Het erf Coudijs De boerderij Coudijs lag ten zuidwesten van het dorp Scherpenzeel. Hij behoort tot het zogenaamde Oude Gerecht van Woudenberg. In de loop der eeuwen wordt de boerderij verkaveld. In 1960 komt dit gebied door een grenscorrectie bij het dorp Scherpenzeel. Er zijn twee families bekend die zich naar deze boerderij hebben genoemd. Inmiddels schrijft iedereen de naam met een K: Koudijs. Koudijs (1) I Willem Rutgersz, tr. (1) voor 1609 Egbertje Jacobs, tr. (2) voor 1616 Mayken Jan Tijmensdr. Mayken Jan Tijmensdr, tr. (2) voor 1632 Willem Roelofsz Willem Rutgersz en Ebbertgen Jacobsdr zijn vrouw, wonende Woudenberg, octrooi om te testeren 05-09-1609. In 1613 wordt Willem Rutgerss tot Broeck voor een jaar beleend met de tiend van Bruinhorst (Wageningen, Tienden St. Pieter, blz. 87). In 1614 is Willem Rutgerss tot Broeck borg bij de belening van de tiend van het 1 e blok van t Broek (Wageningen, Tienden St. Pieter, blz. 72). In 1616 wordt Willem Rutgersz beleend na dode van zijn schoonvader Jan Tijmansz met ¼ deel met huis en hofstede van Klein Lambalgen (Leenhof 236, fol. 17; 1616. Bel. Holevoet nr. 36). In 1617 staan Willem Rutgersz in t Broeck en Tijman Jansz borg voor Roelof Willemsz bij de jaarlijkse verpachting van de tiend van Romselaar door St. Pieter te Utrecht (Wageningen, Tienden St. Pieter, blz. 36) Willem Roeloffsz en Maijtgen Jan Thijmansdr zijn vrouw, wonende Woudenberg, octrooi om te testeren 09-06-1632. In 1633 erft Mayken Jan Tijmensdr de boerderij Wingelaar of De Beek onder Renswoude van haar broer Saar Jansz, die op het Broek onder Woudenberg woonde (AT002b010; 26-07-1633). In 1642 voert Aelbert Thonisz Glashorst proces tegen Maeijtgen Jans x Willem Roeloffsz (Recht. Arch. Scherpenzeel 2, fol. 131vo,132vo; 14-02-1642, fol. 133,134vo; 07-03-1642). In 1649 worden Willem Roelofsz x Maeijtgen Jan Thijmansdr beleend met twee kampen, groot ca. 1 ½ morgen in Klein Lambalgen door opdracht van de familie Holtappel (Huis Amerongen 1180, f. 30; 10-06-1649; Bel. Holevoet 41a). In 1650 worden Willem Roelofsz x Maeijtgen Jan Thijmansdr beleend met ¼ deel van huis en hofstede Klein Lambalgen na ov. van vader Jan Thijmansz (Huis Amerongen 1180, fol. 7vo; 08-01-1650. Bel. Holevoet 37). Uit het huw. van Willem Rutgersz en Mayken Jan Tijmensdr: 1. Jacob Willemsz van Coudijs, volgt II Uit het huw. van Willem Roelofsz en Mayken Jan Tijmensdr: 2. Jacobje Willems, ov. Scherpenzeel 27-02-1687, won. Leusbroek, ov. voor 1687, otr. Leusden (gerecht) 11-02-1665 Jochem Jansz van Garderen, won. Doorn, ov. Scherpenzeel 24-08-1682, zn. van Jan Thonissen van Garderen (in 1660 oud-schepen van Doorn) In 1670 machtigen Joachem Jansz van Garderen x Jacobjen Willems, won. Doorn met toestemming van Thonis Jansz van Garderen, wonende buiten de Catharynen, Jan Gerritsz Spruyt en zyn echtgenote Maychien Jans van Garderen, wonende buiten de Weerd op Craenhoffsteede, Jacob Peters van Leersom en zyn echtgenote Jannichjen Jans van Garderen, wonende buiten de wittevrouwen, allen kinderen en erfgenamen van Jan Thonissen van Garderen om voor gerecht van Driebergen plecht van f 800-0-0 te vestigen op 4 morgen wei- en bouwland te Driebergen (HUA; Not. UT056a007, nr. 43; 09-04-1670). In 1674 worden Jacobje Willems en Jochem Jansz van Garderen beleend met ¼ deel van Klein Lambalgen, ook wel 4 morgen in het erf Coudijs volgens magescheid met haar twee broers van 27-03- 1674 (Huis Amerongen 1182, f. 15vo; 1674. Bel. Holevoet nr. 37).
Jochem Jansz van Garderen zal vestigen tbv Jan Stevensz op sekere huijsinge met vier mergen lants daer aen behorende gelegen onder de gerechte van Woudenberg sijnde tins goet aenden huijse van Amerongen de somme van 300 gl. (Dorpsgerecht Amerongen 149; 12-02-1676). Lidm. Scherpenzeel 20-04-1679: Jochem Jansen van Garderen en Jacobje Willems, won. aan de Haer, beiden met attestatie van Doorn. In 1682 verkopen Jacobje Willems, wed. Jochem Jansz van Garderen 4 morgen in het erf Coudijs (Huis Amerongen 1183; 14-12-1682; Bel. Holevoet nr. 37). In 1687 is Albert Willemsz van Wingelaar eigenaar van Wingelaar onder Renswoude Hij vordert 12 gl. pacht uit de boedel van zijn ov. zuster Jacobje Willemsen, wed. Jochum Jansz (Not. Boumeister te Veenendaal; V002a001; 23-03-1687). 3. Johan Wingelaar, schout van Zeist, tr. Vuursche 11-10-1668 (otr. Utrecht) Catharina Palme, jd. van Maastricht. Zij hertrouwt Zeist 19-11-1682 Christiaan van Schrevinck, jm. van Ingen W.H.M. Nieuwenhuis; De families (van) Wingelaar. Scarpenzele jg. II (1994) nr. 2; blz. 40. 1. Maria Elizabet Wingelaar, ged. Zeist 03-10-1669 2. Johanna Wingelaar 3. Phasina/Sophia Wingelaar In 1698 verkopen Johanna en Sophia Wingelaar twee kampen land in Klein Lambalgen die zij van hun grootouders Willem Roelofsz en Maeijtgen Jan Thijmansdr hadden geërfd (Huis Amerongen 1185, f. 23vo; 24-02-1698. Beleningen Holevoet nr. 41a). Andere kinderen zijn ws. jong gestorven. 4. Albert Willemsz van Wingelaar, geb. Woudenberg ca. 1634, begr. Amsterdam 20-09-1699, otr. Amsterdam 25-04-1665 Maria Willems Buys, jd. van Amsterdam W.H.M. Nieuwenhuis; De families (van) Wingelaar. Scarpenzele jg. II (1994) nr. 2; blz. 40. Albert Willemsz wordt poorter van Amsterdam op 05-10-1666. Hij is huistimmerman. In 1687 is hij eigenaar van Wingelaar onder Renswoude Hij vordert 12 gl. pacht uit de boedel van zijn ov. zuster Jacobje Willemsen, wed. Jochum Jansz (Not. Boumeister te Veenendaal; V002a001; 23-03- 1687). Aelbert Willemsz van Wingelaer, wonende te Amsterdam, machtigt Hendrick van Velthuijsen, schout van Renswoude, om uit de boedel van de overleden Jacobje Willems, weduwe van Jochum Jansz te Renswoude, 55 gulden te halen van verschuldigde huur over het jaar 1687 van hofstede de Wingelaer, gelegen in Renswoude en 36 gulden over 1686. (Not. Boumeister te Veenendaal; V002a001; 23-03- 1687). 1. Maria van Wingelaar, geb. ca. 1666 2. Wilhelmina van Wingelaar, ged. Amsterdam (Oud-Kath. St. Nicolaas) 28-03-1669 II Jacob Willemsz van Coudijs, timmerman, ov. 12-09-1681, tr. Grietje Jansz, ov. 02-08-1673 In 1648 kopen Jacob Willemsz en Grietgen Jans 1 ½ morgen land in Coudijs van Fransgen Cornelis Morrendr, wed. Jan Albertsz Holtappel (Huis Amerongen 1180, fol. 4; 1649. Bel. Holevoet nr. 34). In 1650 wordt Jacob Willemsz en Grietgen Jans als oudste zoon beleend na dode van Willem Rutgers met ¼ deel met huis en hofstede van Klein Lambalgen (Huis Amerongen 1180, fol. 8; 1650. Bel. Holevoet nr. 36). In 1681 wordt dit geërfd door zijn kleinkinderen Albert en Willem Ebbertsz (Huis Amerongen 1182, fol. 28; 1681. Bel. Holevoet nr. 36). In 1654 wordt Jacob Willemsz beleend na opdracht door Rijk Gerritsz met een huis en hofstede aan de Holevoet (Huis Amerongen 1181, fol. 25; 1654. Bel. Holevoet nr. 23). Lidm. Scherpenzeel 11-04-1658: Jacob Willemsen en Grietien Jans. In 1663 schenkt Gijsbert, zoon van Jacob Willemsen van Coudijs f 4-0 voor een kroonluchter voor de kerk (Archief Grote Kerk 1; 22-01-1663). In 1665 wordt Jacob Willemsz, timmerman genoemd als schepen van Woudenberg (Recht. Arch. Scherpenzeel 3; 17-07-1665). In 1670 koopt Jacob Willem Rutgerss uit de desolate boedel van Gerritgje Hessels 1 ½ morgen land in Coudijs (Huis Amerongen 1182, fol. 5; 1670. Bel. Holevoet nr. 35). Lidm. reg. Scherpenzeel 1673: Jacob Willemsen, timmerman en Grietje Jansen.
1. Willem Jacobsz, timmerman, volgt IIIa 2. Ebbert Jacobsz van Coudijs, volgt IIIb 3. Gijsbert Jacopsen van Coudijs, volgt IIIc 4. Jantje Jacobs van Coudijs, ov. 03-12-1698, tr. voor 1658 Sander Arrisz op de Pol, ov. ca. 1713 IIIa Willem Jacobsz, timmerman, ov. 07-02-1684, tr. Aertje Cornelis, dr. van Cornelis Jansz (van t Voort) Lidm. Scherpenzeel 11-04-1658: Willem Jacopsen. Lidm. Scherpenzeel 11-07-1658: Aertien Cornelissen, huisvrouw Willem Jacopsen. In 1669 wordt Willem Jacobsz beleend na dode van zijn schoonvader Cornelis Jansz, met de haverkamp naast de Bree in t Voort (Leenhof 108, fol. 257; 1669. Bel. Holevoet nr. 8). In 1669 wordt Willem Jacobsz beleend na dode van zijn schoonvader Cornelis Jansz met kampen land van t Voort (Leenhof 108, blz. 258; 1669. Bel. Holevoet nr. 9). Lidm. reg. Scherpenzeel 1673: Willem Jacobsen, timmerman en Aertje Cornelissen. In 1674 worden Willem en Gijsbert Jacobsz benoemd tot mombers van de drie onmondige kinderen van zal. Egbert Jacobsz, op Groot Oordel (Recht. Arch. Scherpenzeel 3;18-10-1674). In 1679 laat Willem Jacobsz zijn testament maken, waarbij de kinderen worden genoemd. Enige universele erfgenamen: Cornelis, Frans, Rutger, Jan, Henrick en Jacob Willemsz, hun zonen, en Marry, Maetgen en Grietge Willems, hun dochters, (AT015a003, fol. 10; 19-12-1679). In 1681 erft Willem Jacobsz, oudste zoon, volgens loting de 1 ½ morgen in Coudijs van zijn vader (Huis Amerongen 1182, fol. 29; 1681. Bel. Holevoet nr. 34). 1. Gijsbert Willemsz Coudijs, ged. Scherpenzeel 17-01-1647, jong ov. 2. Jannitgen Willemsz Coudijs, ged. Scherpenzeel 28-03-1652, tr. Scherpenzeel (att. van Barneveld) 02-04-1676 Evert Jansen van Domseler, van Barneveld, zn. van Jan Sandersz van Domseler 3. Marie Willems Coudijs, ged. Scherpenzeel..-12-1657, tr. Scherpenzeel 09-08-1685 Mor Gerritsz van t Voort Lidm. Scherpenzeel 08-04-1683: Marijtje Willemsen van Coudijs, jd. In 1720 wordt Morre Gerritsz van t Voort beleend na dode van Willem Jacobsz met de haverkamp naast de Bree in t Voort (Leenhof 114, fol. 163; 1720. Bel. Holevoet nr. 9). 4. Maeijtje Willemsen van Coudijs, ov. 1715, tr. Scherpenzeel 15-11-1696 Cornelis Arisen van t Willer, ov. voor 1715, dr. van Aris Aelbertsen van t Willaer en Jantje Aelbertsen van Glashorst Lidm. Scherpenzeel 04-04-1686: Maeijtje Willemsen van Coudijs, jd. Lidm. Scherpenzeel: Maeijtje Willemsen van Coudijs, huisvrouw Cornelis Aelbertsen (=Arisen) van t Willer, met attestatie van Amsterdam 25-12-1696. Lidm. Scherpenzeel 23-05-1697: Cornelis Arisen van t Willer. Lidm. reg. Scherpenzeel 1715: Maeijtje Willemsen van Coudijs, weduwe, ov. 1715. 5. Cornelis Willemsen van Coudijs, ged. Scherpenzeel 11-12-1659, ov. na 1728, tr. Scherpenzeel 25-03-1688 Marrijtje Hendricksen van Geijtenbeeck, dr. van Hendrick Fredericksen van Geijtenbeek In 1663 schenkt Cornelis, zoon van Willem Jacopsen van Coudijs f 3-0 voor een kroonluchter voor de kerk (Archief Grote Kerk 1; 22-01-1663). Lidm. Scherpenzeel 25-12-1685: Cornelis Willemsen van Coudijs. In 1699 wordt Cornelis Willemsz beleend met De Schreijheuvel met twee morgen land (Leenhof 111, fol. 442; 1699. Bel. Holevoet nr. 17). In 1703 wordt Cornelis Willemsz van Koudijs en zijn zwager Frederik Hendriksz van Geitenbeek beleend na dode van hun (schoon)vader Hendrik Frederiksz van Geitenbeek met het erf Geijtenbeek met 15 morgen (Huis Amerongen 1185, fol. 41; 1704. Bel. Holevoet nr. 29). In 1709 wordt Cornelis Willemsz van Koudijs en zijn zwager Frederik Hendriksz van Geitenbeek beleend na dode van hun tante Evertje Frederiks van Geitenbeek met een deel van het erf Geijtenbeek genaamd Knaepstraet (Huis Amerongen 1185, fol. 64; 1709. Bel. Holevoet nr. 29a). Lidm. reg. Scherpenzeel 1715: Cornelis Willemsen van Coudijs.
In 1724 erft Cornelis Willemsz, oudste zoon na dode van zijn vader 1 ½ morgen in Coudijs (Huis Amerongen 1186, fol. 17vo; 11-09-1724. Bel. Holevoet nr. 34). Testament van Cornelis Willemsen van Coudijs en zijn vrouw Maria Hendriks van Geijtenbeek, won. aan de Holevoet bij Scherpenzeel, onder Woudenberg. Hun oudste zoon Willem Cornelisz van Coudijs wordt geprelegateerd met een huis met annexe schuur en timmermanswinkel, hof en hofstede en twee kampjes land aan de Holevoet onder Woudenberg, door de testateurs bewoond, tegen betaling van 600 gulden aan de boedel. Hij mag 400 gulden aan zichzelf houden die zij hem nog moeten betalen. Octrooi Utrecht d.d. 25-07-1716. Vorig testament d.d. 30-05-1719 voor. not. A. van Geijtenbeek wordt bevestigd. Gedaan aan de Holevoet. Getuigen: Gerrit Rust en Aart Louwen. (Notarieel Woudenberg 2461, fol. 143, 143vo; 16-11-1728). Fredrik van Geijtenbeek en Maria van Geijtenbeek, wed. Cornelis Willemsen Coudijs, beiden won. op Geijtenbeek, verhuren aan Jan Janssen van Doorn een huis, hof en hofstede, berg, schuur en land, genaamd Geijtenbeek onder Woudenberg. Voor zes jaar, van 1736-1742. Voor 70 gulden per jaar. Getuigen: Jacob Blotenburgh en Thijmen Errisen. (Notarieel Woudenberg 2461, fol. 375-376vo; 29-01- 1736). Testament van Cornelis Willemsen van Coudijs en zijn vrouw Maria Hendriks van Geijtenbeek, won. aan de Holevoet onder Woudenberg. Zij lijftochten elkaar behoudens een huis met annexe schuur en timmermanswinkel, hof en hofstede, door hen bewoond en twee kampen land aan de Holevoet, die aan hun zoon is geprelegateerd tegen betaling van 600 gulden aan de boedel. Erfgenamen: Willem, Ruth en Cunera Cornelis Coudijs, Neeltje, de dochter van hun overleden dochter Jannitje Cornelis Coudijs uit haar huwelijk met Theunis van Immeren, ieder voor 1/4 deel. Octrooi Utrecht d.d. 25-07-1716. De testamenten van d.d. 30-05-1719 en d.d. 16-11-1728, beiden voor not. A. van Geijtenbeek, worden teniet gedaan. Getuigen: Geurt Smees, smid en Peter Jansz Steenhoff, beiden won. Woudenberg. (Notarieel Woudenberg 2461, fol. 257-259vo; 07-05-1738). 1. Willem Cornelissen Coudijs, ged. Scherpenzeel 17-02-1689, timmermansbaas, ov. ca. 1760, ongehuwd Testament van Cornelis Willemsen van Coudijs en zijn vrouw Maria Hendriks van Geijtenbeek, won. aan de Holevoet bij Scherpenzeel, onder Woudenberg. Hun oudste zoon Willem Cornelisz van Coudijs wordt geprelegateerd met een huis met annexe schuur en timmermanswinkel, hof en hofstede en twee kampjes land aan de Holevoet onder Woudenberg, door de testateurs bewoond, tegen betaling van 600 gulden aan de boedel. Hij mag 400 gulden aan zichzelf houden die zij hem nog moeten betalen. Octrooi Utrecht d.d. 25-07-1716. Vorig testament d.d. 30-05-1719 voor. not. A. van Geijtenbeek wordt bevestigd. Gedaan aan de Holevoet. Getuigen: Gerrit Rust en Aart Louwen. (Notarieel Woudenberg 2461, fol. 143, 143vo; 16-11-1728). Willem Cornelisz van Coudijs erft in 1738 na dode van zijn vader 1 ½ morgen in Coudijs (Huis Amerongen 1186, fol. 115; 11-11-1738. Bel. Holevoet nr. 34). Hij verkoopt het in 1769 aan Cornelis van Santen. In 1737 wordt Willem Cornelisz van Coutijs beleend na dode van zijn vader Cornelis Willemsz met De Schreijheuvel met twee morgen land (Leenhof 116, fol. 341; 1737. Bel. Holevoet nr. 17). Inwoners Holevoet 1749, nr. 160: Willem Coudijs, jongman, bestaan en hanteering timmermansbaas, 2 knegts, 1 meijdt, 25 2/3 m eijgen land met plag en heijvelt daarvan gebruijkt 5 2/3 m. In 1758 laat Willem Cornelisz van Coudijs zijn testament maken (Recht. Arch. Woudenberg; 18-03-1758. Genoemd in Leenhof 120, fol. 171; 1760. Beleningen Holevoet nr. 17). 2. Gijsbert Cornelissen Coudijs, ged. Scherpenzeel 15-02-1691, ov. voor 1738 3. Rutger Cornelissen Coudijs, ged. Scherpenzeel 05-11-1693 Lidm. Scherpenzeel 25-12-1724: Rutger Kornelissen van Koudijs. In 1737 benoemt Frederik Hendriksz van Geijtenbeek zijn neef Ruth Cornelisz van Coudijs, bij hem inwonend, tot universeel erfgenaam (Notarieel Woudenberg 2461; 27-05-1737). Testament van Fredrik Hendriksen van Geijtenbeek, jm., won. bij Scherpenzeel onder Woudenberg. De kinderen van zijn overleden broer Gijsbert Hendriksen van Geijtenbeek en Grietje Willems van Ronselaar krijgen 150 gulden. Grietje (=Gerritje) Hendriks, wed. Jan Boij (Bode van Romswinkel), won. Barneveld krijgt 150 gulden. Zijn zuster Maria Hendriks van Geijtenbeek, getrouwd met Cornelis Willemsen Coudijs, won. aan de Holevoet onder Woudenberg, krijgt 150 gulden. Enige erfgenaam: zijn neef Ruth Cornelisz Coudijs, bij hem inwonend. Octrooi Utrecht d.d. 15-04-1729. Het testament van d.d. 13-12-1708 voor not. E.J.
