Hoornvliestransplantatie
Inhoud Het Hoornvlies (cornea) 5 Hoornvliestransplantatie (corneatransplantatie) 5 Technieken 6 Penetrerende corneatransplantatie 7 Operatie 7 Na de operatie 7 Mogelijke complicaties 8 Controles 9 Belangrijk 9 Posterieure lamellaire corneatransplantatie 10 Operatie 10 Na de operatie 10 Mogelijke complicaties 11 Controles 11 Belangrijk 11 Descemet membraan transplantatie (DMEK) 12 Operatie 12 Mogelijke complicaties 12
Anterieure lamellaire corneatransplantatie 14 Operatie 14 Na de operatie 14 Mogelijke complicaties 14 Belangrijk 15 Algemeen 17 Belangrijk 17
Het hoornvlies (cornea) Het hoornvlies is de doorzichtige voorkant van het oog. Het hoornvlies is helder en door zijn regelmatige vorm kan men er goed doorheen kijken. Door zijn vorm (de bolling) heeft het hoornvlies bovendien een functie in het lenzensysteem van het oog: zowel de ooglens als het hoornvlies breken het licht zodat het beeld goed op het netvlies wordt afgebeeld. Voorwaarde om goed te kunnen zien zijn dus helderheid en een regelmatig oppervlak.. Hoornvliestransplantatie (corneatransplantatie) Bij een hoornvliestransplantatie wordt (een deel van) het hoornvlies vervangen. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van donorhoornvlies. Dit is afkomstig van een donor, iemand die heeft aangegeven na zijn overlijden weefsel af te staan voor opnieuw gebruik. Er zijn verschillende redenen om een hoornvliestransplantatie te doen: Uw hoornvlies is troebel. Uw hoornvlies is erg onregelmatig van vorm, waardoor de beeldvorming niet goed is en u wazig ziet. Er dreigt een perforatie (gaatje) te ontstaan, bijvoorbeeld bij een heftige ontsteking. 5
Verschillende oorzaken kunnen een rol spelen: Troebeling kan ontstaan - Na een heftige infectie. - Bij een aangeboren hoornvliesziekte (dystrofie). - Als, na een ongeluk, een litteken is ontstaan. Een onregelmatige vorm kan ontstaan: - Bij een keratoconus (een aangeboren hoornvliesziekte waar bij het hoornvlies kegelvormig wordt). - Bij littekens (na ontsteking of trauma). De perforatie ontstaat meestal bij een infectie. Technieken Aangezien de oorzaak van het probleem in het hoornvlies op verschillende niveaus in het hoornvlies kan liggen, zijn er verschillende manieren van hoornvliestransplantatie ontwikkeld. Er kan gekozen worden om alle lagen te vervangen óf alleen díe lagen die het probleem veroorzaken. Dit kan aan de voorzijde of aan de achterzijde van uw hoornvlies zijn. Zo bestaan er: Penetrerende corneatransplantatie: de operatie die alle lagen vervangt. Lamellaire corneatransplantatie, waarbij alleen de voorzijde (anterieure lamellaire corneatransplantatie) of de achterzijde (posterieure lamellaire corneatransplantatie) wordt vervangen. De oogarts beslist, in overleg met u, welke transplantatie u krijgt Bloeddonoren Wanneer u bloeddonor bent: de bloedbank staat bloeddonatie niet meer toe wanneer u een transplantatie heeft ondergaan.. 6
Penetrerende corneatransplantatie Operatie Bij deze operatie worden alle lagen van het hoornvlies vervangen. Met een soort appelboortje wordt het centrale deel van het zieke hoornvlies verwijderd en door eenzelfde stukje van een donorhoornvlies vervangen. Meestal heeft dit stukje een doorsnede van zeven á acht millimeter. Het nieuwe stukje wordt met hechtingen van nylon vastgezet. Deze operatie duurt ongeveer een uur. Na de operatie Genezing Omdat hoornvliesweefsel heel langzaam geneest (er zitten geen bloedvaten in) moeten de hechtingen lang blijven zitten. Meestal minstens een jaar. Door de langzame genezing duurt het lang voordat een eindresultaat wordt bereikt. De vorm van het hoornvlies bepaalt erg hoe het zicht is. Hierdoor zal het zien wisselend zijn, met name het eerste jaar. Dit komt