Inventarisatie Gierzwaluw Leiden-Centrum 2011

Vergelijkbare documenten
Notitie. Inleiding. Methodiek. J. de Waard (Trivire Wonen) aan. van A. de Baerdemaeker. betreft Vleermuis- en vogelonderzoek Patersweg Dordrecht

Resultaten onderzoek vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen Portiekwoningen Soendalaan-Billitonstraat e.o. te Vlaardingen. Kader

Lage Veldweg 5 en 10. Verkenning flora- en fauna. In het kader van voorgenomen sloopwerkzaamheden

Inventarisatie van Gierzwaluwen

[STADSVOGELS GORINCHEM]

INHOUDSOPGAVE. Gierzwaluwbescherming Nederland 1

Nader onderzoek vleermuizen schoolgebouw Anne Franklaan, Montfoort

Vleermuizen & vogels Pr. Steynstraat e.o. te Velsen

(O, Omgevingsdienst regio Utrecht

Nader onderzoek vleermuizen, huismus en gierzwaluw Warmenhuizen Centrum

Vleermuisinventarisatie aan de Hofstraat te s- Heerenberg

Ordito t.a.v. dhr. F.A. Jiskoot Postbus ZH GILZE

Vleermuisonderzoek Schuttersbosch Eindhoven

informatie Gierzwaluwen in Woerden De gierzwaluwpopulatie

Huismus- en vleermuisinventarisatie op planlocatie de Marke III te Hengevelde

NOTITIE. Quickscan perceel Veldstraat 4 te Nijmegen. Methodiek. Plangebied en ingreep


Notitie flora en fauna

Gierzwaluwen in Gouda Werkgroep Gierzwaluw KNNV

Mahlerlaan Amsterdam. Roofvogelonderzoek. Opdrachtgever: O.G.A. Tussentijdsverslag : 2 september 2015

Gemeente s-hertogenbosch Dhr. T. van Tol Postbus GZ s-hertogenbosch

Introductie. Mussen Huismus Inventarisatie. Pauze. Zwaluwen Gierzwaluw Inventarisatie. Soort. Mussen. Ringmus

memo Veldonderzoek centrumplan te Mijnsheerenland

Herinrichting recreatiegebied Gouwzeepark - Uytvenne Quickscan Flora- en faunawet vervolgonderzoek vleermuizen

Nader onderzoek naar vleermuizen Nieuw Graswijk te Assen

Quick scan ecologie Frankemaheerd te Amsterdam ZO

VLEERMUIZEN ONDERZOEK HELLEVOETSLUIS 2008

Natuurtoets Flora- en faunawet

Rapportage soortgericht onderzoek Cannerweg 8 & 10

Ecologische quickscan. gebied Nieuweweg-Reinaldstraat

Er zijn drie tellingen waaraan u mee kunt doen. Deze tellingen staan los van elkaar dus u kunt zelf bepalen aan welke tellingen u mee wilt doen.

Aanvullend vleermuisonderzoek restaurant Castellum Novum in De Meern

Rapportage onderzoeken vleermuizen, huismus en gierzwaluw

Vleermuizen DEN HAAG EN OMGEVING KAARTBIJLAGE. Kees Mostert, Zoogdierenwerkgroep Zuid-Holland

Vleermuisonderzoek Prins Mauritsschool Nijmegen

Jaarverslag Bijeneters 2017

1. OVERZICHT GESCHIKTE LOCATIES T.B.V. VLEERMUISKASTEN

Klaas Fuitestraat Genemuiden

B i j l a g e 2 : W e r k p r o t o c o l h u i s m u s

Uitvoering mitigerende maatregelen Ruusbroeckstraat en omgeving

Nader onderzoek huismussen. Herontwikkeling Gasthuisstraat 77 te Kaatsheuvel

NATUURTOETS LANGE WEMEN HENGELO VERVOLGONDERZOEK GEMEENTE HENGELO

Bouwen in Groesbeek & Gierzwaluwen

STEK Wonen t.a.v. mevr. F. Siderius Postbus AC Lisse. maak in TRIAS brief aan en koppel dit document aan deze brief

Aanvullend onderzoek beschermde soorten Wilhelminastraat e.o. Vianen

Gemeente Venlo t.a.v. Isabelle de Warrimont Garnizoensweg NA Blerick Belfeld, 2 oktober 2012

Verslag Boominspectie Onderdoorgang Om den Noort, Wolvega

Gendt, Hegsestraat 11

B i j l a g e : I n v e n t a r i s a t i e H u i s m u s e n v l e e r m u i z e n i n h e t k a d e r v a n d e F l o r a - e n fau n a w e t

Compensatie en mitigatie voor de vleermuis en de huismus in plangebied Jeruzalem

4 ontdek Leiden Discover Leiden 5

Koloniebroeders in 2017 in Zuid-Holland Noord

Functioneren kunstmatig eiland voor sterns in de Inlaag Oesterput en op eilanden in de Inlaag s Gravenhoek, Noord-Beveland: Broedseizoen 2017

Johan de Wittlaan 2 te Woerden

Quickscan natuuronderzoek en aanvullende rapportage verbouwing monumentaalpand Lammerinkweg 102 Enschede

Aanvullend onderzoek huismussen t Haantje Midden in Rijswijk. Notitie. Juni 2017 P17-087/W1321 Auteur: M.E.Dubbeldam

Quick scan Ecologie Tunnel Leijenseweg Gemeente De Bilt

Woonstad Rotterdam Postbus CJ ROTTERDAM. Datum 23 augustus 2016 Betreft Toekenning ontheffing Ruimtelijke ingrepen. Geachte heer/mevrouw,

Notitie Flora- en faunaonderzoek Apeldoorn

Resultaten vleermuis- en huismussenonderzoek in een woonwijk in Zuidlaren

Vleermuizen in de Hoge hof (Biesbosch)

Flora en fauna onderzoek Voor: Kernidee Egchel Kempstraat 36

Notitie Quickscan flora en fauna

Inventarisatie Stadsganzen 2016 in vier gemeenten in de Provincie Utrecht

Transcriptie:

Inventarisatie Gierzwaluw Leiden-Centrum 2011 W. Moerland & G. Bakker bsr-rapport 181 in opdracht van gemeente Leiden

Colofon bsr-rapport 181 titel Inventarisatie Gierzwaluw Leiden-Centrum 2011 auteurs afbeeldingen kaartmateriaal status W. Moerland & G. Bakker G. Bakker, W. Moerland, M. Schikhof, N. de Zwarte; auteursrecht voorbehouden gemeente Leiden; auteursrecht voorbehouden. juni 2012 // definitief Geproduceerd in opdracht van gemeente Leiden Deze uitgave kan geciteerd worden als: Moerland W. & G. Bakker. 2012. Inventarisatie Gierzwaluw Leiden- Centrum 2011. bsr-rapport 181. Bureau Stadsnatuur, Rotterdam. bureau Stadsnatuur Rotterdam, juni 2012 Westzeedijk 345-3015 AA Rotterdam www.bureaustadsnatuur.nl Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteursrechthebbende. bsr kan door opdrachtgever niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die voortvloeit uit gebruik van data of gegevens of door toepassing van aanbevelingen en conclusies, die zijn opgenomen in deze rapportage.

INHOUD Samenvatting... 7 1 Inleiding... 9 1.1 Doel en achtergrond... 9 1.2 Onderzoeksgebied... 10 2 Methodiek... 13 2.1 Werkwijze... 13 2.2 Begrenzing onderzoeksgebied... 14 2.3 Aanwezigheid soort en specificatie veldwerk... 15 2.4 Het weer tijdens het broedseizoen 2011... 16 2.5 Interpretatie van waarnemingen... 16 3 Resultaten... 17 3.1 Aantallen en locaties... 17 3.2 Resultaten per buurt... 22 3.2.1 Pieterswijk... 23 3.2.2 Academiewijk... 23 3.2.3 Levendaal-West... 23 3.2.4 Levendaal-Oost... 23 3.2.5 De Camp... 23 3.2.6 Marewijk... 24 3.2.7 Pancras-West... 24 3.2.8 Pancras-Oost... 26 3.2.9 D Oude Morsch... 26 3.2.10 Noordvest... 27 3.2.11 Havenwijk-Noord... 27 3.2.12 Havenwijk-Zuid... 27 3.2.13 Molenwijk... 29 3.3 Ecologie... 29 3.3.1 Fenologie... 29 3.3.2 Typen nestlocaties... 30 3.3.3 Ouderdom broedlocaties... 33 4 Bespreking... 39 4.1 Aantallen... 39 4.2 Ontwikkeling van de Leidse populatie... 40 4.3 Kolonisatie nieuwbouw... 42 5 Aanbevelingen... 43 5.1 Gierzwaluwen en natuurwetgeving... 43 5.2 Structurele bescherming... 44 Literatuur... 47

BIJLAGE 1 WAARNEMINGEN... 49 BIJLAGE 2 WEERGEGEVENS... 56 BIJLAGE 3 OUDERDOM PANDEN CENTRUM... 59

SAMENVATTING De Gierzwaluw is een uitgesproken stadsvogel die ook in de gemeente Leiden voorkomt. Hij wordt niet alleen gewaardeerd, maar geniet ook een beschermde status. Daarom heeft de gemeente Leiden bsr verzocht in 2011 een inventarisatie uit te voeren naar het voorkomen in de binnenstad. In het onderzochte gebied, het deel van de stad binnen de singels, zijn op 95 adressen verblijfplaatsen van Gierzwaluwen ontdekt, met een totaal van 119 paar verdeeld over deze adressen. Op basis van de waarnemingen is een behouden schatting gemaakt die neerkomt op de aanwezigheid van minimaal 181 paar in de stad. Dit geeft aan dat het Leidse centrum een waardevol broedgebied vormt. De soort broedt in zowel oude panden van vóór 1700, als recente nieuwbouwwijken uit de jaren 80 van de 20 e eeuw. Veruit de meeste nesten bevonden zich onder dakpannen en achter gevellijsten. De Gierzwaluw is kwetsbaar voor sloop- en renovatiewerkzaamheden. Toestemming van het Ministerie van EL&I is vereist bij een ruimtelijke ontwikkeling waarbij nesten (ook buiten het broedseizoen) verdwijnen of beschadigd raken. De gegevens van deze inventarisatie bieden de mogelijkheid om direct te kiezen voor een vrijstellingsprocedure. Dit geldt echter enkel voor de 95 panden waarbij geconstateerd is dat er Gierzwaluwen huisvesten. Benadrukt wordt dat dit onderzoek geen totaalbeeld van álle verblijfplaatsen verschaft. Nesten van Gierzwaluwen zullen zeker zijn gemist. In de ruimte en tijd treden bovendien voortdurend veranderingen op. In dit verband blijft in veel gevallen van ruimtelijke herinrichting een verkennend onderzoek (een quick scan ) minimaal noodzakelijk, wil men uitsluitsel krijgen over het voorkomen. Het advies is om bescherming van de Gierzwaluw in het gemeentelijk beleid op te nemen. Speciale broedvoorzieningen kunnen in nieuwbouw een belangrijke bron voor nestgelegenheid worden. Een vervolg van de inventarisatie elders in de gemeente, vooral in de buitenwijken, zal meer inzicht geven in de ecologische waarde van deze gebieden voor de Gierzwaluw. Een compleet verspreidingsbeeld draagt bij aan een effectieve bescherming van de soort. In de loop van het onderzoek en daarna zijn verschillende nieuwe nestlocaties aan het licht gekomen dankzij meldingen van enthousiaste bewoners. Het beeld van het voorkomen van de Gierzwaluw in Leiden zal nooit volledig zijn. Daarom verwelkomen wij meldingen van nestplaatsen van harte! U kunt deze doorgeven aan de auteurs: moerland@bureaustadsnatuur.nl of bakker@bureaustadsnatuur.nl. Wij zorgen vervolgens, indien wenselijk, dat de gemeente Leiden in kennis wordt gesteld van de situatie. bsr-rapport 181 Inventarisatie Gierzwaluw Leiden-Centrum 2011 7

8 bsr-rapport 181 Inventarisatie Gierzwaluw Leiden-Centrum 2011

1 INLEIDING Gierende Gierzwaluwen door de straten van oude binnensteden zijn een vertrouwd beeld. Ook het historische centrum van Leiden wordt vanaf mei tot ver in juli opgevrolijkt met deze vogels. De Gierzwaluw Apus apus is in Nederland een echte stads- en dorpsvogel. Andere zwaluwen als Boerenzwaluw en Huiszwaluw broeden tegenwoordig nauwelijks meer in de grote steden, maar zijn veel meer vogels van het platteland. In werkelijkheid is de Gierzwaluw overigens geen zwaluw zoals de Boerenzwaluw en Huiszwaluw. De Gierzwaluw behoort tot de familie van de Gierzwaluwen of Apodidae, wat vrij vertaald zoiets als pootlozen betekent. Een nogal belangrijk verschil is dat de Gierzwaluwen niet tot de zangvogels behoren, de echte zwaluwen daarentegen wel. Ze zijn dus helemaal niet verwant aan elkaar. Beide groepen hebben wel de overeenkomst dat ze zich aangepast hebben aan het leven in de lucht en het vangen van vliegende insecten. De Gierzwaluwen gaan daarin echter een stuk verder. Het zijn van oorsprong rotsbewoners die op land met hun extreem korte pootjes tamelijk immobiel en kwetsbaar zijn. Zo opvallend als de Gierzwaluwen door een drukke Haarlemmerstraat jakkeren, zo onopvallend is hun broedgedrag. De Gierzwaluw werd een cultuurvolger en broedt bij ons niet op rotsen maar onder dakpannen en gevellijsten, vaak zonder dat bewoners van de woningen of panden dit weten. Dit maakt het broeden een kwetsbare aangelegenheid, omdat de vogels tegelijkertijd erg afhankelijk zijn van de mens. Extra aandacht voor het behoud van de Gierzwaluwen in de stad is daarom zeker welkom. 1.1 Doel en achtergrond Op verzoek van de gemeente Leiden heeft bsr in 2011 een inventarisatie uitgevoerd van de populatie Gierzwaluw in het centrum van de stad Leiden. Doel hiervan was om zoveel mogelijk verblijfplaatsen in gebouwen van deze soort op te sporen en om een inschatting te maken van de omvang van de broedpopulatie. De Gierzwaluw is een gewaardeerde stadsvogel, waarvan echter niet bekend was hoeveel broedparen in de binnenstad voorkomen. Daarnaast was er geen goed beeld van de verspreiding van de broedlocaties. Figuur 1. Ook Google Streetview biedt een glimp van het voorkomen van de Gierzwaluw in Leiden. bsr-rapport 181 Inventarisatie Gierzwaluw Leiden-Centrum 2011 9

De soort geniet sinds augustus 2009 een jaarronde bescherming onder de Flora- en faunawet. Dit betekent dat vaste rust- en verblijfplaatsen in principe niet mogen worden weggenomen of verstoord, ook niet buiten het broedseizoen, tenzij er beschermende maatregelen worden genomen ten behoeve van de instandhouding. De Leidse binnenstad herbergt talloze gebouwen van vele tientallen tot honderden jaren oud en biedt daardoor veel mogelijkheden voor de soort. De andere kant van de medaille is dat er continu op allerlei plaatsen sloop- en renovatiewerkzaamheden plaatsvinden aan daken en gevels, die een bedreiging kunnen vormen voor de instandhouding. Dat er in Leiden veel Gierzwaluwen voorkomen was al langer duidelijk. Zo werden er bijvoorbeeld tijdens de tellingen in het kader van het Stadsnatuurmeetnet Leiden vele tientallen exemplaren genoteerd (Moerland et al. 2010). Veelal ging het hier om grote groepen boven de stad zwermende vogels waarvan onduidelijk was waar deze precies vandaan kwamen. Dit onderzoek tracht daar meer duidelijkheid over te geven, teneinde de soort in de praktijk beter te kunnen beschermen. De toepassingen en interpretatie van de gegevens voortkomend uit het onderzoek worden besproken in het hoofdstuk Aanbevelingen. 1.2 Onderzoeksgebied Dit onderzoek heeft zich beperkt tot de Leidse binnenstad binnen de singels (Figuur 2), dat wil zeggen dat deel van de stad dat omsloten wordt door de Witte singel, Zoeterwoudse singel, Zijlsingel, Herensingel, Maresingel, Rijnsburgersingel en Morssingel. Te verwachten valt dat in dit deel van de gemeente het grootste aantal Gierzwaluwen broedt. Over het algemeen vinden Gierzwaluwen meer broedgelegenheid in oude stadswijken dan in nieuwbouw. Waarnemingen uit het Stadsnatuurmeetnet Leiden (Moerland 2011a) lijken dit te bevestigen (Figuur 2). Natuurlijk komen Gierzwaluwen buiten het historische centrum ook tot broeden. Wijken als de Kooi, Merenwijk en Professorenwijk herbergen vermoedelijk aanzienlijke kolonies. Het stadscentrum valt echter te beschouwen als kerngebied binnen de gemeente. In juni en juli zijn wolken Gierzwaluwen te zien die terugkeren van hun voedselgebieden buiten de stad. s Avonds verzamelen ze zich boven het centrum en zoeken ze hun nesten op aan de vele steegjes en grachten. Het onderzoeksgebied herbergt oude en nieuwe wijken met een variatie aan bouwstijlen. Ook de intensiteit waarmee renovatieactiviteiten worden uitgevoerd kan per straat of pand verschillen. Naast de bebouwing wordt het onderzoeksgebied gekarakteriseerd door het vele water, zoals het Galgewater, Oude en Nieuwe Rijn (Figuur 3), de Haven, maar ook allerlei kleinere grachtjes. Daarnaast bevinden zich enkele grotere groengebieden binnen de singels, zoals het Van der Werfpark, het Plantsoen, de Hortus Botanicus en begraafplaats Groenesteeg. Deze gebieden, zowel het water als de groenstroken, bieden de vogels gelegenheid om ter plaatse te foerageren. Boven het water bevinden zich vaak talloze watergebonden insecten als haften, muggen en kokerjuffers. Boven de groenstroken vinden jagende Gierzwaluwen eveneens hoge dichtheden insecten. Tezamen met een ruim aanbod aan nestgelegenheid biedt het centrum hiermee een geschikt leefmilieu aan Gierzwaluwen. Ten slotte bestaat een niet gering deel van het onderzoeksgebied uit niet-publiek toegankelijke terreinen. Binnenplaatsen en binnentuinen zijn niet altijd te overzien, zoals de particuliere binnentuinen in de Marewijk. Het verkrijgen van een goed beeld van de lokale dichtheid aan broedende Gierzwaluwen, is daarmee een lastig maar uitdagend karwei. 10 bsr-rapport 181 Inventarisatie Gierzwaluw Leiden-Centrum 2011