van Goudoever te Amersfoort wordt herroepen. Getuigen: Hendrik Derksen Vermeulen en Jan Morren van Dompselaer. (Notarieel Woudenberg 2461, fol. 173, 173vo, 174; 17-04-1729). 4. Derckje Cornelissen Coudijs, ged. Scherpenzeel 25-12-1695 5. Cunera Cornelissen Coudijs, ged. Scherpenzeel 25-12-1695, tr. Scherpenzeel 21-08- 1718 Jacobus Cornelissen van Santen, ged. Scherpenzeel 05-03-1690, zn. van Cornelis Aalbertsen van Santen en Marijtje van Wetselaer 6. Jantje Cornelissen Coudijs, ged. Scherpenzeel 24-12-1698, tr. Teunis Willemsen Immeeren Lidm. Scherpenzeel 25-12-1724: Jantje Kornelissen van Koudijs. Neeltje, dr. van Theunis van Immeeren en Jantje Koudijs genoemd in testament van haar oom Willem Cornelisz van Coudijs (Recht. Arch. Woudenberg; 18-03-1758. Genoemd in Leenhof 120, fol. 171; 1760. Beleningen Holevoet nr. 17). 6. Frans Willemsen van Coudijs, ged. Scherpenzeel 15-05-1664, aan de Holevoet, tr. Scherpenzeel 27-05-1699 Hendrickje Jansen van Klein Kolfschoten, ged. Scherpenzeel 03-01-1664, dr. van Jan Rutgers en Heiltje Everts In 1699 koopt Frans Willemsz van Albert Ebbertsz een huis en hofstede met 1 morgen, uitmakende een vierde deel van Klein Lambalgen (Huis Amerongen 1185, fol. 27vo; 03-01-1699). 1. Jan Fransen Coudijs, ged. Scherpenzeel 05-05-1700, ov. ca. 1768 In 1738 wordt Jan Fransz van Coudijs beleend na dode van zijn vader Frans Willemsz en na magescheid met zijn zuster Heijltje en broer Willem met een huis en hofstede met 1 morgen, uitmakende een vierde deel van Klein Lambalgen (Huis Amerongen 1186, fol. 112; 11-04- 1738). Inwoners Holevoet 1749, nr. 158: Hannes Fransen aan de Holevoet en vrouw, bestaan en hanteering een daghuurder, ¾ m eijgen land. De erfgenamen van Jan Franssen Coudijs laten de helft van een huis, met kamer, achterhuis en hof en ca. een morgen bouwland aan de Hoolevoet taxeren. Geschat op 150 gulden. (Recht. Arch. Woudenberg 2347, blz. 40; 07-11-1768). 2. Heiltje Fransen Coudijs, ged. Scherpenzeel 12-03-1702, ov. Woudenberg 15-02- 1782, tr. Hannis Jansen Lidm. Scherpenzeel 19-10-1727: Heijltje Franssen van Koudijs. In 1764 maaken Hannis Jansen en zijn vrouw Heijltje Franse Coudijs, won. aan de Holevoet hun testament op de langstlevende. Getuigen: Jan Jacobse en Teunis Gerritsen. (Recht. Arch. Woudenberg 2347, blz. 5, 6; 25-04-1764). In 1774 wordt Heijtje Fransen Coudijs beleend na dode van haar broer Jan Fransz van Coudijs met een huis en hofstede met 1 morgen, uitmakende een vierde deel van Klein Lambalgen (Huis Beverweerd 67, fol. 43; 1774). De nagelaten goederen van Heiltje Fransen Koudijs, ov. Woudenberg 15-02-1782 worden getaxeerd. Het is de helft van een zeer vervallen huisje met ca. een morgen land aan beide zijden van de Landskade aan de Holevoet, volgens testament geërfd door haar man Hannis Jansen. Tijnsplichtig aan het Huis Amerongen en Beverweerd. Geschat op 200 gulden. (Recht. Arch. Woudenberg 2347, blz. 249; 15-07-1784). (Origineel in: Dorpsgerecht Woudenberg 2355, blz. 65, 66; 15-07-1784). In 1784 wordt Hannis Jansz beleende na dode van zijn vrouw Heijtje Fransen Coudijs met een huis en hofstede met 1 morgen, uitmakende een vierde deel van Klein Lambalgen. Vervolgens verkoopt hij het aan Hendrik Druijf (Huis Beverweerd 67, fol. 140,141; 1774). Begr. Scherpenzeel 09-03-1790: Hannis Jansen, wed. Heiltje Coudijs. 3. Willem Fransen Coudijs, ged. Scherpenzeel 12-10-1704, ov. na 1738 4. Aertje Fransen Coudijs, ged. Scherpenzeel 21-11-1706, ov. voor 1738 7. Rutger Willemsz Coudijs, ged. Scherpenzeel 25-11-1666 Als zijn zuster Grietje met Pieter Schemering is getrouwd, woont hij in 1758 in Scherpenzeel. (HUA, notarieel UT222a003, nr. 5; 20-02-1758, executeursbenoeming. Not. P. J. van de Weert, Utrecht (zie onder) 8. Jan Willemsz van Coudijs, ged. Scherpenzeel 03-10-1669, aen den Hoolevoet, volgt IVa 9. Hendrick Willemsz Coudijs, ged. Scherpenzeel 27-05-1672 10. Grietje Willems Coudijs, ged. Scherpenzeel 21-02-1675, tr. ws. Pieter Schemering Lidm. Scherpenzeel 01-10-1699: Grietje Willemsen van Coudijs.
Als zij met Pieter is getrouwd, woont zij in 1758 als weduwe te Utrecht. (HUA, notarieel UT222a003, nr. 5, 20-02-1758, executeursbenoeming. Not. P. J. van de Weert, Utrecht (zie boven) 11. Jacob Willemsz Coudijs, ged. Scherpenzeel 01-04-1678 IVa Jan Willemsz van Coudijs, ged. Scherpenzeel 03-10-1669, ov. Woudenberg 25-12-1754, tr. Woudenberg 17-03-1700 Maagje Hendriks van Overeem, ged. Doorn 04-06-1677, dr. van Hendrik Gerritsz van Overeem en Trijntje Freriks Jan Willemsz van Koudijs machtigt Thomas Vosch van Avesaat in een zaak tegen Cornelis van Ommeren. (Recht. Arch. Woudenberg 2346, fol. 114vo; 30-03-1731). In 1744 laat Hendrik Willemse Coudijs zijn testament maken. Erfgenaam: zijn broer Jan Willemse Coudijs (HUA; UT209a001, nr. 6; 25-02-1744). Lidm. Woudenberg ca. 1746: Jan Willemz Koudeijs. 1. Aertjen Jans Coudijs, ged. Woudenberg 09-01-1701, get. Maria Otten, jong ov. 2. Willem Jansz Coudijs, ged. Woudenberg 16-07-1702, get. Ariaantje Jans van Blootenburg, tr. Woudenberg 06-04-1727 Hendrikje IJsbrands Verhoef, ged. Woudenberg 07-01-1703, dr. van IJsbrand Gerritsz Verhoef en Teuntje Simons van Linden In 1730 ontvangt Willem Janse Koudys x Hendrikje Ysbrands 1 morgen in Gerestein uit de erfenis van Trijntje IJsbrands, wed. Gerrit Tijssen Verhoef, vertegenwoordigd door haar kinderen IJsbrand Gerritsen Verhoef en Gerritje Gerrits Verhoef x Willem van Moersbergen. Met verwijzing naar haar testament d.d. 20-02-1727, gerecht Woudenberg (Not. Utrecht UT184a002, nr. 48; 29-07-1730). Willem Koudijs en zijn vrouw Hendrikje Verhoeff verzoeken een akte van indemniteit. Zij wonen nu in Driebergen. (Recht. Arch. Woudenberg 2346, fol. 114vo; 18-03-1731). Lidm. Woudenberg ca. 1730: Willem Janz van Koudijs. 1. Teuntje Jans Koudijs, ged. Woudenberg 11-01-1728, get. Willemijntje Jans 2. Jan Jansz Koudijs, ged. Woudenberg 15-05-1729, get. Willemijntje Jans 3. Hendrik Jansz Coudijs, ged. Woudenberg 23-12-1703, get. Heijtle Hendriks, jong ov. 4. Hendrik Jansz Coudijs, ged. Woudenberg 10-12-1704, get. Trijntje, begr. Woudenberg 19-04-1780, tr. Woudenberg 11-03-1742 Gijsbertje Barents van Wittenberg, ged. Woudenberg 20-10-1715, dr. van Berend Anthonisz van Wittenberg en Hendrijn Cornelissen van Scherpenzeel 1. Maagje Hendriks Koudijs, ged. Woudenberg 09-12-1742, get. Jacomijntje Koudijs, ov. Woudenberg 23-11-1831, onghuwd Arien Veenendaal en zijn vrouw Aartje Koudijs en Maatje Koudijs, me.j. ongehuwd, verkopen aan Dirk van Weetering, won. op Klein Landaas en een huis met annexe kamer, nr. 9, schuur en hof in het dorp. Oost: Anthonie van Domselaar, west: Erris Roll. Recht op anderhalf schaar weidens op de meent. Voor 480 gulden. Voorwaarde: Maatje Koudijs mag haar leven lang in de kamer blijven wonen. De overdrachtsbelasting is betaald op 12-11-1807. (Dorpsgerecht Woudenberg 2350, blz. 171, 172; 22-09-1808). 2. Barend Hendriksz Koudijs, ged. Woudenberg 25-12-1744, get. Truigje van Wittenberg, jong ov. 3. Barend Hendriksz Koudijs, ged. Woudenberg 15-05-1746, get. Geertruij van Wittenberg, ov. voor 1793 4. Jan Hendriksz Koudijs, ged. Woudenberg 01-09-1748, get. Jacomijntje Jans Koudijs, ov. voor 1793 5. Willem Hendriksz Koudijs, ged. Woudenberg 31-08-1750, get. Maatje Hendriks Overeem, ov. voor 1793 6. Hendrijn Hendriks Koudijs, ged. Woudenberg 16-01-1752, get. Geertruij van Wittenberg, ov. Woudenberg 24-06-1842, tr. Woudenberg 29-05-1803 Arien van
Otterlo, wed. Ariaantje Emans, ged. Woudenberg 01-01-1752, zn. van Gerrit van Otterlo en Aaltje Packouw Lidm. Woudenberg 05-06-1792: Hendrina van Koudijs hv A. van Otterloo. Lidm. reg. Woudenberg 1805: Hendrina van Koudijs hv A. van Otterloo. 7. Aartje/Ortje Hendriks Koudijs, ged. Woudenberg 19-05-1754, get. Jacomijntje Jans Koudijs, ov. Woudenberg 07-01-1844, tr. Woudenberg 19-07-1807 Arien Veenendaal, ged. Woudenberg 16-05-1779, ov. Woudenberg 07-10-1857, zn. van Hendrik Willemsz Veenendaal en Hendrijntje Willems Eijkelkamp Lidm. Woudenberg 27-07-1778: Aartje Koudijs. Lidm. reg. Woudenberg 1805: Aartje Koudijs. Arien Veenendaal en zijn vrouw Aartje Koudijs en Maatje Koudijs, me.j. ongehuwd, verkopen aan Dirk van Weetering, won. op Klein Landaas en een huis met annexe kamer, nr. 9, schuur en hof in het dorp. Oost: Anthonie van Domselaar, west: Erris Roll. Recht op anderhalf schaar weidens op de meent. Voor 480 gulden. Voorwaarde: Maatje Koudijs mag haar leven lang in de kamer blijven wonen. De overdrachtsbelasting is betaald op 12-11-1807. (Dorpsgerecht Woudenberg 2350, blz. 171, 172; 22-09-1808). 5. Jacob Jansz Coudijs, ged. Woudenberg 05-05-1706, get. Trijntje Fredriks 6. Aertje Jans Coudijs, ged. Woudenberg 23-11-1707, get. Trijntje Frederiks, jong ov. 7. Willemijntje Coudijs, ged. Woudenberg 19-05-1709, get. Grietje Jans Steenhof, tr. Woudenberg 17-05-1733 Gijsbert/Gijsbrecht Lagerweij, geb. eind 1711, ov. Woudenberg 12-12-1783, onechte zoon van Aaltje Voskuijl en naar zij beweert van ds. Gijsbrecht Lagerweij Lidm. Woudenberg ca. 1736: Willemijntje Jansz Koudijs. 8. Trijntje Coudijs, ged. Woudenberg 24-12-1710, get. Willemijntje Hendriks, ov. Westzaan, tr. David Pell Gerrit Koudijs Wz., Arien Koudijs, Hendrik Koudijs, Aalbert Koudijs, Maatje Koudijs, Jannetje Lagerweij, wed. Wouter Versteeg, samen met hun broers, zusters en zwagers erfgenamen van Trijntje Koudijs, laatst wed. David Pell, ov. Westzaan. Zij vragen Jan Lagerweij en Matthijs Lagerweij als executeurs van Trijntje Koudijs om geen inventaris te maken, maar de goederen naar Woudenberg te brengen om deze te verdelen. Executeur Matthijs Lagerweij krijgt 100 gulden voor de moeite. (Dorpsgerecht Woudenberg 2348, blz. 162, 163; 03-05-1792). (Origineel in: Dorpsgerecht Woudenberg 2358, blz. 47, 48, 49; 03-05-1792). 9. Jakomijntje Coudijs, ged. Woudenberg 10-04-1712, get. Gerritje Jan van Langelaar, begr. Woudenberg 26-11-1778 Lidm. Woudenberg ca. 1742: Jacomijntje Koudijs. Lidm. reg. Woudenberg 1746 en 1768: Jacomijntie Koudeijs. 10. Aertje Jans Coudijs, ged. Woudenberg 22-10-1713, get. Heiltje Hendriks, ov. Woudenberg 14-07-1749 Lidm. Woudenberg 11-04-1748: Aartie Koudeijs. 11. Gerrit Jansz Coudijs, ged. Woudenberg 01-12-1715, get. Jannetje Jans, begr. Woudenberg 23-11-1778, tr. (1) Woudenberg 26-12-1743 Maegje Ariens van Wittenberg, ged. Woudenberg 30-09-1719, dr. van Arien Thijsz van Wittenberg en Elselina Matthijs Lagerweij, tr. (2) Woudenberg 15-10-1747 Dirkje Hendriks van Renswoude, ged. Woudenberg 13-02-1724, begr. Woudenberg 26-02-1802, dr. van Hendrik Aelbertsz en Aeltje Jans Burgstede Bernt Antonisse van Wittenberg als vader van Cornelis Berntsz van Wittenberg die heeft 26-04-1734 gevochten met Gerrit Jansz Koudijs won Woudenberg. Cornelis had mes getrokken. Boete 70 gulden (Hof van Utrecht 116-2; 18-05-1734). Begr. Woudenberg een kind op 01-09-1766 en een dochter op 09-09-1766. Uit het 1 e huw.: 1. Willemijntje Gerrits Koudijs, ged. Woudenberg 20-09-1744, get. Jacomijntje Koudijs 2. Maria Gerrits Koudijs, ged. Woudenberg 30-05-1746, get. Catharina van Ginkel Uit het 2 e huw.:
