Brochure scriptietraject master strafrecht 2015 2016
Woord vooraf Dit jaar gaat u als sluitstuk van uw masteropleiding een scriptie schrijven. Een project waarbij u de door u tijdens uw studie opgedane kennis en verworven vaardigheden combineert om een concrete vraagstelling van wetenschappelijk en maatschappelijk belang te beantwoorden. Het scriptietraject biedt u een ideale mogelijkheid om u meer te verdiepen in een strafrechtelijk deelgebied van uw interesse. Over het schrijven van een scriptie moet niet te lichtzinnig worden gedacht. Het is een proeve van wetenschappelijke bekwaamheid en vergt discipline, planning en doorzettingsvermogen. Het zal hard werken zijn, maar aan het einde heeft u naar verwachting dan ook een tastbaar resultaat waar u trots op kunt zijn en dat u als een visitekaartje kunt gebruiken bij toekomstige sollicitaties. Over het schrijven van een scriptie moet overigens ook niet te zwaar worden gedacht. U heeft de afgelopen jaren een wetenschappelijke opleiding genoten en bent tijdens het onderzoekspracticum strafrecht al voorbereid door te oefenen met het schrijven van wetenschappelijke stukken. Met het scriptietrajact biedt de sectie Strafrecht studenten die bereid zijn zich serieus in te zetten en zich te houden aan de deadlines de mogelijkheid om de scriptie voor het einde van het collegejaar af te ronden. In deze scriptiebrochure treft u de belangrijkste informatie daarover aan. Lees deze brochure dan ook aandachtig door en noteer alle data alvast in uw agenda. Wij wensen u veel succes, maar vooral ook veel plezier bij het schrijven van uw scriptie! Namens de sectie Strafrecht, mr.dr. Jolande uit Beijerse mr.drs. Egge Luining mr. Sanne Salverda (team scriptiecoördinatie master Strafrecht) Januari 2016 1
Algemeen De scriptie beslaat 10 van de 60 ECTS in de master en staat daarmee voor een tijdsinvestering van 280 uur. Een korte facultaire handleiding voor het schrijven van een scriptie ( Minimumeisen scripties ) is te raadplegen via de website: http://www.esl.eur.nl/onderwijs/facultaire_regelingen_en_scriptie_eisen/scripties/ De scriptiebrochure Strafrecht geeft aanvullende informatie met het oog op de te schrijven scriptie bij de sectie Strafrecht. Het volgen van het door de sectie Strafrecht aangeboden scriptietraject is in beginsel de enige mogelijkheid om een scriptie te schrijven bij de sectie Strafrecht. Scriptiecoördinator, scriptiebegeleider en tweede beoordelaar Uw eerste aanspreekpunt is mr.drs. Egge Luining (luining@law.eur.nl). Hij helpt u, in nauw overleg met het scriptiecoördinateam in eerste instantie op weg, bemiddelt bij problemen en zorgt samen met de scriptiebegeleider voor bewaking van de voortgang van de individuele scripties. Hij beoordeelt uw onderwerp-voorstel en draagt er zorg voor dat u, als dat voorstel wordt goedgekeurd, een scriptiebegeleider krijgt toegewezen. De scriptiebegeleider is de vakdocent die u begeleidt bij het daadwerkelijke schrijven van uw scriptie. Uw scriptievoorstel levert u bij hem/haar in en vanaf daar start het individuele begeleidingstraject. De begeleiding van de scriptie vindt in beginsel plaats door één begeleider en geschiedt op basis van individuele afspraken met deze scriptiebegeleider. Als u uw scriptie definitief heeft ingeleverd wijst uw scriptiebegeleider in overleg met de scriptiecoördinator een tweede beoordelaar aan. Nadat deze de scriptie onafhankelijk van de scriptiebegeleider heeft beoordeeld, stellen de scriptiebegeleider en tweede beoordelaar in overleg een eindcijfer vast. Het begeleidingstraject en het tijdspad De doelstelling van het begeleidingstraject is helder: op 24 juni 2016 dient u uw afgeronde scriptie in te leveren. Het traject begint met een plenaire startbijeenkomst op 11 januari 2016 die is gericht op hulp bij het zoeken naar een geschikt onderwerp en het vervolgens indienen van een onderwerp-voorstel