Burgemeester en wethouders van de gemeente Castricum; in ii i in ui IIIIII mi n ALG1500363 gelet op artikel 149 van de Wegenverkeerswet 1994 (WWV) en artikel 87 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (RVV); overwegende dat:» in en rondom het centrumgebied van de kern Castricum overdag geparkeerd wordt door werknemers van het centrumgebied en forensen;» ter verbetering van de bereikbaarheid voor winkelend publiek en bewoners in en rondom het centrumgebied van de kern Castricum aan de hand van verkeersbesluiten een blauwe zone is/wordt ingevoerd op maandag t/m zaterdag van 08.00-18.00 uur;» het voor de bereikbaarheid van bewoners noodzakelijk is om te beschikken over een ontheffing van het verbod om binnen de blauwe zone lang te parkeren zonder parkeerschijf; besluiten vast te stellen de volgende beleidsregels: Beleidsregels voor het aanvragen, verlenen en gebruiken van ontheffingen blauwe zone centrumgebied kern Castricum 2015 0 Begripsbepaling Artikel 1 Deze beleidsregels verstaan onder: a. blauwe zone: de parkeerschijfzone als bedoeld in artikel 25 RVV, aangeduid met de borden E10 (zone) en E11 (zone) en een blauwe streep langs de parkeervakken; b. bewoner: persoon die staat ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie op een adres binnen of op korte afstand buiten de blauwe zone. Korte afstand buiten de blauwe zone is in ieder geval het eerste wegvak van een zijstraat; c. ontheffing: een door of namens het college van burgemeester en wethouders te verstrekken ontheffing op grond van artikel 87 RVV, waarmee zonder parkeerschijf en tijdsduurbeperking in een deel van de blauwe zone mag worden geparkeerd; d. ontheffinghouder: natuurlijke persoon aan wie een ontheffing is verleend; e. eigen motorvoertuig: een motorvoertuig op meer dan twee wielen zoals omschreven in artikel 1 van het RVV, die eigendom is van de bewoner of die aantoonbaar permanent aan hem/haar ter beschikking is gesteld voor woon-werkverkeer; f. eigenaar van een motorvoertuig: degene op wiens naam het kenteken is geregistreerd; g. parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen; h. eigen parkeergelegenheid: parkeerplaats op eigen terrein of exclusief gebruik van een parkeerplaats elders binnen de blauwe zone, zoals aangegeven in een erfpacht-, koop-, of huurovereenkomst, dan wel op andere wijze geregeld of gerealiseerd; i. inrit: een verbinding tussen de openbare weg en een particulier terrein, die geschikt is voor gebruik door motorvoertuigen. Hierdoor kunnen motorvoertuigen van de openbare
weg naar particulier terrein rijden, zonder daarbij het trottoir of de berm te beschadigen. Meestal wordt hiervoor door de gemeente de trottoirband verlaagd en worden dikkere tegels geplaatst op het trottoir. De aanvrager zorgt zelf voor de voor de inrit vereiste aanpassingen op het erf van de aanvrager, zoals het ter plaatse verwijderen van de erfafscheiding en het aanbrengen van verharding op eigen erf. Ontheffingen Artikel 2 a. een ontheffing wordt uitsluitend op aanvraag verleend aan een bewoner; b. een bewoner die (1) niet beschikt over een inrit en/of eigen parkeergelegenheid en (2) beschikt over één voertuig, komt in aanmerking voor één ontheffing; c. een bewoner die (1) niet beschikt over een inrit en/of eigen parkeergelegenheid en (2) beschikt over meer dan één voertuig, komt in aanmerking voor maximaal twee ontheffingen; d. een bewoner die (1) beschikt over een inrit en/of eigen parkeergelegenheid en (2) beschikt over meer dan één voertuig, komt in aanmerking voor één ontheffing; e. een bewoner die (1) beschikt over een inrit en/of eigen parkeergelegenheid en (2) beschikt over één voertuig, komt niet in aanmerking voor ontheffing; f. een bewoner van een woning/appartement, waarbij ter realisering van de parkeernorm niet-openbare parkeerplaatsen voor deze woningen/appartementen zijn gerealiseerd, komt niet in aanmerking voor een ontheffing, ongeacht of deze parkeerplaats is afgenomen door betreffende bewoner. Artikel 3 a. ontheffingen worden alleen uitgegeven voor eigen motorvoertuigen; b. ontheffingen worden alleen uitgegeven op kenteken; c. indien voor een perceel één ontheffing is verleend, worden op deze ontheffing maximaal twee kentekens vermeld; d. indien voor een perceel twee ontheffingen zijn verleend, wordt per ontheffing één kenteken vermeld. Artikel 4 Met het oog op een goede en evenwichtige verdeling van de openbare parkeerruimte worden drie ontheffinggebieden onderscheiden: a. Winkelgebied: Torenstraat, Dorpsstraat en Schoolstraat (zijkant perceel Dorpsstraat 69). b. Woongebied 1: Gebied tussen de Dorpsstraat, Stationsweg, Mient, Ruiterweg en Prinses Beatrixstraat (excl. de hiervoor genoemde straten èn Bakkerspleintje, Burgemeester Mooijstraat, Balatonfüredplein en parkeerterrein De Brink). c. Woongebied 2: Verlegde Overtoom, Overtoom (tussen L. Toepoelstraat en Schoutenbosch), Schoolstraat (ten zuiden van perceel Dorpsstraat 69), Eihof, Oudeweg (tussen Verlegde Overtoom en H. van Ginhovenstraat), Rusthof. J. Hobergstraat, L. Toepoelstraat, Schoutenbosch (tussen Overtoom/Breedeweg en H. van Ginhovenstraat) en de H. van Ginhovenstraat. Artikel 5
