De NIDF-Norm, versie 2.0 Versie 2.0 van de NIDF-norm is gebaseerd op werken met Photoshop CS2 en de IPTC Core versie 4. Deze versie is opgesteld in december 2005. De NIDF-norm is een bescheiden verzameling regels en aanbevelingen bedoeld om eenduidigheid te krijgen bij het leveren van digitale foto s door fotografen aan gebruikers van die digitale foto s. Die gebruikers kunnen fotolaboratoria zijn, maar ook tijdschriftredacties of vormgevers. Op zich maakt het niet uit wat er met de digitale foto zal gebeuren, het digitale bestand kan in principe altijd op dezelfde manier worden aangeleverd. Eventuele aanpassingen aan het bestand ten behoeve van een specifieke uitvoer moeten door de gebruiker worden uitgevoerd. Het kan dan gaan om een aanpassing in zowel het RGB bestand als een omzetting van RGB naar CMYK ten behoeve van gebruik van de foto in drukwerk, van wat voor soort dan ook. In principe levert de fotograaf een RGB bestand, dat aan een paar eisen moet voldoen: 1. Het bestand moet altijd het juiste ICC-profiel bevatten. 2. De EXIF informatie van de digitale camera moet behouden blijven. 3. De IPTC bestandsinformatie moet zo volledig mogelijk zijn ingevuld. 4. De bestandsnaam moet uniek zijn. Deze simpele regels vormen de basis van de NIDF-norm. In de volgende pagina s worden verschillende onderdelen van de norm verder toegelicht, en er wordt uitgelegd hoe je er voor kunt zorgen dat alles niet alleen formeel in orde is, maar dat al die keuzes ook feitelijk zinvol zijn gemaakt. Wanneer al deze aanwijzingen door de fotograaf worden gevolgd moet iedereen met voldoende vakkennis die professioneel digitale foto s verwerkt of gebruikt zonder enig probleem de volgens de NIDF-norm geleverde foto s kunnen verwerken. Er bestaat dan geen onduidelijkheid over de kleurweergave, de naamsvermelding en de gebruiksrechten. De meeste onderdelen van de NIDF-norm zijn overigens bestaande internationale standaards, zoals iso normen, de IPTC definities en de ICC-regels voor kleurbeheer. 1
De NIDF-Norm Het is noodzakelijk dat de fotograaf zich aan deze norm houdt, zodat de verstuurde of afgeleverde digitale foto s aan de NIDF-norm voldoen. Maar daarnaast moet ook de ontvanger van het bestand, en vervolgens iedereen die de foto s op zijn of haar computer bekijkt om ze te beoordelen, zich aan de norm houden voor die onderdelen die betrekking hebben op het beoordelen van digitale foto s. Dat betreft dan de inrichting van de werkplek, de kalibratie van de monitor en de keuze en de instellingen voor de kleurweergave van de gebruikte software de eerste drie punten van de norm. Ook zal iedereen die de foto wijzigt daar toestemming van de fotograaf voor moeten hebben en er voor moeten zorgen dat alle informatie, punten 4, 5 en 6, in het bestand gehandhaafd blijft. Wanneer er ergens in de lijn tussen de fotograaf en de drukpers iemand de foto gebruikt zonder zich aan de NIDF-norm te houden kan er door de fotograaf niet meer worden ingestaan voor het resultaat. De NIDF-norm regelt eerst de zaken die van groot belang zijn voor iedereen die bij het maken en gebruiken van digitale foto s betrokken is. Helaas is het niet mogelijk te controleren of iemand zich aan deze regels houdt, dat geldt voor punt 1,2 en 3. De overige zaken zijn wel te controleren, omdat ze effect hebben op en eenvoudig terug te vinden zijn in elke digitale foto. 1. De inrichting en de verlichting van de werkplek waar de monitor staat om de foto s te beoordelen. Hiervoor geldt iso norm 3664 of de nieuwere iso norm 12646: neutrale kleuren, uitsluitend normlicht met een kleurtemperatuur van 5000K, een lichtintensiteit tussen 32 en 64 Lux. 2. Het instellen van de kleurweergave van de monitor zelf, het kalibreren en maken van een monitorprofiel. De instellingen zijn: witpunt van 6500K, lichtsterkte 100 cd/m2 en gamma waarde 2,2. 3. Het instellen van het kleurmanagementsysteem van de computer en de gebruikte software, met name de kleurvoorkeuren van Photoshop CS2. 