Figuur 2. De locatie van het onderzoeksgebied binnen de gemeente Leiden (rood omcirkeld). Voorts de resultaten van het Stadsnatuurmeetnet 2010 (Moerland 2011a). Aantallen Gierzwaluwen zijn opgeteld over vijf telrondes. Tellingen vonden plaats op vaste locaties in een periode van 12 april t/m 24 juni. Aanwezigheid hoeft niet per se indicatief te zijn voor broedende dieren. Een waarneming van Gierzwaluwen kan ook betrekking hebben op foeragerende dieren. Figuur 3. De Nieuwe Rijn, richting het westen gezien, is representatief voor het Leids habitat van de Gierzwaluw. bsr-rapport 181 Inventarisatie Gierzwaluw Leiden-Centrum 2011 11

12 bsr-rapport 181 Inventarisatie Gierzwaluw Leiden-Centrum 2011

2 METHODIEK 2.1 Werkwijze De eerste aanwijzing dat zich een broedpopulatie van de Gierzwaluw in een gebied bevindt is de consequente aanwezigheid van de vogels in het luchtruim erboven. Nu bevinden zich boven het gehele centrum van Leiden min of meer continu Gierzwaluwen, maar in bepaalde delen bleken dit er toch meer dan in andere. Hoog rondvliegende vogels kunnen echter ook van elders komen, zelfs van buiten Leiden. In het kader van deze inventarisatie zijn de waarnemingen van deze vogels niet relevant. Vooral de wat lager rondvliegende en daarbij sterk vocale vogels, vormen de beste aanwijzing voor aanwezigheid van verblijfplaatsen in bebouwing. In het broedseizoen brengen volwassen Gierzwaluwen de nacht door op het nest en verlaten dat rond zonsopkomst (Chantler 1999). Andere dieren, eerstejaarsvogels maar ook ongepaarde adulte exemplaren, brengen de nacht door in de lucht. Een waarneming van een dergelijke groep van meer dan 50 vogels werd gedaan op 12 juli 2011 om half 6 in de ochtend. Dit suggereert dat een fors deel van de Leidse populatie bestaat uit niet-broedende vogels. Verblijfplaatsen bevinden zich vaak in los kolonieverband met meerdere invliegplaatsen in hetzelfde gebouw of in naburige gebouwen, waarbij de vogels op roepafstand van elkaar zitten. In de vroege ochtend- en late avonduren wordt in groepsverband gezwermd rond de verblijfplaatsen. We spreken in dit onderzoek dan over lage gierders. Volwassen vogels vliegen dan laag over de daken en langs de gevels en roepen ( gieren ) in de buurt van de ingang van de verblijfplaats, waar zich het vrouwtje en/ of, later in het seizoen, de jongen bevinden. Plaatsen waar consequent laag over de daken werd gegierd bleken vrijwel altijd invliegplaatsen te herbergen. Het vinden van de exacte locatie verblijfplaats was dan ook vooral een kwestie van veel geduld en een lange adem, waarbij niet zelden pas na diverse bezoeken succes werd geboekt. Op plaatsen waar overdag amper een vogel was waargenomen, konden vlak voor donker of kort na zonsopkomst wel degelijk invliegende of aantikkende vogels worden vastgesteld. Overdag foerageren Gierzwaluwen bij warm, zonnig weer in een gebied dat tot enkele kilos van de nestplaats verwijderd is. Bij slecht weer met veel wind en/ of regen, kunnen de vogels echter uitwijken naar een ander gebied en honderden kilos afleggen, om pas dagen later weer op de broedplaats terug te keren. Op 8 juli 2011, bijvoorbeeld, werden in de late middag amper Gierzwaluwen boven de Leidse binnenstad aangetroffen, vermoedelijk als gevolg van een vlagerige zuid-zuidwestelijke wind en een naderend buienfront. Ook op plaatsen waar eerder en later tientallen exemplaren rondvlogen werd geen vogel gezien. De meeste uren werden daarom in de late middag en avond besteed bij rustig, zonnig weer. Aan eind van het inventarisatieseizoen bleek ook de vroege ochtend, direct na zonsopkomst, zeer lonend voor wat betreft het vinden van broedplaatsen. Inventarisaties zijn uitsluitend te voet en per fiets uitgevoerd, zonder vastgelegde route maar meestal met de focus op een specifiek deel van het centrum (zie volgende pagina). bsr-rapport 181 Inventarisatie Gierzwaluw Leiden-Centrum 2011 13

2.2 Begrenzing onderzoeksgebied Het onderzoeksgebied, Leiden-Centrum, omvat het hele gebied binnen de singels, zoals weergegeven in Figuur 4. Om het gehele onderzoeksgebied op een gelijkmatige manier te onderzoeken is dit in zeven tijdelijke stukken opgedeeld waarvan de stand van zaken door verschillende waarnemers in de gaten werd gehouden en tussentijds werd geëvalueerd. In sommige delen was al snel duidelijk waar zich de hotspots bevonden, in andere vergde het meer tijd om de locaties van verblijfplaatsen te achterhalen. Figuur 4. Begrenzing onderzoeksgebied (rode lijn) en tijdelijke werkgebieden inventarisatie Gierzwaluw Leiden-Centrum. Voor de presentatie van de gegevens is gekozen om de indeling van de Leidse buurten aan te houden. De begrenzing is rechtstreeks overgenomen van gemeentelijke indeling. Hierin is het centrum onderverdeeld in twee wijken en 13 buurten. Achter deze indeling zitten topografische en historische redenen. Buurten of delen van buurten kunnen zich kenmerken door een bepaalde bouwstijl of ouderdom, wat voor een gebouwbroedende vogel zeer van belang is. Aanwezigheid van de Gierzwaluw kan hierdoor dus buurtgebonden zijn. Figuur 5 geeft een voorbeeld van een buurt. Figuur 5. Voorbeeld van een buurt (rood, Pieterswijk) in de Leidse binnenstad. 14 bsr-rapport 181 Inventarisatie Gierzwaluw Leiden-Centrum 2011

2.3 Aanwezigheid soort en specificatie veldwerk Gierzwaluwen arriveren vanaf medio april in Nederland en het merendeel is rond 31 juli alweer vertrokken. Figuur 6 geeft de totale aantallen Gierzwaluwen weer waargenomen op Nederlandse trektelposten in 2011. De hoofdmoot arriveerde in de eerste week van mei, waarna tot het einde van de maand vogels uit de overwinteringsgebieden terug bleven komen. Vanaf juni werden de broedlocaties opgezocht, waardoor op de trektelposten weinig dieren zijn waargenomen. Eind juni werden weer meer waarnemingen gedaan. Deels zullen deze betrekking hebben op niet-broedende dieren, deels op vogels die het broedseizoen niet succesvol hebben volbracht. Verder in de maand juli zullen ook uitgevlogen jongen zijn waargenomen. Figuur 6. Gesommeerde aantallen Gierzwaluwen waargenomen op alle Nederlandse trektelposten in 2011 (tot en met augustus). Bron: www.trektellen.nl. We zijn uitgegaan van de virtuele startdatum van 16 april (dag 1) en einddatum van 31 juli (dag 106) om het broedseizoen te duiden. Binnen deze periode is het veldonderzoek gestart op dag 46 (31 mei) en geëindigd op dag 98 (22 juli). In tabel 1 is een overzicht gegeven van de 20 dagen waarop inventarisatiewerk is uitgevoerd en wie daarvoor verantwoordelijk waren. In totaal waren vijf waarnemers bij het onderzoek betrokken. Tabel 1. Bestede velduren (inclusief reistijd van en naar onderzoeksgebied), datums en waarnemers: GB: Garry Bakker; WM: Wouter Moerland; WE: Willem van Esch; MG: Mark Grutters; AB: André de Baerdemaeker. datum dag* GB WM WE MG AB totaal 31 mei 11 46 3 3 2,5 3,5 12 1 juni 11 47 2 2 8 juni 11 54 2 2 9 juni 11 55 2 1 3 14 juni 11 60 2 2 4 15 juni 11 61 6 6 20 juni 11 66 2 3 5 21 juni 11 67 1 1 27 juni 11 73 2 2 29 juni 11 75 3 3 6 3 juli 11 79 3 3 5 juli 11 81 2 2 7 juli 11 83 3 2 3,5 9 8 juli 11 84 2 2 11 juli 11 87 7 3 10 12 juli 11 88 7 7 7 21 19 juli 11 95 2,5 3 6 20 juli 11 96 5 5 21 juli 11 97 3 2 2 7 22 juli 11 98 1,5 2 totaal 39,5 34 18 10 7 109 bsr-rapport 181 Inventarisatie Gierzwaluw Leiden-Centrum 2011 15

2.4 Het weer tijdens het broedseizoen 2011 Gierzwaluwen zijn voor hun overleving en broedsucces gebaat bij zonnig, droog en warm weer met veel insecten in de lucht. De periode half april - begin juni 2011 kenmerkte zich door stabiel zomerweer zonder langdurige neerslagperioden. Het was zelfs een van de droogste periodes van de afgelopen decennia. Daarbij was het zeer zonnig, met in de periode 16 april 15 mei een vrijwel ononderbroken periode met dagelijks 7 tot 13 uur zonneschijn. De temperatuur was echter niet bijzonder hoog en kwam alleen in de periode 19 t/m 26 april en 6 t/m 10 mei voor meerdere dagen op rij boven de 20 graden Celsius; de zomerse grens van 25 graden werd maar op enkele dagen gehaald. Hierin kwam verder geen verandering, zodat de onderzoeksperiode in 2011 als ronduit koel kan worden bestempeld, zeker in vergelijking met voorafgaande jaren. Een duidelijke weersomslag manifesteerde zich pas in de eerste decade van juni. Het weerbeeld werd sterk wisselvallig met regelmatig neerslag en beduidend minder zonuren. In de laatste twee weken van juli waren er meerdere dagen met uitzonderlijk veel en langdurige neerslag. Opvallende uitschieters in dit verband waren 14 en 24 juli, met respectievelijk ruim 21 en 16 uren onafgebroken regen. Er deden zich echter geen langdurige periodes van aanhoudend slecht weer voor, zodat de overleving van jonge Gierzwaluwen op nest hieronder vermoedelijk niet sterk geleden heeft. Voor details aangaande de weercondities gedurende het broedseizoen van 2011 wordt verwezen naar de figuren in Bijlage 2. 2.5 Interpretatie van waarnemingen Waarnemingen zijn onderverdeeld in vier categorieën: 1. poepsporen; 2. laag e vogels; 3. aantikkende vogels en 4. in- of uitvliegende vogels. Een vogel werd als invlieger genoteerd wanneer deze in een opening van een gebouw verdween. Het aantikken betreft het kortstondig aanklampen aan de gevel of dakpan. Onder laag gieren verstaan we het in een doelgerichte vlucht over een dak of langs een gevel scheren waarbij ter hoogte van de (vermoedelijke) verblijfplaats wordt geroepen ( gegierd ). Locaties waar dit gedrag werd waargenomen zijn langdurig geobserveerd teneinde de aanwezigheid en/ of precieze plaats van een invliegopening vast te stellen. Locaties met poepsporen hadden betrekking op uitwerpselen onder een opening in de gevel, muur of dak, of op de grond. Dergelijke locaties werden opnieuw bezocht om andere soorten dan de Gierzwaluw uit te sluiten. Doel van het onderzoek was het opsporen van verblijfplaatsen van Gierzwaluwen. Onder een verblijfplaats verstaan we in dit verband de locatie die door een paar wordt gebruikt als broedplaats, of de plaats waar een solitaire Gierzwaluw verblijft wanneer deze niet in de lucht is. Uiteindelijk zijn alleen de waarnemingen van in- of uitvliegende vogels en aantikkende vogels als verblijfplaats genoteerd. Op veel plaatsen waar vogels herhaaldelijk roepend vlak langs dezelfde vermoedelijke (nest)opening vlogen bleek bij vervolgwaarnemingen inderdaad sprake van in- of uitvliegers of aantikkers. Situaties waar dit laatste niet kon worden vastgesteld maar wel consequent zichtbaar langs dezelfde opening werd gevlogen én waarbij daar ook werd geroepen, zijn ook als verblijfplaats gekwalificeerd. Verblijfplaatsen zijn vastgelegd op adresniveau (straat en huisnummer) en met Amersfoort-coördinaten. In principe werd iedere gevonden verblijfplaats toegeschreven aan één broedpaar. Deze aanname geeft echter een versimpeld beeld van het werkelijke broedgedrag. Met deze veronderstelling worden verblijfplaatsen van solitaire dieren ook als broedlocatie gerekend. Daartegenover bleek dat van dezelfde invliegopening ook meerdere paren gebruik kunnen maken. Het leidt dus geen twijfel dat het reële aantal broedparen afwijkt van wat gepresenteerd wordt in dit rapport. Bovendien zijn zeker niet alle aanwezige verblijfplaatsen opgespoord, gezien de onoverzichtelijkheid van delen van de Leidse binnenstad. Er is getracht tot een conservatieve schatting van het minimum aantal broedparen Gierzwaluwen te komen. 16 bsr-rapport 181 Inventarisatie Gierzwaluw Leiden-Centrum 2011

3 RESULTATEN 3.1 Aantallen en locaties Analyse van de veldwaarnemingen leidt tot de volgende resultaten. Op 95 locaties ( adressen ) zijn verblijfplaatsen van Gierzwaluwen gevonden. In totaal zijn 119 verblijfplaatsen vastgesteld. Dit komt voort uit het feit dat één adres meerdere invliegopeningen (en daarmee verblijfplaatsen) kan herbergen. Behouden schattingen van observaties wijzen op een populatieomvang van minimaal 181 paar Gierzwaluwen binnen de singels. Als voorbeeld: het hele seizoen vlogen tien vogels rondom een verwaarloosd pand aan de Koppenhinksteeg (Pancras-West). Slechts enkele malen zijn hier invliegers waargenomen, maar op basis van de frequente observaties van Gierzwaluwen ter plaatse is vijf paar een betrouwbare aanname. De notitie voor Koppenhinksteeg 11 is dan als volgt: 1 locatie (één adres), 2 verblijfplaatsen (invliegers op twee verschillende plekken in het pand), 5 paar (tien vogels gedurende het hele broedseizoen langs het pand). Resultaten worden gepresenteerd per buurt (Figuur 8). De verspreiding van de adressen wordt gepresenteerd op pagina 19 (aantallen verblijfplaatsen) en pagina 21 (geschat aantal broedparen). Zwaartepunten in de verspreiding bleken onder meer in de Marewijk en Pieterswijk te liggen, met respectievelijk 29 en 31 broedparen. Buurten met lagere aantallen Gierzwaluwen waren onder meer de Noordvest en Academiewijk. Oorzaken hiervoor moeten vooral gevonden in het relatief lage aantal panden dat in de wijken aanwezig is. Zo bestaat een fors deel van de Academiewijk uit de Hortus Botanicus, een gebied dat door het ontbreken van bebouwing geen nestgelegenheid biedt. Anderzijds verschilt het aandeel aan nieuwbouw per buurt, wat van grote invloed kan zijn op de aanwezigheid van broedende Gierzwaluwen. Afhankelijk van de bouwstijl kan dit negatief of positief uitpakken. Flinke delen van het stadscentrum worden gekenmerkt door hogere nieuwbouw, zoals enkele academiegebouwen van Archeologie (Academiewijk) of Rechten (Pieterswijk). Woningen uit de jaren 70 en 80 uit de 20 e eeuw bepalen plaatselijk het stadsbeeld; elders in het oude centrum zijn nieuwe panden in historische stijl opgericht (Figuur 28). De buurt Havenwijk-Zuid herbergt een gierzwaluwbolwerk doordat de toegepaste bouwstijl (met uitstekende dakpannen) veelvuldig in potentiële nestgelegenheid voorziet. Figuur 7. Deel van een wolk Gierzwaluwen boven de stad in de avondschemering. bsr-rapport 181 Inventarisatie Gierzwaluw Leiden-Centrum 2011 17

