Notitie Camperplaats gemeente Marum Datum: 18 januari 2016-2 e concept - 1. INLEIDING 1.1. Ontwikkelingen Het aantal kampeerauto s in Nederland is sinds 1 januari 2009 met 43,8 procent toegenomen, van 59.556 naar 85.628 op 1 januari 2014, blijkt uit cijfers van BOVAG. De doelgroep camperaars is de laatste jaren dus sterk groeiende. In 2014 bedraagt het aantal geregistreerde campers in Groningen 4.8% van het totaal. Er worden steeds minder caravans verkocht. Dit kan effect hebben op campings. 1.2. Collegeprogramma In het college programma is opgenomen dat de totstandkoming van een camper(parkeer)- plaats wordt gestimuleerd in 2016. 1.3. Doel notitie Het doel van deze notitie is het formuleren van uitgangspunten ten aanzien van een camperplaats in de gemeente Marum. 2. DEFINITIES 2.1. Camper Een camper wordt ook wel kampeerauto, zwerfauto of motorhome genoemd. Het is een motorvoertuig dat is uitgerust om in te overnachten en recreëren. In tegenstelling tot een caravan heeft een camper een eigen aandrijving en hoeft niet getrokken te worden. Een camper hoeft dus niet te worden losgekoppeld en te worden vastgezet, voordat men hem kan gebruiken om in te overnachten. De moderne campers zijn meestal in grote mate zelfvoorzienend. Ze zijn uitgerust met een toilet, douche, schoonwatertank, vuilwatertank, koelkast en warmwater boiler. Het is mogelijk om meerdere dagen zonder extra voorzieningen rond te trekken en/of verblijven in de camper. Deze omschrijving van een camper waarmee onderscheid gemaakt wordt van een caravan of andere mobiele kampeermiddelen wordt in deze notitie aangehouden om een camper aan te duiden Er zijn meerdere typen campers maar voor deze notitie wordt daar geen onderscheid in gemaakt en worden ze allen aangemerkt als camper. 2.2. Camperplaats/gereguleerde overnachtingsplaats (GOP) Een camperplaats is een aangewezen stuk terrein waarbij het is toegestaan voor 1 of meerdere campers om voor een bepaalde tijd te overnachten. Dit kan op een camping of ander recreatief terrein, op het erf van particulieren en/of aangewezen plekken door de gemeente. Op een reguliere parkeerplaats die niet is aangemerkt als camperplaats mag de camper geparkeerd worden maar mag men er niet in blijven overnachten. Een camperplaats kan verschillend ingericht zijn. Het is mogelijk dat alleen een parkeerplaats zonder enige getroffen voorzieningen aangewezen wordt als camperplaats met het oog op eigenvoorzieningen in de campers. Andere plaatsen zijn voorzien van een of meerdere facilitaire voorzieningen zoals oplaadpunten voor stroom, watertappunten, vuilwaterstortstations, etc. De camperplaatsen worden aangeduid met officiële borden. Deze camperplaats kan gratis zijn of men kan tegen betaling gebruik maken van de plaats. Voor deze notitie wordt de omschrijving van een camperplaats genomen ongeacht wat de facilitaire voorzieningen zijn van deze plek en of men hier een vergoeding voor moet betalen.
