Rijgeschiktheid TOA 2007

Vergelijkbare documenten
MINIMUMNORMEN EN ATTESTEN INZAKE DE LICHAMELIJKE EN GEESTELIJKE GESCHIKTHEID VOOR HET BESTUREN VAN EEN MOTORVOERTUIG

Voorstel voor een richtlijn (COM(2003)0621 C5-0610/ /0252(COD)) Amendement 87 Artikel 4, lid 1, categorie B. Motivering

PUBLIC RAAD VA DE EUROPESE U IE. Brussel, 7 april 2009 (OR. en) 8558/09 LIMITE TRA S 145

HARTEBLAD. Driemaandelijks Tijdschrift <<< SPECIALE UITGAVE >>>

HARTEBLAD. Driemaandelijks Tijdschrift <<< SPECIALE UITGAVE >>>

HOOFDSTUK 07 MEDISCH ONDERZOEK

Ervaring vanuit arbeidsgeneeskunde:

HOOFDSTUK 07 MEDISCH ONDERZOEK

Experimentele analyse van de impact van beperkte gezichtsscherpte op het rijgedrag via een rijsimulatorexperiment R NL

BIJLAGE 6 BIJ HET KONINKLIJK BESLUIT VAN 23 MAART 1998 BETREFFENDE HET RIJBEWIJS

Bijlage 6 van het KB van betreffende het rijbewijs.

HOOFDSTUK 07 MEDISCH ONDERZOEK

Medische Rijgeschiktheid: de rol van de arts en van het CARA

HOOFDSTUK 18 WIE KAN EEN BELGISCH RIJBEWIJS KRIJGEN

Medische Rijgeschiktheid bij Dementie. de rol van de arts de rol van het CARA

HOOFDSTUK 18 WIE KAN EEN BELGISCH RIJBEWIJS KRIJGEN

NIETIGHEID TERUGGAVE DUPLICAAT OMWISSELING VAN EEN OUD

HOOFDSTUK 21 AANMAAK VAN EEN RIJBEWIJS (VOOR DE AANMAAK VAN EEN INTERNATIONAAL RIJBEWIJS, ZIE HOOFDSTUK 23)

Workshop Zien met één oog WELKOM. Thérèse Beemsterboer, orthoptist, Koninklijke Visio, Nederland

Vergoedingen uit de verplichte ziekenkas

Minimumeisen ten aanzien van de lichamelijke geschiktheid van gegadigden voor het Rijnpatent

HOOFDSTUK 21 AANMAAK VAN EEN RIJBEWIJS

HOOFDSTUK 20 AANVRAAG OM EEN RIJBEWIJS

Weer kunnen zien zonder een bril of contactlenzen is een droom van vele mensen.

Gezichtsscherpte en nieuwe eisen voor het rijbewijs

HOOFDSTUK 21 AANMAAK VAN EEN RIJBEWIJS (VOOR DE AANMAAK VAN EEN INTERNATIONAAL RIJBEWIJS, ZIE HOOFDSTUK 23)

Bijlage behorende bij de Regeling coderingen beperkingen rijbevoegdheid

HOOFDSTUK 22 HERNIEUWING, NIETIGHEID-TERUGGAVE

Het CARA zal nagaan of u, en dit eventueel afhankelijk van het gebruik van aanpassingen, voorwaarden of beperkingen, rijgeschikt bent.

HOOFDSTUK 22 HERNIEUWING, NIETIGHEID-TERUGGAVE

UGP-folder. Rijgeschikt: u ook?

