Gelderse Sportmonitor 2013

Vergelijkbare documenten
382,40 per inwoner 2/5 WMO ,00 382,40 per inwoner 2/5 werk ,00

Gelderse Sportmonitor 2011

Opmerking bij driejaarsgemiddelden Continu Vakantie Onderzoek (CVO)

Gelderse Sportmonitor 2015

Welke partijen heeft u betrokken bij het beantwoorden van de vragen in deze vragenlijst?

Eerste uitkomsten werkgelegenheidsonderzoek Gelderland

Factsheet. Bewegen en sporten. Gelderland-Zuid. Onderzoek onder volwassenen en ouderen

Fit en Gezond in Overijssel 2016

Gelderse Aanval op de Uitval Cijfers over voortijdig schoolverlaten in de Gelderse regio s

Gelderse Aanval op de Uitval. Cijfers over voortijdig schoolverlaten in de Gelderse regio s

Spoorboekje. Samenwerkende Bonden van Ouderen in Gelderland. Deken Dr. Mulderstraat 6d 6681 AB Bemmel. Tel.: Fax:

BEWEGEN IN NEDERLAND

Drentse Sportmonitor 2012

VleermuizenNIEUWS. Uitgave van: Netwerk afhandeling vleermuismeldingen Gelderland

Feiten en cijfers beweegnormen

Ouderenmonitor Gezondheidsonderzoek 65-plussers regio Nijmegen. Gezondheidsonderzoek kinderen 0-12 jaar regio Nijmegen

Tweede Kamer der Staten-Generaal

NOC*NSF SPORTDEELNAME INDEX ACHMEA SPORT INDEX T/M 18. Meting 25 Januari In opdracht van NOC*NSF

NOC*NSF Sportdeelname index Zilveren Kruis Sport index t/m 18 jaar

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar

Drentse Sportmonitor Inzicht in het beweeg- en sportgedrag van de inwoners van de provincie Drenthe

NOC*NSF Sportdeelname index Zilveren Kruis Sport index t/m 18 jaar

Eerste uitkomsten werkgelegenheidsonderzoek 2004 Gelderland

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

PARTNERS IN SPORT NOC*NSF SPORTDEELNAME INDEX ZILVEREN KRUIS SPORT INDEX T/M 18. Meting 27 Maart In opdracht van NOC*NSF

Factsheet Sportparticipatie in Utrecht

Cijfers kindermonitor 2013 gemeente Lochem - lichamelijke activiteit Een toelichting op de tabel staat onderaan.

K I N D E R E N O N D E R Z O E K : J A A R

Overzicht Gelderse Gemeenschappelijke Regelingen per oktober 2015

BEWEGEN IN NEDERLAND

Jaaroverzicht Sportdeelname

26 Bewegen in de regio Gelre-IJssel

BEWEGEN IN NEDERLAND

Bewegen in Nederland

Factsheet Astma-/COPD-Monitor Oktober 2006

Nadere analyse vrijkomende agrarische bebouwing Gelderland

Gelders Energieakkoord (GEA) OPWEKKING VAN HERNIEUWBARE ENERGIE HET POTENTIEEL IN KAART

AANBIEDINGSBRIEF 1>A1vijF.LET i ~ _ " _ a ff *» ~ /' Genemuiden, 26 april _ L. W 'J Geachte leden van de Raad, leden van het

Sportparticipatie Kinderen en jongeren

Transcriptie:

1

2

Colofon Arnhem, december In opdracht van de Provincie Gelderland Drs. Iris Nijland Drs. Ralf Hermsen Gelderse Sport Federatie Postbus 60066 6800 JB Arnhem T (026) 3540399 info@geldersesportfederatie.nl www.geldersesportfederatie.nl Overname van dit rapport of gedeelten daaruit is toegestaan, mits de bron wordt vermeld. 3

Inhoudsopgave Colofon 3 Voorwoord 5 Samenvatting 7 Aanbevelingen 11 1 Inleiding 13 2 Onderzoeksopzet 15 2.1 Meetinstrumenten 15 2.2 Procedure 15 2.3 Respons 16 2.4 Analyse 18 3 Bewegen 21 3.1 Beweegnormen 21 3.2 Lichamelijke activiteit 28 4 Sportgedrag 33 4.1 Sportdeelname 33 4.2 Meest beoefende sporten 35 4.3 Locatie sporten 36 4.4 Lidmaatschap sportvereniging 37 4.5 Motivatie 39 5 Leefstijl en gezondheid 43 5.1 Alcohol 43 5.2 Roken 45 5.3 Overgewicht 46 6 Regio en gemeente 51 6.1 Regio overzichten 51 Bijlagen Bijlage 1 Variabelen en hercoderingen 57 Bijlage 2 Activiteiten, frequentie en duur 58 Bijlage 3 Meest beoefende sporten 60 Bijlage 4 Sportgerichtheid sportaccommodatie 62 Bijlage 5 Meest genoemde motieven om te sporten 72 Bijlage 6 Meest genoemde motieven om niet te sporten 73 4

Voorwoord U wilt weten hoe het gesteld is met het sport- en beweeggedrag van de inwoners van Gelderland? Dat kan met de. Dit jaar heeft de Gelderse Sport Federatie (GSF) in opdracht van de provincie Gelderland opnieuw onderzocht hoe ver Gelderland is met het verwezenlijken van de ambities van het programma Gelderland Sport!: in 2016 is 75% van de Gelderlanders, met of zonder beperking, regelmatig aan het sporten en bewegen. Daarnaast is ook de leefstijl van de Gelderse inwoners onderzocht, waarvan een deel van de resultaten hiervoor is aangeleverd door de Gelderse GGD en. Sporten en bewegen is een belangrijk onderdeel van het dagelijks leven. Dat vinden wij, maar voor veel Gelderlanders is dit niet zo vanzelfsprekend. De GSF probeert mensen bewust te maken van het belang van een gezonde leefstijl en zet Gelderland ook daadwerkelijk in beweging. De provincie Gelderland stimuleert met het programma Gelderland Sport! een vitaler en gezonder Gelderland. Dit door zowel de breedte- als ook de topsport te faciliteren en zich te richten op diverse doelgroepen. Jongeren, talenten, senioren, maar ook mensen met een beperking komen aan bod. De Gelderse Sportmonitor geeft ons een indicatie van waar we staan met het bereiken van onze doelen. Ongeveer 13.000 Gelderlanders uit 47 gemeenten deden mee aan het onderzoek. Een mooie score. Daarmee krijgen we een duidelijk beeld van het sport- en beweeggedrag van de Gelderlander. Dit is de tweede monitor, in hebben we de eerste monitor uitgevoerd. Daardoor kunnen we nu bijvoorbeeld zien dat er iets meer Gelderlanders zijn gaan sporten, terwijl er iets minder Gelderlanders zijn gaan bewegen. De laat zien dat er nog werk te doen is. Niettemin zijn we goed op weg om Gelderland samen met de partners in het veld nóg gezonder, vitaler en aantrekkelijker te maken. Onze dank gaat uit naar alle deelnemende Gelderse gemeenten, de GGD en en natuurlijk de 13.000 deelnemers voor hun bijdrage aan het onderzoek. Samen halen we met Sport het beste uit Gelderland! Jan Markink Gedeputeerde Sport Tjienta van Pelt Directeur Gelderse Sport Federatie 5

6

Samenvatting De Gelderse Sportmonitor, een 2-jaarlijks bevolkingsonderzoek, is in voor de tweede keer uitgevoerd. Door middel van dit onderzoek wil de provincie Gelderland achterhalen wat het sport- en beweeggedrag en leefstijl van haar inwoners is. Eén van haar ambities is namelijk dat in 2016 minimaal 75% van de Gelderse burgers, met of zonder beperking, aan sporten en bewegen doet. In samenwerking met 47 gemeenten heeft de Gelderse Sport Federatie het onderzoek uitgevoerd. In totaal hebben bijna 13.000 inwoners, tussen de 18 en de 65 jaar, aan het onderzoek deelgenomen, wat een respons van 19% opleverde. In waren er 34 gemeenten die meededen aan het onderzoeken. Hoe zit het met het beweeggedrag van de Gelderlander? Op het gebied van bewegen zijn normen opgesteld om de gewenste hoeveelheid beweging te bepalen. De eerste norm is de Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNGB), die de gewenste hoeveelheid lichaamsbeweging normeert om gezond te blijven of worden. Voor volwassenen betekent dit dat ze op minimaal vijf dagen per week minimaal 30 minuten matig intensieve lichaamsbeweging dienen te hebben. Ongeveer de helft van de Gelderlanders voldoet hieraan (49%). In lag dit percentage hoger, op 56%. Gelderse regio s/groepen die minder scoren op de NNGB zijn de regio Nijmegen, mannen, hoger opgeleiden en Gelderlanders met een hoger inkomen. Daarnaast is er ook nog de fitnorm, die de gewenste hoeveelheid lichaamsbeweging normeert die nodig is voor een goede conditie van het hartvaatstelsel. Hiervoor is minimaal drie keer per week tenminste 20 minuten intensieve lichaamsbeweging nodig. In Gelderland voldoet 38% aan deze fitnorm. Dat is een lichte stijging ten opzichte van toen 36% hieraan voldeed. De volgende regio s/groepen voldoen minder aan de fitnorm: regio Stedendriehoek, vrouwen, ouderen (50 tot 65 jaar), Gelderlanders met een beperking en/of chronische aandoening en niet-werkenden. Wel is het verschil tussen Gelderlanders met- en zonder een beperking en/of chronische aandoening afgenomen. Als laatste is er de combinorm, waar aan voldaan wordt als men aan de NNGB en/of de fitnorm voldoet. In Gelderland voldoet 64% van de inwoners hieraan. Dat is een lichte daling ten opzichte van (67%). Doordat de combinorm een samengestelde norm is, is deze lichte daling het gevolg van de daling in het percentage dat voldoet aan de NNGB. Regio s/groepen die minder voldoen aan de combinorm zijn; regio Rivierenland, Gelderlanders met een beperking en/of chronische aandoening, hoger opgeleiden en Gelderlanders met een hoger inkomen. Hoe zit het met het sportgedrag van de Gelderlander? De doelstelling van 75% zoals deze in de ambitie is beschreven, is bepaald aan de hand van de norm Richtlijn Sportdeelname Onderzoek (RSO-norm). 77% van de Gelderse bevolking voldoet aan deze norm en sport minimaal één keer per maand. Dat is een minimale stijging ten opzichte van (76%). Echter, niet alle regio s of doelgroepen voldoen aan deze 7

doelstelling. Regio s/groepen die minder goed scoren op deze norm zijn: regio Rivierenland, ouderen (50 tot 65 jaar), Gelderlanders met een beperking en/of chronische aandoening, lager opgeleiden, niet werkenden en Gelderlanders met een lager inkomen. Net zoals bij het beweeggedrag zien we ook hier dat het verschil tussen Gelderlanders met- en zonder een beperking en/of chronische aandoening nog steeds bestaat, maar wel afneemt. We zien echter een toegenomen verschil tussen autochtonen en allochtonen en tussen lager inkomen en midden- en hoog inkomen. De vijf populairste sporten in Gelderland zijn: 1) fitness/conditie, 2) hardlopen/joggen/ trimmen, 3) fitness/kracht, 4) wielrennen/toerfietsen/mountainbiken, 5) zwemsport. Dezelfde vijf sporten stonden ook in in de top 5. Van de vijf kernsporten die de provincie Gelderland heeft vastgesteld zijn er twee terug te vinden in de top 5, namelijk atletiek (door samenvoeging met hardlopen en de wandelsport) en de wielersport. Lidmaatschap van een sportvereniging is over twee jaar gelijk gebleven, deze ligt nog steeds op 46%. Ook hier zijn er regio s/groepen die minder vaak lid zijn van een sportvereniging, namelijk: regio s Noord-Veluwe en Rivierenland, ouderen (50 tot 65 jarigen), Gelderlanders met een beperking en/of chronische aandoening, allochtonen, lager opgeleiden, niet werkenden, huishoudens zonder (thuiswonende) kind(eren) en Gelderlanders met een lager inkomen. Wel zien we dat het verschil tussen Gelderlanders met- en zonder een beperking en/of chronische aandoening is afgenomen. Het verschil tussen autochtonen en allochtonen is echter toegenomen en dit is ook het geval voor lager- en hoger inkomen. De belangrijkste redenen voor sporters om te gaan sporten zijn: lichaamsbeweging/ gezondheid, opbouw conditie, kracht of lenigheid en sporten als uitlaatklep voor het dagelijks leven of ter ontspanning. Daar tegenover worden voldoende lichaamsbeweging, tijdgebrek vanwege werk en/of gezin en andere vrijetijdsbestedingen die leuker gevonden worden, het vaakst genoemd als reden om niet te sporten door de niet-sporters. Hoe is het gesteld met de leefstijl en (over) gewicht van de Gelderlander? Cijfers over alcoholgebruik en roken zijn aangeleverd door de GGD en in Gelderland. Hieruit blijkt dat 85% van de Gelderlander alcohol drinkt, waarvan 8% een overmatig drinker is en 11% een zware drinker. Landelijk ligt het alcohol gebruik op 84%. De volgende groepen drinken meer alcohol dan gemiddeld; mannen, Gelderlanders zonder een beperking en/of chronische aandoening, autochtonen, hoger opgeleiden, scholieren/studenten en huishoudens zonder (thuiswonende) kind(eren). Daarnaast rookt 24% van de Gelderlanders. Dat is iets minder dan het landelijk gemiddelde dat op 26% ligt. Mannen, 19 tot 35 jarigen, allochtonen, lager opgeleiden en alleenstaanden roken vaker. Het percentage Gelderlanders met overgewicht of obesitas is de afgelopen twee jaar gelijk gebleven (43%). Landelijk ligt het percentage met overgewicht of obesitas iets hoger, op 46%. Groepen die meer overgewicht hebben zijn mannen, ouderen (50 tot 65 jaar), Gelderlanders met een beperking en/of chronische aandoening, allochtonen, lager opgeleiden, niet werkenden, huishoudens zonder (thuiswonende) kind(eren) en Gelderlanders met een midden inkomen. Gelderlanders met overgewicht sporten en bewegen minder dan Gelderlanders met een gezond gewicht. 8

Zijn er verschillen 1 zichtbaar tussen de nulmeting in en de tussenmeting in? Door het onderzoek tweejaarlijks te herhalen kunnen verschillen over de tijd zichtbaar worden. Hieronder is een overzicht gemaakt van de belangrijkste significante resultaten van en. De onderwerpen roken en alcohol zijn niet goed te vergelijken, omdat we er dit jaar voor gekozen hebben om de cijfers van de GGD monitor van 2012 te gebruiken, zodat deze vragen niet dubbel gesteld hoefde te worden. Bij het sporten zijn niet veel veranderingen zichtbaar. Sportdeelname is 1% toegenomen, terwijl lidmaatschap van een sportvereniging gelijk is gebleven. Bij het matig intensief bewegen is een daling te zien, terwijl bij intensief bewegen een lichte stijging te zien is. Tabel 1. Verschil resultaten tussen en Onderwerp Verschil Sportdeelname (RSO-norm) 76 77 Lichte stijging Lidmaatschap sportvereniging 46 46 Gelijk* NNGB 56 49 Daling Fitnorm 36 38 Lichte stijging Combinorm 67 64 Lichte daling Overgewicht (inclusief obesitas) 42 43 Gelijk* * Geen significant verschil 1 Wanneer er over een verschil wordt gesproken, dan betreft dit een significant verschil met een betrouwbaarheidsniveau van 95% 9