3. Hendrik Gerritsz Koudijs, ged. Woudenberg 03-11-1748, get. Francijntje van Renswoude, jong ov. 4. Hendrik Gerritsz Koudijs, ged. Woudenberg 01-02-1750, get. Ariaantje van Renswoude 5. Maatje Gerrits Koudijs, geb. Maarsbergen, ged. Woudenberg 21-11-1751, get. Francijntje van Renswoude, jong ov. 6. Jan Gerritsz Koudijs, ged. Woudenberg 06-01-1754, get. Jacomijntje Jans Koudijs, begr. Woudenberg 26-02-1801, tr. Doorn 05-09-1779 Steventje Jans van Manen, ged. Scherpenzeel 06-09-1761, op Kleijn Colverschoten, ov. Woudenberg 18-10-1831, dr. van Jan Jacobsz van Manen en Johanna Helmertsen Lokhorst. Steventje Jans van Manen, tr. (2) Woudenberg 20-04-1806 Cornelis van Rheenen, ged. Woudenberg 16-06-1754, ov. Woudenberg 16-11-1824, zn. van Hermen Willemsz van Rheenen en Engeltje Hendriks van Voorst 1. Gerrit Koudijs, ged. Doorn 14-11-1779, landbouwersknecht, ov. Scherpenzeel 14-10-1818, ongehuwd 2. Johanna Koudijs, ged. Doorn 05-05-1782, ov. Maartensdijk 24-11-1853, tr. Willem Kluver 3. Dirkje Koudijs, ged. 1790, ov. Woudenberg 09-04-1867, ongehuwd Lidm.. Woudenberg 28-03-1812: Dirkje Koudijs. Lidm. Scherpenzeel: Dirkje Koudijs, met attestatie van Woudenberg 11-05-1824, met attestatie vertrokken naar Woudenberg 26-04-1844. Lidm. Scherpenzeel: Dirkje Koudijs, met attestatie van Woudenberg 10-05-1842. In 1857 woont Dirkje Koudijs, ongehuwd, z.b. ten huize van wijlen Jannetje van de Wetering, wed. Hendrik van Huijgenbos in Scherpenzeel. In 1862 laat Dirkje Koudijs, bejaard, ongehuwd, z.b. achter Scherpenzeel onder Woudenberg haar testament maken. Broer Jan Koudijs, gemeenteveldwachter te Odijk krijgt f 100,=. Aan neef Jan Kleuver, onder Nijkerk, enig kind van wijlen haar zuster Hanna Koudijs x Willem Kleuver krijgt f 150,=. De vijf kinderen van wijlen haar zuster Aaltje Koudijs, wed. Cornelis Bouman, met namen: Geertrui, Gerrit, Johanna, Dirk en Janna Bouman krijgen samen f 150,=. Enige erfgenaam: Johan Koudijs, ambtenaar 1 e klasse bij de Rijksaccijnsen te Amsterdam, zoon van wijlen haar zuster Maria Koudijs. Executeur: haar goede vriend Abraham Frederikse, hoofdonderwijzer bij de openbare school te Scherpenzeel voor f 30,=. (Not. Scherpenzeel 4135, nr. 49; 24-11-1862). In 1866 laat Dirkje Koudijs, bejaard, ongehuwd, z.b. achter Scherpenzeel onder Woudenberg haar testament maken. Neef Jan Kleuver, enig kind van zuster Hanna Koudijs, wed. Willem Kleuver onder Nijkerk krijgt f 150,=. De vijf kinderen van wijlen haar zuster Aaltje Koudijs, wed. Cornelis Bouman, met namen Geertrui, Gerrit, Johanna, Dirk en Janna Bouman samen f 150,=. Erfgenaam: Johan Koudijs, ambtenaar 1 e klasse bij de rijksaccijnsen te Amsterdam, zoon van wijlen haar zuster Maria Koudijs. Executeur: Jan van Ree, meester wagenmaker te S. voor f 30,=. (Not. Scherpenzeel 4137, nr. 22; 08-06-1866). In 1867 verkoopt Johan Koudijs, ambtenaar 1 e klasse bij de rijksaccijnsen te Amsterdam, enig erfgenaam vn Dirkje Koudijs aan Jan Renes, gemeente ontvanger te Scherpenzeel namens Benudina Maria van Naamen x mr. Herman Royaards een huis, vanouds nr. 229 en 268, zijnde twee woningen onder een dak, erf en tuin achter Scherpenzeel onder Woudenberg, sectie C 457-459, erfpacht van f 6,=, groot 8 roeden, 94 ellen, voor f 800,=. Titel van aankomst:: door Dirkje publiek gekocht op 09-03-1848, not. D. Scheerenberg te Amersfoort. (Not. Scherpenzeel 4137, nr. 31; 11-09-1867). 4. Jan Koudijs, geb. 1792, gemeenteveldwachter te Odijk (1862), tr. Leusden 20-06-1812 Geertje Pothoven, ged. Amersfoort 17-05-1787, ov. Woudenberg 10-11- 1862, dr. van Jan Reijersen Pothoven en Helena Withoos 5. Aaltje Koudijs, geb. 1795, ov. Leersum 31-12-1848, tr. Cornelis Bouman 6. Maria Koudijs, geb./ged. Woudenberg 07/12-25-1798, ov. Woudenberg 06-11- 1862, tr. Woudenberg 05-08-1842 Jan Lagerweij, wed. Cornelia van Lunteren,
geb./ged. Woudenberg 13/27-03-1791, ov. Woudenberg 16-04-1845, zn. van Jacobus Lagerweij en Lijsje van den Breul 7. Helmert Koudijs, geb./ged. Woudenberg 01/08-02-1801, begr. Woudenberg 07-04-1802 Kind: Helmert van Maanen, geb./ged. Woudenberg 20-08/11-09-1803, ov. Zeist 25-07- 1887, tr. Zeist 08-05-1846 Steventje van Meerveld, geb. Rijsenburg 08-05- 1823, ov. Zeist 19-12-1893, dr. van Jacob Faasz van Meerveld en Annigje Abrahams van Kooten Nageslacht in Zeist. 7. Willem Gerritsz Koudijs, ged. Woudenberg 18-01-1756, get. Francijntje Hendriks van Renswoude 8. Gerrit Gerritsz Koudijs, ged. Woudenberg 06-11-1757, get. Ariaantje Hendriks van Renswoude 9. Aalbert Gerritsz Koudijs, ged. Woudenberg 23-12-1759, get. Francijntje van Renswoude, ov. Woudenberg 13-09-1841, tr. Doorn 09-05-1790 Neeltje van Nieuwenhuizen, won. Maarsbergen, ged. Doorn 12-12-1762, dr. van Tijmen Hendriks van Nieuwenhuizen en Maria de Jong Aalbert Koudijs x Neeltje van Nieuwenhuijsen, won. Maarsbergen, hebben verkocht aan Jan Andries du Bois twee boerenhofsteden te Maarsbergen, zoals deze op 7-9-1798 van Willem Lagerweij Wz schout en gadermeester van Woudenberg publiek zijn gekocht. (Dorpsgerecht Maarn en Maarsbergen 1418; 30-12-1805). Aalbert Koudijs x Neeltje van Nieuwenhuijsen, won. Maarsbergen, transporteren aan Jan Andries du Bois 2 boerenhofsteden in de Maarsbergse Buurt (Dorpsgerecht Maarn en Maarsbergen 1418, 1419; 31-12-1805). Lidm. Woudenberg: Aalbert Gerritse Koudijs en Neeltje van Nieuwenhuizen, met attestatie van Doorn 24-11-1806. In 1832 worden door Albert Koudijs, wed. Neeltje van Nieuwenhuijsen, z.b. te Woudenberg als executeurs aangesteld: neven Arie Veenendaal, tabaksplaner te Woudenberg en Gerrit Koudijs, veehouder te Noordwijkerhout; reserve: Dirk Koudijs, veehouder te Noordwijkerhout voor f 100,=. (Not. Scherpenzeel 1211 nr. 7; 01-12-1832). In 1841 wordt er inventaris gemaakt van de nal. schap van Aalbert Koudijs en Neeltje van Nieuwenhuizen: Woudenberg B 289, 290 (tabaksland); D 45, 45a, 46, 47, 48, 50, 51, 52, 836 t/m 840 en E 462 (boerenhofstede De Doodestok: woonhuis nr. 123); E 586 t/m 595 (boerenhofstede), 632, 633, 635, 646, 647 (bouw- en weiland bij Maarnsche dijkje) (Amersfoort, not. J. Schijvliet AT 057a038, nr. 173; 03, 10-11-1841). Verkoop: AT 057a038, nr. 192; 03, 16-12-1841. 10. Dirk Gerritsz Koudijs, ged. Woudenberg 21-02-1762, get. Francijntje Hendriks van Renswoude 11. Aaltje Gerrits Koudijs, ged. Woudenberg 23-09-1764, get. Francijntje Hendriks van Renswoude 12. Maaijgje Gerrits Koudijs, ged. Doorn 05-04-1767, ov. Woudenberg 28-10-1830, won. Maarsbergen, tr. Doorn (otr. Woudenberg) 02-09-1792 Ot Harmsen Veenendaal, won. Maarsbergen, ged. Renswoude 24-05-1765, ov. Zeist 28-11-1847, zn. van Harmen Otten Veenendaal en Maria Gerritsen Lidm. Scherpenzeel 26-12-1799: Maatie Koudijs, met attestatie vertrokken naar Woudenberg. Lidm. Woudenberg: Maatje Koudijs hv Oth Venendaal, met attestatie van Scherpenzeel 06-02- 1800. Lidm. reg. Woudenberg 1805: Maatje Koudijs hv Oth Veenendaal, vertrokken. 12. Jacob Jansz Coudijs, ged. Woudenberg 08-04-1719, get. Jantje Hendriks, jong ov. 13. Jacob Jansz Coudijs, ged. Woudenberg 01-09-1720, get. Heiltje Overeem, volgt Va Va
Jacob Jansz Coudijs, ged. Woudenberg 01-09-1720, get. Heiltje Overeem, begr. Woudenberg 23-05-1788, tr. Woudenberg 27-02-1757 Teuntje Packouw, ged. Woudenberg 16-02-1727, begr. Woudenberg 18-12-1795, dr. van Arien Packouw en Ariaantje Antonissen van Wittenberg Lidm. Woudenberg 04-04-1757: Jacob Koudeijs. Lidm. reg. Woudenberg 1768: Jacob Koudeijs. Begraven Woudenberg 04-01-1768: een kind van Jacob Koudijs. 1. Jan Jacobsz Koudijs, ged. Woudenberg 11-06-1758, get. Jacomijntje Koudijs, jong ov. 2. Ariaantje Jacobs Koudijs, ged. Woudenberg 16-12-1759, get. Aaltje Packouw, ov. Woudenberg 24-02-1843, tr. Woudenberg 11-03-1787 Jan Veldhuizen, ged. Woudenberg10-10-1762, ov. Woudenberg19-04-1837, zn. van Hendrik Ariensz van Veldhuizen en Maria Jans de Bree/Apeldoorn Lidm. Woudenberg 26-11-1783: Ariaantje Koudijs hv Jan van Velthuizen. Lidm. reg. Woudenberg 1805: Ariaantje Koudijs hv J. van Velthuijsen. 3. Maatje Jacobs Koudijs, ged. Woudenberg 01-02-1761, get. Jacomijntje Koudijs, ov. Woudenberg 20-12-1833, ongehuwd 4. Arie Jacobsz Koudijs, ged. Woudenberg 04-04-1762, get. Aaltje Packouw, volgt VIa 5. Jan Jacobsz Koudijs, ged. Woudenberg 30-10-1763, get. Jacomijntje Koudijs, ov. Doorn 01-12-1849, tr. (1) Grietje van Waveren, tr. (2) Doorn 18-03-1814 Annigje/Antje Tijsseling, ged. Nederlangbroek 14-03-1790, ov. Doorn 14-10-1841, dr. van Harmen Tijsseling en Jannigje Buijs Kinderen te Doorn. Uit dit huw. o.a.: 1. Jannigje/Jansje Koudijs, geb. Doorn 01/09-03-1817, ov. Scherpenzeel 20-06-1879, tr. Scherpenzeel 06-06-1845 Jan van Setten, wed. Cornelia Peelen, geb./ged. Doorn 31-01/22-02-1818, grof- en hoefsmid, ov. Scherpenzeel 06-07-1880, zn. van Jan van Setten en Willemijntje Beerschoten Lidm. Scherpenzeel: Jansje Koudijs, met attestatie van Utrecht 11-08-1845. 2. Hendrika Koudijs In 1850 leent Jacob Veldhuizen, tabaksplanter te Woudenberg f 400,= van Gerrit Meerdink, meester metselaar te Zeist als voogd van de mi.j. Hendrika Koudijs, dochter van wijlen Jan Koudijs en wijlen Anna Tijsseling te Doorn (Not. Scherpenzeel 4131, nr. 23; 14-08-1850). Lidm. Scherpenzeel 10-04-1853: Hendrica Koudijs, met attestatie vertrokken naar Utrecht juli 1859. 6. Frans Jacobsz Koudijs, ged. Woudenberg 24-02-1765, get. Aaltje Packouw, ov. Woudenberg 15-03-1830, ongehuwd 7. Antonij Jacobsz Koudijs, ged. Woudenberg 12-04-1772, get. Aaltje Packouw, begr. Woudenberg 25-04-1772 VIa Arien Koudijs, ged. Woudenberg 04-04-1762, ov. Woudenberg 10-12-1844, tr. (1) Woudenberg 13-05-1790 Jacoba Jacobs van de Haar, begr. Woudenberg 29-08-1801, tr. (2) Woudenberg 12-12-1802 Grietje Franssen van Voskuilen, ged. Woudenberg 04-10-1767, ov. Woudenberg 10-09-1841, Voorstraat 25, dr. van Frans Hendriks van Voskuilen en Gijsbertje Jans van Lambalgen Lidm. Woudenberg 22-04-1788: Arien Koudijs. Lidm. reg. Woudenberg 20-07-1791: Grietje van Voskuilen. Lidm. reg. Woudenberg 1805: Arien Koudijs. Lidm. reg. Woudenberg 1805: Grietje van Voskuilen hv A. Koudijs. In 1802 worden huw. voorw. gemaakt tussen Arien Koudijs, wed. Jacoba van de Haar, timmermansbaas te Woudenberg en Grietje Voskuijlen, mej. jd. Arien brengt zijn bezittingen in. Jacoba brengt niets in (AT045a026, nr. 78, p. 231; 10-12-1802).