op 1 februari 2016. Na goedkeuring van het onderwerp krijgt u een scriptiebegeleider toegewezen. Daarna zijn er op 7 en 9 maart 2016 groepsbijeenkomsten waarin u (op een van beide data) uw scriptievoorstel bespreekt met een kleine groep medestudenten. Vervolgens dient u op 21 maart 2016 uw scriptievoorstel in te dienen bij de scriptiebegeleider en start de individuele begeleiding. Deze is sterk op maat gesneden en bestaat uit besprekingen naar aanleiding van door u ingeleverde en geschreven stukken. Naast inhoudelijke begeleiding houdt uw scriptiebegeleider ook toezicht op het tijdpad en op de door u geboekte progressie, maar uiteindelijk is de voortgang altijd uw eigen verantwoordelijkheid. Tijdens het schrijfproces zijn er op 9 en 11 mei 2016 groepsbijeenkomsten waarin met name de voortgang en mogelijke knelpunten centraal staan. Voor de groepsbijeenkomsten op 7 of 9 maart en 9 of 11 mei geldt een verplichte aanwezigheid. Reserveer deze dus alvast in uw agenda. Behalve de verplichte aanwezigheid bij deze groepsbijeenkomsten gelden tijdens dit traject een aantal verplichte deadlines. Het doel hiervan 2
is om u te helpen om binnen afzienbare tijd een mooie scriptie te schrijven. Ervaring leert dat als er geen harde deadlines zijn, de scriptie te gemakkelijk weken of zelfs maanden blijft liggen. Het scriptietraject komt door deze opzet overeen met een vak met een duidelijke begin- en einddatum. Er is ook een eigen vakchannel Scripties Strafrecht 2015-2016 via SIN-online. Houdt er rekening mee dat u zich uiterlijk 4 januari 2016 voor deelname aan het traject aanmeldt. Hieronder het tijdpad in schema waarin de voor u harde deadlines vetgedrukt zijn: 4 januari 2016 Aanmelding voor het scriptietraject via de channel 11 januari 2016 Plenaire startbijeenkomst: 13-15 uur 1 februari 2016 Onderwerp-voorstel inleveren via de channel 15 februari 2016 Feedback onderwerp-voorstel 22 februari 2016 Inleveren herstelde onderwerp-voorstel Week 9 Bekendmaking scriptiebegeleider 7/9 maart 2016 Groepsbijeenkomst 1 - Scriptievoorstel 21 maart 2016 Scriptievoorstel inleveren bij scriptiebegeleider via My Papers 4 april 2016 Feedback scriptievoorstel 13 april 2016 Inleveren herstelde scriptievoorstel 18 april 2016 Start schrijven scriptie April / mei Scriptieovereenkomst invullen en inleveren bij Studiepunt 9/11 mei 2016 Groepsbijeenkomst 2 Obstakels bij het schrijven zelf voor 10 juni 2016 Invullen examenbriefje bij ESSC 24 juni 2016 Inleveren scriptie via My Papers 8 juli 2016 Bekendmaking onvoldoendes met herstelmogelijkheid tot een 6 Uiterlijk week 28 Inplannen eindgesprek Week 29 Eindgesprek + bekendmaking cijfer Nadere informatie omtrent tijd en plaats van de plenaire bijeenkomsten volgt via de channel. Hieronder een nadere toelichting per onderdeel van het traject. Startbijeenkomst en onderwerp-voorstel (11 januari-1 februari) Tijdens de plenaire startbijeenkomst op 11 januari 2016 zullen de scriptiecoördinatoren het scriptietraject toelichten en stilstaan bij de vraag hoe u een geschikt onderwerp voor uw scriptie kunt vinden. Hoewel deze bijeenkomst niet verplicht is, raden wij u stellig aan wel naar deze bijeenkomst te komen zodat u geen informatie mist. Vanaf dat moment gaat u zich oriënteren op een onderwerp. De keuze van het onderwerp is vrij en onze docenten zijn breed georiënteerd. U kunt dus met uw scriptie aansluiten bij een onderwerp waar u speciale interesse in heeft. Wel moet daarbij de kanttekening worden geplaatst dat het onderwerp vanzelfsprekend aan moet sluiten bij het onderwijs in de master Strafrecht, wetenschappelijk en maatschappelijk relevant en origineel moet zijn, dus niet teveel moet overlappen met reeds verricht onderzoek. Om een geschikt onderwerp te vinden, is raadpleging van de juridische tijdschriften op het terrein waarop uw belangstelling ligt, noodzakelijk. Voor diegenen die geen eigen onderwerp kunnen vinden, zal tijdens de plenaire bijeenkomst op 11 januari een voorzet worden gedaan voor mogelijke onderwerpen. 3
