Programmeerhandleiding voor: ILS-1 en ILS-2

Vergelijkbare documenten
Programmeerhandleiding voor IAS-1 en IAS-2.

Programmeerhandleiding voor: IAS-1 en IAS-2

Gebruikershandleiding. Brandmeldcentrale JUNO-NET EN54

Gebruikershandleiding. Bedienpaneel MINI-REP

Gebruikershandleiding. Brandmeldcentrale JUNO-NET EN54

FAQ en HANDLEIDINGEN. MEER HANDLEIDINGEN: kijk op faq.koba-groep.com

FAQ en HANDLEIDINGEN. MEER HANDLEIDINGEN: kijk op faq.koba-groep.com

Syncro. Multi-loop Analoog adresseerbaar Brandmeldpaneel. Gebruikershandleiding. Issue 27 Feb fnv1.1. Product Manuals/Man-1057 Syncro User

Brandmeldpaneel FP800 Gebruikershandleiding

ELVA Security

BEDIENINGSINSTRUCTIES

Gebruiksaanwijzing TTA /+150 C (1) VDH doc Versie: V1.1 Datum:

CS series LED-gebruikersgids

Sigma CP K and Sigma CP T series

Syncro AS. Analoge Brandmeldcentrale. Gebruikershandleiding. Man V1.0NL

Toonaangevend in veiligheid. Detect De juiste mensen op de juiste plek

Brandmeldcentrale CSP-204 CSP-208 Bedieningshandleiding

Bedieningshandleiding FC 10/4 1zone

Gebruiksaanwijzing TTA DEUR. Typenummer (meting per 0,1C)

InteGra Gebruikershandleiding 1

Bedieningshandleiding FC10 FC10-02 A FC10-04 A FC10-08 A FC10-12 A. Fire & Security Products. Siemens Building Technologies

NF2000 Beknopte gebruikershandleiding. Version V0102

BEDIENINGSINSTRUCTIE. BRANDMELDCENTRALE TYPE IQ8Control C/M. Inhoudsopgave: Onderwerp. 2 Aanzicht bedieningsgedeelte

Bedieningshandleiding FC 1008 E

Gebruikershandleiding CS-175 CS-275 CS-575 LED Codeklavier

Gebruikershandleiding Brandmeld-/ontruimingscentrale

NP GEBRUIKERS HANDLEIDING BRANDMELDCENTRALE BMC-708

GEBRUIKERSHANDLEIDING

Beknopte handleiding NF3000 INHOUDSOPGAVE

BRANDMELDCENTRALE TYPE 8000X

Gebruikershandleiding Integra

Bedieningshandleiding FC 1004 E

Gebruikershandleiding

Gebruikershandleiding

EV455AM / EV456AM TECHNISCHE GEGEVENS V DC 2 V tt bij 12 V DC 6 ma in rust (EV456AM - 6 ma) 18 ma tijdens alarm (EV456AM - 18 ma) Auto Focus

BEDIENINGSINSTRUCTIE. BRANDMELDCENTRALE TYPE FlexES control. Inhoudsopgave: Hfst Onderwerp Blz. 1 Inleiding 2

PRODUKTINFORMATIE. BRANDMELDCENTRALE essertronic 8000C esserbus-plus

GEBRUIKERSGIDS CP-700 alarmcentrale

BRANDMELDCENTRALE TYPE BMC 80

6100 DIGITALE 1-RINGLUS BRANDMELDCENTRALE

GfS Day Alarm. Algemene omschrijving...p. 2. Montage handleiding en functies...p. 3. Instellingen van magneet contacten...p. 4

CA45. Technische handleiding. Stand-alone toegangscontrole centrale. Aanvullende informatie. Artikelnummer : CA45 Versie : 2.0.

Handleiding digicode: Promi500 Kaarten en codes

MD741 GASDETECTIECENTRALE MET 1 ZONE

NPS-16 Burenalarmeringssysteem

Verkorte Gebruiker Handleiding

Gebruikershandleiding

I ~I INHOUDSOPGAVE. 2. Inleiding bediening blz Instelling van tijd en datum blz Voorbeeld meerdere brandmeldingen blz.

