SKEYE Pico Drone GEBRUIKERSHANDLEIDING 1
Onderdelen SKEYE Pico Drone Propellerbladen Afstandsbediening USB-oplaadstekker Functies afstandsbediening Aan-uitschakelaar Versnellings-/ Draaihende Richtingshendel Voorwaarts/ Achterwaarts/ Zijwaarts Trimknop Voorwaarts Trimknop Zijwaarts Rechts Trimknop Achterwaarts Niet in gebruik 2 Trimknop Zijwaarts Links
Aan de slag Installatie van de batterijen 1. Gebruik een schroevendraaier om het batterijklepje van de afstandsbediening te openen. 2. Plaats 2x1.5V AAA-batterijen in de afstandsbediening. 3. Sluit het batterijklepje. Opladen 4. Sluit de USB-oplaadstekker aan op een USB-poort. Het LED-lampje op de USBoplaadstekker licht rood op om aan te geven dat de accu wordt opgeladen. Als de accu volledig is opgeladen gaat het LED-lampje uit. Het duurt ongeveer 60 minuten om een lege accu op te laden. WAARSCHUWING Let op dat u de accu altijd oplaadt met de geleverde USB-oplaadstekker. Indien u de accu oplaadt met een afwijkende stekker, kunt u onherstelbare schade aanrichten. Vluchtbesturing Wanneer u de versnellings-/draaihendel naar voren duwt gaan de hoofdpropellers draaien. Hoe verder u de hendel duwt, hoe sneller de propellers gaan draaien. De drone zal opstijgen en hoogte winnen. Wanneer u opmerkt dat de drone voorwaarts of zijwaarts beweegt zonder dat u de bedieningsknoppen aanraakt, gebruik dan de trimfunctie van de drone zoals beschreven in Trimmen. 3
Versnellingshendel Om te starten of om hoger te vliegen, duwt u de versnellings-/draaihendel voorzichtig naar voren. Om te landen of om lager te vliegen, duwt u de versnellings-/draaihendel voorzichtig naar achteren. Richtingshendel Laat de drone naar voren of naar achteren vliegen door de richtingshendel voorzichtig naar voren of naar achteren te duwen. Laat de drone naar links of naar rechts vliegen door de richtingshendel voorzichtig naar links of naar rechts te duwen. Draaihendel Laat de drone naar links of naar rechts draaien door de versnellings-/draaihendel voorzichtig naar links of naar rechts te bewegen. 4
Vliegen met de drone 1. Beweeg de versnellings-/draaihendel helemaal naar beneden. 2. Verschuif de aan-uitschakelaar van de drone. 4 2 WAARSCHUWING Zet de drone, direct na het inschakelen, op een vlak en waterpas oppervlak. De drone zal zichzelf stabiliseren. 3. Verschuif de aan-uitschakelaar van de afstandsbediening om deze aan te zetten. De afstandsbediening geeft een piep, wat betekent dat er verbinding is gemaakt. Tegelijkertijd gaan de LED-lampjes op de drone langzaam knipperen. 4. Nadat de afstandsbediening is verbonden, moet deze gekalibreerd worden: duw de versnellings-/draaihendel helemaal naar boven en daarna helemaal naar beneden. Wanneer het LED-lampje op de afstandsbediening en de LED-lampjes op de drone branden (niet knipperen), is de drone klaar om te vliegen. Gevoeligheid instellen De drone heeft drie gevoeligheidsinstellingen: beginner, gevorderd en headless. Duw op de gevoeligheidsknop om de gevoeligheid aan te passen: 1. Wanneer de afstandsbediening één keer piept = gevoeligheidsmodus voor beginners. 2. Wanneer de afstandsbediening twee keer piept = gevoeligheidsmodus voor gevorderden. 3. Wanneer de afstandsbediening drie keer piept = headless. De gevoeligheidsmodus voor gevorderden zorgt voor een snellere drone met een hogere reactiesnelheid. Headless betekent dat uw drone de kant opgaat waar u de controllerstick naartoe beweegt, ongeacht de voorkant of achterkant van de drone. 5