4. De EXIF-informatie uit de digitale camera moet in het bestand blijven zitten. 5. Een digitale foto moet altijd voorzien zijn van een ingesloten ICC-profiel. 6. Het gebruiken van de IPTC standaard voor de informatie in de foto over de fotograaf, het auteursrecht en het onderwerp van de foto, ook deze informatie maakt onderdeel uit van het bestand. De volgende informatie moet in ieder geval zijn ingevuld: De opnamedatum, de opname plaats, het bijschrift, de naam van de maker (de fotograaf), een aantal trefwoorden. Verder is het aan te bevelen zo veel mogelijk van de overige velden ook in te vullen. 7. De bestandsnaam, niet dwingend voorgeschreven, maar aanbevolen volgens een vast stramien. Bestandsnamen worden bij voorkeur opgebouwd uit vier initialen van de fotograaf, de opnamedatum in de volgorde jjjjmmdd, een streepje, een vier-cijferig volgnummer en de bestandsextensie. Bijvoorbeeld: NIDF20051024-1234.jpg 2
Toelichting op de NIDF-norm Voor het beoordelen van de kleur, de helderheid en het contrast van foto s op het beeldscherm moeten drie zaken op orde zijn: 1 - De werkomgeving 2 - De monitor kalibratie 3 - De instellingen van de software voor de kleurweergave Toelichting, punt 1. De werkomgeving De werkplek moet worden ingericht volgens de iso 3664 norm of de nieuwere iso 12646 norm: - Alleen neutrale kleuren in de werkruimte, bij voorkeur lichtgrijs. - Normlicht als enige verlichting: Kleurtemperatuur 5000 K, kleurweergave-index 90 of hoger. Lichthoeveelheid tussen 32 en 64 Lux. Voor fotografen die een belichtingsmeter willen gebruiken als controle zijn de instellingen: Isowaarde: 100; Sluitertijd: 1 seconde; Diafragma: tussen 4 en 5.6 Dat houdt in dat er geen daglicht binnen mag komen in de werkruimte. Daglicht wisselt namelijk zowel wat de kleur van het licht als de hoeveelheid ervan betreft waardoor een constante beoordeling van foto s onmogelijk wordt. Bruikbaar als verlichting zijn de speciale normlicht TL-buizen die daarvoor in de foto- en grafische vakhandel te koop zijn, meestal niet wat in de gewone verlichtingswinkel als daglicht TL-buis wordt verkocht. Ook moeten er goede armaturen / reflectoren worden gebruikt die de kleur van het licht niet veranderen. Ook goed: Solux halogeenlampen met geïntegreerd blauwfilter die een kleurtemperatuur van 4700 K leveren. (te koop via Spectrus, Solingenstraat 59; 7421 ZS Deventer, of www.solux.net ) Ook bruikbare TL-buizen: Natura Lite ( www.naturalite.nl ) heeft zowel TL als PL lampen die wat betreft de kleurweergave dicht genoeg in de buurt komen om te gebruiken. Voor fotografen die een kleurtemperatuurmeter hebben is het eenvoudig om de juistheid van de kleur van de verlichting te meten. ( kleurtemperatuur van 5000 K en geen afwijking in de rood-groen balans) Er bestaan ook controle-stickers waardoor je in één oogopslag kunt zien of de lichtomstandigheden goed zijn wat betreft de kleur van het licht. Er bestaat een RHEM uitvoering maar er is ook de UGRA color temperature indicator. Wanneer de werkplek niet aan deze voorwaarde voldoet kan er geen juiste beoordeling van kleur plaatsvinden, noch op de monitor, noch van foto s op papier of in drukwerk en is het ook onmogelijk om een inkjet afdruk als testprint met het uiteindelijke drukwerk te vergelijken. Iedereen die een foto op een beeldscherm wil beoordelen moet zijn of haar werkruimte daarom aan bovenstaande norm aanpassen! Voor het beoordelen van afdrukken op papier geldt vrijwel hetzelfde als voor de omgeving van het beeldscherm, alleen moet de hoeveelheid licht vele malen hoger zijn: tussen de 1500 en 2500 lux. Deze instellingen gelden voor fotografen, redacteuren, ontwerpers, vormgevers, lithografen en drukkers. 3