3. HUIDIGE REGELGEVING EN BELEID 3.1. Recreatiebeleid Westerkwartier In 2008 is de Wet op de Openluchtrecreatie komen te vervallen. Gemeenten zijn sindsdien individueel verantwoordelijk voor het formuleren van beleid op het gebied van kamperen. Om in het Westerkwartier het kampeerbeleid tussen de gemeenten zoveel mogelijk op elkaar af te stemmen, is in 2007 het Kampeerbeleid Westerkwartier opgesteld. Deze nota adviseert de gemeenten hoe zij hun kampeerbeleid kunnen vormgeven en welke beleidsuitgangspunten hierin wenselijk zijn gezamenlijk te hanteren. Ten aanzien van het vrij kamperen en het realiseren van GOP s het volgende opgenomen: Het advies is om vrij kamperen niet toe te staan. Er zijn voldoende diverse en betaalbare kampeermogelijkheden op de daarvoor bestemde terreinen. Voor wat betreft de Gereguleerde Overnachtingsplaatsen (GOP s) voor campers is het voorstel dit te beperken tot de (huidige) plaatsen binnen de bebouwde kom. Deze locaties kunnen worden opgenomen in het bestemmingsplan en de APV met een maximale overnachtingsduur van drie maal 24 uur gedurende de periode van 15 maart tot 31 oktober. In overige gebieden is het advies het overnachten in campers alleen toe te staan op daarvoor bestemde kampeerterreinen en/of terreinen voor kleinschalig kamperen en dit vast te leggen in de APV. De huidige GOP ligt in Lutjegast en vormt daarmee een aanvulling op de bestaande camperovernachtingsmogelijkheden op de bestaande kampeerterreinen. 3.2. BESTEMMINGSPLAN In de afgelopen jaren hebben de gemeenten in het Westerkwartier het advies ten aanzien van vrij kamperen en de realisatie van GOP s, zoals weergegeven in het kampeerbeleid, overgenomen in het bestemmingsplan voor het buitengebied. In de huidige situatie staat geen enkel bestemmingsplan het toe te recreëren buiten de recreatieterreinen. Daarnaast hebben alle gemeenten gekozen voor het uitgangspunt om geen (nieuwe) GOP s te realiseren. In het bestemmingsplan voor het buitengebied van Marum is opgenomen dat campers zijn toegestaan op gronden die zijn bestemd voor Recreatie-verblijfsrecreatie. Campers zijn het gehele jaar toegestaan op de bedrijfsmatig geëxploiteerde recreatieterreinen. Ook zijn campers op basis van het bestemmingsplan toegestaan op een kleinschalige kampeerterrein (kamperen bij de boer). Dit is wel aan een periode gebonden: 15 maart tot en met 31 oktober. 3.3. APV Marum Op grond van artikel 4:18 van het APV niet is toegestaan om te overnachten in een kampeermiddel buiten recreatieve terreinen en op grond van artikel 5:6 van het APV niet is toegestaan een kampeermiddel langer dan 3 achtereenvolgende dagen in het openbaar gebied te hebben staan.
Artikel 4:17 Begripsbepaling In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: Een onderkomen of voertuig waarvoor geen bouwvergunning in de zin van artikel 40 van de Woningwet is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterrein 1. Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan is bestemd of mede bestemd. 2. Het verbod geldt niet voor het plaatsen van een kampeermiddel voor eigen recreatief gebruik door de rechthebbende op een terrein. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het eerste lid. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8. kan de ontheffing worden geweigerd in het belang van: a. de bescherming van natuur en landschap; b. de bescherming van een stadsgezicht. Artikel 4:19 Aanwijzing kampeerplaatsen 1. Het college kan plaatsen aanwijzen waarop het verbod van 4:18 niet geldt. 2. Het college kan daarbij nadere regels stellen in het belang van de gronden genoemd in artikel 4:18, vierde lid. Artikel 5:6 Kampeermiddelen e.a. 1. Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen of te hebben op wegen binnen de bebouwde kom. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. 3. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Provinciaal wegenreglement of de Provinciale landschapsverordening. 3.6 Conclusie Op grond van de huidige regels is een nieuwe camperplaats buiten een kampeerterrein, dat als zodanig is bestemd in het bestemmingsplan, niet toegestaan. Het aanleggen van een camperplaats in openbaar gebied is daarnaast niet in overeenstemming met het recreatiebeleid van het Westerkwartier. 