In 1805 lenen Arien Koudijs en Jan van de Haar, voogden over de twee mi.j. kinderen van Arien met name Jacob en Jacoba Koudijs f 799,= aan Rijk Rijksen, won. Kleijn Middelmoorst (AT042a037, nr. 3340; 03-06-1805). In 1819 is Grietje van Voskuilen, won. Woudenberg, één van de erfgenamen van haar grootouders Jan van Lambalgen en Errisje van t Voort (AT057a007, nr. 148; 16-12-1819). Uit het 1 e huw.: 1. Jacomijntje Koudijs, geb./ged. Woudenberg 17/20-03-1791, get. Rijkje van de Haar, begr. Woudenberg 22-03-1791 2. Jacob Koudijs, geb./ged. Woudenberg 25-03/01-04-1792, get. Ariaantje Koudijs, ov. Woudenberg 01-08-1857, ongehuwd 3. Jan Koudijs, geb./ged. Woudenberg 16-01/22-02-1795, begr. Woudenberg 06-06-1797 4. Jacoba Koudijs, geb./ged. Woudenberg 18-03/01-04-1798, get. Rikje van de Haar, ov. Woudenberg 21-01-1869, ongehuwd Uit het 2 e huw.: 5. Gijsbertje Koudijs, geb./ged. Woudenberg 12/18-09-1803, get. Errisje Voskuil, ov. Woudenberg 08-03-1882, tr. Woudenberg 16-02-1839 Arien van Vlastuin, geb./ged. Woudenberg 08/23-02-1812, ov. Woudenberg 09-10-1859, zn. van Willem van Vlastuin en Maria van Veldhuizen 6. Jan Koudijs, geb./ged. Woudenberg 30-07/04-08-1805, get. Errisje Voskuil, ov. Woudenberg 08-10-1891, tr. Woudenberg 03-07-1830 Hendrikje Wulve van Laar, geb./ged. Woudenberg 05/14-10-1810, ov. Woudenberg 24-03-1882, dr. van Jan Wulve en Anna Tonia Lagerweij 1. Arien Koudijs, geb. Woudenberg 24-10-1830, ov. Woudenberg 17-08-1913, tr. Woudenberg 05-02-1869 Jacoba van de Wetering, geb. Woudenberg 09-04-1834, ov. Woudenberg 25-01-1892, dr. van Aalt van de Wetering en Willemijntje van Gooswilligen 1. Aalt van de Wetering/Koudijs, geb. Woudenberg 05-10-1862 (erkend bij huw.), ov. Woudenberg 24-11-1944, ongehuwd 2. Hendrikje Koudijs, geb. Woudenberg 09-03-1869, ov. Woudenberg 17-07- 1869 3. Willem Koudijs, geb. Woudenberg 23-05-1870, ov. Woudenberg 06-05- 1949, tr. (1) Woudenberg 27-12-1900 Christina Johanna van der Wilde, geb. Woudenberg 14-05-1873, ov. Woudenberg 31-01-1907, dr. van Johannes van der Wilde en Grietje van Garderen, tr. (2) Woudenberg 16-06-1910 Gerritje van Lunteren, geb. Woudenberg 18-10-1881, ov. Amersfoort (ingeschr. te Woudenberg) 26-07-1950, dr. van Cornelis Marinus van Lunteren en Cornelia Meerbeek Uit het 1 e huw. o.a.: 1. Ariën Johannes Koudijs, geb. Woudenberg 18-10-1901, tr. Woudenberg 30-09-1926 Aagje Eland, geb. Oudenhoorn 1903, dr. van Pieter Eland en Jacomintje Kranendonk 2. Johannes Gerardus Koudijs, geb. Woudenberg 1906, tr. Woudenberg 31-07-1931 Lamberta Gerarda van den Berg, geb. Amsterdam 1906, dr. van Gerrit van den Berg en Sjoukje Hofstra 4. Gijsbert Koudijs, geb. Woudenberg 26-11-1871, ov. Woudenberg 04-09- 1872 5. Hendrikje Koudijs, geb. Woudenberg 20-12-1872, ov. Woudenberg 23-07- 1931, ongehuwd 6. doodgeb. kind, ov. Woudenberg 04-03-1878
2. Jan Koudijs, geb. Woudenberg 10-04-1832, ov. Woudenberg 31-01-1907, tr. Woudenberg 22-03-1862 Gijsbertje Renswoude, geb. Woudenberg 28-09-1826, ov. Woudenberg 27-08-1911, dr. van Andries Renswoude en Aartje de Kruif 1. Hendrikje Koudijs, geb. Woudenberg 03-07-1862, ov. Woudenberg 10-04- 1927, ongehuwd 2. Aartje Koudijs, geb. Woudenberg 07-04-1864, ov. Woudenberg 06-01-1939, tr. Woudenberg 29-07-1905 Cornelis van de Lagemaat, geb. Woudenberg 26-04-1861, ov. Woudenberg 16-02-1934, zn. van Wouter van de Lagemaat en Christina van Egdom 3. Jannetje Koudijs, geb. Woudenberg 06-08-1866, ov. Woudenberg 04-09- 1940, tr. Woudenberg 18-05-1895 Dirk van Ruler, geb. Renswoude 05-09- 1851, ov. Woudenberg 27-04-1926, zn. van Kors van Ruler en Gijsbertje Heij 4. Anna Koudijs, geb. Woudenberg 14-08-1869, ov. Woudenberg 23-09-1869 3. Antonie Koudijs, geb. Woudenberg 27-07-1834, arbeider, ov. Zeist 08-02-1917 (won. Loendersloot), tr. Woudenberg 02-03-1861 Cornelia van Domselaar, geb. Woudenberg 27-03-1838, ov. Woudenberg 13-04-1905, dr. van Cornelis van Domselaar en Oetje Meerbeek 1. Jan Koudijs, geb. Woudenberg 04-03-1861, los arbeider, ov. Zeist 29-11- 1931, tr. Woudenberg 24-09-1887 Oetje Koudijs, geb. Woudenberg 11-03- 1868, ov. Zeist 08-12-1944, dr. van Jan Koudijs en Teunisje van Egdom 1. Antonie Koudijs, geb. Woudenberg 24-12-1888, voorwerker, werkbaas, tr. Zeist 27-03-1913 Johanna Bakkenes, geb. Zeist 1893, dr. van Dirk Bakkenes en Johanna van Geijtenbeek 1. Johanna Koudijs, geb./ged. Scherpenzeel 13-03/30-04-1916, tr. Scherpenzeel 12-10-1939 Gerrit van den Broek, geb. Scherpenzeel 18-11-1913, ged. in de Geref. Kerk 03-12-1913, metselaar, bosarbeider, zn. van Hendrik van den Broek en Willempje Veenendaal 2. Antonie Dirk Koudijs, geb./ged. Scherpenzeel 25-10/28-12- 1919, bankwerker, tr. Scherpenzeel 20-11-1947 Catharina Esser, geb. Scherpenzeel 04-10-1924, ged. in de Geref Kerk 26-10- 1924, dr. van Jan Esser en Willempje van Harten Anthonie Koudijs, geb. Scherpenzeel 16-10-1952, ged. in de Geref Kerk 19-10-1952 3. Oetje Koudijs, geb./ged. Scherpenzeel 22-12-1923/02-03- 1924 Lidm. Scherpenzeel 10-04-1949: Oetje Koudijs, met attestatie vertrokken naar Veenendaal. 4. Dirk Koudijs, geb. Woudenberg 22-11-1927, ged. in de Grote Kerk 22-01-1928 Lidm. Scherpenzeel 30-30-1958: Dirk Koudijs, met attestatie vertrokken naar Amersfoort 10-04-1959. 5. Teunis Koudijs, geb. Woudenberg 01-12-1933, ged. in de Grote Kerk 18-03-1934 2. doodgeb. kind, ov. Woudenberg 11-02-1891
3. Jan Koudijs, geb. Woudenberg 24-03-1892, tr. Gorinchem 16-02- 1921 Johanna Hendrika Ringlezer, geb. Kralingen 1887, dr. van Marinus Hubertus Gerardus Ringlezer en Hendrika Johanna van Brouwershaven Oetje Hendrika Johanna Koudijs, geb. Woudenberg 05-11-1921, ged. in de Geref Kerk jan. 1922 4. Teunis Cornelis Koudijs, geb. Woudenberg 19-04-1893, ov. Woudenberg 20-09-1893 5. Cornelia Antonia Koudijs, geb. Maarn 18-10-1894 6. Teunis Cornelis Koudijs, geb. Maarn 21-05-1896, voerman, tr. (1) Velsen 19-06-1919 Catharina Haring, geb. Velsen 1896, dr. van Gerardus Marinus Bernard Haring en Anthonia Wolterman, tr. (2) Zeist 02-01-1930 Peternella Balledux, geb. Zeist 1902, dr. van Willem Balledux en Cornelia de Geest, gescheiden 09-06-1953 7. Hendrik Cornelis Koudijs, geb. Maarn 18-08-1898 8. Willem Koudijs, geb. Zeist 15-05-1900, ov. Zeist 08-10-1944, tr. Zeist 18-10-1923 Jannetje Bos, geb. Zeist 1902, dr. van Jan Bos en Wijntje van Vonno 9. Ariën Koudijs, geb. Zeist 10-05-1902 10. Gerrit Koudijs, geb. Zeist 1904, tr. Zeist 15-05-1930 Louisa Balledux, geb. Zeist 1904, dr. van Willem Balledux en Cornelia de Geest 11. Cornelis Hendrikus Koudijs, geb. Zeist 1905, tr. Zeist 30-06-1932 Johanna Wilhelmina Hakkert, geb. Zeist 1902, dr. van Jasper Hakkert en Geertruida Susanna van Schaik 12. Christiaan Marinus Koudijs, geb. Zeist 1906, ov. Zeist 11-11-1906 13. doodgeb. kind, ov. Zeist 12-07-1909 2. Cornelis Koudijs, geb. Woudenberg 15-01-1863, arbeider, landbouwer, ov. Ede 25-03-1922, tr. Ede 24-10-1885 Reijertje Bloemheuvel, geb. Ede 1867, dr. van Jan Kornelis Bloemheuvel en Florijntje Jansen Uit dit huw. o.a.: Antonie Koudijs, geb./ged. Scherpenzeel 16-01/04-04-1886 3. Hendrikje Koudijs, geb. Woudenberg 26-08-1864 4. Hendrik Koudijs, geb. Woudenberg 20-07-1866, ov. Woudenberg 17-01- 1940, tr. Woudenberg 24-05-1890 Gerrigje van Soest, geb. Maarn 1869, ov. Woudenberg 25-01-1936, dr. van Kornelis van Soest en Ortje van de Weerdt Uit dit huw. o.a.: 1. Cornelia Koudijs, geb. Maarn 1891, tr. Woudenberg 07-05-1920 Willem van Velthuizen, geb. Woudenberg 1887, zn. van Adrianus Velthuizen en Aartje Pater 2. Antonie Cornelis Koudijs, geb. Woudenberg 20-02-1897, ov. Amersfoort (ingeschr.te Woudenberg) 04-06-1943, tr. (1) Woudenberg 23-11-1923 Gerritje van de Hee, geb. Woudenberg 1902, ov. Woudenberg 29-09-1940, dr. van Gijsbert van de Hee en Jacomijntje van Harskamp, tr. (2) Maria Petronella Kleijn 3. Ariën Koudijs, geb. Woudenberg 17-01-1902, ov. Woudenberg 17-08-1903
4. Ortje Koudijs, geb. Woudenberg 1904, tr. Woudenberg 07-06-1929 Cornelis van Vlastuin, geb. Woudenberg 1899, zn. van Hendrik van Vlastuin en Francina Robbertsen 5. Ariën Koudijs, geb. Woudenberg 29-05-1868, chef Ooster stoomtrammaatschappij te Zeist (1926), tr. (1) Utrecht 17-06-1897 Gerredina Damwijk Venhoek, geb. Utrecht 1868, ov. Zeist 18-05-1927, dr. van Gerrit Damwijk Venhoek en Wilhelmina van Wageningen, tr. (2) Amersfoort 25-06- 1930 Wilhelmina Dijkhuizen, gescheiden van Jan Bouwmeester, geb. Amersfoort 17-05-1893, dr. van Dirk Dijkhuizen en Adriana Johanna Staal Uit het 1 e huw. o.a.: Anthonie Cornelis Koudijs, geb. Soest 1902, bakker, tr. Scherpenzeel 21-10-1926 Petronella van Veldhuizen, geb. Woudenberg 1907, dr. van Aart van Veldhuizen en Aartje van Donkelaar 1. Ariën Koudijs, geb./ged. Scherpenzeel 27-01/03-04-1927 6. Oetje Koudijs, geb. Woudenberg 22-02-1870, ov. Zeist 29-10-1946, tr. Woudenberg 29-08-1895 Karel van Dijk, geb. Maarn 05-09-1868, ov. Zeist 24-10-1945, zn. van Willem van Dijk en Grietje Veldhuizen 7. Antonie Koudijs, geb. Woudenberg 01-06-1872, tr. Woudenberg 21-02-1895 Maagje van Ginkel, geb. Zeist 24-10-1875, dr. van Gerrit van Ginkel en Metje Breunesse 8. Karel Koudijs, geb. Woudenberg 01-03-1874, ov. Woudenberg 20-03-1874 9. Karel Koudijs, geb. Woudenberg 15-02-1875, tr. (1) Woudenberg 20-05- 1905 Cornelia Jetten, geb. Woudenberg 11-08-1886, ov. Zeist 15-04-1914, dr. van Gijsbertus Jetten en Cornelia van Dijk, tr. (2) Maarn 21-01-1915 Willemijntje van Remmerden, geb. Maarn 07-04-1893, ov. Utrecht (ingeschr. te Zeist) 19-01-1928, dr. van Anton van Remmerden en Trijntje Ederveen Uit het 1 e huw. o.a.: 1. Gijsberta Koudijs, geb. Zeist 1906, tr. Woudenberg 13-06-1930 Antonie Jetten, geb. Woudenberg 1905, zn. van Jan Jetten en Elizabeth van der Wiel 2. Cornelia Koudijs, geb. Woudenberg 1910, tr. Woudenberg 01-04- 1932 Jan van Lunteren, geb. Woudenberg 1905, zn. van Andries van Lunteren en Teunsije Koudijs 10. Cornelia Koudijs, geb. Woudenberg 28-04-1877, tr. Woudenberg 15-05- 1908 Jacobus Dijkhorst, geb. Zeist 09-01-1876, zn. van Jacobus Dijkhorst en Grietje Johanna Barneveld 11. Anna Koudijs, geb. Woudenberg 18-01-1879, tr. Woudenberg 04-11-1905 Jan van Dijk, geb. Woudenberg 29-12-1875, zn. van Jan van Dijk en Hendrikje van Dijk 12. Antonia Koudijs, geb. Woudenberg 08-03-1881, ov. Woudenberg 29-03- 1881 4. Gerrit Koudijs, geb. Woudenberg 19-11-1836, ov. Woudenberg 02-12-1895, tr. Woudenberg 24-05-1872 Gerritje van Egdom, geb. Woudenberg 29-12-1844, ov. Utrecht 01-03-1931, dr. van Willem van Egdom en Oetje Meerbeek 1. Jan Koudijs, geb. Woudenberg 10-10-1872, ov. Woudenberg 31-01-1942, tr. Woudenberg 04-11-1899 Maria van Domselaar, geb. Woudenberg 29-01-1874, ov. Woudenberg 24-04-1936, dr. van Jan van Domselaar en Hendrikje de Bree Uit dit huw. o.a.:
1. Gerrit Hendrik Koudijs, geb. Woudenberg 14-06-1900 2. Hendrika Koudijs, geb. Woudenberg 22-03-1903, tr. Woudenberg 22-06-1923 Antonius Rommers, geb. Hilversum 1903, zn. van Willem Rommers en Ida Aartsen 3. Johanna Koudijs, geb. Woudenberg 1907, tr. Woudenberg 11-07- 1930 Gerard Meerbeek, geb. Woudenberg 1903, zn. van Albertus Meerbeek en Klaasje van Kempen 2. Willem Koudijs, geb. Woudenberg 26-07-1875, tr. Woudenberg 25-05-1906 Teuntje Vonk, geb. Woudenberg 30-08-1875, dr. van Cornelis Vonk en Jannetje van Ede 3. Hendrikus Koudijs, geb. Woudenberg 28-03-1879, tr. Woudenberg 24-02- 1905 Christina Elizabeth van Dijk, geb. Woudenberg 25-03-1883, dr. van Cornelis van Dijk en Maria Elizabeth van Lunteren 4. Gerrit Koudijs, geb. Woudenberg 04-05-1883, ov. Woudenberg 23-04-1923, tr. Woudenberg 29-05-1914 Aalbertje van Rennes, geb. Ede 1883, ov. Veenendaal 03-11-1935, dr. van Willem van Rennes en Carolina Klumpenaar 5. Oetje Koudijs, geb. Woudenberg 20-07-1885, ov. Utrecht 07-11-1942, tr. Woudenberg 30-05-1913 Johannes Dirk van Rennes, geb. Ede 1887, ov. Utrecht 25-05-1941, zn. van Willem van Rennes en Carolina Klumpenaar 6. Hendrikje Koudijs, geb. Woudenberg 11-06-1888 5. Grietje Koudijs, geb. Woudenberg 25-11-1838, ov. Woudenberg 05-04-1882, tr. Woudenberg 21-07-1866 Willem van Dijk, geb. Woudenberg 26-03-1838, ov. Woudenberg 14-01-1893, zn. van Willem van Dijk en Hendrikje van Lunteren. Willem van Dijk, tr. (2) Woudenberg 17-11-1883 Jacoba van Doorn, geb. Woudenberg 03-04-1837, ov. Woudenberg 14-04-1908, dr. van Jan van Doorn en Maatje van Ginkel 6. doodgeb. kind, ov. Woudenberg 20-11-1841 7. Anna Koudijs, geb. Woudenberg 02-05-1843, ov. Woudenberg 28-08-1905, ongehuwd 8. Jacoba Koudijs, geb. Woudenberg 23-10-1845, ov. Woudenberg 27-02-1891, tr. Woudenberg 24-09-1870 Cornelis van Egdom, geb. Woudenberg 25-11-1837, ov. Woudenberg 03-10-1903, zn. van Willem van Egdom en Oetje Meerbeek 9. Antonia Koudijs, geb. Woudenberg 25-03-1849, ov. Woudenberg 20-08-1914, tr. Woudenberg 01-08-1874 Teunis van Egdom, geb. Woudenberg 21-08-1849, ov. Woudenberg 23-03-1929, dr. van Willem van Egdom en Oetje Meerbeek 10. Hendrikje Koudijs, geb. Woudenberg 04-04-1853, ov. Woudenberg 10-05-1855 7. Frans Koudijs, geb./ged. Woudenberg 22/25-12-1806, get. Errisje Voskuil, ov. Utrecht 06-08-1826, ongehuwd 8. Antonij Koudijs, geb./ged. Woudenberg 10/18-09-1808, get. Errisje Voskuil, arbeider, ov. Woudenberg 30-03-1888, begr. Lambalgen, tr. Woudenberg 22-09-1838 Elizabeth van Lunteren, wed. Cornelis van Zwetselaar, geb. Woudenberg 06-01-1813, ov. Woudenberg 07-12-1845, dr. van Bart van Lunteren en Aaltje van den Broek 1. doodgeb. jongen, ov. Woudenberg 26-09-1838 2. doodgeb. jongen, ov. Woudenberg 26-09-1838 3. Grietje Koudijs, geb. Woudenberg25 03-05-1840, tr. (1) Ommen Stad 15-11-1866 Jan Wessel Hoek, geb. Ommen Stad 1840, landbouwer, arbeider, ov. Avereest 26-06- 1887, zn. van Lodewijk Hoek en Annegien Willering, tr. (2) Zuidwolde 21-06-1890 Hendrik Palmers, wed. Hendrikje Bosch, geb. Zwolle 21-02-1839, zn. van Zwaantje
