STANDAARD POSTUURKANARIES

Vergelijkbare documenten
Standaardeisen. Postuurkanaries. Nederlandse Bond van Vogelliefhebbers (N.B.v.V.) september 2010

Standaardeisen Postuurkanaries 2015

Stam 4. Stam of 4 E 057 E 058

STANDAARDEISEN POSTUURKANARIES

Een presentatie van Gea Stoop april 2008

Groep Lipochroom Lutino intensief witte pennen. Groep Lipochroom Geel schimmel witte pennen

Standaardeisen Postuurkanaries 2015

Bijlage. Algemene Nederlandse Bond van Vogelhouders

Groep Lipochroom Rood intensief Rood intensief. Groep Lipochroom Roodivoor intensief Roodivoor intensief

WERKDOCUMENT KLEINE GRASPARKIET

Prijzenreglement Vogelvereniging Gieten e.o.

au responsable OMJ Section E Juan Moll Camps qui nous a malheureusement quitté depuis la réunion de Palaiseau

INFORMATIE KOOIEN MONDIAL Soorten kooien en nummering.

BONDSVRAAGPROGRAMMA A.N.B.v.V. GELDIG VANAF HET TENTOONSTELLINGSSEIZOEN 2015 T/M 2017

GROTE RASSEN Maxi rassen. Een presentatie door Gea Stoop Maart 2007

NIEUWE RASSEN. Door Gea Stoop Maart 2007

Individ uel Single A 2. Individ uel Single. B Section Malinois Canaries (current year ringed)


Standaardeis van Agapornis taranta

BEVEDERING. Een presentatie van Gea Stoop Den Haag 2006

Gemeenschappelijke standaardeis van de Agapornis taranta

Standaardeisen van Agapornis taranta

Standaardeis Catharina parkiet

Gefriseerde rassen en Houdingrassen

Supplement STANDAARDEISEN KLEURKANARIES

Standaardeisen van Agapornis canus V 3.1

standaardeisen DIAMANTDUIVEN

GESCHILDERDE ASTRILDE, Emblema, picta

Algemene regels tijdens het keuren De keurders zijn verplicht de gegeven instructies strikt op te volgen

Gemeenschappelijke standaardeis van de Agapornis lilianae

Serama. Raskenmerken haan:

STANDAARDEISEN RIJSTVOGELS K.B.O.F. K.B.O.F.

Gezamenlijke standaardeisen Forpussen. Opgesteld door de technische commissies van ANBvV, KBOF, NBvV en NFC.

Voorzitter van de Keurmeestersvereniging,

Gestreepte Plymouth Rock

Ordre Mondial des Juges STANDARDS. Canaris de Couleur. Colourbred Canaries


Bijscholing keurmeesters kleur en postuur. vraagprogramma prijzentoekenning

LINIAIRE KEURING EN BEOORDELING VAN OUESSANT SCHAPEN

Der Rheinländer De Rheinländer

Datum van publicatie van de geldige originele standaard:

A. EFFEN (NON-AGOETI)

Standaardeisen kleurkanaries 2015 COM / OMJ

RICHTLIJNEN BIJ HET KEUREN VAN

DE TOENEMENDE LAGENSNIT MET PROJECTIE (vanaf 120 )

REGLEMENT HANDKEURING POSTDUIVEN GVK

Genetische symbolen voor driekleur zwart: Zie Rijnlander blz 171.

FCI-Standaard No. 218/ /GB/Nederlandse vertaling CHIHUAHUA Standaard (Chihuahueño).

De Orpington en haar aandachtspunten

KO SHAMO KO SHAMO. Intro Oorsprong Raskenmerken Kleurslagen Beoordeling Samenvatting. Door: Urs Lochmann

Uitnodiging 35 ste V.V.W. VOGELTENTOONSTELLING 2015

Kweker van: Norwich en Yorkshire

Vraagprogramma Postuurkanaries

Vergadering Experten OMJ sectie D kleurkanaries in Palaiseau 20/21/22 mei

INDEX. Standaardeisen Gouldamadines 1997 A.N.B.v.V. 1

Verzorging van de Newfoundlander

STANDAARDEISEN K.B.O.F. JAPANSE MEEUWEN K.B.O.F.

Japanse Kwartels (Coturnix c. Japonica)

Showklaar maken van de Zwarte Russische Terriër

BELGISCHE POSTUURKANARIE CLUB Antwerpen STANDING 1 DAY SHOW & MEMORIAL Kris Claes op zaterdag 4 Oktober 2014

Overzicht uitslagen OTT 2014 blz. 1

Berger de Beauce-Bas Rouge (Beauceron) Standard FCI N 44 /

Aandachtspunten bij Brahma s Keurmeesterscongres 2009

De Amerikaanse Cocker Spaniel

De Java Kriel DOOR WILLY TOONEN P R ESENTATIE ZATERDAG 9 ME I L A NDELI JK K E URMEESTERS CON G RES

Checklist toestellen Commissie Agility, Raad van Beheer 1

Verslag dierbespreking maart 2014 Jaarvergadering NSDH. (Hans Tenbergen)

Psilopsiagon & overige Bolborhynchus

Korte geschiedenis van het ras:

Standaard K.B.O.F. KLEURGRASPARKIETEN K.B.O.F.

Standaardeisen kleurkanaries Nederlandse vertaling vanuit de oorspronkelijke Franstalige uitgave

HET HERKENNEN VAN GROTE MEEUWEN (DEEL 4)

Rasstandaard Oudduitse Herder

Standaard van de Greyhound (Engels ras)

catalogus Onderlinge TT 2013

COCHINS EN COCHINKRIELEN PROBLEMEN VAN ALLE DAG OF TOCH NIET?

Korte geschiedenis van het ras

Finse Lappenhonden Vereniging Nederland

catalogus Onderlinge tentoonstelling E.U.K.V. kooi ring naam kls klr/zng pnt. opm. prijs D

Standaardeisen kleurkanaries 2015

Provinciale erelijst (1)

FRISE SUISSE ZWITSERSE FRISE

Onderdeel 5: 10 cm of minder 3 punten; 11 t/m 20 cm = 2 punten; 21 cm of meer = 1 punt.

Classificatie F.C.I.: Group 7 Voorstaande honden Sectie 1.3 Continentale voorstaande hond van het griffontype Met werkproef

vogel en kikker in origami

Checklist toestellen 2016 Commissie Agility, Raad van Beheer 1

KLASSIFICATIE F.C.I. : Groep 1 Herders en veedrijvers (m.u.v. de Zwitserse Veedrijvende honden).

Bijlage 2. Bijlage 2 van de Regeling verkeersregelaars 2009, zoals geldend op 19 december 2016 zie voor de vigerende tekst

Standaardeisen kleurkanaries 2011 COM / OMJ. Confédération Ornithologique Mondiale / Ordre Mondial des Juges

Rasstandaard. FCI-Standaard N 14 / / GB VÄSTGÖTASPETS (Zweedse Vallhund) Vertaling : Jos Dekker.

Nodig: Het is belangrijk dat het genoemde materiaal gebruikt wordt, zodat de nachtegalen weersbestendig zijn!

Korte geschiedenis van het ras

Nationaal / Provinciaal Tentoonstellingreglement K.B.O.F. 2012

KEURTECHNISCHE AFSPRAKEN STAMMEN / STELLEN - EN ENKELINGEN 3 OVERZICHT STANDAARDKLEUREN SPITSSTAARTAMADINE 6

Pagina 1 van 4 KNK CYNOPHILIA

Transcriptie:

STANDAARD POSTUURKANARIES Algemene Nederlandse Bond van Vogelhouders 1

Uitgever van deze Standaard voor Postuurkanaries is de Algemene Nederlandse Bond van Vogelhouders Zonder toestemming van de bond mag niets uit deze uitgave vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden. 2

INLEIDING De samenstellers van deze standaard hebben getracht door overzichtelijke beschrijvingen en tekeningen het uiterlijk van alle bekende postuurkanariesoorten zo duidelijk mogelijk weer te geven. Voor de erkende rassen zijn de beschrijvingen en tekeningen zoveel mogelijk in overeenstemming met de richtlijnen van de C.O.M. In sommige gevallen kan de omschrijving afwijken van de COM. In de keurlijsten worden de voornaamste rubrieken steeds bovenaan geplaatst. Voor de (nog) niet erkende soorten zijn beknopte beschrijvingen gegeven zodat keurmeester en liefhebber bij eventueel aantreffen van deze soorten ook hierover iets geïnformeerd is. In het algemeen gedeelte na de standaarden wordt beknopt ingegaan op de historie van de verschillende soorten en worden nog wat nadere opmerkingen gemaakt over het uiterlijk van deze vogels. Als vingerwijzing is een hoofdstuk gewijd aan enkele belangrijke punten bij het tentoonstellen van postuurkanaries. Terwijl het hoofdstuk keurtechniek een richtlijn is voor keurmeester en kweker over de wijze waarop de vogels op de wedstrijd worden beoordeeld. Mocht U opmerkingen hebben over de inhoud, schroom dan niet deze aan de Keurmeestersvereniging of Technische Commissie Postuur kenbaar te maken, zodat indien nodig correcties kunnen worden aangebracht. Wij hopen dat velen dit boek als richtlijn en naslagwerk zullen gebruiken en dat het daarmee aan zijn doel zal beantwoorden. De Technische Commissie Postuur Augustus 2010 3

INHOUD Blz. Inleiding T.C. Postuur Inhoud Indeling kooien A.G.I. Parijse frisé Padovan frisé Noord Hollandse frisé Zuid Hollandse frisé Zwitserse frisé Gibber Italicus Giboso Espagnol Melado Tenerfeno Makige frisé Mehringer Fiorino Belgische bult Scotch fancy Japan hoso Münchener Border Fife fancy Norwich Yorkshire Berner Raza Espagnola Gloster Duitse kuif Crested Lancashire Rheinländer Llarget Espagnol Irish fancy Harlekijn Lizard Niet erkende rassen Vectis Bayernpfeil Capitolina Stafford Columbus fancy London fancy Overige nieuwe rassen Bijlage Lijst van geadviseerde maten Alg. richtlijnen tentoonstellingen Alg. richtlijnen keurtechniek Indeling groepen 3 4 5 Standaard omschrijving 6 8 10 12 14 16 18 20 22 24 26 28 30 32 34 36 38 40 42 44 46 48 50 52 54 56 58 60 62 64 66 68 70 72 74 76 78 80 82 85 101 102 105 110 Standaard tekening 7 9 11 13 15 17 19 21 23 25 27 29 31 33 35 37 39 41 43 45 47 49 51 53 55 57 59 61 63 65 67 71 73 75 77 79 81 Aanvullende informatie A.B. 83 83 84 85 86 86 87 87 88 84 85 88 89 90 90 90 93 93 94 94 95 96 96 97 97 98 98 98 99 99 100 4

standaardomschrijvingen POSTUURKANARIES A.G.I. Parijse Frisé Padovan Frisé Scotch Fancy Japan Hoso Border Fife Fancy Raza Espagnola Noord Hollandse Frisé Zuid Hollandse Frisé Zwitserse Frisé Gibber Italicus Giboso Espagnol Melado Tenerfeno Makige Frisé Mehringer Fiorino Yorkshire Berner Llarget Espagnol Lancashire Rheinländer Belgische Bult Münchener Norwich Gloster Duitse Kuif Crested Irish fancy Harlekijn Lizard 5

STANDAARD ARRICCIATO GIGANTE ITALIANO - A.G.I. Kop en kraag 1 Flankkrulveren 1 Grootte Bevedering Mantel en boeket Borstkrulveren en onderlichaam Staart, staartkrulveren Houding Vleugels Poten Conditie De opvallendste eigenschap van de AGI is de opstaande kraag, waaruit de zeer forse ronde kop komt die met een volledige of gedeeltelijke capuchon is bedekt. Bij exemplaren die geen volledige capuchon hebben moet de kop voorzien zijn van een zeer overvloedige krulling, waarbij de meeste krulveren voortkomen uit de opgerichte kraag die in een gootvorm rond de hals aanwezig is. De flankbevedering flink ontwikkeld, symmetrisch, naar boven gebogen. Om de vleugels sluitend. Lengte minimum 21 cm, met harmonieuze verhoudingen. Bevedering, zeer volumineus, zacht en fijn, goed van structuur. Zeer lange, en overvloedige schouderkrulveren, in de vorm van een rozet. Een klein boeket op de stuit moet de rug een volle bevedering geven. De borstbevedering krult omhoog in de vorm van een waaier die volledig aansluit aan de halskrulveren (kraag). Ook de veren van het onderlichaam krullen in opwaartse richting, en sluiten zonder enige inval aan op de borstveren. Staart bestaat uit zeer lange rechte pennen, mag wel iets breed zijn, vierkant eindigend. Talrijke, lange en dikke vanuit de stuit afhangende haneveren zijn belangrijk. Krachtige fiere houding, onder een hoek van 60 o. Staart in het verlengde van de romp of iets afhangend. Regelmatig en robuust, niet afhangend, licht kruisen is toegestaan Dikke stevige poten, goed greep om zitstok, aanzet tot krulling van de nagels is aanwezig. Gezond zuiver en goed verzorgd. Alle kleuren toegestaan. 6

60 o A.G.I. 14 mm Doorsnee zitstok(ken) 14 mm Afstand tussen stokken 10 spijlen Ringmaat 3,2 mm 7

STANDAARDOMSCHRIJVING PARIJSE FRISÉ Kop, hals, halskrulveren 1 Mantel en boeket 1 Borstkrulveren (Jabots) 1 Zware kop met stevige snavel. Overvloedige kopkrulveren, naar een of beide zijden omlaag en naar achteren krullend of in waaiervorm omhoog krullend. (Callotte- of Casquetype). Goede uitstaande bakkebaarden (Favoris). De halskrulveren als een naar de kop toe krullende kraag (Bavette en collerette). De schouderkrulveren lang en vol, waardoor de vogel de brede vorm krijgt. De rugkrulveren overvloedig (2/3 van de rug) en symmetrisch, met rechte scheidingslijn in het midden. De rugbevedering is aan de bovenzijde het breedst. De mantel wordt aan de onderzijde gevolgd door het boeket, een zachte overvloedige krulbevedering, die naar links of rechts van de scheidingslijn valt. Van beide zijden van de borst dubbel naar elkaar toe draaiend, een dichte schelp vormend voor de borst. Symmetrisch, vol, een harmonieus geheel vormend met rug- en flankbevedering. Flankkrulveren (Nageoires) 1 Haneveren, olive, broek Poten, staart, vleugels Grootte, vorm, houding De flankbevedering flink ontwikkeld, symmetrisch, opgericht naar de mantel krullend. Boven de dijen ingeplant. Lange, dikke vanuit de stuit afhangende haneveren. - Olive, vanaf de onderkant van de stuit tot aan de basis van de staart een overvloedig boeket van veren -Onderlichaam (broek), en dijen overvloedig gefriseerd, goed aansluitend aan de borstkrulveren. Stevige poten, dijen goed bevederd. Nagels moeten de aanzet tot krulling laten zien. Staart stevig, lang en breed, recht eindigend. Vleugels vol en lang, iets kruisend toegestaan Zo groot mogelijk, forse brede vogel, een massieve indruk gevend, minimaal 19 cm. Half opgerichte fiere houding. Conditie, Bevedering Gezond zuiver en goed verzorgd. Alle kleuren inclusief rood toegestaan. Overvloedige bevedering, volumineus en zijdeachtig. 8

1. Kopkrulveren 6. Boeket 2. Bakkebaarden 7. Haneveren 3. Halskrulveren 8. Olive 4. Mantel 9. Broekveren 5. Flankkrulveren 10. Borstkrulveren 14 mm Doorsnee zitstok(ken) 14 mm Afstand tussen stokken 10 spijlen Ringmaat 3,2 mm 65 PARIJSE FRISÉ 9

STANDAARDOMSCHRIJVING PADOVAN FRISÉ Kuif/kop en halskrulveren 20 punten. Bevedering Grootte Houding Mantel Borstkrulveren Flankkrulveren Poten Staart Vleugels Conditie Goed gevormde kuif, met duidelijk middelpunt, kuif bestaand uitsoepele veren die op de ogen en de snavel vallen goed aansluitend op achterhoofd. Minimaal opstaande veren aan achterzijde kuif toegestaan. Halskrulveren (kraag) dienen zeer duidelijk aanwezig te zijn, kop verder glad bevederd. Bij de gladkopvorm is de kop breed en toont duidelijke symmetrische wenkbrauwen. Zijdeachtig en overvloedig 18 tot 19 centimeter, groter dan 19 cm mag beslist niet. Elegante, opgerichte houding onder een hoek van 65 graden. Overvloedig en symmetrisch, met een rechte scheidingslijn in het midden. De gehele rug bedekkend Goed bevederd en omvangrijk. Omhoog groeiend. Karakteristiek voor het ras is dat de buikkrulveren, die licht aanwezig zijn, maar niet aansluiten bij de borstfrisering. Lang en symmetrisch, samenkomend met de schouderkrulveren. Krachtige poten, met goed bevederde dijen, geen krullende nagels. Staart breed, goed gesloten, niet gevorkt. Staartkrulveren (haneveren) aanwezig. Lang, regelmatig gevormd, niet kruisend. Gezond, zuiver en goed verzorgd. Alle kleuren inclusief rood zijn toegestaan. 10

14 mm Doorsnee zitstok(ken) 14 mm Afstand tussen stokken 10 spijlen Ringmaat 3,2 mm 65 PADOVAN FRISE 11

STANDAARDOMSCHRIJVING NOORD HOLLANDSE FRISÉ (Noorderlijke Frisé) Houding 1 Grootte 1 Mantel 1 Flankkrulveren 1 Borstkrulveren 1 Kop en hals/nek Onderlichaam Staart Conditie en kleur Fiere opgerichte houding in een hoek van 60º. De vrij lange poten licht doorgebogen. 17 tot 18 centimeter De rugkrulveren moeten naar beide zijden om de schouders en de rug krullen, met een rechte scheidingslijn in het midden. Ze moeten lang en vol zijn en ca 2/3 van de rug bedekken. De flankkrulveren moeten goed ontwikkeld en symmetrisch zijn, inplanting voor de poten. Ze moeten in opwaartse richting naar de schouders toe krullen, bij voorkeur samenkomend met de schouderkrulveren. Lange volle krulveren, van beide zijden van de borst naar het borstbeen toe krullend, een gesloten schelp vormend voor de borst. Kop middelmatig van grootte en rond van vorm. Hals duidelijk uitkomend en goed geproportioneerd. Kop en hals moeten gladbevederd zijn. Zo glad mogelijk bevederd Staart vrij lang, goed gesloten, in een rechte lijn met het lichaam. Gezond, zuiver en goed verzorgd. Alle kleuren toegestaan, inclusief rood. 12

Doorsnee zitstok(ken) Ringmaat 2,9 mm 60 NOORD HOLL. FRISÉ 13

STANDAARDOMSCHRIJVING ZUID HOLLANDSE FRISÉ (Zuiderlijke Frisé) Houding 1 Poten en dijen Grootte Bevedering Mantel Borstkrulveren Flankkrulveren Kop en hals/nek Staart Vleugels Conditie De rug en staart een rechte verticale lijn. De kop en de lange hals horizontaal, tot onder de schouders, zodat het lichaam de vorm krijgt van een cijfer 7. Poten volledig gestrekt. Van achteren bezien zijn de kop en hals niet zichtbaar. Lange gestrekte poten, de dijen goed bevederd. 17 centimeter. Zachte bevedering, kop, hals en onder-lichaam zo glad mogelijk bevederd Naar beide zijden breed om de schouders en rug krullend, met een rechte scheidingslijn in het midden. De krulveren moeten lang en vol zijn, hoog in de schouders beginnen. Van beide zijden van de borst naar het borstbeen toe krullend, een mandje vormend voor de borst. De flankkrulveren goed ontwikkeld en symmetrisch. Hoog ingeplant net boven de dijen. In opwaartse richting naar de schouders toe krullend. Kleine, fijne ovaalvormige kop. Lange, horizontaal gestrekte hals. Staart lang smal en gesloten. Vrij lang en goed aangesloten Gezond, zuiver en goed verzorgd. Alle kleuren, inclusief rood toegestaan. 14