4. DISCUSSIE Wat pleit nu voor en tegen het aanleggen van specifieke voorzieningen voor camperaars door de gemeente? Is het reëel om met de inzet van gemeenschapsgeld deze doelgroep specifiek te bedienen en te investeren in de realisatie van GOP s? 4.1. Recron en NKC De RECRON (belangenorganisatie van recreatieondernemers) had een convenant gesloten met de NKC (de Nederlandse Kampeerauto Centrale). Het convenant hield in dat de NKC bij RECRON aangesloten bedrijven zou betrekken bij initiatieven om camperplaatsen te realiseren, zodat ze een rol kunnen spelen in de exploitatie. Daar stond tegenover dat RECRON-leden die hiervan afzien, zich niet zouden verzetten tegen de aanleg van camperplaatsen. Het convenant zou beide partijen winst bieden: de recreatieondernemers kregen hiermee de gelegenheid een rol te spelen in de groeiende markt van de camperrecreatie, de NKC zou in goed overleg met RECRON meer armslag krijgen om camperplaatsen te realiseren. Vanwege een verschil van inzicht over de interpretatie van de Wet markt en overheid is medio 2015 besloten te stoppen met het convenant. Het verschil in inzicht gaat over de vraag of gemeenten zich met de aanleg en exploitatie van camperplaatsen kunnen bezighouden. RECRON stelt dat dit op gespannen voet staat met deze wet, de NKC stelt dat deze wet hierop niet van toepassing is, omdat er sprake is van een algemeen belang. Het faciliteren van het nog altijd groeiende fenomeen van campertoerisme sluit immers goed aan bij de gemeentelijke rol van het stimuleren van de lokale economie. RECRON spreekt van oneerlijke concurrentie door gemeenten, de NKC stelt dat de wet concurrentie niet verbiedt, mits gemeenten zich aan een aantal spelregels houden. Omdat het convenant de optie bevat dat gemeenten betrokken raken bij de aanleg en exploitatie van camperplaatsen, achten partijen het niet langer zinvol om het convenant in stand te houden.
De ervaringen met het convenant hebben de NKC echter wel gesterkt in de overtuiging dat samenwerking met recreatieondernemers op het gebied van het campervriendelijker maken van Nederland beide partijen veel kan opleveren. Daar gaat de NKC dan ook graag mee door.. De NKC en RECRON constateren dat de behoefte aan camperplaatsen nog altijd groeit en zien hier kansen voor recreatiebedrijven, die zich graag door de NKC laten adviseren. In toeristische gebieden waar het aanbod van camperplaatsen tekortschiet, is het in de eerste plaats aan de ondernemers om in deze behoefte te voorzien. Zijn er geen ondernemers die dit willen, dan richten we ons tot gemeenten, met het verzoek hierin te voorzien, zegt NKC-directeur Stan Stolwerk. 4.2. Overwegingen Hieronder volgt een opsomming van punten die een rol spelen bij de overweging te investeren in specifieke voorzieningen voor camperaars. 4.2.1. Bestedingen De aanwezigheid van GOP s in- of nabij een stads- of dorpskern kan een impuls betekenen voor de gevestigde middenstand in deze plaatsen. Eveneens kan het positieve impulsen met zich meebrengen voor de horeca, musea en andere dagattracties in de regio. 4.2.2. Oneigenlijke concurrentie De kampeersector in Nederland staat onder druk, zo ook in het Westerkwartier. Op het merendeel van de campings zijn de camperaars van harte welkom. Steeds meer ondernemers spelen in op de vraag naar speciale voorzieningen voor camperaars. De vraag rijst of het passend is om als overheid gemeenschapsgeld te investeren in voorzieningen voor een doelgroep die feitelijk terecht kan bij marktpartijen. Een gemeente zal zich moeten beraden of er sprake is van oneigenlijke concurrentie op het moment dat deze zich op het terrein begeeft van het zelf aanbieden van overnachtingsmogelijkheden. De bestaande recreatiebedrijven kunnen gaan protesteren tegen de aanleg van een gemeentelijke camperplaats. 4.2.3. Kosten Er zullen kosten moeten worden gemaakt voor het inrichten van parkeerplaatsen, de juiste ondergrond, het plaatsen van borden en eventueel het realiseren van voorzieningen voor water, elektriciteit en het lozen van afvalwater. Daarnaast zal er sprake moeten zijn van enige vorm van beheer, hetgeen eveneens kosten met zich meebrengt. Tegenover deze investeringen staan echter nauwelijks tot geen baten. De vraag is in hoeverre het reëel is om investeringen te plegen voor een vakantievierende doelgroep enerzijds, terwijl de instandhouding van andere gemeentelijke voorzieningen onder druk staat anderzijds. 4.2.4. Rechtsongelijkheid De vraag is waarom GOP s alleen ter beschikking van camperaars zouden moeten staan. Ook de toerist met een caravan is tegenwoordig grotendeels zelfvoorzienend en zou wellicht graag gebruik maken van een GOP. Paardenliefhebbers hebben waarschijnlijk eveneens wensen om hun paard en huifkar op specifieke locaties te stallen en te overnachten. Ditzelfde geldt waarschijnlijk ook voor kampeerders met tent, enzovoorts. Deze voorbeelden brengen een lastige discussie over rechtsongelijkheid met zich mee.