Tabel 2. Overzicht adressen. De referentienummers verwijzen naar de locaties op de verspreidingskaart. Referentienummer Straat Opmerking 1 1e Binnenvestgracht 58 Langebrug 20 2 1e Binnenvestgracht 59 Langebrug 21 3 4e binnenvestgracht 61 # verblijfplaatsen onbekend 60 Langebrug 7 4 Aalmarkt 12 61 Langebrug 8 5 Aalmarkt 16 62 Morsstraat 26 6 Aalmarkt 18 63 Nieuwe Rijn 86 7 Apothekersdijk 27 64 Nieuwe Waardstraat 7 8 Apothekersdijk 27 65 Nieuwsteeg 31 9 Apothekersdijk 6/7 66 Nieuwsteeg 5 10 Bakkersteeg 21 67 Nieuwstraat 25 11 Beestenmarkt 39-41 68 Oostdwarsgracht 1 12 Beestenmarkt 51 69 Oostdwarsgracht 13 >10 vogels aantikkend 13 Botermarkt 24a 70 Oosterkerkstraat 15 14 Druckerstraat 1a 71 Oude Herengracht 21-24 15 Duizenddraadsteeg 3 72 Oude Singel 106 16 Galgenwater 13 73 Oude Singel 206 17 Garenmarkt 9 74 Oude Singel 220 18 Gerecht 8 75 Oude Singel 86 19 Grevenstraat 1 76 Oude Singel 96 20 Grevenstraat 16 77 Oude Vest 123 21 Grevenstraat-Druckerstraat 78 Papengracht 12 22 Groenesteeg (#op te zoeken) 79 Papengracht 14 23 Groenesteeg 107 80 Papengracht 7 24 Groenesteeg 53 (mogelijk) 81 Plantsoen 39 25 Haarlemmerstraat 174 82 Plantsoen 77 26 Haarlemmerstraat 218 83 Plantsoen 77-81 27 Haarlemmerstraat 241 84 Plantsoen 81 Plantsoen t.h.v. 4e 28 Haarlemmerstraat 250 85 Binnenvestgracht 33 29 Haarlemmerstraat 268 86 Raamsteeg 1 invlieggedrag, exacte locatie niet bekend 30 Haarlemmerstraat 277 87 Raamsteeg 25a 31 Haarlemmerstraat 295 mogelijk dit adres 88 Rapenburg 23 32 Haarlemmerstraat 78 89 Rapenburg 27 33 Haven 18 90 Rapenburg 28 34 Herensteeg 15 6 paren aantikkend gezien bij 2 nesten, 2 paren erbij geschat 91 Rapenburg 38 35 Herensteeg 16 92 Rapenburg 58 36 Herensteeg 41 93 Rapenburg 64 37 Herensteeg 9 94 Rapenburg 91 38 Hoefstraat 31 4 paar in omgeving pand, 1 invliegopening 95 Scheepmakerssteeg (10?) 39 Hoefstraat 69 3 paar in omgeving pand, 1 invliegopening 96 Sint-Jorissteeg 1 40 Hogewoerd 106 97 Smidssteeg 60 41 Hogewoerd 118 98 Snookerplein 33 42 Hogewoerd 128 99 Stille Rijn 18 43 Hogewoerd 189a 100 Stille Rijn 7-9 44 Hogewoerd 35 101 Uiterstegracht 102 45 Hoogstraat 5 102 Vestestraat 44 46 Hooigracht 103 Vrouwensteeg 2a 47 Janvossensteeg-Vollersgracht aanvullende schatting 104 Waardgracht 20 48 Kijfgracht-Kalvermarkt-Havenkade aanvullende schatting 105 Waardgracht 22 49 Klooster 2 106 Waardgracht 27 50 Koestraat 8 107 Waardgracht 29 51 Koppenhinksteeg 11 108 Waardgracht 33 52 Kort Rapenburg zekere verblijfplaats, exacte locatie onbekend 109 Waardgracht 35 53 Korte Langestraat 105-107 110 Waardgracht 37 54 Korte Langestraat 6 111 Waardgracht 64 55 Korte Langestraat 8 mogelijk 2 verblijfplaatsen in woning 112 Zijlstraat 56 Korte Langestraat huizenblok aanvullende schatting 113 Zijlstraat 1 57 Kraaierstraat 29 114 Bakkersteeg 9 mail bewoner Referentienummer Straat Opmerking 18 bsr-rapport 181 Inventarisatie Gierzwaluw Leiden-Centrum 2011

bsr-rapport 181 Inventarisatie Gierzwaluw Leiden-Centrum 2011 19

Herhaling Tabel 2. Overzicht adressen. De referentienummers verwijzen naar de locaties op de verspreidingskaart. Referentienummer Straat Opmerking 1 1e Binnenvestgracht 58 Langebrug 20 2 1e Binnenvestgracht 59 Langebrug 21 3 4e binnenvestgracht 61 # verblijfplaatsen onbekend 60 Langebrug 7 4 Aalmarkt 12 61 Langebrug 8 5 Aalmarkt 16 62 Morsstraat 26 6 Aalmarkt 18 63 Nieuwe Rijn 86 7 Apothekersdijk 27 64 Nieuwe Waardstraat 7 8 Apothekersdijk 27 65 Nieuwsteeg 31 9 Apothekersdijk 6/7 66 Nieuwsteeg 5 10 Bakkersteeg 21 67 Nieuwstraat 25 11 Beestenmarkt 39-41 68 Oostdwarsgracht 1 12 Beestenmarkt 51 69 Oostdwarsgracht 13 >10 vogels aantikkend 13 Botermarkt 24a 70 Oosterkerkstraat 15 14 Druckerstraat 1a 71 Oude Herengracht 21-24 15 Duizenddraadsteeg 3 72 Oude Singel 106 16 Galgenwater 13 73 Oude Singel 206 17 Garenmarkt 9 74 Oude Singel 220 18 Gerecht 8 75 Oude Singel 86 19 Grevenstraat 1 76 Oude Singel 96 20 Grevenstraat 16 77 Oude Vest 123 21 Grevenstraat-Druckerstraat 78 Papengracht 12 22 Groenesteeg (#op te zoeken) 79 Papengracht 14 23 Groenesteeg 107 80 Papengracht 7 24 Groenesteeg 53 (mogelijk) 81 Plantsoen 39 25 Haarlemmerstraat 174 82 Plantsoen 77 26 Haarlemmerstraat 218 83 Plantsoen 77-81 27 Haarlemmerstraat 241 84 Plantsoen 81 Plantsoen t.h.v. 4e 28 Haarlemmerstraat 250 85 Binnenvestgracht 33 29 Haarlemmerstraat 268 86 Raamsteeg 1 invlieggedrag, exacte locatie niet bekend 30 Haarlemmerstraat 277 87 Raamsteeg 25a 31 Haarlemmerstraat 295 mogelijk dit adres 88 Rapenburg 23 32 Haarlemmerstraat 78 89 Rapenburg 27 33 Haven 18 90 Rapenburg 28 34 Herensteeg 15 6 paren aantikkend gezien bij 2 nesten, 2 paren erbij geschat 91 Rapenburg 38 35 Herensteeg 16 92 Rapenburg 58 36 Herensteeg 41 93 Rapenburg 64 37 Herensteeg 9 94 Rapenburg 91 38 Hoefstraat 31 4 paar in omgeving pand, 1 invliegopening 95 Scheepmakerssteeg (10?) 39 Hoefstraat 69 3 paar in omgeving pand, 1 invliegopening 96 Sint-Jorissteeg 1 40 Hogewoerd 106 97 Smidssteeg 60 41 Hogewoerd 118 98 Snookerplein 33 42 Hogewoerd 128 99 Stille Rijn 18 43 Hogewoerd 189a 100 Stille Rijn 7-9 44 Hogewoerd 35 101 Uiterstegracht 102 45 Hoogstraat 5 102 Vestestraat 44 46 Hooigracht 103 Vrouwensteeg 2a 47 Janvossensteeg-Vollersgracht aanvullende schatting 104 Waardgracht 20 48 Kijfgracht-Kalvermarkt-Havenkade aanvullende schatting 105 Waardgracht 22 49 Klooster 2 106 Waardgracht 27 50 Koestraat 8 107 Waardgracht 29 51 Koppenhinksteeg 11 108 Waardgracht 33 52 Kort Rapenburg zekere verblijfplaats, exacte locatie onbekend 109 Waardgracht 35 53 Korte Langestraat 105-107 110 Waardgracht 37 54 Korte Langestraat 6 111 Waardgracht 64 55 Korte Langestraat 8 mogelijk 2 verblijfplaatsen in woning 112 Zijlstraat 56 Korte Langestraat huizenblok aanvullende schatting 113 Zijlstraat 1 57 Kraaierstraat 29 114 Bakkersteeg 9 mail bewoner Referentienummer Straat Opmerking 20 bsr-rapport 181 Inventarisatie Gierzwaluw Leiden-Centrum 2011

bsr-rapport 181 Inventarisatie Gierzwaluw Leiden-Centrum 2011 21

3.2 Resultaten per buurt Opvallende verschillen zijn waar te nemen tussen de buurten (Figuur 8). De broedlocaties zijn allerminst homogeen verspreid over het centrum. Eerder is er sprake van losse kolonies of kleine bolwerken. Vaak zitten de verblijfplaatsen in clusters, doordat bijvoorbeeld bepaalde straten of buurten nog niet zijn toegekomen aan een renovatiebeurt. Veel gevel- en sierlijsten verkeren in een toestand van achterstallig onderhoud. Spleten en gaten verschaffen de vogels toegang tot de ruimte in en achter de lijsten. Daarnaast leidt herhaaldelijke toepassing van een bouwstijl, wanneer het een (al dan niet bewust) gierzwaluwgeschikte bouwwijze betreft, lokaal soms tot een fors aantal broedparen. Figuur 8. Buurtindeling zoals gehanteerd door de gemeente Leiden. Tabel 3. Resultaten per buurt. Laatste kolom zijn de aantallen naar oppervlakte-eenheid. Voor een aantal broedpaar is de exacte broedlocatie onbekend, waardoor onderstaande aantallen adressen en verblijfplaatsen afwijken van de gepresenteerde resultaten in paragraaf 3.1 (resp. 95 en 119). Buurt 6 Marewijk 5 De Camp 1 Pieterswijk 12 Havenwijk-Zuid 4 Levendaal-Oost 7 Pancras-West 11 Havenwijk-Noord 3 Levendaal-West 2 Academiewijk 9 D'Oude Morsch 8 Pancras-Oost 10 Noordvest 13 Molenwijk totaal 22 oppervlak land (ha) 14 8 21 16 19 9 6 10 17 8 12 17 6 aantal adressen 13 6 18 12 10 3 2 4 6 6 4 7 0 91 aantal verblijfplaatsen 14 9 21 13 12 6 2 5 10 6 6 7 0 111 geschat aantal broedparen 29 14 31 22 22 11 7 10 13 6 7 9 0 181 aantal broedparen/ ha 2,1 1,8 1,5 1,4 1,2 1,2 1,2 1,0 0,8 0,8 0,6 0,5 0 bsr-rapport 181 Inventarisatie Gierzwaluw Leiden-Centrum 2011

Tabel 3 toont de resultaten per buurt. Omdat iedere buurt verschilt in landoppervlak is het geschat aantal broedparen berekend per hectare. Het centrum van Leiden heeft een gemiddelde dichtheid van 1.1 broedpaar per hectare. De hoogste dichtheden vinden we over het algemeen in de meest centraal in het centrum gelegen buurten (Marewijk, De Camp en Pieterswijk). Een uitzondering hierop zijn de Pancras-buurten. De Molenwijk is van de minste waarde gebleken voor Gierzwaluwen. De weinige huizenblokken die er zijn bieden blijkbaar weinig geschikte leefruimte. 3.2.1 Pieterswijk De Pieterswijk is een gierzwaluwrijke buurt gebleken. Veelal zijn de broedparen te vinden in het westelijke deel. In de Breestraat en omgeving zijn diverse verblijfplaatsen gevonden. Een huizenblok aan de Aalmarkt heeft ook een positief resultaat opgeleverd. De grootste verzamelingen broedparen bevinden zich aan het Rapenburg en in de steegjes rondom de Pieterskerk. De oorzaak achter de hoge aantallen Gierzwaluwen (schatting: ten minste 31 broedpaar) moet gezocht worden in het historische karakter van de buurt. De oude gevels en talloze daken met pannen herbergen veel potentiële nestgelegenheid. 3.2.2 Academiewijk De Gierzwaluw komt in de Academiewijk verrassend weinig voor. De buurt heeft met het Rapenburg en de Sterrenwacht een historische uitstraling die de aanwezigheid van veel nesten doet vermoeden. De inventarisatie wijst echter uit dat de broedmogelijkheden zeer beperkt zijn. De gebouwen uit de tweede helft van de vorige eeuw, zoals het LAK-theater, hoogbouw aan het Galgenwater en het Archeologie-gebouw, zijn nagenoeg ontoegankelijk voor gebouwbewonende vogels. Elders is met specifieke aanpassingen, zoals onderzijdige openingen in daklijsten, wel degelijk rekening gehouden met de Gierzwaluw. In 2011 werd hier door Gierzwaluwen echter nog geen gebruik van gemaakt. 3.2.3 Levendaal-West Levendaal-West is een kleine buurt die door de aanwezigheid van het Van der Werfpark in weinig broedmogelijkheden voorziet. Nesten zijn sporadisch aanwezig; aan de Hoefstraat houdt zich echter een kleine kolonie op van maar liefst zeven paar. 3.2.4 Levendaal-Oost Met 22 paar is Levendaal-Oost een gierzwaluwrijke buurt. Aan de Hogewoerd en omgeving zijn meerdere paartjes gevonden. Naar verwachting zijn hier meer nesten te vinden dan degene die momenteel bekend zijn. Daarnaast is de omgeving van de 4 e Binnnenvestgracht en Plantsoen een bolwerk. Dit vormt een bevestiging van de waarnemingen uit het Stadsnatuurmeetnet Leiden, waarvoor in deze omgeving sinds 2004 vogels worden geteld. 3.2.5 De Camp De Camp heeft met 1.8 broedpaar per hectare één van de hogere dichtheden aan broedparen. Dit beeld is echter vertekend. Het merendeel van de nesten zit geconcentreerd in panden aan de Apothekersdijk en de Stille Rijn. Dit zijn bovendien de panden met achterstallig onderhoud aan daklijsten en boeiboorden (Figuur 9). Verder heeft de buurt geen straten waar veel Gierzwaluwen bsr-rapport 181 Inventarisatie Gierzwaluw Leiden-Centrum 2011 23

broeden. Ook met straten als de Oude Vest en Haarlemmerstraat blijft De Camp achter bij andere buurten, die ruimer bedeeld zijn met verblijfplaatsen. Figuur 9. Een pand aan de Apothekersdijk. Op dit adres heeft minimaal drie paar gebroed. 3.2.6 Marewijk Met 29 broedpaar heeft de Marewijk van de centrumbuurten, samen met de Pieterswijk, het hoogste aantal Gierzwaluwen. Niet alleen de Haarlemmerstraat huisvest een flink aantal vogels. Ook de omgeving tussen Oude Vest en Haarlemmerstraat kan beschouwd worden als een Leidse hotspot voor de Gierzwaluw. Boven de buurt is op zomerse avonden steevast een wolk van tientallen vogels te zien. Een aanzienlijk deel hiervan zal tot broeden komen in de Haarlemmerstraat, maar ook in de omgeving van de Van Vossensteeg, Vollersgracht en Grevenstraat. Aantallen verblijfplaatsen hebben hier deels betrekking op voorzichtige schattingen, op basis van de e groepjes die laag achter de daken wegduiken in de particuliere tuinen aan de onoverzichtelijke achterzijdes van panden (Figuur 10). Niet alle nestplaatsen zijn bekend. De omgeving Grevenstraat-Vollersgracht wordt gekenmerkt door laagbouw die veelvuldig werd neergezet in de 20 e eeuw. Veel daken zijn voorzien van dakpannen, wat gunstig is voor Gierzwaluwen. In de Haarlemmerstraat lijken sierlijsten het meest benutte dakdeel voor nestlocaties. Deze lijsten steken vaak, met een tussenruimte, voorbij het naburige pand. Aan beide kanten biedt dit broedmogelijkheden voor de soort (Figuur 11). 3.2.7 Pancras-West In deze buurt is de Gierzwaluw maar op enkele locaties gevonden. Dat is opvallend, omdat deze buurt qua historisch karakter sterk aan de Pieterswijk doet denken. Doordat op enkele adressen meerdere paren zitten verdoezelt de gemiddelde broedpaardichtheid van 1.2 per hectare de kwetsbare positie van de soort in deze buurt. Een kleine kolonie is gevestigd in een sterk verwaarloosd pand op Koppenhinksteeg 11 (Figuur 1). Vijf paar Gierzwaluwen broeden hier in een gammel dak en achter een boeiboord. Gedurende de inventarisaties was het bijbehorende groepje vogels over de Oude Rijn een vertrouwd beeld. 24 bsr-rapport 181 Inventarisatie Gierzwaluw Leiden-Centrum 2011

Figuur 10. De Marewijk vanuit de lucht gezien. De vele binnentuinen maken de inventarisatie lastig. Foto: Bingmaps.com. Figuur 11. In de Haarlemmerstraat vormen sierlijsten een veel voorkomende broedgelegenheid. bsr-rapport 181 Inventarisatie Gierzwaluw Leiden-Centrum 2011 25

3.2.8 Pancras-Oost Ook het aantal broedparen in Pancras-Oost valt lager uit dan verwacht, met zeven paar op 12 hectare stadscentrum. Op het eerste gezicht lijkt de buurt, met de grachten en steegjes, gierzwaluwvriendelijk. De buurt kent echter ook nieuwbouw die nagenoeg ongeschikt is voor de vogels. Ook kunnen panden hier door renovatie ongeschikt geraakt zijn als broedlocatie, zoals aan de Nieuwe Rijn en Herengracht. Eén van de weinige straten die Gierzwaluwen herbergt is de Groenesteeg. Al uit het Stadsnatuurmeetnet Leiden was gebleken dat hier nesten zitten. Figuur 12. De Groenesteeg is één van de weinige plekken in Pancras-Oost met Gierzwaluwen. 3.2.9 D Oude Morsch D Oude Morsch is een buurt die veel bebouwing van begin 20 e eeuw heeft. In potentie bieden de vele pannendaken mogelijkheden voor Gierzwaluwen. Met zes paar is de buurt matig bedeeld, maar mogelijk zijn broedparen gemist. Enkele nesten zijn gevestigd aan de Steenstraat, met uitzicht op de Oude Beestenmarkt. Een punt van aandacht vormt het Museum van Volkenkunde. Hier zitten ten minste twee paren langs de dakgoot en naast regenpijpen. In 2011 (en 2012) onderging het museum een grote gevelrenovatie. De kans dat het daadwerkelijke aantal broedende Gierzwaluwen in dit gebouw groter is geweest lijkt groot. Een groot deel van de gevels was tijdens de inventarisatie ingepakt met steigers en doeken. Slechts daar waar de werkzaamheden niet plaatsvonden werden in 2011 in- en uitvliegende Gierzwaluwen waargenomen. 26 bsr-rapport 181 Inventarisatie Gierzwaluw Leiden-Centrum 2011

3.2.10 Noordvest De Noordvest komt met 9 broedpaar op 17 hectare als één van de gierzwaluwarmere centrumbuurten uit de bus. Bijna alle nesten bevinden zich aan de Oude Singel, uitkijkend over het water van de Oude Vest. Het overgrote deel van de bebouwing aan de noordzijde van de Langegracht is als broedlocatie voor Gierzwaluwen ongeschikt. Enkele straten hebben hier potenties voor nesten, maar bleken in 2011 niet in gebruik. 3.2.11 Havenwijk-Noord Slechts op drie locaties zijn nesten gevonden in Havenwijk-Noord. De belangrijkste locatie is die aan de Zijlstraat. Een kleine kolonie van vijf paar zit hier, vermoedelijk meest onder de dakpannen. De exacte invliegplaatsen zijn niet vastgesteld maar er zijn wel jongen gehoord. Lastig is aan te geven waarom de vogels zich juist hier hebben gevestigd, aangezien andere panden in de buurt ook geschikt lijken (Figuur 13). Figuur 13. De Haven herbergt, ondanks de geschikte lijsten en daken, slechts enkele broedparen. 3.2.12 Havenwijk-Zuid Havenwijk-Zuid is met 22 paar van grote waarde voor de Leidse populatie Gierzwaluwen. Omdat de buurt ook een aantal groengebieden herbergt, komt de feitelijke dichtheid aan Gierzwaluwen nog hoger uit dan 1.4 nest/ha, wanneer men uitgaat van enkel de bebouwing. De buurt heeft naast vooroorlogse bebouwing (omgeving Herengracht) ook veel bebouwing uit de jaren 70 van de 20 e eeuw (Figuur 14). Deze panden bieden toevallig perspectief voor verblijfplaatsen. De dakranden zijn afgedekt met pannen die hierbij ruimte overlaten voor vogels (Figuur 15). Omdat deze toepassing in vele straten terug te vinden is, zijn broedende Gierzwaluwen wijdverspreid in de wijk. Aan de Waardgracht zijn de nokken van een volledige rij (anti-kraak staande) huizen bezet met broedende Gierzwaluwen. Onduidelijk is de reden dat soortgelijke panden aan de noordzijde van de Oosterkerkstraat niet gebruikt worden. bsr-rapport 181 Inventarisatie Gierzwaluw Leiden-Centrum 2011 27