10

Aanbevelingen Sportgedrag Ondanks dat het Olympisch Vuur niet meer bestaat is de ambitie om Nederland op Olympisch niveau te brengen blijven bestaan. De provincie Gelderland heeft in 2010 de landelijke doelstelling om Nederland op een Olympisch Niveau te brengen overgenomen en hier staan zij nog steeds achter. Bijbehorende ambitie is dat in 2016 minimaal 75% van de Gelderse burgers, met of zonder beperking, regelmatig aan sporten en bewegen doet. Dit wordt gemeten aan de hand van de RSO-norm, waarin men minimaal één keer per maand dient te sporten. Deze ambitie is in algemene zin gehaald, aangezien 77% van de Gelderlanders aan deze norm voldoet. Echter voldoen niet alle lagen van de bevolking aan deze norm, een subregel van de ambitie. Zo is er nog veel winst te behalen in de regio Rivierenland en bij ouderen (50 tot 65 jaar), Gelderlanders met een beperking en/of chronische aandoening, lager opgeleiden, niet werkenden en Gelderlanders met een lager inkomen. Met name bij de doelgroepen Gelderlanders met een beperking en/of chronische aandoening (69%), lager opgeleiden (66%) en niet werkenden (65%) is nog erg veel winst te behalen. Daarnaast is de vraag of één keer in de maand sporten voldoet aan de ambitie regelmatig sporten. Wanneer we kijken naar hoeveel mensen er 60 keer of vaker per jaar sporten (ongeveer één keer per week), dan blijkt maar 61% hieraan te voldoen. Tevens zijn niet alle sporten even inspannend, zoals biljarten, jeu de boules, midgetgolf en de verschillende denksporten. Beweeggedrag Normen die wel kijken naar intensiteit zijn de beweegnormen. De NNGB gaat over matig intensieve beweging en de fitnorm over intensieve beweging. Bewegen is ook meegenomen in de ambitie van de provincie. In 2016 moet ook 75% regelmatig aan beweging doen. In Gelderland voldoet de helft (49%) van de inwoners aan de NNGB en beweegt daarmee minimaal vijf dagen in de week ten minste 30 minuten, hetgeen nodig is om gezond te blijven. Hier is dus nog erg veel winst op te behalen. In de afgelopen twee jaar is het aantal Gelderlanders dat voldoet aan de NNGB gedaald van 56% naar 49%. De fitnorm is daarentegen licht gestegen. Dit blijkt ook uit het sportgedrag dat licht is gestegen. Landelijk is de NNGB, na een aantal jaren gestegen te zijn, ook iets gedaald. Een verklaring voor deze daling in matig intensieve beweging zou misschien kunnen zijn dat men het sporten belangrijker vindt. Daarmee denken ze wellicht dat ze al goed bezig zijn en daarnaast niet nog tijd hebben om ook nog veel te bewegen. Dit is ook te zien aan de doelgroepen die met name slecht scoren op de NNGB: hoger opgeleiden en Gelderlanders met een hoger inkomen. Zij scoren namelijk wel hoog op sportdeelname. Leefstijl en (over)gewicht In Gelderland heeft 43% van de inwoners overgewicht. Deze groep inwoners sporten en bewegen minder dan inwoners met een gezond gewicht. Dit laat goed zien dat gezondheid, leefstijl en bewegen nauw met elkaar verbonden zijn en ook integraal moeten worden opgepakt. Groepen die met name erg slecht scoren op overgewicht en obesitas zijn: Gelderlanders met een beperking en/of chronische aandoening, allochtonen, lager opgeleiden, niet-werkenden en Gelderlanders met een lager inkomen. Met speciale sport- en beweegprogramma s kan overgewicht worden tegengegaan. 11

Toekomst Gelderland doet het dus goed op het gebied van sporten, maar loopt wat achter wat betreft bewegen. Het is aan te bevelen om voor degene die al sporten en bewegen ervoor te zorgen dat zij dat blijven doen. De randvoorwaarden om te kunnen gaan sporten zullen daarom op peil gehouden moeten worden. Door middel van de Sport Accommodatie Monitor 2 kan de randvoorwaarde accommodaties inzichtelijk worden gemaakt. Door de financiële crisis hebben gemeenten minder te besteden. Dit zal ook zijn effect hebben op het sportbeleid. De goede resultaten die een aantal gemeenten hebben laten zien, willen namelijk niet zeggen dat deze zomaar behouden blijven als men niet meer gaat investeren. Meerjarige aandacht is nodig om gedragsverandering te bewerkstelligen. Er zal dan ook structurele aandacht moeten komen voor sporten en bewegen om er voor te zorgen dat alle lagen van de bevolking voldoende gaan bewegen. 2 Een monitor die de Gelderse Sport Federatie heeft ontwikkeld om de accommodaties in Gelderland per gemeente en regio in beeld te brengen. In is deze in de regio Rivierenland uitgezet. 3 De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) regelt dat mensen met een beperking ondersteuning kunnen krijgen 4 De Participatiewet moet bereiken dat zoveel mogelijk mensen meedoen in de samenleving. De Participatiewet voegt de Wet werk en bijstand, de Wet sociale werkvoorziening en een deel van de Wajong samen Gemeenten hebben nu te maken met transities en decentralisaties in het sociale domein. Gemeenten krijgen de komende jaren een groot aantal nieuwe taken in dit domein. Zij krijgen de verantwoordelijkheid voor jeugdzorg, passend onderwijs, de Wet maatschappelijke ondersteuning 3 (Wmo) en de participatiewet 4. Belangrijkste kernwoorden hierin zijn ontzorgen en preventie. De kwetsbare doelgroepen (o.a. mensen met een beperking en/of chronische aandoening, mensen met een lage Sociaal Economische Status, werkzoekenden) die dit aangaan zijn ook de doelgroepen die slechter scoren op het gebied van sporten. Sporten en bewegen heeft een positieve invloed op de gezondheid, niet alleen fysiek maar ook op maatschappelijk gebied (zelfredzaamheid, eenzaamheid etc.). Dit geeft nogmaals weer dat het goed zou zijn sporten, bewegen, leefstijl en gezondheid integraal aan te pakken zijn. De resultaten uit dit onderzoek kunnen handvaten bieden voor het ontwikkelen en bijstellen van beleid. 12

1 Inleiding De provincie Gelderland heeft in de beleidsnotitie Gelderland Sport! 2012-2016 de ambitie gesteld dat dat in 2016 minimaal 75% van de Gelderse burgers, met of zonder beperking, aan sport en bewegen doet en dat in 2016 20% meer talenten en topsporters tot de Nederlandse top behoren. Om in beeld te kunnen brengen in welke mate de Gelderse bevolking actief is op het gebied van lichaamsbeweging en sportparticipatie en daarmee zicht te krijgen op het bereiken van de doelstellingen, is de Gelderse sport- en beweegmonitor ontwikkeld. Een onderdeel van deze monitor is het bevolkingsonderzoek. In is hiervoor een nulmeting uitgezet onder de bevolking van Gelderland. In heeft de tussenmeting plaatsgevonden. NB in 2015 zal een volgende meting plaatshebben. Deze rapportage bevat de resultaten van de tussenmeting. Het doel van dit onderzoek is inzicht krijgen in het sport- en beweeggedrag en de leefstijl van de volwassen bevolking (18 tot 65 jarigen) in de provincie Gelderland. Helaas is het niet gelukt (ondanks de wens) om andere doelgroepen dit keer mee te nemen in het onderzoek (6-18 jaar en 65+). Hierbij zijn de volgende vraagstellingen in de sport- en beweegmonitor onderzocht: Hoe zit het met het beweeggedrag van de Gelderlander (hoeveel inwoners voldoen aan de Nederlandse Beweegnormen 5 )? Hoe zit het met het sportgedrag van de Gelderlander (welke sporten worden er beoefend, hoe vaak, wel of niet in verenigingsverband, en wat zijn de motieven om wel of niet te sporten)? Hoe is het gesteld met de leefstijl (alcohol en roken) en het (over)gewicht van de Gelderlander? Zijn er verschillen zichtbaar tussen de nulmeting in en de tussenmeting in? De onderzoeksopzet en de responsgroep worden beschreven in hoofdstuk 2.Het beweeggedrag van de Gelderlanders komt in hoofdstuk 3 aan bod. Hierin worden onder andere de landelijke beweegnormen behandeld. Het sportgedrag wordt in hoofdstuk 4 beschreven. Sportdeelname, beoefende sporten, lid van een vereniging en motieven worden hier onder andere uiteengezet. Hoofdstuk 5 is gewijd aan leefstijl en overgewicht. Tot slot worden in hoofdstuk 6 de regio s geanalyseerd. 5 Nederlandse Norm Gezond Bewegen, fitnorm en combinorm. 13

14

2 Onderzoeksopzet 2.1 Meetinstrumenten Voor het onderzoek is gebruik gemaakt van dezelfde vragenlijst als in. Hierbij zijn vragen over de thema s bewegen, sporten, leefstijl en gezondheid opgenomen. Ook zijn achtergrondkenmerken van de inwoners meegenomen in de vragenlijst. Bij het samenstellen van de vragenlijst is zoveel mogelijk overeenstemming gezocht met andere provinciale sportraden (Sport Drenthe, Sportservice Overijssel en Sportservice Flevoland) en landelijke standaarden (onder andere RSO vragenlijst van het Mulier Instituut en beweegnormen van TNO), zodat vergelijkbare gegevens kunnen worden verzameld. De geselecteerde inwoners van alle deelnemende gemeenten hebben dezelfde vragenlijst ontvangen. Hieronder is een lijst aangegeven met onderwerpen die bij de verschillende thema s aan bod komen. Roken en alcohol zijn in niet in de vragenlijst opgenomen. De GGD en hebben deze cijfers aangeleverd, vanuit hun volwassenmonitor 2012. Beweeggedrag Beweegnormen (Nederlandse Norm Gezond Bewegen, fitnorm en combinorm) Beweegactiviteiten Sportgedrag Sportdeelname en frequentie Tak van sport Lid van een sportvereniging Locatie van sporten Motivatie om wel/niet te sporten Leefstijl BMI (Body Mass Index) Achtergrondkenmerken Leeftijd en geslacht Beperking of chronische aandoening Huishouden Maatschappelijke positie Opleiding Etniciteit Inkomen 2.2 Procedure De doelgroep voor het onderzoek zijn de volwassen inwoners van Gelderland, tussen de 18 en de 65 jaar. Via de Gelderse gemeenten zijn de inwoners bereikt. In de periode april/ mei zijn de uitnodigingen voor het onderzoek door de gemeenten verstuurd aan de geselecteerde personen. In de begeleidende brief stond de website vermeld waarop de geselecteerde personen de vragenlijst konden invullen. Inwoners die geen beschikking hadden over internet konden een papieren vragenlijst opvragen bij de gemeente. Negen gemeenten hebben er voor gekozen om direct een papieren vragenlijst mee te sturen, zodat respondenten de keuze hadden om de vragenlijst ook op papier in te vullen en retour te sturen. 36 Gemeenten hebben ook een herinnering gestuurd. 15

2.3 Respons In totaal hebben 47 van de 56 Gelderse gemeenten deelgenomen aan het onderzoek. In figuur 1 is de spreiding van de gemeenten te zien. De gemeente Ede gaf aan zelf al een onderzoek uit te hebben staan. Doordat de vraagstellingen teveel afwijken konden de gegevens niet gebruikt worden voor dit onderzoek. In hebben 17 nieuwe gemeenten deelgenomen. Vier gemeenten die wel deelnamen aan het onderzoek, hebben om uiteenlopende redenen besloten in niet deel te nemen. In tegenstelling tot zijn nu wel alle regio s goed vertegenwoordigd. In de regio Noord-Veluwe doen zelfs alle gemeenten mee. Doordat van iedere regio in en niet precies dezelfde gemeenten hebben meegedaan zijn de regio cijfers in een aantal gevallen minder goed met elkaar te vergelijken. Dit geldt met name voor de regio s Arnhem (Arnhem deed in niet mee) en Nijmegen (Nijmegen deed in niet mee). Per deelnemende gemeente is een aselecte steekproef getrokken uit het basisregister van inwoners tussen de 18 en 65 jaar. Per gemeente is een steekproef getrokken ter grootte van 1.500 personen. Twee gemeenten (Millingen aan de Rijn en Rozendaal) hebben een kleinere steekproef getrokken aangezien zij beduidend minder inwoners hebben. Twee gemeenten hebben een grotere steekproef getrokken (Arnhem en Maasdriel) Deelnemende gemeenten regio Noord-Veluwe Deelnemende gemeenten regio Stedendriehoek Oldebroek Hattem Deelnemende gemeenten regio Achterhoek Deelnemende gemeenten regio Arnhem Elburg Heerde Deelnemende gemeenten regio Nijmegen Deelnemende gemeenten regio Rivierenland Harderwijk Nunspeet Epe Deelnemende gemeenten regio Food Valley Nemen NIET deel Ermelo Putten Voorst Nijkerk Barneveld Apeldoorn Lochem Zutphen Brummen Berkelland Scherpenzeel Ede Rozendaal Bronckhorst Arnhem Rheden Doesburg Oost-Gelre Wageningen Renkum Zevenaar Winterswijk Lingewaal Culemborg Geldermalsen Neerrijnen Buren Tiel West Maas en Waal Neder- Betuwe Druten Overbetuwe Beuningen Nijmegen Westervoort Duiven Lingewaard Rijnwaarden Millingen a.d. Rijn Ubbergen Doetinchem Montferland Oude IJsselstreek Aalten Wijchen Zaltbommel Maasdriel Heumen Groesbeek Figuur 2.1 Deelnemende gemeenten aan het onderzoek In bovenstaande figuur is de verdeling van deelnemende gemeenten over de provincie te zien. Daarnaast is in de tabel op bladzijde 17 een overzicht te zien van de deelnemende gemeenten per regio en de respons per gemeente. In totaal zijn 12.993 vragenlijsten volledig ingevuld. Dit is een respons van 19%. 16