Orthoptie. Stéphanie Oostrom, orthoptist

KONINKRIJK BELGIE RIJBEWIJS

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 02 DE VERSCHILLENDE BELGISCHE RIJBEWIJZEN OMZENDBRIEF AAN DE GEMEENTEBESTUREN

RIJBEWIJS VOOR LANDBOUWVOERTUIGEN

MEDISCHE MINIMUMNORMEN EN UITSLUITINGSCRITERIA VOOR DE UNIFORMFUNCTIES

01 01 Correctie en/of bescherming van het gezichtsvermogen Gehoorprothese/hulp communicatie Prothese/orthese van de ledematen

Verwijzing naar de orthoptist

Circulaire RIJGESCHIKTHEIDSATTEST

MAATREGELEN VOOR ALLE VOORLOPIGE RIJBEWIJZEN M36, M18, M12 EN M3

GELEN VOOR ALLE VOORLOPIGE RIJBEWIJZEN M36, M18 EN M3

REGELEN VOOR ALLE VOORLOPIGE RIJBE- WIJZEN M36, M18 EN M3

VERAF TUSSENAFSTAND DICHTBIJ. De Crystalens Accommoderende lens. Scherp zien van dichtbij tot veraf zonder bril.

Omzendbriel BZ2O14l1. 1. Doel. 2. Toepassingsqebied. 3. Wetteliike verplichtinqen in verband met qezondheidstoezicht.

Koninklijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B Rijbewijs B

Keuze implantlens. Bij een staaroperatie. Naar het ziekenhuis? Lees eerst de informatie op

Scheelzien, een lui oog en sterkteafwijkingen

Nadelen multifocale kunstlens 8 Voordelen van een multifocale kunstlens 9 Verzekering, eigen bijdrage 9

1 Inleiding Wat is cataract? Ouderdomsstaar Wanneer behandelen Behandeling Voor de operatie...

Verlamming van de vierde hersenzenuw

Oogheelkunde. Orthoptie

CONTACTLENZEN. 1 Doel van deze tekst. 2 Indicaties van contactlenzen. 3 Soorten contactlenzen

B439 april Wat is cataract?

Bevraging brilbezit en brilgebruik in de wagen bij een representatieve Belgische steekproef R NL

HOOFDSTUK 09 CATEGORIE G: TREKKERS

Verlamming van de derde hersenzenuw

K.B In werking B.S

Heeft u astigmatisme? U ontdekt het met deze test!

CATEGORIE G: TREKKERS

Plaatje van de oogspieren in de oogkas

CATARACTCHIRURGIE PHACOEMULSIFICATIE EN IOL IMPLANTATIE. - Patiëntinformatie -

Toetsingsformulier Bijzondere Gezichtshulpmiddelen

Verlamming van de vierde hersenzenuw. Nervus IV parese

De werking van het oog

Oogheelkunde. Refractiechirurgie. Het Antonius Ziekenhuis vormt samen met Thuiszorg Zuidwest Friesland de Antonius Zorggroep

Informatiefolder staar (cataract)

A. Unifocale minerale brilglazen met brekingsindex 1,7, getal van Abbe 35 en ontspiegeld

HOOFDSTUK 14 HET VOORLOPIG RIJBEWIJS MODEL 3

Scheelzien, luie ogen en brillen bij kinderen

Glaucoom: geen schade enige schade ernstige schade

01.07 Specifiek gezichtshulpmiddel

Algemeen. Rijbewijs. De verschillende Rijbewijzen

Vitrectomie bij Maculagat gecombineerd met cataractextractie

Vitrectomie bij Macula Pucker (Littekenweefsel centraal op het netvlies)

HOOFDSTUK 24 BELGISCH MILITAIR RIJBEWIJS EN SHAPE-RIJBEWIJS

HOOFDSTUK 13 VOORLOPIGE RIJBEWIJZEN M36, M18 EN M12

Hierbij gaat voor de delegaties document D036128/02 ANNEX.

VOERTUIGEN GROEP 1 = CATEGORIEËN AM, A2, A1, A, B EN BE

PATINFO_Oogkliniek_multifocale implantlenzen pdf. patiëntenwijzer. Oogkliniek Aarschot. Phake lensimplanten

OMZENDBRIEF AAN DE GEMEENTEBESTUREN

Het OMC licht u graag uitgebreid voor over: Orthoptie

Rijbewijs (categorieën) en rijgeschiktheid

Aanvullende oogonderzoeken

Refractie-afwijking. Deze folder biedt in informatie over niet-scherp zien ten gevolge van een refractie-afwijking en de mogelijke correctiemiddelen.