Het enige deel van de buurt dat achterblijft in aantallen Gierzwaluwen, is de omgeving van de Herengracht. Qua karakter doet deze omgeving denken aan het, eveneens gierzwaluwarme, Pancras-Oost. Gierzwaluwen lijken in de zeer goed onderhouden panden geen ruimte te vinden voor hun nesten. Vogels over de Nieuwe Rijn zijn vermoedelijk meest afkomstig van de verblijfplaatsen aan de Hogewoerd. Figuur 14. Invlieglocaties in Havenwijk-Zuid. Figuur 15. Gierzwaluwvriendelijke nieuwbouw aan de Korte Langestraat (links) en Waardgracht (rechts). 28 bsr-rapport 181 Inventarisatie Gierzwaluw Leiden-Centrum 2011

3.2.13 Molenwijk Ondanks het grote oppervlak en aanbod aan bebouwing viel van de Molenwijk voor Gierzwaluwen weinig te verwachten. Slechts enkele huizenblokken zijn potentieel geschikt voor gebouwbewonende vogels. Elders is er ontoegankelijke hoogbouw of zijn er open ruimtes als plantsoenen of parkeerplaatsen. Met geen enkele bekende nestplaats is deze buurt de minst waardevolle voor Gierzwaluwen. 3.3 Ecologie Hoewel de Gierzwaluw door veel mensen wordt opgemerkt, spelen vele aspecten in het leven van de soort zich buiten het menselijk gezichtsveld af. De losse observaties van dit onderzoek geven slechts een beperkt inzicht in de gedragingen van de vogels in hun. Ecologische aspecten als partnerkeuze of populatieopbouw blijven bijvoorbeeld buiten beschouwing. Sociaal gedrag valt lastig te interpreteren doordat individuele dieren niet te onderscheiden zijn van elkaar. Ook uitspraken over trekgedrag of foerageerstrategieën zijn met onderhavig onderzoek niet te doen. Bruikbare gegevens beperken zich hier tot nestlocaties en fenologische bevindingen gedurende het broedseizoen. Deze worden in de hierna volgende paragrafen besproken. 3.3.1 Fenologie Het type waarnemingen dat gedaan werd hangt samen met de fase waarin een nest verkeerde. Omstreeks eind mei arriveren nog Gierzwaluwen vanuit hun overwinteringsgebieden, andere zijn dan al bezig met broeden of paarvorming. Dat betekent dat nesten in verschillende stadia kunnen verkeren op het moment van waarnemen. In mei zijn waarnemingen gedaan van invliegende dieren, die vermoedelijk bezig waren met het uitbroeden van de eieren. Ook zijn dan vogels waargenomen zoekend naar potentiële broedlocaties. 30 25 aantal waarnemingen 20 15 10 2 (laag ) 3 (aantikkend) 4 (nest) 5 0 22 (mei) 23 (juni) 24 (juni) 25 (juni) 26 (juni) 27 (juli) 28 (juli) 29 (juli) Figuur 16. Waarnemingen verdeeld naar categorie, uitgezet tegen de tijd (weeknummers). De cijfers in de legenda hebben betrekking op de categorie waartoe de waarneming is gerekend (zie paragraaf 2.5). Poepsporen (categorie 1) zijn niet weergegeven omdat vrijwel nooit duidelijk is wanneer deze tot stand zijn gekomen. bsr-rapport 181 Inventarisatie Gierzwaluw Leiden-Centrum 2011 29

Figuur 16 geeft het verloop in het type waarnemingen weer gedurende het broedseizoen. Gierende vogels kunnen in het begin van het broedseizoen een aanwijzing zijn dat ter plaatse gebroed gaat worden. Dit hoeft echter geen garantie te zijn, zoals blijkt uit een aantal waarnemingen in Neeltje van Zuytbrouckhof. Eén van de eerste waarnemingen hier had betrekking op een exemplaar zoekend naar nestlocaties. De vogel vloog rond, diverse gebouwen aantikkend. Een week later vond ook paring plaats, waarbij het vrouwtje zich op een schijnbaar willekeurige plek vastklampte aan een flat. Een daadwerkelijk broedgeval is hier uiteindelijk niet vastgesteld. Vermoedelijk zijn de dieren aan het naburige Kort Rapenburg tot broeden gekomen. Nestvondsten werden in de eerste weken van het broedseizoen incidenteel gedaan. Op 31 mei is vroeg op de avond een invlieger gezien aan de Oude Herengracht. Een solitair exemplaar verdween zonder de karakteristieke lage vluchten of het gegier te produceren met een duikvlucht in een pand. De eerste eieren worden al gelegd vanaf half mei (www.gierzwaluwenonline.nl). Wanneer het legsel compleet is (tot maximaal drie eieren) begint de incubatietijd. Vanaf deze periode is het leeuwendeel van de Gierzwaluwen op de nesten aanwezig. Toch arriveren dan nog exemplaren of zijn ze zelfs nog onderweg (zie paragraaf 2.3, Figuur 6). Deze laatste groep heeft echter vaak betrekking op nietbroeders. Tijdens de eerste weken van juni komen de jongen uit het ei. In de ochtend en avond zijn de ouders te vinden in de omgeving van het nest om de jongen te voeren. Vanaf week 26, de laatste week van juni, is in de Leidse inventarisatie het aantal nestvondsten flink toegenomen. Oudervogels bezoeken de nesten intensiever om de jongen voeden. In juli zijn de bedelende jongen ook op gehoor te vinden. Deze weken zijn te beschouwen als de toptijd om Gierzwaluwen te inventariseren: in week 28 (de tweede week van juli) werden de meeste nesten gevonden. Het weer van juli 2011 was echter wisselvallig, waardoor de oudervogels soms voor langere tijd buiten de stad verbleven. De Gierzwaluwen foerageerden vermoedelijk buiten de slechtweergebieden, waar het voedselaanbod toereikend zal zijn geweest. Op sommige dagen in de derde week van juli bleef het Leidse centrum verstoken van Gierzwaluwen. De jongen op de nesten zijn in staat om een periode zonder eten door te brengen. Ze verkeren dan in een lethargische toestand van vasten. De lichaamstemperatuur gaat hierbij omlaag, waardoor niet nodeloos energie verspild wordt. Omstreeks half juli nadert het einde van het broedseizoen. Jongen verlaten in deze periode het nest. De jongen van de nestcamera s in Delft (www.gierzwaluwenonline.nl) vlogen in de weken 28 en 29 uit. In week 29 (de derde week van juli) is al een forse piek aan terugtrekkende vogels op de Nederlandse trektelposten waar te nemen (www.trektellen.nl). In Leiden is in week 28 bijna één derde (n=25) van het totaal aantal nestvondstwaarnemingen gedaan, in week 29 nog geen 14 procent (n=11). In week 28 hadden nestvondsten nog betrekking op invliegers en roepende jongen. In week 29 waren de waarnemingen van een andere orde. Oudervogels vlogen paarsgewijs luidruchtig langs nestopeningen, mogelijk om de jongen naar buiten te lokken. De volgende bijzondere observatie mag in dat verband niet onvermeld blijven: een vogel vloog in de late schemering een nest in onder een daklijst, waarna twee vogels kort daarop uit de opening tuimelden. Eén vogel vloog eenvoudig en snel weg, de andere buitelde verder omlaag maar was een paar boven de grond alsnog in staat om weg te vliegen. Wat hier precies gebeurde blijft de vraag, maar mogelijk betrof het een oudervogel die zijn jong uit het nest had gewerkt. 3.3.2 Typen nestlocaties Op basis van de gegevens is een aantal nesteigenschappen samen te vatten. Of een pand dienst kan doen als broedlocatie hangt af van de toegankelijkheid. Er moet een spleet, holte of ruimte in een pand zitten waar de vogels hun nest (een kommetje van haren, veren en twijgjes) in kunnen bouwen. De bouwstijl en ouderdom bepalen of dergelijke potenties er zijn. Daarnaast zijn er ook andere factoren die een rol spelen bij de kwaliteit van een pand als voortplantingsplek voor Gierzwaluwen. Bekend is dat de jongen zeer gevoelig zijn voor hoge temperaturen in het nest. Jongen die direct onder de pannen opgroeien kunnen bij warme zomerdagen in juli veel last hebben van de hitte. Verder moet een nest ook goed aan te vliegen zijn. Factoren als omgevingswarmte 30 bsr-rapport 181 Inventarisatie Gierzwaluw Leiden-Centrum 2011

van de nestlocatie en bereikbaarheid kunnen dus de doorslag geven of een paar Gierzwaluwen er heil in ziet om op juist die ene plek te broeden. Zo divers als de bouwstijlen in het centrum zijn, zo verschillend zijn de typen nestlocaties. Tabel 4 geeft per buurt de diversiteit aan nestlocaties weer. Een verblijf onder dakpannen en achter of in gevellijsten komt het meest voor. Daarnaast zijn nog vier andere typen verblijfplaatsen gecategoriseerd. Overigens kunnen meerdere broedparen gebruik maken van één nestlocatie of nestadres. Daarom is het aantal locaties afwijkend ten opzichte van het geschat aantal broedparen. Tabel 4. Type verblijfplaatsen per buurt. Nota bene, het gevonden aantal nestlocaties (82) wijkt af van het totaal aantal broedadressen (95). Niet altijd kon de exacte invliegopening gelokaliseerd worden. Buurt Boeiboord dakpannen gevellijst muur nestkast regenpijp Gevonden nestlocaties geschat # broedparen 1 (Pieterswijk) 1 6 9 - - 2 18 31 2 (Academiewijk) - 1 - - 1 1 3 13 3 (Levendaal-West) - 2 - - - 1 3 10 4 (Levendaal-Oost) 1 2 5 - - - 8 22 5 (De Camp) 2 1 1 - - - 4 14 6 (Marewijk) - 5 8 - - - 13 29 7 (Pancras-West) 1 1 1 - - - 3 11 8 (Pancras-Oost) - 2 - - - 2 4 7 9 (D'Oude Morsch) - 1 2 1-1 5 6 10 (Noordvest) 1 1 4 1 - - 7 9 11 (Havenwijk-Noord) - - 2 - - - 2 7 12 (Havenwijk-Zuid) - 12 - - - - 12 22 13 (Molenwijk) - - - - - - - 0 totaal 6 34 32 2 1 7 82 181 Pannendaken vormen een klassiek type broedlocatie voor de Gierzwaluw (Figuur 17). Met 34 nesten is deze situatie het meest vastgesteld in het centrum van Leiden. In de loop van de tijd zijn veel soorten dakpannen in de mode geweest. Voor een overzicht en waarde van de verschillende modellen voor de soort zij verwezen naar Verkade (2005). De vogels vinden toegang onder scheefliggende dakpannen, overhangende dakpannen aan de dakranden, of in de nokken van daken. De ouderdom van de panden lijkt slechts een kleine rol te spelen in de nestlocatiekeuze. Naast dakpannen hebben gevellijsten een aanzienlijk aandeel in de Leidse nestgelegenheid. Maar liefst 32 locaties in het centrum zijn bekend waarbij deze constructie functioneert als broedlocatie. Enerzijds zijn deze lijsten van nut voor de afwatering, bijvoorbeeld omdat de dakgoot erin is weggewerkt. Anderzijds worden deze gevellijsten als sierornament toegepast, zoals bij oudere panden vaak het geval is. Alle gevonden nesten in de Haarlemmerstraat bijvoorbeeld, zitten achter gevellijsten. Figuur 17. Door Gierzwaluwen gebruikte pannendaken in Leiden: klassieke voorbeelden zoals beschreven in de literatuur. bsr-rapport 181 Inventarisatie Gierzwaluw Leiden-Centrum 2011 31

De lijsten kunnen op verschillende manieren nestgelegenheid bieden. Potenties zitten doorgaans aan de kopse kant. Spleten bieden vaak toegang tot de achterzijde van de lijst, zoals in de situatie waarin een lijst voorbij de grens met het naastgelegen pand reikt (Figuur 18). Ook tussen aangrenzende lijsten is vaak een niet volledige overgang, wat mogelijkheden biedt voor nesten. Verder is incidenteel waargenomen dat de lijsten zodanig vervallen zijn, dat vogels niet erachter, maar erín tot broeden komen. Een voorbeeld hiervan is te vinden aan de Apothekersdijk (Figuur 9). Doordat het houten plaatje aan de zijkant van de lijst ontbreekt, heeft ten minste één broedpaar een beschut en vlak onderkomen. De lijsten op deze plaats, vooral sierlijsten, zijn vermoedelijk niet massief maar lopen door van de ene naar de andere zijde van de gevel. Soms zitten aan beide kanten van de gevel nesten, maar niet uit te sluiten valt dat zelf één zijde toegang biedt tot meerdere nesten die achter elkaar liggen. Figuur 18. Nestlocatie in de Haarlemmerstraat. Gierzwaluw op het nest tussen twee lijsten in een pand aan de Langebrug. Ruim 80 procent van de gevonden nesten bevond zich achter gevellijsten of pannendaken. Boeiboorden blijken maar incidenteel een broedplek te bieden, wanneer de vogels erachter weg kunnen kruipen. Essentieel is dat de boording niet stijf tegen de wand bevestigd is. Bovendien moet er toegang zijn tot een achterliggende ruimte. Ook boeiboorden aan gebouwen met platte daken kunnen dienst doen als invliegplaats. In de meeste gevallen sluit de boeiboord echter aan op een pannendak erboven waaronder zich de werkelijke broedplaats bevindt (Figuur 19). Verder bieden plekken waar regenpijpen uit een gebouw komen zetten soms mogelijkheden. Op zeven locaties in de binnenstad vinden Gierzwaluwen via de regenpijp een toegang die ruimte biedt voor een nest. Daarnaast zijn op twee adressen plekken gevonden waarbij het nest zich midden in de bakstenen muur bevond. Dat wil zeggen dat de vogels frontaal de muur moesten benaderen. Een aparte categorie vormt de kunstmatig aangeboden nestgelegenheid die speciaal is bedoeld voor de Gierzwaluw. De meeste voorzieningen in de Leidse binnenstad worden, voor zover dit was na te gaan, niet gebruikt. Van één nestkast is wel bekend dat er al jaren achtereen bekend met succes gebroed wordt. Het betreft een door een bewoner zelf ontwikkelde kast. Ook elders in het land tonen particuliere initiatieven aan dat met toewijding en onderzoek Gierzwaluwen over te halen zijn om te 32 bsr-rapport 181 Inventarisatie Gierzwaluw Leiden-Centrum 2011

broeden in speciaal ontworpen nestgelegenheid. Kennis over het succes van nestkasten of andersoortige door mensen vervaardigde voorzieningen blijkt in Nederland echter beperkt voorhanden te zijn en fragmentarisch. Het blijft onduidelijk hoeveel voorzieningen er voor de Gierzwaluw zijn aangebracht en welk deel daarvan succes heeft en op welke termijn. Figuur 19. Zijgevel aan de Hogewoerd, met boeiboord met over de breedte verspreid uitwerpselen van Gierzwaluwen. 3.3.3 Ouderdom broedlocaties Het straatbeeld van het Leidse centrum wordt gedomineerd door oude panden. Zo ongeveer 43 procent van het aantal panden in het centrum is vóór 1800 gebouwd (Figuur 23 en zie ook Bijlage 3). Bij het historische karakter zijn Gierzwaluwen zeker gebaat. Oude panden zijn in de regel beter toegankelijk voor eventuele nestplekken dan recente panden. Dit wordt vaak veroorzaakt door achterstallig onderhoud, waardoor spleten en gaten ontstaan waar vogels in weg kunnen kruipen. Niet ieder oud pand vormt een geschikte broedplek; de bouwstijl van een pand speelt een grote rol. Nieuwbouw kan evengoed toegankelijk zijn voor Gierzwaluwen en andere gebouwbewonende vogels. Op basis van de adresgegevens is gekeken naar de ouderdom van panden waarin de nesten zich bevinden. In Figuur 20 zijn deze panden verdeeld over vijf bouwperioden. De meeste, 34 procent, dateren uit de 19 e eeuw. Opvallend weinig nesten zijn gevonden in panden uit de eerste helft van de twintigste eeuw, slechts acht procent. De verdeling van de nesten over de verschillende categorieën wijkt significant af (P<0.05) van de verdeling beschikbare panden in de binnenstad. bsr-rapport 181 Inventarisatie Gierzwaluw Leiden-Centrum 2011 33

20 9 8 28 1200-1700 1701-1800 1801-1900 1901-1950 1951 - heden 34 Figuur 20. Percentuele verdeling van nestlocaties over vijf categorieën panden in de Leidse binnenstad. Tabel 5. Type nestlocaties verdeeld naar bouwperiode. boeiboord dakpannen gevellijst muur nestkast regenpijp onbekend totalen 1200-1700 - 5 3 2-1 - 11 1701-1800 4 8 17 - - - 4 33 1801-1900 6 10 10-1 7 7 41 1901-1950 1 4 5 - - - - 10 1951 - heden - 17 1 - - 4 2 24 totalen 11 44 36 2 1 12 13 119 18 16 14 12 10 8 6 4 2 0 1520 1650 1671 1675 1725 1728 1750 1760 1768 1776 1800 1810 1850 1860 1870 1875 Figuur 21. Aantallen broedparen (N=114) verdeeld over de bouwjaren van de panden. Van een klein gedeelte kon de ouderdom niet achterhaald worden. 1876 1880 1882 1888 1890 1892 1895 1901 1910 1918 1920 1925 1937 1959 1975 1978 1980 1981 1981 Figuur 21 toont aan dat Gierzwaluwen zich voornamelijk ophouden in panden uit drie periodes. Vaak stammen nestpanden van halverwege de 18 e eeuw. Nestlocaties in deze panden worden vaak gevonden achter gevellijsten, waartussen of de vogels kunnen wegkruipen. De nesten van de Haarlemmerstraat zijn typerend voor deze periode. De tweede periode heeft betrekking op panden uit de tweede helft van de 19 e eeuw. Gevellijsten werden toen veelvuldig toegepast en nu door Gierzwaluwen gebruikt. Ook zien we dat bij deze panden vaker dakpannen worden gebruikt. De minste verblijfplaatsen zijn gevonden in panden uit de eerste helft van de 20 e eeuw. De woningbouw van de jaren 70 van de 20 e eeuw in de buurt Havenwijk-Zuid voorziet wel op grotere schaal in broedmogelijkheden. In de bebouwing zijn gevellijsten en boeiboorden nauwelijks toegepast. De 34 bsr-rapport 181 Inventarisatie Gierzwaluw Leiden-Centrum 2011