Tabel 2.1 Respons per gemeente Gemeenten Respons n Gemeenten Respons n Gemeenten Respons n Regio Achterhoek Regio Arnhem Regio Nijmegen Bronckhorst 398 (27) Arnhem* 341 6 (10) Beuningen* 276 (18) Berkelland 314 (21) Doesburg* 286 (19) Druten* 306 (20) Doetinchem 222 (15) Duiven 342 (23) Groesbeek 287 (19) Montferland 278 (19) Lingewaard* 230 (15) Millingen a/d 77 7 (15) Rijn Oost-Gelre 350 (23) Overbetuwe 356 (24) Wijchen 351 (23) Oude IJsselstreek 296 (20) Renkum 238 (16) Winterswijk* 302 (20) Rijnwaarden* 254 (17) Rozendaal* 34 8 (34) Westervoort 244 (16) Zevenaar* 347 (23) Totaal regio 2160 (21) Totaal regio 2672 (16) Totaal regio 1297 (20) Regio Noord-Veluwe Regio Rivierenland Regio Stedendriehoek Elburg 226 (15) Buren 203 (14) Apeldoorn 310 (21) Ermelo 254 (17) Geldermalsen* 242 (16) Brummen 302 (20) Harderwijk 291 (19) Lingewaal* 262 (17) Lochem 403 (27) Hattem 289 (19) Neder-Betuwe 224 (15) Zutphen 245 (16) Heerde* 341 (23) Neerijnen 260 (17) Nunspeet 273 (18) Maasdriel 9 303 (10) Oldebroek 333 (22) Tiel 254 (17) Putten 348 (23) West Maas en 172 (11) Waal Zaltbommel* 341 (23) 6 De gemeente Arnhem heeft een steekproef van 3500 aangeschreven. 7 De gemeente Millingen aan de Rijn heeft een steekproef van 500 aangeschreven. 8 De gemeente Rozendaal heeft een steekproef van 100 aangeschreven. 9 De gemeente Maasdriel heeft een steekproef van 3000 aangeschreven. Totaal regio 2355 (20) Totaal regio 2261 (15) Totaal regio 1260 (21) Regio Food Valley Barneveld* 174 (12) Nijkerk* 228 (15) Scherpenzeel* 305 (20) Wageningen* 281 (19) Totaal regio 988 (16) * Nieuwe gemeente in 17

In de vragenlijst zijn verschillende achtergrondkenmerken meegenomen. In tabel 2.2 worden de belangrijkste populatiekenmerken beschreven. In bijlage 1 wordt ook een beschrijving gegeven van de verschillende categorieën. Tabel 2.2 Beschrijving volwassen onderzoekspopulatie (18 tot 65 jaar) Categorie % Categorie % Categorie % Geslacht* Mannen 42 Vrouwen 58 Leeftijd* 18 tot 35 jr 22 35 tot 50 jr 33 50 tot 65 jr 45 Beperking en/ Wel 21 Geen 79 of chronische aandoening Etniciteit** Autochtoon 93 Westerse 4 Niet-Westerse 3 allochtoon allochtoon Opleiding Laag 21 Midden 40 Hoog 39 Maatschappelijke Scholier/ 8 Werkzaam 74 Niet werkzaam 18 positie student Huishouden Alleenstaand 12 Huishouden met 55 Huishouden 33 thuiswonend(e) kind(eren) zonder (thuiswonende) kind(eren) Inkomen Laag 31 Midden 24 Hoog 45 * Ongewogen scores, deze zijn voor analyses herberekend ** Doordat het percentage Niet-Westerse allochtoon laag is zal in het verdere onderzoek Niet-Westerse allochtonen en Westerse allochtonen samengevoegd worden in de groep allochtoon. 2.4 Analyse De papieren vragenlijsten zijn ingevoerd op de website waar ook de digitale versie ingevuld kon worden en vervolgens zijn de antwoorden tezamen geanalyseerd met het statistische programma Statistical Package for the Social Sciences (SPSS). De steekproef is niet op alle kenmerken representatief voor de provincie Gelderland. De ene groep kan wat meer vertegenwoordigd zijn dan de andere. Er is daarom voor gekozen om op deze kenmerken een weging toe te passen zodat een beter beeld gegeven kan worden van de werkelijke populatie. Er is per gemeente gewogen op leeftijd en geslacht. De verschillen die in de tekst worden beschreven zijn significant, waarbij gebruik is gemaakt van een significantie niveau van 0.05 (betrouwbaarheid van 95%). Omdat er gewogen is op een aantal kenmerken is voor het toetsen van significante verschillen gebruik gemaakt van complex samples, waarbij voor de verschillen tussen groepen gebruik is gemaakt van de Chi-kwadraat toets en voor de verschillen over de tijd (tussen en ) van de one-sample t-test. Significante verschillen tussen groepen is in de tabellen aangegeven met een a en verschillen over de tijd met een b. Verschillen ten opzichte van het Gelders gemiddelde van 3% of meer zijn als relevant beschouwd. 18

Er is ook nog gekeken of de data van verschilt met de data wanneer alleen de gemeenten die in hebben meegenomen in de analyses zijn opgenomen. Dit bleek niet het geval te zijn. De vergelijking tussen en kan dus goed gemaakt worden. Dit onderzoek is uitgevoerd aan de hand van een zelf gerapporteerde vragenlijst, waardoor sociaal wenselijke antwoorden mogelijk zijn. Daarnaast kan het zijn dat mensen die meer betrokken zijn met het thema sport en bewegen de vragenlijst eerder invullen dan mensen die geen betrokkenheid hebben met het thema. Dit kan ertoe leiden dat de percentages voor bewegen en sporten iets hoger liggen dan daadwerkelijk het geval is. 19

20

3 Bewegen Lichamelijke activiteit is goed voor de volksgezondheid. Onderzoek van het Rijksinstituut voor volksgezondheid en milieu (RIVM) wijst uit dat de kans op het vroegtijdig krijgen van hart- en vaatziekten, diabetes mellitus, osteoporose en colonkanker toeneemt, als er geen of weinig sprake is van lichamelijke activiteit 10. Beweging is echter niet alleen goed voor het lichaam, maar ook goed voor de psychische gesteldheid 11. In dit hoofdstuk wordt het beweeggedrag van de Gelderlander onder de loep genomen aan de hand van de beweegnormen (Nederlandse Norm Gezond Bewegen, fitnorm en combinorm) en lichamelijke activiteiten. 3.1 Beweegnormen In Nederland hebben experts verbonden aan universiteiten, RIVM, TNO, NOC*NSF en het ministerie van VWS in 1998 de Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNGB) opgesteld. De NNGB definieert een minimaal niveau om gezondheidswinst te behalen. Daarna zijn ook de fitnorm en de combinorm in het leven geroepen. De fitnorm geeft het gewenste niveau aan om de cardiovasculaire conditie op peil te houden 12. Hieronder zijn de definities weergegeven voor de drie beweegnormen. Definities beweegnormen NNGB (volwassenen 18 jaar en ouder) Dagelijks minstens een half uur ten minste matig intensieve lichamelijke activiteit (bijvoorbeeld stevig wandelen of fietsen), op minimaal 5 dagen per week. Fitnorm Ten minste drie keer per week gedurende minimaal 20 minuten zwaar intensieve activiteit. Combinorm Iemand voldoet aan de combinorm wanneer hij/zij voldoet aan de NNGB en/of de Fitnorm. 10 www.nationaalkompas. nl/gezondheidsdeterminanten (RIVM, 2012) 11 Hildebrandt (), Trendrapport Bewegen en Gezondheid 2010/. 12 Hildebrandt (2010), Trendrapport Bewegen en Gezondheid 2008/2009. Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNGB) De respondenten is gevraagd hoeveel dagen zij matig intensieve lichaamsbeweging, zoals wandelen, fietsen en andere lichaamsbeweging op school/werk, in het huishouden of in hun vrije tijd hebben. Hierbij is aangegeven dat het gaat om inspanning die ten minste even inspannend is als wandelen of fietsen en om het gemiddeld aantal dagen van een normale week in de maand voorafgaand aan het onderzoek. Men voldoet aan de NNGB als men minimaal vijf dagen in de week ten minste 30 minuten matig intensieve lichamelijke activiteit heeft. Omdat te weinig bewegen nog altijd beter is dan niet bewegen, is er ook een uitsplitsing gemaakt naar semi-actief en inactief. Tabel 3.1 geeft weer hoeveel dagen Gelderlanders zulke lichamelijke activiteiten hebben ingedeeld in de categorieën normactief (5, 6 of 7 dagen in de week), semi-actief (1, 2, 3 of 4 dagen in de week) en inactief (0 dagen in de week). 21

Tabel 3.1 Voldoen aan NNGB naar regio, geslacht en leeftijd Normactief Normactief Semi-actief Inactief Nederland 61 13 59 14-4 Gelderland b 56 49 47 4 Regio Achterhoek a, b 57 52 46 2 Arnhem b 57 49 47 4 Nijmegen a, b 57 46 50 4 Noord-Veluwe b 54 49 48 3 Rivierenland a, b 52 47 48 5 Stedendriehoek b 57 48 49 3 Food Valley - 49 47 4 Geslacht Mannen a, b 51 46 50 4 Vrouwen a, b 60 52 45 3 Leeftijd 18 tot 35 jr b 59 48 48 4 35 tot 50 jr b 54 48 49 4 50 tot 65 jr b 54 51 46 4 a: significant verschil ( 0,05) binnen categorie b: significant verschil ( 0,05) tussen en In tabel 3.1 is te zien dat in totaal 49% van de Gelderlanders (18 tot 65 jaar) voldoet aan de NNGB. Dat is minder dan het landelijk gemiddelde dat op 59% ligt. De regio Achterhoek (52%) scoort beter op de NNGB dan de regio s Nijmegen (46%) en Rivierenland (47%). Daarnaast komt uit de resultaten naar voren dat vrouwen vaker voldoen aan de NNGB dan de mannen (respectievelijk 52% en 46%). 13 Hildebrandt (2010), Trendrapport Bewegen en Gezondheid 2008/2009. 14 Hildebrandt (), Trendrapport Bewegen en Gezondheid 2010/ 15 Proper en van Zaanen (2008), Relatie tussen sedentair gedrag en (on)gezondheid: een literatuurstudie. In Hildebrandt (2010), Trendrapport Bewegen en Gezondheid 2006/2007. Wanneer er gekeken wordt naar het verschil tussen en, dan valt op dat er in een daling te zien is van het percentage Gelderlanders dat aan de NNGB voldoet. Lag dit percentage in nog op 56%, in is dit gedaald naar 49%. Ook landelijk is een lichte daling te zien, maar niet zo sterk als in Gelderland. Een daling is ook te zien bij de regio s en de doelgroepen geslacht en leeftijd. Er is naast normactief ook gekeken naar het percentage inwoners dat inactief is en geen enkele dag 30 minuten matig intensief beweegt. Inactiviteit kan leiden tot een verhoogd risico op overgewicht en diabetes type 2 15. Voor Gelderland ligt dit percentage op 4%. Dat is gelijk aan het landelijk gemiddelde. De verschillen tussen de groepen zijn erg klein. Voor de andere achtergrondkenmerken van de onderzoekspopulatie is ook gekeken naar het percentage dat volgens de NNGB normactief is (zie tabel 3.2). Hieruit blijken de volgende verschillen: Gelderlanders zonder beperking (49%) voldoen vaker aan de NNGB dan Gelderlanders met een beperking en/of chronische aandoening (48%); Autochtonen (49%) voldoen vaker aan de NNGB dan allochtonen (47%) Hoger opgeleiden (43%) voldoen minder vaak aan de NNGB dan lager en midden opgeleiden (53%); 22

Werkenden (47%) voldoen minder vaak aan de NNGB dan scholieren/studenten (56%) en niet werkenden (53%); Gelderlanders met een hoog inkomen (49%) voldoen minder vaak aan de NNGB dan Gelderlanders met een midden- (59%) en laag inkomen (58%). Tabel 3.2 Voldoen aan NNGB (normactief) naar achtergrondkenmerken Beperking en/of chronische aandoening Wel a, b 57 48 Geen a, b 55 49 Etniciteit Autochtoon a, b 56 49 Allochtoon a 50 47 Opleiding Laag a, b 61 53 Midden a, b 58 53 Hoog a, b 52 43 Maatschappelijke positie Scholier/ student a 57 56 Werkzaam a, b 56 47 Niet Werkzaam a, b 55 53 Huishouden Alleenstaand b 57 50 Huishouden met thuiswonend(e) kind(eren) b 55 48 Huishouden zonder (thuiswonende) kind(eren) b 55 49 Inkomen Laag a, b 58 50 Midden a, b 59 50 Hoog a, b 49 43 a: significant verschil ( 0,05) binnen categorie b: significant verschil ( 0,05) tussen en Bijna alle doelgroepen scoren lager op de NNGB in in vergelijking met. Met uit zondering van allochtonen en scholieren/studenten; hier zijn geen significante verschillen gevonden. De grootste verschillen (-9%) zijn gevonden bij Gelderlanders met een beperking en/of chronische aandoening en bij de midden inkomens. De volgende regio s/groepen voldoen minder dan gemiddeld aan de NNGB (56%): Regio Nijmegen (-3%) Mannen (-3%) Hoger opgeleiden (-6%) Hogere inkomens (-6%) 23

Fitnorm De fitnorm geeft aan dat je minimaal drie keer in de week gedurende minimaal 20 minuten aan zware intensieve activiteit moet doen. Hierbij is in de vragenlijst aangegeven dat het gaat om lichaamsbeweging waarvan je merkbaar sneller gaat ademen en die lang genoeg duurt (minimaal 20 minuten per keer) om bezweet te raken, zoals sporten en andere inspannende bezigheden. Hierbij moesten de respondenten het gemiddeld aantal keren van een normale week in de maand voorafgaand aan het onderzoek in gedachten nemen. Tabel 3.3 geeft weer hoe vaak Gelderlanders dit soort activiteit hebben, ingedeeld in de categorieën normfit (3 keer of vaker in de week), semifit (1 of 2 keer in de week) en niet fit (geen enkele keer per week). In totaal voldoet 38% van de Gelderlanders (18 tot 65 jaar) aan de fitnorm en doet daarmee ten minste drie keer per week gedurende minimaal 20 minuten aan zware intensieve activiteit. Dat is hoger dan het landelijk gemiddelde dat op 21% ligt. Bij de regio s valt op dat de regio Achterhoek (41%) beter scoort op de fitnorm dan de regio s Noord-Veluwe (36%), Rivierenland (36%) en Stedendriehoek (35%). Verder voldoen meer mannen (42%) aan de fitnorm dan de vrouwen (33%). Ook is te zien dat de jongste leeftijdscategorie (18 tot 35 jaar) vaker aan de fitnorm voldoet dan de oudere leeftijdscategorieën (45% ten opzichte van 36% en 32%). Tabel 3.3 Voldoen aan fitnorm naar regio, geslacht en leeftijd Normfit Normfit Semifit Niet fit Nederland 24 16 21 17 - - Gelderland b 36 38 45 17 Regio Achterhoek a, b 37 41 45 14 Arnhem 41 39 42 19 Nijmegen 37 38 48 16 Noord-Veluwe a 34 36 47 17 Rivierenland a, b 32 36 45 19 Stedendriehoek a 37 35 48 17 Food Valley - 38 47 15 Geslacht Mannen a, b 39 42 43 15 Vrouwen a 34 33 48 19 Leeftijd 18 tot 35 jr a 43 45 40 15 35 tot 50 jr a 35 36 48 16 50 tot 65 jr a 32 32 48 20 16 Hildebrandt (2010), Trendrapport Bewegen en Gezondheid 2008/2009. 17 Hildebrandt (), Trendrapport Bewegen en Gezondheid 2010/. a: significant verschil ( 0,05) binnen categorie b: significant verschil ( 0,05) tussen en Wanneer er gekeken wordt naar het verschil tussen en, dan valt op dat er in een lichte stijging te zien is van het percentage Gelderlanders dat aan de fitnorm voldoet, van 36% in naar 38% in. Verder is er onder de regio s/doelgroepen een stijging te zien bij de regio s Achterhoek, Rivierenland en mannen. 24