Uiterlijk 1 februari 2016 levert u uw onderwerp-voorstel in bij de scriptiecoördinatoren (uploaden via de channel). In dit voorstel (max. 1,5 A4) legt u het volgende voor: Wat het domein van de scriptie is (leg uit, met voorbeelden als het kan, wat het onderwerp van de scriptie is) Waarom dit volgens u een goed scriptieonderwerp is (originaliteit, actualiteit, relevantie etc.) Wat de vragen zijn die u interessant vindt om te onderzoeken binnen het domein, en waarom die vragen zo interessant zijn Welke literatuur en jurisprudentie u al bestudeerd heeft over het domein (+/-10 bronnen) Na de goedkeuring van uw onderwerp-voorstel zullen de scriptiecoördinatoren u uiterlijk in week 9 een scriptiebegeleider toewijzen en via het secretariaat een My Papers-account aan laten maken. Alle communicatie met de scriptiebegeleider verloopt via My Papers. Uw scriptiebegeleider is vanaf dat moment dan ook uw aanspreekpunt als het gaat om inhoudelijke vragen met betrekking tot uw scriptie. Voor vragen van praktische/organisatorische aard blijven de scriptiecoördinatoren eerste aanspreekpunt. Als uw onderwerp-voorstel niet wordt goedgekeurd, wordt u daar uiterlijk 15 februari door de scriptiecoördinator over geïnformeerd, waarna u nog een week de tijd krijgt om uw voorstel aan te passen. Als het voorstel opnieuw onvoldoende is, stopt het traject. Scriptievoorstel (7 maart -21 maart) Vanaf het moment van goedkeuring van het onderwerp gaat u aan de slag met het uitwerken van een scriptievoorstel. Dit scriptievoorstel omvat in ieder geval: een inleiding met daarin de volgende onderdelen: o aanleiding tot de probleemstelling (wat is het domein, geef voorbeelden van het probleem dat u aan de orde wilt stellen); o begrenzing van het onderwerp; wat wilt u wel en niet behandelen? o De probleemstelling/onderzoeksvraag; de voorlopige inhoudsopgave, met minimaal drie inhoudelijke hoofdstukken en zo mogelijk globaal de onderverdeling naar paragrafen. Per hoofdstuk dient u een nadere toelichting op het geplande onderzoek te geven en aan te geven welke bronnen u van plan bent daarvoor te gebruiken; de voorlopige lijst van in verband met de scriptie te bestuderen literatuur en jurisprudentie; het tijdpad met daarin een schatting van de te besteden tijdsduur per onderdeel of onderzoeksstap. Voordat u uw scriptievoorstel inlevert bij uw scriptiebegeleider, presenteert u uw voorstel op 7 of 9 maart al tijdens de groepsbijeenkomst met uw medestudenten. Tijdens deze presentatie komen aan de orde: uw onderwerp, de onderzoeksvragen, bronnen, mogelijke problemen, indeling en opzet. Daarna gaat u onder leiding van een ervaren scriptiebegeleider met uw medestudenten in discussie waarbij zij u zullen voorzien van feedback. Deze bijeenkomst zal u helpen bij het verder uitwerken van uw scriptievoorstel. Op uiterlijk 21 maart 2016 dient u uw scriptievoorstel, via My Papers, in bij uw scriptiebegeleider. 4
Tip Leest u zich voor dit voorstel echt al grondig in. Lees de literatuur en jurisprudentie en maak aantekeningen van literatuur die u wilt gebruiken. Hoe grondiger u zich in dit stadium inleest, hoe meer houvast het scriptievoorstel geeft bij het daadwerkelijke schrijven daarvan. Het schrijven van de scriptie (21 maart-24 juni) Het echte schrijfwerk start na de bespreking van het scriptievoorstel met de scriptiebegeleider en is gepland in het vijfde blok van de master dat 18 april van start gaat. Als alles volgens plan verloopt, heeft uw scriptiebegeleider uw scriptievoorstel goedgekeurd en kunt u gaan beginnen met het schrijven van de hoofdstukken. U heeft hier dan tot de inleverdatum van 24 juni nog 10 weken de tijd voor. Dit lijkt kort maar is goed haalbaar. Het spreekwoord een goede voorbereiding is het halve werk gaat hier