Vitrectomie bij Maculagat

Oog voor het oog. Focus op oogheelkundige implantaten

HOOFDSTUK 10 SCHOLING EN EXAMENS

LENSVERVANGING INFORMATIEBROCHURE REFRACTIEVE LENSVERVANGING

HOOFDSTUK 16 PRAKTISCH EXAMEN

MULTIFOCALE IMPLANTLENZEN

Niet scherp zien door een refractieafwijking.

HOOFDSTUK 05 VRACHTWAGENS, AUTOBUSSEN, AUTOCARS GROEP 2 = CATEGORIEËN C1, C, C1E, CE, D1, D, D1E EN DE

Transcriptie:

Rijgeschiktheid TOA 2007

1. Algemene bepalingen 1.1. De kandidaat van groep 1 zowel als de kandidaat van de groep 2, behalve als de in artikel 44, 4, bepaalde geneesheer voor deze laatste de vereiste onderzoeken kan uitvoeren, wenden zich tot een oogarts van hun keuze die, op het gezichtsvlak, de rijgeschiktheid en de geldigheidsduur ervan moet bepalen. 1.2. De kandidaat die een acute of een chronisch evolutieve aandoening van de ogen of van de adnexa vertoont die de werking ervan zodanig stoort dat de verkeersveiligheid in het gedrang komt is niet rijgeschikt. 1.3. Na het plotseling geheel of gedeeltelijk verlies van het gebruik van een oog, na een ingreep die een invloed kan hebben op het zicht, na een oogverlamming dieaanleiding geeft tot diplopie in de primaire stand van de blik is de kandidaat niet rijgeschikt. Een oogarts bepaalt wanneer de kandidaat opnieuw rijgeschikt is en de geldigheidsduur. 1.4. Om aan de minimumnormen te voldoen mag de kandidaat met een pseudofakie een bijkomende optische correctie (bril of contactlenzen) dragen. Intraoculaire lenzen worden niet als corrigerende lenzen beschouwd en impliceren geen rijongeschiktheid, tenzij zich problemen, zoals dubbelbeelden, voordoen. 2. Centrale gezichtsscherpte van ver 2.1. Indien de kandidaat verplicht is een optische correctie te dragen om de vereiste gezichtsscherpte te bereiken, moet deze correctie goed verdragen worden. De correctie door brilleglazen mag het gezichtsveld in de horizontale aslijn in geen geval op een significante wijze beperken. 2.2. Indien de oogarts het dragen van een optische correctie (een bril of contactlenzen) nodig acht voor het veilig besturen van een motorvoertuig, vermeldt hij dit op het door hem afgeleverd attest. 2.3. Het dragen van een optische correctie is verplicht wanneer de kandidaat, zonder deze correctie, niet de vereiste minimum gezichtsscherpte vertoont ofwel omdat de oogarts oordeelt dat een optische correctie noodzakelijk is om de gezichtsscherpte te verbeteren of om te vermijden dat de oogspieren vermoeid zouden geraken hetgeen de visuele functie van de kandidaat op belangrijke wijze zou verstoren. 2. Normen voor de kandidaten van groep 1 2.4.1. De kandidaat moet, zo nodig met een optische correctie, een binoculaire gezichtsscherpte van ten minste 5/10 hebben. 2.4.2. De kandidaat die het gezichtsvermogen van een oog volledig verloren heeft of die slechts een oog gebruikt, moet, zo nodig met een optische correctie, een gezichtsscherpte van ten minste 6/10 hebben. 2. Normen voor de kandidaten van groep 2 De kandidaat dient, zo nodig met een optische correctie, te beschikken over een gezichtsscherpte van ten minste 8/10 voor het beste oog en 5/10 voor het minder goede oog. Indien de waarden 8/10 en 5/10 worden bereikt met een optische correctie dient de ongecorrigeerde gezichtsscherpte voor elk van beide ogen niet minder dan 1/20 te bedragen of dient de correctie van de minimale gezichtsscherpte (8/10 en 5/10) te zijn verkregen door brillenglazen die niet sterker mogen zijn dan plus of min 8 dioptrieën. Contactlenzen zijn tot elke sterkte toegestaan, mits zij goed worden verdragen. In afwijking op het bepaalde in de bijlage 6,III,2.5, dienen de houders van een rijbewijs, dat werd afgegeven voor 1 oktober 1998 en dat geldig is gemaakt voor de categorieën van groep2, bepaald in bijlage 6,I,1.3 een gezichtscherpte hebben van minstens 8/10, met beide ogen open, eventueel met de optische correctie die de houder moet dragen; de gezichtscherpte gemeten met elk oog afzonderlijk en zonder optische correctie moet minstens 1/20 bedragen.

