Orde van dienst bij het afscheid van Gijsbertus van Voorst Geboren: 26 januari 1941 Overleden: 9 november 2014 Op vrijdag 14 november om 13.15 uur in de Maranathakerk te Lunteren Voorganger : Mw. Ina Hansum Organist : Dhr. Marco van Loghem
Orgelspel bij het binnenkomen van de familie: Wie maar de goede God laat zorgen Woord van Welkom Aansteken van de kaarsen: Christel, Danny en Wim Intochtslied: NLB 221 Zo vriendelijk en veilig als het licht zo als een mantel om mij heen geslagen zo is mijn God, ik zoek zijn aangezicht ik roep zijn naam, bestorm hem met mijn vragen, dat Hij mij maakt, dat Hij mijn wezen richt. Wil mij behoeden en op handen dragen. Want waar ben ik, als Gij niet wijd en zijd waakt over mij en over al mijn gangen. Wie zou ik worden, waart Gij niet bereid om, als ik val, mij telkens op te vangen. Ik leef niet echt, als Gij niet met mij zijt. Ik moet in lief en leed naar U verlangen. Spreekt Gij het woord dat mij vertroosting geeft, dat mij bevrijdt, en opneemt in uw vrede. Ontsteek die vreugde die geen einde heeft, wil alle liefde aan uw zoon besteden. Weest Gij vandaag mijn brood, zowaar Gij leeft Gij zijt toch zelf de ziel van mijn gebeden. Bemoediging en groet Zingen: NLB. 837:1 Iedereen zoekt U, jong of oud, speurend langs allerlei wegen, kronkelig, vreemd, of recht, vertrouwd, Meester, waar kom ik U tegen? Eens vindt U ons, bij dag of nacht, moe van onszelf en zonder kracht, dorstend naar liefde en zegen.
Gebed Gedicht: Geloof, hoop en Liefde, (Christel, Danny en Anita) hopen is :toch blijven leven In de vertwijfeling, En toch blijven zingen In het duister. Hopen is: weten dat er liefde is, Is vertrouwen in morgen, Is: in slaap vallen En wakker worden als de zon weer opgaat. Is: bij de storm op zee Land ontdekken. Is: in de ogen van de ander Lezen dat hij je heeft verstaan. Zo lang er nog hoop is Zo lang is er ook bidden En zo lang zal God je In Zijn handen houden.(henri Nouwen) Lied: psalm 139: 1 en 4 Heer, die mij ziet zoals ik ben, dieper dan ik mijzelf ooit ken, kent Gij mij, Gij weet waar ik ga, Gij volgt mij waar ik zit of sta. Wat mij ten diepste houdt bewogen, 't ligt alles open voor uw ogen. Waar vlucht ik voor uw aangezicht? Al steeg ik op in 't hemels licht, al daald' ik tot de doden af, Gij zult er zijn, zelfs in het graf. Gij blijft mij, God, in alle dingen, altijd en overal omringen.