Doorsnee zitstok(ken) Ringmaat 2,9 mm 90 ZUID HOLL. FRISÉ 15

STANDAARDOMSCHRIJVING ZWITSERSE FRISÉ Houding 1 Grootte Kop en hals/nek Bevedering Mantel Borstkrulveren Flankkrulveren Poten en dijen Staart Vleugels Conditie Het lichaam in de vorm van een halve maan, de staart onder de zitstok doorstekend. 17 tot 18 centimeter. Kop klein en ovaal van vorm. Lange en smalle hals. De snavel niet te zwaar. Kop, hals en onderlichaam glad bevederd. Naar beide zijden om de smalle schouders en de rug krullend, met een rechte scheidingslijn in het midden. De krulveren zijn lang en vol en bedekken ca 2/3 van de rug. Van beide zijden van de borst naar voren krullend, een gesloten schelp vormend. Goed ontwikkeld en symmetrisch, in opwaartse richting naar de schouders toe krullend. Lang, iets doorgebogen, glad bevederde dijen. Lang, smal en gesloten. Vrij lang en goed aangesloten, elkaar niet kruisend. Gezond zuiver en goed verzorgd. Met uitzondering van rood zijn alle kleuren toegestaan. 16

Doorsnee zitstok(ken) Ringmaat 2,9 mm ZWITSERSE FRISÉ 17

STANDAARDOMSCHRIJVING GIBBER ITALICUS Kop en hals/nek 1 Houding 1 Flankkrulveren Poten Mantel Borstkrulveren Grootte Bevedering Staart Vleugels Conditie Zeer kleine kop, ovale smalle schedel. Kleine snavel. Lange, dunne, horizontaal naar voren gerichte glad bevederde hals. Kop glad en dun bevederd. De smalle schouders, rug en staart een loodrechte lijn, kop en hals horizontaal gedragen, lager dan de schouders. Van achteren bekeken zijn de kop en hals niet zichtbaar. (hoek 80 met rug) De vorm van een cijfer 7. Lichte korte krulveren,symmetrisch aan beide zijden omhoog krullend naar de vleugels. Poten zeer lang en stijf. Volledig loodrecht gestrekt. Hoge schouders, met een symmetrische verdeling van de kleine, hoog gedragen krulveren. De korte veren krullen van links en rechts naar elkaar toe in een hartvorm, maar raken elkaar niet. Een gedeelte (1 cm) van het borstbeen, boven tegen de keel is zichtbaar. Maximaal 15 centimeter Hard en kort, kop, nek en onderlichaam zo glad mogelijk bevederd. De dijen zijn aan de voorkant onbevederd. Staart smal en recht, niet of zo weinig mogelijk beschadigd. Vleugels lang, goed gesloten, aansluitend aan het lichaam. Gezond, zuiver, goed verzorgd, Alle kleuren, inclusief rood zijn toegestaan, uitsluitend in intensieve vorm. 18

80 Doorsnee zitstok(ken) Ringmaat 2,9 mm GIBBER ITALICUS 19

STANDAARDOMSCHRIJVING GIBOSO ESPAGNOL Houding 20 punten. Kop, Hals/nek 20 punten. Grootte Poten Borstkrulveren Mantel en vleugels Flankkrulveren Staart Bevedering Conditie In werkhouding laat het lichaam de vorm zien van het cijfer een. Schouders, rug en staart vormen een rechte verticale lijn. Kop en hals naar naar beneden gebogen in een hoek van 45º à 60º op de loodlijn van rug en staart. Kop, klein, smal, ovaal van vorm, glad bevederd. Hals, zeer lang (5 à 6 cm) en naar beneden gericht. De hals is glad bevederd. Minimaal 18 centimeter. Poten zeer lang en volledig gestrekt. Het gewricht licht naar voren doorgebogen. Dijen zeer minimaal bevederd. Borstkrulveren kort maar symmetrisch op het bovenste deel van de borst. Vanaf de zijkant naar het midden krullend maar elkaar niet rakend, zodat het borstbeen over de hele lengte zichtbaar blijft. Schouders hoog gedragen, op de schouders en het bovenste deel van de rug moeten in een lichte vorm de krulveren mooi symmetrisch aanwezig zijn. Vleugels gelijkmatig lang, goed gesloten tegen het lichaam aan liggend. Flankkrulveren vrij licht, maar wel symmetrisch, in de vorm van twee komma's naar achteren naar de rug draaiend. Vrij lang, wel in verhouding met het lichaam. Recht en gesloten zo weinig mogelijk beschadigd, verticaal licht tegen de zitstok gebogen. Goed gesloten op de gladde delen en dun op de gefriseerde delen Uitsluitend in intensieve vorm. Gezond en zuiver, goed verzorgd. Alle kleuren, inclusief rood, toegestaan. 20

45 Doorsnee zitstok(ken) Ringmaat 2,9 mm GIBOSO ESPAGNOL 21

STANDAARDOMSCHRIJVING MELADO TINERFEÑO Houding 20 punten. Kop, hals/nek 20 punten Grootte, Borstkrulveren (Jabots) Mantel, schouder- en rugveren, vleugels 10 punten Flankkrulveren (Nageoires) Poten, dijen 5 punten Staart 5 punten Bevedering 5 punten Conditie, Sterk opgerichte houding, met omlaag gerichte hals/kop, in de vorm van het cijfer 1 Vorm: groot, volumineus, goede afbakening van gekrulde en gladde bevedering Kop klein in verhouding tot nek en lichaam, glad bevederd Lange omlaag gerichte nek die glad bevederd moet zijn Grootte minimaal 18 cm Borst breed, met korte krulveren die symmetrisch naar het midden draaien en elkaar niet raken Het midden van de borst is bedekt met dunne korte gladde veren,, Buik glad bevederd. Breed en hoog op de schouders beginnend, symmetrisch doorlopend vanaf een rechte scheiding, lange veren die een zeer overvloedige mantel vormen. Lang, goed aangesloten tegen het lichaam, niet kruisend. Overvloedig groeiend van beide zijden van het lichaam, grote flanken, gesloten en symmetrisch, om de vleugels draaien de vleugels zelf niet rakend. Lange volledig gestrekte poten, de dijen goed bevederd. Lang en gesloten, loodrecht langs de zitstok afhangend, in rechte lijn met de rug. Overvloedig en zijdeachtig, goed gesloten op de gladde delen, overvloedig op de krullende delen. Gezond zuiver en goed verzorgd. Alle kleuren inclusief rood toegestaan. 22

Doorsnee zitstok(ken) Ringmaat 2,9 mm MELADO TINERFEÑO 23

STANDAARDOMSCHRIJVING MAKIGE FRISÉ Houding 20 punten. Kop en Hals/nek Mantel Flank- en dijkrulveren Borst- en buikkrulveren Poten en dijen Omtrek/vorm Grootte Vleugels en staart Conditie Opgerichte en krachtige houding. Schouders, rug en staart in een bijna rechte lijn, slechts een zeer lichte ronding naar binnen is toegestaan. Poten volledig gestrekt, breed uit elkaar staand. Kop klein en rond, glad bevederd. Hals middelmatig van lengte, naar voren gestrekt, glad bevederd, met uitzondering van de keel die voorzien is van overvloedig naar buiten krullende bevedering, met een duidelijke scheiding in het midden vanaf de snavelbasis, tot aan de borstkrulveren. Lange krulveren, zo hoog mogelijk op de schouders beginnend. Naar beide zijden krullend,met een rechte scheiding in het midden. Flankkrulveren beginnen juist boven de dijen, vrij dicht tegen het lichaam in de richting van de schouders krullend. De dijen goed bevederd, met naar buiten krullende bevedering. De borstkrulveren vanaf de zijkanten naar elkaar toe krullend in de vorm van een kelk. De buikbevedering naar elkaar toe krullend als gevouwen handen. Het loopbeen vrij kort, dijen lang en breed, zichtbaar vanaf het midden van het lichaam. De poten stijf gestrekt, tenen in een stevige greep om de zitstok. Zowel van voren, als van achteren bezien heeft de lichaamsomtrek duidelijk de vorm van een rechthoek, lichaam goed gevuld en breed. Lengte minimaal 17 centimeter. Staart vrij lang en breed. Vleugels lang, mogen licht kruisen. Haneveren zijn toegestaan. Gezond, zuiver en goed verzorgd. Alle kleuren, inclusief rood zijn toegestaan. 24

14 mm Doorsnee zitstok(ken) 14 mm Ringmaat 3,2 mm MAKIGE FRISÉ 25

STANDAARDOMSCHRIJVING MEHRINGER Grootte, 20 punten. Borst- en buikkrulveren 1 Flankkrulveren 1 Mantel 1 Kop en Hals/nek 10 punten Houding 5 punten Bevedering 5 punten Staart en hanenveren 5 punten Poten, 5 punten Conditie, Niet groter dan 13 cm. Borst breed, met veren die symmetrisch naar het midden draaien en elkaar raken Ook de buik moet krullende veren hebben.. De flanken, die zich boven de dijen bevinden, moeten veel volume hebben en breed zijn, en symmetrisch naar boven krullen. De mantel is overvloedig en moet door een zo lang mogelijke rechte scheiding in twee gelijke delen langs het lichaam afhangen. Het boeket moet als een afsluiting van de mantel aanwezig zijn, dit bestaat uit zachte veren die links of rechts van de rugscheiding kunnen vallen. Goede volle en krachtig gefriseerde kop, kopgrote in verhouding met het lichaam. Bakkebaarden moeten aanwezig zijn. De hals en nek moet een duidelijke kraag tonen bij de overgang naar het lichaam. Opgerichte houding in hoek van 60 o, kop, rug en staart in een rechte lijn. Overvloedig en zijdeachtig, regelmatig op de krullende delen. Goed bevederde dijen. Lang, breed en gesloten, hanenveren moeten aanwezig zijn. Poten zijn kort, krulling van de nagels moet waarneembaar zijn. Gezond zuiver en goed verzorgd. Alle kleuren incl. rood en bont zijn toegestaan. 26

Doorsnee zitstok(ken) Ringmaat 2,9 mm 60 o MEHRINGER 27

STANDAARDOMSCHRIJVING FIORINO Grootte en vorm 1 Kop/kuif en Hals 1 Mantel Flankkrulveren Borstkrulveren Bevedering Houding Vleugels, Poten en dijen Staart Conditie Grootte maximum 13 cm, bij voorkeur kleiner. Lichaam goed gevuld. Gewelfde kuif, over het hele oppervlak van de kop, Middelpunt centraal. Kuif zo rond mogelijk. Gelijkvormig verdeeld, zonder onderbrekingen of opstaande veren. Goed aangesloten overgaand in de hals zonder lege plekken. De snavel en de ogen moeten zichtbaar blijven Gladkop: kop zo breed en rond mogelijk. Volle goed aansluitende bevedering met duidelijke wenkbrauwen. Hals/nek: Glad met goed aangesloten bevedering. Goede afscheiding met borst- en rugfrisering. Symmetrisch, met een rechte scheiding goed afhangend. Behoorlijk lange en regelmatige krulveren, over de hele ruglengte. Aan weerszijden gelijk zowel van vorm als volume. Vol breed en lang, opwaarts naar de schouders krullend. Van links en rechts naar elkaar toe krullend, een gesloten schelp vormend. Zijdeachtig en vol. Kop, hals en onderlichaam zo glad mogelijk bevederd. Fier en opgericht, onder een hoek van 55E Vleugels regelmatig, niet te lang, in overeenstemming met het lichaam. Niet afhangend of kruisend. Poten stevig, dijen goed bevederd. Staart kort en smal, niet te sterk gevorkt. Haneveren toegestaan. Gezond, zuiver en goed verzorgd. Alle kleuren inclusief rood toegestaan. 28

Doorsnee zitstok(ken) Ringmaat 2,7 mm 55 FIORINO 29

STANDAARDOMSCHRIJVING BELGISCHE BULT. Houding 40 punten. De werkhouding in de vorm van een cijfer ZEVEN. De hals horizontaal gestrekt, de kop bij voorkeur onder schouderhoogte, de kop is vanaf de rug gezien niet zichtbaar. De schouders hoog en vol. Ze vormen met de rug en de staart een loodrechte lijn. De poten licht gebogen. Gezond, zuiver en goed verzorgd. Vorm 2 Kop en hals/nek 12 punten. Bevedering 8 punten. Grootte Staart Poten Het lichaam is lang en smal, maar in borst en vooral in de schouders is het juist zo breed mogelijk, waardoor er een driehoekvorm ontstaat. Zo goed mogelijk gevuld tussen de schouders. Ook vanaf de zijkant gezien toont het lichaam een driehoekige vorm. Lange en goed aansluitende vleugels. Kop klein en ovaal van vorm. De hals lang en slank. Bevedering zo glad mogelijk. Met uitzondering van rood, zijn alle kleuren, inclusief bont toegestaan. Lengte 17 centimeter. De staart lang en recht, goed gesloten. Lange poten, licht gebogen. De goed bevederde dijen steunen tegen het lichaam. 30

90 Doorsnee zitstok(ken) Ringmaat 2,9 mm BELGISCHE BULTKANARIE 31

STANDAARDOMSCHRIJVING SCOTCH FANCY Houding 2 Vorm 20 punten. Schouders en rug 20 punten. Kop en hals/nek Grootte Staart Conditie en bevedering Mooi en fier opgericht met licht gebogen poten. Het lichaam in een halve maan vorm, waarbij de staart onder de zitstok doorsteekt. Een levendige vogel die regelmatig heen en weer springt in de kooi, maar geen onrustige of schuwe indruk maakt. Lichaam lang en slank. De binnenkant (hals, borst, buik, staart) van het lichaam vormt een halve maan, de buiten kant (kop, nek, rug, staart) vormt een halve cirkel. Vleugels goed aangesloten. Smalle goed afgeronde schouders. Tussen de schouderbladen goed gevuld. Kop smal en fijn. De schedel licht ovaal van vorm. Hals lang en dun, die naar de schouders toe geleidelijk wat breder wordt. Lengte 17 centimeter. Smalle en lange staart. Gezond, zuiver en goed verzorgd. Bevedering glad en goed gesloten. Met uitzondering van rood, zijn alle kleuren, inclusief bont toegestaan. 32

Doorsnee zitstok(ken) Afstand tussen stokken 6 spijlen = 10 cm Ringmaat 2,9 mm SCOTCH FANCY 33

STANDAARDOMSCHRIJVING JAPAN HOSO. Vorm 25 punten Slank, cilindervormig lichaam. Vleugels goed aangesloten. Houding 20 punten. Grootte 20 punten. Schouders en rug 1 Beweeglijk op bijna gestrekte poten. Het lichaam boogvormig, de staart tegen de zitstok. Lengte maximum 11,5 centimeter. Schouders smal en goed afgerond, goed gevuld tussen de schouderbladen. Rug smal en goed afgerond. Kop en hals/nek Staart Conditie en bevedering Een kleine ovaalvormige kop met een vrij dunne lange hals. Kleine snavel. Smalle licht gevorkte staart. Gezond, zuiver en goed verzorgd. Bevedering glad en goed gesloten. Alle kleuren, inclusief bont en rood zijn toegestaan. 34

Doorsnee zitstok(ken) Afstand tussen stokken 5 spijlen = 8,7 cm JAPAN HOSO Ringmaat 2,7 mm 35

STANDAARDOMSCHRIJVING MÜNCHENER. Houding 20 punten. Kop en hals/nek 20 punten. Houding vrij opgericht, zich rustig presenterend met kop en hals licht naar voren gebogen, in een glooiende lijn met de licht gebogen rug. Een kleine ovaalvormige en licht afgevlakte kop, met een lange en dunne hals. Borst, schouder en vleugels 20 punten. Bevedering en kleur Staart Poten Grootte Conditie Smalle borst met zachte ronding, smalle afgeronde schouders. De vleugels lang en goed gesloten. Bevedering glad en goed gesloten. Met uitzondering van rood, zijn alle kleuren, inclusief bont toegestaan. Lang en smal, naar beneden afhangend. Lang en licht gebogen. Grootte 15 maximum 16 cm. Gezond, zuiver en goed verzorgd 36

45 Doorsnee zitstok(ken) Ringmaat 2,9 mm 90 MÜNCHENER 37

STANDAARDOMSCHRIJVING BORDER. Lichaam 1 Houding 1 Kleur 1 Kop en hals/nek Vleugels Bevedering Grootte Staart Poten Conditie Borst vol en rond in een vloeiende lijn tot de staart, schouders breed, de rug goed gewelfd, buik niet te zwaar, wel gevuld achter de poten Een fiere houding, onder een hoek van 60º, waarbij de border regelmatig heen en weer springt op de zitstokken. De lipochroomkleur is warm en egaal verdeeld. Pigmenttekening helder. Met uitzondering van rood, zijn alle kleuren, inclusief bont toegestaan. De kop in goede verhouding tot het lichaam. De kop is van welke kant men hem ook bekijkt overal rond, zowel bovenop de schedel alsook in de wangen en de nek. Bij de overgang van kop naar romp, is van alle kanten gezien een duidelijke welving naar binnen te zien. (de zgn. nekinval) Een fijne snavel. De ogen centraal in de kop geplaatst. De vleugels goed aangesloten, de aanzet bij de schouders mag minimaal zichtbaar zijn, de uiteinden elkaar rakend even voorbij de staartwortel. Dicht en goed aangesloten aan het lichaam, zonder inval of beschadiging in de borst of de nek. Een zachte glanzende bevedering, zonder ruwheid, of lange losse veren. De lengte is 14,6 centimeter, gemeten vanaf de bovenkant kop tot het staarteinde. Grootte in goede harmonie met de gehele vogel. De staart is vrij smal en wordt goed in het verlengde van het lichaam gedragen. (zgn. pijpesteeltje) De lengte van de staart is ongeveer 1/3 van de lengte van de vogel. Poten lang en licht gebogen, de dijen zijn zichtbaar. Gezond, zuiver en goed verzorgd. 38

60 14 mm Doorsnee zitstok(ken) 14 mm Afstand tussen stokken 6 spijlen = 10 cm BORDER Ringmaat 3,2 mm 39

STANDAARDOMSCHRIJVING FIFE FANCY. Grootte 2 Kop, hals en snavel Lichaam Vleugels Bevedering Houding Kleur Staart Poten Conditie De lengte bedraagt 4¼ inch. 11 centimeter. Kop klein en van alle kanten bezien rond, met een kleine korte snavel. Volle wangen, duidelijke hals en een goed zichtbare nekinval. Borst vol en rond, schouders breed, de rug goed gewelfd, buik niet te zwaar. Bij de overgang van kop naar romp, is van alle kanten gezien een duidelijke welving naar binnen te zien. (de zgn. nekinval) De vleugels goed aangesloten, de uiteinden elkaar rakend even voorbij de staartwortel, niet kruisend. Zachte goed gesloten bevedering. Half opgericht 60 o. Beweeglijk. Met uitzondering van rood, zijn alle kleuren, inclusief bont toegestaan. De lipochroomkleur egaal verdeeld en helder. De staart is vrij smal en wordt goed in het verlengde van het lichaam gedragen. (zgn. pijpesteeltje) De lengte van de staart is ongeveer 1/3 van de lengte van de vogel. Poten, vrij lang, de dijen zijn voor een klein deel zichtbaar. Gezond, zuiver en goed verzorgd. 40

Doorsnee zitstok(ken) Afstand tussen stokken 5 spijlen = 8,7 cm Ringmaat 2,7 mm 60 FIFE FANCY 41

STANDAARDOMSCHRIJVING NORWICH. Vorm grootte - houding 2 Bevedering 20 punten. Hals/nek Kop Vleugels Kleur Staart Poten Conditie Lichaam kort en gedrongen. Rug breed en goed gevuld, licht gewelfd. Borst breed en goed afgerond, deze ronding loopt in een vloeiende lijn door tot de staart. Grootte 16-16,5 cm. Houding onder een hoek van 45º. Een dichte en goed gesloten bevedering is noodzakelijk om de vogel het goede model te geven. De hals kort en breed. Kop, nek en schouders vormen één geheel. Een vloeiende lijn vanaf de achterkant van de schedel naar de rug en vanaf de keel naar de borst, zodat de hals bijna niet zichtbaar is. Kop fors en breed, goed afgerond zowel in de lengte als in de breedte. Gewelfd voorhoofd, goed afgerond boven op de schedel. Bolle wangen. Korte snavel. De ogen geplaatst in het verlengde van de snavel, de ogen blijven zichtbaar. Vleugels kort en goed gesloten. Alle kleuren, inclusief bont en rood zijn toegestaan, lipochroomkleur egaal verdeeld en helder. De staart eveneens kort en goed gesloten. De aanzet van de staart goed gevuld. Stevige poten van middelmatige lengte. Gezond, zuiver en goed verzorgd. 42

