FAILLISSEMENTSVERSLAG Faillissementsverslag nummer 2 d.d. 9 juli 2009 Gegevens onderneming : Eco Wood Investments B.V. (hierna "de Vennootschap") Faillissementsnummer : 08/561 Datum uitspraak : 2 december 2008 Curator Rechter-commissaris Activiteiten onderneming Omzetgegevens : mr. M. Windt : mr. I.C. Prenger-de Kwant : het kopen en verkopen van rechten wereldwijd inzake onroerende zaken; ontwikkeling van duurzame bosbouw projecten. : Onbekend Personeel, gemiddeld aantal : 1 Verslagperiode : 13 januari 2009 tot en met 8 juli 2009 Bestede uren in verslagperiode : 132,70 uur Bestede uren - totaal : 193,30 uur
2/5 Inleiding Dit tweede faillissementsverslag bouwt voort op het eerste faillissementsverslag. De volgorde van het eerste faillissementsverslag wordt aangehouden. Onderwerpen die reeds in het vorige faillissementsverslag zijn behandeld en geen aandacht meer behoeven, worden niet meer in dit verslag beschreven. De curator verwijst voor die onderwerpen naar het eerste verslag. 1. Inventarisatie 1.4. Lopende procedures Of er gerechtelijke procedures lopen tegen de Vennootschap is thans nog niet bekend. Wel is de Vennootschap onderwerp van een (strafrechtelijk)onderzoek van de FIOD, waarover meer in paragraaf 7 van dit verslag. 3. Activa Onroerende zaken 3.1. Beschrijving onroerende zaken De Vennootschap heeft geen onroerende zaken in Nederland in haar bezit. Of en in hoeverre de Vennootschap (nog) recht(en) heeft op de teakplantages in Guatemala en Costa Rica wordt momenteel onderzocht door mr. M.A.T. Schroots die handelt namens de Vereniging Gedupeerde Beleggers Ecowood. De curator heeft een aantal gesprekken gevoerd met mr. Schroots om te bezien of samenwerking in enigerlei vorm in dit verband mogelijk en wenselijk is. Hieromtrent is nog geen besluit genomen. Voorraden / onderhanden werk 3.9. Beschrijving voorraden/onderhanden werk De curator heeft tot op heden geen voorraden en/of onderhanden werk in Nederland aangetroffen. Andere activa 3.12. Beschrijving andere activa De curator heeft thans nog geen andere activa kunnen traceren. Hij zal hier de komende periode onderzoek naar doen.
3/5 4. Debiteuren 4.1. Omvang debiteuren De curator heeft geen debiteuren aangetroffen. Wel heeft de curator aan de hand van de administratie van de failliet een lijst van (rechts)personen kunnen opstellen aan wie (aanzienlijke) bedragen zijn overgemaakt in de periode 2002- datum faillissement. Het is onduidelijk wat de grond is van deze betalingen, die oplopen tot een bedrag van 3.298.067,38. De curator zal ieder van deze (rechts)personen het verzoek doen de grond van deze betalingen nader toe te lichten. Kan deze niet worden verstrekt, dan zal de curator deze bedragen als onverschuldigd betaald terugvorderen. 5. Bank / Zekerheden 5.1. Vordering van bank(en) De bank heeft nog geen vordering ingediend. 7. Rechtmatigheid 7.1. Boekhoudplicht De curator heeft geen boekhouding en/of aanverwante stukken ontvangen of kunnen traceren. De boekhouding was bij het aantreden van de heer Mion verdwenen. Het vermoeden bestaat dat de boekhouding (gedeeltelijk) is vernietigd. De curator concludeert dat sprake is van schending van de boekhoudplicht ex artikel 2:10 BW. De curator is op 25 mei 2009 bij het FIOD te Zwolle geweest om de door hen in beslag genomen administratie nader te onderzoeken. In september 2009 zal de officier van justitie een vervolgingsbesluit nemen. Daarna wordt de administratie die bij het FIOD ligt, vrijgegeven en ter beschikking van de curator gesteld. 7.4. Stortingsverplichting aandelen Dit punt wordt nog nader onderzocht. 7.5. Onbehoorlijk bestuur Voorop gesteld is het voor de curator bij het ontbreken van de boekhouding en door de verdwijning van de heer Flos niet eenvoudig om onderzoek te doen naar het handelen van de voormalige bestuurder(s). Thans is de Vennootschap reeds onderwerp van onderzoek van het FIOD. Ook deed de AFM in verband met de beoordeling van de vergunningaanvraag van de Vennootschap vanaf medio 2006 een onderzoek naar activiteiten en het bestuur van de Vennootschap. Uit de ontvangen correspondentie en informatie, gesprekken met betrokkenen en op basis van zijn voorlopige bevindingen concludeert de curator dat er aanwijzingen zijn voor onbehoorlijk bestuur. Zo is
4/5 tot op heden onduidelijk waar en waarin de door de Vennootschap ontvangen gelden zijn belegd, zijn veel geldstromen niet te traceren en is de bedrijfsvoering van de Vennootschap nimmer transparant geweest. De curator zal mogelijk in overleg met de verschillende instanties een nader eigen onderzoek instellen naar het onbehoorlijk bestuur. 7.6. Paulianeus handelen Dit wordt in bovengenoemd onderzoek meegenomen. Werkzaamheden Conform bovenstaande. 8. Crediteuren 8.1. Boedelvorderingen Tot op heden is het bedrag aan boedelvorderingen nog niet bekend. 8.2. Preferente vordering van de fiscus Er is door de belastingdienst zowel een preferente vordering van 8.381,00 voor openstaande aanslagen loonheffing ingediend als een preferente vordering ad 222,00 inzake een aanslag vennootschapsbelasting. 8.3. Preferente vordering van het UWV Het UWV heeft geen preferente vordering ingediend. 8.4. Andere preferente crediteuren Tot op heden hebben nog geen andere preferente schuldeisers hun vordering ingediend. 8.5. Bedrag concurrente crediteuren Het totaalbedrag dat aan concurrente schuldvorderingen is ingediend bedraagt 6.189.672,87 (zie lijst van ingediende schuldvorderingen) 8.6. Verwachte wijze van afwikkeling Tot op heden is er nog niet bekend hoe het faillissement zal worden beëindigd. Werkzaamheden De schuldvorderingen zullen verder in kaart worden gebracht. Overig 9. Termijn afwikkeling faillissement Thans is niet bekend wanneer het faillissement afgewikkeld zal kunnen worden.
5/5 9.1. Plan van aanpak De curator zal de komende periode het onderzoek voortzetten naar: a. (het verdwijnen van) vermogensbestanddelen van de Vennootschap; b. mogelijke onrechtmatige/paulianeuze transacties; c. het mogelijk onbehoorlijk bestuur van de voormalige bestuurder(s); en d. op een zo kort mogelijke termijn onverschuldigde betalingen terugvorderen. 9.2. Indiening volgend verslag Tenzij zich voor die tijd (bijzondere) ontwikkelingen voordoen, zal het derde openbare verslag binnen zes maanden worden ingediend. Rotterdam, 9 juli 2009