VLAAMSE SCHIETSPORTKOEPEL Vereniging zonder winstoogmerk Erkend door Bloso Met de steun van de Vlaamse overheid VOORWAARDEN OM TE KUNNEN DEELNEMEN AAN HET EXAMEN VOOR EXAMINATOREN Om te worden aangesteld als examinator, moet de sportschutter voldoen aan volgende voorwaarden: 1 sportschutter zijn, en houder zijn van een sportschutterslicentie die minstens geldig is voor de wapencategorieën waarover hij bevoegd is de examens af te nemen; 2 minstens 5 jaar ervaring hebben met wapens uit de betrokken wapencategorie waarvoor hij bevoegd is de examens af te nemen. 3 gedurende tenminste 5 jaar zijn aangesloten bij de Federatie; 4 slagen voor een theoretische proef voor examinatoren. Deze proef bestaat uit 40 meerkeuzevragen die handelen over de regelgeving inzake wapens en het statuut van de sportschutter. Een juist antwoord levert één punt op, bij een fout antwoord wordt een punt afgetrokken. De kandidaat slaagt in de proef als hij minstens 32 punten op 40 haalt; 5 slagen voor een praktische en technische proef over de volgende onderdelen: - Veilig manipuleren van vuurwapens in de wapencategorieën waarvoor hij de proeven mag afnemen; - Velduiteenname van vuurwapens in de wapencategorieën waarvoor hij de proeven mag afnemen; - Praktische organisatie van een examen; - Nagaan van de vereisten opgesomd in artikel 13, 1 van dit reglement waaraan een kandidaat moet voldoen om te slagen voor de praktische proef; - Kennis van de interne procedures bij de Federatie. 6 instemmen met de door de Federatie opgestelde deontologische code voor examinatoren en deze deontologische code strikt naleven. Van de in 5 bedoelde praktische en technische proef zijn vrijgesteld: - de leden van de Raad van Bestuur van de Federatie; - de kandidaat-examinatoren die een diploma van trainer A of trainer B van de VTS hebben; - de ambtenaren die gemachtigd zijn door een politiedienst of een erkende politieschool om de praktische proef af te nemen zoals voorzien in artikel 9bis, 3, tweede lid van het KB van 20 september 1991 tot uitvoering van de wet van 3 januari 1933 op de vervaardiging van, de handel in en het dragen van wapens en op de handel in munitie en van de wapenwet Zijn onverenigbaar met de functie van examinator: -wapenhandelaars en hun vertegenwoordigers en/of aangestelde personeel - alle andere personen die een beroep uitoefenen dat het voorhanden hebben van vuurwapens impliceert met het oog tot het verhandelen van wapens.
Algemeen Het praktische gedeelte examen praktische schietproef voor examinatoren is een uitsluitend mondelinge proef en bevat twee delen. Zijnde de velduiteenname van één of meer wapens en het examineren van een kandidaat schutter. Velduiteenname De kandidaat examinator dient minimaal de uiteenname en werking van volgende vuurwapens te kennen : Type Revolver Pistool Soort of Merk 1. Single Action 2. Smith & Wesson 3. Colt. 22 1. Feinwerkbau AW 93 2. Walther GSP Zwaar kaliber Geweer Getrokken loop. 22 1. GP 2. Glock 3. Sig Sauer 4. Colt 1911 1. Match geweer ( grendel ) Zwaar kaliber 1. Mauser Geweer Glad Loop 1. Tweeloop ( juxtaposé of superposé ) 2. Pomp action Zwart kruit 1. Zelfde type wapens als hierboven Met dien verstande dat een kandidaat examinator kan kiezen voor één of meerdere categorieën, wat impliceert dat hij dan enkel in de toekomst kan examineren voor de categorie waarvoor hij is geslaagd. Examineren kandidaat schutter De kandidaat - examinator dient het volgende reglement, toepasbaar voor het afnemen van de schietproeven, te kennen en in praktijk te brengen. De kandidaat examinator zal beoordeeld worden op de wijze van afnemen van de proef. Er zal worden nagegaan, doch niet uitsluitend, of de kandidaat adequaat reageert op niet correcte situaties
