RAAP-NOTITIE *nummer* Plangebied Braak 2a te Vessem Gemeente Eersel Archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend Versie 6.5
Colofon Opdrachtgever: Dhr H. Manshanden Titel: Plangebied Braak 2a te Vessem, gemeente Eersel; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend Status: concept Datum: maart 2011 Auteurs: M.H.P.M. Ruijters, MA Projectcode: VESBR Bestandsnaam: NO*nummer*_VESBR Projectleiders: M.H.P.M. Ruijters, MA Projectmedewerker: drs. J.A.M. Roymans ARCHIS-vondstmeldingsnummers: niet van toepassing ARCHIS-waarnemingsnummers: niet van toepassing ARCHIS-onderzoeksmeldingsnummer: 45973 Bewaarplaats documentatie: RAAP Zuid-Nederland Autorisatie: dr. M.P.F. Verhoeven Bevoegd gezag: gemeente Eersel ISSN: 0925-6369 RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. Leeuwenveldseweg 5b 1382 LV Weesp Postbus 5069 1380 GB Weesp telefoon: 0294-491 500 telefax: 0294-491 519 E-mail: raap@raap.nl RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., 2011 RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of de toepassing van de adviezen. Versie 6.5
Samenvatting In opdracht van Dhr H. Manshanden heeft RAAP Archeologisch Adviesbureau in maart 2011 een bureau- en verkennend uitgevoerd in verband met een bestemmingsplanwijziging en de daaraan gekoppelde nieuwbouw in de gemeente Eersel. Doel van dit onderzoek was allereerst het middels bureauonderzoek verwerven van informatie over bekende en te verwachten archeologische waarden teneinde een gespecificeerde verwachting op te stellen. Het doel van het was vervolgens die verwachting te toetsen en de gaafheid van het bodemprofiel vast te stellen. Op basis van de onderzoeksresultaten en de aard en omvang van de voorgenomen bodemingrepen in het plangebied is vervolgens een advies met betrekking tot archeologisch vervolgonderzoek geformuleerd. Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek gold bij de aanvang van het voor het plangebied een hoge verwachting voor het aantreffen van archeologische overblijfselen uit de periode Neolithicum tot Late Middeleeuwen. Voor de perioden Laat Paleolithicum, Mesolithicum en Nieuwe Tijd geldt een lage verwachting. Tijdens het is de hoge archeologische verwachting voor vindplaatsen uit de periode Neolithicum tot Late Middeleeuwen bevestigd. Onder het aanwezige esdek kunnen namelijk nog sporen uit deze periode worden aangetroffen. Plaatselijk zijn echter ook verstoringen aanwezig. De resultaten van onderhavig onderzoek tonen aan dat bij de bestaande planvorming mogelijk archeologische resten verstoord worden. Aangezien planaanpassing niet mogelijk is, wordt aanbevolen een nader archeologisch onderzoek uit te laten voeren. Het wordt aanbevolen vervolgonderzoek te laten bestaan uit een waarderend proefsleuvenonderzoek. Dit onderzoek dient meer inzicht te geven in de aard, omvang, datering, diepteligging, gaafheid, conservering en waarde van eventuele archeologische resten in het plangebied. Bij de plaatsing van de proefsleuven dient rekening te worden gehouden met de huidige bebouwing, omdat deze voorafgaand aan het proefsleuvenonderzoek nog niet gesloopt kan worden. RAAP-notitie *nummer* / concept, maart 2011 [3 ]
1 Inleiding 1.1 Administratieve gegevens typeonderzoek: bureau- en verkennend bevoegde overheid: gemeente Eersel onderzoekskader: bestemmingsplanwijziging datum : 29-03-2011 locatie: o naam plangebied: Braak 2a o provincie: Noord-Brabant o gemeente: Eersel o plaats: Vessem o toponiem: Braak 2a o oppervlakte plangebied: 2502 m 2 o kaartblad topografische kaart Nederland 1:25.000: 51C o centrumcoördinaten (X/Y): 147989/381673 o hoekpunten plangebied (X/Y): - zuidwest: 147968/381652 - zuidoost: 148026/381672 - noordwest: 147951/381673 - noordoost: 148008/381705 afbakening onderzoekszone: straal van 500 m rondom het plangebied archisonderzoeksmeldingsnummer: 45973 1.2 Aanleiding en doelstelling In het plangebied zijn bodemingrepen gepland die mogelijk bedreigend zijn voor eventuele archeologische resten. In het kader van de Archeologische MonumentenZorg is conform de richtlijnen van de bevoegde overheid een bureau- en verkennend uitgevoerd Het doel van dit onderzoek was het verkrijgen van inzicht in de bodemgesteldheid binnen het plangebied. 