3. Het gezichtsveld 3.1. Het gezichtsveld mag geen defect of vernauwing vertonen. 3.2. Het meten van het gezichtsveld gebeurt door middel van een intens object (object V/4 van de perimeter van Goldmann of van een gelijkwaardig object) en wel voor elk oog afzonderlijk. Voor de kandidaat met een strabismus gebeurt het meten van beide ogen samen. Indien de kandidaat verplicht is een optische korrektie te dragen om de vereiste gezichtsscherpte te bekomen, gebeurt het meten van het gezichtsveld met deze optische correctie. 3.3. Normen voor de kandidaten van groep 1 3.3.1. In de horizontale aslijn dient het binoculaire gezichtsveld een amplitudo van ten minste 120 te hebben. 3.3.2. De kandidaat die het gezichtsvermogen van een oog verloren heeft of die slechts een oog gebruikt, moet in de horizontale aslijn een gezichtsveld met een amplitude van ten minste 120 hebben. 3.3.3.1. Uitzonderlijk kan, op grond van een gunstig advies van de oogarts, de kandidaat met een horizontaal gezichtsveld kleiner dan 120 of met belangrijke afwijkingen in de andere aslijnen, overeenkomstig de bepalingen van punt II.5.2.2. na een onderzoek rijgeschikt verklaard worden door de geneesheer van het centrum, bedoeld in artikel 45 van het Koninklijk Besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs. 3.4. Normen voor de kandidaten van groep 2 3.4.1. In de horizontale as (0-180 ) dient het bin oculaire gezichtsveld een amplitude te hebben van ten minste 140, in de vertikale as (90-270 ) van ten minste 60 en in de twee intermediaire assen (45-225 en 135-315 ) van ten minste 100. 3.4.2. Heeft het minder goede oog een gecorrigeerde gezichtsscherpte van minder dan 8/10 dan dient dit oog een gezichtsveld te hebben van ten minste 80 temporaal en 60 nasaal in de horizontale aslijn. 4. Kleurzin Voor alle categorieën en subcategorieën: geen eisen 5. Zicht bij schemerlicht Om rijgeschikt te zijn moet de kandidaat na vijf minuten aanpassing aan de duisternis een gezichtsscherpte vertonen van 2/10, eventueel met een optische correctie. De gezichtsscherpte wordt gemeten voor beide ogen samen aan de hand van een schaal van optotypen, zwarte letters op witte grond, belicht met een Lux, geplaatst op een afstand van vijf meter van de kandidaat. Bij twijfel zal nader onderzoek met een adaptometer plaatsvinden. De maximaal toegestane afwijking bedraagt eenn logeenheid. Codes: nadere verklaring In België werd gekozen voor het gebruik van de subcodes, de hoofdcodes worden niet gebruikt. Alle verduidelijkingen betreffende de codes over de aanpassingen zie www.quavadis.org De inhoud betreffende de codes 01 tot 05 en de nationale codes vindt U hierna vermeld. BESTUURDER (medische redenen) VOORWAARDEN 01. Correctie en/of bescherming van het gezichtsvermogen Wanneer deze hoofdcode gebruikt wordt, omvat deze al de hulpmiddelen die aangewend kunnen worden om de visuele functies van de kandidaat in overeenstemming te brengen met de medische minimum normen zoals beschreven in de EU-richtlijn 91/439 en zijn wijzigingen.