45 Doorsnee zitstok(ken) Afstand tussen stokken 11 cm NORWICH Ringmaat 3,2 mm 43

STANDAARDOMSCHRIJVING YORKSHIRE Houding 2 Bevedering 2 Kop en hals/nek 20 punten. Lichaam Grootte Conditie en kleur Fier en opgericht,onder een hoek van 80º. De poten zijn lang en licht gebogen, ze mogen geen stelterige indruk maken. In het midden van het lichaam geplaatst. Duidelijk zichtbare dijen. Zachte, goed gesloten en zijdeachtige bevedering. Een brede, volle en ronde kop, geen overhangend of spits voorhoofd en geen platte schedel, geen wenkbrauwen. Korte brede nek, in glooiende volle lijn overgaand naar de schouder. Goed gevulde wangen. Brede, goed afgeronde schouders die in een volle lijn in kop en nek overgaan. Borst vol en breed, goed doorlopend, tot aan de snavel. Lichaam loopt in zijn totaliteit taps uit naar de staart. De borst en buik vormen een vloeiende lijn. Vleugels lang en tegen het lichaam gedragen. Staart goed gesloten, vrij lang, doch steeds in een goede verhouding tot de lengte van het lichaam. De onderkant van de staart volgt de buiklijn. Minimaal 17 centimeter. Gezond, zuiver en goed verzorgd. Alle kleuren, inclusief bont en rood zijn toegestaan, lipochroomkleur egaal verdeeld en helder. 44

14 mm Doorsnee zitstok(ken) 14 mm Ringmaat 3,2 mm 80 YORKSHIRE 45

STANDAARDOMSCHRIJVING BERNER. Houding en grootte 2 Houding rustig en trots, een sterk opgerichte houding. Grootte 16 16½ centimeter. Kop en hals/nek 20 punten. Borst, schouders, rug 20 punten. Vleugels en staart Poten en dijen Bevedering en kleur Conditie Kort en brede kop, van boven afgeplat, hoog voorhoofd, hoekig achterhoofd. Een matig lange en vrij dikke hals. Borst goed gevuld, schouders breed, lange rug. Een lang kegelvormig lichaam. Lange goed sluitende vleugels, die ondanks hun lengte beslist niet mogen kruisen. De vleugelaanhechting (schouders) moet duidelijk zichtbaar zijn. Staart lang en smal, in het verlengde van de rug lopend. Poten vrij lang en licht gebogen. Dijen voor de helft zichtbaar. Gladde en dichte bevedering. Met uitzondering van rood, zijn alle kleuren, inclusief bont toegestaan. De kleur moet gelijkmatig verdeeld, en helder zijn. Gezond, zuiver en goed verzorgd. 46

Doorsnee zitstok(ken) Ringmaat 2,9 mm 85 BERNER 47

STANDAARDOMSCHRIJVING RAZA ESPAGNOLA. Grootte 2 Vorm 2 Kop en hals/nek Vleugels en staart Poten Bevedering Houding Conditie en kleur Maximale lengte 11,5 centimeter. Smalle schouders, fijne rug en borst zonder volheid, cylindervormige romp. Een kleine fijne kop in de vorm van een hazelnoot. De hals fijn en dun, duidelijk van het lichaam gescheiden. Een kleine kegelvormige snavel. De vleugels goed gesloten en niet te lang. De staart middelmatig van lengte en gevorkt. (een z.g. vissenstaart) Kort en licht gebogen. Loopbeen vrij kort (14 mm.), de dijen nauwelijks zichtbaar, korte teentjes. Glad en glanzend, goed aansluitend aan het lichaam. Enigszins gedrukt, ongeveer een hoek van 45º vormend met het horizontaal. Een levendige vogel, maar beslist niet wild. Gezond, zuiver en goed verzorgd. Met uitzondering van rood, zijn alle kleuren, inclusief bont toegestaan, lipopchroomkleur egaal verdeeld en helder. 48

45 Doorsnee zitstok(ken) Afstand tussen stokken 5 spijlen = 8,7 cm Ringmaat 2,7 mm RAZA ESPAGNOLA 49

STANDAARDOMSCHRIJVING GLOSTER CORONA GLOSTER CONSORT. Kuif Corona Kop Consort 20 punten. Lichaam 20 punten. Grootte 20 punten. Bevedering 1 Houding Staart Poten Conditie Bij de Corona een regelmatig gevormde en centraal geplaatste kuif. De kuifveren niet onderbroken en in een mooie welving afhangend tot juist boven de ogen. In de nek moet de kuif goed aansluiten bij de nekbevedering. Het middelpunt zo klein mogelijk en centraal geplaatst. Bij de consort een brede en ronde kop, rond vanaf elk punt gezien, met een goede welving naar het middelpunt van de schedel. De ogen in het midden geplaatst, in lijn met de korte kegelvormige snavel. Duidelijke wenkbrauwen tonend. De rug goed gevuld, zeer licht gewelfd. Hals kort en dik. De borst breed en goed afgerond. Het lichaam rond, kort en gedrongen. De vleugels goed aangesloten tegen het lichaam, niet te lang, samenkomend op de bovenstaartdekveren. Zo klein mogelijk (max. 11 cm.) Goed aangesloten bevedering. Half opgerichte fiere houding. Levendig gedrag. Staart kort en smal, goed gesloten, in het verlengde van het lichaam. Poten en tenen middelmatig van lengte. Poten licht gebogen, dijen niet zichtbaar. Gezond, zuiver en goed verzorgd. Met uitzondering van rood, zijn alle kleuren, inclusief bont toegestaan. De kleur moet egaal verdeeld, en helder zijn. 50

45 10 mm Doorsnee zitstok(ken) 10 mm Afstand tussen stokken 5 spijlen = 8,7 cm Ringmaat 2,9 mm GLOSTER 51

STANDAARDOMSCHRIJVING DUITSE KUIF Kuif 30 punten. Kleur 20 punten. Vorm 1 Bevedering 1 Houding Conditie Ovaal van vorm en goed gesloten, afhangend tot aan de snavelbasis, juist boven het oog blijvend. De kuifbevedering moet goed aansluiten in de nek, kale vlek niet toegestaan. Het middelpunt zo klein mogelijk en iets naar voren geplaatst. Voor de lichaamskleur gelden dezelfde eisen als voor de kleurkanaries. De kuifkleur bij voorkeur zo egaal mogelijk. Kleurkanarietype, borst niet te zwaar, rug licht gewelfd. De vleugels goed aangesloten. Lengte 14 centimeter. Glad en glanzend, goed aansluitend aan het lichaam. Onder een hoek van 60 o. Levendige presentatie. Gezond, zuiver en goed verzorgd. 52

60 Doorsnee zitstok(ken) Afstand tussen stokken 11 cm Ringmaat 2,9 mm DUITSE KUIFKANARIE 53

STANDAARDOMSCHRIJVING CRESTED CREST-BRED. Kuif Crested Kop Crest-Bred hals, snavel, wenkbrauwen 50 punten. Bevedering, staart, vleugels, kleur 20 punten. Lichaam (vorm), grootte 1 Poten Conditie De kuif bestaat uit een overvloed van brede en lange veren en kan niet te groot zijn. De kuifveren hangen regelmatig af vanuit een klein, centraal geplaatst middelpunt. De kuif kan plat zijn maar een hoge golvende afhangende kuif heeft de voorkeur. De Crest-Bred heeft een forse en volle kop, met een duidelijke koepelvormige welving over het middelpunt van de schedel. Lange en dichte kopbevedering, die indien naar voren gestreken tot aan de snavelpunt reikt, met zware brede wenkbrauwen. Snavel kort en kegelvormig. Hals breed en goed gevuld Lange bevedering, die zo goed mogelijk aangesloten aan het lichaam wordt gedragen. Langs de staart afhangende lange gebogen veren. (z.g. haneveren) Goed aangesloten vleugels. Staart niet te lang. Met uitzondering van rood, zijn alle kleuren, inclusief bont toegestaan. Goed gevuld vrij lang lichaam, met een brede licht gewelfde rug en een goed afgeronde borst. (lengte 17 cm.) Poten middelmatig van lengte, dijen niet zichtbaar. Gezond, zuiver en goed verzorgd. 54

45 14 mm Doorsnee zitstok(ken) 14 mm Afstand tussen stokken 11 cm CRESTED Ringmaat 3,2 mm 55

STANDAARDOMSCHRIJVING LANCASHIRE COPPY LANCASHIRE PLAINHEAD. Kuif Coppy Kop Plainhead 30 punten. Grootte 2 Houding en vorm 1 Hals/nek Rug, bevedering, poten Conditie Bij de Coppy is de kuif goed gevuld, afhangend tot op de snavel en halverwege het oog reikend. De kuif heeft de vorm van een hoefijzer. Aan de achterzijde gaat de kuif zonder onderbreking over in de nek. Melanine in de kuif is toegestaan, bij voorkeur zo egaal mogelijk Bij de Plainhead is de kop vrij fors en zwaar, iets afgeplat op de schedel. Wenkbrauwen zijn duidelijk aanwezig en mogen iets boven de ogen hangen. Forse en lange vogel. Lengte 22 à 23 centimeter. Fiere opgerichte houding. Lichaam lang en gerekt, met volle en ronde borst, brede schouders, goed afgerond. Staart lang en breed, iets afhangend. De lange vleugels goed aangesloten. Een stevige volle nek, met een lichte inval in de lijn kop-halsrug. Zachte, goed aansluitende bevedering. De rug is recht en vol. De poten lang stevig en lichtjes gebogen, zichtbare dijen. Gezond, zuiver en goed verzorgd. Kleur geel of wit. Geen bont. 56

14 mm Doorsnee zitstok(ken) 14 mm Ringmaat 3,2 mm 85 LANCASHIRE 57

STANDAARDOMSCHRIJVING RHEINLANDER Kop of kuif 20 punten. Lichaamsvorm 20 punten. Houding 20 punten. Grootte 1 Bevedering Poten Staart Conditie De kuif is hoefijzervormig en hangt overvloedig af vanuit een middelpunt juist boven de ogen. Ze loopt door tot achter de ogen en gaat dan glad over in de nekbevedering. Aan de voorzijde moet de kuif juist boven de snavelwortel en halverwege de ogen hangen. De kuif hebben we het liefst in dezelfde kleur als het lichaam, melanine in kuif is toegestaan, bij voorkeur dan wel zo egaal mogelijk verdeeld De gladkopvorm heeft een brede licht afgeplatte kop, met duidelijke wenkbrauwen. Lichaam is slank en sierlijk, borst en rug licht afgerond. De hals toont een duidelijke inval bij de overgang naar de borst. De houding is opgericht (80 o ) en slechts zeer licht gebogen. Maximaal 12 cm lang. Gladde goed aangesloten bevedering. Poten fijn en goed in verhouding met het lichaam, de dijen iets zichtbaar. Poten niet volledig gestrekt maar licht doorgebogen. Smalle staart in verhouding tot het lichaam, iets ingekeept. Licht afhangend. Gezond, zuiver en goed verzorgd. Eenkleurig in de klassieke lipochroomkleuren rood, geel en wit. 58.

80 o Doorsnee zitstok(ken) Ringmaat 2,7 mm RHEINLÄNDER 59

STANDAARDOMSCHRIJVING LLARGUET ESPAÑOL Houding 20 punten. Lichaam, borst, rug 20 punten Grootte, 1 Poten, dijen 10 punten Kop, Hals/nek 10 punten Vleugels, Staart. 10 punten Bevedering, kleur 10 punten Conditie, Opgerichte houding, minimaal 60º Lichaam langwerpig en fijn, licht cilindervormig. Borst, smal en slank, zonder rondingen. Rug ook smal en slank, zonder rondingen Grootte minimaal 17 cm Poten lang, licht gebogen. De dijen duidelijk zichtbaar, en goed bedekt met korte veren. Kleine ovale kop, met conische snavel in goede verhouding. Nek middelmatig van lengte, slank, de kop van het lichaam scheidend. Zeer lange vleugels, goed aangesloten tegen het lichaam, niet kruisend. De staart zeer lang en smal, aan het einde licht gevorkt. Bevedering kort, glad, goed aansluitend tegen het lichaam. Heldere levendige kleur, egaal, bont en rood toegestaan. Gezond zuiver en goed verzorgd. 60.

Doorsnee zitstok(ken) Ringmaat 2,9 mm 65 LLARGUET ESPAÑOL 61

STANDAARDOMSCHRIJVING IRISH FANCY Kop, hals / nek 25 punten Vorm/lichaam 15 punten Bevedering 15 punten Houding/beweging 15 punten Staart 10 punten Pootjes en dijen 5 punten Conditie 15 punten Kleine smalle kop, iets opgericht. Duidelijke hals en nekinval. Kleine snavel en duidelijk zichtbare ogen Breed in de schouders (33 mm.) Spoelvormig goed geproportioneerd lichaam. Vleugels goed gesloten, mogen elkaar niet kruisen. Grootte 12,7 cm. Compleet, zacht en goed gesloten. Alle natuurlijke kleuren inclusief bont zijn toegestaan. Geen rood. Houding in een hoek van 65 tot 75. Alert met snelle energieke bewegingen Staart smal, goed gesloten en in verlengde van het lichaam. Kleine V-vorm. Pootjes middelmatig lang. Dijen iets zichtbaar Gezond, rein en ongeschonden. 62.

70 o Doorsnee zitstok(ken) Afstand tussen stokken 11 cm IRISH FANCY Ringmaat 2,7 mm 63

STANDAARDOMSCHRIJVING HARLEKIJN Lichaamsvorm, borst en vleugels 20 punten Lang en slank lichaam in goede verhoudingen. Licht afgeronde borst. Rechte rug in dezelfde lijn als de staart. Lange vleugels vast tegen het lichaam, goed gesloten zonder te kruisen, samenkomend bij het begin van de staart. Kuif, kop, hals/nek 15 punten De kuif is driehoekig met twee hoeken aan de achterkant en een aan de voorzijde, groeiend vanuit een middelpunt boven op de schedel en symmetrisch afhangend zonder de ogen of snavel te bedekken. Gladkop: smalle langwerpige kop, aan de achterzijde breder. Stevige proportionele snavel, ogen helder en goed zichtbaar. De nek/hals goed gevormd met een duidelijk zichtbare overgang tussen de kop en het lichaam. Grootte 15 punten 16 cm. In goede verhoudingen Kleur 10 punten Bont over het hele lichaam, met ongeveer gelijke verdeling van de hoeveelheid melanine en lipochroom. De roodfactor en artificieele kleuring moet aanwezig zijn. Bevedering 10 punten Compleet, vol en zacht. Goed aangesloten om het lichaam. Houding 10 punten Opgerichte houding van 55. Kop duidelijk opgericht. Moet een levendige indruk maken. Pootjes/dijen 10 punten Krachtige lange, licht gebogen poten, bij voorkeur bont. Dijen goed zichtbaar. Staart 5 punten Lange, smalle staart met een lichte V-vorm, bij voorkeur bont. Conditie 5 punten Gezond, zuiver en goed verzorgd. 64.

55 Doorsnee zitstok(ken) Afstand tussen stokken 11 cm HARLEKIJN Ringmaat 3 mm STANDAARDOMSCHRIJVING LIZARD 65

Rugtekening 2 Bevedering 1 Borst- en flanktekening Cap (kop) Grondkleur Vleugels en staart Oogstrepen Vleugeldekveren Snavel en poten Conditie, grootte De schubtekening (spangles) wordt gevormd door halvemaanvormige pigmentloze uiteinden van de rugveertjes. De schubben moeten goed afsteken tegen de rest van de veer, en in evenwijdige lijnen over de rug lopen, zonder onderbrekingen of onregelmatigheden. Schubben klein bij de kop en groter wordend op de rug. Zacht en zijdeachtig glanzend, glad en goed aangesloten. Borsttekening (rowings) bestaat uit onderbroken lijnen van kleine driehoekjes met de punt omlaag die in evenwijdige lijnen van de hals over de borst en flanken naar de stuit toe lopen. De kop klein en rond. Cap ovaal. De cap mag nooit onder de lijn snavel/oog/achterhoofd uitkomen. Bij een onderbroken cap moet de onderbreking fijn geschubd zijn. Bij de non-cap begint de schubtekening aan de snavel. Vetstofkleur van de cap is egaal. Pigment zwart. Bijtint egaal van kleurdiepte en intensiviteit. Lichte vlekken op schouders dijen of flanken zijn foutief. De vetstofgrondkleuren geel - wit en rood zijn toegestaan, zowel intensief als schimmel. Bontheid in pigment niet toegestaan. De vleugelpennen zwart zonder lichte uit-einden. Vleugels goed gesloten en regelmatig. Staartpennen zwart, staart kort, regelmatig en goed gesloten. Tussen cap en oog blijft een gepigmenteerde wenkbrauwstreep zichtbaar. De vleugeldekveren zwart en goed omzoomd, in de vorm van een komma. Poten vrij kort. Snavel en poten zo donker mogelijk. Gezond, zuiver en goed verzorgd. Grootte ± 12,5 cm. 66.

Doorsnee zitstok(ken) Afstand tussen stokken 11 cm Ringmaat 2,9 mm 45 LIZARD 67

Nog niet erkende rassen AANVULLENDE BESCHRIJVINGEN Beknopte beschrijvingen van postuurkanarie-soorten die bij ons weinig voorkomen. Of van die rassen die internationaal door de C.O.M. nog niet aangenomen zijn. Zodra een ras een officiële erkenning van de C.O.M. heeft verkregen kunnen deze beschrijvingen nog aangepast worden aan de internationale standaard. Deze beschrijvingen dienen slechts als voorlopige richtlijn voor keurmeester en kweker. Gezien het slechts bij hoge uitzondering voorkomen van de hierna volgende soorten zal het altijd moeilijk zijn om van deze vogels een juiste beoordeling te geven. Het is dan ook voorgeschreven dat deze landelijk of internationaal nog niet erkende rassen op een wedstrijd nog geen kampioen kunnen worden daarom mogen ze ook maar met maximum 91 ptn gewaardeerd worden. Het blijft voor een organiserende vereniging natuurlijk wel mogelijk om voor deze nieuwe rassen b.v. een speciale aanmoedigingsprijs beschikbaar te stellen. Van de keurmeesters wordt gevraagd, indien zij een nieuw ras te beoordelen krijgen op de keurlijsten duidelijk aan te geven dat deze vogels beoordeeld zijn volgens voorlopige richtlijnen. Tevens moet de keurmeester in deze gevallen een verslag van zijn beoordeling en mening over de betreffende vogel inzenden aan de Techn. Commissie Postuur. 68.