zeker op. Als u met aandacht een scriptievoorstel hebt geschreven, dan bent u al een heel eind op weg. Om uw onderwerp-voorstel en uw scriptievoorstel te schrijven heeft u zich al helemaal in uw onderwerp ingelezen. U weet als het goed is al voor een groot deel wat u in welke hoofdstukken wilt gaan schrijven. Nu moet u dat alleen nog echt gaan doen. En dat kan prima binnen 10 weken. De belangrijkste drempel die u over moet is om daadwerkelijk te gaan schrijven. U heeft vanaf nu ook afspraken met uw scriptiebegeleider om de door u geschreven stukken te bespreken. De eerste bespreking betreft het scriptievoorstel. Afspraken vinden in beginsel alleen plaats op basis van schriftelijk werk van de student. In overeenstemming met uw begeleider maakt u afspraken over de momenten waarop u stukken aanlevert. Na de bespreking van de opzet gaat het om besprekingen van 1 of 2 hoofdstukken. Kant en klare scripties worden niet geaccepteerd. De scriptiebegeleider zal elk ingeleverd hoofdstuk een keer kritisch lezen en van commentaar voorzien. Tenzij u deeltijdmasterstudent bent, gaan wij ervan uit dat u voltijds studeert. Dat betekent dat wij bij het plannen van afspraken dan ook maar zeer beperkt rekening kunnen houden met bijbanen en nevenwerkzaamheden. Indien u een of meer van de afspraken en/of gestelde deadlines niet haalt, kan de scriptiebegeleider na overleg met de scriptiecoördinatoren besluiten uw scriptietraject stop te zetten. De scriptiebegeleider is het belangrijkste aanspreekpunt voor uw scriptie. Ook als u op problemen stuit, dient u hem/haar hiervan op de hoogte te stellen. Hij/zij kan dan met u meedenken en mogelijke oplossingen aanreiken. De communicatie met de scriptiebegeleider verloopt via My Papers. Hier kunt u ook de te bespreken hoofdstukken uploaden. Vergeet niet voor het inleveren van uw hoofdstuk de volgende checklist na te lopen om te kijken of uw hoofdstuk hieraan voldoet. Het hoofdstuk: is volledig en geen half werk; sluit aan bij het lezerspubliek van afgestudeerde juristen; is voorzien van paginanummering; is voorzien van een hoofdstuknummer en paragraafnummer; bevat duidelijke alinea s (bv. door inspringen); is uitgelijnd; bevat geen spelfouten; is gecontroleerd op juist gebruik van leestekens; bevat een correct notenapparaat (opgesteld conform de Leidraad voor juridische auteurs 2015 ). 5
De scriptie dient vanzelfsprekend door de student zelf vervaardigd te zijn, met behulp van een moderne tekstverwerker. Scripties van 10 ects moeten minimaal 12.000 woorden omvatten. Dat is een minimumeis. Een scriptie omvat in de praktijk zo n 40-50 pagina s die als volgt zijn verdeeld: hoofdstuk 1. Inleiding ca. 3 pagina s, drie inhoudelijke hoofdstukken van elk 12 pagina s en hoofdstuk 5. Besluit ca. 5 pagina s. Hierbij is uitgegaan van een gebruik van lettertype Times New Roman, lettergrootte 12 en regelafstand 1,5. Veel studenten maken zich druk om de vraag of ze dit aantal pagina s wel gaan halen. Al schrijvende komen studenten er echter vaak achter dat het tegenoverstelde geldt: het blijkt vaak lastiger om niet te veel boven dit aantal pagina s uit te komen. Belangrijker dan het precieze aantal woorden is dat uw scriptie waardevolle inzichten toevoegt, prikkelende vragen stelt en verrassende antwoorden geeft. Tijdens deze periode zijn er groepsbijeenkomsten op 9 en 11 mei 2016 waar u (op een van beide data) met uw medestudenten de voortgang bespreekt en elkaar helpt bij de aanpak van mogelijke obstakels bij het doen van onderzoek en het schrijven van de scriptie. Voorwaarden en voorkennisvereisten voor deelname Om aan het scriptietraject 2015-2016 deel te nemen dient u aan de volgende voorkennisvereisten te voldoen: 1. op het moment van inleveren van uw onderwerp-voorstel bij de scriptiecoördinator (1 februari 2016) dient u het Onderzoekspracticum Strafrecht met een voldoende te hebben afgerond; en 