5. DE GESCHIKTE CAMPERPLAATS 5.1. Eisen camperplaats Om met een camper naar tevredenheid te kunnen overnachten is vooral de ondergrond en afmeting van de overnachtingsplaats van belang. Er is behoefte aan een vlakke ondergrond met voldoende draagkracht en de juiste afmetingen (variërend van 5-6 bij 8-10 meter). Ook zwaardere en grotere campers komen steeds vaker voor. Ze zijn meestal gebouwd op basis van een grote vrachtauto, autobus of speciaal chassis. Voor deze categorie zal het inrichten van overnachtingsplaatsen lastiger zijn. Soms zal uitgeweken moeten worden naar (parkeer)terreinen voor vrachtauto s. De camperplaats zal gerealiseerd moeten worden daar waar sociale controle plaatsvindt vanuit bebouwing, mede-weggebruikers, mede-camperaars, etc. Ook goede openbare verlichting, zeker buiten de bebouwde kom of bij afgelegen plaatsen, is noodzakelijk. Een camperplaats bij een recreatieve instelling heeft het voordeel dat er doorgaans toezicht is en voorzieningen kunnen worden gecombineerd. Het is wenselijk om de afstand tussen de camperplaats en een dorp met voorzieningen beperkt te houden zodat de camperaars uitgenodigd worden om bijvoorbeeld de winkels en horeca te bezoeken. Hierdoor krijgt het dorp een economische impuls. Ook is het wenselijk om een omgeving te kiezen waarbij er geen overlast gecreëerd wordt voor omwonenden. Een omgeving met bijvoorbeeld veel verkeerslawaai is weer niet wenselijk voor de camperaars. Wat voorzieningen betreft heeft de camperaar behoefte aan de mogelijkheid om afvalwater te lozen, drinkwater te tappen en zijn wagen te kunnen aansluiten op het elektriciteitsnet. Daarnaast speelt de mogelijkheid om op elk gewenst tijdstip op een overnachtingsterrein te kunnen arriveren dan wel de plek weer te verlaten een belangrijke rol. 5.2. Eisen camperplaats puntsgewijs Minimaal: 1. Campers zijn voertuigen die doorgaans niet op een normale parkeerplaats passen omdat ze langer zijn dan een gemiddelde personenauto. Een speciale overnachtingsplaats voor campers kan gecombineerd worden met aanwezige parkeermogelijkheden, mits deze een draagkrachtige en (redelijk) vlakke ondergrond hebben en voldoen aan de minimale afmeting. 2. Een veilige plek, in of aan de rand van de bebouwde kom. Dus niet te afgelegen. Bij een zwembad of sporthal zijn vaak geschikte plekken of bij een jachthaven. Maar ook midden in een dorp, naast de kerk of dorpshuis, kan een goede optie zijn. 3. Goede openbare verlichting. 4. Een bordje dat aangeeft dat campers daar terecht kunnen. Iets meer dan minimaal: 1. Mogelijkheid om vuilnis kwijt te kunnen. 2. Mogelijkheid om schoon water in te nemen. Een goede camperplek: 1. Put voor vuil water. 2. Put o.i.d. voor het lozen van chemisch toilet 3. Bewegwijzering: hoe kun je er komen. Een luxe camperplek: 1. Aansluiting voor stroom. 2. Mogelijkheid tot gebruik van douche en/of toiletten.