Voor de andere achtergrondkenmerken is ook gekeken naar het percentage normactief (zie tabel 3.4). Hieruit blijken de volgende verschillen: Gelderlanders met een beperking en/of chronische aandoening (32%) voldoen minder vaak aan de fitnorm dan Gelderlanders zonder een beperking en/of chronische aandoening (39%); Midden opgeleiden (40%) voldoen vaker aan de fitnorm dan lager (37%) en hoger opgeleiden (36%); Scholieren/studenten (56%) voldoen vaker aan de fitnorm dan werkenden (37%) of nietwerkenden (32%) en werkenden voldoen vaker aan de fitnorm dan niet-werkenden. Tabel 3.4 Voldoen aan fitnorm naar achtergrondkenmerken Beperking en/of chronische aandoening Wel a, b 29 32 Geen a 38 39 Etniciteit Autochtoon b 36 37 Allochtoon 40 41 Opleiding Laag a 37 37 Midden a, b 37 40 Hoog a 35 36 Maatschappelijke positie Scholier/ student a, b 50 56 Werkzaam a, b 36 37 Niet Werkzaam a 32 32 Huishouden Alleenstaand 40 39 Huishouden met thuiswonend(e) kind(eren) b 34 37 Huishouden zonder (thuiswonende) kind(eren) 36 37 Inkomen Laag 36 37 Midden 36 36 Hoog b 35 36 a: significant verschil ( 0,05) binnen categorie b: significant verschil ( 0,05) tussen en De volgende groepen voldoen in vaker aan de fitnorm dan in : Gelderlanders met een beperking en/of chronische aandoening Autochtonen Midden opgeleiden Scholieren/studenten Werkenden Huishoudens met thuiswonend(e) kind(eren) Hogere inkomens 25

De volgende regio s/groepen voldoen minder dan gemiddeld aan de fitnorm (38%): Regio Stedendriehoek (-3%) Vrouwen (-5%) Ouderen (50 tot 65 jaar) (-6%) Gelderlanders met een beperking en/of chronische aandoening (-6%) Niet werkenden (-6%) Combinorm De combinorm is een samengestelde variabele van de NNGB en de fitnorm. Volwassenen voldoen aan de combinorm als zij voldoen aan de NNGB en/of de fitnorm. In tabel 3.5 is weergegeven hoeveel Gelderlanders hieraan voldoen. In totaal voldoet 64% van de Gelderse bevolking aan de combinorm. Dat is iets minder dan het landelijk gemiddelde dat op 67% ligt. Omdat de combinorm is samengesteld uit de NNGB en de fitnorm zijn veelal dezelfde trends te zien als bij die beweegnormen. In de regio Achterhoek (68%) voldoet men meer aan de combinorm dan in de regio s Nijmegen (62%), Noord-Veluwe (63%), Rivierenland (61%) en Stedendriehoek (62%). Verder voldoet de jongste leeftijdscategorie (18 tot 35 jaar) vaker aan de combinorm dan de overige twee leeftijdscategorieën (68% ten opzichte van 63%). Wanneer er gekeken wordt naar het verschil tussen en, dan valt op dat er in een lichte daling te zien is van het percentage Gelderlanders dat aan de combinorm voldoet, van 67% in naar 64% in. Verder is er onder de doelgroepen een daling te zien bij de regio s Arnhem, Nijmegen, Noord-Veluwe en Stedendriehoek, en bij de vrouwen en de leeftijdscategorieën 18 tot 35 en 35 tot 50 jaar. Tabel 3.5 Voldoen aan combinorm naar regio, geslacht en leeftijd 18 Trendrapport Bewegen en Gezondheid 2008/2009, TNO 2010. 19 Hildebrandt (), Trendrapport Bewegen en Gezondheid 2010/ Nederland 68 18 67 19 Gelderland b 67 64 Regio Achterhoek a 68 68 Arnhem b 73 64 Nijmegen a, b 66 62 Noord-Veluwe a, b 66 63 Rivierenland a 63 61 Stedendriehoek a, b 68 62 Food Valley - 63 Geslacht Mannen 65 63 Vrouwen b 70 64 Leeftijd 18 tot 35 jr a, b 73 66 35 tot 50 jr a, b 66 63 50 tot 65 jr a 64 63 a: significant verschil ( 0,05) binnen categorie b: significant verschil ( 0,05) tussen en 26

Voor de andere achtergrondkenmerken is ook gekeken naar het percentage dat aan de combinorm voldoet (zie tabel 3.4). Hieruit blijken de volgende verschillen: Gelderlanders met een beperking en/of chronische aandoening (60%) voldoen minder vaak aan de combinorm dan Gelderlanders zonder een beperking en/of chronische aandoening (65%); Hoger opgeleiden (60%) voldoen minder vaak aan de combinorm dan lager (65%) en midden opgeleiden (67%); Scholieren/studenten (76%) voldoen vaker aan de combinorm dan werkenden (62%) en nietwerkenden (63%); Hoger inkomens (60%) voldoen minder vaak aan de combinorm dan lager (64%) en midden inkomens (64%). Tabel 3.6 Voldoen aan Combinorm naar achtergrondkenmerken Beperking en/of chronische aandoening Wel a, b 63 60 Geen a, b 68 65 Etniciteit Autochtoon b 67 64 Allochtoon 66 63 Opleiding Laag a, b 69 65 Midden a, b 69 67 Hoog a, b 64 60 Maatschappelijke positie Scholier/ student a 75 76 Werkzaam a, b 67 62 Niet Werkzaam a 64 63 Huishouden Alleenstaand b 69 65 Huishouden met thuiswonend(e) kind(eren) b 67 63 Huishouden zonder (thuiswonende) kind(eren) b 65 63 Inkomen Laag a, b 69 64 Midden a, b 70 64 Hoog a 63 60 a: significant verschil ( 0,05) binnen categorie b: significant verschil ( 0,05) tussen en 27

De volgende groepen voldoen in minder vaak aan de combinorm dan in : Gelderlanders met wel en geen beperking en/of chronische aandoening Autochtonen Gelderlanders met een lage, midden en hoge opleiding Werkenden Alleenstaanden Huishouden met thuiswonend(e) kind(eren) Huishouden zonder (thuiswonende) kind(eren) Lage en midden inkomens De volgende groepen voldoen minder dan gemiddeld aan de combinorm (64%): Regio Rivierenland (-3%) Gelderlanders met een beperking en/of chronische aandoening (-4%) Hoger opgeleiden (-4%) Hogere inkomens (-4%) 3.2 Lichamelijke activiteit Naast de beweegnormen is ook aan de mensen gevraagd hoe lang en hoe vaak zij bepaalde lichamelijke activiteiten doen. Hierbij zijn de volgende activiteiten meegenomen: lopen en fietsen (naar school, werk, winkels of halte openbaar vervoer), wandelen als ontspanning, tuinieren en klussen/doe het zelven. Frequentie lichamelijke activiteiten In onderstaande figuur is weergegeven hoe vaak inwoners van Gelderland de verschillende activiteiten doen per week of per maand. Van deze vijf lichamelijke activiteiten fietsen (naar school, werk, winkel of halte ov) Gelderlanders het vaakst per week (65%). Ook lopen (naar school, werk, winkel of halte ov) wordt relatief vaak per week gedaan (60%). Tuinieren en klussen/doe het zelven zijn activiteiten die vaker 1-3 keer in de maand worden gedaan (respectievelijk 37% en 38%). Dit beeld komt overeen met die van. Figuur 3.1 Dagelijkse lichamelijke activiteit naar frequentie 28

Tabel 3.7 geeft de lichamelijke activiteiten weer naar regio en belangrijkste achtergrondkenmerken (overige groepen zijn in bijlage 2 terug te vinden). De regio s en groepen die bovengemiddeld op één van de activiteiten scoren zijn hieronder per activiteit weergegeven: Lopen (naar school, werk, winkel of halte ov): regio Arnhem, vrouwen, 18 tot 35 jarigen en allochtonen; Fietsen (naar school, werk, winkel of halte ov): regio s Achterhoek, Noord-Veluwe, Stedendriehoek en Food Valley, en vrouwen; Wandelen als ontspanning: regio Achterhoek, vrouwen, ouderen (50 tot 65 jaar) en Gelderlanders met een beperking en/of chronische aandoening; Tuinieren: regio s Achterhoek en Rivierenland en ouderen (50 tot 65 jaar); Klussen/doe het zelven: regio s Achterhoek en Rivierenland, mannen en ouderen (50 tot 65 jaar). Tabel 3.7 Lichamelijke activiteiten (minimaal 1 keer per week) naar regio en achtergrondkenmerken Lopen* Fietsen* Wandelen als ontspanning Tuinieren Klussen/doe het zelven Gelderland 62 60 70 65 45 47 30 32 24 26 Regio Achterhoek 57 60 71 71 49 50 37 36 31 31 Arnhem 64 66 68 63 44 46 32 30 24 24 Nijmegen 72 62 70 61 39 46 19 29 18 26 Noord-Veluwe 58 58 74 69 46 48 36 31 25 26 Rivierenland 58 55 60 54 42 46 36 36 25 29 Stedendriehoek 62 62 74 71 46 47 27 32 23 24 Food Valley - 60-76 - 37-24 - 22 Geslacht Mannen 59 57 63 59 39 41 31 33 34 36 Vrouwen 65 64 78 72 50 52 29 30 14 17 Leeftijd 18 tot 35 jr 71 69 72 65 33 36 13 15 16 18 35 tot 50 jr 61 58 71 67 45 46 34 34 28 28 50 tot 65 jr 56 55 68 64 55 56 42 44 28 32 Beperking en/of chronische aandoening Wel 60 59 65 64 53 51 32 32 24 25 Geen 63 61 72 66 43 45 30 32 24 27 Etniciteit Autochtoon 62 60 71 66 44 47 31 32 25 27 Allochtoon 63 63 60 59 46 44 24 26 17 21 * naar school, werk, winkel of halte openbaar vervoer 29

Duur lichamelijke activiteiten Ook is gekeken naar hoe lang inwoners van Gelderland de verschillende activiteiten doen (zie figuur 3.2). Hieruit komt naar voren dat wandelen als ontspanning, tuinieren en klussen/ doe het zelven vaker langer (minimaal 30 minuten per keer) worden gedaan (respectievelijk 57%, 51% en 48%), terwijl de activiteiten die het vaakst gedaan worden (lopen en/of fietsen naar school, werk, winkel of halte openbaar vervoer) juist minder lang duren (tot 30 minuten per keer). Ook dit beeld is hetzelfde als in. doe ik niet tot 30 minuten 30-60 minuten meer dan 60 minuten Figuur 3.2 Dagelijkse lichamelijke activiteit naar duur Tevens is gekeken naar de duur van de activiteiten, naar regio en de belangrijkste achtergrondkenmerken (overige groepen zijn weergegeven in bijlage 2). De regio s en groepen die bovengemiddeld op een van de activiteiten scoren zijn hieronder per activiteit weergegeven: Lopen (naar school, werk, winkel of halte ov): 18 tot 35 jarigen en allochtonen; Fietsen (naar school, werk, winkel of halte ov): regio s Achterhoek, Arnhem en Nijmegen en ouderen (50 tot 65 jaar); Wandelen als ontspanning: regio Stedendriehoek, vrouwen en ouderen (50 tot 65 jaar); Tuinieren: regio s Achterhoek en Stedendriehoek, 35 tot 50 jarigen en ouderen (50 tot 65 jaar); Klussen/doe het zelven: regio Achterhoek, mannen, 35 tot 50 jarigen. 30

Tabel 3.8 Lichamelijke activiteiten (minimaal 30 minuten per keer) naar regio en achtergrondkenmerken Lopen* Fietsen* Wandelen als ontspanning Tuinieren Klussen/ doe het zelven Gelderland 14 14 25 23 57 56 51 51 48 47 Regio Achterhoek 14 15 26 26 56 58 58 56 50 50 Arnhem 12 14 30 26 60 58 55 50 48 48 Nijmegen 15 14 24 26 61 55 40 53 46 46 Noord-Veluwe 13 15 22 22 56 57 54 49 48 45 Rivierenland 13 13 20 19 49 51 54 51 47 45 Stedendriehoek 16 15 26 23 58 59 51 54 51 47 Food Valley - 14-24 - 58-45 - 46 Geslacht Mannen 14 14 25 23 51 50 52 53 61 60 Vrouwen 14 14 25 24 63 63 51 50 36 33 Leeftijd 18 tot 35 jr 15 17 22 22 47 49 32 33 39 39 35 tot 50 jr 13 12 23 22 57 57 59 58 54 52 50 tot 65 jr 14 14 28 26 66 66 61 60 51 49 Beperking en/of chronische aandoening Wel 16 15 24 23 56 55 48 46 47 43 Geen 13 14 25 24 57 57 52 53 49 48 Etniciteit Autochtoon 14 14 25 23 57 57 52 52 49 47 Allochtoon 18 19 25 24 55 54 42 46 41 42 31

Samenvatting 49% van de Gelderlanders voldoet aan de NNGB. Dat is een daling t.o.v. (56%). Regio Nijmegen, mannen, hoger opgeleiden en Gelderlanders met een hoog inkomen bewegen te weinig volgens de NNGB. 38% van de Gelderlanders voldoet aan de fitnorm. Dat is een stijging t.o.v. (36%). Regio Stedendriehoek, vrouwen, ouderen, Gelderlanders met een beperking en/of chronische aandoening en niet- werkenden voldoen minder aan de fitnorm. 64% van de Gelderlanders voldoet aan de combinorm. Dat is een daling t.o.v. (67%). Regio Rivierenland, Gelderlanders met een beperking en/of chronische aandoening, hoger opgeleiden en Gelderlanders met een hoog inkomen voldoen minder aan de combinorm. Fietsen en lopen (naar school, werk, winkel of halte ov) wordt het vaakst door de Gelderlanders gedaan. Wandelen als ontspanning, tuinieren en klussen worden het vaakst langer dan 30 minuten gedaan. 32