Palmers, tr. (3) Sloten 18-06-1909 Huibert van Drongelen, wed. Lena Drost, geb. Maasdam 06-10-1840, zn. van Leendert van Drongelen en Cornelia Bervoets 4. Arien Koudijs, geb. Woudenberg 21-03-1842, dienstknecht, tr. Avereest 17-05-1867 Albertien Wielink, geb. Avereest 1842, ov. 1903, dr. van Jacob Wielink en Aaltje Hoogeveen 5. Albertus Koudijs, geb. Woudenberg 25-01-1844, ov. Avereest 05-08-1923, arbeider, tr. Avereest 09-03-1866 Jantje Krikke, geb. Avereest 1844, ov. Avereest 08-03-1902, dr. van Jan Beene Krikke en Trijntje Jacobs de Jonge 9. Teunis Koudijs, geb./ged. Woudenberg 27-02/04-03-1810, get. Errisje Voskuil, timmerman, ov. Woudenberg 09-04-1889, tr. Woudenberg 18-08-1832 Gerritje Swart, geb./ged. Woudenberg 19-01/09-02-1812, ov. Woudenberg 10-04-1890, dr. van Jan Swart en Catharina Susanna Horst 1. Jan Koudijs, geb. Woudenberg 16-01-1833, ov. Woudenberg 02-08-1920, tr. Woudenberg 13-05-1865 Teunisje van Egdom, geb. Woudenberg 02-08-1842, ov. Woudenberg 12-05-1892, dr. van Willem van Egdom en Oetje Meerbeek 1. Gerritje Koudijs, geb. Woudenberg 20-07-1865, tr. Woudenberg 08-08-1895 Willem van Deelen, geb. Amerongen 25-10-1867, zn. van Tijmen van Deelen en Cornelia van Barneveld 2. Oetje Koudijs, geb. Woudenberg 11-03-1868, ov. Zeist 08-12-1944, tr. Woudenberg 24-09-1887 Jan Koudijs, geb. Woudenberg 04-03-1861, los arbeider, ov. Zeist 29-11-1931, zn. van Antonie Koudijs en Cornelia van Domselaar 3. Wilhelmina Koudijs, geb. Woudenberg 03-09-1870, tr. Woudenberg 19-05- 1894 Jan Budding, geb. Ede 1871, zn. van Evert Budding en Evertje Maassen 4. Teunisje Koudijs, geb. Woudenberg 29-06-1873, tr. Woudenberg 30-10- 1897 Andries van Lunteren, geb. Woudenberg 01-07-1870, ov. Woudenberg 21-03-1948, zn. van Evert van Lunteren en Aaltje van Dijk 5. Christina Koudijs, geb. Woudenberg 28-04-1876, ov. Amersfoort (ingeschr. te Woudenberg) Woudenberg 28-12-1945, tr. Woudenberg 26-05-1900 Marinus Christoffel Budding, geb. Ede 1875, zn. van Evert Budding en Evertje Maassen 6. Jannetje Koudijs, geb. Woudenberg 05-05-1879, tr. Woudenberg 16-12-1905 Jacob Broere, geb. Wilnis 1883, zn. van Izak Broere en Aagje van Vliet 7. Willem Koudijs, geb. Woudenberg 29-05-1882, leraar van een ambachtsschool te Woudenberg, tr. Renswoude 03-11-1905 Neeltje Haverkamp, geb. Renswoude 20-10-1882, dr. van Jan Haverkamp en Jantje van de Bunt Uit dit huw. o.a.: Johan Koudijs, geb. Woudenberg 1908, bouwkundig opzichter, tr. Scherpenzeel 29-02-1940 Mietje Treels, geb. Scherpenzeel 17-08-1910, ged. in de Geref Kerk 18-09-1910, dr. van Robertus Treels en Willemina Buddingh 8. Jan Koudijs, geb. Woudenberg 08-09-1884, ov. Woudenberg 08-08-1886 2. Grietje Koudijs, geb. Woudenberg 03-06-1834, ov. Woudenberg 02-04-1910, tr. Woudenberg 18-02-1860 Cornelis de Bree, geb. Woudenberg 22-07-1833, ov. Woudenberg 13-07-1891, zn. van Jan de Bree en Maria van de Wetering 3. Catharina Susanna Koudijs, geb. Woudenberg 21-02-1837, ov. Woudenberg 19-02- 1889, ongehuwd
4. Arien Koudijs, geb. Woudenberg 01-06-1839, ov. Woudenberg 16-04-1925, tr. Woudenberg 15-08-1872 Antonia van Dijk, geb. Woudenberg 04-07-1842, ov. Woudenberg 01-03-1921, dr. van Willem van Dijk en Hendrikje van Lunteren 1. Teunis Koudijs, geb. Woudenberg 02-03-1873, ov. Woudenberg 06-09-1873 2. Hendrika Koudijs, geb. Woudenberg 06-04-1874, ov. Woudenberg 25-04- 1874 3. Teunis Koudijs, geb. Woudenberg 25-05-1875, ov. Woudenberg 04-08-1875 4. Willem Koudijs, geb. Woudenberg 11-02-1877, ov. Woudenberg 11-06- 1935, ongehuwd 5. Gerritje Koudijs, geb. Woudenberg 20-05-1878, ov. Woudenberg 15-09- 1878 6. Hendrika Koudijs, geb. Woudenberg 20-09-1879, ov. Woudenberg 03-10- 1939, tr. Woudenberg 16-05-1907 Jan Vlastuin, geb. Woudenberg 08-09-1883, zn. van Jan Vlastuin en Maria Bouman 7. Teunis Koudijs, geb. Woudenberg 23-08-1881, tr. Woudenberg 10-03-1916 Clasina Vlastuin, geb. Woudenberg 09-03-1886, dr. van Jan Vlastuin en Maria Bouman 8. Gerritje Koudijs, geb. Woudenberg 02-03-1884, ov. Woudenberg 03-03- 1884 9. Jannetje Koudijs, geb. Woudenberg 11-06-1885, ov. Woudenberg 19-08- 1886 5. Gerrit Koudijs, geb. Woudenberg 12-01-1842, tr. Woudenberg 09-03-1867 Dirkje van Nieuwenhuizen, geb. Maarn 15-12-1846, ov. Zeist 15-11-1903, dr. van Arris Nieuwenhuizen en Jannigje Otterlo 6. Frans Koudijs, geb. Woudenberg 01-03-1844, timmerman, ov. Woudenberg 24-02- 1918, tr. Woudenberg 03-08-1867 Willemijntje Boekhout, geb./ged. Scherpenzeel 04/25-10-1846, ov. Woudenberg 02-11-1924, dr. van Cornelis Boekhout en Aaltje van de Weert 1. Gerritje Koudijs, geb./ged. Scherpenzeel 17-10/01-12-1867, tr. Woudenberg 30-04-1892 Cornelis de Koning, geb. Woudenberg 07-03-1855, ov. Woudenberg 26-03-1931, zn. van Jan de Koning en Gerritje van Dijk 2. Aaltje Koudijs, geb. Woudenberg 30-09-1869 3. Catharina Susanna Koudijs, geb. Woudenberg 01-02-1872, ov. Woudenberg 15-09-1948 (won.te Laren), tr. Woudenberg 30-05-1896 Gerrit Kramer, geb. Woudenberg 12-04-1875, zn. van Jan Kramer en Evertje Bakkenes 4. Cornelis Koudijs, geb. Woudenberg 16-05-1874, tr. Woudenberg 28-01- 1899 Hendrika Bakkernes, geb. Woudenberg 03-07-1876, dr. van Jan Bakkernes en Dina Johanna van Manen 1. Frans Koudijs, geb. Woudenberg 26-02-1899 2. Jan Hendrik Koudijs, geb. Woudenberg 15-08-1900 3. Willem Koudijs, geb. Woudenberg 23-10-1902, ov. Woudenberg 07-03-1903 5. Teunis Koudijs, geb. Woudenberg 07-09-1876, tr. Woudenberg 09-02-1905 Anna Jetten, geb. Woudenberg 18-08-1873, ov. Woudenberg 21-06-1931, dr. van Rijk Jetten en Trijntje van de Biesen
6. Willem Johannes Koudijs, geb. Woudenberg 01-03-1879, tr. Woudenberg 25-06-1904 Cornelia Vink, geb. Woudenberg 31-12-1882, dr. van Johannes Vink en Klaasje van Garderen Uit dit huw. o.a.: 1. Ferdinand Koudijs, geb. Woudenberg 1904, tr. Woudenberg 11-12- 1925 Maria de Bree, geb. Woudenberg 1906, dr. van Jan de Bree en Aartje Kleinveld 7. Cornelia Johanna Koudijs, geb. Woudenberg 01-09-1881, ov. Woudenberg 28-05-1916, tr. Woudenberg 02-08-1907 Arie Helms, geb. Woudenberg 21-05- 1881, zn. van Jan Cornelis Helms en Daniëla Kreijkamp 8. Frans Koudijs, geb. Woudenberg 21-01-1884, tr. Woudenberg 17-02-1906 Jannetje van Bruggen, geb. Woudenberg 21-11-1883, dr. van Gerard van Bruggen en Jannetje Dolron Uit dit huw. o.a.: Gerardus Koudijs, geb. Woudenberg 1915, schoenmaker, tr. Scherpenzeel 07-02-1946 Zwaantje van Kampen, geb. Ede 1924, dr. van Evert van Kampen en Berendina van Deelen 9. Maria Koudijs, geb. Woudenberg 30-03-1886, tr. Woudenberg 25-08-1916 Johan Jan Vermeulen, geb. Driebergen 20-12-1892, zn. van Jan Vermeulen en Dirkje Niekerk 10. Wilhelmina Koudijs, geb. Woudenberg 18-03-1889, tr. Woudenberg 24-05- 1912 Evert van Dam, geb. Leersum 01-06-1887, zn. van Cornelis van Dam en Gijsberta Ravenhorst 7. Teunis Koudijs, geb. Woudenberg 04-06-1847, smidsknecht, tr. (1) Woudenberg 26-08-1874 Wilhelmina van Velzen, geb. Woudenberg 06-09-1848, ov. Barneveld 06-02-1876, dr. van Hendrikus van Velzen en Johanna Magdalena Worthmann, tr. (2) Enkhuizen 20-06-1878 Adriana Ruiter, geb. Enkhuizen 1851, dr. van Floris Ruiter en gerritje Swier Uit het 1 e huw.: 1. Gerrit Koudijs, geb. Woudenberg 19-10-1874, ged. in de Grote Kerk 01-11- 1874 8. Jannetje Koudijs, geb. Woudenberg 10-02-1851, tr. Woudenberg 13-03-1873 Andries van Dijk, geb. Woudenberg 11-03-1848, zn. van Antonie van Dijk en Elizabeth van de Wetering IIIb Ebbert Jacobsz van Coudijs, ov. voor 1674, won. Oudenhorst, tr. Scherpenzeel 06-04-1662 Gijsbertien Willemsen van Heijntienscamp, wed Aelbert Fransen, won op Oordeel, dr. van Willem Jansz Heijngenscamp en Cornelia Jans, ov. 09-10-1702. Gijsbertje Willems, otr. (1) Scherpenzeel 29-01-1660 Aelbert Fransen, won. Renswoude, ov. 1661, zn. van Frans Aelbertsz, tr. (3) Renswoude 01-11-1674 (haar neef) Jacob Jans, ged. Scherpenzeel 17-11-1639, op Wolfswinckel, zn. van Jan Jacobsz Lim. Scherpenzeel pasen 1660: Gijsbertien Willemsen hv Aelbert Fransen, op Oordeel. En Aelbert Fransen, op Oordeel, met attestatie vertrokken naar Renswoude. In 1662 draagt Elbert Jacobsen op Oordel 6-6-0 gl. bij tot de reparatie van het leidak van de kerk van Scherpenzeel (Herv. Gemeente Scherpenzeel 273). In 1663 betaalt Ebbert Jacobsz namens zal. Aelbert Franssen, op Oordeel, f 15,= keurgeld aan de Vrouwe van Scherpenzeel. (Recht. Arch. Scherpenzeel 3; 20-07-1663). Lidm. Scherpenzeel 1673: Gijsbertje Willemsen, wed Ebbert Jacobsen, op Groot Oordeel. In 1674 wordt Willem Jacobsz en Gijsbert Jacobsz, ooms en mombers van de drie onmondige kinderen van zal. Egbert Jacobsz, op Groot Oordel, borgen: Jan Willemsz van Heijntgenscamp en Thonis Evertsz, op Goodswilligen (Recht. Arch. Scherpenzeel 3; 18-10-1674).
Grafsteen Grote Kerk Scherpenzeel nr. 31: EBBERT JACOBSEN OP OORDEEL Uit het huw. van Gijsbertien Willemsen en Aelbert Fransen: 1. Corneli. Aelberts, ged. Scherpenzeel 17-02-1661, op Oordeel De predikant weet niet of het een zoon of dochter is. 2. Frans Aelbert Aelberts, ged. Scherpenzeel 26-01-1662, op Groot Oordeel Uit het huw. van Gijsbertien Willemsen en Egbert Jacobsz van Coudijs: 3. Cornelissien Egberts van Coudijs, ged. Scherpenzeel 11-02-1663, op Groot Oordeel 4. Aelbert Egbertsz van Coudijs, ged. Scherpenzeel 01-01-1664, op Oordeel, ov. voor 1734, tr. Renswoude (otr. Scherpenzeel) 04-08-1700 Rijckje Meeuwsen, dr. van Meeuws Petersen, op de Hopen In 1681 erven Albert en Willem Ebbertsz van hun grootvader Jacob Willemsz een erf en hofstede, zijnde ¼ deel van Klein Lambalgen (Huis Amerongen 1182, fol. 28; 1681. Bel. Holevoet nr. 36). Hij verkoopt het in 1699 (Huis Amerongen 1185, fol. 27vo; 1699. Bel. Holevoet nr. 36). In 1685 eist de schout 10 daalders boete van Aelbert Egbertsen, stiefzoon en schoonzoon van Jacob Janssen, op Groot Oordeel, wegens rondlopen met een roer (Recht. Arch. Scherpenzeel 3; 12-10-1685). Lidm. Scherpenzeel 06-10-1695: Aelbert Egbertsen, jm, op Groot Oordeel. In 1699 erven Albert en Willem Ebbertsz van hun grootvader Jacob Willemsz een erf en hofstede, zijnde ¼ deel van Klein Lambalgen (Bel. Holevoet 36; A9, fol. 28; 1681). Hij verkoopt het in 1699 (Bel. Holevoet 36; A4, fol. 27vo; 1699). Lidm. Scherpenzeel 06-10-1700: Rijckje Meeuwssen, huisvrouw Aelbert Egbertsen, op Groot Oordeel. Lidm. lijst Scherpenzeel 1715: Albert Egbertsen en Rikje Meeuwsen, op Klein Schaik, In 1721 wordt Aalbert Ebbertsz van Koudijs beleend door opdracht van Anthony van de Vliert, schout te Scherpenzeel met de helft van Klein Schaik (HUA; Leenhof 168, fol. 216; 13-06-1721). In 1727 is Aelbert Ebbertsen van Coudijs eigenaar van de helft van Schaik (=Klein Schaik) (Recht. Arch. Scherpenzeel 4; 25-03-1727). In 1734 wordt zijn zoon Meus Aalbertsz van Koudijs beleend met de helft van Klein Schaik (HUA; Leenhof 169, fol. 7vo.; 24-11-1734). 1. Grietje Aalberts van Koudijs, ged. Scherpenzeel 27-11-1701, op Groot Oordeel, tr. Scherpenzeel 02-06-1727 Cornelis Jansz van Schaijk, ged. Scherpenzeel 14-05-1693, op Kleijn Schaick, ov. ca. 1748, zn. van Johannes (Jan) Cornelissen en Aeltje Woutersen. Cornelis Jansz van Schaik, tr. (2) Scherpenzeel 18-07-1734 Jannetje Rikken, won. Egdom 2. Gijsbertje Aalberts, ged. Scherpenzeel 27-02-1704, op Groot Oordeel 3. Meeuws/Mees Aalberts van Coudijs/van Schaik, ged. Scherpenzeel 05-09-1706, op Groot Oordeel, tr. Scherpenzeel (att. van Lunteren) 22-04-1742 Jantje Cornelissen, van Lunteren In 1734 wordt Meus Aalbertsz van Koudijs beleend na dode van zijn vader Aelbert Ebbertsz van Koudijs met de helft van Klein Schaik (HUA; Leenhof 169, fol. 7vo; 24-11-1734). In 1736 leent Meus Aelbertse van Coudis, leenman van St. Paulus te Utrecht, mede namens zijn zusters, f 600,= van Geurt Arissen, wonende Scherpenzeel. Onderpand: Kleijn Schadick, leenroerig aan St. Paulus; oost: Gootswilgen, west: Groot Schadik, zuid: Groot Oorel, noord: Veenschooten. (Leenboek Huis Scherpenzeel 144, fol. 40; 08-02-1736). In 1739 is Mees Aalbertsen van Schaik getuige bij het huw. van zijn zuster Teuntje met Evert Woutersen Berkhorst. In 1740 wordt Helmert Willemsz van Lokhorst beleend door opdracht van Mees Aelbertsz van Koudijs volgens koop van 15-06-1739 voor het gerecht van Scherpenzeel voor f 2450,= met de helft van Klein Schaik (HUA; Leenhof 169, fol. 145vo; 30-05-1740). Van 1749-1762 is Mees Aalbertsen van Schaik en van 1767-1778 zijn weduwe Jantje Cornelissen eigenaar van huis (1832) sectie D 265,266, westeinde zuidzijde, groot 0.13.20 ha. In 1778 kopen Gerrit Beerenden van Ossenbruggen x Goudjen Vranken voor f 55,= van Jantjen Cornelissen, wed. Meelis Aalbertsen van Schaaik en haar zoons Aalbert en Cornelis een huis en hof aan het westeinde van het dorp; oost: Hendrik Aartsen Hemsbergen, west: Gerrit Keijzer. (Recht. Arch. Scherpenzeel 7, fol. 131; 04-08-1778). 1. Aalbert Meessen, ged. Scherpenzeel 09-09-1742, jong ov.