Nog niet erkende rassen London fancy, Stafford, Bayernpfeil Capitolina, Columbus fancy, Vectis Naast bovengenoemde soorten worden er nu nog een aantal nieuwe rassen genoemd. Het is afwachten in hoeverre deze nieuwkomers het werkelijk tot echte nieuwe postuurkanaries zullen brengen. Helaas zijn van deze soorten nog niet alle gegevens bekend, we vermelden in deze standaard een korte omschrijving van deze soorten zodat men weet waar we mee te maken hebben. Nieuwe rassen Rogetto Salentino Colonia Duitse Rotschecke Westfalicus Warwick Giraldillo Brasileirinho 69

VOORLOPIGE STANDAARDOMSCHRIJVING VECTIS Rugtekening 2 De schubtekening (spangles) wordt gevormd door halvemaanvormige pigmentloze uiteinden van de rugveertjes. De schubben moeten goed afsteken tegen de rest van de veer, en in evenwijdige lijnen over de rug lopen, zonder onderbrekingen of onregelmatigheden. Schubben klein bij de kop en groter wordend op de rug. Kuif 1 Bevedering 1 Borst- en flanktekening Grondkleur Vleugels en staart Rond van vorm en goed gesloten (iets ovale kuif is toegestaan), afhangend tot aan de snavelbasis, juist boven het oog blijvend. De kuif moet zo goed mogelijk aansluiten in de nek. Het middelpunt zo klein mogelijk en centraal geplaatst. De voorkeur gaat uit naar een ongepigmenteerde kuif. Gepigmenteerde kuiven zijn wel toegestaan, maar worden lager gewaardeerd. Zacht en zijdeachtig glanzend, glad en goed aangesloten. Borsttekening (rowings) bestaat uit onderbroken lijnen van kleine driehoekjes met de punt omlaag die in evenwijdige lijnen van de hals over de borst en flanken naar de stuit toe lopen. Pigment zwart. Bijtint egaal van kleurdiepte en intensiviteit. Lichte vlekken op schouders dijen of flanken zijn foutief. De vetstofgrondkleuren geel - wit en rood zijn toegestaan, zowel intensief als schimmel. Bontheid in pigment niet toegestaan. De vleugelpennen zwart zonder lichte uiteinden. Vleugels goed gesloten en regelmatig. Staartpennen zwart, staart kort, regelmatig en goed gesloten. Vleugeldekveren Snavel en poten Conditie, grootte De vleugeldekveren zwart en goed omzoomd, in de vorm van een komma. Poten vrij kort. Snavel en poten zo donker mogelijk. Gezond, zuiver en goed verzorgd. Grootte ± 12,5 cm. 70.

Doorsnee zitstok(ken) Afstand tussen stokken 11 cm Ringmaat 2,9 mm 60 VECTIS 71

VOORLOPIGE STANDAARDOMSCHRIJVING BAYERISCHER PFEILKANARIE Houding 25 punten Grootte 25 punten Lichaamsvorm 15 punten Kop, hals/nek 10 punten Bevedering 10 punten Staart 5 punten Conditie 10 punten Neemt een opgerichte houding aan in een hoek van 60. Kop, hals, lichaam en staart in een rechte lijn. Lengte minimaal 17 cm tot 18 cm. Lange, smalle en langgerekte vorm, (spilvormig). De grootste omvang van de vorm bevindt zich tussen de overgang van de borst en buiklijn. De buik is goed gevuld. Vleugels sluiten naadloos aan op de rugbevedering en moeten vloeiend overgaan naar de staartinplant. Pootjes lang en stevig met stevige grip op de zitstok. Dijen duidelijk zichtbaar en goed bevederd. Kleine kop, licht afgevlakt, gaat gelijkmatig over in de hals/nek. Hals en nek lang, zonder insnoering. Compleet, zacht en goed gesloten. Lang en smal, stevig en goed gesloten in verlengde van het lichaam. Kleine V-vorm aan einde. Gezond, zuiver en goed verzorgd. Met uitzondering van rood zijn alle kleuren toegelaten. 72.

Doorsnee zitstok(ken) 14 mm Ringmaat 3,2 mm 60 BAYERNPFEIL 73

VOORLOPIGE STANDAARDOMSCHRIJVING CAPITOLINA Houding/pootjes/dijen/ staart 30 punten Vorm 25 punten Kop, hals/nek 20 punten Bevedering/kleur 10 punten Grootte 10 punten Houding goed opgericht, fier en uitdagend. Pootjes lang en licht gebogen. Dijen moeten zichtbaar zijn. Staart compact, smal en volgt de buiklijn. Volle ronde borst. Rug lang, breed, goed gevuld en licht gewelfd. Lichaam taps toelopend naar de staart. Schouders hoog breed en afgerond. Vleugels lang, compact en goed aaneengesloten, mogen elkaar niet kruisen. Kop breed, vol en rond. Ogen centraal geplaatst. Kleine korte snavel. Hals en nek goed gevuld, in vloeiende lijn naar de romp. Bevedering compleet, goed gevuld zacht en goed gesloten. Alle kleuren toegestaan. Lipochroomkleur egaal verdeeld. Lengte 12,5 13 cm Conditie 5 punten Gezond, zuiver en goed verzorgd. 74.

80 Doorsnee zitstok(ken) Afstand tussen stokken 11 cm CAPITOLINA Ringmaat 2,9 mm 75

VOORLOPIGE STANDAARDOMSCHRIJVING STAFFORD CANARY Kleur 30 punten Alleen de kleur rood is toegestaan, in lipochroom en pigment, in de intensief, schimmel, bont, ivoor en de mozaïek verschijningsvorm. Lipochroomkleur en schimmel egaal verdeeld. Kuif 30 punten Kuif rond en gewelfd, afhangend tot boven het oog. (Glosterkuif) Vorm/grootte 15 punten Lichaam is wat gevulder dan van een kleurkanarie. Borst afgerond, rug goed gevuld. Grootte 13 cm. Bevedering 15 punten Compleet, vol en zacht. Goed aangesloten om het lichaam. Vleugels goed aangesloten, niet te lang en niet kruisen. Staart compact en kort met zeer kleine V- vorm. Houding/conditie algemene indruk 10 punten Opgerichte houding in een hoek van 45. Gezond, zuiver en goed verzorgd. 76.

45 Doorsnee zitstok(ken) Afstand tussen stokken 11 cm. STAFFORD Ringmaat 2,9 mm 77

VOORLOPIGE STANDAARDOMSCHRIJVING COLUMBUS FANCY Kuif, hals/nek 20 punten Kuif rond en vol. Centraal middelpunt. Lijkt op Gloster Corona kuif, goed gewelfd, hangt licht op de snavel en halverwege de ogen. Kop rond, breed en vol. Hals en nek goed vol zonder insnoering. Vorm 20 punten Kleur 15 punten Bevedering 15 punten Goed gevuld lichaam, borst goed gevuld, rug licht gewelfd. Kleur moet helder en egaal zijn. De voorkeur gaat uit naar lichte lipochroom vogels met donkere melanine vleugel- en staartpennen. De bevedering mag niet kunstmatig gekleurd zijn. Compleet, kort, zijdeachtig, goed aaneengesloten om het lichaam. Nekbevedering goed aangesloten. Vleugels/staart/pootjes 10 punten Vleugels kort, goed gesloten, mogen elkaar niet kruisen. Staart kort en compact met zeer kleine V- vorm. Pootjes vrij kort en stevig. Dijen niet zichtbaar. Grootte 10 punten Lengte 15 cm. Houding/conditie/ algemene indruk 10 punten Licht opgericht in een hek van 45. Gezond, rein en ongeschonden. 78.

60 Doorsnee zitstok(ken) Afstand tussen stokken 11 cm Ringmaat 3,2 mm COLUMBUS FANCY 79

VOORLOPIGE STANDAARDOMSCHRIJVING LONDON FANCY Vleugels/staart 25 punten De vleugelpennen zwart zonder lichte uiteinden. Vleugels goed gesloten en regelmatig. Staartpennen zwart, staart kort, regelmatig en goed gesloten. Helderheid 20 punten Zuiver egaal, over heel het lichaam, zonder te duidelijke doorschijnende donkere donsbevedering. Kleur en cap 15 punten Dekveren vleugelpunten 10 punten Alleen de lipochroomkleur geel is toegestaan, zowel intensief als schimmel. Zo zwart mogelijk. Poten, nagels en snavel 10 punten Dons 5 punten Poten vrij kort. Snavel, poten en nagels zo donker mogelijk. Voor de zwartheid, onderdons moet zwart zijn. Grootte 5 punten Conditie 10 punten Ongeveer 13 cm. Gezond, rein en ongeschonden 80.

45 Doorsnee zitstok(ken) Afstand tussen stokken 11 cm LONDON FANCY Ringmaat 2,9 mm 81

OVERIGE NIEUWE RASSEN Van de volgende rassen zijn helaas nog niet de juiste voorlopige standaarden bekend. Daarom vermelden we slechts een korte omschrijving, van de tot nu bekende gegevens. Zodat de keurmeester die deze nieuwe soorten te beoordelen krijgt een beperkt inzicht heeft van de eisen die aan deze vogel gesteld worden. Het is nog lang niet zeker dat al deze nieuwelingen het tot volwaardige nieuwe rassen zullen ontwikkelen. We zullen voorzichtig moeten zijn met het geven van hoge waarderingen omdat nog niet overal een duidelijke omschrijving bestaat. Zodra officiële omschrijvingen gepubliceerd worden hopen we die zo snel mogelijk hier aan te vullen. Beknopte voorlopige beschrijving van nieuwe rassen ROGETTO Nieuw Italiaans ras. Ontwikkeld door M. Del Prete, uit kruisingen van de AGI en de Fiorino. Het is een frisé kanarie van maximum 15 cm groot. Lichaamsvorm en krulveren zijn hetzelfde als de AGI, dus een mini AGI, met een vrij korte staart. Bij de beoordeling zullen we dus de standaard moeten aanhouden met extra nadruk op de grootte. SALENTINO Nieuw Italiaans ras. Lichaamsvorm als Belgische Bultkanarie. Ideale lengte 12 ½ cm Voorzien van een ovale kuif die gepigmenteerd mag zijn, verdere lichaamskleur egaal roodfaktorig, zonder bont. Punten.: Houding 25 p. rechtopstaande houding met kop en hals onder een rechte hoek. Lichaamsvorm 20 p. Grootte 20 p. Maximaal 12 ½ cm. Kuif/kop 15 p. Goed gevormde kleine ovale kuif. Bevedering 10 p. Glad angesloten bevedering, egaal roodfaktorig, bij voorkeur intensief. Poten 5 p. rechte gestrekte poten, evenwijdig aan de rug. Conditie 5p. 82.

COLONIA Nieuw Duits ras, Ontwikkeld door Manfred Mörsch. Lichaamsvorm als Belgische Bultkanarie. Lengte 14 tot 15 cm. Voorzien van ovale kuif, goed aansluitend zonder kale plek aan achterzijde. Lipochroomkleur of klassieke melaninekleuren, bont toegestaan. Punten: Houding 35 p. Hoog opgetrokken schouders, naar voren gestrekte hals, Rug en staart vormen een rechte vertikale lijn. Kuif of Kop 20 p. Boven de ogen blijvende hoefijzervormige kuif aan de achterzijde zonder onderbreking overgaand in de nekbevedering. Lichaamsvorm 20 p. Schouders hoog en breed, Lichaam in een driehoekvorm. Grootte 5 p. (14 tot 15 cm) Staart 5 p. smal en niet te lang. Poten 5 p. Lang en bijna recht, goed bevederde dijen. Conditie en bevedering 10 p. WARWICK CANARY Nieuw engels ras. Ontwikkeld door Mick Watton. Lichaamsvorm als Fife fancy, Grootte 4¼ tot 4½ inch (11-11½ cm) Met een kuif iets kleiner als Glosterkuif, vetstof, melanine of grizzle. Lichaamskleur uitsluitend in geel-ivoor, geen bont. DUITSE ROODBONTE Nieuw Duits ras. Ontwikkeld door A. Palm. Vogels tonen veel gelijkenis met de Engelse Stafford. De lichaamsvorm moet iets voller zijn. Grootte 13 tot 14 cm. De vorm van de kuif is rond zo groot mogelijk, maar de ogen en snavel vrijlatend. Grondkleur moet rood zijn, bontfaktor moet aanwezig zijn in ongeveer gelijke verhouding lipochroom/melanine, bij voorkeur symmetrisch getekend. Ptn. : Kuif/kop 35 p. ronde kuif, tot op het oog en snavel, gladkop breed met duidelijke wenkbrauwen. Vorm en grootte 15 p. krachtig en kompakt, rechte ruglijn, borst goed afgerond, grootte 13-14 cm. Bevedering 15 p. glad en gesloten. Kleur 10 p. Rode grondkleur, gelijkmatig en helder. Bonttekening 10 p. Bont in alle varianten mogelijk, gelijke delen pigment en lipochroom, bij voorkeur gelijk getekend. Houding 10 p. Conditie 5 p. 83

84.

GIRALDILLO Nieuw Spaans ras. Lichaamsvorm en houding en kleuren als de Giboso Espagnol, maar iets kleiner max. 15 cm. Met kleine ronde kuif. WESTFALICUS Nieuw Duits ras. Kleine kuifvogel, vorm lijkt wat op Fife Fancy Kompakte vogel met duidelijke nekinval, ronde kuif goed aansluitend. Klassieke melaninekleur, bijtint uitsluitend rood. Ptn.: Grootte (10½ tot 11½ cm) 20 p. Kop/kuif-hals 15 p. kuif klein en rond, zonder zichtbare overgang aansluitend in de nek, duidelijke nekinval. Lichaam 10 p. borst en rug goed afgerond, korte kompakte vogel. Bevedering 10 p. Houding 60 gr.10 p. Vleugels 10 p. Kleur 10 p. Moet roodfaktorig zijn, in alle klassieke melaninevormen. Staart 5 p. Poten 5 p. Conditie 5 p. BRASILEIRINHO Nieuw Braziliaans ras. Zeer kleine kuifvogel, Glostertype, Max. 10 cm, groter dan 11 cm wordt gediskwalificeerd. Zeer korte staart 2 max 2½ cm. Ptn.: Staart 25 p. zeer kort 2 tot 2½ cm, Grootte 20 p. 10 cm max. 11 cm. Vorm 20 p. Kop/kuif 10 p. Houding 5 p. Vleugels 5 p. Bevedering 5 p. Poten 5 p. Conditie 5 p. 85

Bijlage 86.

AANVULLENDE INFORMATIE OVER DE RASSEN AGI (Grote Italiaanse frisé) De AGI is het jongste postuurkanarieras dat we kennen. Het ontstaan van dit ras begon in 1986 toen er in Italie de eerste Parijse frisés verschenen met de kopkrulveren in de vorm van een capuchon., terwijl de vogels meestal ook groter werden. Deze overvloedige kopbevedering werd door veel liefhebbers als een mooie aanvulling gezien voor de Parijse frisé, maar de keurmeesters en hun organisaties vonden het een afwijking van de standaard van de Parijse frisé en daarom werden deze vogels niet gewaardeerd op de grote tentoonstellingen. Daarop besloten de Italianen deze soort verder door te ontwikkelen en voor te stellen als een nieuw ras. Op de wereldshow van 2001 in Portugal werd de AGI door de COM als nieuw ras erkend. Opmerkingen AGI. Het voornaamste kenmerk van dit ras is de verlengde groei van de kraagveren met daarop aansluitend de kopbevedering die in dezelfde richting groeit. Bij de beste exemplaren loopt dit uit in een volledig door krulveren ingesloten kop, in de vorm van een capuchon, deze vorm wordt het hoogst gewaardeerd. Daarnaast kennen we bij dit ras echter ook vogels waarbij de kopveren geen volledige capuchon vormen. Dit wordt ook geaccepteerd maar wel moeten de vogels van dit ras altijd een overvloedige kopbevedering laten zien. De verdere onderdelen waarop de AGI verschilt ten opzichte van de Parijse frisé zijn de rugbevedering. Bij AGI moet die bij voorkeur in een rozet-vorm zijn, daarnaast komt ook een rugbevedering in de vorm van een vlinder voor, dus met een duidelijke V-vormige inkeping aan de boven en de onderzijde, deze vorm is minder gewenst en zal dan ook enkele punten lager gewaardeerd moeten worden. De borst- en buikbevedering krult bij de agi altijd naar boven, er mag geen afscheiding zichtbaar zijn tussen borst en buikkrulveren, ook is een borstbevedering die krult vanaf de zijkanten van het lichaam ongewenst. PARIJSE FRISÉ. De Parijse frisé is één van de grootste postuurkanaries, zijn lengte schommelt tussen de 19 en 21 centimeter. Een krachtige houding en een evenwichtige hoeveelheid krullende veren vormen het hoofdkenmerk van deze vogel. Over het ontstaan van deze frisé soort is niet zo heel veel bekend. Waarschijnlijk is de "HOLLANDAIS ROUBAISIEN" wel zowat de voorvader geweest van de meeste frisé soorten. De eerste bekende standaard van de Parijse frisé dateert van 1920, maar reeds in 1867 werd in Parijs de eerste tentoonstelling van Frisées gehouden, door de toen juist opgerichte vereniging "La Nationale". Zodat we het ontstaan van de krulveerrassen zeker ongeveer 150 jaar terug moeten zoeken. Opmerkingen Parijse frisé. Bij het begrip grootte dient men niet alleen naar de lengte van de vogel te kijken, maar moet er vooral ook worden gelet op de juiste verhoudingen in het vogellichaam. Vogels met een lengte van minder dan 19 cm kunnen kruisingen zijn met Padovan of Noord Hollandse frisé, die zullen daarom ook bestraft kunnen worden voor het niet raszuiver zijn. De vogel moet dus volume hebben, breed genoeg zijn. Eén van de punten waardoor het volume ook nadelig beïnvloed wordt, is een onvoldoende of slecht krullende bevedering op de buik, een te vlakke buik bevedering moet dan ook bestraft worden. De mooiste frisé's hebben aansluitend aan de mantel een supplementje, het "Boeket" genoemd. Dit is een voortzetting van de rugkrulveren en bestaat uit een groepje in de richting van de stuit gebogen veren. Omdat deze veren vrij laag op de rug liggen worden ze soms gedeeltelijk door de vleugels bedekt, waardoor het kan lijken dat de rugbevedering ongelijk van lengte is. 87

Ook kunnen door de aanwezigheid van het boeket de vleugels soms niet helemaal goed sluiten. Om die reden zal de keurmeester daarom erg voorzichtig zijn met de beoordeling van de symmetrie van de rugkrulveren en ook het iets openstaan of licht kruisen van de vleugels nooit zwaar bestraffen. Een fout die wel bestraft wordt is het ontbreken of afhangen van een flank. Ook op het ontbreken of het niet rondom aanwezig zijn van de halsbevedering/kraag wordt gelet. Over het algemeen kan van de effen gele vogels gezegd worden dat de bevedering in veel gevallen te zacht wordt, wat ook geldt voor vogels waarin de cinnamonfaktor zichtbaar aanwezig is. De veren gaan daardoor wat afhangen, wat het volume van de vogel nadelig zal beïnvloeden. De van oorsprong in kurketrekkervorm gedraaide nagels zijn bij deze frisé's niet meer gewenst, het is de taak van de liefhebber te lange nagels tijdig te knippen om beschadigingen te voorkomen. Op de tentoonstelling (keuring) is het voldoende als de aanzet tot krulling aanwezig is. PADOVAN. (Kuiffrisé) Deze frisé vond zijn oorsprong, zoals de naam reeds aangeeft, in de Italiaanse stad Padua. De Padovan is een frisé soort die wat betreft zijn bevedering wel enige overeenkomst vertoont met de Parijse frisé. De belangrijkste verschilpunten ten opzichte van de Parijse frisé zijn, de aanwezigheid van een duidelijke rozetvormige kuif en een in het totaalbeeld iets minder overvloedig krullende bevedering. Opmerkingen Padovan. Naast een overvloedige bevedering worden ook enkele kenmerken van de Parijzenaar, zoals staartkrulveren en collerette bij deze vogel gevraagd. Deze kraag moet bij dit ras duidelijk aanwezig zijn en is vrij laag geplaatst, om het in elkaar overvloeien van kuif en kraagveren aan de achterzijde te voorkomen. Deze kraag is een zeer belangrijk onderdeel bij dit ras, bij het ontbreken worden meerdere punten in mindering gebracht. De Padovan mag in alle kleuren geëxposeerd worden, maar het zal duidelijk zijn dat een donkere kuif op een lichte vogel het best uitkomt. Belangrijk is ook de grootte, die maximaal 19 cm. mag zijn, dus duidelijk kleiner dan de Parijse frisé. De gladkop vorm van de Padovan heeft een vrij zware kop, met lange veren, die echter tot aan de kraag zo glad mogelijk moeten aansluiten waarbij wel duidelijk wenkbrauwen aanwezig zijn die goed symmetrisch moeten zijn en bijna tot over de ogen vallen. De kopbevedering moet bij de gladkop tot aan de kraag zo glad mogelijk zijn. MILANAIS kleurfrise. (oud ras niet meer erkend) Tot 1992 was de Milanais een postuurkanarie die erg veel overeenkomst vertoonde met de Parijse frisé. De enige verschilpunten waren de grootte, de Milanais moest maar 18 cm zijn. Daarnaast was de Milanais een kleurvogel. Dit ras mocht alleen als eenkleurige vogel op de tentoonstelling komen. Daarbij was bontvorming niet toegestaan. Als enige kleuren werden de vestofkleuren wit en oranje toegestaan, deze mochten dan ook nog in de gepigmenteerde vorm voorkomen als brons en leiblauw. De voorkeur ging echter uit naar de witte vogels (Milan Bianco). Sinds 1992 is de Milanais geen erkend ras meer. Doordat in dat jaar de Parijse frisé ook met de oranjerode vetkleur werd toegelaten, was er bijna geen verschil meer waarneembaar tussen deze twee rassen, zodat de Milanais werd afgevoerd van het COM vraagprogramma. MAKIGE FRISÉ De Makige frisé is waarschijnlijk in het midden van de twintigste eeuw ontstaan. Rond 1960 werd in Nederland een aantal van deze frisekanaries ingevoerd. Het heeft echter tot ongeveer 1985 geduurd tot er van de postuurkanarieliefhebbers enige serieuze belangstelling voor dit Japanse ras ontstond. Na meerdere pogingen is de Makige internationaal nog steeds niet erkend door de COM. In Nederland hebben we met ingang van 1993 dit frisékanarieras officieel toegelaten op haar wedstrijden. 88.