Gierzwaluwen weten hier echter overhoekjes te vinden in de daknokken en onder uitstekende dakpannen. In de moderne woningbouw van de laatste 20 jaar liggen minder kansen voor gebouwbewonende vogels. Nieuwe materialen en/ of stijlen leiden soms tot hermetisch gesloten panden. Met gerichte aanpassingen kan echter eenvoudig broedgelegenheid gecreëerd worden (Figuur 22). Inbouwneststenen (ingemetseld in de spouw) zijn bij nieuwbouw een optie. Bij bestaande bouwwerken kunnen nestkasten tegen de gevel worden bevestigd, of kunnen speciale gierzwaluwdakpannen in de daken worden geplaatst. Figuur 22. Nieuwbouw uit 2005 in de Leidse wijk Roomburg. De Gierzwaluwen hebben de inbouwneststenen, in rood omcirkeld, anno 2012 (nog) niet weten te vinden. bsr-rapport 181 Inventarisatie Gierzwaluw Leiden-Centrum 2011 35

Figuur 23. Verspreiding van nestlocaties over het centrum. De bouwjaren van de panden zijn in vijf periodes gecategoriseerd. 36 bsr-rapport 181 Inventarisatie Gierzwaluw Leiden-Centrum 2011

Figuur 24. Dhr. Schikhof slaagde er in 2010 in een vogel aan het Rapenburg 22 (de Muziekschool) te fotograferen. Gierzwaluwen aan het Rapenburg Op zeven adressen aan het Rapenburg zijn verblijfplaatsen van Gierzwaluwen gevonden. Oude panden zijn er in overvloed, variërend van de 15 e tot 18 e eeuw, wat de omgeving erg geschikt maakt. voor broeden Dat deze maakt. inventarisatie Dat deze geen inventarisatie volledig beeld geen volledig van de beeld van aantallen het werkelijke heeft gegeven broedaantal bleek al heeft snel. gegeven Na verwerking bleek al van snel. de Na gegevens verwerking ontvingen van de de gegevens auteurs een ontvingen bericht van de auteurs bewoners een aan bericht het Rapenburg, van bewoners die aan ons het meldden Rapenburg, dat in de die ons Muziekschool meldden dat in (Rapenburg de Muziekschool 22) jaarlijks (Rapenburg Gierzwaluwen 22) jaarlijks broeden Gierzwaluwen in de daklijst. broeden Deze in de waren daklijst. tijdens Deze de waren inventarisatie tijdens de onopgemerkt inventarisatie gebleven. onopgemerkt gebleven. bsr-rapport 181 Inventarisatie Gierzwaluw Leiden-Centrum 2011 37

38 bsr-rapport 181 Inventarisatie Gierzwaluw Leiden-Centrum 2011

4 BESPREKING Tot dusver waren geen gegevens bekend over de verspreiding en het aantal verblijfplaatsen van de Gierzwaluw in Leiden. Onderhavig onderzoek heeft geleid tot nieuwe, gedetailleerde informatie, zoals ook voor enkele andere plaatsen is verkregen. Grootschalige gebiedsinventarisaties van de Gierzwaluw zijn onder meer recent uitgevoerd in Delft (Vastenhouw et al. 2008, 2010 en 2011), Noordwijk (Verkade 2005, 2009), Oisterwijk (Gierzwaluwwerkgroep Oisterwijk 2009) en Groningen (Gierzwaluwenwerkgroep Groningen, www.avifaunagroningen.nl) en veel langer geleden, in 1974, in Amsterdam (Van der Weijden 1974). Deze inventarisaties laten zich in meer of mindere mate vergelijken met het Leidse onderzoek; hieronder zal daar ook nader op worden ingegaan. 4.1 Aantallen In totaal zijn op 95 adressen verblijfplaatsen van Gierzwaluwen aangetroffen in het centrum van Leiden. Inclusief bijschattingen wordt een minimale broedpopulatie van 181 broedparen verwacht. Minimaal, omdat het vinden van een verblijfplaats bemoeilijkt wordt door onvoorspelbaar gedrag van de vogels. Op bepaalde locaties, zoals de Sint Jorissteeg of de Raamsteeg/ Garenmarkt, werden pas aan het einde van het seizoen broedverdachte vogels waargenomen die eerder het onopgemerkt waren gebleven. Het sociale gedrag van ronde groepjes vogels is niet op alle locaties waargenomen. Waarnemingen van stille vogels die laat in de avond de nesten opzoeken berustten vaak op toeval. Dit geeft aan dat het onvermijdelijk is dat een deel van de populatie niet is gevonden. Om welk deel het gaat valt moeilijk te overzien. Deels komt dit doordat niet-broedende vogels zich vermengen met de broedpopulatie. En naarmate het seizoen vordert verschijnen ook de uitgevlogen jongen, die in vlucht nauwelijks van adulten te onderscheiden zijn. Bijschattingen zijn met de grootste terughoudendheid gedaan, vaak op plekken waar genoeg laag e groepjes vogels zijn waargenomen maar de uiteindelijke invliegplaatsen niet zijn gevonden. Om tot de meest nauwkeurige bijschatting te komen, zijn de geobserveerde aantallen in de eerste helft van het seizoen nog het meest bruikbaar. Gaande het veldseizoen is aan bepaalde gedragingen ook meer waarde toegekend. In juli is een systematisch gieren langs één plekje in één pand voldoende om aan te nemen dat er interactie plaatsvindt tussen ouder en jong. Hoewel hier dan geen invlieger is waargenomen is het minutenlang herhalen van dit gedrag gescoord als een nestvondst. Deze interpretatie wijkt af van de door Vastenhouw et al. (2008) gehanteerde methode, die de verschuiving in broedindicatie gedurende het broedseizoen niet meenemen. Tabel 6. Resultaten van gierzwaluwinventarisaties elders in Nederland. In Leiden is enkel de binnenstad geïnventariseerd, andere inventarisaties hebben betrekking op gemeentebrede tellingen. gemeente jaar van inventarisatie (geschat) aantal nesten Delft 2010 108-122 Groningen 2001-2002 709-887 Leiden binnenstad 2011 181 Noordwijk-Binnen 2003 173 Noordwijk-Binnen 2008 148 Tilburg 1978 1298 Wageningen 1990 279 In Tabel 6 wordt het Leidse resultaat vergeleken met de resultaten van andere gebiedsdekkende gierzwaluwinventarisaties. De aantallen nesten/ invliegopeningen zijn deels afkomstig uit Verkade (2005). Wat direct opvalt is dat het Leidse aantal lager ligt. Enerzijds komt dit doordat slechts een deel van de stad in kaart gebracht is. Toch valt op dat een relatief klein gebied als Noordwijk-Binnen bsr-rapport 181 Inventarisatie Gierzwaluw Leiden-Centrum 2011 39

(grofweg een kwart van de binnenstad van Leiden) een populatie huisvest vergelijkbaar met die in Leiden-Centrum. Waarin Leiden afwijkt, de absolute aantallen daargelaten, is dat het aantal nesten per pand aanzienlijk lager ligt dan in Noordwijk-Binnen. In Leiden vinden we 1.2 nest per pand, terwijl men in Noordwijk-Binnen 2.0 invliegplaatsen per pand (in 1993 zelfs 2.8!) constateerde. Opvallende observaties in Noordwijk zijn dat het Middeleeuwse centrum en de oude woonwijken qua aantal nesten op een stabiel maar laag pijl blijven. Dit terwijl de nieuwe wijken in een rap tempo gekoloniseerd worden. Mogelijk spelen verliezen in nestplaatsen een rol bij de vestigingen in nieuwere delen van het dorp. Populaties in historische delen van stad of dorp ondervinden op grotere schaal de nadelige invloed van restauraties. Sloop en renovatie leiden tot verdwijning van kolonies. Hiervan is sprake geweest in Noordwijk-Binnen (Verkade 2009), maar zeer waarschijnlijk ook in het centrum van Leiden. Delft, eveneens met historische binnenstad, huisvest een geschat aantal van ruim 100 broedpaar, let wel, in de hele gemeente. 4.2 Ontwikkeling van de Leidse populatie Na één jaar onderzoek kennen we grofweg de verspreiding van de Gierzwaluw in het Leidse centrum. De vraag is hoe de populatie zich gedraagt over meerdere jaren. Uit bepaalde delen van de stad kan de soort verdwijnen, elders kan hij juist weer opduiken. Onderzoek in Delft (Vastenhouw et al. 2011) suggereert een lichte vooruitgang in 2008-2011. Men gaat echter uit van een achteruitgang over een periode van enkele decennia, wanneer men oudere gegevens raadpleegt. Elders zijn er aanwijzingen dat de soort langzaam achteruitgaat, zoals in Noordwijk-Binnen (Verkade 2009), en Groningen (Gierzwaluwenwerkgroep Groningen). Op basis van schattingen vermoedde men in 1981 in Leiden een broedpopulatie van 400-600 paar (Van Dijk 1981). Een reële teruggang lijkt aannemelijk op basis van renovatie- en nieuwbouwprojecten die onophoudelijk plaatsvinden. Hiermee zullen ongetwijfeld grote kolonies verdwenen zijn. Een andere oorzaak voor een afname wordt gezocht in het veranderende landschap (Vastenhouw et al. 2008). Een afname in kwaliteit en hoeveelheid foerageergebied zou debet zijn aan het broedsucces. Men kan zich afvragen in hoeverre deze factor inderdaad van betekenis is. Er zijn momenteel geen harde aanwijzingen dat de populatiegrootte gelimiteerd wordt door het aanbod aan foerageergebieden. Gierzwaluwen lijken generalisten die snel kunnen inspelen op veranderingen in het locale voedselaanbod, dat vooral bestaat uit verschillende soorten zeer talrijk en wijd verspreid voorkomende muggen. Veel kolonies zullen door renovatie en sloop verdwenen zijn. Anderzijds biedt een toename aan bebouwd areaal meer kansen. Ook Leidse nieuwbouwwijken worden gekoloniseerd door Gierzwaluwen, zoals te zien is in het Stadsnatuurmeetnet Leiden (Moerland et al. 2010). In het Stadsnatuurmeetnet zijn op tientallen vaste telpunten verspreid over de gehele stad alle overvliegende Gierzwaluwen genoteerd, gedurende vier bezoeken in een periode waarin de soort verwacht kan worden (laatste decade april tot eind juni). Ook binnen de singels zien we nieuwbouw die door Gierzwaluwen wordt gebruikt, zoals aan de Waardgracht. Het gemiddelde aantal vogels dat per telpunt gezien wordt ligt wel beduidend hoger in de oude binnenstad (Tabel 7). Tabel 7. Gemiddeld aantal vogels per telpunt uit het Stadsnatuurmeetnet, onderscheiden naar buiten (24 telpunten) dan wel binnen het centrum (12 telpunten). In 2010 is het aantal telpunten buiten het centrum uitgebreid naar 55. Deze zijn niet meegenomen in de berekeningen. Jaar centrum Leiden Leiden buiten de singels totaal aantal vogels 2004 10,4 2,0 174 2006 15,0 3,3 258 2008 11,9 8,7 352 2010 11,3 1,8 234 40 bsr-rapport 181 Inventarisatie Gierzwaluw Leiden-Centrum 2011

400 350 300 250 200 150 100 50 0 2004 2006 2008 2010 Figuur 25. Gesommeerde aantallen Gierzwaluwen binnen (oranje, 12 telpunten) en buiten (rood, 24 telpunten) het centrum van Leiden per meetnetjaar. Figuur 25 geeft de absolute aantallen overvliegende vogels weer per jaar voor de telpunten binnen en buiten het centrum. Hoewel het aantal telpunten buiten de singels het tweevoudige is van het aantal binnen de singels, wordt het gros van de Gierzwaluwen in het centrum vastgesteld. 2 1,8 1,6 gemeente 1,4 1,2 1 centrum 0,8 0,6 2004 2006 2008 2010 Figuur 26. Indexcijfers van vier jaren voor de Gierzwaluw op basis van het Stadsnatuurmeetnet Leiden. In geel het verloop van telpunten binnen de singels, in rood van alle telpunten binnen de gemeente. Indexcijfers wijzen op een gering verloop in de aantallen Gierzwaluwen in Leiden. In Figuur 26 wordt het verloop van de indexcijfers voor zowel de hele gemeente Leiden, als voor het centrum getoond. Ten opzichte van 2004 kan geconcludeerd worden dat de aantallen voor de hele gemeente als voor het centrum apart weinig afwijken. Een opmerkelijke afwijking in het verloop van de twee trendlijnen valt te zien in 2008. Hoe dit verschil te verklaren valt zal nader bekeken moeten worden. Dat vogels het ene jaar in het centrum tot broeden komen en het andere jaar in de buitenwijken, lijkt onwaarschijnlijk. Voorbeelden van verplaatsingen tussen broedlocaties binnen één populatie zijn niet bekend. Gierzwaluwen worden wat betreft hun broedlocatie plaatstrouw geacht (Weitnauer 1980), dat wil zeggen dat individuele vogels jaarlijks terugkeren naar hetzelfde nest. Niettemin zijn gedurende de beginfase van het bsr-rapport 181 Inventarisatie Gierzwaluw Leiden-Centrum 2011 41

veldwerk vogels gevonden die op schijnbaar opportune wijze spleten aan het controleren waren. Onduidelijk is of dergelijk gedrag vooral bij jonge dieren voorkomt. Voor de hand ligt dat oudere vogels wel jaarlijks terug keren naar hun bekende broedadres. Toch zijn er aanwijzingen dat het gebruik van locaties een grillig verloop kan hebben door de jaren heen. Ecologisch onderzoek in het kader van de Flora- en faunawet in projectgebied op de Aalmarkt in 2010 (Moerland 2011b) leverde geen broedparen op, de inventarisatie in 2011 maar liefst drie. Weersfactoren spelen een belangrijke rol in het succes van een broedseizoen. Mogelijk heeft door ongunstig weer in 2010 een deel van de populatie het broedgebied voortijdig verlaten. Of dit ook een factor van belang was voor het Stadsnatuurmeetnet is onduidelijk. 4.3 Kolonisatie nieuwbouw De inventarisatie in Leiden geeft inzicht in specifieke eigenschappen van de Gierzwaluw, bijvoorbeeld hoe de soort omgaat met aanbod van nieuwe broedgelegenheid. Dit houdt verband met de acceptatie van nieuwe nestplaatsen in nieuwbouwwijken. Recente vestigingen van nieuwe kolonies zijn niet ongewoon, zoals in Vinkhuizen (www.avifaunagroningen.nl) en Rotterdam (natuurdatabase bsr). Dit kan gestimuleerd worden met gerichte vogelvriendelijke aanpassingen. Zo worden in Groesbeek ingebouwde nestkasten bevolkt (Figuur 27). De vraag rijst hoezeer de soort geholpen wordt met incidenteel aangeboden broedlocaties. In het Leidse onderzoek is vastgesteld dat de soort tot dusver in Leiden nauwelijks profiteert van dergelijke voorzieningen. Overigens zijn op het internet veel succesvolle voorbeelden van particuliere initiatieven te vinden. Initiatieven met minder succes worden minder snel openbaar gemaakt. Een landelijke (of internationale) metastudie zou meer duidelijkheid kunnen verschaffen over het kolonisatiesucces bij kunstmatig nestaanbod. Figuur 27. Gierzwaluwvoorzieningen in nieuwbouw te Groesbeek. Gierzwaluwen weten de nestgelegenheid te vinden. Fotograaf onbekend. Er zijn steeds meer aanwijzingen dat kolonisatie van nieuwbouwwijken slechts een kwestie van tijd is. Natuurlijk geldt hiervoor dat de bebouwing wel toegankelijk voor vogels moet zijn. Maar liefst 40 procent van de bekende nesten in gemeente Delft bevindt zich in bebouwing uit de jaren 80 van de vorige eeuw (Vastenhouw et al. 2011). Ook in Leiden is geconstateerd dat nieuwbouw potenties heeft voor Gierzwaluwen. Sterker nog, de relatief jonge woningen in de omgeving van de Waardgracht en Oosterkerkstraat vormen een kerngebied voor de soort in het oostelijk deel van het onderzoeksgebied. In de binnenstad van Leiden bevindt 17 procent van het aantal invliegplaatsen zich in bebouwing jonger dan 50 jaar. Dit valt enigszins laag uit, ook doordat nieuwbouw weinig in het centrum te vinden is. De verwachting is dat dit percentage hoger uitpakt wanneer men de buitenwijken ook onderzoekt. Dergelijke vermoedens worden ook gevoed door de stadsbrede telresultaten uit het Stadsnatuurmeetnet Leiden (Moerland et al. 2010). Ook relatief jonge woonwijken zoals de Merenwijk en Stevenshof (respectievelijk gebouwd in de jaren 70 en jaren 80 van de 20 e eeuw) voldoen uitstekend als voor de Gierzwaluw. Interessant is dat ook in Noordwijk-Binnen de nieuwe woonwijken langzaamaan bevolkt raken (Verkade 2005, 2009). 42 bsr-rapport 181 Inventarisatie Gierzwaluw Leiden-Centrum 2011