4 Sportgedrag Het sportgedrag van de Gelderlander wordt bepaald aan de hand van de volgende onderwerpen: sportdeelname, beoefende sporten, locatie om te sporten, lidmaatschap sportvereniging en motivatie om wel of niet te sporten. 4.1 Sportdeelname De definitie van sporter wordt tegenwoordig gelegd bij minimaal 12 keer per jaar sporten (RSO-norm 20 ). Op basis van deze definitie is iets meer dan drie kwart van de Gelderlanders (77%) een sporter (zie tabel 4.1). Hiervan sport 17% 12 tot 59 keer per jaar (1 tot 3 keer in de maand), 43% sport 60-119 keer (1 tot 2 keer per week) en 27% sport drie keer of vaker. In vergelijking met het landelijk gemiddelde (66%) sporten Gelderlanders vaker minimaal één keer per maand. Verder is uit de resultaten te zien dat er meer sporters zijn in de regio Achterhoek (81%) en Nijmegen (80%) dan in de regio s Noord-Veluwe (75%) en Rivierenland (72%). Verder valt in de leeftijdscategorieën op dat met het toenemen van de leeftijd minder wordt gesport. Tabel 4.1 Sportdeelname (volgens RSO-norm) naar regio, geslacht en leeftijd 20 Richtlijn Sportdeelname Onderzoek. Ontwikkeld door o.a. het W.J.H. Mulier Instituut. Er is een basismodule vragenlijst opgesteld die landelijk wordt gebruikt om sportdeelname te meten 21 Sportdeelname in Nederland 2006-2012 trends en actualiteit, RSO platform. Utrecht, april Nederland 21 64 66 Gelderland b 76 77 Regio Achterhoek a, b 74 81 Arnhem b 74 77 Nijmegen a 78 80 Noord-Veluwe a 74 75 Rivierenland a, b 70 72 Stedendriehoek b 80 78 Food Valley - 79 Geslacht Mannen b 76 78 Vrouwen 76 76 Leeftijd 18 tot 35 jr a 81 81 35 tot 50 jr a, b 76 78 50 tot 65 jr a, b 71 72 a: significant verschil ( 0,05) binnen categorie b: significant verschil ( 0,05) tussen en Wanneer er gekeken wordt naar het verschil tussen en, dan valt op dat er in een lichte stijging te zien is van het percentage Gelderlanders dat zich sporter mag noemen, van 76% in naar 77% in. Verder is er onder de doelgroepen een stijging te zien bij de regio s Achterhoek, Arnhem en Rivierenland, bij de mannen en de leeftijdscategorieën 35 tot 50 jaar en 50 tot 65 jaar. Bij de regio Stedendriehoek is een afname zichtbaar. 33

Ook voor de sportdeelname is gekeken naar de andere achtergrondkenmerken: beperking en/ of chronische aandoening, etniciteit, opleiding, maatschappelijke positie, huishouden en inkomen (zie tabel 4.2). Hieruit blijken de volgende verschillen: De sportdeelname bij Gelderlanders met een beperking en/of chronische aandoening (69%) is lager dan bij Gelderlanders zonder een beperking en/of chronische aandoening (79%); De sportdeelname bij allochtonen (71%) is lager dan bij autochtonen (77%); De sportdeelname bij lager opgeleiden (66%) is lager dan bij midden- en hoger opgeleiden (respectievelijk 77% en 83%), en bij hoger opgeleiden ligt sportdeelname hoger dan bij middenopgeleiden; De sportdeelname bij scholier/studenten (86%) ligt hoger dan bij werkenden (79%) en nietwerkenden (65%), en de sportdeelname ligt hoger bij werkenden dan bij niet- werkenden; De sportdeelname bij mensen met een hoog inkomen (83%) ligt hoger dan bij mensen met een midden (75%) en laag inkomen (70%), en bij mensen met een laag inkomen ligt sportdeelname lager dan bij mensen met een midden inkomen. Tabel 4.2 Sportdeelname (volgens RSO-norm) naar achtergrondkenmerken Beperking en/of chronische aandoening Wel a, b 64 69 Geen a 79 79 Etniciteit Autochtoon a, b 76 77 Allochtoon a 75 71 Opleiding Laag a, b 64 66 Midden a 76 77 Hoog a, b 80 83 Maatschappelijke positie Scholier/ student a, b 90 86 Werkzaam a, b 77 79 Niet Werkzaam a 65 65 Huishouden Alleenstaand 74 76 Huishouden met thuiswonend(e) kind(eren) b 76 77 Huishouden zonder (thuiswonende) kind(eren) b 76 77 Inkomen Laag a 69 70 Midden a 75 75 Hoog a, b 81 83 a: significant verschil ( 0,05) binnen categorie b: significant verschil ( 0,05) tussen en De volgende groepen voldoen in vaker aan de RSO-norm dan in : Gelderlanders met een beperking en/of chronische aandoening Autochtonen Lager en hoger opgeleiden Werkenden 34

Huishouden met thuiswonend(e) kind(eren) Huishoudens zonder (thuiswonende) kind(eren) Hogere inkomens Bij de volgende regio s/groepen ligt de sportdeelname lager dan gemiddeld (77%): Regio Rivierenland (-5%) Ouderen (50 tot 65 jaar) (-5%) Gelderlanders met een beperking en/of chronische aandoening (-8%) Allochtonen (-6%) Lager opgeleiden (-11%) Niet werkenden (-12%) Lagere inkomens (-8%) 4.2 Meest beoefende sporten Om inzicht te krijgen in de sporten die het meest worden beoefend is aan de respondenten gevraagd aan te geven welke sport(en) zij het afgelopen jaar allemaal hebben gedaan. Hieruit is een top 10 ontstaan van meest beoefende sporten door de Gelderlanders. Fitness, conditie komt als populairste sport naar voren gevolgd door hardlopen, joggen, trimmen, en fitness, kracht staat op nummer drie. Wielrennen, toerfietsen, mountainbiken en zwemsport maken de top vijf compleet. Wat opvalt is dat de meesten van deze sporten ongeorganiseerd of bij een commerciële aanbieder worden beoefend. De top 10 is nagenoeg gelijk aan. In de top 5 hebben zwemsport en wielrennen, toerfietsen, mountainbiken van plek gewisseld. Daarnaast is schaatsen in de top 10 gekomen voor skiën, langlaufen, snowboarden. Tabel 4.3 Top 10 meest beoefende sporten in Gelderland 1. Fitness, conditie (31%) 1. Fitness, conditie (29%) 2. Hardlopen, joggen, trimmen (25%) 2. Hardlopen, joggen, trimmen (27%) 3. Fitness, kracht (21%) 3. Fitness, kracht (22%) 4. Zwemsporten (20%) 4. Wielrennen, toerfietsen, mountainbiken (21%) 5. Wielrennen, 5 Zwemsport (20%) toerfietsen,mountainbiken (19%) 6. Wandelsport (18%) 6. Wandelsport (19%) 7. Aerobocs, steps, spinning (13%) 7. Aerobics, steps, spinning (12%) 8. Bowling (11%) 8. Voetbal (11%) 9. Voetbal (10%) 9. Bowling (10%) 10. Skiën, langlaufen, snowboarden (10%) 10. Schaatsen (9%) Wanneer gekeken wordt naar de verschillende regio s en doelgroepen dan blijkt dat de meeste regio s/groepen fitness, conditie op nummer 1 hebben staan in de top 5 van meest beoefende sporten. Hardlopen, joggen en trimmen staat bij 18 tot 35 jarigen, 35 tot 50 jarigen, hoog opgeleiden, scholieren/studenten, huishouden met thuiswonend(e) kind(eren) en mensen met een hoog inkomen op de eerste plek. Bij mannen staat wielrennen, toerfietsen en mountainbiken op de eerste plek. Verder is de top 5 ook redelijk gelijk voor de verschillende 35

groepen. In bijlage 3 zijn voor alle groepen de top 5 meest beoefende sporten te vinden. De provincie heeft in het kader van Gelderland Sportland 5 kernsporten benoemd in de eerste ring, namelijk atletiek (incl. wandelsport), wielrennen (incl. fietsen), paardensport, volleybal en judo. Hoe vaak worden deze sporten in de provincie beoefend? Twee kernsporten vinden we terug in de top 10, namelijk wielrennen, toerfietsen, mountainbiken op de 4e plek en atletiek komt door de samenvoeging met wandelsport en hardlopen op de 2e plek terecht. De overige drie kernsporten vinden we terug op plek 13 (volleybal), plek 22 (paardensport) en plek 47 (judo). De potentiële 6e kernsport tennis is op de 12e plek terug te vinden. 4.3 Locatie sporten In de vragenlijst is ook gevraagd aan degene die aan sport doen waar de respondenten hun sport beoefenen. Dit is uitgesplitst in: Officiële binnensportaccommodatie (zoals sporthal, gymnastieklokaal, fitnesscentrum/ sportschool, overdekt of combizwembad, ijshal/ijsbaan binnen, tennishal, klimhal, karthal, etc.); Officiële buitensportaccommodatie (zoals voetbalveld, hockeyveld, tennisbaan, openluchtzwembad, ijsbaan buiten/half overdekt, manege, golfbaan, etc.); Niet officiële sportaccommodatie (zoals buurthuis, wijkcentrum, café); Sportvoorziening in de openbare ruimte (zoals halfpipe, basketbalpleintje, trapveldje/ voetbalkooi, etc.); Andersoortige voorziening (zoals park, bos, bergen, strand, meer, openbare weg, huis/ tuin, etc.). Hierbij is telkens gevraagd of zij dit doen in hun eigen gemeente of elders. De resultaten voor Gelderland zijn weergegeven in figuur 4.1. De resultaten naar achtergrondkenmerken zijn terug te vinden in bijlage 4. Beide Elders In eigen gemeente Totaal Totaal Andersoortige voorziening Sportvoorziening in de opebare ruimte Niet officiële sportaccommodatie Officiële buiten sportaccommodatie Officiële binnen sportaccommodatie 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% Figuur 4.1 Overzicht accommodatie sporten in eigen gemeente of elders (in procenten) 36

In Gelderland wordt het meest gesport in andersoortige voorzieningen (74%) of officiële binnensportaccommodaties (72%). Dit is ook goed te zien aan de top 5 van sporten die het meest beoefend worden in Gelderland. Sportscholen en zwembaden vallen namelijk onder officiële binnensportaccommodaties, terwijl hardlopen en wielrennen in andersoortige voorzieningen wordt beoefend. Van sportvoorzieningen in de openbare ruimte wordt het minst gebruik gemaakt. Wanneer gekeken wordt naar de locatie van sporten dan wordt bij alle accommodatievormen voornamelijk in de eigen gemeente gesport. Bij andersoortige voorziening is te zien dat dit ook vaak zowel in de eigen gemeente als elders wordt gedaan. 4.4 Lidmaatschap sportvereniging In tabel 4.4 is te zien dat 46% van de Gelderlanders (18 tot 65 jaar) lid is van een sportvereniging. Dat is meer dan het landelijk gemiddelde dat op 30% ligt (6 tot 79 jaar). Van de Gelderse sporters (volgens de RSO-norm) is 59% lid van een sportvereniging. Verder blijkt uit de resultaten dat er meer Gelderlanders lid zijn van een sportvereniging in de regio Achterhoek (49%), Nijmegen (48%) en Food Valley (49%) dan in de regio s Noord-Veluwe (42%) en Rivierenland (42%). Daarnaast valt in de leeftijdscategorieën op dat met het toenemen van de leeftijd het lidmaatschap afneemt. Dit is ook landelijk de trend. Tabel 4.4 Lidmaatschap sportvereniging naar regio, geslacht en leeftijd Nederland 22 29 30 Gelderland 46 46 Regio Achterhoek a 48 49 Arnhem 46 46 Nijmegen a, b 45 48 Noord-Veluwe a 43 42 Rivierenland a 41 42 Stedendriehoek b 51 46 Food Valley a - 49 Geslacht Mannen b 48 47 Vrouwen 45 44 Leeftijd 18 tot 35 jr a 54 52 35 tot 50 jr a 46 46 50 tot 65 jr a 40 39 22 Sportdeelname in Nederland 2006-2012 trends en actualiteit, RSO platform. Utrecht, april a: significant verschil ( 0,05) binnen categorie b: significant verschil ( 0,05) tussen en 37

In tabel 4.4 is lidmaatschap van een sportvereniging naar achtergrondkenmerken weergegeven. Hieruit blijken de volgende verschillen: Gelderlanders met een beperking en/of chronische aandoening (34%) zijn minder vaak lid van een sportvereniging dan Gelderlanders zonder een beperking en/of chronische aandoening (49%); Allochtonen (39%) zijn minder vaak lid van een sportvereniging dan autochtonen (46%); Laagopgeleiden (36%) zijn minder vaak lid van een sportvereniging dan midden- en hoogopgeleiden (respectievelijk 46% en 50%); Scholieren/studenten (59%) zijn vaker lid van een sportvereniging dan werkenden (48%) en niet werkenden (32%), en werkenden zijn vaker lid dan niet werkenden; Huishoudens zonder (thuiswonende) kind(eren) (43%) zijn minder vaak lid van een sportvereniging dan huishoudens met thuiswonend(e) kind(eren) (47%); Gelderlanders met een hoog inkomen (52%) zijn vaker lid van een sportvereniging dan Gelderlanders met een laag (39%) en midden inkomen (43%). Tabel 4.4 Lidmaatschap sportvereniging naar achtergrondkenmerken Beperking en/of chronische aandoening Wel a 32 34 Geen a, b 50 49 Etniciteit Autochtoon a 47 46 Allochtoon a, b 44 39 Opleiding Laag a 37 36 Midden a 47 46 Hoog a 50 50 Maatschappelijke positie Scholier/ student a, b 63 59 Werkzaam a 48 48 Niet Werkzaam a 33 32 Huishouden Alleenstaand 42 42 Huishouden met thuiswonend(e) kind(eren) a 48 47 Huishouden zonder (thuiswonende) kind(eren) a 45 43 Inkomen Laag a 40 39 Midden a 43 43 Hoog a 52 52 a: significant verschil ( 0,05) binnen categorie b: significant verschil ( 0,05) tussen en 38

De volgende groepen zijn in minder vaak lid van een sportvereniging dan in : Regio Stedendriehoek Mannen Gelderlanders zonder een beperking en/of chronische aandoening Allochtonen Scholieren/studenten In de regio Nijmegen zijn in meer inwoners lid van een sportvereniging dan in. De volgende regio s/groepen zijn minder mensen lid van een sportvereniging dan gemiddeld (46%): Regio Noord-Veluwe (-4%) Regio Rivierenland (-4%) Ouderen (50 tot 65 jaar) (-7%) Gelderlanders met een beperking en/of chronische aandoening (-12%) Allochtonen (-7) Lager opgeleiden (-10%) Niet werkenden (-14%) Alleenstaanden (-4%) Huishouden zonder (thuiswonende) kind(eren) (-3%) Lage inkomens (-7%) Midden inkomens (-3%) 4.5 Motivatie Om erachter te komen wat mensen drijft om te gaan sporten of hen juist weg houdt van het sporten is gevraagd aan te geven wat de belangrijkste redenen zijn om wel of niet te gaan sporten. Redenen om te sporten Aan de respondenten, die in het jaar voorafgaand aan het onderzoek een sport hebben beoefend, is gevraagd wat hun beweegredenen zijn om te gaan sporten. In figuur 4.2 zijn de meest genoemde redenen om te gaan sporten onder elkaar gezet. Hieruit komt naar voren dat de belangrijkste motivatie om te gaan sporten lichaamsbeweging/gezondheid is (89%). Op de tweede plek staat opbouw conditie, kracht, lenigheid (52%) en op de derde plek staat uitlaatklep voor dagelijks leven/ontspanning (41%). De eerste en tweede plek is voor alle regio s/groepen hetzelfde. Enige verschil bij een aantal groepen is dat niet uitlaatklep voor dagelijks leven/ontspanning op nummer 3 staat, maar leuke activiteit/plezier. De lijst met redenen ziet er nagenoeg hetzelfde uit als in. De redenen lekker buiten zijn en afslanken worden in wel vaker genoemd dan in. 39

