ELEKTRICITEITSKEURING 1. Wat is een elektriciteitskeuring? Residentiële elektrische installaties dienen regelmatig te worden gekeurd, waarbij wordt gecontroleerd of aan de regels, opgelegd door het AREI, is voldaan. (Algemeen Reglement Elektrische Installaties) De keuring van de huishoudelijke elektrische installatie heeft tot doel de veiligheid van personen en behoud van goederen te garanderen, en de kans op lichamelijk letsel of brand door een slecht werkende installatie tot een minimum te herleiden. Dit attest krijgt men enkel indien de elektrische installatie door een erkend expert is gekeurd. 2. Wanneer is een elektriciteitskeuring verplicht? Voor alle elektrische installaties in dienst gesteld vóór 1 oktober 1981: - bij belangrijke wijzigingen of uitbreidingen - bij iedere overdracht van eigendom na 1 juli 2008, waarvan de elektrische installatie niet gedekt is door een gelijkvormigheidsverslag gebaseerd op het AREI. Voor alle elektrische installaties in dienst gesteld na 1 oktober 1981: - gelijkvormigheidscontrole van een nieuwe installatie - bij belangrijke wijzigingen of uitbreidingen - bij iedere aanvraag tot verzwaring van de aansluiting Sedert 1 juli 2008 is een keuringsattest van de elektrische installatie wettelijk verplicht bij elke verkoop van woningen, huizen, appartementen, sociale woningen, studio's, studentenhomes, serviceflats, vakantiehuizen, enz. Daarna is een periodieke controle uit te voeren om de 25 jaar. 3. Hoelang is een positief verslag geldig? Een positief keuringsverslag is 25 jaar geldig, voor zover geen belangrijke aanpassingen aan de installatie worden doorgevoerd. De vervaldatum staat duidelijk op het attest vermeld. Wanneer de installatie wordt afgekeurd, hetgeen vaak gebeurt bij oudere installaties, is het de plicht van de verkoper om in de authentieke akte de verplichting voor de koper te doen vermelden om zijn identiteit en de datum van de officiële akte van verkoop schriftelijk mee te delen aan het erkend organisme dat het controleonderzoek van de elektrische installatie heeft uitgevoerd. Het is de plicht van de koper om, afhankelijk van de inbreuken, binnen de 18 maanden na de keuring de installatie te laten aanpassen om de aangegeven inbreuken te verhelpen, en een herkeuring te laten uitvoeren. De datum waartegen de nieuwe keuring moet uitgevoerd worden is terug te vinden op het keuringsverslag. De herkeuring mag door een ander keuringsorganisme gebeuren dan het organisme dat de eerste keuring uitvoerde.
4. Wanneer moet het keuringsattest aanwezig zijn in geval van verkoop? Het keuringsverslag moet beschikbaar zijn op het ogenblik van het ondertekenen van de notariële akte. De notaris zal de aanwezigheid ervan controleren. Bij het ontbreken van het document zal de verkoop opgeschort worden tot de keuring uitgevoerd werd. 5. Van wie is de elektriciteitskeuring ten laste? De eigenaar van het gebouw dient de keuring aan te vragen. In geval van verkoop dient de verkoper op zijn kosten de inspectie te laten uitvoeren. Het staat koper en verkoper natuurlijk vrij om hierover onderling andere afspraken te maken. 6. Wat is de prijs van een elektriciteitskeuring? De prijzen liggen tussen 120 en 250 euro afhankelijk van de keuringsfirma. 7. Wat bij verkoop en afbraak of volledige renovatie? Wanneer de koper de woning gaat afbreken of de installatie volledig gaat vernieuwen is geen keuring noodzakelijk. De verkoper is dan verplicht in de authentieke akte te doen vermelden dat de koper de Overheid (Algemene Directie Energie) schriftelijk moet informeren van de afbraak van het gebouw of van de volledige renovatie van de elektrische installatie. De Overheid maakt aan de koper een dossiernummer over en verzoekt hem een positief controleverslag toe te zenden van zodra de nieuwe elektrische installatie in gebruik wordt genomen. 8. Zijn schema s en plannen verplicht? Een ééndraadschema en situatieplan is verplicht op het moment van keuring. 9. Wat als de woning wordt doorverkocht? Wanneer een woning wordt gekeurd en inbraken worden vastgesteld, wordt een tijdelijk keuringsattest opgesteld met een geldigheid van 18 maanden. Wanneer binnen deze periode de woning wordt doorverkocht, dient door de eerste koper voor het verlijden van de tweede verkoopakte, de installatie te worden aangepast en te worden herkeurd, behalve wanneer een akkoord wordt gevonden met de tweede koper en dit aldus in de verkoopakte wordt vermeld. 10. Wat wordt tijdens de keuring gecontroleerd? Het keuringsorganisme kijkt na of de elektriciteitsinstallatie conform het AREI is. Voor installaties van vóór 1/10/1981 wordt rekening gehouden met de afwijkende voorschriften van artikel 278 van het AREI (zie punt 14). De installatie wordt nagekeken op onder meer volgende punten: - de waarde van de spreidingsweerstand van de aardverbinding - de waarde van het algemeen isolatieniveau - de controle van de uitvoering van de installatie overeenkomstig de schema s - de controle van de staat van het vast geïnstalleerd elektrische materieel in het bijzonder