Toelichting, punt 2 - De monitor De monitor speelt een centrale rol bij het werken met digitale foto s, vandaar dat de monitor erg nauwkeurig moet worden ingesteld. In samenhang met de neutrale kleuren van de werkplek, moet ook alles buiten de foto op het beeldscherm van kleur worden ontdaan. Als achtergrond afbeelding komt alleen een egaal grijs vlak in aanmerking. Wanneer het mogelijk is moet alle kleur uit de gebruikers-interface worden verwijderd, in ieder geval bij Mac OSX is dat een optie, bij Windows XP kan de silver instelling worden gekozen. Er moet een monitorprofiel gemaakt worden waarin de eigenschappen van de monitor zijn vastgelegd. Dat kan eventueel met software zoals het programma Adobe Gamma, of het regelpaneel beeldschermen van de Apple computer. Dat is beter dan niets doen, maar de betrouwbaarheid is niet echt hoog. Die methode is wel voldoende voor mensen die even een beeld globaal willen beoordelen. De enige echt betrouwbare methode is om gebruik te maken van een speciale meetcel en de erbij behorende software. Voorbeelden van die meetcellen zijn: Gretag Macbeth Eye-One Display2. Pantone / Colorvision Monitor Spyder2. LaCie Blue Eye. Basiccolor Squid. xrite MonacoOptix. De mooiste oplossingen zijn die waarbij de software in combinatie met de bijbehorende meetcel de instellingen van de monitor helemaal voor zijn rekening neemt. Dat geldt bijvoorbeeld voor de volgende beeldschermen: LaCie 319 / 321 LCD monitor Eizo CG beeldschermen Nec SpectraView beeldschermen Ongeacht de gebruikte methode om het monitorprofiel te maken zijn de instellingen van de monitor: Witpunt 6500 K Gamma 2,2 De software die het beeldscherm profiel maakt zal het automatisch als zodanig herkenbaar in de computer plaatsen. Daardoor kan alle beeldbewerkingssoftware die gebruikt wordt voor het beoordelen en bewerken van digitale foto s met hulp van dit profiel zorgen voor een correcte weergave van de kleuren op het beeldscherm. Bij sommige scanprogramma s of software voor het verwerken van raw bestanden uit digitale camera s moet de gebruiker zelf het juiste monitorprofiel aanwijzen. Daar moet je dan iedere keer na het kalibreren van het beeldscherm aan denken! Alternatieve instellingen: Het is mogelijk om te werken met andere beeldscherm instellingen. Omdat de gammawaarde via het beeldscherm profiel volledig verrekend wordt bij de weergave is het ook mogelijk om op een Apple computer voor een gamma van 1,8 te kiezen wanneer dat je voorkeur mocht hebben. Voor het witpunt geldt die volledige aanpassing niet, maar hier past je oog zich eenvoudig aan. Wanneer je een andere instelling wenst kun je kiezen uit het bereik tussen 5000K en 6500K, waarbij het wel erg belangrijk is dat je weet wat je doet en waarom je het doet, en dat het scherm er echt wit uit blijft zien. 4
Toelichting, punt 3 - De instellingen van de software. Photoshop als feitelijke standaard voor beeldbewerking moet zo worden ingesteld dat het gebruik maakt van kleurmanagement. Het monitorprofiel wordt automatisch herkend. Bij sommige scan programma s is dat helaas niet het geval. Versie 4 en eerder van Photoshop mogen niet gebruikt worden: deze versies geven de kleuren niet betrouwbaar weer, en wanneer een bestand opnieuw bewaard wordt gaat er belangrijke informatie verloren! Photoshop 5 kan eventueel gebruikt worden, maar een nieuwere versie wordt aangeraden. Bij de juiste instellingen scheelt dit namelijk veel omrekenen van kleuren, wat tijd kost en enig kwaliteitsverlies kan opleveren. Aanbevolen wordt om uit te gaan van de combinatie van instellingen: Drukwerkvoorbereiding voor Europa, zoals in Photoshop 6 en later aan te treffen, of liever Europa, Prepress 2 zoals in Photoshop CS2 aanwezig is, en daar dan een paar kleine wijzigingen in aan te brengen. RGB werkruimte: AdobeRGB (1998) De instellingen voor de RGB-werkruimte zijn voor de fotograaf in principe van geen enkel belang. Ze hebben vooral invloed wanneer je een nieuw bestand maakt in Photoshop, en dat doen fotografen niet zo vaak. Het ligt natuurlijk wel voor de hand om bij RGB de kleurruimte van je digitale camera te kiezen, dat zal dan meestal AdobeRGB zijn. Wanneer je jpeg als opnameformaat in je digitale camera gebruikt, moet je er wel zelf, met behulp van de juiste software, voor zorgen dat de in de camera gekozen kleurruimte