Niet duur Competitie, meten met anderen Advies opvolgen van arts/fysiotherapeut Prestatie, jezelf verbeteren Afslanken Gezelligheid/sociale contacten Lekker buiten zijn Leuke activiteiten/plezier Uitlaatklep voor dagelijks leven/ontspanning Opbouw conditie, kracht, lenigheid Lichaamsbeweging/gezondheid 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% Figuur 4.2 Motieven om te sporten Redenen om niet te sporten De respondenten die hebben aangegeven niet aan sport te doen is de vraag voorgelegd waarom zij niet aan sport doen. In figuur 4.3 zijn de meest genoemde redenen onder elkaar gezet. Ik heb voldoende lichaamsbeweging is de meest genoemde reden om niet te sporten (37%). Daarna komen geen tijd, vanwege werk en/of gezin (28%) en andere vrijetijdsbestedingen vind ik leuker (25%). De redenen reistijd naar een sportgelegenheid is te lang (24%) en laat mijn gezondheid momenteel niet toe maken de top 5 compleet (20%). Dit waren ook in de belangrijkste redenen om niet te sporten. Te duur Ik kan niet goed sporten Ik weet niet welke sport bij mij past Ik ken geen mensen om mee te sporten Ik vind het niet nodig om te sporten Ik weet het eigenlijk niet, het is geen gewoonte Laat mijn gezondheid momenteel niet toe Reistijd naar een sportgelegenheid is te lang Andere vrijetijdsbestedingen vind ik leuker Heb geen tijd voor, vanwege werk en/of gezin Ik heb voldoende lichaamsbeweging 0% 10% 20% 30% 40% 50% Figuur 4.3 Motieven om niet te sporten 40

Bij de verschillende groepen laat de top 3 van motieven om niet te sporten weinig verschil zien met de Gelderse top 3 van redenen om niet te sporten. Wel is de positie binnen de top 3 wisselend. Bijna alle groepen geven ik heb voldoende lichaamsbeweging of heb ik geen tijd voor, vanwege werk en/of gezin aan als de belangrijkste redenen om niet te sporten. De belangrijkste reden voor niet-werkenden en Gelderlanders met een beperking en/of chronische aandoening om niet te sporten is: laat mijn gezondheid niet toe. Voor lage inkomens is dat reistijd. Samenvatting 77% van de Gelderlanders mag zich een sporter noemen en sport minimaal 1 keer in de maand. Dat is iets meer dan in (76%). Bij de regio Rivierenland, ouderen, Gelderlanders met een beperking en/of chronische aandoening, lager opgeleiden, niet werkenden en Gelderlanders met een lager inkomen ligt de sportdeelname lager Top 5 meest beoefende sporten: 1. Fitness, conditie 2. Hardlopen, joggen, trimmen 3. Fitness, kracht 4. Wielrennen, toerfietsen, mountainbiken 5. Zwemsport 74% van de Gelderlanders sporten in officiële binnensportaccommodaties. 46% van de Gelderlanders is lid van een sportvereniging. Dat is gelijk aan. Bij de regio Rivierenland en Noor- Veluwe, ouderen, Gelderlanders met een beperking en/of chronische aandoening, allochtonen, lager opgeleiden, niet werkenden, huishouden zonder (thuiswonende) kind(eren) en Gelderlanders met een laag inkomen ligt het lidmaatschap van een sportvereniging lager. Lichaamsbeweging/gezondheid, opbouw conditie, kracht, lenigheid, en uitlaatklep voor dagelijks leven/ontspanning zijn de drie belangrijkste redenen voor sporters om te gaan sporten Ik heb voldoende lichaamsbeweging, heb ik geen tijd voor vanwege werk en/of gezin en andere vrijetijdsbestedingen vind ik leuker zijn de drie belangrijkste redenen voor nietsporters om niet te gaan sporten. 41

42

5 Leefstijl en gezondheid Sporten en bewegen is goed voor de volksgezondheid. Er zijn echter ook een aantal aspecten waarvan bekend is dat deze slecht zijn voor de volksgezondheid, te weten: overmatige alcoholinname, roken en overgewicht. Deze drie onderwerpen worden in dit hoofdstuk behandeld. Voor de onderwerpen alcohol en roken hebben we gebruik mogen maken van gegevens van de GGD en in Gelderland (GGD Gelderland-Midden, GGD Noord- en Oost- Gelderland en GGD Gelderland-Zuid) uit hun gezondheidsmonitor die in het najaar van 2012 is uitgezet 23. Omdat de steekproef niet volledig overeenkomt met onze steekproef worden hier alleen de resultaten van dat onderzoek weergegeven en niet vergeleken met de resultaten uit de Sportmonitor van. 5.1 Alcohol Overmatig alcoholgebruik is slecht voor de gezondheid. Dit kan leiden tot verhoogde bloeddruk, hersenbloeding, leveraandoeningen, orgaanaandoeningen, diverse soorten kanker, verslaving en andere gezondheidsklachten. Matig alcoholgebruik veroorzaakt weinig risico s voor de gezondheid. Zo adviseert de Gezondheidsraad gezonde mannen niet meer dan twee standaardglazen en gezonde vrouwen niet meer dan één standaardglas alcohol per dag te drinken 24. De respondenten is gevraagd of zij alcohol drinken en zo ja, hoeveel dagen en glazen zij drinken. Op basis van deze vragen is een onderscheidt gemaakt tussen alcohol drinken, overmatig alcohol drinken (>21 glazen/week (mannen) of > 14 glazen/week (vrouwen)) en zwaar drinken (regulier aantal dagen meer dan 6 glazen per dan voor mannen en 4 glazen voor vrouwen). In Gelderland drinkt 85% van de volwassenen (19 tot 65 jaar) alcohol, waarvan 8% overmatig en 11% zwaar. Dat is ongeveer gelijk aan het landelijk gemiddelde. In de regio Rivierenland wordt minder alcohol gedronken. Ook vrouwen drinken minder alcohol. Dit in tegenstelling tot mannen. 23 Monitor Volwassenen en Ouderen 2012, GGD Gelderland-Midden, GGD Gelderland- Zuid, GGD Noord- en Oost-Gelderland, in samenwerking met het CBS en het RIVM. 24 www.alcoholinfo.nl, Trimbos-instituut 25 Gezondheidsmonitor GGD en, CBS en RIVM 2012 Tabel 5.1 Alcoholgebruik en frequentie naar regio, geslacht en leeftijd Drinkt niet Drink alcohol Overmatige drinker* Zware drinker** Nederland 25 16 84 8 12 Gelderland 15 85 8 11 Regio Achterhoek 13 87 10 18 Arnhem 15 85 8 8 Nijmegen 13 87 9 12 Noord-Veluwe 17 83 8 11 Rivierenland 19 81 8 9 Stedendriehoek 16 84 9 11 Food Valley 15 85 8 8 Geslacht Mannen 10 90 11 16 Vrouwen 20 80 6 6 43

Drinkt niet Drink alcohol Overmatige drinker* Zware drinker** Leeftijd 18 tot 35 jr 14 86 8 15 35 tot 50 jr 16 84 6 9 50 tot 65 jr 15 85 11 10 * Overmatige drinker: >21 glazen/week (mannen) of > 14 glazen/week (vrouwen) ** Zware drinker: regulier aantal dagen meer dan 6 glazen per dan voor mannen en 4 glazen voor vrouwen Voor de andere achtergrondkenmerken is ook gekeken naar het alcoholgebruik (zie tabel 5.2). Tabel 5.2 Alcoholgebruik naar achtergrondkenmerken * Overmatige drinker: >21 glazen/week (mannen) of > 14 glazen/week (vrouwen) Drinkt alcohol Overmatige drinker* Zware drinker** Beperking en/of chronische aandoening Wel 82 8 10 Geen 89 8 12 Etniciteit Autochtoon 88 8 12 Allochtoon 68 6 7 Opleiding Laag 78 10 13 Midden 87 8 12 Hoog 90 7 8 Maatschappelijke positie Scholier/ student 90 10 22 Werkzaam - - - Niet Werkzaam - - - Huishouden Alleenstaand 81 12 14 Huishouden met thuiswonend(e) 84 6 8 kind(eren) Huishouden zonder (thuiswonende) kind(eren) 86 10 14 ** Zware drinker: regulier aantal dagen meer dan 6 glazen per dan voor mannen en 4 glazen voor vrouwen De volgende groepen drinken meer dan gemiddeld (85%) alcohol: Mannen (5%) Gelderlanders zonder beperking en/of chronische aandoening (4%) Autochtonen (3%) Hoger opgeleiden (5%) Scholieren/studenten (5%) 44

5.2 Roken Roken verhoogt het risico op veel ziekten en aandoeningen, zoals longkanker, COPD en coronaire hartziekten 26. Bij het onderwerp roken is gevraagd of men rookt en zo ja, hoeveel men rookt. In Gelderland rookt 24% van de volwassenen (19 tot 65 jaar). Dat is iets lager dan het landelijk gemiddelde dat op 26% ligt. Mannen en 18 tot 35 jarigen roken vaker, in tegenstelling tot vrouwen. Tabel 5.3 Roken en frequentie naar regio, geslacht en leeftijd Rookt niet Rookt Nederland 74 26 Gelderland 76 24 Regio Achterhoek 77 23 Arnhem 75 25 Nijmegen 75 25 Noord-Veluwe 77 23 Rivierenland 75 25 Stedendriehoek 75 25 Food Valley 78 22 Geslacht Mannen 72 28 Vrouwen 79 21 Leeftijd 18 tot 35 jr 71 29 35 tot 50 jr 78 22 50 tot 65 jr 78 22 Voor de andere achtergrondkenmerken is ook gekeken naar het percentage dat rookt (zie tabel 5.4). Tabel 5.4 Roken naar achtergrondkenmerken Rook niet Rookt 26 Nationaal Kompas Volksgezondheid, Bilthoven RIVM. Beperking en/of chronische aandoening Wel 77 23 Geen 76 24 Etniciteit Autochtoon 76 24 Allochtoon 73 27 Opleiding Laag 69 31 Midden 75 25 Hoog 84 16 45

Rook niet Rookt Maatschappelijke positie Scholier/student 75 25 Werkzaam - - Niet Werkzaam - - Huishouden Alleenstaand 66 34 Huishouden met thuiswonend(e) kind(eren) 79 21 Huishouden zonder (thuiswonende) kind(eren) 74 26 De volgende regio s/groepen roken meer dan gemiddeld (24%): Mannen (4%) 19 tot 35 jarigen (5%) Allochtonen (3%) Laag opgeleiden (7%) Alleenstaanden (10%) 5.3 Overgewicht Op basis van lengte en gewicht is een zogenaamde Body Mass Index (BMI) te berekenen die de verhouding tussen lengte en gewicht aangeeft. De BMI is de meest gebruikte maat om ondergewicht en (ernstig) overgewicht te definiëren. Bij overgewicht gaat het niet om schoonheidskilo s, maar om gezondheidskilo s. Overgewicht moet als een risicofactor worden gezien met betrekking tot hart- en vaatziekten. Dit in de eerste plaats omdat overgewicht een extra belasting betekent voor het hart- en vaatstelsel. In de tweede plaats omdat overgewicht als gevolg van een te hoog vetpercentage kan samenhangen met een te hoog cholesterol gehalte en een verhoogde bloeddruk. Bovendien bestaat er bij overgewicht een verhoogde kans op blessures. In tabel 5.5 (zie blz. 47) is te zien hoeveel Gelderlanders een gezond gewicht, overgewicht en obesitas hebben. Het percentage ondergewicht ligt zo laag dat deze niet als aparte categorie is meegenomen, maar met gezond gewicht is samengevoegd. In Gelderland heeft 43% van de volwassenen (18 tot 65 jaar) overgewicht, waarvan 10% ernstig overgewicht heeft (obesitas). Dit is iets lager dan het landelijk gemiddelde dat op 46% ligt, waarvan 12% obesitas heeft. Verder blijkt uit de resultaten dat vrouwen minder overgewicht hebben dan mannen (27% ten opzichte van 39%) en in de leeftijdscategorieën is te zien dat des te ouder men wordt, men meer overgewicht heeft. Wanneer er gekeken wordt naar het verschil tussen en, dan valt op dat in het percentage Gelderlanders met een gezond gewicht in de regio Achterhoek is toegenomen, terwijl dit in de regio Nijmegen juist is afgenomen. In de leeftijdscategorie 35 tot 50 jaar is het percentage gezond gewicht ook toegenomen. 46

Tabel 5.5 Overgewicht naar regio, geslacht en leeftijd Gezond Overgewicht gewicht gewicht Gezond Over- Obesitas gewicht Obesitas Nederland 53 27 36 12 54 28 34 12 Gelderland 58 32 10 57 33 10 Regio Achterhoek b 54 36 10 57 34 9 Arnhem 57 32 10 56 33 11 Nijmegen b 64 27 9 56 34 11 Noord-Veluwe 57 32 11 56 34 9 Rivierenland 56 35 9 57 32 11 Stedendriehoek 57 32 11 59 31 10 Food Valley - - - 61 30 9 Geslacht Mannen a 52 38 10 52 39 9 Vrouwen a 64 26 10 62 27 11 Leeftijd 18 tot 35 jr a 75 19 6 73 22 5 35 tot 50 jr a, b 53 37 11 55 34 11 50 tot 65 jr a 48 39 13 46 40 13 a: significant verschil ( 0,05) binnen categorie b: significant verschil ( 0,05) tussen en Voor de overige achtergrondkenmerken zijn de percentages overgewicht en obesitas bij elkaar opgeteld. In tabel 5.6 zijn de resultaten weergegeven. Hieruit blijken de volgende verschillen: Gelderlanders met een beperking en/of chronische aandoening (54%) hebben vaker overgewicht dan Gelderlanders zonder beperking en/of chronische aandoening (40%); Lager opgeleiden (54%) hebben vaker overgewicht dan midden (43%) en hoog opgeleiden (37%) en midden opgeleiden hebben vaker overgewicht dan hoger opgeleiden; Scholieren/studenten (17%) hebben minder vaak overgewicht dan werkenden (44%) en nietwerkenden (52%) en werkenden hebben minder vaak overgewicht dan niet-werkenden; Huishoudens zonder (thuiswonende) kind(eren) (47%) hebben vaker overgewicht dan alleenstaanden (42%) en huishoudens met thuiswonend(e) kind(eren) (42%); Midden inkomens (47%) hebben vaker overgewicht dan lage (44%) en hoge inkomens (44%). 27 CBS, 2010. Zelf gerapporteerde cijfers uit het POLS onderzoek, volwassen bevolking van 20 jaar en ouder. 28 Gezondheidsmonitor 2012, GGD en, CBS, RIVM (volwassen bevolking van 19-65 jaar) Wel moet nog worden gezegd dat het percentage obesitas bij de volgende groepen erg hoog is: Gelderlanders met een beperking en/of chronische aandoening (18%), allochtonen (13%), laag opgeleiden (16%), lage inkomens (13%), en niet werkenden (17%). 47