van schakelaars, stopcontactdozen, aansluitingen in de verdeelborden, enz. - de controle van de beschermingsmaatregelen tegen elektrische schokken bij rechtstreekse en onrechtstreekse aanraking - de controle van de continuïteit van de equipotentiale verbindingen en van de beschermingsgeleiders van de stopcontactdozen en van de vaste, vast opgestelde of verplaatsbare toestellen met vaste standplaats van de klasse 1 - het bevestigen van de overeenstemming tussen de geïnstalleerde beschermingsinrichtingen tegen overstroom en de doorsneden van de respectievelijke stroombanen die ze beschermen 11. Kan een verkoop doorgaan met een negatief elektriciteitsattest? Het resultaat van het controleverslag kan de verkoop net verhinderen. De verkoper voldoet aan zijn wettelijke verplichting wanneer de authentieke akte de datum van het keuringsverslag opneemt en vermeldt dat het proces-verbaal overhandigd is aan de koper. In het geval van een negatief verslag is de verkoper wel verplicht om zijn identiteit en de datum van de akte van verkoop schriftelijk mee te delen aan het erkend organisme dat het controleonderzoek van de elektrische installatie heeft uitgevoerd. De koper zal in dat geval binnen de 18 maanden, te rekenen vanaf de datum van de akte van verkoop, een erkend keuringsorganisme moeten aanstellen voor een nieuw controleonderzoek om na te gaan of de gebreken aan de installatie verdwenen zijn. 12. Wanneer en door wie moet een herkeuring worden uitgevoerd? Indien de keuring werd uitgevoerd onder artikel 276bis (verkoop van een wooneenheid waarvan de elektrische installatie dateert van voor 1981), dan kan de herkeuring uitgevoerd worden door om het even welk controle-organisme. De herkeuringstermijn bedraagt 18 maanden na ondertekening van de akte. Indien de keuring werd uitgevoerd onder artikel 271 (periodieke controle van een installatie die ooit reeds gekeurd werd), dan moet de herkeuring in principe uitgevoerd worden door hetzelfde controle-organisme. De herkeuringstermijn bedraagt hier 1 jaar na datum van initieel onderzoek. Normaal gezien wordt op het keuringsverslag steeds aangeduid door wie en binnen welke termijn de herkeuring dient te gebeuren. 13. Wat wanneer de herkeuring niet binnen de termijn van 12 of 18 maand kan uitgevoerd worden? Als de nieuwe eigenaar niet binnen de aangegeven termijn van 18 maanden de herkeuring kan laten uitvoeren, omdat bijvoorbeeld de verbouwingswerken niet klaar zijn, dient de eigenaar een verlenging aan te vragen bij FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie, Vooruitgangstraat 50, 1210 Brussel, tel. 0800 120 33, info.eco@economie.fgov.be 14. Afwijkende beschikkingen in artikel 274. De volgende afwijkende beschikkingen zijn van toepassing op de bestaande gedeelten van oude elektrische huishoudelijke installaties waarvan de aanleg was aangevat voor 1 oktober 1981: 14-1. Naleving van de normen: In afwijking van de voorschriften van artikel 7 is het toegelaten elektrisch materieel,
waaronder met name de aftakdozen en leidingen, gebouwd overeenkomstig de regels van goed vakmanschap die van kracht waren op het ogenblik van hun installatie, in dienst te laten. 14-2. Keuze van automatisch differentieelstroominrichting: In afwijking van artikel 85.02, 2e lid, is het toegelaten de differentieelstroominrichting van het type AC en/of met een nominale stroomsterkte kleiner dan 40 A in dienst te laten. 14-3. Verzegeling van de differentieelstroominrichting: In afwijking van de bepalingen van het tweede lid van artikel 86.07 is het toegelaten de automatische differentieelstroominrichting niet te verzegelen indien deze hiervoor niet voorzien is. 14-4. Normalisering van de beschermingsinrichtingen tegen overstroom: In afwijking van artikel 251.04 is het toegelaten de smeltveiligheden met schroefbasis, type D met kalibreerringen, de pensmeltveiligheden en de kleine automatische schakelaars met pennen, die conform de norm NBN 481 waren in dienst te laten. De Minister die de Energie onder zijn bevoegdheid heeft bepaalt bij besluit de voorwaarden waaraan de zekeringhouders moeten beantwoorden, evenals de pensmeltveiligheden met een nominale stroomsterkte van 6 A en de kleine automatische schakelaars van maat 12, of met een nominale stroom van 10 A, opdat zou zijn voldaan aan de voorwaarde van nietverwisselbaarheid voorzien bij artikel 251.01. 