2. op het moment van inleveren van uw scriptievoorstel bij uw scriptiebegeleider (21 maart 2016) heeft u minimaal 25 ECTS behaald, waaronder het onder 1 genoemde vak Onderzoekspracticum Strafrecht. Daarnaast is er nog een aantal afspraken waar u zich aan moet houden als u in het scriptietraject instapt. De meest in het oog springende eis is dat u gehouden wordt om binnen het tijdpad de scriptie in te leveren, uitzonderingsgevallen daargelaten. Dit houdt in dat de definitieve scriptie uiterlijk op 24 juni 2016 wordt ingeleverd via My Papers. Alle voorwaarden op een rijtje: 1. U heeft minimaal 25 ECTS behaald binnen uw master waaronder het Onderzoekspracticum Strafrecht. 2. U heeft zich tijdig voor het scriptietraject aangemeld (uiterlijk 16 december). 3. Aanmelden schept verplichtingen: a. Verplichte aanwezigheid bij de groepsbijeenkomsten op 7/9 maart en 9/11 mei; b. Indiening onderwerp-voorstel bij scriptiecoördinator op 1 februari; c. Indiening scriptievoorstel bij scriptiebegeleider op 21 maart: en d. Inleveren definitieve versie scriptie via My Papers op 24 juni. Niet aanwezig zijn bij de verplichte bijeenkomsten dan wel het niet halen van de gestelde deadlines betekent uitsluiting van het scriptietraject. Ook als tijdens het schrijfproces blijkt dat dat u zonder goede redenen onvoldoende voortgang boekt om de scriptie binnen het tijdpad af te ronden, dan kunnen de scriptiecoördinatoren u in overleg met uw scriptiebegeleider uitsluiten van verdere deelname aan het scriptietraject. 6
Scriptieovereenkomst en authenticiteitsverklaring Tijdens de eerste bespreking met uw scriptiebegeleider vult u de scriptieovereenkomst en authenticiteitsverklaring in. U verklaart hiermee geen plagiaat te zullen plegen. Dit document kunt u downloaden via de facultaire onderwijssite: http://www.esl.eur.nl/onderwijs/facultaire_regelingen_en_scriptie_eisen/scripties/ Deze overeenkomst levert u in bij het Studiepunt in het M-gebouw (M6-06). De Erasmus Universiteit Rotterdam hanteert een streng fraudebeleid. Wie plagieert of anderszins fraudeert, overtreedt de regels van de universiteit en in sommige gevallen ook de wet. Fraudegevallen die aan het licht komen, worden altijd gemeld bij de examencommissie en zullen bestraft worden. Bij het opleggen van de sanctie zal geen rekening gehouden worden met eventuele studievertraging voor de student. U wordt aangeraden de informatie over fraude en plagiaat goed door te nemen om misverstanden te voorkomen. Deze informatie treft u aan op de facultaire website: http://www.esl.eur.nl/onderwijs/facultaire_regelingen_en_scriptie_eisen/scripties/ Voor de volledigheid helpen we op deze plaats enkele veelvoorkomende misverstanden de wereld uit: Zinnen van andere auteurs of gerechtelijke instanties mag u alleen met aanhalingstekens en bronvermelding opnemen. Als u dat doet, is er sprake van een citaat. Zo niet, dan is er sprake van plagiaat. Het sterk leunen op zinnen van andere auteurs door deze met een enkele wijziging of verandering van zinsconstructie op te nemen, beschouwen wij als plagiaat. Als u een bron aanhaalt, verklaart u daarmee dat u deze bron zelf bestudeerd heeft. Verwijzingen die u uit een secundaire bron aanhaalt, zijn niet toegestaan tenzij u de herkomst expliciet vermeldt. ( Auteur X, zoals aangehaald door auteur U, p. 123 verklaart ). NB 1 Zodra u een (hoofd)stuk inlevert bij uw scriptiebegeleider garandeert u dat het ingeleverde werk uw eigen werk is. De scriptiebegeleider kan dit ook controleren bij hoofdstukken die via My Papers worden ingeleverd. NB 2 U garandeert ook dat u geen autoplagiaat pleegt. Als wij er tijdens of na de begeleiding achter komen dat u de scriptie al eerder als paper in het onderwijs heeft ingebracht of dat de scriptie is gebaseerd op een dergelijk eerder stuk zonder dat dit met de scriptiebegeleider besproken is, dan staken wij de begeleiding en moet