2006 Ajax Brandbeveiliging B.V.

VDH doc Versie: v1.0 Datum: Software: ALFA75-MTT File: Do WPD Bereik: 0,0/+80,0 C per 0,1 C

SmartLine. Conventionele Brandmeldcentrale. Gebruikershandleiding

Gebruiksaanwijzing NL Unox Line Miss Elena & Rosella ELENA ROSELLA

Brandmeldcentrale BMC-V

BEDIENINGSINSTRUCTIE BLUSCENTRALE TYPE 8010

CENTRAAL CONTROLE PANEEL EC 6350 LCD

PRODUKTINFORMATIE. BRANDMELDCENTRALE essertronic 8000M esserbus-plus

CENTRALE CONVENTIONELE GASDETECTIE G8

Gebruikershandleiding. Trigion Home Security

HANDLEIDING VOOR DE GEBRUIKER

CA45-AX50. Technische handleiding. Stand-alone toegangscontrole centrale Voor Axiom 50 bit kaarten. Aanvullende informatie

BLUSCENTRALE TYPE BMC 8010

FP400-serie. Klassieke microprocessorgestuurde brandmeld- en detectiepanelen. Gebruikershandleiding

Gebruikershandleiding

EV475AM / EV476AM TECHNISCHE GEGEVENS V DC 2 V tt bij 12 V DC 5 ma in rust (EV476AM - 5 ma) 18 ma tijdens alarm (EV476AM - 18 ma) Auto Focus

EV435AM / EV436AM TECHNISCHE GEGEVENS V DC 2 V tt bij 12 V DC 5 ma in rust (EV436AM - 5 ma) 18 ma tijdens alarm (EV436AM - 18 ma) Auto Focus

BRANDCENTRALE GMC+ ARGINA TECHNICS

Handleiding GSM kiezer TKGSM-431 versie 13V1.2. Afmeting breedte circa 20,4 cm hoogte circa 14 cm.

MD751 CO-detectiecentrale Gebruikershandleiding

DG502U 12 3 ST1 M A G N. Omschrijving. Reset jumper Alarm contact

Bedieningshandleiding FC10 FC1002 A FC1004 A FC1008 A FC1012 A

Met het MKP-300 bediendeel kunt u het MICRA Alarmsysteem bedienen. Deze werkt alleen als de MICRA module in de alarm module mode is ingesteld.

Gebruikershandleiding - MD2000 zonder link. H Pag.1/30 Rev. D

Bedieningshandleiding (kort) FC120 Brandmeldcentrale (NL) ALARM Procedure Met alarm verificatie concept (AVC) Ongewenst / onecht Alarm: 2. 7.

MC 885 HL CMP Hoog/Laag Brander Thermostaat

Alarmunit ZBA710. Inbraaksignalering voor sleutelschakelaars met microschakelaar. Aansluitschema's en gebruikaanwijzing

Handleiding GSM kiezer V2.03

INSTALLATIE HANDLEIDING. CD 400 Trildetector

GEBRUIKERSHANDLEIDING. BSX20E / 40E / 80E / 160E Brandmeldcentrale & BSX-E Nevenbediendeel

Lagarde BV - Voorthuizerstraat 69c SC Putten - Tel : info@lagarde.nl

FP700-serie. Conventionele brandpanelen. Eindgebruikershandleiding

InteGra Gebruikershandleiding 1 INHOUD 1. ALGEMEEN DE INTEGRA INBRAAKCENTRALE LCD BEDIENDEEL Display Toetsen...


COPYRIGHT GARANTIEBEPERKINGEN

Gebruikershandleiding

Handleiding ALFA(NET) 71 0/+100 C

Bedieningshandleiding FC 1004 E

GEBRUIKERSHANDLEIDING. BSX40E / 80E / 160E Centrale & BSX-E Nevenbediendeel

De informatie in deze handleiding mag niet zonder toestemming van HRS worden gekopieerd of gepubliceerd. Fouten en drukwijzigingen zijn voorbehouden.

AUTO ON OFF BEDIENINGSHANDLEIDING RC 5

Handleiding. 24Vdc -50/+50 C

VERKORTE HANDLEIDING FPA5000

Handleiding ALFANET 70-Clock

Gebruikershandleiding CS-175 CS-275 CS-575 LCD Codeklavier

NEDERLANDS DG502UP. Autonome centrale 2 deuren. De keuze van de installateur cdvibenelux.com

Personal tag. Personal tag. Drukknop of bewegingsdetector. TABEL 2 Samenvatting van de Programmeerfuncties

MD2000 HERHAALBORD GEBRUIKERSHANDLEIDING

Montage- en programmeerhandleiding

Bedieningshandleiding FC 1008 E

Gebruikers handleiding. Voor gebruik met ProSys 16, ProSys 40, en ProSys 128

Transcriptie:

Programmeerhandleiding voor: ILS-1 en ILS-2 Aerocheck BV De Finnen 6 9001 XW Grou Tel: 0566-623920 Fax: 0566-621558 Email: info@aerocheck.eu www.aerocheck.eu

Aansluitingen Led-aanduidingen per melder Luchtstroom: OK HI LO

Storing detector Storing ventilator Rechts: Reset Vrijgave om te programmeren (na code invoer) Start code invoer Isolate = alarmcontacten overbrugd Aan de linkerzijde de volgende leds: Spanning aanwezig Algemene storing Uitval spanning (niet van toepassing) Accu storing (niet van toepassing)

Programmering Aan de rechterzijde van de kast zitten 2 druktoetsen. Nummer 12 = Select (= enter en bevestig) Nummer 13 = Change (= verander, stap) Door Change en Select in te toetsen komen we steeds bij een volgende stap. In de beschrijving wordt dit als bekend verondersteld.