5.3. Beoordelingscriteria geschikte camperplaats 1. Draagkrachtige en verharde ondergrond 2. Openbare verlichting 3. Afstand naar voorzieningen/dorp 4. Veiligheid/sociale controle 5. Omgeving (hinder/lawaai/omwonenden) 6. Afstand aantrekkelijke omgeving/toeristische attracties (natuur, wandelen, fietsen). 6. MAATREGELEN Hieronder volgt een uiteenzetting van maatregelen die getroffen moeten worden om een camperplaats in de gemeente te kunnen realiseren. 6.1. Algemeen belang - Wet Markt en Overheid De Wet Markt en Overheid beoogt gelijke concurrentieverhoudingen te creëren tussen overheden en ondernemers die producten of diensten aanbieden op een markt. De Autoriteit Consument en Markt (toezichthouder Wet Markt en Overheid) heeft het standpunt ingenomen dat het aanbieden van een recreatieve overnachtingsmogelijkheid binnen de gemeente moet worden aangemerkt als een economische activiteit. Het feit dat gemeenten de bevoegdheid hebben om vast te stellen waar particulieren nachtelijk mogen recreëren, betekent niet dat gemeenten ook verplicht zijn om zelf camperplaatsen aan te bieden. Gemeenten hebben daartoe geen wettelijke taak. Het aanbieden van camperplaatsen door gemeenten is als zodanig niet te kwalificeren als uitoefening van overheidsgezag die bij of krachtens de wet aan gemeenten is opgedragen. De kader stellende bevoegdheid van gemeenten op het gebied van het aanwijzen van camperplaatsen moet zodoende los worden gezien van het feitelijk aanbieden van camperplaatsen door gemeenten. Op het moment dat gemeenten camperplaatsen aanbieden met de mogelijkheid tot recreatief nachtverblijf, verrichten zij economische activiteiten waarmee zij feitelijk, dan wel potentieel, in concurrentie treden met particuliere ondernemingen. Aan recreanten wordt immers de mogelijkheid geboden om op een daartoe door de gemeente aangewezen plek te overnachten, hetgeen een dienst is die ook wordt aangeboden (of kan worden aangeboden) door particuliere ondernemingen. Het voorgaande geldt ook als gemeenten een parkeerplaats voor campers aanbieden met voorzieningen, zoals elektra en water, al dan niet gecombineerd met recreatief nachtverblijf. Gesteld kan daarom worden dat een gemeente, die camperplaatsen aanbied, in strijd met de Wet Markt en Overheid handelt omdat zij daarmee een economische activiteit onderneemt waar al door de markt in wordt voorzien.