5 AANBEVELINGEN De resultaten van dit onderzoek zijn op verschillende manieren te gebruiken. In de eerste plaats kunnen ze een beschermingsdoeleinde dienen. Kennis over het vóórkomen van de Gierzwaluw biedt mogelijkheden tot concrete maatregelen ten behoeve van bescherming. Niet alleen is in grote lijnen bekend waar de soort in het centrum broedt, maar ook welk type broedplekken hij heeft. Daarnaast rust er vanuit wettelijk perspectief een verplichting bij de gemeente om een duurzame populatie in stand te houden. Dit betekent dat de huidige Gierzwaluwstand ten minste gehandhaafd dient te worden. Hoe de resultaten geïnterpreteerd en toegepast moeten worden wordt uitgelegd in de volgende paragrafen. 5.1 Gierzwaluwen en natuurwetgeving De Flora- en faunawet staat geen verstoring of vernietiging toe van nesten van de Gierzwaluw. Werkzaamheden zijn enkel toegestaan wanneer de duurzame instandhouding van de populatie gewaarborgd is. In de regel wordt toestemming verleend voor de uitvoering van de verstorende maatregelen als in de nieuwe situatie voldoende nestgelegenheid wordt aangeboden. In verband met de Flora- en faunawetgeving speelt de kwestie of deze inventarisatie aanvullend gierzwaluwonderzoek overbodig maakt bij ruimtelijke ontwikkelingen in de binnenstad. Het aantal ontdekte adressen met Gierzwaluwen kan namelijk een volledige dekking van de stad suggereren. In grote lijnen is de verspreiding bekend; losse, geïsoleerde nesten, of nesten in onoverzichtelijke delen zijn ongetwijfeld gemist. Afwezigheid van stippen op de resultatenkaarten op pagina s 19 en 21 doet vermoeden dat hier helemaal geen nesten zitten. Een garantie hiervoor biedt de inventarisatie echter niet, nesten kunnen over het hoofd gezien zijn door het heimelijke broedgedrag van de dieren. Onderzoek in het broedseizoen is nog altijd nodig op plaatsen waar geen waarnemingen bekend zijn maar verkennend onderzoek wel potenties heeft aangetoond. Twee scenario s zijn te bedenken bij een ruimtelijke herstructurering: Het plangebied bevat een pand met nesten van Gierzwaluwen, bekend door dit onderzoek. Op 95 adressen zijn verblijfplaatsen van Gierzwaluwen aangetroffen. Bij een ruimtelijke ontwikkeling, ook restauratie- of renovatiewerkzaamheden aan gevel en dak, is op deze adressen toestemming van het Ministerie van EL&I vereist. De gegevens van de inventarisatie bieden de mogelijkheid om direct te kiezen voor een vrijstellingsprocedure. Aanvullend onderzoek op deze locaties is met deze gegevens niet noodzakelijk. Aandachtslocaties zijn bijvoorbeeld het Museum van Volkenkunde, waar aannemelijkerwijs een goede compensatie zal moeten plaatsvinden bij renovatiewerk, als ook het vervallen pand aan de Koppenhinksteeg 11 en de Muziekschool aan het Rapenburg (zie pagina 37). Het plangebied herbergt geen gierzwaluwpanden blijkens de resultatenkaarten. Hoewel geen nesten gevonden zijn biedt dit geen volledige garantie dat beschermde nesten afwezig zijn. Een verkennend onderzoek, een quick scan, is minimaal noodzakelijk wil men uitsluitsel krijgen over het voorkomen. Op basis van fysieke eigenschappen van de panden wordt bekeken wat de potenties zijn voor het voorkomen van de Gierzwaluw. Naar aanleiding daarvan wordt besloten of een vervolgonderzoek in de juiste periode noodzakelijk is. De methode van ecologisch onderzoek in het kader van de Flora- en faunawet is voor een enkele soortgroep protocolair vastgelegd (namelijk voor vleermuizen, NGB et al. 2011). Gestandaardiseerd onderzoek aan de hand van vooraf vastgelegde eisen moet de kwaliteit van de resultaten waarborgen. Voor een inventarisatie van Gierzwaluwen is een dergelijk protocol nog niet gemaakt. In bsr-rapport 181 Inventarisatie Gierzwaluw Leiden-Centrum 2011 43

ieder geval is onderzoek naar het voorkomen van de Gierzwaluw strikt gebonden aan de periode juni-juli en is altijd meer dan één bezoek vereist bij gunstige weersomstandigheden om houdbare conclusies te kunnen trekken. 5.2 Structurele bescherming In het verlengde van de wettelijke bescherming ligt de kwestie hoe in de gemeente Leiden een vitale populatie Gierzwaluwen bereikt kan worden. Het aantal broedparen in het centrum, hoewel laag, stemt niet direct tot zorgen. Veel nesten bevinden zich in particuliere panden, niet zelden met enthousiaste bewoners die bereid zijn de vogels te beschermen. Een langetermijnbeleid zal echter wel nodig zijn om de Leidse populatie te behouden. In het verleden hebben veel sloop- en renovatiewerkzaamheden plaatsgevonden, waarbij geen rekening is gehouden met gebouwbewonende vogels (die toentertijd geen beschermde status hadden). Dit zal ongetwijfeld één van de oorzaken zijn achter de verdacht stille delen van het historische centrum. Beleid om oude historische panden te laten wijken voor nieuwbouw zal direct van invloed zijn op de broedgelegenheid en daarmee op de gehele populatie. Behoud van de Gierzwaluw verlangt niet alleen bescherming van zijn nesten, maar bij voorkeur ook instandhouding van de historische panden in de binnenstad. Figuur 28. Nieuwbouw in de binnenstad, aan de Aalmarkt (Pieterswijk) en in Neeltje van Zuytbrouckhof (Academiewijk). In beide gevallen zijn compensatiemaatregelen ten gunste van de Gierzwaluw getroffen. Tot dusver hebben Gierzwaluwen hier niet van geprofiteerd. Bescherming van de Gierzwaluw kan in het gemeentelijk beleid verweven worden. Zoals reeds vermeld lijken incidentele compensatiemaatregelen (Figuur 28), vaak in het kader van de Flora- en faunawet, niet direct ten gunste van de soort te zijn. In de praktijk worden na vrijstelling van de verbodsbepalingen in deze wet meestal noodzakelijkerwijs nesten verstoord of vernietigd, maar worden de nieuw aangeboden broedlocaties niet door de vogels geaccepteerd. Hier is naar de letter van de wet gehandeld, terwijl de Gierzwaluw er feitelijk op achteruit gaat. Dit pleit voor een gericht gemeentelijk beleid om de Leidse populatie Gierzwaluwen te beschermen. Een effectieve aanpak kan zelfs bereikt worden zonder precieze kennis van voorkomen. Overheidswege kan gedacht worden om gierzwaluwvriendelijke voorzieningen in nieuwbouw op structurele wijze in de planfase van projecten op te nemen. Dit zou een fundamentele opbouw betekenen van het aantal potentiële broedlocaties voor de Gierzwaluw in Leiden. Deze ontwikkeling kan op twee vlakken positief uitpakken: 1. Een ecologische winst: van grootschalig nestaanbod zal op termijn de Gierzwaluw weten te profiteren. Gierzwaluwprojecten elders in het land bewijzen dat nieuwbouw met specifieke nestelvoorzieningen winst voor de soort kan betekenen; 2. Een wetgevingmatige winst. De wet verlangt een instandhouding van de populatie Gierzwaluwen in de stad. Het gemeentelijk beleid kan streven naar een structurele opbouw van potentiële 44 bsr-rapport 181 Inventarisatie Gierzwaluw Leiden-Centrum 2011

broedlocaties, en daarmee inherent de instandhouding van de populatie Gierzwaluwen. Dit kan statistisch bijgehouden worden in aantallen beschikbare locaties en de nesten in gebruik. Met dergelijke parate gegevens zal bij een ruimtelijke ingreep een ministeriële toestemming sneller verleend worden. Een dergelijk beleid pakt niet alleen gunstig uit voor de Gierzwaluw, maar ook voor andere karakteristieken stadsvogels als Huismus Passer domesticus en Spreeuw Sturnus vulgaris. Dit zijn beide gebouwbewonende vogels die baat hebben bij het aanbieden van nestgelegenheid. Over praktische zaken omtrent gierzwaluwspecifieke maatregelen is online veel informatie te vinden, onder meer op de website van Gierzwaluwbescherming (www.gierzwaluwbescherming.nl), als ook in het rapport Natuurvoorzieningen aan gebouwen (Koning et al. 1999). Het aanbieden van nestkasten, verkrijgbaar in verschillende typen voor zowel inbouw als aan de buitenzijde van een pand, kan Gierzwaluwen helpen aan nestgelegenheid. Op de volgende pagina is een box opgenomen met aanvullende informatie omtrent voorzieningen voor de Gierzwaluw. Figuur 29. Gevelwerkzaamheden aan de Nieuwe Rijn. De Gierzwaluw is direct geholpen wanneer dergelijk werk uitgesteld wordt tot na het broedseizoen. Gemeentelijk beleid ten behoeve van de Gierzwaluw is dus wenselijk. Daarnaast verdient ieder broedgeval apart bescherming. Broedende Gierzwaluwen gedragen zich onopvallend, waardoor ze extra kwetsbaar zijn voor menselijke activiteiten. Zonder dat men zich ervan bewust is huist een paartje Gierzwaluwen in het pand waar men woont of werkt. Door deze onwetendheid valt een nest eenvoudig te verstoren. Simpele schilderwerkzaamheden aan de gevel kunnen een volledig broedseizoen voor dat ene broedpaar doen mislukken. Kennis van de verspreiding is één van de beginstappen om de Gierzwaluw te beschermen. Derhalve wordt geadviseerd om ook in de buitenwijken de soort te inventariseren. Dit onderzoek heeft aangetoond dat ook relatief nieuwe wijken van waarde kunnen zijn als (zie de omgeving van de Waardgracht). Het Leidse Stadsnatuurmeetnet wijst uit dat de buurten langs de Willem de Zwijgerlaan, Merenwijk, de Kooi en Stevenshof kolonies huisvesten. Met meer kennis over het voorkomen wordt de ecologie van de soort, vooral met betrekking tot vestigingsfactoren, bsr-rapport 181 Inventarisatie Gierzwaluw Leiden-Centrum 2011 45

inzichtelijk gebracht. Tot dusver is onduidelijk hoe het kolonisatieproces van nieuwbouwwijken, in Leiden, maar ook elders in land, verloopt. Het zwaartepunt van de Leidse verspreiding ligt vermoedelijk in het centrum. Meer bekendheid van de belangrijke kolonies is noodzakelijk, ook omdat deze voor aanwas moeten zorgen die essentieel is voor bevolking van nieuwe locaties. Stadsere vogels dan de Gierzwaluw zijn er bijna niet, maar een stad met Gierzwaluwen is allang geen vanzelfsprekend gegeven meer in Nederland. Ontwikkeling kunstmatig nestaanbod De gemeente kan een belangrijke rol spelen bij de bescherming van de Gierzwaluw. Een duurzaam aanbod aan nestgelegenheid in nieuwbouw en bestaande bebouwing is hierin noodzakelijk. Maatregelen zijn te treffen door: - bij bestaande bebouwing nestkasten tegen de gevel te bevestigen. Speciale gierzwaluwdakpannen zijn een optie bij een dak met pannen. Deze hebben een invliegopening naar de ruimte tussen dakpannen en dakbeschot; - bij nieuwbouw gebruik te maken van geïntegreerde neststenen. Deze worden in de gevel gemetseld. Daarnaast kan nestgelegenheid worden aangeboden door loze ruimten zoals gootbetimmeringen toegankelijk te maken als broedholten. Bij het plaatsen van nestvoorzieningen zijn de volgende aspecten van belang: - het nest moet goed bereikbaar zijn, met een eenvoudige aanvliegroute; - de voorziening moet zo hoog mogelijk worden bevestigd aan het pand; - de jonge Gierzwaluwen zijn gevoelig voor oververhitting. De voorzieningen moeten op een koele plek van het gebouw aangeboden worden; - Gierzwaluwen broeden in (losse) kolonies bij elkaar. Het aanbieden van meerdere nestkasten op de locatie (wel met voldoende tussenruimte) vergroot de kans op vestiging; - Voorts in het geval van dak-/ gevelrenovatie: o o Gierzwaluwen zijn zeer plaatstrouw. De verdwenen nestlocatie dient op de vierkante nauwkeurig gecompenseerd te worden om nieuw nestaanbod sneller te doen accepteren; Gierzwaluwdaken worden buiten het seizoen gerenoveerd. Ter compensatie moet reeds het broedseizoen vóór de renovatie nieuw nestaanbod aanwezig zijn. Scan de CR-code hiernaast voor een kort filmpje van Gierzwaluwen aan de Bakkersteeg in Leiden. 46 bsr-rapport 181 Inventarisatie Gierzwaluw Leiden-Centrum 2011

LITERATUUR Chantler, P. 1999. Family Apodidae (Swifts). Pp. 388-457 in del Hoyo, J., A. Elliott en J. Sargatal eds. 1999. Handbook of the Birds of the World. Vol. 5. Barn-owls to Hummingbirds. Lynx Edicions, Barcelona. van Dijk, J. (RED.). 1981. Randstad en Broedvogels. Vogelwerkgroep Avifauna West-Nederland. Tilburg. Koning, E., G. Schuurman, R. Zwartkruis & J. Mak. 1999. Natuurvoorzieningen aan gebouwen. Stichting Bouwresearch en Dubo-Centrum. Rotterdam. Moerland, W., M.A.J. Grutters, G. Bakker & R.W.G. Andeweg. 2010. Analyse Stadsnatuurmeetnet Leiden - ontwikkelingen in 2004, 2006 & 2008. bsr-rapport 133. bureau Stadsnatuur Rotterdam, Rotterdam. Moerland, W. 2011a. Resultaten inventarisaties 2010 Stadsnatuurmeetnet Leiden. bsr-rapport 167. bureau Stadsnatuur Rotterdam, Rotterdam. Moerland, W. 2011b. Natuuronderzoek Aalmarkt Leiden. bsr-notitie 0585. bureau Stadsnatuur Rotterdam, Rotterdam. Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging en Gegevensautoriteit Natuur 2011. Vleermuisprotocol 2011, 30 maart 2011. Vastenhouw, B., K. Mostert en E. Vasbinder. 2008. Gierzwaluwen in de regio Delft. Vastenhouw, B., K. Mostert en E. Vasbinder. 2010. Gierzwaluwen in Delft in 2009. Vastenhouw, B., K. Mostert en E. vasbinder. 2011. Gierzwaluwen in de regio Delft in 2010. Verkade, H. 2005. Gierzwaluwen in Noordwijk-Binnen, een ruimtelijke verkenning. De Strandloper 2: 11-39. Verkade, H. 2009. Gierzwaluwen in Noordwijk-Binnen in 2008. De Strandloper 4: 15-26. van der Weijden, W.J. 1974. Gierzwaluwen van Amsterdam in gevaar, Het Vogeljaar 22-3. Weitnauer E. 1980. Mein Vogel. Basellandschaftlicher Natur- und Vogelschutzverband. bsr-rapport 181 Inventarisatie Gierzwaluw Leiden-Centrum 2011 47

48 bsr-rapport 181 Inventarisatie Gierzwaluw Leiden-Centrum 2011

BIJLAGE 1 WAARNEMINGEN AANVULLENDE INFORMATIE CATEGORIE GEDRAG STADIUM AANTAL NAUWKEURIG- HEID TYPE VERBLIJF LOCATIE WAARNEMER DATUM 8-6-2011 WM Groenesteeg gebouw 3 paar in laag 2 (laag ) incl. verdachte woning 8-6-2011 WM Groenesteeg (#op te zoeken) gebouw 1 paar in aantikkend 3 (aantikkend) 2 exemplaren 1-6-2011 WM Koppenhinksteeg 11 gebouw 1 exemplaren invliegend 4 (nest) 8-6-2011 WM Koppenhinksteeg 11 50 15-6-2011 GB Koppenhinksteeg 11 10 exemplaren laag 2 (laag ) boeiboord gebouw 1 invlieger invliegend 4 (nest) "Hooglandse Kerkgracht 2 (IJdo-pand); invlieger (reeds bekend; meer paren aanwezig)." 15-6-2011 GB Hoogstraat 5 gevellijst gebouw 1 exemplaar invliegend 4 (nest) "Hoogstraat 5; invlieger; spleet in dakbeschot boven kledingzaak ""Six"". Naast de eerste D van de spreuk op de gevel." 20-7-2011 WM Hooigracht 50 4 paar in laag 8-6-2011 WM Middelstegracht gebouw x schijtsporen sporen 1 (sporen) 2 (laag ) 4 exemplaren luid, laag 12-7-2011 WM Middelweg straat 3 paar in laag 2 (laag ) rondjes maken en laag over daken 12-7-2011 GB Nieuwe Rijn 50 6 exemplaren laag 2 (laag ) 8:58 uur; laag boven blok, herhaaldelijk, zitten hier zeker, zie ook onder. >50 vogels hoog boven centrum 3-7-2011 GB Nieuwe Rijn 86 regenpijp gebouw 1 exemplaar invliegend 4 (nest) 21:44 invliegend Nieuwe Rijn 86 linksboven tussen witte gevellijst en regenpijp. 21:45 uitvliegend 12-7-2011 GB Nieuwstraat 25 dakpannen gebouw 3 paar in 12-7-2011 GB/WM Uiterstegracht 102 regenpijp gebouw 1 paar in 12-7-2011 GB/WM Uiterstegracht 104 (zie 102) 12-7-2011 GB/WM Uiterstegracht 104 (zie 102) regenpijp gebouw 1 paar in regenpijp gebouw 1 paar in 12-7-2011 GB/WM Vestestraat 44 dakpannen gebouw 1 paar in laag 1-6-2011 WM Apothekersdijk 27 sierlijst gebouw 4 exemplaren invliegend en roepend vanuit opening 2 (laag ) 9:25 uur; vrijwel zeker dit pand of aangrenzend pand, herhaaldelijk minimaal 6 ex laag eromheen, lastig te overzien maar overtuigend, lange observatie sporen 4 (nest) 9:57 uur; verse poepsporen op straat onder gat regenpijp, huisnummer onzeker roepend 4 (nest) 9:57 uur; roepend jong vanuit gat naast regenpijp, stront op straat, adulten af en toe langs, huisnummer onzeker aantikkend 4 (nest) 11:41 uur; adulten aantikkend gat rechterbovenhoek gevel, derde plek zelfde pand, huisnummer onzeker aantikkend 3 (aantikkend) 10:10 uur; paar laag langs nestopening (reeds gevonden WM), boeiboord op hoek Groenesteeg 4 (nest) invliegend, voorkant in sierlijst, in open kopse eind 7-7-2011 GB/WE Apothekersdijk 27 boeiboord gebouw 1 exemplaar uitvliegend 4 (nest) Apothekersdijk 27, vervallen pand, zitten er zeker meer: NB zijkant van pand, onder boeiboord 11-7-2011 GB Apothekersdijk 6/7 boeiboord gebouw 2 exemplaren roepend 4 (nest) 11:52 uur: luid roepende jongen zijgevels adres 6 en 7, vermoedelijk onder houten boeiboord 20-6-2011 WE Druckerstraat 1a gebouw 1 indiv in aantikkend 3 (aantikkend) 1a, wrsch een vd broedende beesten die we al hadden 20-6-2011 WE Druckerstraat 100 10 paar in laag 2 (laag ) Moeten nog veel onontdekte nesten zijn bsr-rapport 181 Inventarisatie Gierzwaluw Leiden-Centrum 2011 49