u opnieuw een (ander) onderwerp en probleemstelling kiezen. Dit geldt ongeacht hoe ver de scriptie gevorderd is. Tentamenbriefje, inleveren en beoordeling Voor 10 juni dient u een aanvraag in voor de beoordeling van de scriptie door het invullen van een tentamenbriefje bij het ESSC. Bij Vakcode vult u RS21 in. Dit tentamenbriefje wordt vervolgens door het ESSC naar uw scriptiebegeleider gestuurd die er tijdens het eindgesprek uw eindcijfer op invult. Zonder dit briefje kunt u uw scriptie niet afronden en kunt u uw bul niet aanvragen. Uw uiteindelijke scriptie dient zowel op papier als digitaal te worden ingeleverd. De digitale versie dient u op uiterlijk 24 juni 2016 23.59 uur te uploaden via My Papers op SIN-online. 7
Het cijfer wordt vastgesteld op basis van de op 24 juni ingeleverde versie. De tweede lezer heeft twee weken de tijd om de scriptie te lezen. De scriptiebegeleider en tweede lezer beoordelen de scriptie aan de hand van de volgende criteria: Logische opbouw en consistentie Het scriptieonderzoek is erop gericht een of meer adequate antwoorden te verschaffen op de in de probleemstelling onder woorden gebrachte vraag/vragen. De scriptie moet zo zijn opgebouwd dat de antwoorden op de gestelde vraag/vragen logisch voortvloeien uit het onderzoek. De argumentatiestructuur van het betoog moet helder zijn. (Welke standpunten worden ingenomen? Welke argumenten worden daarvoor gegeven? Hoe hangen die argumenten precies samen?) Toegevoegde waarde (orginaliteit) Relevantie voor het vakgebied (wetenschap). Relevantie voor de praktijk. De mate van eigen bijdrage of analyse. Formulering en taalgebruik Zo nodig kan erop worden gewezen dat het taalgebruik onder de maat is en dat de scriptie in de desbetreffende toestand niet goedgekeurd zal worden of een aanmerkelijk lager cijfer zal behalen in vergelijking met een foutloze scriptie. De formuleringen dienen grammaticaal correct en stilistisch aanvaardbaar te zijn. Cruciale begrippen dienen duidelijk en voor een uitleg vatbaar te worden omschreven en steeds in die betekenis te worden gehanteerd. Compositie De scriptie dient een Inleiding te bevatten. De Inleiding bestaat uit een aanleiding, een probleemstelling en een beschrijving van de opzet van het onderzoek. De scriptie dient een verantwoording van de onderzoeksmethode(n) te bevatten (historisch, rechtsvergelijkend, multidisciplinair enz.). De scriptie bevat een Conclusie. In de conclusie geeft u antwoord op de door u gestelde vraag/vragen. U bespreekt hierin geen nieuwe informatie. U doet aanbevelingen. Het tussenstuk dient onderverdeeld te zijn in hoofdstukken, paragrafen en alinea s. Van subparagrafen dient zo min mogelijk gebruik gemaakt te worden. Bij de indeling in hoofdstukken, paragrafen en alinea s dient te worden uitgegaan van logische indelingscriteria. Elk hoofdstuk begint met een inleidende paragraaf en eindigt met een concluderende paragraaf. Zowel de scriptie als geheel als de delen ervan krijgen een titel die de inhoud dekt. Bronvermelding, voetnoten en bibliografie In de scriptie worden de gebruikte bronnen steeds zo volledig en nauwkeurig mogelijk weergegeven, inclusief de precieze vindplaatsen van citaten of ontleningen conform de 8
Leidraad voor juridische auteurs. Daarbij wordt de bron na een eerste volledige vermelding in de volgende voetnoten verkort weergegeven. De lezer van de scriptie moet steeds gemakkelijk kunnen onderscheiden of bevindingen uit de geraadpleegde literatuur dan wel eigen uitgangspunten en opvattingen worden gepresenteerd (zie ook de regels over fraude). De tweede lezer beoordeelt de scriptie onafhankelijk van de scriptiebegeleider. Daarna stelt de scriptiebegeleider, zijn eigen beoordeling en de beoordeling van de tweede lezer in aanmerking genomen, in overleg met de tweede lezer het cijfer vast. Indien deze op tijd ingeleverde versie van voldoende kwaliteit is, dan