De Wet Markt en Overheid biedt de mogelijkheid om voor economische activiteiten die plaatsvinden in het algemeen belang een uitzondering te maken. De Wet Markt en Overheid is opgenomen in de Mededingingswet. In artikel 25h, vijfde en zesde lid van de Mededingingswet is aangegeven dat een besluit waarbij wordt vastgesteld dat een economische activiteit plaatsvindt in het algemeen belang wordt genomen door de gemeenteraad. De gemeenteraad zal de werking van de Wet Markt en Overheid c.q. de Mededingingsregels buiten toepassing moeten verklaren op het aanbieden van camperplaatsen in de gemeente. Met dit besluit moet gemotiveerd worden waarom het in het algemeen belang is dat de camperplaatsen worden aangeboden. Tegen dit besluit bestaat de mogelijkheid om bezwaar en beroep aan te tekenen. 6.1.1. Motivatie algemeen belang De vraag is: welk algemeen belang is er bij gediend als een gemeente verblijfplaatsen voor campers aanlegt en aanbiedt? Het ligt voor de hand om te veronderstellen dat het goed is voor de lokale economie, goed voor het toerisme en het tegengaan van de parkeerdruk en/of overlast vanwege campers. Echter, indien er campervoorzieningen op de recreatieterreinen in de omgeving aanwezig zijn, worden deze argumenten met name door die ondernemingen reeds ingelost. Mocht de markt falen doordat er geen of te weinig camperplaatsen op campings beschikbaar zijn, dan zou de gemeente daartoe zelf initiatieven kunnen nemen. 6.2. APV De gemeente Marum heeft geen plaatsen in het openbaar gebied aangewezen ten behoeve het parkeren van campers. Op grond van artikel 4:18 van het APV is het niet toegestaan om te overnachten in een kampeermiddel buiten recreatieve terreinen en op grond van artikel 5:6 van het APV is het niet toegestaan een kampeermiddel langer dan 3 achtereenvolgende dagen op wegen binnen de bebouwde kom te hebben staan. Om een camperplaats in te kunnen richten zal het college een plaats moeten aanwijzen waarop het verbod van artikel 4:18 van het APV niet geldt (aanwijzingsbesluit). Daarbij kunnen nadere regels worden gesteld ter bescherming van de natuur, het landschap en/of stadsgezicht. 6.3. Verkeersbesluit Het (parkeer)terrein dient te worden aangeduid met een verkeersbord E8 uit Bijlage I van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (RVV 1990), met een afbeelding van een kampeerwagen. De gemeente is bevoegd tot het nemen van verkeersbesluiten ten aanzien van wegen, zoals bedoeld in artikel 18 lid 1 onder d van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994). Het is op grond van artikel 15, eerste lid, van de WVW 1994 vereist om een verkeersbesluit te nemen voor de plaatsing of verwijdering van de in artikel 12 van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (BABW) genoemde verkeerstekens en ook voor onderborden voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd. Het verkeersbesluit kan gekoppeld worden aan het collegebesluit, waarmee het college van de bevoegdheid uit artikel 4:19 van het APV gebruik maakt om kampeerplaatsen aan te wijzen. 6.4. Bestemmingsplan Het aanwijzen van een plaats tot camperlocatie wijkt af van de regels in het bestemmingsplan. Het is daarom nodig dat een omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik wordt aangevraagd. Na afronding hiervan en afronding van de inzagetermijn van het verkeersbesluit kan de camperplaats worden gerealiseerd. Naast het aanwijzingsbesluit en het verkeersbesluit zal een omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik moeten worden aangevraagd. Voor alle besluiten gelden bezwaarprocedures.
6.5. Inrichting GOP Een gratis camperplaats zonder voorzieningen kan na de benodigde besluiten relatief snel worden gerealiseerd. 1. De camperplaats dient te worden aangeduid met bebording (model E08N) met een onderbord waarop de beperking van de verblijfsduur (max. 3 x 24 uur, zie paragraaf 7) en het aantal plaatsen. 2. Een duidelijke markering op de locatie zelf is niet noodzakelijk, echter wel wenselijk. 3. Een goede en duidelijke bewegwijzering in de directe omgeving naar de camperplaatsen is weliswaar niet noodzakelijk, maar zal de bereikbaarheid en het gebruik van de camperplaats bevorderen. Daarnaast kan dit onnodige verkeersbewegingen van deze (toch wat grotere) voertuigen voorkomen. 