2. Cornelis Meessen, ged. Scherpenzeel 16-02-1744, jong ov. 3. Aalbert Meessen, ged. Scherpenzeel 18-07-1745 4. Cornelis Meessen, ged. Scherpenzeel 06-10-1748 4. Teuntje Aalberts van Schaik, ged. Scherpenzeel 05-09-1713, op Klein Schaik, tr. (1) Scherpenzeel 25-01-1739 Evert Woutersen van Berkhorst, ged. Scherpenzeel 21-03- 1704, op Berckhorst, zn. van Wouter Teunissen en Geurtje/Geertje Faassen, tr. (2) Scherpenzeel 07-01-1753 Jan Gijsbertsz, geb. 't Heereveen onder Ede, zn. van Gijsbert Jansz 5. een zoon, ged. Scherpenzeel 01-09-1667, op Oirel 6. Willem Egbertsz van Coudijs, ged. Scherpenzeel 23-08-1668, op Groot Orel, tr. Woudenberg (otr. Scherpenzeel) 16-11-1704 Evertje Lauwen, aan de Haar, ov...-03-1718, dr. van Lauw Willemsen In 1681 erven Albert en Willem Ebbertsz van hun grootvader Jacob Willemsz een erf en hofstede, zijnde ¼ deel van Klein Lambalgen (Huis Amerongen 1182, fol. 28; 1681. Bel. Holevoet nr. 36). Lidm. Scherpenzeel 12-06-1698: Willem Egbertsen, jm, op Groot Oordeel. Lidm. Scherpenzeel: Evertje Lauwen, huisvrouw Willem Egbertsen, op Groot Oordeel, met attestatie van Woudenberg 25-12-1704. Lidm. reg. Scherpenzeel 1715: Willem Egbertsen en Evertje Lauwen op Groot Oorel. Lidm. lijst Scherpenzeel 1740: Willem Egbertz Koudtijs, op Groot Oorel. In 1754 verkopen Ebbert, Cornelis, Jan en Willem Willemse, Jacob Recxsen x Geijsbertije Willemse, erfgenamen van Willem Elbertsen voor f 5610,= aan Jan Breunissen van Wolfswinkel x Johanna Hendrikse Lokhorst, Groot Oorrel, groot 65 à 66 morgen, 11 à 12 morgen tiendvrij, door de verkopers gebruikt (Huis Scherpenzeel 74. 07-08-1754). 1. Gijsbertje Willems van Coudijs, ged. Scherpenzeel 25-10-1705, op Groot Oordeel, tr. Renswoude 28-10-1742 (otr. Scherpenzeel) Jan Willemsen, van Ede, zn. van Merritje Jans, tr. (2) Scherpenzeel 29-12-1748 Jacob Rijksz van Manen, zn. van Rijck Jacobsen, van Manen en Barbertje Geurts Lidm. Scherpenzeel 01-07-1738: Jan Willemsen, jm, van Ede. Lidm. lijst Scherpenzeel 1740: Jan Willemz, op Groot Oorel, ov. Lidm. Scherpenzeel 06-04-1749: Gijsbertje Willemsdr Koudtijs, geh, won op Gr. Orel. Lidm. lijst Scherpenzeel 1756/58: Gijsbertje Willemsz Koudtijs, op de beijde Heijntjescampen. Uit het 1e huw.: 1. Evertje Jans van Ede, ged. Scherpenzeel 18-08-1743, op Groodt Oorel 2. Willem Jansz van Ede, ged. Scherpenzeel 08-08-1745, op Groodt Oorel, kastelein op de Waldhoorn te Otterlo, ov. Otterlo 12-12-1838, tr. Kesteren (att. van Otterlo) 30-04-1781 Helena de Vreem, ged. Ochten 24-05-1761, ov. Otterlo 22-04-1842, dr. van Teunis de Vreem en Steventje Budding 3. Oth Jansz van Ede, ged. Scherpenzeel 22-01-1747, op Groodt Oorel, ov. Otterlo op de Damakker 11-03-1826, tr. Otterlo 23-03-1783 Jantje Geurts Uit het 2e huw.: 4. Barbara Jacobs van Manen, ged. Scherpenzeel 01-01-1750, op Gr. Orel 2. Ebbert Willems van Coudijs, ged. Scherpenzeel 16-03-1707, op Groot Oordeel, jong ov. 3. Louw Willems van Coudijs, ged. Scherpenzeel 18-03-1708, op Groot Oordeel ov. voor 1754 4. Ebbert Willems van Coudijs, ged. Scherpenzeel 25-08-1709, op Groot Oordeel, tr. Renswoude 30-11-1749 Reijertje Pietersz, won. voorheen Ederveen Lidm. Scherpenzeel 25-12-1724: Egbert van Koudijs. 1. Evertje Ebberts van Coudijs, ged. Scherpenzeel 13-12-1750, op Gr. Orel en ged. Renswoude 20-12-1750, Ederveen, tr. (1) Lunteren 22-12-1776 Reijer Teunisz, ged. Renswoude 19-01-1749, in de Kamp, zn. van Teunis Reijersz en
Aaltje Dirks, tr. (2) Lunteren 06-02-1780 Willem Hendriksz, ged. Lunteren 21-04-1765, zn. van Hendrik Gerritsz (Bruinhorst) en Teunisje Killen van den Berkt 2. Gerritje Ebberts van Coudijs, ged. Renswoude 21-01-1753, Ederveen 3. Willem Ebberts van Coudijs, ged. Renswoude 05-10-1754, Veenkant 4. Peter Ebberts van Koudijs, ged. Renswoude 24-10-1756, Veenkant, schaapherder, ov. Hoevelaken 01-02-1814, ongehuwd 5. Lauw Ebberts van Coudijs, geb. Ederveen, ged. Renswoude 01-12-1759, Veenkant, tr. Lunteren 01-05-1791 Beertje Klaassen, geb. Lunteren 1774, ov. Ede 29-12-1822 Lidm. Ede 1796: Louw Egberts en Beertje Claasd. 1. Gijsbertje Louwen, ged. Lunteren 13-10-1792 2. Egbert Louwen Koudijs, geb./ged. Ede 22/27-07-1794, ov. Ede 11-04- 1851, tr. Grietje Brugge 3. Claas Janssen Louwen/Egbertsen, ged. Ede 19-02-1797 4. Willem Louwen Koudijs, ged. Ede 12-03-1799, werkbode 5. Gijsbertje Louwen Koudijs, ged. Ede 01-04-1802, ov. Ede 16-09-1858, tr. Teunis Jansen 6. Gijsbert Ebberts van Koudijs, ged. Renswoude 05-03-1762, Ederveen, ov. Lunteren 28-05-1847, tr. Willempje Gerritsen Bij zijn ov. heet zijn moeder Reijertje Jansen. 5. Cornelis Willems van Coudijs, ged. Scherpenzeel 23-11-1710, op Groot Oordeel, tr. Renswoude (otr. Scherpenzeel) 02-03-1755 Jannetje Sanders van Ravenhorst, geb. Renswoude dec. 1719, dr. van Sander Gijsbertsz van Ravenhorst en Maaijke Hendriks van Schaik 1. Sander Koudijs, ged. Renswoude 23-11-1755, op Engelaer, ov. Renswoude 02-03-1828, ongehuwd 2. Willem Koudijs, ged. Renswoude 14-07-1758, op Engelaer, begr. Renswoude 04-07-1803, tr. Renswoude 10-07-1791 Gerritje Elbertsen, geb. Ederveen, ged. Renswoude 21-01-1753, ov. Renswoude 03-11-1823, dr. van Elbert Willemsen (Koudijs) en Reijertje Petersen 1. Jannigje Koudijs, ged. Renswoude 16-12-1792, op Klein Spikhorst, ov. Ede 13-07-1857, tr. Renswoude 15-03-1817 Willem Willemsen Wolfswinkel, ged. Renswoude 24-01-1794, landbouwer, ov. Ede 01-06- 1851, zn. van Elbert Willemsen Wolfswinkel en Hendrikje Jacobs Weiland 2. Reijertje Koudijs, ged. Renswoude 24-01-1796, ov. Ede 09-02-1853, ongehuwd 6. Willem Willems van Coudijs, ged. Scherpenzeel 03-04-1712, begr. Renswoude 13-03-1806, tr. Scherpenzeel 19-10-1749 Ariaentje Jansdr Velthuisen, ged. Ede 03-04- 1729, ov. Renswoude 05-09-1811, dr. van Jan Willemsz Velthuisen en Wijmpje Ariense Lidm. Scherpenzeel 14-04-1748: Willem Willemz van Koudtijs, won op Gr. Orel, met attestatie vertrokken naar Soest. In 1749 huurt Willem Willemse, won. onder Scherpenzeel van de erven Theodorus van Lilaar de boerderij Veenhuijzen met 19 morgen bouwland en 6 morgen weiland onder Soest voor 6 jaar, van 1750-1756, voor 255 gl. p.j. Hij tekent als Willem Willemsen van Oorel (AT033a008; 18-10- 1749).
Ariaantje van Veldhuizen wed Willem Koudijs als enige erfgenaam ab intestato van wijlen haar zoon Willem Koudijs op 08-03-1806 in het Woud onder Ede overleden, constitueert Jan Overvest om de nodige memorie van aangeving te doen. (Dorpsgerecht Renswoude 1804; 01-05-1806). Uit dit huw. o.a.: 1. Evertje Willems van Coudijs, ged. Scherpenzeel 21-06-1750, in Soest, otr. Renswoude 03-11-1780 Aart/Arend Hannissen de Jong, ged. Scherpenzeel 15-04-1754, zn. van Hannes Jansen de Jong en Hendrikje Jans van Dijk 2. Jantje Willems van Coudijs, ged. Ede 23-05-1754 3. Maria Koudijs, geb. 1763, won. Utrecht, ov. Maarsseveen 29-01-1831, tr. Renswoude 18-11-1792 Willem van Latum, won. Utrecht, geb. 1767, ov. Breukelen-Nijenrode 22-05-1857, zn. van Aalbert van Latum en Dirkje NN 7. Marrijtje Willems van Coudijs, ged. Scherpenzeel 24-09-1713, ov. voor 1754 8. Jan Willemsz van Oorl, tr. Renswoude 02-04-1752 Beeltje Gijsberts, geb. Ederveen 1. Evertje Jans, ged. Renswoude 31-12-1752, Ederveen, jong ov. 2. Evertje Jans Koudijs, ged. Renswoude 12-01-1755, Ederveen, ov. Renswoude 24-08-1828, tr. Renswoude (otr. Renswoude 27-05-1779 Geurt van Altena, geb. Renswoude, molenaar, zn. van Geurt van Altena en Jannetje Kooij Everdje Jansen Koudijs, weduwe van Geurt Altena, wonende te Renswoude, huurt van Joost Gerard Godart Taets van Amerongen, heer van Renswoude: de windkoornmolen, een huis nr 28 met berg en schuren en ongeveer 4 morgen bouwland gelegen in Renwoude voor 475 gulden per jaar. Nicolaas Wilhelmus Buddingh, procureur, wordt gemachtigd om op te treden indien de huurder in gebreken blijft. (Notarieel Veenendaal; 21-06-1810). 3. Engeltje Jans, ged. Renswoude 13-03-1757, Ederveen 4. Willemijntje Jans, ged. Renswoude 18-11-1759, Ederveen Uit het huw.van Gijsbertje Willems en Jacob Jans: 7. Jantje Jacobs, ged. Scherpenzeel 13-05-1677, op Groot Oordeel IIIc Gijsbert Jacopsen van Coudijs, ov. 11-03-1710, tr. Scherpenzeel 19-03-1665 Gerritien Rutgersen van de Haer ook wel van Ginkel, ged. Amerongen 26-03-1643, dr. van Rutger Harmensen van de Haer, in Zuilenstein en Hendrikje Jans Lidm. Scherpenzeel 25-09-1659: Gijsbert Jacopsen. In 1663 schenkt Gijsbert, zoon van Jacob Willemsen van Coudijs f 4-0 voor een kroonluchter voor de kerk (Archief Grote Kerk 1; 22-01-1663). Lidm. Scherpenzeel 24-12-1665: Gerritien Rutgers, huisvrouw Gijsbert Jacopsen. In 1666 wordt Gijsbert Jacobsz bij gelegenheid van zijn huwelijk beleend door zijn vader Jacob Willemsz met een huis en hofstede aan de Holevoet (Huis Amerongen 1181, fol. 50; 1666. Bel. Holevoet nr. 23). Lidm. reg. Scherpenzeel 1673: Gijsbert Jacobsen en Gerritje Rutgers. Gerritje Rutgers, de vrouw van Gijsbert Jacobsz is in 1673 één van de vrouwen die ds. Steen belet om de preekstoel te beklimmen om zijn intredepreek te houden (H.M. van Woudenberg, De geschiedenis van de Grote kerk in Scherpenzeel, blz. 99). In 1674 wordt Gijesbert Jacopsen vant Koutis beleend door opdracht van Arrijs Cornelijssen van Twijller en Arrijs Aelbertsen, mombers van Aelbert Toenijssen van Glashorst, onmondig zoon van zal. Toenijs Aelbertsen van Glashorst met de "legen camp" gelegen in Glashorst. (Leenboek Huis Scherpenzeel 142, fol. 60vo; 02-11-1674). In 1674 worden Willem en Gijsbert Jacobsz benoemd tot mombers van de drie onmondige kinderen van zal. Egbert Jacobsz, op Groot Oordel (Recht. Arch. Scherpenzeel 3; 18-10-1674). In 1681 erft Gijsbert Jacobsz na dode van zijn vader 1 ½ morgen land in Coudijs (Huis Amerongen 1182, fol. 28vo; 1681. Bel. Holevoet nr. 35). Gijsbert Jacobsz Coudijs en zijn vrouw Gerrichje Rutgers van Ginckel wonende te Scherpenzeel, 23-07- 1695 octrooi door het Hof van Utrecht verleend, lijftochten elkaar over en weer. Verder wijzen zij hun acht kinderen aan als erfgenamen na hun beider overlijden. Dit zijn, Hendrickje, Maeijghje, Geertje,
Grietje, Elbert, Theunis, Gerrichje en Jacob Gijsbertsen van Coudijs. De oudste van de kinderen op het moment dat beiden zijn overleden krijgt een som van 50 gulden vooruit. Ook sluiten zij de weeskamer uit. (Notarieel Veenendaal; 01-03-1696). In 1697 verkopen Gijsbert Jacobsz van Coudijs x Gerritje Rutgers van Ginckel seeckere hofstede, huijsinge, bergh en schuer schaepschot en vordere getimmer etc staende mitsgaders de hoeve landts groot ontrent sestien margen daer aen behorende gelegen onder Ginckel daar oost: erfgenamen Rutger Hermansz van Ginckel, zuid: en Ginkelse eng, west: Domproostdij van Utrecht, noord: Jan Cornelisz, strekkende van de Ginkelse eng tot aen het walt ofte de Groep toe, leenroerig aan Culemborg. Hij is hiermee op 27-10-1688 verleid. En nog een campjen lants groot eene margen, oost: Gerrit Jacobsz Blotenburg, west: dhr Zuilestein, zuid: Ginkelse eng en noord: domproostdij van Utrecht. Nog een kampje lants inden engh, oost: dhr Zuilestein, zuid en west: dhr Cannenberg en noord: de vorige kamp. Nog een akkertje lants langes het bosch groot ontrent een mergen. Nog een hoeckel lants gelegen inden eng. Nog drie hoeckjes land in den engh. Ende dit op de lasten van alle Jaere te helpen maecken en onderhouden gemeen met Teunis Hendricks opt goed vanden heer Houwert. Een roede dijcx opde Amerongensen Dijck. Dit alles is hem ten dele gevallen van wijlen Rutger Hermansz van Ginckel sijn vrouwen vader, soo en in dier voegen als het selve in huere gebruijckt word bij Hendrick Janssen x Aeltjen Gerrits. Hij verkoopt dit aan Cornelis Cornelisz Floore (RHC ZOU, arch.nr. 64, inv.nr. 2473; 27-11-1697. 29-12-1697 bekent Gijsbert Jacobsz van Coudijs ontvangen te hebben van Cornelis Cornelisz Floor 1700 gl in mindering vande koopsom vant erff en lant te Ginckel, gebruijckt wordende bij Hendrick Jansz. 25-1-1698: nog 300 gl ontvangen. 06-06-1699: 1000 gl ontvangen. In 1698 verkoopt Gijsbert Jacobsz een deel van het heetveld in Glashorst aan de heer van Scherpenzeel (Huis Scherpenzeel 53; 04-08-1698). In 1700 wordt Gijsbert Jacobs van Coudis beleend door opdracht van Cornelis Aelberts van 't Willaer met een stuk heetveld van Glashorst (Leenboek Huis Scherpenzeel 143, fol. 33; 25-01-1700). In 1709 koopt Hendrick Willem van Westerholt, Heer van Scherpenzeel van Gisbert Jacobs van Koudijs x Gerritjen Rutgers van Ginckel "eerstelijck een weg aenvangende van de middelweg van Glashorst, lopende tot aent lant van Jantjen Boers op het eijnde, met eenen krommen hoeck omlopende met de slooten aen beijde sijde van de voorschreven dijck gelegen, die tot de voorschreven weg ijn eijgendom sijn behorende, ten tweede de wal loopende langens den ouden weg van Vlastuijn, beginnende van het lant van Jantjen voorschreven met de sloot daer agter gelegen tot op de middelweg van Glashorst" (Leenboek Huis Scherpenzeel 143, fol. 71; 05-02-1709). In 1709 en 1726 is Gijsbert Jacobs van Coudijs leenman van Huis Scherpenzeel. In 1709 verkoopt Gijsbert Jacobsz de aanliggende weg en wal aan de heer van Scherpenzeel (Nb. Zijn vrouw heet hier Gerritje Rutgers van Ginkel) (Huis Scherpenzeel 110; 05-02-1709). Lidm. reg. Scherpenzeel 1715: Gerritje Rutgers. 1. Henrickien Gijsberts van Coudijs, ged. Scherpenzeel 13-01-1667, tr. (1) Scherpenzeel 24-12-1699 Peter Cornelissen Nieuwburgh, tr. (2) Scherpenzeel (otr. Woudenberg) 08-11-1711 Hendrick Petersen van Spickhorst, rademaker, zn. van Peter Roelen van Spickhorst en Willemtje Cornelissen Lidm. Scherpenzeel 25-12-1687: Hendrikje Gijsbertsen van Coudijs, met attestatie vertrokken naar Utrecht. Lidm. reg. Scherpenzeel 1715: Hendrikje Gijsbertsen van Coudijs, huisvrouw Hendrik Petersen. In 1725 wordt Jacop Gijsbertsz van Coudijs, oom en momber van de onmondige Gijsbert Petersz Nijnborig beleend met een stuk heetveld van Glashorst (Leenboek Huis Scherpenzeel 143, fol. 122vo; 10-04-1725). In 1730 laten Hendrik Pieterse Spikhorst x Hendrikje Gijsberts Coudijs, won. Scherpenzeel hun testament maken. Octrooi Hof van Utrecht 22-07-1730 (Notarieel Amersfoort 028b009; 17-11-1730). In 1732 wordt Hendrikje Gijsbertsen van Coudijs beleend na dode van haar vader Gijsbert Jacobsz van Coutijs met een huis en hofstede aan de Holevoet, na scheiding Gerritje Rutgers van Ginkel en de kinderen. Hendrikje draagt het direct over aan haar oudste zoon Cornelis Petersz van Nieuwburg (Huis Amerongen 1186, fol. 83; 1732. Bel. Holevoet nr. 23). In 1734 erft Cornelis Petersz Nieuwburg, oudste zoon van wijlen Peter Cornelissen Nieuwburg en Henrikje Gijsberts van Coudijs 1 ½ morgen land in Coudijs (Huis Amerongen 1186, fol. 84; 1734. Bel. Holevoet nr. 35). 2. Maijtien Gijsberts van Coudijs, ged. Scherpenzeel 16-01-1670, aen de Holevoet, tr. Willem Anthonissen Glashorst, waarschijnlijk zn. van Thonis Aelbertsz van Glashorst en Hermtien Willemsen van Wolfswinckel
3. Geertje Gijsberts van Coudijs, ged. Scherpenzeel 26-11-1671, tr. 1698 Cornelis Gerrits van Bosveld, meester-timerman te Maartensdijk (HUA Utrecht UT112a001, fol. 232; 01-10-1698, huwelijkse voorwaarden. Notaris F. de With, Utrecht) (Zie onder) Testament Cornelis Bosveld x Geertje van Coudijs (HUA; UT141a002, nr. 203; 20-04-1726). 4. Grietje Gijsberts van Coudijs, ged. Scherpenzeel 25-12-1674, tr. Jacobus van Kampen Lidm. Scherpenzeel 31-05-1696: Grietje Gijsbertsen van Coudijs; met attestatie vertrokken naar Utrecht. In 1737 wordt Jacobus van Kampen namens zijn dochter Gerritje van Campe beleend na dode haar moeder Grietje van Coudis met "de lege kampe en de helft van de pol" gelegen in Glashorst. Gebruikt door Aart Louwen. (Leenboek Huis Scherpenzeel 144, fol. 49vo; 11-06-1737). 5. Ebbert Gijsbertsz van Coudijs, ged. Scherpenzeel 25-07-1677, won. aan de Holevoet, tr. Scherpenzeel 16-05-1712 Grietje Peters van Spickhorst, dr. van Peter Roelen van Spickhorst en Willemtje Cornelissen Lidm. Scherpenzeel 25-12-1700: Grietje Petersen. In 1701, 1702, 1704 en 1707 is Egbert Gijsberts van Coudijs getuige bij de dopen van de kinderen van Willem Antonisz van Glashorst en Marretje Gijsberts Koudijs in Amsterdam. Lidm. Scherpenzeel 04-04-1706: Egbert Gijsberts van Coudijs. In 1711 wordt Ebbert Gijsberts van Koudijs beleend na dode van zijn vader Gijsbert Jacobsz van Koudijs met een stuk heetveld in Glashorst (Leenboek Huis Scherpenzeel 143, fol. 77vo; 06-04-1711). Huw. voorwaarden (Archief Eemland; AT026c001, fol. 150; 08-05-1712). Lidm. reg. Scherpenzeel 1715: Egbert Gijsberts van Coudijs en Grietje Petersen. 6. Teunis Gijsbertsz van Coudijs, ged. Scherpenzeel 25-07-1677 7. Gerritje van Coudijs, ged. Scherpenzeel 14-03-1680, tr. Scherpenzeel 19-10-1704 Jan Cornelissen van Overeem Lidm. Scherpenzeel 25-12-1700: Gerritje Gijsberts van Coudijs. Lidm. Scherpenzeel: Jan Cornelissen Overeem met attestatie van Renswoude 09-10-1707. Lidm. reg. Scherpenzeel 1715: Jan Cornelissen Overeem en Gerritje Gijsberts van Coudijs. Lidm. reg. Scherpenzeel 1740: Gerritje Gijsberts van Koudijs. 8. Jacob Gijsbertsen van Koudijs, ged. Scherpenzeel 05-06-1682, volgt IVb IVb Jacob Gijsbertsen van Koudijs, ged. Scherpenzeel 05-06-1682, landbouwer op Abbelaar, ov. voor 1743, tr. Woudenberg 17-04-1713 Aeltje Hendricksen van t Voort/van de Leeuwerikenpol, ged. Scherpenzeel 08-12-1678, dr. van Hendrick Cornelisz en Reijntje Francken Bij dopen van de kinderen: van den Leeuwerickenpol. In 1711 wordt Jacob Gijsberts van Koudijs beleend na dode van zijn vader Gijsbert Jacobs van Koudijs met een "legen kamp mit de pol" in Glashorst (Leenboek Huis Scherpenzeel 143, fol. 77; 06-04-1711). In 1711 en 1712 is Jacob Gijsbertsz van Coudijs leenman van Huis Scherpenzeel. Lidm. reg. Scherpenzeel 1715: Jacob Gijsbertsen en Aaltje Hendriksen, op Appelaar. In 1725 wordt Jacop Gijsbertsz van Coudijs, oom en momber van de onmondige Gijsbert Petersz Nijnborig beleend met een stuk heetveld van Glashorst (Leenboek Huis Scherpenzeel 143, fol. 122vo; 10-04-1725). In 1726 wordt Jacob Gijsbertsz Coudijs beleend met 6 of 7 morgen land in t Voort na opdracht door (zijn schoonvader) Hendrick Cornelisz x Reijntje Franken (Leenhof 117, fol. 591; 1726. Bel. Holevoet nr. 18a). In 1727 wordt Jacob Gijsbertsz Coudijs beleend met twee kampen in t Voort na opdracht door (zijn zwager) Frank Hendriksz (Leenhof 115, fol. 176; 1727. Bel. Holevoet nr. 8). In 1738 wordt Arnoldus van der Kisten, auditeur militair van de provincie Utrecht namens Jacob Gijsbertsen van Coudijs voor de Staten van Utrecht beleend door opdracht van Gerardus van de Vliert met de helft van de tiend, grof en smal, van Overeem, op 28-02-1737 gekocht voor f 890,= (Leenboek Huis Scherpenzeel 144, fol. 55; 06-03-1738). Grafstenen in de Grote kerk van Scherpenzeel nr. 8: JACOB KOUDYS. In 1743 wordt Geijsbert Jacobsen van Codijs beleend na dode van zijn vader Jacob Geijsbertse van Codijs met een Leegen kamp met de Pol in Glashorst (Leenboek Huis Scherpenzeel 144, fol. 88; 04-10- 1743).