zal een eindgesprek worden gepland waar het cijfer bekend gemaakt zal worden. Bij uw eindgesprek dient u drie ingebonden exemplaren van uw scriptie mee te nemen. Een exemplaar is bestemd voor uw scriptiebegeleider, een voor de tweede lezer en een voor de examencommissie. Dit laatste exemplaar dient te worden ondertekend door zowel uw scriptiebegeleider als uw tweede beoordelaar. Nadat u uw scriptie met een voldoende is beoordeeld en u uw eindcijfer hebt ontvangen tijdens het eindgesprek, levert u bij het Studiepunt de door uw scriptiebegeleider en tweede lezer ondertekende scriptie in, tezamen met uw ondertekende authenticiteitsverklaring en scriptieovereenkomst (voor het geval dat deze nog niet eerder zijn ingeleverd). Een ontvangstverklaring van de scriptie wordt door de medewerkers van het Studiepunt aan de examenadministratie verzonden, maar niet nadat men heeft gecontroleerd of uw scriptie is geupload op het daarvoor bestemde channel. Uw tentamenbriefje wordt door uw begeleider aan de examenadministratie verzonden. Checklist voor het inleveren van de scriptie: Voor 10 juni invullen tentamenbriefje bij ESSC Uploaden scriptie via My Papers, alsook op channel Scriptie uploads Drie ingebonden exemplaren tijdens het eindgesprek meenemen. Daarvan een laten tekenen door zowel scriptiebegeleider als tweede lezer. Indien op 24 juni een definitieve versie wordt ingeleverd die van onvoldoende kwaliteit blijkt te zijn zal uw begeleider u dit binnen twee weken bekend maken. Na de bekendmaking heeft u twee weken de tijd om de gebreken te herstellen en toe te werken naar het dan nog maximaal haalbare eindcijfer 6. Indien ook deze tweede versie onvoldoende blijkt te zijn, eindigt het scriptietraject met een onvoldoende. Speciale trajecten voor excellente studenten Voor de student die voor het vak Onderzoekspracticum Strafrecht in blok 1 een (onafgerond) 8 of hoger heeft behaald, biedt de sectie Strafrecht een speciaal traject aan met betrekking tot de scriptie. Dit is geen verplichting, enkel een mogelijkheid en speciale kans voor deze student om iets extra s, iets bijzonders van zijn/haar scriptie te maken. U moet hierbij denken aan een bijdrage aan een lopend onderzoek van een van de docenten of het (mee)schrijven aan een wetenschappelijk artikel. Deze studenten zullen in de loop van het jaar worden benaderd en naar gelang het animo zal er worden gekeken naar de beschikbare plekken binnen de lopende onderzoeken. 9
Scriptieprijzen Er bestaan verschillende scriptieprijzen waarvoor scripties kunnen worden aangemeld. Informatie daarover is te vinden via de website van de ESL: http://www.esl.eur.nl/onderzoek/grants_funding/thesis_prizes_in_dutch/ Alternatief traject Hoewel het de bedoeling is van zowel de faculteit als de sectie Strafrecht dat iedere student bovenstaand scriptietraject doorloopt, is het indien u vanwege gegronde redenen niet kunt deelnemen aan het reguliere traject bij uitzondering mogelijk op een ander moment te starten met het schrijven van uw scriptie. De sectie Strafrecht biedt u daarvoor één mogelijkheid met dien verstande dat de intensiteit van de begeleiding minder is dan bij het reguliere scriptietraject en onder voorbehoud van beschikbare capaciteit van begeleiders. Uiteraard gelden voor het alternatieve traject dezelfde voorkennisvereisten en voorwaarden als voor het reguliere traject. Indien u gegronde redenen heeft om gebruik te maken van het alternatieve traject, dient u deze voor te leggen aan het team scriptiecoördinatie die daarop toestemming geeft om daaraan deel te nemen. Vervolgens dient u een reeds uitgebreid voorstel in te leveren tussen 1 september en 15 november 2016. Indien uw uitgebreid voorstel wordt goedgekeurd, krijgt u uiterlijk 1 december 2016 een begeleider toegewezen. Op het moment van toewijzen van een begeleider vangt de schrijftermijn van maximaal drie maanden aan. 10