centrum van de polder 7 Weidevogels Liedeweg te Haarlemmerliede
Scholekster Zekere waarnemingen van broedparen Opvallend is de afwezigheid in het centrum van de polder 8 Weidevogels Liedeweg te Haarlemmerliede
Graspieper Zekere waarnemingen van broedparen Opvallend is de afwezigheid in een groot deel van de polder, mogelijk ondertelling Weidevogels Liedeweg te Haarlemmerliede
Fuut Zekere waarnemingen van broedparen Gezien de fusieafstand van 1.000 meter zijn (waarschijnlijk) alle potentiële broedplekken bezet. 10 Weidevogels Liedeweg te Haarlemmerliede
Knobbelzwaan Zekere waarnemingen van broedparen, de beide stippen in het noorden zijn waarschijnlijk één broedpaar. Met drie broedparen zijn waarschijnlijk alle potentiële broedplekken bezet. 11 Weidevogels Liedeweg te Haarlemmerliede
Meerkoet. De blauwe blokken zijn zekere broedparen, de rode stippen mogelijke broedparen. 12 Weidevogels Liedeweg te Haarlemmerliede
Nijlgans Mogelijk broedpaar 13 Weidevogels Liedeweg te Haarlemmerliede
Waterhoen Zekere waarnemingen van broedparen Lage aantal mogelijk in relatie tot de aanwezigheid van de meerkoet. 14 Weidevogels Liedeweg te Haarlemmerliede
Wilde eend Zekere waarnemingen van broedparen De aanwezige vogels die niet broeden zijn niet weergegeven. 15 Weidevogels Liedeweg te Haarlemmerliede
Boerenzwaluw Broedgeval onder landbouwbrug, overige vogels zijn niet weergegeven. 16 Weidevogels Liedeweg te Haarlemmerliede
Conclusie en advies Uit de inventarisatie blijkt dat de polder tegenwoordig slechts een marginaal gebied voor weidevogels is. De beide weidevogels die binnen het parcours aanwezig zijn, zijn minder gevoelig voor recreatie dan de grutto of de tureluur. Door een slimme keuze van het parcours is veel verstoring te voorkomen, de stand van de weidevogels zal daarom niet als gevolg van de recreatie nog verder achteruitgaan. Voor de moeras- en watervogels is het belangrijk om niet in de directe omgeving van de Molenwetering te komen tijdens de broedtijd met de boerengolf. De aanwezigheid van vogels verspreid over de polder is geen aanleiding om andere voorzorgsmaatregelen dan hiervoor genoemd. Er is geen ontheffing ex artikel 75 Flora en Faunawet noodzakelijk en geen belemmering voor het uitzetten van een parcours voor boerengolf. 17 Weidevogels Liedeweg te Haarlemmerliede
Literatuur 18 Weidevogels Liedeweg te Haarlemmerliede