Voor de gevorderde vlieger: 360 rollen WAARSCHUWING Voer deze stunts niet uit voordat u de drone goed kunt besturen. Kies voor een ruimte waar de drone zacht kan landen (tapijt of gras) en houd een hoogte aan van tenminste 10 voet/ 3 meter om ruimte te hebben om de besturing te hervatten na het rollen van de drone. 360 naar links rollen De drone kan 360 rollen, niet alleen naar voren, maar ook naar achteren en zijwaarts. Druk op de flipknop en duw tegelijkertijd de richtingshendel naar voren, naar achteren, naar rechts of naar links. De drone rolt 360 in de desbetreffende richting. Druk op de richtingshendel en duw deze naar links zodra u een piep hoort. 360 naar rechts rollen Druk op de richtingshendel en duw deze naar rechts zodra u een piep hoort. 360 naar voren rollen Druk op de richtingshendel en duw deze naar voren zodra u een piep hoort. 6
360 naar achteren rollen Druk op de richtingshendel en duw deze naar achteren zodra u een piep hoort. Trimmen Om er zeker van te zijn dat uw drone foutloos vliegt, is het een basisvereiste dat u de drone op de juiste wijze trimt. Trimmen van de richting Als de drone tijdens het zweven naar voren of naar achteren vliegt zonder dat u de richtingshendel beweegt, doe dan het volgende: Indien de drone uit zichzelf naar voren beweegt, gebruik dan de trimknop Achterwaarts om met kleine stapjes achterwaarts te trimmen. Indien de drone uit zichzelf naar achteren beweegt, gebruik dan de trimknop Voorwaarts om met kleine stapjes Voorwaarts te trimmen. Als de drone tijdens het zweven naar links of naar rechts vliegt zonder dat u de richtingshendel beweegt, doe dan het volgende: Indien de drone uit zichzelf naar links beweegt, druk dan op de trimknop Rechts om met kleine stapjes naar rechts te trimmen. Indien de drone uit zichzelf naar rechts beweegt, druk dan op de trimknop Links om met kleine stapjes naar links te trimmen. 7
Kalibreren Wanneer de drone instabiel vliegt dient deze gekalibreerd te worden. 1.. Plaats de drone op een vlak oppervlak en kalibreer de versnellingshendel (zie 4 onder Vliegen met de drone ). 2. Beweeg de versnellingshendel naar de hoek linksboven en de versnellings-/ draaihendel naar de hoek linksonder. De LED-lampjes zullen gaan knipperen om aan te geven dat de kalibratie succesvol is uitgevoerd. Propellerbladen vervangen Trek voorzichtig de propeller die u wilt vervangen van de motor-as. Op elke propeller staat een 1 of een 2. Houd rekening met de markering en de kantelende hoek van de propellerbladen. Linksvoor: 2 Rechtsvoor: 1 Linksachter: 1 Rechtsachter: 2 2 1 1 2 8
Problemen oplossen Probleem: De afstandsbediening werkt niet. Oorzaak: De aan-uitschakelaar staat op UIT. Oplossing: Zet eerst de aan-uitschakelaar op AAN. Oorzaak: De batterijen zijn niet juist geplaatst. Oplossing: Kijk of de batterijen juist geplaatst zijn. Oorzaak: De batterijen hebben te weinig spanning. Oplossing: Plaats nieuwe batterijen. Probleem: De drone reageert niet op de afstandsbediening. Oorzaak: De aan-uitschakelaar van de afstandsbediening staat op UIT. Oplossing: Zet eerst de aan-uitschakelaar op AAN. Oorzaak: De afstandsbediening en de ontvanger van de drone zijn niet afgestemd op dezelfde frequentie. Oplossing: Maak opnieuw verbinding zoals beschreven in Vliegen met de drone. Probleem: De drone stijgt niet. Oorzaak: De propellerbladen draaien te langzaam. Oplossing: Verhoog de snelheid. Oorzaak: De accu heeft te weinig spanning. Oplossing: laad de accu op (zie hoofdstuk: Aan de slag/ Opladen ). Probleem: Tijdens het vliegen verliest de drone snelheid en hoogte zonder aanwijsbare reden. Oorzaak: De accu is te zwak. Oplossing: Laad de accu op (zie hoofdstuk: Aan de slag/ Opladen ). Probleem: De drone draait enkel cirkels of vliegt over de kop bij de start. Oorzaak: Propellerbladen zijn onjuist geplaatst of beschadigd. Oplossing: Plaats de propellerbladen opnieuw/ vervang de propellerbladen (zie hoofdstuk Propellerbladen vervangen ). 9
