INTERMITTENT SONDEREN 1
Wat is intermittent sonderen? Bij intermittente sondage wordt de blaas geledigd door het kort inbrengen van een sonde in de blaas. Wanneer de blaas leeg is wordt deze sonde onmiddellijk verwijderd. Dit gebeurt op regelmatige tijdstippen. Dit mag door een verpleegkundige worden gedaan met de toelating van een arts (CIC)*. Of er kan gekozen worden voor autosondage of zelfsondage. Hierbij wordt de blaas geledigd door zelf een sonde in te brengen tot in de blaas. Dit kan in het ziekenhuis aangeleerd worden. Het voordeel van autosondage is dat u uw autonomie meer kan bewaren. De techniek is niet moeilijk. Het vergt enkel wat oefening. Andere woorden die gebruikt worden zijn: zelfsondage, autosondage, 1-malige sondage, katheterisatie. 2
Werking van de blaas De blaas is opgebouwd uit spierweefsel, bindweefsel en zenuwbundels. De blaaskoepel bovenaan is beweeglijk. Onderaan hebben we het trigonum, een driehoekige vorm die stugger is. Daar bevinden zich de meeste zenuwen en bloedvaten. Bij een normaal plaspatroon geeft de blaas, via het ruggenmerg, signalen door aan de hersenen. Zo ontstaat er een wisselwerking tussen de hersenen, de blaas en de sluitspier. De blaas blijft gesloten 3
tijdens het vullen. Om te ledigen trekt de blaasspier zich samen en ontspant de bekkenbodem en de sluitspier zich. Een normale blaascapaciteit is gemiddeld tussen de 350-500 ml. 4
Wanneer het niet goed verloopt Er zijn verschillende oorzaken waardoor de blaas onvoldoende of niet leeggemaakt kan worden. Er kan een obstructie zijn zoals bijvoorbeeld een vergrote prostaat bij de man (BPH). Daardoor belemmert de prostaat de afvoer van de urine. ( zie andere brochures prostaatingrepen TURP en Millin). Ook een steen, vernauwing of tumoraal proces kan mogelijk de afvoer van urine belemmeren. 5
Er zijn neurologische aandoeningen zoals bv CVA, MS die ervoor kunnen zorgen dat de blaasspier ongecontroleerd, niet of onvoldoende samentrekt. Zenuwbeschadiging die in functie staat met de blaaswerking. Zoals bv ruggenmergletsel na een ongeval. Anatomische veranderingen, zoals blaas- en baarmoederverzakking bij de vrouw kunnen invloed hebben op de blaaslediging. Wanneer de blaas onvoldoende leeg is blijft er dus urine achter in de blaas. Dit noemen we retentie. Een acute retentie treedt vrij plots op (enkele uren). Dit wordt gekenmerkt door niet meer kunnen plassen, buikpijn en een opgezette onderbuik. Door de klachten zal er onmiddellijk ingegrepen worden. Bij een chronische retentie zal het probleem zich geleidelijk ontwikkelen. Soms merkt men in het begin niet dat er urine achterblijft. Symptomen kunnen zijn: - Het plassen komt moeilijk op gang - De straalkracht is verminderd - Vaak aandrang voelen om te gaan plassen 6
- Vaker kleine beetjes plassen - s Nachts vaker moeten opstaan om te plassen - Urineverlies (overloopincontinentie) - Terugkerende urineweginfecties - Druk in de buik - Opgezette (onder)buik - Verwardheid bij bejaarden Een chronische retentie zorgt voor hoger risico op urineweginfecties. Als de hoeveelheid urine die achterblijft steeds groter wordt dan zal de blaasspier gaan uitrekken. Daardoor voelt men vaak niet dat er problemen zijn. Door de uitrekking worden vezels en zenuwen beschadigd. Daardoor zal de blaasspier onvoldoende kunnen samentrekken. Doordat langdurende chronische retentie een grotere druk op de nieren geeft, is het mogelijk dat de nieren op termijn beschadigd zullen worden. Ongewild urineverlies geeft soms een vertekend beeld van een niet goed functionerende blaasspier. Door de overvolle blaas zal deze gaan overlopen. Het is dus niet omdat er ongewild urineverlies is dat de blaas leeg is. 7
Aan de hand van onderzoeken zal de uroloog de retentie vaststellen en de oorzaak achterhalen. Uroflow Er zal gevraagd worden om uw blaas leeg te plassen in een meettoestel. Een soort toilet waar de hoeveelheid urine en de plaskracht gemeten wordt. Echo blaas Daarna zal via een echografie bekeken worden of de blaas leeg is. 8
Waarom geeft men de voorkeur aan intermittende sondage? Er zijn verschillende mogelijkheden om de blaas te ledigen wanneer dit niet meer zelf lukt. - Een verblijfskatheter: via de plasbuis wordt er een ballonsonde geplaatst. Deze wordt in de blaas op de plaats gehouden door een ballon die opgeblazen wordt met vloeistof. Een verblijfskatheter wordt door een arts geplaatst of door een verpleegkundige op advies van een arts. Om de zes weken wordt de ballonsonde verwisseld. 9
- Een suprapubische katheter: Onder lokale verdoving wordt door een uroloog een ballonsonde in de blaas gebracht via de onderbuik. De eerste wissel gebeurt door de uroloog. Verdere wissels kunnen ambulant op de consultatie urologie gedaan worden of door een (thuis)verpleegkundige gedaan worden. Een ballonsonde wordt niet terugbetaald door het RIZIV in de thuissituatie. 10