In België werd gekozen voor het systeem van de subcodes zodat voor het bepalen van de visuele rijgeschiktheidsvoorwaarden enkel de subcodes gebruikt worden. 01.01 Bril Indien de oogarts het dragen van een optische correctie (een bril) nodig acht voor het veilig besturen van een motorvoertuig, vermeldt hij dit op het door hem afgeleverd attest. Het dragen van een optische correctie is verplicht wanneer de kandidaat, zonder deze correctie, niet de vereiste minimum gezichtsscherpte vertoont ofwel omdat de oogarts oordeelt dat een optische correctie noodzakelijk is om de gezichtsscherpte te verbeteren of om te vermijden dat de oogspieren vermoeid zouden geraken hetgeen de visuele functie van de kandidaat op belangrijke wijze zou verstoren. Indien de kandidaat zowel een bril als wegneembare lenzen mag dragen, gebruikt men code 01.06. Ingeplante lenzen hebben geen codenummer. De oogarts licht zijn patiënt in van het verblindingsrisico en de preventieve maatregelen hiervoor. Normen: zie medische criteria betreffende het rijbewijs Diplopie: bij diplopie kan een prismabril gebruikt worden als correctie. Aangezien er voor een prismabril geen specifieke codenummer voorzien is, wordt ook hiervoor de code 01.01 aangewend. 01.02 Contactlenzen Dunne corrigerende kunstlens die tegen het hoornvlies aanligt, ter correctie van veelal een verminderde gezichtsscherpte, als alternatief voor brillenglazen. 01.03 Beschermend glas Beschermingsglas dat gebruikt wordt om een oog te beveiligen tegen negatieve invloeden. Aanbevolen bij eenogige personen om te vermijden dat de werking van het functionele oog gestoord zou worden door stof-, roet- of andere deeltjes. Deze bril is evenwel niet te vergelijken met de beschermende bril gebruikt in het arbeidsmilieu omdat bij deze veelal het perifeer zicht beperkt is door veldbeperkende laterale afschermingen. Deze codenummer kan ook gebruikt worden bij eenogige motorrijders of binoculaire motorrijders van wie de visuele functies beã nvloed worden door de inwerking van de wind, waarbij het nodig is het vizier te sluiten. Het vizier van de valhelm kan ook als beschermend glas beschouwd worden. 01.04 Ondoorschijnend glas Ondoorschijnend glas kan zowel om therapeutische als esthetische reden aangewend worden. Op therapeutisch vlak wordt het onder meer gebruikt bij diplopie. Het ondoorschijnend maken kan gebeuren d.m.v. zandstralen of het aanbrengen van een nietdoorzichtige folie. Wanneer er geen medische tegen aanwijzingen zijn, wordt bij voorkeur het linkeroog afgedekt dit wegens verkeerstechnische eisen. De code 01.04 wordt gecombineerd met de code 90.03 (links) of 90.04 (rechts). Voorbeeld: 01.03+90.03 = ondoorschijnend glas links. 01.05 Ooglap Een ooglap kan zowel om therapeutische als esthetische reden aangewend worden. Op therapeutisch vlak wordt het onder meer gebruikt bij diplopie. Wanneer er geen medische tegen aanwijzingen zijn, wordt bij voorkeur het linkeroog afgedekt dit wegens verkeerstechnische eisen. De code 01.05 wordt gecombineerd met de code 90.03 (links) of 90.04 (rechts). Voorbeeld: 01.05+90.03 = ooglap links. 01.06 Bril of contactlenzen Deze code wordt gebruikt bij kandidaten die naar eigen keuze een bril of lenzen mogen dragen om te voldoen aan de gestelde voorwaarden. Referenties Bovenstaande gegevens werden ontleend aan de BIVV-site: http://www.bivv.be/main/rijbewijs/rijgeschiktheid/artsen.shtml?language=nl