Veiligheidsmaatregelen Volg nauwkeurig de instructies op voor deze drone en voor eventuele aanvullende apparatuur en neem de waarschuwingen in acht. Laat de drone nooit vliegen als de batterijen in de afstandsbediening te zwak zijn. De drone heeft propellers die op hoge snelheid draaien, hetgeen beschadiging en letsel kan veroorzaken. Bestuurders van de drone zijn verantwoordelijk voor alle handelingen die schade of letsel veroorzaken wegens onjuiste bediening van de drone. Kies voor voldoende vliegruimte zonder obstakels. Laat de drone niet vliegen langs gebouwen, groepen mensen, hoogspanningsleidingen of bomen, om uzelf, anderen en de drone te beschermen. Draag oogbescherming bij het bedienen van de drone en houd handen, gezicht, haar, losse kleding en vreemde voorwerpen weg van de draaiende bladen. De drone heeft kleine onderdelen die verstikking kunnen veroorzaken. Houd kleine onderdelen en elektrische apparaten buiten bereik van kinderen en dieren. Huisdieren kunnen opgewonden raken van radio-bestuurbare drones. Houd huisdieren altijd uit de buurt van uw drone. Houd de drone tijdens gebruik altijd binnen uw gezichtsveld. Stop direct de bediening wanneer de drone uw gezichtsveld uitvliegt. Omdat uw drone radiografisch wordt bestuurd kan deze gehinderd worden door meerdere bronnen waar u geen controle over heeft. Radiostoringen kunnen tijdelijk controleverlies veroorzaken: neem daarom altijd en in alle richtingen van de drone een veiligheidsmarge in acht om botsingen te voorkomen. Wanneer u de drone binnenshuis gebruikt, vermijd dan plafondventilatoren, hanglampen, verwarmings- of luchtkanalen of andere obstakels die uw drone kunnen verstoren of beschadigen. Houd handen, haren en loshangende kleding buiten bereik van de propellers wanneer de aan-uitschakelaar aanstaat. Jonge kinderen mogen de drone enkel onder toezicht van volwassenen gebruiken. De afstandsbediening en oplader zijn specifiek voor deze drone gemaakt. Gebruik nooit andere oplaadapparatuur. De drone is NIET bedoeld voor gebruik door kinderen onder de veertien (14) jaar, tenzij continu onder toezicht van een volwassene. Controleer de drone en de afstandsbediening regelmatig op beschadigingen van de aansluitingen, behuizing, propellers, batterijklepjes en andere onderdelen. In geval van schade dient u noch de drone, noch de afstandsbediening te gebruiken. 10
Onderhoud Voor optimale prestaties plaatst u alleen nieuwe Alkaline AAA batterijen in de afstandsbediening. Controleer na elke val of botsing of er onderdelen versleten of beschadigd zijn. De drone zet zichzelf automatisch uit wanneer de propellers niet kunnen draaien. Zet de aan-uitschakelaar weer aan om te drone opnieuw te starten. Ruim uw drone op in de originele verpakking zodra u de drone niet gebruikt en haal de batterijen uit de afstandsbediening en de drone. Laad de accu altijd direct op na gebruik om te voorkomen dat deze volledig ontlaadt. Houd circa 20 minuten rust aan tussen de laatste vlucht en het opladen. Laad de accu af en toe op (elke 2 tot 3 maanden). Indien u bovenstaande instructies niet opvolgt kan dit leiden tot een defecte accu. Houd de temperatuur tussen de 5 en 50 C wanneer u de accu vervoert of enige tijd opbergt. Bewaar de accu of de drone bij voorkeur niet in de auto en stel deze niet bloot aan direct zonlicht. Wanneer de accu te heet wordt kan deze beschadigen of vlam vatten. Dompel de drone of de afstandsbediening niet onder in water. Hiermee beschadigt u de elektronische onderdelen en kunt u de ingebouwde accu ernstig beschadigen. Houd de drone en de afstandsbediening weg van warmtebronnen. Maak voorzichtig schoon met een vochtige doek. Gebruik geen oplosmiddelen aangezien die de plastic onderdelen kunnen beschadigen. 11 AW-v2-NL
12