Tabel 5.6 Som van overgewicht en obesitas naar achtergrondkenmerken Beperking en/of chronische aandoening Wel a 53 54 Geen a 39 40 Etniciteit Autochtoon 42 43 Allochtoon 44 46 Opleiding Laag a 53 54 Midden a 44 43 Hoog a 35 37 Maatschappelijke positie Scholier/ student a 14 17 Werkzaam a 43 44 Niet Werkzaam a 53 52 Huishouden Alleenstaand b 32 42 Huishouden met thuiswonend(e) kind(eren) a 44 42 Huishouden zonder (thuiswonende) kind(eren) a 46 47 Inkomen Laag a 42 44 Midden a 47 47 Hoog a 43 44 a: significant verschil ( 0,05) binnen categorie b: significant verschil ( 0,05) tussen en De volgende groep(en) hebben in meer overgewicht dan in : Alleenstaanden De volgende regio s/groepen hebben meer dan gemiddeld overgewicht (inclusief. obesitas) (43%): Mannen (5%) Ouderen (50 tot 65 jaar) (11%) Gelderlanders met een beperking en/of chronische aandoening (11%) Allochtonen (3%) Laagopgeleiden (11%) Niet werkenden (9%) Huishoudens zonder (thuiswonende) kind(eren) (4%) Midden inkomens (4%) Tevens is gekeken naar verschillen ten aanzien van het sport- en beweeggedrag tussen Gelderlanders met en zonder overgewicht (zie figuur 5.1). Op alle onderwerpen is te zien dat Gelderlanders met overgewicht slechter scoren; ze voldoen minder aan de beweegnormen dan Gelderlanders zonder overgewicht, sporten minder vaak en zijn minder vaak lid van een sportvereniging. 48

Obesitas Overgewicht Gezond gewicht Gelderland Lid sportvereniging Sporter (RSO) Combinorm Fitnorm NNGB 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% Figuur 5.1 Resultaten overgewicht afgezet tegen Gelderland Samenvatting 85% van de Gelderlanders drinkt alcohol. Mannen, Gelderlanders zonder een beperking en/of chronische aandoening, autochtonen, hoger opgeleiden, scholieren/studenten en huishoudens zonder (thuiswonende) kind(eren) zijn vaker alcoholdrinkers. 24% van de Gelderlanders rookt. Mannen, 19 tot 35 jarigen, allochtonen, lager opgeleiden en alleenstaanden roken vaker. 43% van de Gelderlanders heeft overgewicht, waarvan 10% obesitas heeft. Mannen, ouderen (50 tot 65 jaar), Gelderlanders met een beperking en/of chronische aandoening, allochtonen, lager opgeleiden, niet werkenden, huishoudens zonder (thuiswonende) kind(eren) en Gelderlanders met een midden inkomen hebben vaker overgewicht/obesitas. Gelderlanders met overgewicht bewegen en sporten minder. 49

50

6 Regio en gemeente overzichten In de voorgaande hoofdstukken zijn al resultaten voor de regio s weergegeven. In dit hoofdstuk worden deze resultaten per regio in één figuur overzichtelijk weergegeven. 6.1 Regio overzichten Regio Achterhoek In de regio Achterhoek hebben zeven van de acht gemeenten meegedaan aan het onderzoek. Deze gemeenten zijn Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Montferland, Oost-Gelre, Oude IJsselstreek en Winterswijk. In heeft de gemeente Aalten wel meegedaan en de gemeente Winterswijk niet. In figuur 6.1 zijn de belangrijkste resultaten van de regio afgezet tegen de Gelderse cijfers. Hierin is te zien dat in de Achterhoek iets meer wordt bewogen en gesport dan gemiddeld. Het sporten is ook verbeterd ten opzichte van. Op het gebied van leefstijl is te zien dat inwoners van de Achterhoek iets meer alcohol drinken. Obesitas is wel afgenomen te opzichte van. Achterhoek Achterhoek Gelderland Obesitas Matig overgewicht Roken Alcohol Lid van een sportvereniging Sporten (RSO-norm) Combinorm Fitnorm NNGB 0% 20% 40% 60% 80% 100% Figuur 6.1 Samenvatting resultaten regio Achterhoek Regio Arnhem In de regio Arnhem hebben tien van de elf gemeenten meegedaan aan het onderzoek: Arnhem, Doesburg, Duiven, Lingewaard, Overbetuwe, Renkum, Rijnwaarden, Rozendaal, Westervoort en Zevenaar. In deden er maar vier gemeenten mee aan het onderzoek, waardoor vergelijking tussen de twee jaren niet goed mogelijk is. In figuur 6.2 zijn de belangrijkste resultaten van de regio afgezet tegen de Gelderse cijfers. Hierin is te zien dat de regio Arnhem redelijk gelijk is aan het Gelders gemiddelde, alleen op de fitnorm wordt iets beter gescoord en op de combinorm wordt iets lager gescoord. 51

Arnhem Arnhem Gelderland Obesitas Matig overgewicht Roken Alcohol Lid van een sportvereniging Sporten (RSO-norm) Combinorm Fitnorm NNGB 0% 20% 40% 60% 80% 100% Figuur 6.2 Samenvatting resultaten regio Arnhem Regio Nijmegen In de regio Nijmegen hebben vijf van de acht gemeenten deelgenomen aan het onderzoek: Beuningen, Druten, Groesbeek, Millingen aan de Rijn, en Wijchen. In deden Beuningen en Druten niet mee, maar Nijmegen destijds wel. Dit laatste kan nu op regionaal niveau een vertekend beeld geven. Er wordt in deze regio minder aan de NNGB en combinorm voldaan in vergelijking met het Gelders gemiddelde. Wel zijn er iets meer sporters in de regio. Op het gebied van leefstijl is te zien dat er iets meer inwoners van de regio Nijmegen alcohol drinken, roken en overgewicht of obesitas hebben. Een verschil met is vooral te zien op de NNGB en overgewicht waarop in slechter wordt gescoord. Nijmegen Nijmegen Gelderland Obesitas Matig overgewicht Roken Alcohol Lid van een sportvereniging Sporten (RSO-norm) Combinorm Fitnorm NNGB 0% 20% 40% 60% 80% 100% Figuur 6.3 Samenvatting resultaten regio Nijmegen 52

Regio Noord-Veluwe In de regio Noord Veluwe hebben alle acht gemeenten meegedaan aan het onderzoek. Dit zijn Elburg, Ermelo, Harderwijk, Hattem, Heerde, Nunspeet, Oldebroek en Putten. Wat opvalt is dat er in deze regio minder wordt bewogen en gesport dan in Gelderland (zie figuur 6.4). In vergelijking met wordt er voornamelijk iets minder bewogen, maar wel weer iets meer gesport. Noord-Veluwe Noord-Veluwe Gelderland Obesitas Matig overgewicht Roken Alcohol Lid van een sportvereniging Sporten (RSO-norm) Combinorm Fitnorm NNGB 0% 20% 40% 60% 80% 100% Figuur 6.4 Samenvatting resultaten regio Noord-Veluwe Regio Rivierenland In de regio Rivierenland hebben negen van de tien gemeenten meegedaan aan het onderzoek: Buren, Geldermalsen, Lingewaal, Maasdriel, Neder-Betuwe, Neerijnen, Tiel, West Maas en Waal en Zaltbommel. In deden Geldermalsen, Lingewaal en Zaltbommel niet mee en Culemborg wel. Inwoners van de regio Rivierenland voldoen minder aan de beweegnormen en sporten minder dan de gemiddelde Gelderlander. Op het gebied van leefstijl is te zien dat er minder alcoholdrinkers zijn, maar iets meer rokers. Op het gebied van bewegen scoort Rivierenland in slechter dan in, maar wordt er wel meer gesport. 53

Rivierenland Rivierenland Gelderland Obesitas Matig overgewicht Roken Alcohol Lid van een sportvereniging Sporten (RSO-norm) Combinorm Fitnorm NNGB 0% 20% 40% 60% 80% 100% Figuur 6.5 Samenvatting resultaten regio Rivierenland Regio Stedendriehoek In de regio Stedendriehoek hebben vijf van de zes gemeenten met het onderzoek meegedaan: Apeldoorn, Brummen, Lochem en Zutphen. In deed Voorst ook mee. In deze regio wordt minder bewogen dan in Gelderland. Verder zijn er iets meer rokers, maar wel iets meer inwoners met overgewicht. Op alle onderwerpen wordt iets minder goed gescoord in vergelijking met. Stedendriehoek Stedendriehoek Gelderland Obesitas Matig overgewicht Roken Alcohol Lid van een sportvereniging Sporten (RSO-norm) Combinorm Fitnorm NNGB 0% 20% 40% 60% 80% 100% Figuur 6.6 Samenvatting resultaten regio Stedendriehoek 54

Regio Food Valley In de regio Food Valley hebben vier van de vijf gemeenten met het onderzoek meegedaan: Barneveld, Nijkerk, Scherpenzeel en Wageningen. In heeft deze regio niet meegedaan. De gemeente Ede heeft in aan dit onderzoek niet deelgenomen. Ede is een grote gemeente en kan door afwezigheid in dit onderzoek op regionaal niveau een vertekend beeld geven. In deze regio wordt iets minder voldaan aan de combinorm, maar wel iets meer bewogen dan in Gelderland. Verder roken er iets minder inwoners en hebben ze minder last van overgewicht dan in Gelderland. Food Valley Gelderland Obesitas Matig overgewicht Roken Alcohol Lid van een sportvereniging Sporten (RSO-norm) Combinorm Fitnorm NNGB 0% 20% 40% 60% 80% 100% Figuur 6.7 Samenvatting resultaten regio Food Valley 55

56

Bijlage 1 Variabelen en hercoderingen Achtergrondkenmerk Categorie Definitie Opleiding Laag Geen onderwijs / basisonderwijs, LBO, VBO, VMBO, MAVO Midden MBO, HAVO, VWO Hoog HBO, WO Etniciteit Autochtoon Zelf in Nederland geboren én beide ouders in Nederland geboren Allochtonen Zelf buiten Nederland geboren of (één van) beide ouders buiten Nederland geboren Maatschappelijke positie Scholier/student Scholier/student Werkend Werkzaam 1-20 uur per week, 21 uur of meer per week Niet werkend Huisvrouw/man, werkloos/ arbeidsongeschikt, gepensioneerd/vervroegd uitgetreden Huishouden Alleenstaand Alleenstaand Huishouden met thuiswonend(e) kind(eren) Twee volwassenen met thuiswonend(e) kind(eren), één volwassene met thuiswonend(e) kind(eren) Huishouden zonder (thuiswonende) kind(eren) Twee volwassenen zonder (thuiswonende) kind(eren) Inkomen Laag > 30.00 bruto per jaar Midden Hoog 30.000 tot 40.000 bruto per jaar > 40.000 bruto per jaar 57

Bijlage 2 Activiteiten, frequentie en duur Tabel 2.1: Lichamelijke activiteiten, minstens 1x per week Lichamelijke activiteiten, minstens 1x per week Lopen Fietsen Wandelen als ontspanning Tuinieren Klussen/doe het zelven Gelderland 62 60 70 65 45 47 30 32 24 26 Regio Achterhoek 57 60 71 71 49 50 37 36 31 31 Arnhem 64 66 68 63 44 46 32 30 24 24 Nijmegen 72 62 70 61 39 46 19 29 18 26 Noord-Veluwe 58 58 74 69 46 48 36 31 25 26 Rivierenland 58 55 60 54 42 46 36 36 25 29 Stedendriehoek 62 62 74 71 46 47 27 32 23 24 Food Valley - 60-76 - 37-24 - 22 Geslacht Mannen 59 57 63 59 39 41 31 33 34 36 Vrouwen 65 64 78 72 50 52 29 30 14 17 Leeftijd 18 tot 35 jr 71 69 72 65 33 36 13 15 16 18 35 tot 50 jr 61 58 71 67 45 46 34 34 28 28 50 tot 65 jr 56 55 68 64 55 56 42 44 28 32 Beperking en/of chronische aandoening Wel 60 59 65 64 53 51 32 32 24 25 Geen 63 61 72 66 43 45 30 32 24 27 Etniciteit Autochtoon 62 60 71 66 44 47 31 32 25 27 Allochtoon 63 63 60 59 46 44 24 26 17 21 Opleiding Laag 55 55 69 65 50 50 34 33 28 30 Midden 62 62 71 67 44 46 29 30 24 27 Hoog 65 61 70 64 42 46 30 32 22 24 Maatschappelijke positie Scholier/student 75 82 86 86 25 26 5 6 7 10 Werkzaam 60 57 69 62 44 46 31 32 25 28 Niet werkzaam 64 62 72 70 61 58 42 41 28 29 Huishouden Alleenstaand 68 64 72 61 38 41 18 22 16 20 Huishoudens met 61 62 73 69 44 46 32 32 27 27 thuiswonend(e) kind(eren) Huishoudens zonder 60 56 65 60 50 52 36 39 25 29 (thuiswonende) kind(eren) Inkomen Laag 63 64 72 68 45 46 26 27 24 24 Midden 61 59 71 65 46 47 34 32 30 31 Hoog 61 57 67 61 43 45 33 35 25 27 58

Tabel 2.2: Lichamelijke activiteiten, minstens 30 minuten per keer Lichamelijke activiteiten, minstens 30 minuten per keer Lopen % Fietsen % Wandelen als ontspanning % Tuinieren % Klussen/doe het zelven % Gelderland 14 14 25 23 57 56 51 51 48 47 Regio Achterhoek 14 15 26 26 56 58 58 56 50 50 Arnhem 12 14 30 26 60 58 55 50 48 48 Nijmegen 15 14 24 26 61 55 40 53 46 46 Noord-Veluwe 13 15 22 22 56 57 54 49 48 45 Rivierenland 13 13 20 19 49 51 54 51 47 45 Stedendriehoek 16 15 26 23 58 59 51 54 51 47 Food Valley - 14-24 - 58-45 - 46 Geslacht Mannen 14 14 25 23 51 50 52 53 61 60 Vrouwen 14 14 25 24 63 63 51 50 36 33 Leeftijd 18 tot 35 jr 15 17 22 22 47 49 32 33 39 39 35 tot 50 jr 13 12 23 22 57 57 59 58 54 52 50 tot 65 jr 14 14 28 26 66 66 61 60 51 49 Beperking en/of chronische aandoening Wel 16 15 24 23 56 55 48 46 47 43 Geen 13 14 25 24 57 57 52 53 49 48 Etniciteit Autochtoon 14 14 25 23 57 57 52 52 49 47 Allochtoon 18 19 25 24 55 54 42 46 41 42 Opleiding Laag 16 18 27 27 52 51 46 45 44 43 Midden 15 16 25 24 53 54 47 49 47 46 Hoog 12 11 23 21 64 62 57 57 52 50 Maatschappelijke positie Scholier/student 14 18 28 31 37 35 16 15 22 22 Werkzaam 13 14 23 22 58 58 56 55 53 51 Niet werkzaam 17 15 29 26 64 61 53 55 45 43 Huishouden Alleenstaand 19 15 24 23 56 53 34 40 39 40 Huishoudens met 13 14 24 23 54 54 55 54 50 49 thuiswonend(e) kind(eren) Huishoudens zonder 13 14 25 23 65 64 58 57 54 49 (thuiswonende) kind(eren) Inkomen Laag 18 16 26 24 53 52 40 43 43 42 Midden 15 14 24 23 61 56 61 54 56 54 Hoog 12 11 23 21 61 61 58 60 54 53 59