4. Voorschriften en bepalingen (nadere regels) kunnen worden weergegeven op de gemeentelijke website. Eventueel kan hier op apart te plaatsen borden naar worden verwezen, waarbij er rekening moet worden gehouden met extra kosten. 5. Een camperplaats kan overlast veroorzaken ten opzichte van de omgeving, omdat er geen sanitaire voorziening is en er geen afvalemmer staat. 6. Het realiseren van een camperplaats op openbare parkeerplaatsen gaat ten koste van de parkeerplaatsen. 7. TOEZICHT EN HANDHAVING De mogelijkheid bestaat dat ongewenste gasten op de camperplaats komen te staan. Met het aangegeven van maximaal 3 x 24 uur (achtereenvolgend) parkeren is er een titel voor politie en BOA om te handhaven en wordt invulling gegeven aan artikel 5:6 van de APV (zie paragraaf 3.4.). Ook is het mogelijk dat meer campers van de locatie gebruik gaan maken dan dat er plaatsen beschikbaar zijn. Hierbij wordt de kanttekening gemaakt dat de handhavingscapaciteit beperkt is. 8. BEHEER EN ONDERHOUD De camperplaats is in eigendom en beheer van de gemeente. 9. FINANCIELE ASPECTEN De kosten van de aanleg van een camperplaats zijn sterk afhankelijk van de gewenste en gekozen locatie en inrichting. Er kan daarom geen concreet bedrag worden weergegeven. Hieronder volgt een overzicht van de mogelijke oplossingsrichtingen en de bijbehorende kosten. 9.1. Aanleg camperplaats Gekozen kan worden uit: 1. Een goedkope oplossing met enkele strepen op het asfalt of de aanpassing van de belijning in een bestaande parkeerplaats van klinkers. 2. Een dure oplossing bestaande uit de aanleg van nieuwe verharding. Kosten: Activiteit Kosten per camperplaats (excl. BTW) Aanpassen belijning ca. 200,- Aanleg nieuwe verharding/camperplaats afm. 10 x 2,5 m 2.500,- 9.2. Aanduiding De camperplaatsen moeten aangeduid worden met een verkeersbord. Voor de toewijzing is een verkeersbesluit nodig. De kosten worden bepaald door het aantal borden. Naast een verkeersbord bij de camperplaats kunnen ook verwijsborden naar de camperplaats worden geplaatst. Kosten: Activiteit Kosten per bord (excl. BTW) Verkeersbord 150,-
9.3. Voorzieningen camperplaats Evenals bij de aanleg van de camperplaats zijn de kosten ten aanzien van de voorzieningen afhankelijk van de gekozen oplossing. De keuzes bestaan uit: 1. Geen voorzieningen. 2. Eenvoudige voorzieningen: een vuilwatertank en eventueel een watertappunt. 3. Compleet aanbod aan voorzieningen: vuilwatertank en een Sani-zuil ten behoeve van stroom, water en de lozing van het chemisch toilet. Het is aan te bevelen een prullenbak te plaatsen en eventueel een bankjes of een picknickset. Indien voor een onverlichte locatie wordt gekozen, is het advies om tenminste één lichtmast te plaatsen. Kosten: Activiteit Kosten per stuk (excl. BTW) Prullenbak 300,- Bank 300,- Picknickset 1.200,- Openbare verlichting/lichtmast 1.500,- Leveren en plaatsen vuilwatertank + aansluiting op riolering 2.000,- Leveren en plaatsen watertappunt + aansluitkosten 3.300,- Leveren en plaatsen Sani-zuil + aansluitkosten water/elektra 8.000,- Bij het aansluiten van de Sani-zuil en de vuilwatertank op de riolering is uitgegaan van de aanwezigheid van riolering in de nabijheid van de te realiseren camperplaats. Eventueel kan er een mini-gemaal worden geplaatst. Dit laatste betekent ca. 15.000,- meerkosten. 9.4. Beheerskosten Activiteiten Kosten per jaar (excl. BTW) Verbruik water/elektra ca. 1.000,- Legen prullenbak(ken) en schoonmaken terrein Meenemen in route buitendienst. Geen zichtbare kosten. Wekelijks schoonmaken Sani-zuil ca. 5.200,- 9.5 Conclusie Samenvattend is het volgende overzicht te geven: Scenario 1 Scenario 2 Scenario 3 Lux Minimaal Minimaal + Goed Investering aanleg 2.700 2.700 2.700 2.700 Aanduiding, stel 750 750 750 750 Voorzieningen 3.300 5.300 8.600 16.600 Totaal investering 6.750 8.750 12.050 20.050 Kapitaallast, 900 1.200 1.600 2.600 10 jaar a 3,5% Beheerskosten 1.000 1.000 4.000 6.200 Totaal kosten per jaar 1.900 2.200 5.600 8.800 Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat bovenstaande indicatieve uitkomsten zijn, die sterk afhankelijk zijn van de uiteindelijke locatiekeuze en de op die locatie geldende specifieke omstandigheden.