door het veranderen van de vorm van het hoornvlies door de wondgenezing en door de veranderende trekkracht van de hechtingen. Kwaliteit van zien De kwaliteit van het zien wordt dus niet alleen bepaald door de helderheid van het hoornvlies na de operatie maar ook door de vorm. Aangezien deze bijna altijd onregelmatig is, is deze vaak slechts gedeeltelijk te corrigeren met brillenglas, soms alleen met een contactlens. De sterkte van het brillenglas kan sterk afwijken van de situatie vóór de operatie. Soms is het dan ontstane verschil tussen het linker en 7
rechter oog een probleem. Wij bereiden u bij deze operatie voor op een zeer langdurig genezingstraject. Mogelijke complicaties Problemen die zich kunnen voordoen: Afstotingsreactie: Omdat er donorweefsel gebruikt wordt, kan uw lichaam dit als vreemd herkennen en een afstoting in gang zetten. Dit betekent dat er een soort ontstekingsreactie optreedt, met meestal pijn, roodheid en/of waziger zien. Om dit zo goed mogelijk te voorkomen worden een jaar lang oogdruppels (corticosteroïden: afweerremmende druppels) voorgeschreven. Een acute afstoting kan altijd (levenslang) optreden. Hierbij wordt het zien waziger en meestal het oog pijnlijk, rood en lichtgevoelig. Een oogarts moet dat controleren. Problemen met de hechtingen: o Losse hechtingen kunnen een ontsteking veroorzaken en moeten altijd verwijderd worden. U kunt dit herkennen door een gevoel alsof er iets in het oog zit of veranderd zien. o Een infectie van het hoornvlies: vaak door een losse hechting. Een infectie is te herkennen door roodheid van het oogwit en/of een witte vlek in het nieuwe hoornvlies. o Losse hechtingen kunnen ook een infectie van het hoornvlies veroorzaken. Een infectie is te herkennen door roodheid van het oog-wit en/of een witte vlek in het nieuwe hoornvlies. Door de operatie of de corticosteroïde oogdruppels kan de oogboldruk stijgen. Dit moet regelmatig gecontroleerd worden. Slechte kwaliteit van zien: Door de wond en de hechtingen is er vaak een onregelmatige vorm van het hoornvlies, waardoor niet een goed beeld gevormd 8
kan worden. Afhankelijk van de ziekte worden betere of minder goede resultaten geboekt. Eerst wordt een brillenglas aangepast (meestal na enkele maanden). Soms is het beter met een harde contactlens te gaan werken. Ook het donorhoornvlies kan te oud worden (het gaat immers een tweede leven in). Dan kan het langzaam mistig worden. Controles Na de operatie krijgt u regelmatig controles. Een veel gebruikt schema is: na één dag, één week, zes weken en daarna per drie maanden. Uiteraard wordt de hoeveelheid opgevoerd wanneer er problemen optreden. Gemiddeld vinden er tien controles plaats in het eerste jaar. Belangrijk U moet een spoedafspraak vragen wanneer het oog rood of pijnlijk is of het zien plotseling waziger is geworden. De huisarts kan niet goed beoordelen of er sprake is van afstoting of infectie: u moet bij problemen de oogarts bezoeken! 9
Posterieure hoornvliestransplantatie in de vorm van Descemet stripping automated endothelial keratoplasty.(dsaek) Operatie De posterieure lamellaire corneatransplantatie wordt alleen toegepast wanneer de binnenlaag van het hoornvlies de problemen veroorzaakt. Alleen de zieke binnenlaag wordt dan vervangen. Deze techniek is ontwikkeld om de belangrijkste nadelen van de penetrerende plastiek te omzeilen (het onregelmatige vorm en de hechtingen). Het nieuwe laagje hoornvliesweefsel (de lamel ) wordt aan de achterkant van het hoornvlies geplakt. Met een luchtbel wordt het laagje in positie gebracht. De eigen vorm van het hoornvlies wordt behouden. Er is in een paar weken tijd een betere gezichtsscherpte te verwachten. Voor deze operatie is het noodzakelijk dat uw eigen ooglens is