Bijlage 3 Meest beoefende sporten Sporten top 5 1 Gelderland Geslacht man vrouw Leeftijd 18 tot 35 jr 35 tot 50 jr 50 tot 65 jr Regio Achterhoek Arnhem Nijmegen Noord-Veluwe Rivierenland Stedendriehoek Food Valley Beperkingen-aandoeningen Geen beperking-aandoening Minstens één beperking-aandoening Opleiding Laag Midden Hoog 60 2 3 4 5

Sporten top 5 1 2 3 4 Etniciteit Autochtoon Allochtoon Maatschappelijke positie Scholier-student Werkzaam Niet werkzaam Huishouden Alleenstaand Huishoudens met thuiswonend(e) kind(eren) Huishoudens zonder (thuiswonende) kind(eren) Inkomen Laag Midden Hoog LEGENDA 61 Fitness, condisie Wandelsport Hardloppen Aerobics, steps, spinning Fitness, kracht Veldvoetbal Wielrennen, toerfietsen, moutainbiken Bowling Zwemsport Schaatsen 5

Bijlage 4 Sportgerichtheid op de eigen gemeente; binnensportaccommodatie Tabel 4.1; Sportgerichtheid op de eigen gemeente; Officiële binnensportaccommodatie Sportgerichtheid eigen gemeente Officiële binnensportaccommodatie Binnen Elders Beide Totaal Gelderland 48 43 16 21 8 8 72 72 Geslacht Man 55 37 14 22 8 8 77 67 Vrouw 42 49 19 19 9 7 69 75 Leeftijd 18 tot 35 jr 51 45 19 25 11 11 81 81 35 tot 50 jr 47 42 17 20 8 8 71 70 50 tot 65 jr 48 43 14 18 6 5 67 66 Regio Achterhoek 49 49 17 15 8 7 74 71 Arnhem 38 42 24 22 8 7 71 71 Nijmegen 53 40 12 22 9 8 74 70 Noord-Veluwe 44 45 19 18 8 8 71 71 Rivierenland 39 33 28 30 7 6 74 69 Stedendriehoek 54 51 10 14 8 8 72 73 Food Valley - 44-21 - 11-76 Beperkingen-aandoeningen Geen beperking-aandoening 48 43 17 21 9 8 73 72 Minstens één 49 45 16 19 7 7 72 71 beperking-aandoening Opleiding Laag 51 47 15 19 6 5 72 71 Midden 49 44 17 21 8 8 74 73 Hoog 47 41 16 21 9 8 73 70 Etniciteit Autochtoon 48 43 17 21 9 8 73 72 Allochtoon 54 47 14 20 5 7 72 74 Maatschappelijke positie Scholier-student 56 47 17 24 14 14 87 85 Werkzaam 47 43 17 21 8 7 72 71 Niet werkzaam 50 44 15 17 6 6 70 67 Huishouden Alleenstaand 55 43 15 21 8 8 78 72 Huishoudens met 47 43 17 20 8 9 72 72 thuiswonend(e) kind(eren) Huishoudens zonder (thuiswonende) kind(eren) 48 43 16 20 8 6 72 69 62

Sportgerichtheid eigen gemeente Officiële binnensportaccommodatie Binnen Elders Beide Totaal Inkomen Laag 50 46 15 19 9 7 74 72 Midden 47 44 18 20 8 7 73 71 Hoog 45 40 17 21 8 8 70 69 63

Bijlage 4 Sportgerichtheid op de eigen gemeente; buitensportaccommodatie Tabel 4.2: Sportgerichtheid eigen gemeente; Officiële buitensportaccommodatie Sportgerichtheid eigen gemeente Officiële buitensportaccommodatie Binnen Elders Beide Totaal Gelderland 22 21 14 16 6 6 42 43 Geslacht Man 19 24 12 18 4 9 34 51 Vrouw 25 18 16 15 9 4 50 37 Leeftijd 18 tot 35 jr 26 28 19 20 8 9 53 57 35 tot 50 jr 23 21 12 17 6 7 41 45 50 tot 65 jr 17 15 10 13 5 3 32 31 Regio Achterhoek 21 25 13 11 5 7 40 43 Arnhem 18 18 17 19 5 6 40 43 Nijmegen 23 20 12 17 5 6 39 43 Noord-Veluwe 21 21 15 16 6 6 43 43 Rivierenland 20 19 20 21 5 6 46 46 Stedendriehoek 25 23 12 13 10 7 46 43 Food Valley - 24-16 - 8-48 Beperkingen-aandoeningen Geen beperking-aandoening 23 22 14 17 7 7 44 46 Minstens één 18 17 12 14 5 4 35 35 beperking-aandoening Opleiding Laag 21 21 10 13 3 4 34 38 Midden 23 22 15 18 6 6 44 46 Hoog 21 21 15 17 7 8 44 46 Etniciteit Autochtoon 22 22 14 16 7 6 42 44 Allochtoon 27 19 13 20 3 5 43 44 Maatschappelijke positie Scholier-student 36 38 15 19 9 11 61 68 Werkzaam 21 21 15 17 6 6 42 44 Niet werkzaam 17 15 10 13 3 3 30 31 Huishouden Alleenstaand 18 19 17 18 5 6 39 43 Huishoudens met 25 24 14 16 7 7 45 47 thuiswonend(e) kind(eren) Huishoudens zonder (thuiswonende) kind(eren) 19 16 12 16 6 4 37 36 64

Sportgerichtheid eigen gemeente Officiële buitensportaccommodatie Binnen Elders Beide Totaal Inkomen Laag 19 21 15 15 5 6 40 42 Midden 20 21 13 15 7 5 41 41 Hoog 24 22 15 17 7 8 47 47 65

Bijlage 4 Sportgerichtheid op de eigen gemeente; niet-officiële sportaccommodatie Tabel 4.3: Sportgerichtheid eigen gemeente; Niet-officiële sportaccommodatie Sportgerichtheid eigen gemeente Niet-officiële sportaccommodatie Binnen Elders Beide Totaal Gelderland 10 10 6 9 1 2 17 21 Geslacht Man 9 11 5 11 1 2 15 24 Vrouw 10 9 7 7 2 1 19 17 Leeftijd 18 tot 35 jr 14 14 10 15 2 3 26 32 35 tot 50 jr 8 8 5 7 1 1 15 16 50 tot 65 jr 7 8 3 6 1 1 11 15 Regio Achterhoek 12 13 5 7 2 2 19 22 Arnhem 6 9 10 10 1 2 16 21 Nijmegen 11 9 6 9 2 2 18 20 Noord-Veluwe 9 9 6 9 1 1 16 19 Rivierenland 5 9 11 11 1 1 17 21 Stedendriehoek 11 11 4 6 1 2 15 19 Food Valley - 9-9 - 2-20 Beperkingen-aandoeningen Geen beperking-aandoening 9 10 6 9 1 2 17 21 Minstens één 12 10 5 9 1 1 19 20 beperking-aandoening Opleiding Laag 14 12 5 9 2 2 20 23 Midden 10 11 7 10 2 2 19 23 Hoog 7 8 6 7 1 1 14 16 Etniciteit Autochtoon 9 10 6 9 1 2 17 21 Allochtoon 14 13 5 10 1 2 21 25 Maatschappelijke positie Scholier-student 15 18 13 17 4 5 31 40 Werkzaam 9 9 6 8 1 1 15 18 Niet werkzaam 10 10 5 8 1 1 16 19 Huishouden Alleenstaand 11 11 8 12 2 2 21 25 Huishoudens met 9 10 7 8 1 2 17 20 thuiswonend(e) kind(eren) Huishoudens zonder (thuiswonende) kind(eren) 9 8 5 7 1 1 14 16 66

Sportgerichtheid eigen gemeente Niet-officiële sportaccommodatie Binnen Elders Beide Totaal Inkomen Laag 15 14 7 11 2 2 24 27 Midden 9 10 4 7 1 1 15 18 Hoog 7 7 6 7 1 1 13 15 67

Bijlage 4 Sportgerichtheid op de eigen gemeente; openbare ruimte Tabel 4.4: Sportgerichtheid eigen gemeente Openbare ruimte Sportgerichtheid eigen gemeente Openbare ruimte Binnen Elders Beide Totaal Gelderland 8 8 4 7 1 1 13 16 Geslacht Man 6 10 3 8 1 2 10 20 Vrouw 10 6 5 5 1 0 17 11 Leeftijd 18 tot 35 jr 14 15 8 11 2 3 24 29 35 tot 50 jr 7 7 3 6 1 1 11 14 50 tot 65 jr 2 3 2 3 1 0 4 6 Regio Achterhoek 7 9 4 5 1 1 12 15 Arnhem 7 9 5 7 1 1 13 17 Nijmegen 7 6 4 7 1 1 12 14 Noord-Veluwe 9 8 4 7 2 1 15 16 Rivierenland 7 6 6 9 1 1 14 16 Stedendriehoek 10 9 3 4 1 1 14 14 Food Valley - 10-5 - 2-17 Beperkingen-aandoeningen Geen beperking-aandoening 8 8 4 7 1 1 14 16 Minstens één 6 7 4 6 1 1 11 14 beperking-aandoening Opleiding Laag 9 9 4 7 1 1 14 17 Midden 9 9 5 8 1 1 15 18 Hoog 6 7 4 6 1 1 11 14 Etniciteit Autochtoon 8 8 4 6 1 1 13 15 Allochtoon 11 12 6 10 2 1 19 23 Maatschappelijke positie Scholier-student 18 20 10 12 3 6 31 38 Werkzaam 7 7 4 6 1 1 11 14 Niet werkzaam 5 6 2 5 1 0 9 11 Huishouden Alleenstaand 6 7 7 10 1 1 14 18 Huishoudens met 10 9 4 6 1 1 15 16 thuiswonend(e) kind(eren) Huishoudens zonder (thuiswonende) kind(eren) 4 5 3 5 1 0 7 10 68

Sportgerichtheid eigen gemeente Openbare ruimte Binnen Elders Beide Totaal Inkomen Laag 9 11 6 8 1 1 17 20 Midden 6 7 4 7 0 1 11 15 Hoog 6 7 2 5 1 1 10 13 69

Bijlage 4 Sportgerichtheid op de eigen gemeente; andersoortige voorziening Tabel 4.5: Sportgerichtheid eigen gemeente; Andersoortige voorziening Sportgerichtheid eigen gemeente Andersoortige voorziening Binnen Elders Beide Totaal Gelderland 32 34 15 16 23 24 70 74 Geslacht Man 34 32 13 18 20 26 67 76 Vrouw 30 37 17 14 25 20 72 71 Leeftijd 18 tot 35 jr 32 37 17 17 24 22 73 76 35 tot 50 jr 34 37 14 15 23 25 71 77 50 tot 65 jr 29 29 14 16 21 23 64 68 Regio Achterhoek 33 39 13 11 21 22 67 72 Arnhem 25 31 20 20 25 25 70 76 Nijmegen 30 35 15 16 26 22 70 73 Noord-Veluwe 37 40 12 12 24 24 72 76 Rivierenland 27 31 21 20 22 20 70 71 Stedendriehoek 35 33 13 13 20 26 68 72 Food Valley - 29-17 - 28-74 Beperkingen-aandoeningen Geen beperking-aandoening 32 35 14 16 23 24 70 75 Minstens één 30 33 16 13 20 23 66 69 beperking-aandoening Opleiding Laag 32 35 15 15 13 15 60 65 Midden 32 36 15 16 19 21 67 73 Hoog 31 33 15 15 29 30 75 78 Etniciteit Autochtoon 32 34 15 15 23 24 70 73 Allochtoon 31 38 14 17 20 19 64 74 Maatschappelijke positie Scholier-student 31 36 18 19 21 21 70 76 Werkzaam 32 34 15 15 24 25 71 74 Niet werkzaam 32 33 13 15 17 20 62 68 Huishouden Alleenstaand 28 33 18 18 26 23 72 74 Huishoudens met 34 36 14 15 21 24 69 75 thuiswonend(e) kind(eren) Huishoudens zonder (thuiswonende) kind(eren) 30 32 14 15 24 24 69 71 70

Sportgerichtheid eigen gemeente Andersoortige voorziening Binnen Elders Beide Totaal Inkomen Laag 29 39 18 14 22 19 69 72 Midden 34 34 15 16 23 23 72 73 Hoog 31 33 14 16 27 28 72 77 71

Bijlage 5 Meest genoemde motieven om te sporten 1 Motieven om ten sporten top 3 2 3 Gelderland A B C Geslacht Man A B C Vrouw A B D Leeftijd 18 tot 35 jr A B C 35 tot 50 jr A B C 50 tot 65 jr A B D Regio Achterhoek A B C Arnhem A B D Nijmegen A B C Noord-Veluwe A B D Rivierenland A B C Stedendriehoek A B D Food Valley A B C Beperkingen-aandoeningen Geen beperking-aandoening A B D Minstens één beperking-aandoening A B C Opleiding Laag A B D Midden A B D Hoog A B C Etniciteit Autochtoon A B C Allochtoon A B C Maatschappelijke positie Scholier-student A B D Werkzaam A B C Niet werkzaam A B D Huishouden Alleenstaand A B C Huishoudens met thuiswonend(e) kind(eren) A B C Huishoudens zonder (thuiswonende) kind(eren) A B D Inkomen Laag A B D Midden A B C Hoog A B C Legenda A Lichaamsbeweging/gezondheid B Opbouw conditie, kracht, lenigheid C Uitlaatklep voor dagelijks leven/ontspanning D Leuke activiteit/plezier 72

Bijlage 6 Meest genoemde motieven om niet te sporten Motieven om niet te sporten top 3 1 2 3 Gelderland A B C Geslacht Man A B C Vrouw A D B Leeftijd 18 tot 35 jr B C D 35 tot 50 jr B A D 50 tot 65 jr A E C Regio Achterhoek A C B Arnhem A C B Nijmegen A B E Noord-Veluwe A B D Rivierenland A B C Stedendriehoek A B C Food Valley B A C Beperkingen-aandoeningen Geen beperking-aandoening A B C Minstens één beperking-aandoening E A D Opleiding Laag A D B Midden A B C Hoog B A C Etniciteit Autochtoon A B C Allochtoon D B A Maatschappelijke positie Scholier-student C A D Werkzaam B A C Niet werkzaam E A D Huishouden Alleenstaand A D C Huishoudens met thuiswonend(e) kind(eren) B A C Huishoudens zonder (thuiswonende) kind(eren) A C E Inkomen Laag D A E Midden A B C Hoog B C A Legenda A Ik heb voldoende lichaamsbeweging B Heb ik geen tijd voor, vanwege werk en/of gezin C Andere vrijetijdsbestedingen vind ik leuker D Reistijd naar een sportgelegenheid is te lang E Laat mijn gezondheid momenteel niet toe 73

74

De Gelderse Sportmonitor is een onderdeel van Gelderland Sport! Voor meer informatie zie www.gelderland.nl/sport. Meer cijfers over de vindt u op www.gelderlandsportland.nl. Hier is informatie te vinden over het sportaanbod in Gelderland. Meer informatie Markt 11 Postbus 9090 6800 GX Arnhem T (026) 359 91 11 post@gelderland.nl www.gelderland.nl Met sport halen wij het beste uit Gelderland!