ook als profiel in het bestand wordt ingebouwd, dat gaat namelijk niet vanzelf. Het kan bijvoorbeeld met het programma Photo Mechanic CMYK: Iso coated Alleen voor mensen die zich bezighouden met omzetting van bestanden naar CMYK kleuren, voor drukwerk bijvoorbeeld, is de CMYK instelling van belang, van heel groot belang dan ook meteen. Wil je alleen maar een beetje beoordelen of de kleuren van de foto in drukwerk niet helemaal onmogelijk zijn, dan is de standaard instelling op Europa-prepress 2 met bijbehorend Iso drukwerkprofiel wel handig. Grijswaarden: gamma 2.2 De grijswaarden instelling heeft enige betekenis voor fotografen: op het moment dat je een foto van kleur naar zwartwit omzet wordt deze instelling in eerste instantie gekozen. De technisch gezien simpelste keuze is een gammawaarde die gelijk is aan de gamma waarde in je kleurenfoto s, AdobeRGB of srgb. Beide gebruiken een gammawaarde van 2.2. Steunkleur: Voor werken met foto s niet van belang. Beleid voor kleurbeheer: in alle gevallen: ingesloten profielen behouden. De allerbelangrijkste instelling is die voor het beleid voor kleurbeheer, daar regel je namelijk hoe Photoshop omgaat met foto s die je opent, de normale manier van werken met Photoshop voor een fotograaf. 5
De keuzes voor "profielen komen niet overeen" : "vragen bij openen" en "vragen bij plakken" kunnen worden uitgezet, dat werkt sneller en logischer. Voor alle veiligheid is het verder van belang om bij de algemene voorkeuren van Photoshop, in het venster bestandsbeheer, de keuze "EXIF profieltag negeren" aan te vinken. Dit is namelijk een onbetrouwbare methode die tot foute resultaten in het kleurbeheer kan leiden, afhankelijk van de gebruikte digitale camera. De keuze voor een waarschuwing bij het ontbreken van een profiel moet altijd aanstaan! Voor de omzetting kies je Adobe(ACE) als engine Relatief colorimetrisch als intent, compensatie zwarte punten moet dan absoluut aangezet worden. Voor de rendering intent kun je ook Perceptueel kiezen, een andere CMM is ook mogelijk, maar ook hier geldt: alleen wanneer je weet wat je doet en waarom je het doet. Overige software Helaas worden digitale foto s niet enkel en uitsluitend in Photoshop bekeken. Dat zou ideaal zijn, maar helaas. Het gebruik van andere programma s kan tot flinke problemen leiden, zelfs wanneer er voor de juiste werkomgeving en een monitorkalibratie is gezorgd. Dat is het gevolg van het feit dat niet alle programma s die foto s kunnen laten zien ze ook correct laten zien. Niet elk programma gebruikt namelijk kleurmanagement correcties en het monitorprofiel voor een juiste schermweergave. Dit is soms een flink probleem en geeft aanleiding tot nogal wat communicatiefouten en verwarring bij het leveren van digitale foto s. Voor deze situatie is er een duidelijk onderscheid tussen de verschillende computerplatforms. Voor gebruikers van het nieuwste Apple systeem, Mac OSX 10.3 of later is het buitengewoon eenvoudig: elk programma dat een foto kan laten zien doet dat met behulp van kleurmanagement en het monitorprofiel, en dus goed. Er is in principe geen verschil tussen bijvoorbeeld Mail, Safari en Photoshop. Kleine interpretatieverschillen kunnen ontstaan door andere keuzes bij de kleurinstellingen van Photoshop. Voor gebruikers van een Windows systeem geldt deze eenvoud niet. Hier kunnen foto s alleen beoordeeld worden in programma s waar het kleurmanagement nadrukkelijk geregeld is, Photoshop 6 en later dus. Outlook, Word en Internet Explorer kunnen absoluut niet gebruikt worden om kleur, helderheid of contrast van een foto te beoordelen. Voor fotodatabases die via het internet foto s aanbieden is het feit dat Internet Explorer zonder kleurmanagement werkt een echt probleem. Net als voor het via e-mail ter controle aanbieden van foto's overigens. Toelichting, punt 4. De EXIF informatie Elke digitale camera schrijft een hoeveelheid informatie weg in elk opgenomen digitaal bestand. Het is handig om die te handhaven. Bij het werken