1.3 Onderzoeksvragen Hoe ziet de geo(morfo)logische en/of bodemkundige opbouw van het plangebied eruit? Welke gegevens met betrekking tot archeologische waarden zijn al over het plangebied bekend? Wat is de gespecificeerde verwachting (alsmede de verwachte conservering en gaafheid) ten aanzien van nog onbekende archeologische waarden in het gebied? Is de bodemopbouw in (delen van) het plangebied intact? Wat is de invloed van de toekomstige inrichting op eventuele archeologische resten? Op welke wijze(n) kan bij de planvorming met archeologische resten worden omgegaan? RAAP-notitie *nummer* / concept, maart 2011 [4 ]
1.4 Randvoorwaarden Het onderzoek is uitgevoerd volgens de normen van de archeologische beroepsgroep (zie artikel 24 van het Besluit archeologische monumentenzorg). De Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 3.2), beheerd door de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB; www.sikb.nl), geldt in de praktijk als richtsnoer. RAAP beschikt over een opgravingsvergunning, verleend door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. RAAP-notitie *nummer* / concept, maart 2011 [5 ]
2 Bureauonderzoek 2.1 Methode Het bureauonderzoek dient om op basis van verschillende bronnen inzicht te krijgen in de genese van het landschap, de bodemopbouw en de sporen die het menselijk gebruik in de loop der tijd heeft achter gelaten. Met behulp van deze gegevens wordt een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. Voor de geraadpleegde bronnen wordt verwezen naar de literatuurlijst. Zie tabel 1 voor de dateringen van de in deze notitie genoemde archeologische perioden. 2.2 Geo(morfo)logie en bodem Het plangebied ligt een gebied ligt op een dekzandrug (Stiboka/RGD 1977: code 4K14). De ondergrond bestaat uit zand, dat tijdens het Pleistoceen is afgezet door de wind. Deze afzettingen worden gerekend tot de formatie van Boxtel, laagpakket van Wierden (Weerts, e.a., 2006). Volgens de bodemkaart komen in het plangebied hoge zwarte enkeerdgronden voor (Stiboka 1984: code zez23). Hoge zwarte enkeerdgronden zijn van oudsher oude akkergronden nabij de dorpen. Om de bodemvruchtbaarheid van het zand op peil te houden werd vanaf de Late Middeleeuwen potstalmest vermengd met (heide)plaggen op de akkers gebracht. Door het zand dat vermengd met de mest op de akkers terecht kwam, ontstond langzaam een dikke humeuze laag, die ook wel esdek genoemd wordt. De bodem in het plangebied heeft grondwatertrap VII, wat inhoudt dat de bodem goed ontwatert is. 2.3 Archeologische gegevens Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW; Deeben, 2008): voor (de omgeving van) het plangebied geldt een hoge kans op het aantreffen van archeologische resten (bijlage 1). Gemeentelijke archeologische verwachtingskaart (http://atlas.sremilieudienst.nl/): het oostelijk deel van het plangebied is gelegen in een zone waarvoor een hoge archeologische verwachting geldt. Voor het westelijk deel geldt eveneens een hoge archeologische verwachting vanwege de ligging in de historische kern van Vessem. Bekende archeologische vindplaatsen volgens het ARCHeologisch Informatie Systeem (AR- CHIS2) in een straal van 500 m rond het plangebied: AMK-nr Complextype Datering Waarde geen Waarneming-nr Complextype Datering Locatie t.o.v. plangebied 14767 nederzetting Mesolithicum 450 m zuidwestelijk 14767 nederzetting Mesolithicum tot Midden Bronstijd 450 m zuidwestelijk RAAP-notitie *nummer* / concept, maart 2011 [6 ]