DE PRAKTISCHE SCHIETPROEF VOOR EXAMINATOREN HANDLEIDING Reglement praktische schietproeven 1 DE DOCUMENTEN 1.1 De kandidaat dient volgende documenten voor te leggen: 1.1.1 Hij/zij is lid van een club aangesloten bij een erkende schietsportfederatie a Zijn/haar identiteitskaart b De aansluitingskaart bij een erkende schietsportfederatie c De voorlopige sportschutterslicentie of de sportschutterslicentie ( eventueel, is niet noodzakelijk ) 1.1.2 Hij/zij is geen lid van een club aangesloten bij een erkende schietsportfederatie a Zijn/haar identiteitskaart b Het attest van slagen in de theoretische proef afgelegd bij de lokale politie dat tevens dienst doet als voorlopige vergunning c Een attest van de verzekering dat het schieten dekt 1.2 Indien de kandidaat de documenten voorzien in punt 1.1 niet kan voorleggen, kan hij/zij niet aan de proef deelnemen 1.3 De proef kan worden afgelegd met een wapen dat ter beschikking is gesteld door een andere schutter of door een schietclub. In voorkomend geval dienen volgende documenten te worden voorgelegd: a Indien het wapen behoort aan een fysiek persoon: de identiteitskaart b Het document model 9 (model 6) met de sportschutterslicentie of het jachtverlof van de eigenaar van het gebruikte wapen. c De vergunning tot het voorhanden hebben van een vergunningsplichtig vuurwapen (model 9 of model 4) 1.4 Indien de kandidaat de documenten voorzien in punt 1.3 niet kan voorleggen, kan hij/zij niet aan de proef deelnemen. 1.5 Het wapen waarmee de proef zal afgelegd worden, dient naar en van de schietstand vervoerd te worden volgens de voorwaarden voorzien in de wapenwet. Het wapen wordt slechts van zijn verpakking ontdaan in de schietbox. 1.6 Een van de examinatoren zal de overeenkomst van het nummer van het gebruikte wapen met de voorgelegde documenten nagaan. 1.7 Aan het afleggen van de schietproef is een administratieve vergoeding verbonden van 10 euro, ongeacht het aantal proeven dat wordt afgelegd. Deze vergoeding wordt betaald bij het inschrijven.
2 DE SCHIETPROEF 2.1 De schietproef laat de beoordeling van de schutter toe en bestaat uit: a. Het uitpakken van het wapen. b Het schieten van een reeks van vijf patronen met één of twee handensteun (naar keuze van de schutter) op 25m. Tijdens het verloop van deze reeks wordt de veiligheidsvoorziening in werking gesteld en dient de schutter hierop te reageren. Indien er geen visuele of auditieve veiligheidsvoorziening aanwezig is wordt een alternatief afgesproken tussen de hoofdexaminator en de schutter. Op aangeven van de examinator wordt de resterende munitie verschoten. c Het schieten van een reeks van tweemaal vijf patronen met één hand op 25m, herladen inbegrepen. d De velduiteenname. Gaat door in de schietbox e Het opbergen van het wapen. 2.2 Het verloop van de schietproef. 2.2.1 Het uitpakken en klaar leggen van het wapen. a Het wapen mag enkel worden neergelegd als het op een zichtbare manier ontladen is. (schuif of trommel open voor jachtwapens: gebroken) b De loop van het wapen dient in de richting van de doelen gericht te zijn. 2.2.2. Het schieten van de eerste reeks patronen. a Bevel van de examinator: is de schutter klaar? vullen met 5 patronen laden en maak u klaar vuur. b De loop van het wapen moet gedurende de ganse oefening in de richting van de doelen gericht blijven. c Nazicht door de examinator van het gebruik van de richtmiddelen en de beheersing van de schietrichting en de terugslag d 70 % van de kogels dienen de kaart te raken, alle kogels dienen minstens in de schietzone (kogelvanger) terecht te komen. 2.2.3 De auditieve of visuele alarmvoorziening. a Bij de inwerkingtreding van de alarmvoorziening (of op aangeven van de simulering ervan) dient de kandidaat Onmiddellijk het vuren te stoppen. De wijsvinger uit de trekkerbeugel te verwijderen Het wapen te ontwapenen Het wapen te ontladen Het wapen pas neer te leggen als het zichtbaar ontladen is, d.w.z. patronen uit de trommel of patronen uit de patroonhouder of patronen uit de kamer verwijderen. Het wapen neer te leggen met de loop in de richting van de doelen. 2.2.4 Het schieten van een tweede reeks van twee maal vijf patronen.