vervangen door een kunstlens, dus dat u een staaroperatie heeft gehad. Soms wordt dit tegelijkertijd uitgevoerd. De operatie duurt ongeveer anderhalf uur. Na de operatie De luchtbel die is ingebracht moet enige tijd druk blijven uitoefenen om de nieuwe binnenlaag van donorweefsel op zijn plaats te duwen. Na de operatie moet u enkele uren plat op bed blijven liggen. U kunt een ipod of mp-3 speler meenemen om als afleiding naar muziek te kunnen luisteren. Het kan prettig zijn om dan een pyama- of trainingsbroek te dragen, dat ligt wat fijner. Voor deze periode kan het zijn dat u in een aparte kamer ligt: dan is het prettig als een begeleider bij u kan zijn. 10
De dag na de operatie is het zicht meestal nog erg slecht. De luchtbel is dan nog niet helemaal weg. De wondjes die gemaakt worden om de lamel in te brengen worden met hechtingen gesloten. Deze kunnen na ongeveer zes weken worden verwijderd. Het zien herstelt zich vrij snel. Na enkele weken is al een behoorlijk resultaat bereikt. Het eindresultaat kan langer op zich laten wachten. Om een afstotingsreactie te voorkomen krijgt u een jaar lang ontstekingsremmende oogdruppels voorgeschreven. Mogelijke complicaties Omdat er donorweefsel gebruikt wordt, kan uw lichaam dit als vreemd herkennen en een afstoting in gang zetten. U moet komen wanneer het oog rood, lichtgevoelig of pijnlijk is. Ook wanneer u wazig gaat zien. Het kan blijken dat de lamel na de operatie niet voldoende aan de eigen cornea vastzit. Dan zal een nieuwe luchtbelprocedure moeten volgen. Als de lamel niet mooi vlak ligt (plooien toont), kan deze vervangen worden tijdens een nieuwe operatie. De oogdruppels kunnen verhoging van de oogboldruk veroorzaken. Controles U krijgt regelmatig controles, bijvoorbeeld na één dag, één week, drie weken en vervolgens per drie maanden in het eerste jaar. Belangrijk U moet een spoedafspraak vragen wanneer het oog rood of pijnlijk is of het zien plotseling waziger is geworden. De huisarts kan niet 11
goed beoordelen of er sprake is van afstoting of infectie: u moet bij problemen de oogarts bezoeken! 12
Posterieure hoornvliestransplantatie in de vorm van DMEK (descemet membraan transplantatie) Bij uw hoornvliesziekte ligt de oorzaak van het probleem in de binnenste laag van het hoornvlies, de membraan van Descemet. Bij de posterieurre lamellaire hoornvliestransplantatie wordt deze laag vervangen door donorweefsel: Bij DSAEK gebruiken we een heel dun laagje weefsel met de membraan van Descemet van de donor. Bij de DMEK vervangen we alleen de membraan van Descemet. Bij DMEK wordt dus in werkelijkheid alleen de zieke laag (de membraan van Descemet) vervangen. Operatie De operatie die hierbij wordt uitgevoerd is op dit moment nog vrij nieuw. De resultaten van DMEK lijken veelbelovend, vaker dan bij DSAEK wordt een betere gezichtsscherpte bereikt. Bovendien wordt dit resultaat sneller bereikt. Voor de patiënt zal het ondergaan van de operatie hetzelfde zijn als bij DSAEK (zie blz. 10). De operatie wordt ook afgesloten met het achterlaten van een luchtbel die het nieuwe laagje moet aandrukken. Daarom zult u ook na DMEK na de operatie 3 uur moeten plat liggen en zo mogelijk thuis ook, om de luchtbel zoveel mogelijk zijn werk te laten doen. Mogelijke complicaties De risico s die u loopt wanneer u kiest voor deze operatie zijn 13
ongeveer hetzelfde als bij de DSAEK (zie blz. 11) namelijk een kans op het niet hechten van de nieuw aangebrachte laag. Dan moet opnieuw lucht ingebracht worden en moet u opnieuw een aantal uren platliggen. De kans dat dit probleem optreedt is wat groter dan bij de DSAEK. Deze heroperatie kan heel goed onder plaatselijke verdoving plaatsvinden en duurt ongeveer een kwartier. 14