ILS-1 en ILS-2 Voor het programmeren van de ILS-1 en de ILS-2 moeten dezelfde handelingen verricht worden. Bij het programmeren van de ILS-2 gaat bij het te programmeren onderdeel dezelfde ledindicator eerst links en dan rechts branden. Led indicaties Led s aan de linkerzijde Led s aan de rechterzijde: Led indicaties ILS-2

Start Programmeren: 1.1 - Druk beide toetsen gelijktijdig in tot een piep-toon hoorbaar is. 1.2 Druk daarna alleen op de Change toets om naar de volgende stap te gaan waarbij de led van de te programmeren instelling knippert 1.3 Toets de toegangscode 510 in. Door 6x op Change te drukken gaat led 5 branden, druk nu op Select. Druk 2x op Change voor led 1 en dan op Select (led 1 =2 e led in het rijtje gaat branden). Druk daarna op Change en op Select voor de 0-led. Op de barograaf zijn de stappen zichtbaar. 5 1 0 1.4 - Resetten Om de unit te resetten druk op Change tot de led Reset gaat branden. 1.5 Overbruggen van het alarm: Als de Isolate led knippert dan worden meldingen doorgegeven aan de brandmeldcentrale. Door Change en Select te drukken gaat de led continu branden en de detector geeft geen meldingen. Let op: indien gewenst voor detector 1 en 2 invoeren. Indien na het programmeren van de ILS-1 of ILS-2 de unit nog in Isolate staat, blijven de Isolate-led branden en de led General Fault (led met de steeksleutel).

Instellingen: 1.6 - Fan speed Hier wordt de snelheid van de aanzuigventilator ingesteld. Instellen als de power led knippert = groene led links boven. Power led De barograaf geeft de snelheid aan 1=minimum en 9 maximum. Instelling is mede afhankelijk van buislengte en het aantal gaten. Buislengte Aantal gaten Fan speed Gevoeligheid luchtmeting < 10m <6 5 1 10 50 m 6-10 6 2 50 100m 10-18 7 3 1.7 Gevoeligheid luchtmeting (Flow Sensitivity). Dit is de gevoeligheid voor veranderingen in de luchtstroom. Led OK knippert. Instelling: 0 = minimum gevoeligheid en 9 = maximum. De luchtstroom in de buis kan veranderen door dichtslaande deuren o.i.d. dus maak een inschatting van de omgeving. Zie bovenstaande tabel. ILS-2: Na Select kan de instelling voor detector 2 gedaan worden (FLOW 2 OK knippert).

1.8 Controle op luchtstroom (bovengrens): De HI-led gaat branden en een led op de barograaf. Instellen van de Hi-waarde van de luchtstroom. Hier wordt de bovengrens van de luchtstroom bepaalt, bij overschrijding van deze waarde zal er een storingsmelding komen. Een Hi flow storing kan o.a. ontstaan bij een breuk in de buis. Op de barograaf is de waarde uit te lezen. In de praktijk ligt de waarde meestal rond 8, afhankelijk van de omgeving. ILS-2: Door Change en Select instellen, daarna voor detector 2. 1.9 - Controle op luchtstroom (ondergrens): De LO-led gaat branden en een led op de barograaf. Instellen van de LO-waarde. Hiervoor geldt dezelfde procedure als bij de Hiwaarde. De LO-waarde ligt meestal rond de 2, afhankelijk van de omgeving. Een LO-storing kan optreden als er te weinig lucht in de detector komt door bijvoorbeeld verstopping van de aanzuigbuis. 1.10 Luchtstroom vertraging (flow delay): Met de belangrijke instelling kan de storingsmelding van de luchtstroom vertraagd worden. Als bijvoorbeeld in liftschachten een overdruk ontstaat bij het stijgen van de lift kan een storingsmelding voorkomen worden door de instelling van de vertraging. Led HI en LO knipperen beide alsmede de 0-led op de barograaf. Door op de Change-knop te drukken gaat een andere led op de barograaf branden. In de meeste omgevingen is het geen probleem om de luchtstroom vertraging wat hoger te zetten. De keuze is afhankelijk van de omgeving. De tabel geeft de vertragingstijden aan alsmede de tijd waarop de storingsmelding automatisch reset.