Opmerkingen Makige frisé. De krachtige houding van deze vogels moet onmiddellijk opvallen. De vrij lange poten moeten volledig gestrekt zijn, zeer belangrijk daarbij is dat de poten ook ver uit elkaar staan, de tenen moeten daarbij ook zeer stevig om de zitstok grijpen. Juist deze breed uit elkaar staande poten geven de vogels het rechthoekige uiterlijk, wat in de standaard onder omtrek gevraagd wordt. De krulveren van deze vogel moeten flink overvloedig aanwezig zijn, deze overvloed valt niet altijd op omdat de krulveren, in verhouding tot andere frisérassen, vrij vast tegen het lichaam liggen. Vooral de twee hoofdkenmerken in de krulling van de Makige moeten duidelijk aanwezig zijn. Ten eerste de openstaande halskrulveren, lang en met een duidelijke scheiding midden op de keel. Ten tweede de krulveren op buik en dijen, de buikkrulveren zijn wat minder overvloedig dan bij de Parijse frisé, de dijen hebben meestal geen duidelijke krulveren maar vaak zijn het slechts ruw uitstaande veren die het onderlichaam toch het nodige volume geven. De omtrek van de vogel moet een duidelijke rechthoek zijn. De schouders + schouderkrulveren vormen de bovenkant en een denkbeeldige lijn ter hoogte van het kniegewricht vormt de onderkant van de rechthoek. Als we de uiteinden van deze lijnen verticaal met elkaar verbinden hebben we een zuivere rechthoek, waar heel de krullende bevedering van de Makige zich in moet bevinden. MEHRINGER De Mehringer is een miniatuur Parijse frisé, die in 1989 voor het eerst op de Duitse kampioenswedstrijden te zien was. Hij werd tussen 1983 en 1989 door een kweker uit Mehringen-Oed gevormd uit kruisingen van Parijse frise met kleurkanaries, Gloster en Noord-Hollandse frise. Opmerkingen Mehringer. Het voornaamste onderdeel bij deze vogel is zijn grootte deze mag maximaal 13 cm zijn De rugkrulling moet overvloedig aanwezig zijn evenals het boeket. Borstkrulling naar het midden van de borst krullend, ook de buik moet gefriseerd zijn. De flanken die boven het dijbeen beginnen moeten volumineus, breed, symmetrisch opwaarts krullen. De kop moet breed zijn en voorzien van krachtige frisering, bakkebaarden en collerette moeten aanwezig zijn. De bevedering moet overvloedig zijn, alle kleuren incl. bont zijn toegestaan. De staart is gesloten maar wel breed, de haneveren moeten aanwezig zijn. De poten zijn kort, de dijen goed bevederd, de aanzet tot krulling van de nagels moet te zien zijn. De vogel moet een opgerichte houding hebben. NOORDHOLLANSE FRISE. "Frisé van het Noorden" De benaming van deze frisé werd in 1992 door de COM. gewijzigd in "Frisé van het Noorden". Bij internationale keuringen moeten wij ons daar dan ook aan houden, maar in eigen land blijven we gewoon over Noord Hollandse frisé spreken. De oorsprong van de frisé's is moeilijk te achterhalen. De naam "Hollandse" is geen bewijs dat de vogel in ons land is ontstaan, hoewel in vele boeken Holland wel als oorsprong wordt genoemd. De naam Hollander was destijds een algemene aanduiding voor alle kanaries met krulveren, waarbij wel wordt aangenomen dat de eerste vogels die enkele krullende veren lieten zien wel uit de Nederlanden afkomstig waren. De benaming "Noord Hollandse" duidt waarschijnlijk meer op de streek ten noorden van Parijs, waar de Frisé Roubaix en de Frisé Picard vervolmaakt werden. Dit zijn dan ook waarschijnlijk de voorouders van onze huidige frisé's. De Noord Hollander behoort tot de groep van de lichte frisé soorten, waartoe we ook de Zuid Hollandse frisé, Gibber Italicus, Giboso Espagnol, Zwitserse frisé en de Fiorino rekenen. Met de zware frisé's bedoelen we dan de Parijse frisé, Padovan en de Makige frisé. 89

De lichte frisé's hebben allen drie groepen krulveren, namelijk borst-, rug- en flankkrulveren, in tegenstelling tot de zware frisé's die over het gehele lichaam krulveren moeten hebben. Opmerkingen Noord Hollandse frisé. Om een goed verschil tussen de Noord- en de Zuid Hollandse frisé te handhaven moeten we goed letten op de houding van deze frisé. De Noord Hollander zit wel opgericht, maar zijn poten mogen nooit helemaal gestrekt zijn, zij moeten licht gebogen zijn. De houding van de vogel moet een hoek van " 60E vormen met het horizontaal. Dit betekent dat de rug staartlijn in elkaars verlengde moeten liggen. De regelmaat van de bevedering is erg belangrijk, naast een goede symmetrie van de mantel, is het belang rijk dat de flankrulveren naar boven krullen dus in de richting van de schouders en niet naar de stuit gericht zijn wat vaak voorkomt. De borstkrulveren vormen een gesloten schelp, met kleine krulveren aan de boven en onderzijde, dus geen open mandje. Veel aandacht moeten we besteden aan de kop, hals en onderlichaam. Deze drie gebieden moeten volledig glad bevederd zijn. Ten aanzien van de broekbevedering moeten we er echter wel rekening mee houden dat de bevedering hier nooit zo glad zal zijn als bij de niet gefriseerde rassen, dit omdat voor een goede krulling van de veren een vrij lange bevedering noodzakelijk is. Ook krullende nagels moeten we als een ernstige fout aanmerken. ZUID HOLLANDSE FRISE. "Frise van het Zuiden" De benaming van deze frisé werd in 1992 door de COM. gewijzigd in "Frisé van het Zuiden". Bij internationale keuringen moeten wij ons daar dan ook aan houden, maar in eigen land blijven we gewoon over Zuid Hollandse frisé spreken. Deze soort ontstond in het begin van deze eeuw, waarschijnlijk ergens in het zuiden van Italië. De Zuid Hollandse frisé behoort tot de groep van licht gefriseerde rassen en lijkt wat de bevedering betreft zeer veel op de Noord Hollandse frisé. Het grote verschil tussen beide rassen is de lichaamsvorm. In zijn ideale houding heeft de Zuid Hollandse frisé de vorm van een cijfer 7. Door deze gebogen vorm lijkt de krullende bevedering wat hoger te zitten, dan bij de Noord Hollandse frisé. Opmerkingen Zuid Hollandse Frisé. Voor een goede vorm zijn een goede lange nek en een fijne ovale kop en hoge hoekige schouders beslist noodzakelijk. De vogel moet ook staan met volledig gestrekte poten. Vaak ziet men de vogel op en neer dansen op de zitstok. Een eigenschap van dit ras is de nervositeit. Duidelijk komt dit tot uiting in de onrustige bewegingen en het steeds vast houden van de tralies met één poot. Omdat deze onrust een natuurlijke eigenschap van dit ras is, wordt dit mits niet te storend, niet bestraft. Het is noodzakelijk goed te letten op de verschillen in de lichaamsvormen, in vergelijking tot de Noord Hollandse- en Zwitserse frisé. De voornaamste lichaamskenmerken van de Zuid-Hollandse frisé zijn: de lange gestrekte poten en de dunne lange hals op in verhouding brede schouders. Men dient bij deze soort sterk te letten op de bevedering. Een te lange bevedering heeft vaak tot gevolg dat er krullende veren zitten op plaatsen waar dit beslist niet is toegestaan, zoals kop, hals en op het onderlichaam. Maar ook een te korte of een te dunne bevedering komt regelmatig voor, waardoor er met name aan de kop erg dun bevederde delen kunnen ontstaan, evenals slecht bevederde dijen. Dit zijn duidelijke fouten in dit ras, welke mogelijk ontstaan zijn door kruising met de Gibber Italicus. Ook een open borstbevedeing of niet sluitend voor de borst wordt bestraft is invloed van Melado. ZWITSERSE FRISE. De Zwitserse frisé is een nog niet zo erg lang bekende frisékanarie. Hoewel ook in Zwitserland reeds in 1899 frisékanaries bekend waren, is de vorming van dit specifieke Zwitserse ras pas in een veel later stadium op gang gekomen. 90.

De eerste officiële erkenning door de C.O.M. vond plaats in 1968. Toen werd de eerste standaardeis voor dit ras vast gesteld. De Zwitserse frisé is ook een ras dat tot de licht gefriseerde soorten gerekend moet worden. Hij komt voor wat betreft zijn krullende bevedering overeen met de Noord- en Zuid Hollandse Frisé. Opmerkingen Zwitserse Frisé. De afwijking ten opzichte van de Noord- en Zuidhollandse Frisé zit naast de houding, in de lengte van de poten die van een gemiddelde lengte moeten zijn (tussen Noord- en Zuid Hollandse frisé in). Verder is het lichaam ook wat smaller. De borstbevedering is in de vorm van een gesloten mandje, een fout is een losse halsbevedering. De Zwitserse frisé moet een ellipsvormig lichaam hebben. De kop wordt naar voren gestrekt en de staart moet de tegen de zitstok worden gedrukt. De poten zijn niet volledig gestrekt maar de dijen worden tegen het onderlichaam gedrukt. De lichaamsvorm en houding zijn te vergelijken met die van de Scotch Fancy. Doordat de staart tegen de zitstok wordt gedrukt zal een lichte bevuiling van de staart het gevolg kunnen zijn. Indien dit minimaal is zal een keurmeester de vogel er niet voor straffen. GIBBER ITALICUS. Deze Italiaanse frisé is wat betreft de vorm betreft precies gelijk aan de Zuid Hollandse frisé. Het is dan ook vrijwel zeker dat de Zuid Hollandse frisé de stamvader is geweest van deze bultfrisé. Door het steeds kweken met intensieve vogels ontstond de dunne bevedering. De dijen en het bovenste deel van de borst blijven hierdoor minimaal bevederd. De Gibber is ook wat kleiner dan de Zuidhollandse frisé, ook dit wordt veroorzaakt door de intensieffaktor. Een goede Gibber Italicus moet als tentoonstellingsvogel altijd een intensieve vogel zijn. Opmerkingen Gibber Italicus. De houding van de Gibber Italicus is zeer sterk opgericht in de vorm van het cijfer 7. De poten zijn daarbij volledig gestrekt, maar mogen niet naar voren doorbuigen. De Gibber Italicus zal over het algemeen de houding nog veel beter aannemen dan de Zuid Hollandse frisé. Vaak heeft de Gibber Italicus een wat gedraaide en rafelige staart, omdat hij die staart als steun gebruikt tegen de tralies van de kooi, de staart mag niet onder de zitstok worden getrokken. Ook deze vogel wordt hiervoor niet te zwaar bestraft, mits de beschadigingen niet te ernstige vormen aannemen. De krullende veren zijn minimaal en blijven beperkt tot enkele gekrulde veren. De grootte van deze vogels blijkt, ondanks de intensieffaktor, toch eerder naar te groot dan naar de kleine vorm te neigen. De Gibber Italicus is niet zo n gemakkelijke kweekvogel. Het samenstellen van de kweekparen eist een behoorlijke kennis. GIBOSO ESPAGNOL. Deze vogel is sinds 1984 erkend door de C.O.M. Hiervoor is hij een aantal malen voorgesteld op respectievelijk de shows te Roeselare en Pinocenza. Tijdens het C.O.M./O.M.J. congres te Pirmasens was de officiële erkenning een feit. Het is een licht gefriseerd intensief ras dat in veel opzichten lijkt op de Gibber Italicus, hoewel er uiteraard ook duidelijke verschillen zijn. 91

Opmerkingen Giboso De voornaamste verschillen zijn te opzichte van de Gibber zijn: - de Giboso Espagnol is veel groter dan de Gibber Italicus, juiste grootte is belangrijk. - de hals is veel langer (Giboso 5-6 cm Gibber 3,5-4 cm) en naar voren en benedengebogen (in de vorm van het cijfer een 1); - de poten zijn langer en met het gewricht iets naar voren gebogen (overstrekt); - de Giboso Espagnol heeft een geheel kaal borstbeen, alleen het onderste gedeelte van de buik is bedekt met korte kleine veertjes. - staart wordt lichtjes onder de zitstok doorgetrokken. Hoewel deze vogels meestal van nature al snel de opgerichte houding aannemen, moet men op de keuring de vogel wel voldoende tijd geven om zijn lange hals goed in de richting van zijn kniegewricht te strekken. Evenals de kweek van de Gibber Italicus, is de kweek van dit ras ook niet eenvoudig. De kweker moet goed weten hoe hij de intensieffaktor kan gebruiken bij de kweek van intensief x intensief. MELADO TINERFENO Hoewel deze kanarie van het eiland Tenerife al vanaf 1875 zou bestaan, dateren de eerste berichten hierover in de postuurkanariewereld ongeveer eind jaren 80. Deze Melado Tinerfeño heeft waarschijnlijk ook aan de basis gelegen voor de ontwikkeling van de Giboso. Opmerkingen Melado Het is een vrij grote frisékanarie, minimum 18cm. Die wat model betreft wel wat op de Giboso lijkt, maar alleen wat meer bevederd is. De houding is in de vorm van een cijfer 1, maar de kop en hals worden niet zo laag gedragen als bij de Giboso. De kop is fijn en de hals lang (5 cm.) Schouders hoog en breed. Rug en staart vormen een rechte lijn, staart raakt de zitstok niet, staartpennen zijn vaak beschadigd, wat bestraft wordt indien dit ernstig is. De brede borst (ongev. 4 cm) heeft vrij korte krulveren, die elkaar niet raken waardoor de huid iets doorschijnt. De verdere bevedering is wel overvloedig, waarbij de flanken meer opgericht zijn. De rugkrulveren moeten bijna de hele rug bedekken. Kop, hals en onderlichaam zijn glad bevederd. Deze vogels werden oorspronkelijk alleen in de kleurslagen wit en schimmel geel gevraagd. Rood was niet toegestaan. Hoewel de naam melado beschimmeld of besneeuwd betekend en dus verwacht mag worden dat alleen witachtige kleuren zijn toegestaan, heeft de COM de Melado inmiddels ook in rood aanvaard. FIORINO De Fiorino is een van de jongere rassen postuurkanaries. Deze kleine frisé werd voor het eerst gekweekt in Italië. Het ras is eigenlijk een beetje bij toeval ontstaan, omdat de Italiaanse kwekers beter voerende kweekvogels nodig hadden voor het grootbrengen van hun frisékanaries. Daarvoor werd de Gloster gekruist met de Noordhollandse frisé, om te trachten de goede kweekeigenschappen van de Gloster over te brengen in de frisées. Toen uit de nakweek van deze kruisingen enkele mooie gekuifde kleine frisées ontstonden is men dit verder gaan uitselecteren. Vooral Dr Zingoni was een van de eerste tentoonstellers van deze mini frisé. Op de nationale kampioenschappen van Italië in 1981 te Florence werden deze vogels voor het eerst officieel getoond. Ook de naam werd toen vastgesteld. Na vanaf 1982 gedurende verschillende jaren op de COM wedstrijden te zijn ingezonden lukte het tenslotte in 1989 op de COM-show in Italië om het ras officieel erkend te krijgen. 92.

Opmerkingen Fiorino De Fiorino moet een kleine vrij gedrongen frisé zijn. Het blijkt in de praktijk echter dat juist die kleine vorm een van de moeilijkste punten is. Het is wel het voornaamste onderdeel, vandaar dat de grootte en gevulde lichaamsvorm als eerste genoemd worden in de standaard. De meeste Fiorino's voldoen nog niet aan deze eis, bij de beoordeling zal er toch voldoende op gelet moet worden zoveel mogelijk de eis van minder dan 13 cm te benaderen, terwijl ook de volheid van het lichaam niet verwaarloosd mag worden. Door de volle bevedering kunnen ook de zogenaamde haneveren voorkomen, de aanwezigheid hiervan wordt niet bestrafd. Voor de kuif zien we het liefst een mooie gewelfde glosterkuif. Helaas is dat ook nog niet mogelijk gebleken. In de standaard is daar ook al rekening mee gehouden en wordt gesproken over een gewelfde kuif over het hele oppervlak van de kop. Als we nog ooit de Fiorino willen zien zoals de tekening vraagt zullen we bij het beoordelen van deze vogels, naast de krulling van de veren, toch ook steeds de kuif en de vorm van de Gloster in gedachten moeten houden. BELGISCHE BULTKANARIE. De Belgische Bultkanarie is één van de oudste postuurkanarie rassen. Rond 1700 werd deze vogel reeds gekweekt onder de naam "Grote vogel" en "Grote Gentse". Tot " 1840 werd dit ras veel gekweekt, maar hierna verminderde de belangstelling zo erg dat het ras bijna uit stierf. Het is aan een aantal liefhebbers uit de omgeving van Luik te danken, met name de heer Dawans, dat deze prachtige vogel weer in zijn volle glorie op onze wedstrijden te zien is. Opmerkingen Belgische Bultkanarie. Om deze houding goed te laten uitkomen, moet de vogel wel over navolgende eigenschappen beschikken: - een opgerichte houding, zuiver verticaal. Het best te vergelijken met het cijfer 7. - aangepaste poten, lang en licht gebogen. - hoge schouders, brede schouders. - een lange hals hebben - een kleine kop hebben. - een lange staart bezitten. Verder is een goede training en africhting een zeer belangrijk punt. Een vogel die op de keurtafel onmiddellijk de juiste houding aanneemt zal hoger gewaardeerd worden, dan een vogel die slechts na langdurig krabben en activeren door de keurmeester, zijn houding laat zien. Een goede vulling in de schouders is gewenst, maar erg moeilijk te verwezenlijken. De vogels met de langste nek zullen vrij snel enige inval tussen de schouders laten zien. Belangrijk blijft te letten op de breedte van de schouderpartij, omdat dit een van de belangrijkste verschillen is t.o.v. de Scotch en de Munchener. Erg voornaam is ook de driehoekvorm van het lichaam, als we de vogel van achteren bekijken moeten we een gelijkbenige driehoek zien. Vanaf de zijkant moet het lichaam ook een strakke driehoekvorm hebben met in de schouders een hoek van 90E. De bevedering van deze vogel moet glad aangesloten aan het lichaam worden gedragen. Een enigszins losse bevedering op de borst wordt getolereerd, omdat door de hoek die de hals maakt met de borst, deze bevedering wat in de verdrukking komt, waardoor het iets open zal gaan staan. Soms zien we enigszins krullende bevedering op rug en aan de flanken, hetgeen niet is toegestaan. Gestreefd moet worden naar een mooie gladde bevedering. 93