volgens de NIDF-norm wordt het handhaven van de EXIF informatie voorgeschreven. De EXIF informatie kan zowel door Photoshop als door database programma's worden gelezen. Toelichting, punt 5. De IPTC- of bestandsinformatie Dit is tekst-informatie die onderdeel is van het digitale fotobestand. Hierin kan allerhande informatie worden opgenomen over wat er op de foto staat, wanneer en door wie de foto gemaakt is en op welke manier en onder welke voorwaarden de foto gebruikt mag worden. Er is een groot aantal velden voor allerlei verschillende soorten informatie beschikbaar. Sinds enige tijd is er wat heet de IPTC-Core, ook wel versie 4 genoemd, waarin een groot aantal nieuwe velden aanwezig is voor extra informatie, vooral over de fotograaf en de voorwaarden voor de het gebruik van de foto. In Photoshop CS2 zijn al deze velden beschikbaar en ze komen ook voor in iview MediaPro 3 en Extensis Portfolio 8. In al deze programma s kan de informatie dus worden gelezen, ingevuld of gewijzigd. De IPTC is daarmee de ideale uitwisselingsstandaard voor informatie over foto s. In de bestandsinfo zoals dat bij Photoshop CS2 wordt genoemd komen sommige 6
velden in verschillende vensters terug, maar het is dezelfde informatie. Er zijn vier vensters waarvan de naam met 'iptc' begint, daar kan alle informatie worden ingevuld over de fotograaf en de foto. OP zich is het gebruik van de bestandsinfo volgens de oude iptc standaard overigens ook prima wanneer je nog niet over de nieuwste software beschikt. IPTC-contact: Hier is ruimte voor de volledige naam en adres informatie van de fotograaf. Wanneer je het voor één foto hebt ingevuld kun je het als 'template' bewaren en dan heel simpel aan elke andere foto toekennen. Er is dan ook geen enkel argument meer om deze informatie niet bij elke foto in te vullen. Via Bridge of een database programma kun je die informatie in een groot aantal foto s tegelijk onderbrengen. IPTC-inhoud: Hier is ruimte voor een deel van de informatie over wat er op de foto staat: De beschrijving moet absoluut worden ingevuld, een aantal ter zake doende trefwoorden maakt het later terugvinden van de foto veel eenvoudiger. Het veld Titel is helaas een ander dan het gelijknamige veld bij IPTC-Status. Hier staat wat vroeger de headline heette, een korte samenvatting van de beschrijving. IPTC-afbeelding: Hier is ruimte voor de basisinformatie over de tijd waarop en de plaats waar de foto gemaakt is. De opnamedatum en de plaats zijn absoluut noodzakelijk, maar meer ingevulde velden is beter. Beschrijving en trefwoorden duiken ook in dit venster op. Nieuw is het veld locatie, dat is een nadere aanduiding voor de plek waar de foto gemaakt is, binnen de stad. Bijvoorbeeld Tweede Kamer of Ajax-Arena of de Dam. 7
IPTC-status: Hier is ruimte voor informatie over de administratieve gegevens rond de foto. De Titel hier is de bestandsnaam. De Functie-id kan gebruikt worden voor opdrachtnummers, de provider en de bron wijzen weer naar fotograaf en leverancier. Bij de Copyright informatie is plek voor het -teken, met jaartal en naam, en het Engelstalige zinnetje: All rights reserved. Zowel bij de instructies als bij rechten gebruiksvoorwaarden kan nadere informatie worden gemeld over de voorwaarden die gelden voor het gebruik van de foto. Toelichting, punt 6. ICC-Profiel insluiten Bij het opslaan van digitale foto s moet altijd een ICC-profiel worden ingesloten. In Photoshop staat deze optie standaard aan, en er is geen enkele reden om dat ooit uit te zetten. Dit profiel is bepalend voor de kleurweergave van de foto, om het simpel te stellen: voor wat betreft de kleur bevat het ICC-profiel van een bestand de betekenis van de getallen die het bestand vormen. In principe zal dit AdobeRGB zijn, tenzij de camera die de fotograaf gebruikt deze instelling niet kent of je als fotograaf doelbewust voor een andere instelling hebt gekozen. In dat geval zul je het juiste andere profiel uiteraard in het bestand moeten insluiten, 'embed' is de Engelse term hiervoor. 8