In 1743 worden Gijsbert Jacobsz Koudijs, Hendrik Jacobsz Koudijs en Gerritje Jacobsz Coudijs x Barend den Bosch beleend na dode van hun vader met twee kampen in t Voort (Leenhof 117, fol. 595; 1743. Bel. Holevoet nr. 8). 1. Gijsbert Jacobsz Coudijs, geb. Renswoude 01-07-1714, ged. Scherpenzeel 22-07-1714, volgt V 2. Hendrik Jacobsz Coudijs, ged. Scherpenzeel 19-01-1716, op Abbelaar (ingeschr. doopboek Renswoude 22-01-1716), begr. Renswoude 10-08-1784, tr. won. Groot Overeem te Renswoude 22-03-1750 Sandertje Evertsen Methorst, ged. Renswoude 02-11-1721, dr. van Evert Roelofsz Methorst en Maria Sanders van de Hoef In 1743 wordt Gijsbert Jacobsz Koudijs mede namens Gerritje Koudijs x Barend van den Bosch en Hendrik Jacobsz Koudijs beleend met 6 of 7 morgen land in t Voort na dode van hun vader Jacob Gijsbertsz Koudijs (Leenhof 117, fol. 591; 1743. Bel. Holevoet nr. 18a). In 1743 wordt Gijsbert Jacobsz Koudijs mede namens Gerritje Koudijs x Barend van den Bosch en Hendrik Jacobsz Koudijs beleend met twee kampen in t Voort na dode van hun vader Jacob Gijsbertsz Koudijs (Leenhof 117, fol. 595; 1743. Bel. Holevoet nr. 8). In 1743 wordt Gerritje Jacobs Coudijs beleend met twee kampen in t Voort na scheiding met broer Gijsbert en Hendrik. Bij verzuim geregistreerd in 1774 (Leenhof 125, fol. 25; 1774. Bel. Holevoet nr. 8). Op datzelfde moment verkoopt zij het aan Gerrit Cornelisz van Egdom. In 1788 worden Aaltje, Maria, Dirkje, Evertje en Jacobje Hendriksen van Koudijs beleend met 6 of 7 morgen land in t Voort na dode van hun oom Gijsbert Jacobsz Koudijs (Leenhof 130, fol. 269; 1788. Bel. Holevoet nr. 18a). 1. Aaltje Hendriksen Koudijs, ged. Renswoude 21-03-1751, op Overeem, ov. Woudenberg 30-11-1822, tr. (1) Renswoude (otr. Renswoude 18-02-1775) Dirk Jansen Veenendaal, ged. Renswoude 22-11-1744, op Selder, zn. van Jan Hendriksz Veenendaal en Geusje Alberts van Ravenhorst, tr. (2) Leersum (otr. Woudenberg) 22-02-1794 Antonie Hermensz van Ginkel, wed. Aaltje Gerrits Pothoven, bouwman, ged. Woudenberg 22-05-1741, ov. Woudenberg 27-01-1816, zn. van Hermen Jansz van Ginkel en Aaltje Thonen Lagerweij 2. Maria Hendriksen Koudijs, ged. Renswoude 26-11-1752, op Overeem, ov. Renswoude 06-03-1832, otr. Renswoude 09-07-1778 Melis Hendriksz Overeem, ged. Renswoude 21-09-1749, landbouwer, ov. Renswoude 28-10-1826, zn. van Hendrik Fransz Overeem en Jannetje Hendriks van Lokhorst 3. Jacob Hendriksen Koudijs, ged. Renswoude 26-01-1755, op Overeem, ov. voor 1788 4. Dirkje Hendriksen Koudijs, ged. Renswoude 11-09-1757, op Overeem, otr. Renswoude 23-03-1781 Aart Teunissen van de Vliert, ged. Renswoude 25-09-1735, landbouwer, zn. van Teunis Aartsz en Claartje Aalbertsen 5. Evertje Hendriksen Koudijs, ged. Renswoude 25-12-1759, op Overeem, ov. Renswoude 07-03-1823, otr. Renswoude 01-04-1791 Johannes Jansen Overeem, ged. Renswoude 05-02-1747, zn. van Jan Fransz Overeem en Teuntje Jans van Lokhorst 6. Japikje/Jacobje Hendriksen Koudijs, ged. Renswoude 26-08-1763, op Overeem, tr. Renswoude (otr. Renswoude 13-03-1788) Jan Gijsbertsen de Gooijer, ged. Renswoude 02-04-1762, zn. van Gijsbert Jansz de Gooijer en Jannigje Breunissen Wolfswinkel 3. Gerritje Jacobsz Coudijs, geb. Renswoude 28-04-1718, begr. Renswoude 17-08-1792, tr. Renswoude 05-05-1743 Barend Egbertsen van den Bosch, ged. Renswoude 11-04-1723, begr. Renswoude 07-11-1799, zn. van Egbert Bosch en Dirkje Timmer In 1743 wordt Gijsbert Jacobsz Koudijs mede namens Gerritje Koudijs x Barend van den Bosch en Hendrik Jacobsz Koudijs beleend met twee kampen in t Voort (Leenhof 117, fol. 595; 1743. Bel. Holevoet nr. 8). In 1743 wordt Gerritje Jacobs Coudijs beleend met twee kampen in t Voort na scheiding met broer Gijsbert en Hendrik. Bij verzuim geregistreerd in 1774 (Leenhof 125, fol. 25; 1774. Bel. Holevoet nr. 8).
In 1774 wordt Gerrit Cornelisz van Egdom beleend door opdracht van Gerritje Jacobs Coudijs met twee kampen in t Voort (Leenhof 125, fol. 31; 1774. Bel. Holevoet nr. 8). V Gijsbert Jacobsz Coudijs, ged. Scherpenzeel 22-07-1714, landbouwer, ov. op Klein Kolfschoten, begr. Scherpenzeel 17-03-1785, won. Overeem, tr. Scherpenzeel 15-03-1750 Hendrikje Willems van Colfschoten, ged. Scherpenzeel 03-09-1719, op Groot Kolfschoten, dr. van Willem Tijmensz van Colfschoten en Neeltje Gijsberts van Ravenhorst In 1734 en 1744 is Gijsbert van Koudijs schepen van Renswoude. In 1743 wordt Gijsbert Jacobsz Koudijs mede namens Gerritje Koudijs x Barend van den Bosch en Hendrik Jacobsz Koudijs beleend met twee kampen in t Voort (Leenhof 117, fol. 595; 1743. Bel. Holevoet nr. 8). In 1743 wordt Gerritje Jacobs Coudijs beleend met twee kampen in t Voort na scheiding met broer Gijsbert en Hendrik. Bij verzuim geregistreerd in 1774 (Leenhof 125, fol. 25; 1774. Bel. Holevoet nr. 8). Op datzelfde moment verkoopt zij het aan Gerrit Cornelisz van Egdom. Lidm. Scherpenzeel 25-12-1757: Gijsbert Koudtijs, op Gr. Schaick, met attestatie van Renswoude Lidm. reg. Scherpenzeel 1756/58: Gijsberth van Koudtijs, op Gr. Schaick Lidm. reg. Scherpenzeel 1771: Gijsbert van Koudijs, op Groot Schaik Lidm. reg. Scherpenzeel 1772/74: Gijsbert van Koudijs, op Groot Schaik. In 1773 wordt Geijzbert Codijz beleend door opdracht van Geijzbert Ruijtenbeek, jm, met gedeelten van Gelashorst, gekocht voor f 1600,=. (Leenboek Huis Scherpenzeel 143, fol. 99; 16-06-1773). In 1773 en 1778 is Gijsbert Coudijs leenman van Huis Scherpenzeel. In 1775 wordt Geijzbert Codijz beleend door opdracht van Fredrick Burghart Lodewijck van Westerholt, Heer van Hackfoort met Klijn Colfzchoten, gekocht voor f 4370,= (Leenboek Huis Scherpenzeel 145, fol. 114; 22-04-1775). 1. Aaltje Gijsberts Coudijs, ged. Scherpenzeel 17-01-1751, in de Aghterstraat, jong ov. 2. Jakob Gijsbertsz Coudijs, ged. Scherpenzeel 23-07-1752, in de Aghterstraadt, ov. voor 1844 3. Neeltje Gijsberts Coudijs, ged. Scherpenzeel 03-03-1754, op Groodt Schaick, ov. Scherpenzeel 11-10-1781 Lidm. Scherpenzeel 07-12-1774: Neeltje Koudijs, op Groot Schaik. 4. Aeltje Gijsberts Coudijs, ged. Scherpenzeel 06-11-1757, op Gr. Schaick, jong ov. 5. Aaltje Gijsberts Coudijs, ged. Scherpenzeel 18-03-1759, op Groodt Schaick, ov. Lunteren 19-03-1846, tr. Scherpenzeel 02-11-1783 Breunis Jansz van Wolfswinkel, ged. Scherpenzeel 23-11-1755, op Gr. Orel, ov. Scherpenzeel 20-05-1819, zn. van Jan van Wolfswinkel en Hanna Lokhorst Lidm. Scherpenzeel 17-04-1783: Aaltje Koudijs, later huisvrouw van Breunis Jansz van Wolfswinkel, op Klein Kolfschoten, nu op Groot Oorl, nu in Scherpenzeel. Lidm. reg. Scherpenzeel 1805: Aaltje Koudijs. Koudijs (2) I. Thijmen Willemsz, smid, ov. 1590-1599, tr. NN In 1536 zijn Thijman Willemsz en Melis Dircksz bruiker van t Broek onder (Oudschildgeld Woudenberg nr. 97). In 1556 wordt Thijmen Willemsz genoemd in de rekening van de rentmeester van de Domeinen te Utrecht als eigenaar voor de helft van het erf Coudijs; zijn zonen Jan en Jacob zijn eigenaar voor de andere helft (HUA; Fin. Inst. nr. 31). In 1590 is Thijman Willems eigenaar van Coudijs. Er is onduidelijkheid over de eigendom: daer van dat schijnt dat Thijman voorschreven d een helft gebruijckt ende d ander helfte sijn twee soons Jan en
Jacob. Te vragen off Thijman sijn twee soonen dit in hijlick gegeven heeft (Tijnsrol Huis Amerongen 1590, fol. 30; transcr. Dick v. Wageningen). In 1590 is Thijman Willems eigenaar van een halve hoeve veen in Ginkel (Tijnsrol Huis Amerongen 1590, fol. 31; transcr. Dick v. Wageningen). In 1599 zijn eigenaar van Coudijs: Herman Thijmensz, de ene helft en Jan Thijmensz en de kinderen van Jacob Thijmensz de andere helft (Oudschildgeld Woudenberg nr. 60). 1. Harmen Thijmensz, ov. voor 1650, volgt II 2. Jacob Thijmansz, ov. voor 1599 In 1556, samen met broer Jan, voor de helft eigenaar van Coudijs. De andere helft is van hun vader (HUA; Fin. Inst. nr. 31) In 1599 zijn Jan Thijmensz en de kinderen van Jacob Thijmensz voor de helft eigenaar van Coudijs, bruiker: zelf (Oudschildgeld Woudenberg nr. 60). 3. Jan Thijmensz Zie genealogie Sniddelaar. 4.? Hendrickje Tijmansdr 5.? Derighgen Tijmensen, tr. Cornelis Cornelissen. Cornelis Cornelissen, tr. (2) Scherpenzeel 09-02-1612 Nielgen Cornelissen, jd. van Emmickhuijsen II Harmen Thijmensz, ov. voor 1650, tr. NN In 1599 is Harmen Thijmensz bruiker en voor de helft eigenaar van Coudijs (Oudschildgeld Woudenberg nr. 60). In 1599 is Harmen Thijmensz bruiker en voor een vierde deel eigenaar van Klein Lambalgen (Oudschildgeld Woudenberg nr. 6). Boedelscheiding tussen de erfgenamen van Jannichgen Harmans. Comparanten: Harman Thijmans. Jan Thijmans, beiden te Woudenberch. Willem Rutgerszn voor zichzelf en zich sterk makend voor zijn broeders: Ghijsbert Brantszn, wonende te Ginckel en Willem Rutgers als man en voogd van Elbertgen Jacobs, wonend Woudenberch. Henrick Hoffellaet, als man en voogd van zijn huysfrou, Gerbrich Cornelis, weduwe van Meus Harmanszn, voor de kinderen van Meus Harmanszn. Zij zijn tezamen erfgenamen van Jannichgen Harmans en hebben een accoord gesloten betreffende de erfenis en bestervenis en de rentebrieven en obligaties en de verdeling daarvan bij deze. In de boedel van Jannichgen zijn gevonden: 1. een rentebrief dd. 22-07-1559, op Jan van Hardenbroeck, van 100 gulden met een jaarlijkse rente van 6 gulden en 5 stuivers. Zijn borgen zijn: Johan Herbertszn. en Thonijs Adriaens. 2. een rentebrief dd. 30-07-1577, op Weymtgen van Gessel en erfgenamen, van 200 gulden met een jaarlijkse rente van 12 carolus gulden. 3. een rentebrief dd. 16-06-1581, op Jan Janszn., moelenaer op de Snel, van 300 gulden plus jaarlijkse rente van 18 gulden. 4. een obligatie dd. 11-05- 1607, eertijds op Aert Willemszn. te Woudenberch en nu op Albert Corneliszn. met een hoofdsom van 150 gulden en een jaarlijkse rente van 9 gulden, nog twee jaar te betalen op mei 1609. 5. een obligatie dd. 19-05-1605, op Peter Peterszn. en Willemptgen, echtelieden, wonend te Soest, van 106 gulden en 15 stuivers, waarvan jaarlijks 3 gulden en 15 stuivers is betaald zodat daarvan nog resteert 103 gulden. Partijen zijn overeengekomen dat Harman Thijmans mede in zal brengen de som van 25 gulden die hij schuldig is geweest aan de erflaatster, Jannichgen Harmans, waarmee alle rekeningen, actie en pretenties die Harman T. en Jannichgen H. op de anderen mochten hebben gehad, als ook de doodschulden, afgedaan, dood en teniet zullen zijn. Het totaal van voornoemde hoofdsommen en vervallen rentes bedraagt 956 gulden. Daarnaast is door erflaatster een legaat van 25 gulden vermaakt aan Thonis Janszn., zoon van Jan Coster te Scherpenzeel, dat nog van Brant Thoniszn. komt van geleend geld, volgens obligatie van 10 gulden, door erflaatster gepasseerd. Er komt nog van Jan Thijmans jaarlijks de som van 9 gulden, als rest van een rente van 12 gulden en 10 stuivers, tot de aflossing toe. De uitschulden bedragen 44 gulden. De boedelverdeling vindt plaats door loting. Gerbrich Cornelis en Henrick Hoffelaet, in zijn voornoemde kwaliteit, krijgen de 5e obligatie, van 103 gulden (dit is inclusief de rente). De 3e brief van 300 gulden plus 2 jaar rente is toegeloot aan Harman Thijmans, Jan Thijmans en Willem Rutgerszn. De 2e brief van 200 gulden plus 2 jaar rente gaat naar Ghijsbert Brantszn. en Willem Rutgers, als man en voogd van zijn huisvrouw. Obligatie nr. 4 plus 2 jaar rente (totaal 168 gulden) zijn heden door Albert Corneliszn. afgelost en daarvan krijgt Gerbrich Cornelis c.s. 9 gulden, zodat zij inclusief de obligatie van 103 gulden, nu 112 gulden heeft. Van deze 168 gulden is nog 10 gulden betaald aan Gijsbert Brantszn. ten behoeve van Brant Thoniszn. en nog 9 gulden aan Jan Thijmans, zijnde de bovenvermelde