AANVULLENDE INFORMATIE CATEGORIE GEDRAG STADIUM AANTAL NAUWKEURIG- HEID TYPE VERBLIJF LOCATIE WAARNEMER DATUM 14-6-2011 WE Druckerstraat 1a dakpannen gebouw 3 paar in invliegend 4 (nest) 29-6-2011 GB/MG Duizenddraadsteeg 3 dakpannen gebouw 3 exemplaren laag 3 (aantikkend) slecht te overzien maar pand vrijwel zeker gebruikt 27-6-2011 WE Grevenstraat 50 1 broedend roepend vanuit een v/d daken 4 (nest) Exacte locatie blijft onduidelijk, geluidswaarneming (vanaf nr 43 kijk richting Haarlemmer! Kapot dak!) 11-7-2011 GB Grevenstraat 1 dakpannen gebouw 1 paar in aantikkend 3 (aantikkend) 11:15 uur; 2 aantikkers oranje dakpannen, hier 8 vogels laag 14-6-2011 WE Grevenstraat 16 dakpannen gebouw 4 indiv in aantikkend 3 (aantikkend) geschikt hofje 27-6-2011 WE Haarlemmerstraat 250 gevellijst gebouw 1 broedend invliegend 4 (nest) 12-7-2011 GB/WM Haarlemmerstraat 174 gevellijst gebouw 1 exemplaar aantikkend 3 (aantikkend) 10:58 uur; driemaal aantikkend gezien dakpannen oostkant pand plus 2 vogels herhaaldelijk laag 29-6-2011 GB/MG Haarlemmerstraat 218 12-7-2011 GB Haarlemmerstraat 218 27-6-2011 WE Haarlemmerstraat 218 t/m 220 27-6-2011 WE Haarlemmerstraat 218 t/m 220 29-6-2011 GB/MG Haarlemmerstraat 241 12-7-2011 GB/WM Haarlemmerstraat 241 12-7-2011 GB/WM Haarlemmerstraat 250 8-7-2011 GB Haarlemmerstraat 268 12-7-2011 GB Haarlemmerstraat 277 12-7-2011 GB Haarlemmerstraat 295 gevellijst gebouw 1 paar in gevellijst gebouw 2 paar in invliegend 4 (nest) Haarlemmerstraat 218 boven Xtstrastar, in spleet gevel, (zie ook WE) invliegend om 21:45 uur en 2 laag langs (herhaaldelijk), tevens invlieger recht ertegenover op 241 (Geddes en Gillmore) invliegend 4 (nest) 11:23 uur; bekend pand, Haarlemmerstraat 218 boven Xtstrastar, nu op 2 plekken in spleet gevel, aantikkend/invliegend, tevens recht ertegenover op 241 (Geddes en Gillmore) gevellijst gebouw 1 broedend roepend vanuit daklijst 4 (nest) 218 t/m 220 gevellijst gebouw 2 indiv in aantikkend 3 (aantikkend) 218 t/m 220; mogelijk ook broedend (dus meer dan 1 paar) gevellijst gebouw 1 paar in gevellijst gebouw 1 paar in invliegend 4 (nest) Haarlemmerstraat 241 boven Geddes en Gillmore, in spleet gevel, invliegend om 21:45 uur en wegkruipend invliegend 4 (nest) 11:23 uur; bekend pand Haarlemmerstraat 241 boven Geddes en Gillmore, in spleet gevel, invliegers/ aantikkers, nu roepend jong uit gat gevellijst gebouw 1 exemplaar invliegend 4 (nest) 11:20 uur; invlieger naast daklijst gevellijst gebouw 1 exemplaar invliegend 4 (nest) 13:37 uur; exacte plek niet vastgesteld, huisnummer is indicatie gevellijst gebouw 1 paar in laag 2 (laag ) 11:26 uur; 2 laag langs gevel (recht t.o. 250, waar een invlieger werd gezien) gevellijst 50 14-6-2011 WE Haarlemmerstraat 78 gebouw 1 broedend invliegend 4 (nest) 21-7-2011 GB Janvossensteeg 100 1 exemplaar roepend 4 (nest) 10:38 uur; roepend jong ergens t.h.v. Haarlemmerstraat 295 6 exemplaren laag 19-7-2011 WM/GB Klooster 2 dakpannen gebouw 2 paar in laag 12-7-2011 GB/WM Koestraat 8 gevellijst gebouw 1 paar in 12-7-2011 GB Oude Rijn 176 50 2 exemplaar laag 14-6-2011 WE Oude Vest 50 29-6-2011 GB/MG Oude Vest 111A (hoek Vollersgracht) 5 paar in uitvliegend 4 (nest) laag gebouw 2 exemplaren laag 2 (laag ) 2 (laag ) 4 exemplaren luid, laag, verblijfplaats vermoedelijk onder zwart pannendak (daar roepend, herhaaldelijk eroverheen/langs, zeer laag) 11:12 uur; 2 uitvliegers, vermoedelijk zijkant gevel 2 (laag ) 10:25 uur; rechterpand met donkere pannen, verdacht vlieggedrag oostelijke zijgevel, vermoedelijk een plek (Haarlemmerstraat grenst aan achterkant blok) 2 (laag ) vrijwel zeker broedgevallen 2 (laag ) mogelijk, maar lang niet zeker een nestplek 50 bsr-rapport 181 Inventarisatie Gierzwaluw Leiden-Centrum 2011

AANVULLENDE INFORMATIE CATEGORIE GEDRAG STADIUM AANTAL NAUWKEURIG- HEID TYPE VERBLIJF LOCATIE WAARNEMER DATUM 11-7-2011 GB Oude Vest 123 dakpannen gebouw 1 paar in aantikkend 3 (aantikkend) 11:23 uur; 2 aantikkers, pand overzijde/ naast Grevenstraat 1, vogels zitten aan zijkant 11-7-2011 GB Stille Rijn 18 gebouw 1 exemplaar aantikkend 3 (aantikkend) 11:40 uur; adres moet nagekeken worden, betreft hoekpand, aantikker boven "Subway", precieze nestplek onduidelijk 11-7-2011 GB Stille Rijn 7-9 100 19-7-2011 WM/GB Vollersgracht 100 6 exemplaren laag 10 paar in laag 2 (laag ) 12:15 uur: laag, hier veel scheve pannen en potenties 2 (laag ) 10-12 luid, laag 14-6-2011 WE Vrouwensteeg 2a gebouw 3 paar in aantikkend 3 (aantikkend) gebouw en directe omgeving zeer geschikt 11-7-2011 GB Aalmarkt 12 dakpannen gebouw 1 exemplaar aantikkend 3 (aantikkend) 11:35 uur; 1 vogel aantikkend oranje dakpannen nok, mogelijk poepsporen onder nok 11-7-2011 GB Aalmarkt 16 dakpannen gebouw 2 exemplaren aantikkend 3 (aantikkend) 11:34 uur; 2 vogels aantikkend oranje dakpannen 11-7-2011 GB Aalmarkt 18 dakpannen gebouw 4 exemplaren aantikkend 3 (aantikkend) 11:34 uur; 2 vogels aantikkend oranje dakpannen, 2 of meer exemplaren aantikkend achter dit adres, vermoedelijk pand met zwarte pannen erachter (slecht te overzien) 3-7-2011 GB Botermarkt 24a gevellijst gebouw 1 exemplaar invliegend 4 (nest) invliegend Botermarkt 24a boven Tuckerbox/Bang&Olufsen; hoekje tussen witte daklijst en baksteen 11-7-2011 GB Breestraat 13 100 15-6-2011 GB Gerecht 8 50 5 exemplaren laag 2 exemplaren laag 11-7-2011 GB Herensteeg 15 boeiboord gebouw 6 paar in 11-7-2011 GB Herensteeg 16 gevellijst gebouw 1 paar in 15-6-2011 GB Herensteeg 20-22 100 12-7-2011 GB Herensteeg 41 gebouw 2 exemplaren laag 2 (laag ) 9:10 uur 2 (laag ) "Gerecht 8; herhaaldelijk laag scherend en (en zeilend met trillende vleugels) om 19:10u, 19:59u opnieuw bezocht en idem; er moet hier iets zitten! (maar niets invliegend); lange pand ernaast (met wit vlakje) met steiger aan voorzijde." roepend 4 (nest) 8:00 uur; pand Sigarenfabriek, roepende jongen onder gevelrand en 12 vogels op die plaats aantikkend, aan overzijde op nr. 16 ook roepende jongen aantikkend 4 (nest) 8:00 uur; roepende jongen in spleet gevel, aantikkende (en kort hangende) adulten 3 exemplaren sporen 1 (sporen) "Achterzijde Herensteeg 20-22; poepsporen onder geschikt dak; 3 vogels laagvliegend (maar niet scherend)." EDIT 11/7: lijkt toch niks te zijn, vogels zitten in Herensteeg zelf 2 (laag ) 8:23 uur en eerder; verdacht gedrag bij pand 11-7-2011 GB Herensteeg 9 gevellijst gebouw 1 uitvlieger uitvliegend 4 (nest) 8:10 uur; vermoedelijk dit huisnummer, exacte uitvliegplek niet vastgesteld 11-7-2011 GB Langebrug regenpijp gebouw 1 invlieger invliegend 4 (nest) 8:33 uur; hoekpand tegenover 8a; roepende jongen naast regenpijp, invlieger en aantikkers; ook jongen overzijde (nummer 8) 11-7-2011 GB Langebrug 20 dakpannen gebouw 5 paar in aantikkend 3 (aantikkend) 8:46 uur; Langebrug 20; groot pand op hoek Langebrug/Pieterskerk-Choorsteeg langdurig laag en enkele dak aantikkend 11-7-2011 GB Langebrug 7 gevellijst gebouw 1 exemplaar aantikkend 3 (aantikkend) 8:30 uur; ook al eerder aantikkend, spleet sierlijst 11-7-2011 GB Langebrug 8 gevellijst gebouw 4 paar in aantikkend 4 (nest) 8:23 uur; Langebrug 8; 4 paren aantikkend op twee plaatsen, op 1 plaats roepende jongen uit spleet 15-6-2011 GB Nieuwsteeg 31 gevellijst gebouw 1 aantikker aantikkend 3 (aantikkend) "Nieuwsteeg 31; 1 aantikker" 12-7-2011 GB Nieuwsteeg 5 gevellijst gebouw 1 exemplaar roepend 4 (nest) 8:17 uur; roepend jong uit gat linkerkant gevellijst bsr-rapport 181 Inventarisatie Gierzwaluw Leiden-Centrum 2011 51

AANVULLENDE INFORMATIE CATEGORIE GEDRAG STADIUM AANTAL NAUWKEURIG- HEID TYPE VERBLIJF LOCATIE WAARNEMER DATUM 7-7-2011 GB/WE Papengracht 12 gevellijst gebouw 1 exemplaar laag 2 (laag ) 22:05 mogelijk aantikkend 7-7-2011 GB/WE Papengracht 14 regenpijp gebouw 1 invlieger invliegend 4 (nest) 22:16 en 22:17 aantikkend, 22:18 invliegend bij regenpijp 11-7-2011 GB Papengracht 7 dakpannen gebouw 1 exemplaar aantikkend 3 (aantikkend) 9:01 uur; op andere hoek pand mogelijk vanuit 2e gat roepend jong hoorbaar (zacht en kort) 15-6-2011 GB Rapenburg 28 dakpannen gebouw 1 exemplaar uitvliegend 3 (aantikkend) "Rapenburg 28; Rijksmuseum van Oudheden; vrijwel zeker uitvliegend maar boom belette zicht; in hoekje dak. " 15-6-2011 GB Rapenburg 38 gebouw 1 exemplaar invliegend 4 (nest) "Rapenburg 38; invlieger (en weer uitvliegend); linksonder dakkapel. Om 20:06u opnieuw paartje aantikkend." 7-7-2011 GB/WE Rapenburg 38 gevellijst gebouw 1 invlieger invliegend 4 (nest) nieuw (tweede) nest in al bekend pand, linkerzijde tussen sierlijsten 15-6-2011 GB Rapenburg 58 50 5 exemplaren laag 2 (laag ) "Rapenburg 58 e.o; laag " 15-6-2011 GB Rapenburg 64 gevellijst gebouw 1 exemplaar invliegend 4 (nest) "Rapenburg 64; invlieger; linksboven voordeur." 21-7-2011 GB Scheepmakerssteeg 50 3 exemplaren laag 2 (laag ) bekende nesten in omringend gebied, maar deze duidend op meer, Scheepmakerssteeg 10 e.o. 9-6-2011 WE/WM Groenesteeg 107 dakpannen gebouw 1 broedend invliegend 4 (nest) dak zijde begraafplaats 21-7-2011 GB Groenesteeg 94 (?) gebouw 1 exemplaar laag 1-6-2011 WE Haven 18 gebouw 2 exemplaren aantikkend 3 (aantikkend) schijtsporen 1-6-2011 WE Haven 50 2 paar in laag 9-6-2011 WE/WM Haven gebouw 1 indiv in aantikkend 3 (aantikkend) 20-6-2011 WM Haven 18 gebouw 1 nestvondst 4 (nest) 19-7-2011 GB/WM Havenkade 5 gebouw 1 exemplaar laag 27-6-2011 WE Kalvermarkt 100 5 paar in laag 27-6-2011 WE Kalvermarkt 100 1-6-2011 WE Kijfgracht 100 1 mogelijk broedend 5 paar in mogelijk invlieger laag 2 (laag ) 10:03 uur; vermoedelijk uitvliegend en vanonder dak, niet goed genoeg gezien, misschien al bekend? 2 (laag ) vrijwel zeker broedgevallen apotheek 2 (laag ) mogelijk uitvlieger van dit adres 2 (laag ) met hoek zuidsingel 2 (laag ) 2 (laag ) vrijwel zeker broedgevallen 27-6-2011 WE Korte Langestraat gebouw 4 paar in laag 2 (laag ) 79 t/m 81 20-6-2011 WE Korte Langestraat 6 gebouw 1 indiv in aantikkend 3 (aantikkend) 6 20-6-2011 WM Korte Langestraat 6 gebouw 1 nestvondst 4 (nest) 27-6-2011 WE Korte Langestraat 6 gebouw 1 broedend invliegend 4 (nest) 6 27-6-2011 WE Korte Langestraat 8 gebouw 2 broedend, twee paar roepend en uitvliegend 4 (nest) 8 27-6-2011 WE Korte langestraat gebouw 1 broedend roepend 4 (nest) uit gebouw of naastgelegen gebouw 19-7-2011 WM Korte Langestraat 105-107 gebouw 1 invlieger invliegend 4 (nest) vermoedelijk ten minste 4 paar in bijbehorend woonblok 19-7-2011 GB/WM Nieuwe Waardstraat 100 2 paar in laag 2 (laag ) 21-7-2011 GB Nieuwe Waardstraat 7 dakpannen gebouw 2 paar in aantikkend 3 (aantikkend) 4 aantikkers (2x2) nok dak aan Korte Langestraatzijde pand 21-7-2011 GB Oosterkerkstraat 15 dakpannen gebouw 2 20-7-2011 WM Oosterkerkstraat 7-9 50 1-6-2011 WE Oosthavenstraat 100 paar in 4 paar in 4 paar in laag laag laag 3 (aantikkend) 10:27 uur; 2 paren herhaaldelijk laag en bijna aantikkend bij 2 daknokken achterzijde huisnummer 15, vrijwel zeker nestplek 2 (laag ) 4 exemplaren luid, laag 2 (laag ) vrijwel zeker broedgevallen 52 bsr-rapport 181 Inventarisatie Gierzwaluw Leiden-Centrum 2011