Barograaf led Vertraging storingsmelding (in seconden) Herstel na storingsmelding (in seconden) 0 15 2 1 30 18 2 60 18 3 90 18 4 120 18 5 150 18 6 180 18 7 210 18 8 240 18 9 270 18 2.0 Gevoeligheid instelling van de alarmen: In de EN54-20 norm gelden de volgende instellingen Detector gevoeligheid Aantal gaten per klasse Klasse A Klasse B Klasse C Maximum pijplengte 1 3 6 18 100m 2 1 3 9 100m 3 / 1 4 100m 4 / / 1 100m >5 / / / 100m De ingestelde gevoeligheid komt overeen met de volgende waardes: Barograaf led 1 2 3 4 Gevoeligheid in % verduistering per meter 0,03 0,06 0,13 0,31

Vooralarm: Alert Alarm-led gaat branden en led op de barograaf. Hier wordt de reactie-gevoeligheid ingesteld. De ILS heeft 2 alarmuitgangen per melder. Eerst komt de Alert -melding, Deze kan alleen de interne zoemer activeren. bij meer rookdeeltjes volgen de uitgangen Action en Fire. De reactiedrempels kunnen ingesteld worden; deze zijn afhankelijk van de gewenste snelheid van detecteren. 0,03 is gevoelig, 3,33 is ongevoelig. Op de Barograaf is de gevoeligheid af te lezen. verduistering per meter) In het voorbeeld is de gevoeligheid ingesteld op 2 (=0,06% ILS-2: Door Change en Select instellen, daarna voor detector 2. 2.1 Gevoeligheid vooralarm Action: en Instellen van de alarmdrempel (zie bovenstaande tabel 10.1) voor het vooralarm (indien gebruikt). Bij het overschrijden wordt het action-relais geactiveerd. ILS-2: Zelfde handelingen verrichten voor Actie en Fire voor detector 2.

2.2 - Gevoeligheid Fire (alarm-uitgang): en Instellen van de alarmdrempel (zie bovenstaande tabel 10.1) voor het vooralarm (indien gebruikt). Bij het overschrijden wordt het action-relais geactiveerd. ILS-2: Zelfde handelingen verrichten voor Actie en Fire voor detector 2. 2.3- Aantal detectors (detector mode): Standaard stand 1, hierbij is 1 melder gemonteerd in de ILS-1. Leveringen met 2 melders alleen als optie mogelijk. Stand 2 geeft aan: er is een 2 e detector die dezelfde instellingen heeft als detector 1 maar werkt als een soort reserve detector (mocht 1 uitvallen dan werkt 2 door). Stand 3 geeft aan: beide detectors moeten in alarm komen om het alarmrelais te schakelen. 2.4- Zoemer: Geen ledindicatie. Hier kan bepaald worden of de zoemer af moet gaan bij een alarm. Als de zoemer lange signalen geeft dan is hij hoorbaar bij een alarm (zoemer aan). D.m.v. Change aan te passen. Geeft de zoemer korte signalen dan is deze uitgeschakeld. Bevestigen met Select.

2.3 Zelf resetend of externe reset nodig: De laser-led knippert. Instellen Latch of Non Latch Hierbij wordt bepaald of de unit een externe reset moet krijgen om de alarmsituatie op te heffen. In de praktijk wordt de unit vaak op Non Latching ingesteld. De knipperende Fault -led geeft aan dat er geprogrammeerd kan worden en op de barograaf is af te lezen wat er geprogrammeerd is. Led 0 geeft aan dat de alarmled weer uitgaat als bijvoorbeeld de rook is verdwenen, geen externe reset nodig. Led 1 geeft aan dat de alarmled blijft branden en een externe reset nodig is. 3 - Belangrijk! Aan het eind van het programmeren moet de unit gekalibreerd worden; hierbij leert het systeem de buizen en de luchtstroom kennen. De knipperende led van Fan Fault geeft aan dat de unit gekalibreerd kan worden. Druk nu minstens 2 seconden op de Change - toets. De unit zal even uitschakelen en daarna uit zichzelf weer beginnen. Tijdens het kalibreren knipperen de led s van Fan en Power. 3.1 - Door de Select- toets meer dan 1 seconde in te drukken gaat de unit uit de programmeerstand en is bedrijfsklaar. 3.2 - Test of alle functies correct doormelden naar de brandmeldcentrale.

Let op dat de printplaat goed in de unit gemonteerd is en de kap goed gesloten. Kabelinvoer moet luchtdicht zijn. Boor geen gaten in de behuizing = lekkage!!! De meeste flow -problemen komen voort uit onzorgvuldigheid.