- Intermittente sondage Waarom wordt de voorkeur gegeven aan het intermittent sonderen? Deze vorm bootst het meest de natuurlijke blaaslediging na. De blaas blijft zijn normale capaciteit behouden. Het tweede voordeel is dat het risico op urineweginfectie veel lager ligt dan de twee vorige opties. Urineweginfecties ontstaan doordat kiemen die in de blaas terechtkomen daar blijven doordat urine achterblijft. Deze hebben een ideale omgeving om zich te gaan vermenigvuldigen door de lichaamstemperatuur. Wanneer u een urinesonde heeft hechten kiemen zich gemakkelijk op de ballon van de sonde. Kiemen klimmen ook sneller vanuit de omgeving via de sonde naar binnen. Bij intermittent sonderen wordt een sonde via de * no touch - techniek in de blaas gebracht en na het leeglopen van de blaas weer verwijderd. Dus is er beduidend minder kans dat kiemen gaan migreren. 11
*Met no touch wordt bedoeld dat de sonde niet wordt aangeraakt aan het gedeelte waar hij de blaas binnengaat. 12
Wanneer intermittent sonderen? De blaas moet op regelmatige tijdstippen leeg zijn. Als dit niet het geval is moet er daarbij geholpen worden. Intermittent sonderen bootst het meest een natuurlijke mictie na. De behandelende arts bepaalt hoeveel keer dit moet gebeuren: dagelijks, wekelijks, maandelijks. Autosondage kan tijdelijk zijn maar is ook levenslang mogelijk. U wordt verder opgevolgd door de uroloog en aan de hand van het verloop kan de frequentie mogelijk verminderd tot zelfs gestopt worden. Wanneer uw blaas goed en volledig geleegd wordt betekent dit dat u terug een normale blaaswerking heeft. En dan hoeft intermittente sondage niet meer. Verdere periodieke opvolging blijft wel noodzakelijk. 13
Hoe te werk gaan - Verzamel het materiaal: sonde, water en zeep, handontsmetting of vochtige toiletdoekjes. - Was uw handen vooraf en nadien. - Bereid de sonde voor naar gelang de gekozen sonde. - Wanneer u zelf nog kunt plassen probeert u eerst op natuurlijke wijze de blaas te ledigen. Daarna sondeert u verder leeg. - U kan zittend, staand of liggend sonderen. - U reinigt de plasopening (meatus) en de omgeving (glans of schaamlippen) met een vochtig doekje. - U zorgt dat het deel van de sonde die in de blaas wordt gebracht niet in contact komt met uw handen, uw lichaamsdelen rond de blaas, uw kledij en de omgeving (bv toiletrand). - Bij het naar binnen en buiten brengen, houdt u uw duim op de opening van de sonde onderaan. Zo voorkomt u dat er urine uitloopt terwijl u de sonde inbrengt. 14
Terugbetaling Enkel bij intermittente zelfsondage worden de sondes vergoed door het RIZIV. Mits goedkeuring van een Adviserend Geneesheer. U krijgt maximum 4 sondes/dag met een maximum bedrag van 3 /stuk terugbetaald. De sondes kunnen enkel in een apotheek (niet in de thuiszorgwinkel) aangekocht worden. U betaalt de sondes en dient de factuur in bij de mutualiteit. Na goedkeuring van de Adviserend Geneesheer worden de sondes terugbetaald. Wanneer autosondage wordt opgestart heeft u nodig: - een voorschrift voor de sondes - een attest voor goedkeuring van de terugbetaling door de Adviserend Geneesheer van uw mutualiteit. Het attest voor goedkeuring terugbetaling wordt de eerste keer opgemaakt door een uroloog, neuroloog of revalidatie-arts. De jaarlijkse verlenging mag daarna door de huisarts aangevraagd worden. Maar een 15
periodieke controle bij uroloog blijft aangewezen. - Indien nodig een voorschrift voor thuisverpleegkundige. Aanleren autosondage Om de autosondage aan te leren kunt u terecht bij een urologisch verpleegkundige in het ziekenhuis. Op afspraak kan dit aangeleerd worden. Ook voor verdere info kan u steeds contact opnemen met de urologisch verpleegkundige: - telefonisch 059/402047 ( enkel op dinsdag op dit nr bereikbaar) - ook via mail: petra.passchijn@azsintjan.be 16
Enkele tips - Neem steeds een setje mee op verplaatsing: handontsmetting, vochtige doekjes en sonde. - Wasknijper: kan gebruikt worden om kledij uit de weg te houden. - Test verschillende houdingen uit: liggend, zittend, staand. - Er bestaan sondes met een opvangzak eraan (meestal wel met opleg). Deze zijn handig op verplaatsing. - Een urinaal kan aangekocht worden in de thuiszorgwinkel. - Vergeet niet op tijd uw verlenging voor terugbetaling van de sondes aan te vragen! Noteer ergens de begindatum van de CIC. Zo voorkomt u problemen met de terugbetaling. - Voor wie een computer heeft: op de website van de firma Coloplast kunt u verschillende demonstratiefilmpjes bekijken. - Een mictiedagboek bijhouden kan nuttig zijn om te evalueren. U noteert eens een dag hoe het plassen verliep. 17
Voorbeeld van een mictiedagboek U start een mictiedagboek na de eerste ochtendplas. Daarna noteert u 24 u alle plasmomenten en de gesondeerde hoeveelheid urine. Het laatste noteert u de ochtendplas van volgende dag erbij. uur spontaan residu opmerking nacht totale mictie: 18
Links www.wellspect.nl www.coloplast.be Contactgegevens consultatie urologie ziekenhuis AZ Sint Jan Brugge- Oostende campus Serruys Kaïrostraat 84 8400 Oostende Dr DEGELIN Jurgen Dr VERLINDE Bjorn 059/55 52 23 19