10. COMMUNICATIE/PARTICIPATIE De gemeente moet zich conformeren aan de Wet Markt en Overheid. Het gaat hierbij om activiteiten die een gemeente ontplooid die in strijd zijn met de mededingingsregels en daarmee als onrechtmatige overheidsdaad kunnen worden aangemerkt, zeker indien deze daad ook nog leidt tot 'schade' bij een burger. Zeker bij een kleinschalige kampeersector, zoals in het Westerkwartier, moet de gemeente zich verre houden van oneerlijke concurrentie. De gemeenteraad moet motiveren waarom het in het algemeen belang is dat een camperplaats wordt aangeboden. Daarbij moet worden afgewogen of het met de activiteiten te dienen algemeen belang opweegt tegen de nadelige gevolgen voor belanghebbenden, in dit geval de private ondernemers. Als er witte vlekken zijn waar de markt niet instapt, kan er mogelijk in dat gat worden gestapt. Het is dus van belang om de realisatie van een camperplaats in goed overleg met elkaar te realiseren: ondernemers(vereniging) en gemeente. Zonder draagvlak bij de ondernemers heeft de realisatie van een camperplaats weinig kans van slagen. 11. INVENTARISATIE CAMPERPLAATSEN 11.1. Bestaande camperplaatsen in het Westerkwartier Hieronder volgt een overzicht van de uitkomst van een klein bureauonderzoek naar het bestaande aanbod aan camperplaatsen in het Westerkwartier. Plaats Terrein GOP Aantal plekken Kosten per overnachting Oldehove Camping Hayemaheerd X 4 10,- Lutjegast X Achter dorpshuis 5 Gratis Doezum Landgoed Jonker X 60 10,- Aduard Hotel Restaurant X 5 Gratis Aduard De Wilp Camping t Hoogje X 5 15,- Opende Camping De X 4 8,50 Kastanjeboom Niekerk Camping De Maarsdijk X 18 14,40 Totaal 101 11.2. Steekproef overleg met recreatieondernemers in Marum Om een beter beeld te krijgen van het (toekomstig) aanbod aan camperplaatsen is een aantal recreatieondernemers ter plaatse bezocht en gevraagd naar de bestaande mogelijkheden en voorzieningen op hun recreatieterrein. Daarbij is de ondernemers gevraagd naar hun plannen en ideeën ten aanzien van camperplaatsen. Het onderstaande schema bevat het resultaat van de gehouden gesprekken. Recreatieondernemer Plaats Activiteiten Camperplaats Mevrouw A. van Dijk Camping Trimunt Fam. Cruiming Haarsterweg, Marum Kloosterweg, Marum Keuningsweg, De Wilp B&B en kleinschalig kamperen (in oprichting). Camping Kleinschalig kamperen Er wordt gewerkt aan de ontwikkeling van een campercamping met 4 à 5 plaatsen. Geen interesse in camperplaatsen. Biedt reeds de mogelijkheid tot het plaatsen van 2 à 4 campers.
Fam. Roffel Oudeweg, Nuis B&B en kleinschalig kamperen (in oprichting). Er wordt gewerkt aan de ontwikkeling van een campercamping met ca. 15 plaatsen. 11.3. Conclusie Uit de gehouden inventarisatie blijkt dat bij de ondernemers in de gemeente Marum op grond van de huidige inzichten capaciteit is (komt) voor 25 à 30 campers.