SCOTCH FANCY. De uit Engeland afkomstige Scotch Fancy had oorspronkelijk de naam "Glasgow Don". Naar alle waarschijnlijkheid zijn de voorouders de Belgische Bultkanarie of de Zuid Hollandse Frisé. Wat zijn gestalte betreft lijkt deze vogel nog wel wat op de Belgische Bultkanarie, maar de lichaamsvormen zijn veel meer afgerond, terwijl de Belgische Bultkanarie veel hoekiger is. Opmerkingen Scotch Fancy. Het lichaam van de Scotch Fancy vertoont een halvemaan vorm. De schouders mogen zeker niet zo hoog en hoekig zijn als bij de Bultkanarie. Ze moeten duidelijk afgerond zijn, terwijl deze bij de Bultkanarie juist "vierkant" moeten zijn. Bij de Scotch zijn de schouders van achter bezien vrij smal. De halve maan vorm van de Scotch moet in een mooie vloeiende lijn lopen, een hoekvorm van lichaam en staart is niet gewenst. Belangrijk is ook goed te letten op de lengte van de vogels, zodat elke gelijkenis met de Japan Hoso voorkomen wordt. De Scotch is een beweeglijke vogel die regelmatig op zijn zitstokken heen en weer springt. De vogel mag echter niet onrustig zijn. De bevedering van een Scotch kan perfect glad zijn. MÜNCHENER KANARIE. De Münchener is een vogel, die wat betreft zijn vorm veel lijkt op de Scotch Fancy. Waarschijnlijk heeft deze vogel dan ook veel bijgedragen aan het ontstaan van de Munchener. Erg gemakkelijk kan een Münchener dan ook worden aangezien voor een Bultkanarie of Scotch die een slechte houding laat zien. Opmerkingen Münchener. Naast de minder opgerichte houding en de vereiste schuine lijn van kop, hals en schouder (45E ten opzichte van de ruglijn) is het verschil met de Bultkanarie het beste te zien aan de breedte van de vogel. De Münchener is namelijk vrij smal in de schouders, terwijl de Belgische Bultkanarie toch vrij brede schouders moet hebben. Belangrijk is ook dat de vogels de juiste grootte hebben. De borst van de Munchener is rond, iets gevuld, (bij de Bultkanarie is de borst vlak en bij de Scotch heeft de borst een lichte welving naar binnen) JAPAN HOSO. De Japan Hoso is een vrij jong ras onder de postuurkanaries. Pas in 1977 werd dit ras door de C.O.M. erkend en in de standaard opgenomen. De Japan Hoso is een kleinere uitgave van de Glasgow Don (de oudste vorm van de Scotch Fancy) en heeft dan ook als opvallend kenmerk het halve maan of cirkelvormig lichaam. Opmerkingen Japan Hoso. De Hoso moet een mooi cilindervormig lichaam hebben maar door zijn kleine vorm zal de Japan Hoso iets meer borst laten zien dan zijn grote broer de Scotch Fancy. Ook hier moeten we een mooie vloeiende cirkelvorm hebben zonder een hoekige overgang van lichaam naar staart. Een van de belangrijkste punten bij de Japan Hoso is de grootte, deze moet 11½ centimeter zijn. De Japan Hoso is evenals de Scotch Fancy een levendige vogel, die zijn mooie cirkelvormige houding het best zal laten zien als hij wat heen en weer kan springen in de kooi. BORDER. Omtrent de oorsprong van de Border is niet zo heel veel bekend, waarschijnlijk is het ras ergens in Schotland ontstaan. Daar werd hij toen de Common Canary genoemd. Later noemde men hem in Engeland de Cumberland-Canary. 94.

In 1891 werd er een speciaalclub opgericht en hier kwam men tot overeenstemming om de soort in het vervolg Border (grens) te noemen. In 1930 werd een tekening van Mr.H.Norman aangenomen als standaard. Wat betreft zijn vorm werd het lichaam van de Border dikwijls vergeleken met een ei, met de stompe kant boven en op die stompe kant een knikker, waarmee men de ronde vorm van de kop aanduid. De grootte is een punt waaraan beslist veel aandacht moet worden besteed. De Engelse standaard schrijft 5,5 inch, is 14,6 centimeter voor. In het algemeen zijn onze huidige Borders wel wat groter. Het uiterlijk van de Border de laatste jaren duidelijk veranderd. De vogel is veel ronder van lichaam geworden. De standaard tekening hiervan werd in 1985 door de Engelse Borderclub aangenomen, in 2006 werd door de COM de tekening van de Border conventie standaardtekening aangenomen. De Border is een levendige vogel, die dan ook geen standbeeldhouding moet aannemen tijdens de keuring, maar juist regelmatig op en neer moet springen op de zitstokken, wat niet wil zeggen dat de vogel onrustig mag zijn. Juist door dit beweeglijke komt de goede lichaamsvorm het best tot zijn recht. Opmerkingen Border. De kleur van de Border moet gelijkmatig en helder zijn, met uitzondering van rood zijn alle klassieke kleuren inclusief bont toegestaan. Wel is het nodig voldoende nadruk te leggen op de bevedering, die zoveel mogelijk zacht van structuur moet zijn en vooral goed moet aansluiten, zonder ruwheid. De poten lijken vrij lang omdat een redelijk deel van de dijen zichtbaar is, de stand van de poten is dan ook belangrijk voor een juiste houding van deze vogels, deze houding moet duidelijk opgericht zijn, te liggende houding wordt bestraft. Bij een juiste plaatsing van de zitstokken is de lengte van de vogel goed te controleren. FIFE FANCY. De Fife Fancy is één van de jongere rassen postuurkanaries. Het ras begon zijn bestaan in 1957, toen op een vergadering in Kirkaldy in het Graafschap Fife, een afzonderlijke speciaalclub werd opgericht. Dit gebeurde omdat er bij veel Engelse Border liefhebbers een duidelijk ongenoegen ontstond over de voortdurende tendens om de grootte van de Border steeds meer op te voeren. De Border had tot dat moment altijd bekend gestaan als de "Wee Gem", wat het best te vertalen is als "Klein Juweeltje". Dit was voor een aantal liefhebbers het moment om te trachten hier iets aan te doen, door af te spreken de Border zo klein mogelijk te kweken. Vandaar dat een van de belangrijkste punten van de huidige Fife Fancy standaard de grootte is. Opmerkingen Fife Fancy. De Fife Fancy mag niet groter zijn dan 11 centimeter. Deze grens is noodzakelijk om een goed verschil met de Border te handhaven. De kop moet in verhouding met het lichaam zijn en zeker niet te smal, maar wel rond aan alle kanten. Belangrijk is ook dat de vogels voldoende breedte hebben in de schouders, de keurmeester zal de vogel dan ook altijd even van boven bekijken. Een invallende borststreep is een vaak voorkomende fout. De kleur van de vogels van dit ras moet bij voorkeur beperkt blijven tot de klassieke kleuren, zwart, agaat, bruin en isabel. Dus geen opaal, pheao, satinet enz. NORWICH. De Norwich is ontstaan in de Engelse landstreek Norfolk, met de stad Norwich als middelpunt. Tot ongeveer 1850 werd de Norwich alleen als kleurkanarie beschouwd, ook de grootte kwam toen nog overeen met onze huidige kleurkanarie. Na deze periode evolueerde de Norwich tot een grotere en zwaardere vogel. In 1890 werd een beroemd congres gehouden, waarop ruim 400 liefhebbers aanwezig waren. 95

Op dit congres werd de standaard vastgesteld voor de Norwich, waarbij toen vooral aandacht werd besteed aan de vorm van de vogel, waarna de vogel steeds meer liefhebbers kreeg. De kuif Norwich, die toen ook gekweekt werd, verloor steeds meer aan belangstelling. In de jaren 1900 werden weer wat meer kuiven gekweekt, maar toen ging men de gekuifde vogel steeds meer als een afzonderlijk ras beschouwen, deze ging toen verder onder de naam Crest en Crestbred. Voor dit ras kwam er een aparte standaard, omdat de Crest op te veel punten verschilt met de Norwich. Opmerkingen Norwich. De Norwich is een brede vogel, die dan ook in alle onderdelen die breedte moet tonen. De brede kop moet niet alleen van boven breed zijn maar ook aan de onderzijde bij de keel en wangen. Een brede kop geeft makkelijk de indruk van een platte schedel belangrijk is een goed gewelfde ronde vorm. De ogen liggen wat diep in de brede kop, waardoor de indruk ontstaat dat de vogel wenkbrauwen heeft, wat bij een goede beoordeling meestal wel meevalt. Een brede kop maakt nog geen Norwich, zeer goed zal gelet moeten worden op de goede verhoudingen in het vogellichaam. Ook de bevedering is één van de probleempunten. Een te lange en losse bevedering geeft een slordig uiterlijk aan de vogel. YORKSHIRE. De "Gentlemen" onder de Engelse postuurrassen ontstond in het Graafschap Yorkshire. Het ras kwam eigenlijk toevallig tot stand, bij pogingen om de Lancashire te verbeteren. Duidelijk zijn dan ook de kenmerken van de Lancashire in onze huidige Yorkshire terug te vinden, vooral de lengte komt van de Lancashire. Maar ook andere rassen hebben hun sporen in de Yorkshire nagelaten. Zo is de zijdeachtige bevedering waarschijnlijk afkomstig van de Belgische Bultkanarie en de brede kop toont weer enige verwantschap met de Norwich. De Yorkshire heeft evenals de meeste rassen in de loop der tijd wel enige veranderingen ondergaan. Vroeger kende men hem als "Ringvogel", hij moest toen zo smal zijn dat hij door een trouwring kon. De ringvogel werd opgevolgd door het worteltype. Het worteltype wordt niet meer gevraagd. Het nieuwe type volgens de tekening van S. Golding werd in 1961 in Engeland aangenomen. 30 jaar later in 1991 heeft de C.O.M. dit model als enige officiële standaard aangenomen. De Yorkshire is vol in het bovenste deel van het lichaam. De overgang van de nek naar de rug, laat een buitenwaartse gebogen lijn zien. De staart volgt de buiklijn, waardoor deze lichtjes opgeheven wordt gedragen. De inplant van de poten is in het midden van het lichaam, waardoor de vogel achter de poten een lang en goed gevuld lichaam heeft. Opmerkingen Yorkshire. Omdat de Yorkshire een houding vogel is moet er erg veel aandacht besteed worden aan de training van deze vogel voor de wedstrijd. Er wordt een rustige vogel geëist. Zijn houding moet overeenkomen met de wijzers van de klok op 5 over 7. Een goede houding is alleen mogelijk als de vogel goed op de poten staat. De poten moeten lang zijn maar mogen geen stelterige indruk maken. De juiste inplant van de poten is in het midden van het lichaam. Houding en bevedering zijn de voornaamste onderdelen voor dit ras. Ook belangrijk is de lengte van de staart, deze moet goed in verhouding met de lichaamslengte zijn. Het mag niet zo zijn dat de Yorkshire zijn lengte bereikt door een erg lange staart. Ook de aansluiting van de staart moet mooi vloeiend verlopen, dat betekent dat het gedeelte van het lichaam achter de poten niet te kort mag zijn. BERNER KANARIE. De Berner is ruim een eeuw geleden ontstaan uit kruisingen en selecties door Zwitserse liefhebbers. De eerste indruk die men van dit ras krijgt, is dat deze vogels sterk lijken op een kleine Yorkshire. Bij nadere beschouwing bemerkt men echter duidelijke verschillen. 96.

Opmerkingen Berner. Eén van de belangrijkste verschillen met de Yorkshire vinden we aan de kop. De kop van de Berner is veel hoekiger, de Yorkshire moet mooi afgerond zijn. Bij de Berner is de schedel duidelijk afgeplat en aan de achterzijde lijkt het of de schedel daar wat naar achteren uitsteekt en daardoor de kop het hoekige uiterlijk geeft. Ook de overgang van kop naar de rug moet een duidelijke nekinval laten zien, iets wat bij de Yorkshire als een ernstige fout wordt aangemerkt. Het lichaam van de Berner is wat meer kegelvormig, terwijl we bij de Yorkshire een voller type verlangen. Bij de Berner moeten ook de schouders duidelijk zichtbaar zijn. RAZA ESPAGNOLA. (Spaanse dwergkanarie) Het ras bestaat reeds sedert 1931 en had toen de naam "Canari del Pais" (kanarie van het land) Op het 4e Congreso Nacional de Avicultura te Madrid in 1948 werd deze vogel getoond en werd er een officiële standaard vastgesteld, terwijl tevens de huidige naam werd vast gesteld. Het ras werd door de C.O.M. erkend in 1956, maar bleek niet voldoende verspreid om zich op Wereldnivo te handhaven en al spoedig verdween het ras in de vergetelheid. Ook op het officiële C.O.M. vraagprogramma kwam het ras niet meer voor. Door de Spaanse bond AONS werd in juni 1976 gevraagd, waarom dit ras niet meer op de officiële lijsten voorkwam. Omdat het een erkend ras was werd besloten het in 1977 weer op te nemen in het C.O.M. vraagprogramma. Sindsdien blijkt op de C.O.M. wedstrijden deze Spaanse kanarie weer in flinke aantallen aanwezig te zijn. Opmerkingen Raza Espagnola. Aangezien we hier duidelijk met een kleine (dwerg)kanarie te doen hebben zullen we vooral qua grootte erg goed moeten opletten dat we zo dicht mogelijk de minimale lengte van 11½ centimeter benaderen. Een te grote vogel zal ook gauw te breed worden en we zien in de standaard dat er een smalle en fijne vogel wordt gevraagd. In dit verband is ook de bevedering belangrijk, omdat een korte en nauw gesloten bevedering de fijne contouren van het lichaam gunstig beïnvloeden. De intensieve exemplaren zullen dan ook het meest de ideale lijn benaderen. Belangrijk is dat de staart duidelijk in een V-vorm eindigd, die vissestaart is een vereiste eigenschap bij dit ras. De kleur is niet belangrijk, bonte vogels zijn toegestaan. Het is een beweeglijke vogel, die niet makkelijk stil zit, zolang hij niet onrustig/wild fladdert wordt die beweeglijkheid als normaal gezien. Een standbeeldhouding is dus niet nodig, wel mag de vogel niet te opgericht zitten, maar moet een wat gedrukte houding hebben, te lange dijen geven de indruk van een stelterige houding. GLOSTER CORONA/CONSORT. De Gloster is één van de kleinste Engelse postuurkanaries. In 1925 werden door Mrs.Rogerson uit Cheltenham de eerste twee kleine kuifvogels tentoongesteld. Later kregen deze vogels de naam Gloster, naar het district waar deze dame woonde. Waarschijnlijk ontstond de soort daar uit de kruising van een Border met een gekuifde zangkanarie. Rond 1931 werd de eerste standaardbeschrijving opgesteld. De levendigheid, sterkte en het zeer makkelijke kweken waren de oorzaak van een snellere groei van dit ras. Opmerkingen Gloster Corona/Consort. Hoewel dit ras is ontstaan uit grotere vogels luidt de eis in Engeland toch: neiging naar verkleining, een miniatuurvorm. De Officiële Engelse Standaard geeft geen maat aan, maar er wordt een zo klein mogelijke vogel gevraagd. In het algemeen wordt door de Engelse speciaalclubs 4,5 inch (11,5 centimeter) 97

als ideaal gezien. Helaas wordt deze maat slechts zelden bereikt, toch zal hierop goed gelet moeten worden, want de grootte heeft in dit geval een belangrijke invloed op de verschijning van de vogel. Een te grote Gloster zal nooit mooi de gedrongen lichaamsvorm tonen. Bij de kuifvogels zal ook goed gelet moeten worden op de vorm van de kuif. Deze moet mooi gewelfd zijn, dus een kroonvorm. Een platte kuif is een fout bij deze vogels, ook mag de kuif niet te lang zijn, zodat hij over de ogen valt. Voor de vorming van een goede kuif en van een breed lichaam is een vrij lange bevedering noodzakelijk. Getracht moet worden om deze bevedering toch mooi aangesloten te houden. Een te ruwe bevedering in de flanken of losse veren op de rug dienen dan ook als een bevederingsfout bestraft te worden. Bij de Consort zullen we ook moeten letten op een mooie ronde kop, want alleen met een goede ronde kop krijgen de latere jongen goede kuiven. DUITSE KUIFKANARIE. De Duitse Kuifkanarie is een kleurkanarie met een kuif. Eerst na 1950 hebben de Duitsers getracht met deze Duitse Kuifkanarie een eigen ras te scheppen, voor die tijd waren er waarschijnlijk helemaal geen kuifkanaries in Duitsland. De Duitse Kuif stamt dan ook bijna zeker af van de Nederlandse gekuifde zangkanarie, die in Duitsland werd gepaard met roodfaktorige kanaries. Opmerkingen Duitse Kuifkanarie. Omdat deze kuifkanarie ontstaan is uit de kleurkanaries, die in feite geen goede kopvorm hebben voor een mooie kuifvorm, is de kuif dan ook meestal niet zo mooi gevormd als bij andere kuifrassen. In de standaard wordt dit ook niet gevraagd. Een ovale kuif is een eis, het niet geheel aansluiten van de kuif in de nek is een vaak voorkomend kenmerk, wat niet toegestaan is. Een streven blijft een goed gesloten nekbevedering. Vaak zullen de kuifveren op het achterhoofd, al naar gelang de houding van de kop, in meerdere of mindere mate uitstaan. Naast de Kuif zijn alle verdere eisen aan deze soort gelijk aan die eisen die voor dezelfde kleurslag in de standaardeisen voor kleurkanaries zijn opgenomen. De kleur van de vogel blijft dan ook erg belangrijk. Bontvorming buiten de kuif is niet toegestaan. Alleen een gepigmenteerde kuif op een vetstof vogel is toegestaan. Die pigmentkleur moet dan bij voorkeur wel in de hele kuif zo egaal mogelijk zijn, een onregelmatig gekleurde kuif zal een of meer puntjes minder krijgen, aan de achterzijde mag de kleur niet in de nek doorlopen. Bij bontvorming op andere plaatsen wordt de vogel niet gekeurd. CRESTED KANARIE. De Crested is een kanarieras, dat eigenlijk is begonnen als de gekuifde Norwich. Toen na 1870 de Norwich kwekers nog meer nadruk gingen leggen op de vorm van hun vogels, gingen veel kwekers van de gekuifde vogels er toe over om te trachten door kruisingen de vorm van de kuiven te verbeteren. In die jaren werd toen veel gekruist tussen de Norwich-kuif en de Lancashire, met de bedoeling om de kuiven nog mooier en groter te maken. De resultaten van deze kruisingen waren inderdaad sterk verbeterde kuiven, maar van een echte Norwich kon men niet meer spreken. De kruisingsprodukten waren vogels die op veel onderdelen verschilden van de Norwich, zodat de liefhebbers van deze kuifvogels vanaf dat moment hun vogels als een afzonderlijk ras gingen beschouwen. Door de C.O.M. werd dit ras dan ook als zodanig opgenomen in het vraagprogramma. Opmerkingen Crested. Bij deze kuif- of kuifbroedvogels moet men het meeste aandacht besteden aan de kuif/kop van deze vogels, hiervoor zijn dan ook de meeste punten ingeruimd op het keurbriefje. De kuif moet steeds zo groot mogelijk zijn. Deze kuif is vaak meer dan 3 cm in doorsnee. Bij de rubriek kuif/kop wordt ook de nek de snavel en de wenkbrauwen beoordeeld. De lichaamsvorm van de Crested is duidelijk wat slanker en meer gerekt als bij de Norwich. Voldoende aandacht moet worden geschonken aan de bevedering van de vogels. Voor het verkrijgen 98.

