HET HART VAN HET KRUIS CRUCIALE INZICHTEN 13 maart 2016 19:00 uur Voorganger: ds. Werner Gugler Ouderling: Ariëtte van Kempen Organist: Jan van den Brink Lector: Aone Koopmans Koster: Arjan vd Bor/ Gerrit Mulder
Mededelingen Psalm 62: 1,5 5. Voorwaar, Hij is mijn heil, mijn rots, mijn naam rust in de schutse Gods. O volk, uw God laat u niet vallen. Als gij voor Hem uw hart uitstort, vertrouw dat gij gezegend wordt: God is een schuilplaats voor ons allen. Votum & groet 2
Gezang 177 Gebed 4. God is rechtvaardig, ja, een God der wrake; en Hij is liefde, Hij wil zalig maken. Zie hier de schalen die ten volle wegen èn vloek èn zegen. 6. Daar Ge_U voor mij hebt in de dood gegeven, hoe zou ik naar mijn eigen wil nog leven? Zou ik aan U voor zulk een bitter lijden mijn hart niet wijden? Gezang 449 2. Der sterren pracht is voor Hem nacht, hoe hel zij schittren mogen; en wij, bevlekt, met schuld bedekt, wat zijn wij in zijn ogen? 3. Heer, waar dan heen? Tot U alleen! Gij zult ons niet verstoten. Uw eigen Zoon - heeft tot uw troon de weg ons weer ontsloten. 3
Schriftlezing: 1 Petrus 1: 3 13 (Willibrord) 3 Gezegend is God, de Vader van onze Heer Jezus Christus, die ons in zijn grote barmhartigheid herboren liet worden tot een leven van hoop door de opstanding van Jezus Christus uit de dood, 4 tot een onvergankelijke, onbederfelijke en onaantastbare erfenis, die voor u is weggelegd in de hemel. 5 In Gods kracht geborgen door het geloof, wacht u op de redding die al gereed ligt om op het einde van de tijd geopenbaard te worden. 6 Daarom bent u vol vreugde, ook al hebt u nu, als het zo moet zijn, voor een korte tijd te lijden onder allerlei beproevingen. 7 Die dienen om de deugdelijkheid van uw geloof te bewijzen, dat zoveel kostbaarder is dan vergankelijk goud, dat toch ook door het vuur gelouterd wordt. Dan zullen, wanneer Jezus Christus zich openbaart, lof, heerlijkheid en eer uw deel zijn. 8 Hem hebt u lief zonder Hem ooit gezien te hebben. U gelooft in Hem, hoewel u Hem ook nu niet ziet, en u zult vervuld zijn van een onuitsprekelijke en hemelse vreugde, 9 wanneer u het einddoel van uw geloof, uw redding, bereikt. 10 Naar die redding is al intensief gezocht door de profeten toen zij profeteerden over de genade die voor u bestemd is. 11 Zij vroegen zich af op welk tijdstip en welke omstandigheden de Geest van Christus doelde, die in hen werkzaam was en die het lijden van Christus en de daarop volgende verheerlijking voorspelde. 12 Maar hun werd geopenbaard dat deze boodschap niet voor henzelf diende maar voor u. En nu is die boodschap bij monde van de evangeliepredikers openlijk aan u verkondigd, in de kracht van de heilige Geest, die uit de hemel is gezonden. Dit zijn geheimen waarin zelfs engelen verlangen door te dringen. 13 Doe daarom een gordel om uw middel, wees verstandig en nuchter, vestig al uw hoop op de genade, die uw deel wordt wanneer Jezus Christus zich zal openbaren. 4
Gezang 182 2. Gij die alles hebt gedragen, al de haat en al de hoon, die beschimpt wordt en geslagen, Gij rechtvaardig, Gij Gods Zoon, als de minste mens gebonden, aangeklaagd om onze zonde. Duizend, duizendmaal, o Heer, zij U daarvoor dank en eer. 1. Jezus, leven van ons leven, Jezus, dood van onze dood, Gij hebt U voor ons gegeven, Gij neemt op U angst en nood, Gij moet sterven aan uw lijden om ons leven te bevrijden. Duizend, duizendmaal, o Heer, zij U daarvoor dank en eer. 3. Die gewillig waart ten dode, in het duister van de pijn U ten offer hebt geboden, hoe verlaten moest Gij zijn, troosteloos aan t kruis gehangen opdat wij uw troost ontvangen. Duizend, duizendmaal, o Heer, zij U daarvoor dank en eer. Preek Gezang 440 5
Gebeden 2. Het is het eeuwige erbarmen, dat mijn besef te boven gaat, het zijn de liefdevolle armen, het is zijn hart, dat openstaat. Hij noodt de zondaar, Hij vergeeft die Hem het hart gebroken heeft. 3. O afgrond, waarin alle zonden verzinken en niet meer bestaan! O diep geheim van Christus wonden, - het oordeel is te niet gedaan! O Heer, uw bloed roept voor altijd: barmhartigheid, barmhartigheid! 4. Daarop wil ik gelovig bouwen, getroost, wat mij ook wedervaart; mij aan Gods vaderhart vertrouwen, wanneer mijn zonde mij bezwaart. Steeds vind ik daar opnieuw bereid oneindige barmhartigheid. Collectes Slotlied Gezang 390: 1,2 1. k Wil U, o God, mijn dank betalen, U prijzen in mijn avondlied. Het zonlicht moge nederdalen, maar Gij, mijn licht, begeeft mij niet. Gij woudt mij met uw gunst omringen, meer dan een vader zorgdet Gij, Gij, milde bron van zegeningen: zulk een ontfermer waart Gij mij. Zegen 2. Uw trouwe zorg wou mij bewaren, uw hand heeft mij gevoed, geleid; Gij waart nabij in mijn bezwaren, nabij in elke moeilijkheid. Deez avond roept mij na mijn zorgen tot rust voor lichaam en voor geest. Heb dank, reeds van de vroege morgen zijt Gij mijn heil en hulp geweest. 6