uitschulden. Hierbij worden de resterende penningen van de 168 gulden gelijkelijk onder de erfgenamen verdeeld. De 25 gulden die Harman Thijmans schuldig is, zal hij betalen aan Thonis Janszn. te Scherpenzeel. Er blijft onverdeeld en gemeenschappelijk de 1e rentebrief van 100 gulden op Jan van Hardenbroeck en zijn borgen. Getuigen: Wolter Meynszn., schepen, en Jan van Ingen. Op 15-06-1609 bekent Henrick Hoffelaet van Gerbrich Cornelis zijn portie van 112 gulden ontvangen te hebben alsmede zijn portie van de overgebleven penningen van de 168 gulden. (Not. Amersfoort, notaris J. van Ingen AT002b001, fol. 322-324; 06-06-1609). Harmen Thijmensz bezat 1 ½ morgen land in Klein Lambalgen, in 1650 geërfd door zijn kleinzoon Helmert Hendriksz (Huis Amerongen 1180, fol. 10; 08-01-1650. Bel. Holevoet nr. 38). Harmen Thijmensz bezat 1 ½ morgen in Klein Lambalgen, in 1650 geërfd door zijn dochter Jacobje Harmens x Hendrik Petersz Verhoef (Huis Amerongen 1180, fol. 9vo; 08-01-1650. Bel. Holevoet nr. 40). 1. Jacobje Harmens, tr. Scherpenzeel 03-11-1611 Hendrik Petersz Verhoef, ov. voor 1654 Tussen 1629 en 1651 pacht Hendrick Petersz Verhoef diverse tienden van het St. Pieter uit Utrecht (Wageningen, Tienden St. Pieter, blz. 26-41). In 1632 wordt Hendrik Petersz, won. Scherpenzeel beleend met een huis aan de Holevoet (later daer Utregt uijthangt ) door opdracht van de erven van Jan Sandersz (Huis Amerongen 1179, fol. 39; 1632. Beleningen Holevoet nr. 28). In 1650 wordt Hendrik Petersz Verhoef beleend met 1 ½ morgen land in het erf Klein Lambalgen en met 1 ½ morgen in het erf Coudijs als erfgename van schoonvader Harmen Tijmansz (Huis Amerongen 1180, fol. 9; 08-01-1650. Bel. Holevoet nr. 38 en 40) Hun kinderen, behalve Jan, erven dit in 1654 (Huis Amerongen 1191; 25-11-1654). 1. Peter Hendriksz Verhoef, ged. Scherpenzeel 17-05-1612 2. Jan Hendriksz Verhoef, ged. Scherpenzeel 09-11-1614, ov. voor 1654 3. Hermen Hendriksz Verhoef In 1663 schenkt Harmen Henricksen Verhoef f 2-10 voor een kroonluchter voor de kerk (Archief Grote Kerk 1; 22-01-1663). 4. Goosen Hendriksz Verhoef, ov. 15-11-1673, tr. Mettien Henricks, ov. 1673 Lidm. Scherpenzeel 11-07-1658: Gosen Henricks Verhoef en Mettien Henricks. In 1663 schenkt Jacobjen, dochter van Gosen Henricksen Verhoef f 2-0 voor een kroonluchter voor de kerk (Archief Grote Kerk 1; 22-01-1663). Lidm.reg. Scherpenzeel 1673: Goosen Hendricks Verhoef en Metjen Hendricks. 5. Aeltgen Hendriks Verhoef, tr. (1) Hendrik Hendriksz Oirbaar, tr. (2) Scherpenzeel 24-12-1665 Willem Lubbertsz van der Vliert, wed. Grietien Jansen. Willem tr. (3) Scherpenzeel 24-05-1674 Aeltje Rijcks van Rijckholt, wed. Cornelis Teunissen van Roijwinckel Van 1649 tot 1656 pacht Hendrick den Orber diverse tienden van het St. Pieter uit Utrecht (Wageningen, Tienden St. Pieter, blz. 26-42). In 1662 wordt het dode lichaam geschouwd van Grietgen Jans, de vrouw van Willem Lubbertsz. Zij is van een wagen gevallen waarvan het voorwiel af was gelopen en onder het achterwiel doorgegaan. Dit gebeurde voor het huis van Thijmen Henricksz in Leusbroek (Recht. Arch. Leusden 1050; 05-12-1662). In 1664 vermaken Hendrik Hendriksz Orbaer x Aeltje Hendriks Verhoef 1 ½ morgen land in het erf Coudijs aan Jacobje Goossens Verhoef (Huis Amerongen 1180, f. 40; 1664. Beleningen Holevoet nr. 31). In 1670 wordt Willem Lubbertsz van de Vliert, wed. Aeltje Hendriks Verhoef na uitkoop van zijn ov. huisvrouw, die eerder wed. was van Hendrik Hendriksz Orbaer, beleend met een huis aan de Holevoet (later daer Utregt uijthangt ) (Huis Amerongen 1182, f. 6vo; 1670. Beleningen Holevoet nr. 28). 2. Hendrick Hermensz, tr. NN. In 1650 wordt Henrick Tijsz beleend met de helft van een huis aan de Holevoet door opdracht van Hendrick Hermensz, won. Woudenberg (Huis Amerongen 1180, f. 8vo; 1650. Beleningen Holevoet nr. 27). Slaperdijksgeld dorp Woudenberg 1653: Hendrick Harmantsz. 1. Helmert Hendricksz van Coudijs, volgt IIIa
3.? Gijsbert Hermensz, tr. als jm. van Klein Lambalgen te Scherpenzeel 30-01-1614 Weimgen Jansen, jd. van Landaes 4.? Theunis Harmense III Helmert Hendricksz van Coudijs, tr. NN. In 1650 wordt Helmert Hendricksz beleend met omtrent 1 ½ morgen land in Klein Lambalgen als oudste leenvolger van zijn bestevader Harmen Tijmansz (Huis Amerongen 1180, fol. 10; 1650. Beleningen Holevoet nr. 38). In 1650 wordt Helmert Hendricksz beleend met 1 ½ morgen land in het erf Coudijs als oudste leenvolger van zijn bestevader Harmen Tijmansz (Huis Amerongen 1180, f. 10vo; 1650. Beleningen Holevoet nr. 31). 1. Aert Helmertsen Koudijs, kuiper, tr. Scherpenzeel 23-01-1659 Merritien Aelbers, dr. van Aelbert Cornelissen, op de Weerthoff In 1674 is Aert Helmertsz, kuiper, oom en momber van de twee onmondige kinderen van zal. Thonis Helmertsz x Ellertgen. Borg: Jan Stevensz, bakker (Recht. Arch. Scherpenzeel 3; 15-06-1674). In 1689 eist de curator van Johan van Wolfswinckel, schout betaling van f 2-9-8 van Aert Helmertsen, kuiper (Recht. Arch. Scherpenzeel 4; 03-06-1689). In 1691 wordt Jan Steventsen de Leeuw aangeklaagd door Aert Helmertsen, kuiper, oom en momber van de kinderen van zal. Teunis Helmertsz en Jan van Vierhouten voor het in orde maken van de administratie (Recht. Arch. Scherpenzeel 4; 05-10-1691). Neeltje Anthonis van Coudijs x Bessel Evertsen en Helmert Anthonissen van Coudijs bedanken Aert Helmertsen voor zijn momberschap (Recht. Arch. Scherpenzeel 4; 02-12-1691). In 1691 is Aert Helmertsen van Coudijs is als oom en momber getuige bij het huw. van zijn nichtje Neeltje Teunissen van Coudijs. 1. Helmert Aertsen van Coudijs, ged. Scherpenzeel 13-11-1659, tr. Scherpenzeel 04-09-1692 Geurtje Arisen van t Willer, ged. Scherpenzeel 16-12-1666, ov. Scherpenzeel 13-11-1703, dr. Aris Cornelissen van t Willaer en Geertje Aelbertsen van Glashorst Helmert Aertsen van Coudijs lidm. te Scherpenzeel 04-04-1697. 1. Geertje Helmerts van Coudijs, ged. Scherpenzeel 25-02-1694 2. Neeltje Aertsen van Coudijs, ged. Scherpenzeel 21-09-1662 Neeltje Aertsen van Coudijs lidm. te Scherpenzeel 12-04-1691. Genoemd in lidm. lijst van 1715. 3. Gerrit Aertsen van Coudijs, ged. Scherpenzeel 11-10-1665 4. Teunisje Aertsen van Coudijs, ged. Scherpenzeel 20-10-1667 2. Herman Helmerts Koudijs, otr. Amersfoort 25-02-1659 en Scherpenzeel 27-02-1659 (att. naar Apeldoorn) Merritien Jans, wed. Lambert Reijners van Apeldoorn 3. Teunis Helmertsen van Coudijs, ov. voor 1691, tr. Barneveld (otr. Scherpenzeel 16-08- 1663) Ellertien Jacobs, jd. van Barneveld In 1663 schenkt Antoni, zoon van Helmert Henricksen van Coudijs f 1-12 voor een kroon voor de kerk (Archief Grote Kerk 1; 22-01-1663). In 1674 is Aert Helmertsz, kuiper, oom en momber van de twee onmondige kinderen van zal. Thonis Helmertsz x Ellertgen. Borg: Jan Stevensz, bakker (Recht. Arch. Scherpenzeel 3; 15-06-1674). In 1691 wordt Jan Steventsen de Leeuw aangeklaagd door Aert Helmertsen, kuiper, oom en momber van de kinderen van zal. Teunis Helmertsz en Jan van Vierhouten voor het in orde maken van de administratie (Recht. Arch. Scherpenzeel 4; 05-10-1691). 1. Neeltje Teunissen van Coudijs, tr. Scherpenzeel 25-03-1691 Bessel Evertsen, wed. Peternel Arissen, van Appel een wijle gewoont hebbende tot Scherpenzeel, rademaker Lidm. Scherpenzeel 12-04-1691: Neeltje Teunissen van Coudijs, huisvrouw Bessel Evertsen.
In 1691 bedanken Neeltje Anthonis van Coudijs x Bessel Evertsen en Helmert Anthonissen van Coudijs, Aert Helmertsen voor zijn momberschap (Recht. Arch. Scherpenzeel 4; 02-12-1691). 2. Helmert Teunissen van Coudijs, tr. Gijsbertien Morren van Vlastuijn, ged. Scherpenzeel 28-11-1669, op Vlastuijn, dr. van Mor Gijsbertsen van t Broeck en Hilletje Jans Lidm. Scherpenzeel 01-10-1693: Helmert Teunissen van Coudijs, met attestatie vertrokken naar Utrecht. 1. Maria van Koudijs, otr. Scherpenzeel 31-01-1712 Erasmus van Ebbenhorst, jm. won. Amersfoort, zn. van Dirck van Ebbenhorst, koopman in katoen en Grietje van Lockhorst Dewijl den Bruijdegom den 14 februari des avonds is overleden, soo is dit houwelick niet voltrocken Marijtje van Coudijs, jd., met attestatie van Utrecht 12-05-1695. In 1712 worden huw. voorw. gemaakt tussen Maria van Koudijs en Erasmus van Ebbenhorst (AT028b003; 03-02-1712). 2. Helena Koudijs, tr. Hendrik Stoffelse In 1747 laat Helena Koudijs, wed. Hendrik Stoffelse, dr. Gijsbertien Morren van Vlastuijn, wed. Helmert Coudijs haar testament maken (HUA; not. U184a014, nr. 17; 30-01-1747). 4. Hendrick Helmerts van Coudijs, tr. Merritgen Willems, dr. van Willem Joosten In 1662 verkoopt Merritgen Willems, wed. Hendrick Helmertsz van Coutijs, geass. door haar vader Willem Joosten aan Rijck Claesz het zesde deel van De Hell met huis, afgedeelt van De Vlierdt (Recht. Arch. Renswoude 1800; 17-06-1662). 1. Helmert Hendricksz van Coudijs, ged. Scherpenzeel 23-02-1657 2. Helmert Hendricksz van Coudijs, ged. Scherpenzeel 16-02-1659, smid, tr. Scherpenzeel 27-05-1688 Lijsbet Ebbertsen van Ebbenhorst, ged. Scherpenzeel 06-06- 1669, dr. van Egbert Jansen van Ebbenhorst en Maeijtien Aelberts van t Willaer Van 1652-1680 is Egbert Jansz Ebbenhorst, smid, eigenaar van een huis in Scherpenzeel aan het westeind, sectie D 304,305. Dit huis gaat over op zijn schoonzoon Helmert Hendricksen. Lidm. Scherpenzeel 15-04-1688: Lijsbetje Ebbertsen van Ebbehorst. Lidm. Scherpenzeel 25-12-1688: Helmert Hendriksen. Lidm. reg. Scherpenzeel 1715: Helmert Hendriksen van Coudijs en Lijsbet Ebbertsen van Ebbenhorst. 1. Marrijtje/Maria Helmerts van Koudijs, ged. Scherpenzeel 03-03-1689, otr. Scherpenzeel 31-01-1712 Erasmus van Ebbenhorst, ged. Amersfoort 19-06- 1683, zn. van Dirck Egbertsen van Ebbenhorst, koopman in katoen en Annetje Goudoever Dewijl den Bruijdegom den 14 februari des avonds is overleden, soo is dit houwelick niet voltrocken In 1712 worden huw. voorw. gemaakt tussen Maria van Koudijs en Erasmus van Ebbenhorst (AE; AT028b003; 03-02-1712). 2. Annetje Helmerts, ged. Scherpenzeel 08-02-1691, tr. Matthijs Mom, zn. van Cornelis Willemsz Mom en NN Zij laten kinderen dopen in Amsterdam. 3. Johanna Helmertsen van Coudijs, ged. Scherpenzeel 01-01-1693, tr. Scherpenzeel 26-10-1721 Hendrik van Breeschoten, ged. Scherpenzeel, zn. van Jacobus Hendriksen van Breeschoten en Grietje Jansen van Wolfswinckel Lidm. Scherpenzeel 25-12-1711:Johanna Helmertsen van Coudijs. Lidm. reg. Scherpenzeel 1715: Johanna Helmertsen. Lidm. reg. Scherpenzeel 1740: Henderik van Breschoten en Hanna van Koudtijs. Lidm. reg. Scherpenzeel 1756/1758: Hendrick van Breschoten en Hanna van Koudtijs. 4. Aeltje Helmerts, ged. Scherpenzeel 13-01-1695 5. Hendrickje Helmerts, ged. Scherpenzeel 07-05-1699, tr. Jan Mol
Zij laten kinderen dopen in Amsterdam. 6. Ebbert Helmerts, ged. Scherpenzeel 24-11-1700 7. Hendrick Helmerts van Koudijs, ged. Scherpenzeel 05-04-1705, tr. Scherpenzeel 20-12-1733 Jantje van Isendoorn, van Wageningen, ov.? Scherpenzeel 17-08-1741 Lidm. Scherpenzeel 01-04-1725: Hendrik van Koudijs; met attestatie vertrokken naar Amsterdam. Doodboek Scherpenzeel 17-08-1741: Hv Hendrik Coudijs. 1. Maria van Coudijs, ged. Scherpenzeel 05-12-1734 2. Lefert van Coudijs, ged. Scherpenzeel 15-07-1736 3. Helmert van Coudijs, ged. Scherpenzeel 25-05-1738 4. Aaltje Koudijs, ged. Scherpenzeel 07-06-1739, tr. (1) Renswoude (otr. Scherpenzeel) 10-06-1764 Jan Breunissen Wolfswinkel, ged. Renswoude 18-02-1725, zn. van Breunis Jansen Swart en Swaantje Jans Ruijsseveen, tr. (2) Renswoude 11-04-1766 Hendrik Petersen Bouman, ged. Veenendaal 01-02-1739, zn. van Peter Petersen Bouman en Willemijntje Hermens van Holten 5. Luijtghen Helmerts van Koudijs, won. Scherpenzeel, tr. Scherpenzeel 04-05-1656 (ingeschr. te Amerongen) Jan Stevensz de Leeuw, j.m. van en won. Amerongen, schoenlapper en bakker in de Knaepstraet In 1674 is Aert Helmertsz, kuiper, oom en momber van de twee onmondige kinderen van zal. Thonis Helmertsz x Ellertgen. Borg: Jan Stevensz, bakker (Recht. Arch. Scherpenzeel 3; 15-06-1674). Jochem Jansz van Garderen zal vestigen tbv Jan Stevensz op sekere huijsinge met vier mergen lants daer aen behorende gelegen onder de gerechte van Woudenberg sijnde tins goet aenden huijse van Amerongen de somme van 300 gl. (Dorpsgerecht Amerongen 149; 12-02-1676). In 1691 wordt Jan Steventsen de Leeuw aangeklaagd door Aert Helmertsen, kuiper, oom en momber van de kinderen van zal. Teunis Helmertsz en Jan van Vierhouten voor het in orde maken van de administratie (Recht. Arch. Scherpenzeel 4; 05-10-1691). Kinderen gedoopt in Scherpenzeel. Afkortingen: AE HUA: Bel. Holevoet: Archief Eemland Het Utrechts Archief W.H.M. Nieuwenhuis, Repertorium op de beleningen van de hofsteden rond de Holevoet te Scherpenzeel. Scherpenzeel, 1989. Wageningen, Tienden St. Pieter: Dick van Wageningen, Register van verkoop tienden te Woudenberg, Amerongen etc. 1513-1615 Kapittel van Sint Pieter te Utrecht. Amersfoort 2001. Scarpenzele J.C. Klesser (redactie), Scarpenzele, geschiedenis van Scherpenzeel en regio Oudschildgeld Woudenberg: W.H.M. Nieuwenhuis; Oudschildgeld Woudenberg en Geerestein, 1536-1775. Woudenberg 1993. Samengesteld door Henk van Woudenberg
Augustus 2007