a. bewoners van de Dorpsstraat of de Torenstraat komen in aanmerking voor één ontheffing die geldig is in het winkelgebied. Indien een tweede ontheffing kan worden verleend, is deze geldig in woongebied 1; b. bewoners van de Burgemeester Mooijstraat of Bakkerspleintje 1 t/m 22 komen in aanmerking voor ontheffingen die geldig zijn in woongebied 1. c. bewoners van woongebied 1 komen in aanmerking voor ontheffingen die geldig zijn in woongebied 1. d. bewoners van woongebied 2 komen in aanmerking voor ontheffingen die geldig zijn in woongebied 2; e. bewoners van de Stationsweg komen in aanmerking voor een ontheffing die geldig is in woongebied 1 en de Stationsweg. Indien een tweede ontheffing kan worden verleend, is deze geldig in woongebied 1; f. bewoners van de Mient komen in aanmerking voor een ontheffing die geldig is in woongebied 1 en de Mient. Indien een tweede ontheffing kan worden verleend, is deze geldig in woongebied 1. Geldigheidsduur van de ontheffing Artikel 6 Een ontheffing wordt voor vier jaar afgegeven. Ingangsdatum is de datum van afgifte. Aanvraagvereisten Artikel 7 Een ontheffing moet worden aangevraagd via de gemeentewinkel. Artikel 8 Bij de aanvraag van een ontheffing dienen te worden meegezonden: a. een kopie van kentekenbewijs deel 1B (of het oude deel II). b. indien het onder a. genoemde kentekenbewijs niet op naam staat van de bewoner van de blauwe zone, dient tevens een verklaring van het leasebedrijf of de werkgever te worden meegezonden, waaruit blijkt dat betreffende motorvoertuigen door de aanvrager gebruikt wordt voor woon-werkverkeer. c. bij diefstal tevens een kopie van het proces verbaal van aangifte bij de politie. Artikel 9 Bij het afhalen van de toegekende ontheffing dient een legitimatie te worden getoond. Indien eerder een ontheffing is verleend, dient deze ontheffing te worden ingeleverd. Artikel 10 In geval van verlies, diefstal, wijziging kenteken of verhuizing naar een adres in een ander ontheffinggebied dient een nieuwe ontheffing te worden aangevraagd. Hierbij wordt beoordeeld of een ontheffing kan worden verleend op grond van de dan geldende beleidsregels en regelgeving. Kosten van de ontheffing
Artikel 11 De te betalen vergoeding voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing is geregeld in de Legesverordening. Gebruiken van de ontheffing Artikel 12 De ontheffing dient bij gebruik duidelijk zichtbaar achter het voorraam van het motorvoertuig te zijn geplaatst. Artikel 13 De ontheffinghouder geeft wijzigingen die relevant zijn voor de ontheffing zo spoedig mogelijk door aan de gemeente. Intrekken van de ontheffing Artikel 14 Burgemeester en wethouders kunnen een parkeerontheffing intrekken of wijzigen: a. op verzoek van de ontheffinghouder; b. wanneer de houder van de ontheffing niet (meer) voldoet aan de gestelde criteria; c. wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de ontheffing; d. wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van ontheffingen komt te vervallen; e. wanneer de ontheffinghouder in strijd handelt met de aan de ontheffing verbonden voorschriften of beperkingen; f. wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de ontheffing onjuiste gegevens zijn verstrekt; g. om redenen van algemeen belang. Overgangsregeling Artikel 15 a. ontheffingen die voor de inwerkingtreding van deze beleidsregels zijn verstrekt met als geldigheidsduur "onbepaalde tijd", blijven geldig totdat de ontheffinghouder een wijziging aanvraagt. Op dat moment wordt de eerder verleende ontheffing omgezet naar een ontheffing met een geldigheidsduur van 4 jaar; b. ontheffingen die voor de inwerkingtreding van deze beleidsregels zijn verstrekt met twee kentekens op één ontheffing blijven geldig. Indien de ontheffinghouder een aparte ontheffing aanvraagt voor de tweede auto, wordt de eerder verleende ontheffing omgezet naar een ontheffing met één kenteken. Bekendmaking en inwerkingtreding Artikel 16 a. Deze beleidsregels worden bekendgemaakt door middel van een publicatie op de gemeentepagina in het Nieuwsblad van Castricum;
b. deze beleidsregels treden in werking met ingang van de dag na bekendmaking; c. deze beleidsregels vervangen de op 17 december 2013 vastgestelde Beleidsregels voor het aanvragen, verlenen en gebruiken van ontheffingen blauwe zone centrumgebied kern Castricum 2013. Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders in de vergadering van 10 februari 2015. Burgemeester en wethouders van Castricum, de secretaris, ^ Mw. rřůr. )A.\l?eie de burgermeest Drs. A. Mans^-