van een goede kuif is een lange bevedering noodzakelijk. Een enigszins losse en ruwe bevedering wordt dan ook toegestaan. Wel moeten we er steeds van uit blijven gaan dat een zo glad mogelijke bevedering de voorkeur geniet. Door de lange bevedering zal altijd de vorming van een zogenaamde broek ontstaan, hetgeen evenals het verschijnsel van afhangende stuitveren (haneveren) een kenmerk voor dit ras is. Natuurlijk moet er altijd voor gewaakt worden, dat de lichaamsvormen niet verstoord worden door een overmatige verengroei, of door misvormingen tengevolge van te lange bevedering. LANCASHIRE. De Lancashire is één van de oudste kanarierassen. Zijn ontstaan heeft men nooit duidelijk kunnen vaststellen, maar wel is bekend dat de Lancashire veel heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van rassen zoals de Crested en de Yorkshire. De Lancashire heeft diverse malen op de rand van uitsterven gebalanceerd. De lancashires, die we nu zien. zijn Lancashires, die gereconstrueerd werden met behulp van de rassen, die vroeger met behulp van de Lancashire zijn ontstaan, zoals de Yorkshire en de Crested. Opmerkingen Lancashire. De Lancashire is de grootste Engelse postuurkanarie, een lengte van 9 inches (22 cm) wordt aanbevolen als de ideale maat. De meesten van onze huidige vogels zullen deze maat nog niet halen, maar toch zullen we naar deze 22 cm moeten streven. De kuifvorm moet hoefijzervormig zijn, de achterzijde moet dus glad overgaan in de nekbevedering. Hoewel bij de meeste postuurkanaries de kleur geen rol speelt wordt in de Engelse standaard, voor de Lancashire een éénkleurige vogel geëist, waarbij bontheid niet toegestaan is. De enige pigmentkleur die de vogel mag laten zien is in de kuif. Hier is een grijze kuifkleur toegestaan, bij voorkeur zo egaal mogelijk. RHEINLÄNDER De Rheinländer is een vrij jong postuurkanarieras. De eerste vogels van dit ras werden in 1980 gecreëerd door Horst Noffke uit Duitsland. Hij begon toen met het kruisen van Glosters met Japan Hoso. In 1986 heeft hij deze vogels voor het eerst tentoongesteld in Emden. Het ras werd toen nog Eurasiër genoemd, wat de herkomst van de ouders weergaf (Gloster=Europa Japan Hoso=Azië). In 1993 werd het ras voor het eerst voorgesteld bij de COM, helaas zonder resultaat. In 2000 is opnieuw geprobeerd internationale erkenning te krijgen, deze procedure is nu nog niet afgesloten. Opmerkingen Rheinländer Een van de grootste problemen bij de keuring van de Rheinländer is de kuif, het niet aansluiten van de kuif in de nek en vooral het doorlopen van de kuifkleur in de nek is een fout. Bonte vogels worden niet gekeurd, maar het te ver doorlopen van de kuifkleur wordt alleen in zeer ernstige gevallen als bont aangemerkt, bij iets doorlopen wordt normaal gekeurd met overeenkomstige punten aftrek. Bij de gladkopvorm moeten duidelijk wenkbrauwen aanwezig zijn. De lichaamsvorm moet vrij slank zijn, waarbij de staart iets mag afhangen. De vogel mag echter geen duidelijke halve maan vorm tonen, terwijl ook een te gevuld lichaam een duidelijke fout is. Vooral de houding moet goed opgericht zijn om elke overeenkomst met de Duitse kuifkanarie te vermijden. LLARGET ESPAGNOL De Llarget Espognol is rond 1990 ontwikkeld, in Levante in Spanje. Eigenlijk is het niet duidelijk een nieuw ras, maar een combinatie van een aantal lange vogels uit de provincie Castellon. Daar werden door verschillende liefhebbers smalle vogels gekweekt, die echter op onderdelen verschillend waren. Waarschijnlijk hebben we hier ook nog te maken met nakomelingen van de oude vorm van de Yorkshire, de vroegere ringvogel, die ook smal en lang was. 99

Opmerkingen Llarguet. De vogel heeft een cilindervormig lichaam, met een middelmatige breedte in de schouders. De houding is sterk opgericht, onder een hoek van 75 o. De vleugels zijn opvallend lang maar sluiten desondanks mooi op de eveneens erg lange staart, die in een V vorm eindigt. De grootte is minimaal 17 cm liever nog 18 cm. De kop is vrij fijn en ovaal van vorm. De hals is gevuld maar wel duidelijk afgetekend. De bevedering is vrij kort, mooi glad en goed aangesloten aan het lichaam. Alle kleuren inclusief rood en bont zijn toegestaan, maar moeten wel egaal zijn. De poten zijn vrij lang en licht gebogen, de dijen zijn voor een flink deel zichtbaar. IRISH FANCY De Irish fancy canary bestaat al ruim 30 jaar, oorspronkelijk was het een gewone zangkanarie die in Ierland bekend stond als de Irish roller. In 1978 werd in Ulster de Irish Fancy Canary Club opgericht en vanaf die tijd werd ook de uiterlijke vorm van deze vogels belangrijk waardoor het meer een postuurkanarie werd. Het ras bleef echter vrij plaatselijk bekend, eerst na de erkenning door de COM in 2007 kwam er buiten het Verenigd Koninkrijk meer belangstelling voor dit ras. Opmerkingen Irish Fancy De Irish is een vogel die helaas veel gelijkenis vertoont met de Raza Espagnola en de gladkop Rheinlander. De kweker en keurder zal dus zeer goed moeten letten op de verschilpunten. Een van de duidelijkste kenmerken van de Irish fancy vinden we in de kop, deze moet vooral hoog en goed gewelfd zijn, met een hoog voorhoofd, dus zeker geen slangachtige of hazelnootvormige kop, maar een mooie ronde kop. Deze ronding zien we echter alleen maar aan de zijkant. De kop moet namelijk smal zijn en mag van voren bekeken geen ronde vorm laten zien maar moet smal en plat zijn, losse bevedering en wenkbrauwen zijn helemaal niet gewenst. Het lichaam is smal, spoelvormig, gelijkmatig gevuld met een redelijke breedte in de schouders 33 mm. Het is een beweeglijke vogel, die geen standbeeldhouding moet hebben, maar in die beweging moet de houding toch vrij opgericht zijn 75 0 waarbij een deel van de dijen zichtbaar is. HARLEKIJN De Harlekijn (Arlequim Portugues) werd in 2010 op de wereldshow in Matosinhos Portugal aangenomen als nieuw postuurkanarieras. De soort is oorspronkelijk ontstaan als een bonte kleurkanarie, de bedoeling was zovel mogelijk kleuren in een vogel samen te voegen. De kleur was een van de belangrijkste onderdelen, naast bont en roodmozaiek moest de vogel nog de kleuren zwart grijs en bruin in zijn bevedering hebben. Daarnaast moet een driehoekige kuif aanwezig zijn. Het ras werd in het begin door de meeste liefhebber gezien als een erg bonte kleurkanarie met een slechte kuif. Dit standpunt viel niet in de smaak bij de Portugezen en zij hebben er alles aan gedaan om van de Harlekijn een echte postuurkanarie te maken. De kleur is minder belangrijk geworden en de vorm en grootte van de vogel krijgen nu de meeste punten. Opmerkingen Harlekijn. De kleur krijgt nog slechts 10 ptn maar het blijft een van de meest opvallende eigenschappen van dit ras. Belangrijk is dat het een bonte vogel is. Dit bont moet zoveel mogelijk over de hele vogel verdeeld zijn, bontheid in de staart en op de poten zijn een pluspunt. De kuif heeft de vorm van een driehoek, met een punt aan de voorzijde en twee aan de achterzijde, dit zijn geen scherpe punten maar enigszins afgerond, de vorm van een triangel. Het lichaam is vrij lang en slank, de borst licht afgerond en een volledig vlakke rug in lijn met de staart. De achterzijde van de kop vormt met de hals een rechte lijn, die met een duidlijke hoek overgaat naar de 100.

rechte rug. Het is een vrij lange vogel van 16 cm. LIZARD. De Lizard kennen we in zowel de schimmel alswel in de intensieve vorm. Op de tentoonstelling worden ze dan ook onderverdeeld in drie groepen: Lizard Intensief - Lizard schimmel - Lizard met witte ondergrond De Lizard is het oudste tekening ras. Ze zouden op het eind van de 16e eeuw vanuit Frankrijk in Engeland zijn ingevoerd, waar het ras uiteindelijk werd vervolmaakt. Hoewel de Lizard vrij populair was, is het ras toch bijna uitgestorven geweest. Bij een telling even na de tweede wereldoorlog door het Engelse blad "Cage Birds", bleken er op dat moment in Engeland nog ongeveer 30 koppels te zijn. Gelukkig is door een goed georganiseerde kweek de Lizard weer volledig terug gekomen. De Lizard is eigenlijk geen echte postuurkanarie, maar veel meer een tekeningvogel, waarvan de hagedisachtige schubtekening het voornaamste kenmerk is. Opmerkingen Lizard. De schubtekening wordt gevormd door de kleurloze uiteinden van de kleine rugveertjes, welke echter pas na de jeugdrui zichtbaar worden. Bij overjarige vogels worden deze randjes groter en krijgen ook de vleugel- en staartpennen lichte randen, of worden in hun geheel lichter. Hierdoor is de Lizard meestal alleen in het eerste jaar geschikt als tentoonstellingsvogel. Voor alle Lizard wordt een diep zwart pigment geëist. De tekening op de rug moet niet te grof zijn maar, afhankelijk van de intensiviteit van de bevedering zo fijn mogelijk. Zeker bij de schimmelvogels kan de rugtekening makkelijk te grof en breed worden. Ook op de borst zien we vaak te lange strepen, ook hier moet gelet worden op een korte onderbroken tekening. Belangrijk is ook te letten op de regelmaat en diepte van de lipochroomkleur, (egale cap bij schimmels) terwijl ook het pigment niet te veel bruin mag laten zien. Zeker bij de intensieve exemplaren dient bruin pigment bestraft te worden. De vogel wordt alleen in het zwart pigment erkend door de C.O.M., wat uiteraard ook geldt voor onze eigen nationale standaardeisen. Afwijkende kleuren (agaat, bruin, ivoor, enz.) zijn niet erkend en worden niet gekeurd. 101

Lijst van geadviseerde kooien en maten bij postuurkanaries. Soort Grootte Ringm. KOOI Dikte afstand tussen cm Mm zitstokken zitstokken AGI min. 21 3,2 vierkant 14 mm 12 cm Parijse frisé min. 19 3,2 vierkant 14 mm 12 cm Padovan max 19 3,2 vierkant 14 mm 12 cm Noord Holl. Frisé 17-18 2,9 koepel Zuid Holl. Frisé 17 2,9 koepel Zwitserse Frisé 17-18 2,9 koepel Gibber Italicus max 15 2,9 koepel Giboso Espagnol min. 18 2,9 koepel Melado min. 18 2,9 koepel Makige min. 17 3,2 koepel 14 mm Mehringer max 13 2,9 koepel Fiorino max 13 2,7 koepel Belgische Bult 17 2,9 koepel Scotch Fancy 17 2,9 border 10 cm Japan Hoso 11½ 2,7 border 8,7 cm Munchener 15-16 2,9 koepel Border 14,6 3,2 border 14 mm 10 cm Fife Fancy 11 2,7 border 8,7 cm Norwich 16-16½ 3,2 universeel 11 cm Yorkshire min. 17 3,2 koepel 14 mm Berner 16-16½ 2,9 koepel Raza Espagnola max 11½ 2,7 border 8,7 cm Gloster 11 2,9 universeel 10 mm 7,5 cm Duitse Kuif 14 2,9 universeel 11 cm Crested 17 3,2 universeel 14 mm 11 cm Lancashire 22-23 3,2 koepel 14 mm Rheinländer max. 12 2,7 koepel 10 mm Llarguet min. 17 2,9 koepel Lizard 12½ 2,9 universeel 11 cm Irish Fancy 12,7 2,7 universeel 11 cm Harlekijn 16 3 universeel 11 cm 102.

ALGEMENE RICHTLIJNEN voor Inrichter s van Postuurkanarie tentoonstellingen Keurmeesters Postuurkanaries OPSTELLING KOOIEN Om er voor te zorgen dat de vogels op de beste manier gekeurd kunnen worden moeten de inrichters van wedstrijden er in de eerste plaats op toezien dat de vogels onder de best mogelijke omstandigheden voor de keurmeester komen. Daarvoor is het noodzakelijk dat reeds bij het inbrengen van de vogels er op wordt toegezien dat de vogels zo snel mogelijk op de juiste plaats op de stellingen worden gezet. Zoveel mogelijk moet worden voorkomen dat de vogels tijdelijk op tafels bij elkaar gezet worden. Sommige vogels kunnen bang worden van andere juist voor hun staande vogels, waardoor ze misschien de volgende dag nog angstig blijven en zich daardoor dan minder goed presenteren voor de keurmeester. De kooien mogen beslist niet op de grond gezet worden, ook niet voor slechts enkele ogenblikken. De vogels kunnen hierdoor schrikken, omdat ze dat niet gewoon zijn. Maar nog groter is het risico dat de vogels daardoor uit conditie raken en als gevolg daarvan tijdens de keuring punten verliezen omdat ze niet in hun beste conditie voor de keurmeester verschijnen. Op de stellingen worden de koepelkooien en de vierkante frisékooien bij voorkeur op ooghoogte geplaatst. Dus op de bovenste, of de 2 bovenste rijen van de stelling, koepelkooien dus nooit op de onderste rijen. Wel moet gelet worden op het voorkomen van tocht. Ondanks dit moet wel getracht worden deze kooien zo open mogelijk weg te zetten, zodat de vogel goed om zich heen kan kijken. Het is voor de goede houding van een postuurkanarie in de open kooien beslist fout te trachten deze open koepelkooien zoveel mogelijk rondom af te schermen om daardoor de vogels tegen tocht te beschermen. Het voorkomen van hinderlijke luchtstromingen moet bij voorkeur reeds op voldoende afstand van de vogel worden opgevangen. De universeelkooien en de open borderkooien kunnen op de onderste rijen van de stelling worden geplaatst. Hierbij moet natuurlijk altijd rekening gehouden worden met de vogels en de toeschouwer, de onderste rijen op de stellingen mogen dus nooit te laag zijn. De universeel- en borderkooien worden het beste zodanig boven elkaar geplaatst dat de vogels van de onderste rijen de boven hun staande vogels niet kunnen zien, dus liever niet trapsgewijs op de stelling. VERLICHTING VAN DE TENTOONSTELLINGSRUIMTE Belangrijk is dat de TT-zaal goed verlicht is. De verlichting moet in alle delen van de zaal even sterk zijn, zodat alle vogels is de wedstrijdruimte ongeveer hetzelfde licht krijgen. Voorkom donkere kanten of hoeken, omdat de vogels daar makkelijk gaan zitten slapen. Er moet ook op gelet worden dat de lampen niet te dicht boven de kooien hangen, zeker bij gloeilampen kan de warmte van de lamp zodanig zijn dat de vogels daar hinder van ondervinden. De verlichting van de zaal moet bij voorkeur zodanig zijn dat de vogels allemaal ongeveer in dezelfde lichtomstandigheden zitten als tijdens de werkelijke keuring. Het licht in de zaal moet minstens een uur voor de keuring op volle sterkte aan zijn. 103

DE KEURTAFEL Om de vogels zo goed mogelijk te beoordelen is het belangrijk dat de keurmeester voldoende ruimte heeft op de keurtafel. De tafel moet zo breed zijn dat de keurmeester de vogels ver genoeg van zich af kan zetten zodat de vogels niet bang zijn. Terwijl de keurmeester dan ook voldoende ruimte heeft om zijn keurlijsten neer te kunnen leggen en makkelijk kan schrijven. De lengte van de keurtafel moet zo groot zijn dat zeker ruim 4 vogels naast elkaar geplaatst kunnen worden. Beter is echter nog als er meer vogels op de keurtafel kunnen staan. In de eerste plaats kan de keurmeester een aantal van de te beoordelen vogels eerst voldoende tot rust laten komen. Ook is het makkelijk als de keurmeester zijn beste vogels van een bepaalde serie op tafel kan laten staan om hieraan dan een goede vergelijkings-mogelijkheid te hebben. De keurtafel moet op een rustige plaats staan zodat de keurmeester niet teveel gehinderd wordt door steeds op en neer lopende medewerkers. Zeker moet worden voorkomen dat bij de keuring van de vogels in de open kooien (frisé, koepel en borderkooi) er steeds mensen voor of achter langs lopen, dit heeft een zeer nadelige invloed op de juiste houding van de postuurvogels. Voor het keuren van de echte houdingvogels in de koepelkooien moet er een voorziening aanwezig zijn waardoor de keurmeester die vogels wat hoger kan zetten, zodat hij ze ook op ooghoogte kan beoordelen. LICHT OP DE KEURTAFEL Voor de keuring van postuurkanaries is het nodig dat de plaats waar de keurmeester zijn werk moet doen, goed verlicht is. Bij voorkeur vindt de keuring plaats onder de normale lichtomstandigheden van de tentoonstellingsruimte, mits deze helder genoeg is. Het is voor postuurkanaries niet noodzakelijk dat ze bij daglicht gekeurd worden, ook keuren bij kunstlicht is zeer goed mogelijk. Hierbij moet wel aangemerkt worden dat een keuring met lichtbakken boven de keurtafel, zoals bij kleurkanaries gebruikelijk, voor bijna alle postuurkanaries beslist ontraden moet worden. (behalve voor de Lizard en de Duitse kuifkanarie daar is een goede verlichting juist gewenst). Met lampen direct boven de keurtafel zullen veel rassen postuurkanaries nooit een goede houding laten zien. De vogels in de open kooien zullen zich teveel naar deze lampen oprichten waardoor hun hele houding verstoort kan worden. Voor de koepelkooien zijn deze keurstellingen toch al niet bruikbaar omdat de keurmeester door de lichtbakken zijn koepelkooien niet hoog genoeg kan zetten. Maar ook voor de vogels in de universeelkooien is het keuren met deze lichtbakken juist boven de kooien niet gewenst. Want ook de vogels in de universeelkooien zullen zich oprichten naar de lampen, terwijl het meestal soorten zijn die juist een wat gedrukte houding moeten hebben. Het verminderen van de hoeveelheid licht in deze bakken door er een of twee lampen uit te draaien heeft in het algemeen weinig effect, de vogels blijven zich teveel oprichten. Beter is het voor de keurmeester een andere plaats te zoeken waar de vogels niet te dicht onder de lampen staan. Bij voorkeur zelfs daar waar ze het felle licht van de kleur- en exotenkeurmeesters helemaal niet zien. Opgemerkt moet worden dat een keurmeester er ook vaak de voorkeur aan zal geven om houdingvogels op de stellingen te keuren, of ten minste voor de keuring de houding van deze vogels op de stellingen te beoordelen. Uiteraard is het daardoor ook noodzakelijk dat de verlichting tussen de stellingen voldoende is voor een goede beoordeling. 104.