a Bevel van de examinator: is de schutter klaar? vullen met 5 patronen laden en maak u klaar vuur. b De loop van het wapen moet gedurende de ganse oefening in de richting van de doelen gericht blijven. c Nazicht door de examinator van het gebruik van de richtmiddelen en de beheersing van de schietrichting en de terugslag d 70 % van de kogels dienen de kaart te raken, alle kogels dienen minstens in de schietzone (kogelvanger) terecht te komen. e Er worden geen bevelen gegeven tussen de twee reeksen van vijf patronen. De kandidaat dient zelf te ontwapenen, te ontladen, te laden en verder te vuren. f Het wapen mag enkel neergelegd worden als het zichtbaar ontladen is. 2.2.5 De velduiteenname. De velduiteenname is beperkt tot het demonteren van het wapen - met het oog op het onderhoud - zonder gebruik te maken van hulpstukken. Deze handeling gebeurt in de schietbox nadat de veiligheidshandelingen zijn uitgevoerd. Daar voor het demonteren van de meeste wapens hulpstukken nodig zijn (een inbussleutel of een schroevendraaier) zal dit onderdeel zich meestal beperken tot de mondelinge uiteenzetting over hoe men het wapen verder demonteert. Voor sommige zal het echter nodig zijn de schuif te demonteren en de loop en voortbrengveer van elkaar te scheiden. Bij een jachtwapen bestaat in veel gevallen de mogelijkheid het voorhout van het wapen te scheiden en de lopen van de kolf af te nemen. 2.3 Incidenten De examinator zal de schietproef onmiddellijk stopzetten als de schutter a De bevelen van de examinator negeert b Buiten de schietzone schiet (wand, zoldering, vloer, tafel) c Verder blijft schieten na het inwerkingtreden van de alarmvoorziening of van de afgesproken simulatie De schutter wordt in voorkomend geval genoteerd als niet geslaagd 3 ADMINISTRATIE 3.1 Een examencentrum is het gedeelte van een erkende schietstand dat ter beschikking wordt gesteld om er de schietproef te laten doorgaan. De examencentra zullen zo gekozen worden dat elke schutter een minimale verplaatsing dient te maken om aan de proef te kunnen deelnemen.
3.2 Een examinatorenteam is een groep door de schietsportfederatie erkende schietmonitoren die aangewezen is om de schietproef af te nemen. Het team bestaat uit minimum drie examinatoren, waarvan één lid als hoofdexaminator optreedt. Deze hoofdexaminator is fysiek aanwezig bij het afnemen van een schietproef. Indien, door onvoorziene omstandigheden, er geen drie examinatoren aanwezig zijn, dan kan de schietproef toch doorgaan onder de voorwaarde dat de hoofdexaminator en de examinator aanwezig zijn bij het afnemen van alle schietproeven. 3.3 Voor het aanvangen van de schietproef wordt het verloop van de schietproef door de examinator aan de kandidaat uitgelegd. Deze verplichting kan vervangen worden door hem/haar een tekst met het verloop van de proef te overhandigen of deze tekst uit te hangen zodat de kandidaten er kennis kunnen van nemen. 3.4 Voor de administratie kunnen alleen de documenten worden gebruikt die door de examenorganisatie ter beschikking zijn gesteld. De administratieve gegevens worden in een softwareprogramma ingebracht dat ter beschikking wordt gesteld door de schietsportfederatie. Met dit programma worden twee documenten aangemaakt, nl. het attest en de verzamelstaat. 3.5 Na het beëindigen van de schietproef wordt aan de kandidaat een attest van slagen of een attest van niet-slagen overhandigd. Dit attest wordt getekend door de twee examinatoren samen met de hoofdexaminator. In het uitzonderingsgeval (zie 3.2) wordt het attest door één examinator getekend samen met de hoofdexaminator. 3.6 Na het beëindigen van de sessie wordt de verzamelstaat afgedrukt. Deze wordt getekend door de hoofdexaminator en door alle examinatoren. De staat wordt zonder uitstel, per post toegestuurd aan de schietsportfederatie. 3.6 De hoofdexaminator betaalt de vrijwilligersvergoeding aan de examinatoren met de ontvangen gelden. Indien hiervoor onvoldoende voorraad is worden de vergoedingen later door de schietsportfederatie uitbetaald op de rekening van de examinatoren. 3.7 De gegevens die door het softwareprogramma zijn gevat worden door de hoofdexaminator elektronisch overgemaakt aan de schietsportfederatie.