AANVULLENDE INFORMATIE CATEGORIE GEDRAG STADIUM AANTAL NAUWKEURIG- HEID TYPE VERBLIJF LOCATIE WAARNEMER DATUM 1-6-2011 WE Oranjegracht 50 1-6-2011 WE Oranjegracht 50 27-6-2011 WE Oranjegracht 50 7-7-2011 MG Oranjegracht 50 4 indiv in 1 paar in 3 paar in laag laag laag 6 exemplaren laag 31-5-2011 WM Oude Herengracht gebouw 1 invlieger invliegend 4 (nest) 7-7-2011 MG Waardgracht dakpannen gebouw 1 exemplaar uitvliegend 4 (nest) 1-6-2011 WE Waardgracht 100?? laag 20-6-2011 WM Waardgracht (al bekend) gebouw 1 nestvondst 4 (nest) 2 (laag ) 2 (laag ) 2 (laag ) 2 (laag ) 2 (laag ) gebouwen lijken ongeschikt 27-6-2011 WE Waardgracht 64 dakpannen gebouw 1 indiv in aantikkend 3 (aantikkend) achterkant, zichtbaar vanaf Korte langestr. 27-6-2011 WE Waardgracht 29 gebouw 1 broedend invliegend 4 (nest) te slopen ad hoc pand 27-6-2011 WE Waardgracht 54 10 roepend 4 (nest) uit gebouw of naastgelegen gebouw 27-6-2011 WE Waardgracht 35 dakpannen gebouw 1 indiv in aantikkend 3 (aantikkend) 27-6-2011 WE Waardgracht 22 dakpannen gebouw 2 broedend broedend 4 (nest) 27-6-2011 WE Waardgracht 22 dakpannen gebouw 1 indiv in aantikkend 3 (aantikkend) mogelijk ook broedend (dus 3 paar in totaal) 21-7-2011 GB Waardgracht 20 dakpannen gebouw 1 exemplaar laag 2 (laag ) 10:03 uur; enkele herhaaldelijk laag t.h.v. Waardgracht 20 9-6-2011 WE/WM Waardgracht 22 dakpannen gebouw 1 broedend roepend 4 (nest) relatief jong gebouw 21-7-2011 GB Waardgracht 27 dakpannen gebouw 1 paar in aantikkend 4 (nest) 10:22 uur: 6 aantikkers en roepend jong onder nok (net als bij 29, simultaan roepend). 21-7-2011 GB Waardgracht 29 dakpannen gebouw 1 paar in invliegend 4 (nest) 9:56 uur; invlieger, hiervoor al 3x achter elkaar aantikkend; roepende jongen om 10:22 uur (en bij de buren op 27); ca. 15 vogels laag 21-7-2011 GB Waardgracht 33 dakpannen gebouw 1 paar in aantikkend 3 (aantikkend) 9:27 uur; 3x langs nok dak, bij 27 en 29 zelfde gedrag en daar nest; daarom als nestplek genoteerd 7-7-2011 MG Waardgracht 37 dakpannen gebouw 1 exemplaar invliegend 4 (nest) 27-6-2011 WE Wevershof 50 4 paar in laag 2 (laag ) 1 t/m 36 met hoek zuidsingel 20-7-2011 WM Zijlstraat 1 gebouw 1 jongen roep 4 (nest) voorts ten minste 10 exemplaren laag 14-6-2011 WM 1e regenpijp gebouw 2 exemplaren aantikkend 3 (aantikkend) Volkenkundemuseum Binnenvestgracht 21-6-2011 WM 1e regenpijp gebouw 1 nestvondst 4 (nest) Volkenkundemuseum Binnenvestgracht 19-7-2011 GB/WM 1e Binnenvestgracht regenpijp gebouw 1 paar in nestvondst 4 (nest) 21:49 uur; Volkenkundemuseum, 2 in-/ uitvliegers bij regenpijp hoek pand 11-7-2011 GB Beestenmarkt 39-41 gevellijst gebouw 2 exemplaren aantikkend 3 (aantikkend) 9:58 uur; "Studio Theater Lido"; aantikkers bij 2 nestplekken op hoeken pand (het hoge en het lage deel) 11-7-2011 GB Beestenmarkt 51 gevellijst gebouw 2 exemplaren aantikkend 3 (aantikkend) 9:59 uur; paar aantikkend boven "Oudt Leyden" 20-7-2011 WM Kruisstraat 10-58 gebouw 4 paar in 11-7-2011 GB Kruisstraat 12 50 1 paar in laag laag 2 (laag ) 4 exemplaren luid, laag 2 (laag ) 9:33 uur; paar laag t.h.v. Kruisstraat 12 en 3, mogelijk roepend jong maar teveel omgevingslawaai 7-7-2011 GB/WE Morsstraat 26 dakpannen gebouw 1 exemplaar invliegend 4 (nest) 21:37 uur; hoekpand Morsstraat/Smidssteeg, boven Chinees, rechts van dakkapel 11-7-2011 GB Oostdwarsgracht 1 gevellijst gebouw 1 invlieger invliegend 4 (nest) 10:35 uur; invliegend en uitvliegend ex, tevens 12 exemplaren paarsgewijs aantikkend en laag, zelfde pand als Oude Singel 206 (met nest om de hoek) 11-7-2011 GB Oostdwarsgracht 13 boeiboord gebouw 1 paar in aantikkend 4 (nest) 10:35 uur; vele (>10) aantikkers, roepende jongen aan zijkant gevel bsr-rapport 181 Inventarisatie Gierzwaluw Leiden-Centrum 2011 53

AANVULLENDE INFORMATIE CATEGORIE GEDRAG STADIUM AANTAL NAUWKEURIG- HEID TYPE VERBLIJF LOCATIE WAARNEMER DATUM 31-5-2011 WM Oostdwarsgracht 13 dakpannen gebouw 2 exemplaren aantikkend 3 (aantikkend) 11-7-2011 GB Oude Singel 106 gevellijst gebouw 4 exemplaren laag 2 (laag ) 10:18 uur; waarschijnlijk een nestplek, maar graag bevestiging 12-7-2011 GB/WM Oude Singel 106 gevellijst gebouw 1 exemplaar uitvliegend 4 (nest) 14:40 uur; uitvlieger, vrijwel zeker dit adres, is bevestiging waarnemingen 11/7 11-7-2011 GB Oude Singel 206 gevellijst gebouw 1 exemplaar invliegend 4 (nest) 10:31 uur; invliegend gleuf sierlijst, vele aantikkers 11-7-2011 GB Oude Singel 220 dakpannen gebouw 1 exemplaar aantikkend 3 (aantikkend) 10:31 uur; aantikkend dakpan 11-7-2011 GB/WM Oude Singel 86 gevellijst gebouw 1 exemplaar roepend 4 (nest) 11:54 uur; nest, eerder door WM een roepend jong gehoord, poepsporen gezien 11-7-2011 GB Oude Singel 96 muur gebouw 1 paar in aantikkend 3 (aantikkend) 10:17 uur; paar aantikkend, mooi oud trapgeveltje, zitten vermoedelijk in muur 7-7-2011 GB/WE Smidssteeg 60 muur gebouw 1 exemplaar invliegend 4 (nest) 21:37 uur; nest in klein gat zijkant muur groot pand, naast buisje, ook weer uitvliegend 11-7-2011 GB Zandstraat 100 1 paar in laag 2 (laag ) 11:06 uur; hier moet nog wel een nest in de buurt zijn 15-6-2011 GB Bakkersteeg 50 2 paar in 11-7-2011 GB Bakkersteeg 21 regenpijp gebouw 4 paar in laag 2 (laag ) "Bakkersteeg; laag paar" aantikkend 3 (aantikkend) 7:30 uur; achterzijde grote pand t.o. Van der Klauw lab, 8 vogels paarsgewijs aantikkend en landend op muur bij gaten 3 regenpijpen, zeker nestlocaties, op film vastgelegd lijkt invlieger te zijn 15-6-2011 WE Galgenwater 13 gebouw 1 indiv in aantikkend 3 (aantikkend) 7-7-2011 GB/WE Garenmarkt 9 dakpannen gebouw 1 exemplaar aantikkend 3 (aantikkend) Garenmarkt 9, aantikkend loodslab dakrand 11-7-2011 GB Garenmarkt 9 dakpannen gebouw 1 exemplaar aantikkend 3 (aantikkend) 7:55 uur; bevestiging vondst 7 juli, opnieuw aantikkend omgeving dakraam 7-7-2011 GB/WE Hoefstraat 31 dakpannen gebouw 1 exemplaar uitvliegend 4 (nest) Hoefstraat 31 is achterzijde Jan van Houtkade en zijkant Sint-Jacobsgracht, nestplek hoekpand zit naast dakkappel, tevens 2 vogels schreeuwend bij gat om 20:37 (en 5 totaal rondvliegend) 11-7-2011 GB Hoefstraat 31 dakpannen gebouw 8 exemplaren aantikkend 4 (nest) 7:20 uur; reeds bekende plek rechts van dakkapel, nu roep vanuit gat en 8 vogels paarsgewijs aantikkend 11-7-2011 GB Hoefstraat 69 dakpannen gebouw 6 exemplaren laag 2 (laag ) 7:46 uur 12-7-2011 GB Hoefstraat 69 regenpijp gebouw 1 exemplaar invliegend 4 (nest) 8:09 uur, invliegend links bij regenpijp 15-6-2011 GB Jan van Houtkade 14 50 15-6-2011 GB Jan van Houtkade 28 100 15-6-2011 GB Jan van Houtkade 37 50 31-5-2011 WE Kaiserstraat 50 5 laag 2 exemplaren laag 2 laag 6 indiv in 31-5-2011 WE Bakkersteeg 21 gebouw 2 indiv in 20-7-2011 WM Kort Rapenburg 50 4 paar in laag 2 (laag ) "Jan van Houtkade 14; hoek Sint-Jacobsgracht; 5 vogels laag, veel mogelijkheden. " 2 (laag ) "Jan van Houtkade 28 (pijl niet exact); laagvliegend paar; poepsporen." 2 (laag ) "Jan van Houtkade 37; 2 laag duikvlucht langs gevel (niet ). Pijl niet helemaal exact." 2 (laag ) aantikkend 3 (aantikkend) laag 11-7-2011 GB Kort Rapenburg 13 gebouw 1 exemplaar laag 27-6-2011 WE Neeltje van Zuytbrouckhof 50 3 paar in laag 2 (laag ) zeker broedend ergens in panden aan Kort Rapenburg 2 (laag ) 12:29 uur; mogelijk aantikker, pand (en hele rijtje) mag nog wel eens beter worden bekeken! 2 (laag ) 11-7-2011 GB Raamsteeg 25a gebouw 1 exemplaar aantikkend 3 (aantikkend) 7:24 uur; tweemaal zeer laag en dicht langs gevel, als aantikkend geclassificeerd 31-5-2011 WE Rapenburg 23 gebouw 2 paar in aantikkend 3 (aantikkend) naast Sieboldshuis: ID-college 15-6-2011 GB Rapenburg 27 dakpannen gebouw 1 laag 3 (aantikkend) "Rapenburg 27, achterzijde; zeker 5 laagvliegers ; vermoedelijk 1 invliegend achterzijde maar 54 bsr-rapport 181 Inventarisatie Gierzwaluw Leiden-Centrum 2011

AANVULLENDE INFORMATIE CATEGORIE GEDRAG STADIUM AANTAL NAUWKEURIG- HEID TYPE VERBLIJF LOCATIE WAARNEMER DATUM uit zicht. " 31-5-2011 WE Rapenburg 91 gebouw broedend invliegend 4 (nest) nu verse poepsporen 20-7-2011 WM/WE Raamsteeg 1? 50 31-5-2011 MG 4e Binnenvestgracht 10 3-7-2011 GB 4e dakpannen gebouw 2 Binnenvestgracht 31-5-2011 MG 4e Binnenvestgracht/Plantsoen 10 31-5-2011 MG Gortestraat/Kraaierstraat 10 1 exemplaar mogelijk invlieger 5 exemplaren laag paar in laag 10 exemplaren laag 2 exemplaren laag 2 (laag ) stil dier, laag duikend en in opwaarts beweging ergens verdwijnend in of tussen gebouw(en) 2 (laag ) vogels laag rond gebouwen tussen 4 e Binnenvestgracht en Plantsoen 2 (laag ) 4 vogels laag langs daken (achterzijde Plantsoen), vrijwel zeker nesten in dit rijtje onder zwarte pannen 2 (laag ) 2 (laag ) 12-7-2011 WM Hoge Woerd straat 8 paar in laag 2 (laag ) hard door de straat, ook rondjes om huizenblok makend 12-7-2011 GB/WM Hoge Woerd 128 gevellijst gebouw 2 paar in roepend 4 (nest) 12:05 uur; roepende jongen en veel poepsporen (breed) onder boeiboord/rand zijgevel, zeker 2, mogelijk 4 nesten 31-5-2011 MG Hogewoerd 10 5 exemplaren laag 2 (laag ) laag rondvliegend rond gebouwen tussen Hoegewoerd en Utrechtse Veer 3-7-2011 GB Hogewoerd 189a gevellijst gebouw 1 exemplaar invliegend 4 (nest) invliegend Hogewoerd 189a 'Cameloet'; onder witte gevellijst; uitvliegend 21:39 12-7-2011 GB/WM Kraaierstraat 29 boeiboord gebouw 2 paar in 15-6-2011 GB Kraaierstraat 33 boeiboord 50 3 laag invliegend 4 (nest) 12:27 uur; poepsporen onder zijkant gevel (kant Gortersteeg), eerder invliegers gezien door WM, zie ook indicaties GB op 15/6 2 (laag ) "Kraaierstraat 33 e.o; Laag rondvliegend." 11-7-2011 GB Plantsoen 103 dakpannen gebouw 1 sporen 1 (sporen) poepsporen dakpannen Plansoen 103, elders in blok diverse invliegers dus dit zal er ook wel een zijn 3-7-2011 GB Plantsoen 39 dakpannen gebouw 1 exemplaar invliegend 4 (nest) invliegend Plantsoen 39 zijkant (Rijnstraat); zwarte dakpannen; hier tevens >6 laag (20 hoog); kopse eind ertegenover poepsporen en 4 laag, vrijwel zeker ook nest 29-6-2011 GB/MG Plantsoen 77 dakpannen gebouw 1 paar in uitvliegend 4 (nest) uitvlieger om 22:31 uur 3-7-2011 GB Plantsoen 77 dakpannen gebouw 1 exemplaar invliegend 4 (nest) invliegend 4e Binnenvestgracht; achterzijde Plantsoen 77 (voorzijde; ook nesten) 15-6-2011 GB Plantsoen 77-81 dakpannen gebouw 3 exemplaren invliegend 4 (nest) "Plantsoen 77-81; 3 invliegers; vermoedelijk ten minste 6 nesten op basis poepsporen. Hele blok interessant." 29-6-2011 GB/MG Plantsoen 81 dakpannen gebouw 1 paar in invliegend 4 (nest) invlieger om 22:35 uur, links van 4e dakkappel geteld vanaf hoek pand 12-7-2011 GB/WM Plantsoen t.h.v. 4e Binnenvestgracht 33 21-7-2011 WM Sint-Jorissteeg 1? 10 dakpannen gebouw 1 exemplaar uitvliegend 4 (nest) 12:18 uur; uitvlieger achterzijde pand plantsoen ongeveer t.h.v. 4e Binnenvestgracht 33 (waarneming van grote afstand) 3 exemplaren laag 4 (nest) mogelijk uitvliegend, zeer waarschijnlijk in lange pand een nestlocatie n.a.v. eigen interpretatie gedrag (laag steeds bij hetzelfde pand) 20-7-2011 WvE 4e binnenvestgracht gebouw jongen roepend 4 (nest) huisnummer voorkant pand: plantsoen 55, maar alleen te bereiken via 4e binnenvestgracht 20-7-2011 WvE 4e binnenvestgracht 61 gebouw jongen roepend 4 (nest) 20-7-2011 WvE Hogewoerd 106 gebouw jongen roepend 4 (nest) 20-7-2011 WvE Snookerplein 33 gebouw jongen roepend 4 (nest) 20-7-2011 WvE Hogewoerd 35 gebouw paar in roepend 2 (laag ) 20-7-2011 WvE Hogewoerd 118 gebouw jongen roepend 4 (nest) BEWONER Bakkersteeg 9 nestkast gebouw 4 (nest) mail WM 29-6-2011 GB/MG Rijnsburgersingel 88-91 gebouw 3 paar in aantikkend 3 (aantikkend) buiten singels, tenminste 6 vogels (dus 3 paren) rond pand vliegend, laag en voor gevel bsr-rapport 181 Inventarisatie Gierzwaluw Leiden-Centrum 2011 55

BIJLAGE 2 WEERGEGEVENS In onderstaande grafieken zijn de weergegevens samengevat voor het broedseizoen van de Gierzwaluw in Leiden in 2011 (dag 1:16 april t/m dag 106: 31 juli). De x-as representeert het dagnummer. Een rode pijl indiceert een datum waarop inventarisatiewerk is uitgevoerd. Temperatuur 350 300 maximumtemperatuur x 0,1 graden Celsius 250 200 150 100 50 0 1 8 15 22 29 36 43 50 57 64 71 78 85 92 99 106 Figuur 30. Maximumtemperatuur per dag op weerstation Valkenburg van 16 april t/m 31 juli 2011 (bron: www.knmi.nl) Zonneschijn 160 150 140 130 120 110 100 90 80 70 60 50 40 30 20 10 0 zonneschijnduur x0,1 uur 1 8 15 22 29 36 43 50 57 64 71 78 85 92 99 106 Figuur 31. Zonneschijnduur per dag op weerstation Valkenburg van 16 april t/m 31 juli 2011 (bron: www.knmi.nl) 56 bsr-rapport 181 Inventarisatie Gierzwaluw Leiden-Centrum 2011

Luchtdruk 10400 etmaalgemiddelde luchtdruk x 0,1 hpa 10300 10200 10100 10000 9900 1 8 15 22 29 36 43 50 57 64 71 78 85 92 99 106 Figuur 32. Gemiddelde luchtdruk per dag op weerstation Valkenburg van 16 april t/m 31 juli 2011 (bron: www.knmi.nl) Windrichting 360 windrichting (graden) 270 180 90 0 1 8 15 22 29 36 43 50 57 64 71 78 85 92 99 106 Figuur 33. Windrichting per dag op weerstation Valkenburg van 16 april t/m 31 juli 2011. Verklaring windrichting y-as: 0/360º=Noord; 270º=West; 180º=Zuid; 90º=Oost (bron: www.knmi.nl). Windsnelheid 130 120 gemiddelde windsnelheid per etmaal (m/s) 110 100 90 80 70 60 50 40 30 20 10 0 1 8 15 22 29 36 43 50 57 64 71 78 85 92 99 106 Figuur 34. Gemiddelde windsnelheid per dag op weerstation Valkenburg van 16 april t/m 31 juli 2011 (bron: www.knmi.nl) bsr-rapport 181 Inventarisatie Gierzwaluw Leiden-Centrum 2011 57

Neerslag 220 210 200 190 180 170 160 150 140 130 120 110 100 90 80 70 60 50 40 30 20 10 0 Neerslagduur x0,1 uur 1 8 15 22 29 36 43 50 57 64 71 78 85 92 99 106 Figuur 35. Neerslagduur per dag op weerstation Valkenburg van 16 april t/m 31 juli 2011 (bron: www.knmi.nl) 58 bsr-rapport 181 Inventarisatie Gierzwaluw Leiden-Centrum 2011

BIJLAGE 3 OUDERDOM PANDEN CENTRUM 1600 1400 1200 1000 800 600 400 200 0 1625 1659 1670 1723 1760 1800 1860 1878 1890 1907 1910 1920 1929 1937 1980 1984 1987 1990 1999 Figuur 36. Bouwjaar van alle panden in de Leidse binnenstad (N=6674, excl. 2012). 40 35 30 25 20 15 10 5 nesten 0 1200-1700 1701-1800 1801-1900 1901-1950 1951-heden Figuur 37. Percentuele verdeling van panden in de binnenstad verdeeld naar vijf categorieën in bouwjaar. Oranje geeft alleen de panden met gierzwaluwnesten weer, bruin alle panden. panden bsr-rapport 181 Inventarisatie Gierzwaluw Leiden-Centrum 2011 59