Schriftlezing: psalm 139: 1-18, 23-24 ( Mw. Gees van den Berg) HEER, u kent mij, u doorgrondt mij, 2u weet het als ik zit of sta, u doorziet van verre mijn gedachten. 3Ga ik op weg of rust ik uit, u merkt het op, met al mijn wegen bent u vertrouwd. 4Geen woord ligt op mijn tong, of u, HEER, kent het ten volle. 5U omsluit» mij, van achter en van voren,u legt uw hand op mij. 6Wonderlijk zoals u mij kent, het gaat mijn begrip te boven. 7Hoe zou ik aan uw aandacht ontsnappen, hoe aan uw blikken ontkomen? 8Klom ik op naar de hemel u tref ik daar aan, lag ik neer in het dodenrijk u bent daar. 9Al verhief ik mij op de vleugels van de dageraad, al ging ik wonen voorbij de verste zee, 10ook daar zou uw hand mij leiden, zou uw rechterhand mij vasthouden. 11Al zei ik: Laat het duister mij opslokken, het licht om mij heen veranderen in nacht, 12ook dan zou het duister voor u niet donker zijn de nacht zou oplichten als de dag, het duister helder zijn als het licht. 13U was het die mijn nieren vormde, die mij weefde in de buik van mijn moeder. 14Ik loof u voor het ontzaglijke wonder van mijn bestaan, wonderbaarlijk is wat u gemaakt hebt. Ik weet het, tot in het diepst van mijn ziel. 15Toen ik in het verborgene gemaakt werd, kunstig geweven in de schoot van de aarde, was mijn wezen voor u geen geheim. 16Uw ogen zagen mijn vormeloos begin, alles werd in uw boekrol opgetekend, aan de dagen van mijn bestaan ontbrak er niet één. 17Hoe rijk zijn uw gedachten, God, hoe eindeloos in aantal, 18ontelbaar veel, meer dan er zandkorrels zijn. Ontwaak ik, dan nog ben ik bij u. 23Doorgrond mij, God, en ken mijn hart, peil mij, weet wat mij kwelt, 24zie of ik geen verkeerde weg ga, en leid mij over de weg die eeuwig is. Zingen: NLB 944 1. 2. O Heer, verberg u niet voor mij, En wees niet toornig over mij, Wanneer ik mij verberg voor U, Wanneer ik U geen liefde bied. Gij weet het, ik ben bang voor U, Ik noem U, maar ik ken U niet, Ontwijk U en verlang naar U. Ik buig mij, maar ik ben het niet O ga niet aan mijn hart voorbij. En mijn gebed is tegen mij.
3. 4. Spreek zelf in mij het rechte woord. Heer, roep mij als uw dwalend Zo vaak ik woorden voor U vond, schaap, Heb ik mij in mijn woord vermomd. Dat U niet zoekt en U niet vindt. Nu wacht ik tot Gij zelve komt Geef mij, als een die Gij bemint, En spreekt, zodat uw knecht het Geef, dat ik als uw eigen kind hoort. Uw stem mag horen in mijn slaap. Overdenking: Kennen en gekend worden Luisterlied: NLB 139b Heer, U doorgrondt en kent mij Dankgebed, gebed om troost Zingen: NLB 416: Ga met God en Hij zal met je zijn, jou nabij op al je wegen met zijn raad en troost en zegen. Ga met God en Hij zal met je zijn. Ga met God en Hij zal met je zijn: Bij gevaar, in bange tijden, Over jou zijn vleugels spreiden. Ga met God en Hij zal met je zijn. Ga met God en Hij zal met je zijn: In zijn liefde je bewaren, In de dood je leven sparen. Ga met God en Hij zal met je zijn. Ga met God en Hij zal met je zijn, tot wij weer elkaar ontmoeten, in zijn naam elkaar begroeten. Ga met God, en Hij zal met je zijn. Bij het uitdragen van de overledene speelt de organist: Wat de toekomst brengen moge
Voortzetting van de dienst aan het graf Geloofsbelijdenis Ik geloof in God den Vader, den Almachtige, Schepper des hemels en der aarde. En in Jezus Christus Zijn eniggeboren Zoon, onze Heere; Die ontvangen is van den Heiligen Geest, geboren uit den maagd Maria; Die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven, nedergedaald ter helle; Ten derden dage wederom opgestaan van de doden; Opgevaren ten hemel, zittende ter rechterhand Gods des almachtige Vaders; Vanwaar Hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden. Ik geloof in den Heiligen Geest. Ik geloof één heilige, algemene Christelijke Kerk, de gemeenschap der heiligen; Vergeving der zonden; Wederopstanding des vleses; En een eeuwig leven. Onze Vader Onze Vader die in de hemel zijt, Uw naam worde geheiligd. Uw koninkrijk kome. Uw wil geschiede, op aarde zoals in de hemel. Geef ons heden ons dagelijks brood. En vergeef ons onze schulden zoals ook wij onze schuldenaars vergeven. En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze. Want van U is het koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid in eeuwigheid. Amen. Heenzending en zegen Woorden van dank