Anterieure lamellaire corneatransplantatie Wanneer het hoornvliesprobleem alleen in de voorzijde van het hoornvlies bevindt, kan alleen de voorzijde vervangen worden. Operatie De voorzijde van het eigen hoornvlies wordt met de hand of mechanisch verwijderd. Van een donorhoornvlies wordt een gelijkvormig laagje van het hoornvlies afgesneden. Dit wordt met hechtingen vastgezet op uw hoornvlies. Er kan gekozen worden voor verschillende diktes van hoornvliesweefsel. De periode dat de hechtingen moeten blijven zitten is mede afhankelijk van de dikte van het getransplanteerde stukje weefsel. De operatie duurt ongeveer een uur. Na de operatie Omdat gebruik gemaakt wordt van donorweefsel moet u druppels gebruiken om een afstotingsreactie te onderdrukken. U krijgt controles na één dag, één week, drie weken en daarna per drie maanden. Hechtingen kunnen na ongeveer zes maanden worden verwijderd. De kwaliteit van beeld is afhankelijk van de vorm van het hoornvlies na de operatie. De hechtingen kunnen hierop van invloed zijn. Ook als er geen hechtingen meer zijn, kan de vorm onregelmatig zijn. Een nieuw brillenglas of een contactlens moet dan aangemeten worden. Mogelijke complicaties Bij de operatie kan een perforatie ontstaan bij het afsnijden van de oppervlakkige laag van het hoornvlies. Dan kan het nodig zijn toch alle lagen van het hoornvlies te vervangen. Er volgt dan een perforerende corneatransplantatie (zie blz. 7). 15
Hoewel zeldzaam kan ook dit donorweefsel afgestoten worden. U moet komen als uw oog rood of pijnlijk is. Hechtingen kunnen losgaan, dit geeft het gevoel of er een vuiltje in uw oog zit. De losse hechting moet verwijderd worden door de oogarts. Een infectie van het donorweefsel is te zien door een witte verkleuring of vlek op het hoonvlies. Gaat u in dit geval binnen één dag naar de oogarts! Verhoging van de oogboldruk als bijwerking van de corticosteroïde (afstotingsremmende) oogdruppels. Dit wordt bij ieder bezoek aan de polikliniek gecontroleerd omdat dit meestal niet wordt gemerkt. Belangrijk U moet een spoedafspraak vragen wanneer het oog rood of pijnlijk is of het zien plotseling waziger is geworden. De huisarts kan niet goed beoordelen of er sprake is van afstoting of infectie: u moet bij problemen de oogarts bezoeken! Algemeen Iedere operatie heeft risico s: Infectie: bij een operatie kunnen bacteriën in het oog komen die infectie kunnen veroorzaken. Afhankelijk van de ernst en bacteriesoort kunt u uw oog verliezen. Dit komt gelukkig zelden voor. Bloeding: bij operaties waarbij de oogboldruk plotseling laag wordt kan een bloeding in het oog ontstaan. Bij de penetrerende corneatransplantatie kan dit de ernstigste gevolgen hebben (tot verlies van het oog). Gelukkig komt dit zeer zelden voor. Het risico is groter als u bloedverdunners gebruikt. 16
Oogdrukproblemen: door de operatie of de oogdruppels kan de oogdruk uit evenwicht raken en verhogen. Dit is te behandelen met oogdrukverlagende oogdruppels. Netvliesproblemen: vocht in de gele vlek (maculaoedeem) of netvliesloslating. Dit komt zeer zelden voor met kans op slechter zien. Belangrijk Volg trouw het advies op ten aanzien van het druppelen (iedere controle bespreken). U moet een spoed afspraak vragen wanneer het oog rood of pijnlijk is of het zien plotseling waziger is geworden. De huisarts kan niet goed beoordelen of er sprake is van afstoting of infectie: u moet bij problemen de oogarts bezoeken! 17
Ruimte voor uw notities
01-2017-6925 Adres Polikliniek Oogheelkunde Ingang west Philips van Leydenlaan 15, route 400 Nijmegen Contact 024-361 67 00 Buiten kantooruren en in het weekend is de afdeling Oogheelkunde bereikbaar via de SEH: 024-361 41 87 www.radboudumc.nl/oogheelkunde Radboud universitair medisch centrum