14-5. Keuze van de elektrische leidingen: In afwijking van het voorlaatste lid van artikel 198 is het toegelaten de elektrische leidingen in dienst te laten waarvan de geïsoleerde geleiders een doorsnede hebben die kleiner is dan 2,5 mm² maar ten minste gelijk is aan 1 mm². De geleiders van 1 mm² moeten zijn beschermd tegen overbelasting hetzij door smeltzekeringen met een nominale intensiteit van ten hoogste gelijk aan 6 A, hetzij door automatische schakelaars van ten hoogste maat 12 of met een nominale stroom van ten hoogste 10 A. 14-6. Kleurcode van de geleiders van kabels en van geïsoleerde geleiders: In afwijking van de bepalingen van artikel 199 is het toegelaten de volgende elementen in dienst te laten: - een beschermings-, aardings-, of equipotentiaalgeleider die niet gemerkt is door de groen/gele kleurcombinatie - actieve of beschermingsgeleiders met groene of gele kleur. Het gebruik als actieve geleider van een geleider gemerkt door de groen/gele kleurcombinatie zoals bepaald door de norm, is verboden. 14-7. Nabijheid van niet elektrische leidingen: In afwijking van de bepalingen van artikel 202 is het toegelaten in de nabijheid van niet elektrische leidingen, elektrische leidingen in dienst te laten die er geen 3 cm van verwijderd zouden zijn. 14-8. Aardgeleider: In afwijking van de bepalingen van artikel 71 is het toegelaten een koperen aardgeleider in dienst te laten waarvan de doorsnede ten minste gelijk is aan 6 mm2. 14-9. Beschermingsgeleider: In afwijking van de bepalingen van artikelen 86.02 en 203 is het toegelaten elektrische leidingen in dienst te laten die geen beschermingsgeleider bevatten op voorwaarde dat zij niet bestemd zijn om een vast of beweegbaar toestel van de klasse I te voeden. Het is eveneens toegelaten een beschermingsgeleider in dienst te laten die zich buiten de leiding bevindt. Het is toegelaten de beschermingsgeleider te installeren buiten de elektrische leidingen, daar waar het niet mogelijk is deze beschermingsgeleider in de bestaande buizen te trekken. 14-10. Equipotentiaalverbindingen:
In afwijking van de bepalingen van artikel 86.05 is het ontbreken van de hoofdequipotentiale verbinding toegelaten. 14-11. Contactdozen: Het is toegelaten: - in afwijking van de voorschriften van het eerste lid van artikel 86.03 de contactdozen in dienst te laten die: hetzij geen aardcontact hebben aangezien de elektrische leiding geen beschermingsgeleider heeft; hetzij niet van een model zijn zoals vermeld bij punt 02 van artikel 49. - in afwijking van het laatste lid van artikel 86.03, per stroombaan, meer dan 8 enkelvormige contactdozen in dienst te laten. - het is verboden de aanwezigheid te dulden van een contactdoos met aardcontact indien dit laatste geen daadwerkelijke galvanische verbinding vormt met de aardverbinding van de installatie. 14-12. Plaatsing van de contactdozen: In afwijking van de bepalingen van het 3e lid van artikel 249 is het toegelaten contactdozen in dienst te laten op wanden van lokalen waar geen vochtgevaar bestaat (AD1) en welke niet zodanig geplaatst zijn dat de as van hun contacthulzen zich ten minste 15 cm boven de afgewerkte vloer bevinden. 14-13. Verlichtingsstroombaan: In afwijking van de bepalingen van artikel 86.06 is het toegelaten over slechts één enkele verlichtingsstroombaan per elektrische installatie te beschikken. 14-14. Bescherming van wasruimten, badkamers, stortbadkamers en van wasmachines: In afwijking van de bepalingen van artikel 86.08 is het toegelaten het materieel en de toestellen die zijn toegelaten in wasruimten, stortbad- en badkamers alsook de inrichtingen voor de aansluiting van wasmachines of vaatwasmachines niet te beschermen met een afzonderlijk automatische differentieelstroominrichting met een grote of zeer grote gevoeligheid, op voorwaarde dat, in het geval van de bad- en stortbadkamers, de afstand van 0,60 m die gebruikt wordt in artikel 86.10 om het volume 2 (beschermingsvolume) van de badkuipen of stortbadkuipen te bepalen, op 1 m wordt gebracht. Het is eveneens toegelaten éénpolige schakelaars in dienst te laten die geplaatst zijn in de voedingsstroombaan van een verlichtingstoestel. 14-15. Bescherming in wasruimten, badkamers en stortbadkamers: Het is toegelaten: - in afwijking van de voorschriften van artikel 86.10, elektrische leidingen in dienst te laten die niet beantwoorden aan genoemde voorschriften - in afwijking van de voorschriften van artikel 86.10, niet te beschikken over de bijkomende equipotentiale verbinding - in afwijking van de voorschriften van artikel 86.10, in de vloer verzonken verwarmingsweerstanden in dienst te houden die niet zouden beantwoorden aan de hen betreffende voorschriften of de voorschriften betreffende hun installatie aangezien zij namelijk niet kunnen worden verbonden met de bijkomende equipotentiale verbinding waarvan sprake bij het vorige streepje, op voorwaarde dat de afstand van 0,60 m. die dient om bij artikel 86.10 het volume 2 (beschermingsvolume) van de badkuipen of stortbadkuipen te bepalen, op 1 m wordt gebracht.