VOORBRENGEN VAN DE VOGELS Om de keuring vlot te laten verlopen zal de organiserende vereniging moeten zorgen voor een goede blinde lijst, zowel voor de keurmeester als voor de voorbrenger. Naast een duidelijke vermelding van de kooinummers en de soortnaam van de te keuren vogels, moet op deze blinde lijst bij voorkeur ook vermeld worden: hoeveel, en in welke klassen, de keurmeester kampioenen/prijswinnaars moet aanwijzen. Ook zal deze lijst moeten aangeven welke kooinummers bij elkaar horen als stammen en eventuele stellen. Ook moet worden aangegeven of er vogels uit verschillende klassen bij zijn. (bv open klas of overjarig) Bij het voorbrengen van de vogels bij de keuring is het raadzaam te zorgen voor een extra tafel naast de keurtafel, waar de voorbrenger reeds een aantal vogels klaar kan zetten. De vogels hebber dan beter de gelegenheid even op rust te komen voor ze beoordeeld worden. Om vergissingen te voorkomen is het raadzaam de kooien zoveel mogelijk in de volgorde van de kooinummers op tafel te plaatsen. Een voorbrenger moet voorzichtig met de vogels omgaan. De koepelkooien en de open borderkooien worden bij voorkeur aan de onderzijde aangepakt, zodat de vogels niet steeds schrikken als er een hand aan de bovenzijde van de kooi komt. De koepelkooien met frisées er in mogen nooit met de lange zijden tegen elkaar gezet worden, noch op de stellingen noch tijdens het klaarzetten voor de keurmeester. Voor de gefriseerde vogels is het beslist fout als de kooien vast tegen elkaar staan. Omdat deze vogels dan de kans hebben elkaar de flankkrulveren uit te trekken, die vaak door de tralies naar buiten steken. Steeds moet minimaal 3 cm ruimte tussen de koepelkooien worden gehouden. Bij de open borderkooien kan de voorbrenger, indien nodig de drinkfonteintjes wat naar de zijkant plaatsen, omdat deze vaak het uitzicht van de keurmeester belemmeren. Nadat een voorbrenger de kooien op de keurtafel heeft gezet moet hij zich zover terugtrekken dat de vogels geen hinder meer hebben van zijn aanwezigheid, bij de open kooien zeker niet achter de tafel blijven staan. Ook voor de keuringen op de stelling moet er voor de keurmeester een kleine tafel beschikbaar zijn die makkelijk te verplaatsen is, zodat de keurmeester deze tafel steeds bij de te keuren vogels kan zetten en daarop zijn lijsten kan invullen. TEMPERATUUR. Voor het tentoonstellen en keuren van postuurkanaries is het wenselijk dat de ruimte waarin de vogels staan opgesteld en de plaats waar de vogels gekeurd worden, beide matig verwarmd zijn. Zeker moet voorkomen worden dat er grote temperatuurverschillen voorkomen tussen zaal en keurruimte. Voor alle postuurvogels is het wenselijk dat de gemiddelde temperatuur zeker niet lager is dan " 15E c. Bij de gefriseerde vogels moet die temperatuur beslist nog enkele graden hoger zijn zeker tijdens de keuring. 105

ALGEMENE RICHTLIJNEN KEURTECHNIEK POSTUURKANARIES WAT VERSTAAN WE ONDER KEUREN. Onder keuren verstaan we het beoordelen van een vogel op zowel goede als slechte eigenschappen en kenmerken. Als norm gebruiken we de eisen zoals die in de standaard omschreven zijn en de voorbeeldtekening van de betreffende soort. Een beoordeling hangt van vele invloeden af. De beoordeling van een vogel geschied aan de hand van de standaard, maar hangt daarnaast toch ook af van verschillende invloeden. De invloeden kunnen o.a. zijn: A. Het karakter en de instelling van de keurmeester. B. De belichting van de te keuren vogels. C. De rust en de sfeer in het lokaal waar de keuring wordt verricht. D. De ruimte waarin de vogel zich bevindt. Een aan het ras aangepaste standaardkooi is daarbij erg belangrijk. E. Het aantal te keuren vogels. Getracht moet worden dat alle vogels van een bepaald ras door een keurmeester beoordeeld worden. Handhaving van het maximum aantal te keuren vogels. Indien een keurmeester meer vogels keurt zal hij per vogel minder tijd, dus minder aandacht, kunnen besteden. Ook het te lang doorkeuren zal invloed hebben op de instelling van de keurmeester en daardoor op de keuring. F. De kennis van de betreffende keurmeester. Hoewel de keurmeester een ruime kennis heeft van alle soorten postuurkanaries, zullen toch die rassen die hij zelf kweekt door hem makkelijker beoordeeld worden. De eenheid in het keuren wordt door de keurmeestersvereniging zo optimaal mogelijk gehouden, door het gezamenlijk keuren op de technische dagen, het geven van aanvullende opleidingen, het geven van richtlijnen voor de keuringen en het actueel houden van de standaardeisen. RUST, TIJD, AFSTAND. Om de vogels de gelegenheid te geven hun hoedanigheden optimaal te tonen dient een keurmeester omzichtig te werk te gaan. Hoewel bij verschillende rassen de keuring eigenlijk het best op de stelling kan gebeuren, geeft dit ook vaak problemen. Niet altijd is er tussen de stellingen voldoende ruimte of voldoende licht, of staan de vogels niet op de gewenste hoogte. Daarom zal de keuring dan ook bijna altijd op tafel moeten gebeuren. De tafel mag niet te smal zijn, makkelijk is het soms om twee tafels achter elkaar te zetten, dan zit de keurmeester nooit te dicht op de vogels. Voor de echte houdingvogels in de koepelkooien, b.v. de belgische bultkanarie, die speciaal op houding gekeurd worden zijn twee tafels op elkaar vaak de beste methode. KEURBRIEFJES. Daar bij de postuurkanaries de onderlinge verschillen tussen de puntenschalen erg groot zijn was het noodzakelijk dat er voor alle rassen afzonderlijke keurbriefjes gemaakt werden. De verschillen tussen deze keurbriefjes maken het er voor de keurmeester niet makkelijker op. Hij zal steeds goed moeten opletten op het op de juiste wijze invullen van de punten. Ook de optelling van de keurbriefjes kan niet zo automatisch gebeuren als bij de kleurkanaries, waar de keurmeester zijn keurbriefje van buiten kent. Hoewel het werken met aftrekpunten (min-punten) de optelling wel wat vereenvoudigd is dit toch niet toegestaan. De keurmeester schrijft dus de gegeven positieve punten en niet de aftrekpunten. PUNTEN Een exacte richtlijn voor het geven van punten kan wegens de grote verscheidenheid van de onderdelen niet gegeven worden. 106.

Voorop moet steeds staan dat een keuring het waarderen is van het mooie en goede van een vogel. Daarnaast moeten in mindering te brengen punten steeds in een juiste verhouding staan tot de ernst van een fout en de waarde die de standaard aan het betreffende onderdeel toekent. Het maximum aantal punten is volgens de standaard steeds 100. We moeten er echter van uit gaan dat een vogel nooit in elk onderdeel volmaakt zal zijn, zodat deze 100 punten nooit gegeven worden. Ook zal een keurmeester er steeds rekening mee moeten houden dat hij nog betere vogels te beoordelen kan krijgen, die hij dan ook hoger moet kunnen waarderen, zodat het eigenlijk noodzakelijk is altijd nog punten in reserve te hebben. (Makkelijk is daarbij steeds de beste vogel als vergelijkingsmateriaal op de keurtafel te laten staan). Uitgegaan moet worden van de stelling dat een goede vogel "90 punten krijgt. Dat betekend dus dat bij een goede vogel voor bijna elk onderdeel ongeveer 10% in mindering gebracht wordt. Daarbij moet men er rekening mee houden dat en vogel in bepaalde onderdelen uitzonderlijk goed kan zijn waardoor de waardering voor dat onderdeel dan ook hoger zal moeten zijn. Terwijl daarnaast nog fouten in andere rubrieken kunnen voorkomen, waardoor daar de punten juist lager kunnen uitvallen. De gemiddelde aftrek van ongeveer 10% bij goede vogels houd in dat bij de voornaamste onderdelen de meeste punten afgetrokken moeten worden. Daarbij moet men bij het vaststellen van die puntenaftrek goed de waarde van de betreffende rubriek in het oog houden. Bij een onderdeel van b.v. 30 punten worden bij een goede vogel meestal 3 punten afgetrokken, dat wil zeggen dat bij een gemiddelde vogel in een dergelijke rubriek dan minstens 5 punten afgetrokken moeten worden. Terwijl bij een zeer goede vogel kan worden volstaan met een aftrek van 2 punten. De keurmeester zal bij zijn waardering steeds moeten afwegen hoeveel punten een goede vogel voor een bepaalde rubriek kan behalen. Daaraan zal hij moeten afleiden wat een mindere vogel dan nog aan punten krijgt. Niet in elke rubriek moeten altijd punten worden afgetrokken, zeker in de onderdelen waarvoor maximaal 5 punten beschikbaar zijn, zullen in de meeste gevallen geen punten worden afgetrokken. Met uitzondering van de rubriek conditie waar norrmaal een 4 gegeven wordt. Ook bij sommige rubrieken van 10 punten kan het voorkomen dat de keurmeester daar geen punten in mindering moet brengen. Dit kan o.a. het geval zijn bij onderdelen als snavel en poten. Er moet gelet worden op het gescheiden houden van de onderdelen. Een fout kan normaliter maar in een rubriek bestraft worden, behalve bij ernstige fouten, omdat deze meestal ook gevolgen zullen hebben voor de algemene indruk. CONDITIE Het is beslist niet de bedoeling dat de rubriek conditie gebruikt wordt als sluitpost, om aan het gewenste aantal totaalpunten te komen. Ook in dit onderdeel moeten de punten volledig te verantwoorden zijn. Wel is afgesproken in normale gevallen bij conditie een 4 gegeven wordt als het een 5 ptn rubriek is, alleen bij vogels die 91 punten of meer behalen worden de volle 5 punten gegeven. We moeten er wel van uit gaan dat vogels met duidelijke fouten eigenlijk niet aan een wedstrijd mee moeten doen. Daarom moet in het onderdeel conditie wel duidelijk uitkomen dat een vogel te ernstige fouten heeft of onvoldoende verzorgd is als showvogel. Onder "conditie" wordt omschreven dat de vogel gezond, zuiver en goed verzorgd moet zijn. Niet gezond kan variëren van licht uit conditie tot ernstig ziek. Indien een vogel dermate ziek is dat hij niet redelijk beoordeeld kan worden, wordt dit op de keurlijst vermeld en worden geen punten gegeven doch een streep door de puntenkolom. Ditzelfde gebeurd indien de vogel onherstelbare gebreken vertoont. Naast een goede conditie wordt bij dit onderdeel ook gekeken naar de verzorging van de vogel. Daarmee bedoelen we dan dat de bevedering en ook de pootjes goed zuiver zijn (zonodig gewassen). Ook de staat van de kooi kan een aanduiding zijn van een minder goede verzorging. Bij de aanwezigheid van ongedierte (rode mijt of vedermijt, enz.) worden minimaal 3 punten in mindering gebracht. Een punt aftrekken bij conditie en twee punten in mindering bij bevedering. 107

Beschadigingen in de bevedering worden steeds zoveel mogelijk in de rubriek bevedering beoordeeld. In de meeste gevallen komt de rubriek "kleur" niet op de keurlijst voor, waar dit niet het geval is worden slecht opgevoerde vogels, die ernstig vlekkerig in de donsbevedering zijn, gestraft in de rubriek conditie. Verder heeft kleur alleen invloed bij die vogels waar dit nadrukkelijk in de standaard wordt vermeld. Bontheid speelt geen rol in de beoordeling, zelfs niet bij het aanwijzen van de kampioen. Pas echter op voor de suggestieve werking van sommige bontpatronen. Een donkere koptekening kan die kop breder doen lijken, terwijl een donkere vlek op een andere plaats misschien juist de vogel smaller kan doen lijken. GROOTTE Bij de beoordeling van de grootte van een vogel wordt in de standaard soms verwezen naar, overeenkomstige symmetrische verhoudingen in het lichaam. Bedenk echter dat in de meeste gevallen die verhoudingen in de rubriek vorm reeds grotendeels beoordeeld zijn. Onder het begrip grootte zullen we dan ook meestal zuiver de lichaamslengte en zonodig de lichaamsomvang van de vogel beoordelen. We beoordelen die lichaamslengte wel zoveel mogelijk op het moment dat een vogel ook de juiste houding heeft. De lengte van een vogel wordt gemeten vanaf de snavelpunt tot aan het einde van de staart, door de aslijn van de vogel. Het is noodzakelijk dat de keurmeesters de lengte van de vogels streng beoordelen, vooral bij die rassen waar de soorten veel op elkaar lijken en waardoor onderlinge kruisingen mogelijk zijn, is het noodzakelijk de tussenprodukten van de wedstrijden te weren, door een strengere bestraffing indien de afwijkingen in de rubriek "grootte" te groot zijn. POTEN EN SNAVEL Bij dit onderdeel wordt natuurlijk onmiddellijk gekeken naar het ontbreken van nagels of tenen. Uiteraard is dit zeer belangrijk. Een vogel met een ontbrekende teen of nagel hoort niet op de wedstrijd thuis en zal dan ook niet verder gekeurd worden, maar wordt een streep door de puntenkolom gezet, wel met de opmerking waarom. Belangrijk bij dit onderdeel van de keuring is dat de keurmeester goed let op de juiste afmeting en vorm van de snavel, of de lengte van de poten. Juist die pootlengte is een specifiek kenmerk voor sommige postuurkanariesoorten. Ook wordt er op gelet hoever de poot bedekt is door de lichaamsbevedering, of hoever de dijen van een vogel zichtbaar mogen zijn. Daarnaast is bij sommige vogels (Lizard en Duitse kuif) ook de pootkleur nog belangrijk. Kalkpoten, te lange nagels, of gedraaide nagels daar waar deze niet gevraagd worden bestraffen we ook in de rubriek poten. Duidelijke vergroeiingen aan de tenen zoals een naar voren gedraaide achterteen, of een stijve achterteen (slip claw) vallen weer onder de noemer "onherstelbare gebreken". ONHERSTELBARE GEBREKEN. Zoals hiervoor reeds bij enkele rubrieken vermeld, worden aan vogels met onherstelbare gebreken geen punten toegekend. De keurmeester vult geen punten in maar zet een streep door de puntenkolom en schrijft bij de opmerkingen de aard van de geconstateerde gebreken. De vogel wordt, indien de verdere conditie van de vogel dit toelaat, wel beoordeeld en er worden wel opmerkingen geplaatst over de verdere kwaliteiten van de vogel. Wat verstaan we onder onherstelbare gebreken? * het missen van een of meerdere nagels of tenen, blindheid of het ontbreken van 'n oog. * vergroeiingen aan de poten of snavel. * gezwellen op het lichaam, lumps (veercysten). * bontheid, bij vogels waar dit niet toegestaan is. (bv Lizard, Duitse kuifkanarie, Lancashire, Rheinlander) * ook zieke vogels die door hun ziek zijn niet de normale houding kunnen aannemen en daardoor niet goed te beoordelen zijn krijgen geen punten. 108.

. AANWIJZEN KAMPIOENEN Om tot een zo groot mogelijke eenheid te komen is het raadzaam bij het aanwijzen van de kampioenen steeds overleg te plegen met alle aanwezige keurmeesters van deze studiegroep. Rekening dient te worden gehouden met het feit dat de bovenste rubriek op de keurlijst de voornaamste is. Zodat bij een keuze tussen vogels van dezelfde soort eerst deze rubrieken bekeken moeten worden en de waardering in deze onderdelen de voorrang kunnen beinvloeden. Bij de keuze tussen verschillende rassen (wat bij voorkeur voorkomen moet worden) zullen vooral de voor het ras karakteristieke kenmerken kritisch bekeken moeten worden. De prijswinnaars moeten bij voorkeur steeds per ras worden aangegeven. Alleen op kleine onderlinge wedstrijden waar maar enkele postuurkanaries aanwezig zijn kan een TT-bestuur besluiten groepen te maken. De indeling van deze groepen kan op verschillende manieren b.v.: * Op basis van de indeling per kooi (zie hiervoor pag. 5). * Een splitsing in Engelse en Continentale (overige) rassen. (zie pag. 110) * Een verdeling in: Frisées, Houdingrassen, Vormrassen, Kuifrassen, Tekeningrassen. (pag. 110) HET KEUREN VAN STAMMEN Voor het toekennen van stameenheidspunten is het vereist dat de vier vogels inderdaad een eenheid vormen. Hiervoor moeten de vogels minimaal aan de volgende voorwaarden voldoen: * van hetzelfde ras en subtype zijn. (dus b.v. 4 gloster corona of 4 gloster consort.) * alle vier van hetzelfde kleurtype zijn (intensief of schimmel, en dezelfde pigment- en vetstofkleur) * gelijkheid in geslacht is alleen van belang indien dit uiterlijk duidelijk kenbaar is. * Op elkaar gelijkend wat bontheid betreft. Waarvoor de volgende onderverdeling geldt. 1. Lipochroom, alle volledig zuivere lipochroom vogels en lipochroomvogels met niet meer dan 10% melanine (deze 10% kan eventueel uit meerdere vlekjes bestaan), kunnen samen in één stam. 2. Pigment, Volledig gepigmenteerde vogels, en de gepigmenteerde vogels met niet meer dan 10% ongepigmenteerde delen, kunnen samen één stam vormen. (dit mogen eventueel meerdere lichte vlekjes zijn, zolang het per vogel niet meer dan 10% is.) 3. Bont. Alle vogels die meer dan de bovengenoemde 10% bont laten zien. Alle vormen bont zijn toegestaan in een stam mits de 4 vogels ongeveer dezelfde hoeveelheid bont hebben, zodat ze op elkaar lijken. De vogels van een stam moeten zoveel mogelijk gelijk zijn. Bij de lizard, moet de vorm van de cap ook ongeveer gelijk zijn. Indien een of meer vogels uit een stam niet aan bovenstaande voorwaarden voldoen, worden de punten van de 4 vogels niet samengeteld en worden geen eenheidspunten gegeven. De hoogte van de stameenheidspunten wordt bepaald door de verschillen in de totaalpunten van de vier vogels. Het maximum toe te kennen puntental is zes. Deze 6 punten worden gegeven bij vier vogels met hetzelfde eindtotaal. Voor elk punt verschil tussen de totaalpunten wordt van de maximale 6 ptn stamgelijkheid een punt in mindering gebracht. Dus b.v. bij 2 x 90 en 2 x 88 worden 4 eenheidspunten gegeven. Bij 90, 89, 89, 87 wordt 3 punten eenheid gegeven. Voor stellen gelden dezelfde regels, alleen wordt daarbij uitgegaan van 3 eenheidspunten. Ook hier wordt voor elk punt verschil in het eindtotaal 1 punt van de 3 beschikbare eenheidspunten in mindering gebracht. ONDERVERDELING Indien in een vraagprogramma op wedstrijden onderscheid wordt gemaakt naar kleur, moet wat betreft de bontheid ook bovenstaande indeling aangehouden worden zowel bij de enkelingen als bij de stammen. Dus: Lipochroomvogels = maximaal 10% pigment 109

Melaninevogels = maximaal 10% ongepigmenteerde delen. Overige = alle overige vormen van bont. HET INVULLEN VAN DE KEURLIJST Zoals bekend dient van elke voorgedragen vogel een keurlijst gemaakt te worden, voor uitzonderingen raadplege men de hiervoor geldende bepalingen. Wat moet ingevuld worden? - De soort(ras) kleur (indien nodig) van de vogel. - Het schaalnummer (indien nodig) - Het kooinummer - Het aantal punten in cijfers per onderdeel - Het totaal aantal punten per vogel (en per stam) - Opmerkingen zowel positief als negatief - De datum waarop de keuring plaats vindt. - Een paraaf en naamstempel. Wanneer vult een keurmeester geen keurlijst in? Bij het constateren van fraude, wordt geen keurlijst ingevuld doch een rapport opgemaakt overeenkomstig de richtlijnen van de keurmeestersvereniging. Bij diskwalificatie door de wedstrijd-organisatie. Bij kenmerken aan de kooi of de vogel zal de keurmeester deze aan de wedstrijd-organisatie melden, waarna deze volgens de geldende reglementen kan besluiten tot diskwalificatie. 110.

SOORT C.O.M. Engels Overig Frisé Houding Houding Vorm Kuif Tekening recht gebogen A.G.I 1 X X x Parijse frise 1 X X x Padovan frisé 1 X X x x Noord Holl. frisé 2 X X x Zuid Holl. frisé 3 X X x Zwitserse frisé 3 X X x Gibber Italicus 3 X X x Giboso Espagnol 3 X X x Melado Tenerfeno 3 X X x Makige frisé 2 X X x Mehringer 1 X X x Fiorino 2 X X x x Yorkshire 5 X X x Berner 5 X X x Llarget Espagnol 5 X X x Bayerenpfeil 5 X X x Capitolina 5 X X x Lancashire 6 X x X Rheinlander 6 X x X Belgische Bult 4 X X Munchener 4 X X Scotch fancy 4 X X Japan Hoso 4 X x X Border 5 X X Fife fancy 5 X X Raza Espagnola 5 X X Norwich 5 X X Irish fancy 5 X X Columbus fancy 6 X X Gloster 6 X X Duitse kuif 6 X X Crested 6 X X Stafford 6 X X Harlekijn 6 X X Lizard 7 X X London fancy 7 X X Vectis 7 X x X Onderverdeling volgens COM. 1 Zware frisé s 2 Lichte frisé s 3 Lichte frisé s met speciale houding 4 Gladbevederden met speciale houding 5 Gladbevederden vorm- houdingvogels 6 Gladbevederden kuifvogels (+gladkopvormen) 7 Gladbevederden met speciale tekening 111