Toelichting, punt 7. De bestandsnaam Het NIDF adviseert een vaste methode voor de bestandsnamen van digitale foto s. De bestandsnaam wordt daarbij opgebouwd uit een aantal vaste onderdelen: Vier initialen van de maker; De opnamedatum in de volgorde jjjjmmdd; Een streepje; Een viercijferig volgnummer; De extensie (voor bestandstype) Deze methode levert bestandsnamen op in de vorm: NIDF20030313-1234.jpg Wanneer je maar twee of drie initiaal letters wilt gebruiken, dan vul je die letters aan met twee of één streepjes (het min -teken) tot precies vier lettertekens. De volgorde in de datum is jaar, maand, dag, daardoor worden foto s altijd chronologisch gesorteerd. Een volgnummer van vier cijfers levert maximaal 9999 foto s per dag op zonder dubbele bestandsnamen. Uiteraard hoort de bestandsextensie, de punt met drie letters, altijd bij de bestandsnaam als aanduiding voor het type bestand. Voor fotografen met een digitale camera is er software om dergelijke bestandsnamen automatisch te maken met behulp van de opnamedatum zoals de camera die heeft opgeslagen in de EXIF informatie die onderdeel is van elke digitale foto. Voorbeelden van dergelijke programma s: Exifrenamer, iview en PhotoMechanic. 9
Appendix: Bruikbare bestandsformaten voor digitale foto's TIF Het universele bestandsformaat, voor de hoogste kwaliteit, is geschikt voor archivering en levering op CD / DVD. De LZW-compressie kan gebruikt worden, deze methode levert geen enkel kwaliteitsverlies op, maar wel kleinere bestanden. Geen lagen gebruiken, dat kan niet elk programma verwerken. JPEG Een universeel bruikbaar bestandsformaat. Door de toegepaste compressie treedt enig kwaliteitsverlies op, afhankelijk van de gekozen instelling. Voor drukwerk de compressie liever niet lager dan niveau 8 kiezen, met niveau 9 als voorkeur; hogere waarden bieden nauwelijks hogere kwaliteit, wel grotere bestanden. JPEG is vooral handig voor levering via telecommunicatie en internet databases. PSD Bruikbaar om tussenfases in de beeldbewerking op te slaan, met alle lagen en maskers erin. Alleen gebruiken voor levering als je er goede afspraken over gemaakt hebt met de klant. Anders alleen voor eigen gebruik, bijvoorbeeld om later bepaalde aanpassingen eenvoudig ongedaan te kunnen maken of aan te passen aan de wensen van de klant. PDF Hoewel je foto's natuurlijk als Photoshop PDF kunt opslaan biedt het geen voordeel boven andere bestandsformaten als TIFF of JPEG. De enige optie waarom je ervoor kunt kiezen is de mogelijkheid om de bestanden te beveiligen en ongewenst gebruik moeilijker te maken. Intern kan PDF met jpeg compressie werken, maar de kwaliteit is dan natuurlijk precies hetzelfde als van een jpeg bestand. RAW Het RAW bestandsformaat van een digitale camera biedt de fotograaf veel extra correctiemogelijkheden. Het is een soort digitaal negatief, maar het is niet geschikt voor levering aan klanten, die beschikken vaak niet over de noodzakelijke software of de juiste vaardigheden om daar op de door de fotograaf gewenste manier mee om te gaan. Appendix: Opslagmedia Gebruik standaards om CD s etc te branden: Vanuit Toast op de Apple: Mac / Windows Hybrid. Vanuit het systeem, disc-burner op OSX: gaat vanzelf goed. Vanuit het systeem, Windows XP: gaat vanzelf goed. Vanuit de PC: ISO 9960 - ISO niveau 2 (maximaal 31 tekens voor de bestandsnamen). Voor DVD s is er helaas nog geen vaste norm. Er zijn verschillende systemen en binnen je eigen bedrijf kun je in principe gebruiken wat je wilt. Maar voor levering moet je eerst controleren of je klant het DVD formaat dat jij gebruikt wel kan lezen. Gelukkig komen er wel steeds meer apparaten die alle formaten, DVD±R,RW, DVD-RAM en wat er verder nog is, kunnen lezen. Maar inmiddels zijn er ook al weer dubbellaag DVD s, die natuurlijk nog bijna niemand heeft, dus het probleem schuift op. Datzelfde geldt ook voor de keuze tussen HD-DVD en Blue-ray schijven. Het is nog even afwachten wat de nieuwe standaard gaat worden. 10