14767 nederzetting Laat Neolithicum B 450 m zuidwestelijk tot Midden Bronstijd 14767 nederzetting Vroege Middeleeuwen 450 m zuidwestelijk C tot Vroege Middeleeuwen D 14767 nederzetting Late Middeleeuwen 450 m zuidwestelijk 14767 nederzetting Late Middeleeuwen 450 m zuidwestelijk B tot Nieuwe Tijd 44947 nederzetting Laat Mesolithicum 450 m zuidwestelijk 44947 nederzetting Laat Neolithicum 450 m zuidwestelijk 49624 onbekend Neolithicum tot 380 m westelijk Nieuwe Tijd 49624 onbekend Late Middeleeuwen 380 m westelijk 49624 onbekend Late Middeleeuwen 380 m westelijk tot Nieuwe tijd 418616 nederzetting Romeinse tijd 50 m zuidoostelijk 418616 onbekend Vroege Middeleeuwen 50 m zuidoostelijk D tot Late Mid- deleeuwen A 418616 onbekend Late Middeleeuwen 50 m zuidoostelijk 418616 onbekend Late Middeleeuwen 50 m zuidoostelijk tot Nieuwe Tijd 422038 nederzetting Romeinse tijd 50 m zuidoostelijk 422038 akker/tuin IJzertijd 50 m zuidoostelijk 422038 akker/tuin Middeleeuwen tot 50 m zuidoostelijk Nieuwe Tijd 422038 percellering Middeleeuwen 50 m zuidoostelijk 424375 akker/tuin Middeleeuwen tot 300 m westelijk Nieuwe Tijd Vondstmelding-nr Complextype Datering Opmerking geen Tabel 2. Overzicht van de bekende archeologische vindplaatsen rondom het plangebied. Voor de ligging van bovenstaande vindplaatsen zie bijlage 1. Eerder uitgevoerd onderzoek in de omgeving volgens ARCHIS2: In de nabijheid van het plangebied heeft reeds enig onderzoek plaatsgevonden. Meteen ten zuidoosten van het plangebied heeft een proefsleuvenonderzoek (Wesdorp, 2005) en opgraving (Alma, 2009) plaatsgevonden, waarbij een nederzettingsterrein uit de Romeinse tijd is aangetroffen. Hier werden vier huisplattegronden en negen bijgebouwen aangetroffen. De vindplaats strekt RAAP-notitie *nummer* / concept, maart 2011 [7 ]
zich verder in noordelijke en zuidelijk richting uit. Richting het plangebied wordt de dichtheid aan sporen minder. Meteen ten westen van het plangebied, aan de overzijde van de Flinkert, is een bureauonderzoek uitgevoerd (Lascaris, 2008). Hieruit kwam naar voren dat de bodem binnen het gebied waarschijnlijk verstoord is, waarop de locatie is vrijgegeven. Tijdens een proefsleuvenonderzoek 200 m ten westen van het onderzoeksgebied werd enkele greppels uit de Late Middeleeuwen of Nieuwe Tijd aangetroffen die verband houden met percellering (Schutte, 2008). Tevens werd een kuil uit deze periode aangetroffen. Aangezien geen behoudenswaardige vindplaats werd aangetroffen, werd het terrein vrijgegeven. Nog verder naar het westen toe (350 m) werd een booronderzoek uitgevoerd (Keijers, 2004). Tijdens het onderzoek werd een lage enkeerdgrond aangetroffen. Vanwege de oorspronkelijk natte omstandigheden in het plangebied werd de locatie vrijgegeven. 250 m ten zuidoosten van het plangebied werd in 2007 een booronderzoek uitgevoerd (Médard, 2007). Hieruit bleek dat het terrein zwaar verstoord is, waardoor eventuele vindplaatsen volledig verstoord zullen zijn. Bekende archeologische gegevens uit andere bronnen: Naast ARCHIS is KICH (www.kich.nl) nog geraadpleegd voor aanvullende archeologische informatie. Hier bleek dat met betrekking tot de omgeving van het plangebied (straal < 500 m) geen aanvullende archeologische informatie op het bovenstaande aanwezig is. Ook is de Cultuurhistorische waardenkaart Brabant geraadpleegd (http://chw.brabant.nl). Ook hier is geen aanvullende informatie met betrekking tot de omgeving van het plangebied bekend. 2.4 Historische situatie Historisch gebruik Op de oudste topografische kaarten van Vessem (ca. 1836-1843, Uitgeverij Nieuwland, 2008) en het kadastrale minuutplan (http://watwaswaar.nl) staat het plangebied als dennenbos weergegeven. Op de topografische kaart van ca 1898 is het bos verdwenen en in gebruik genomen als akkerland (figuur 2; Uitgeverij Nieuwland, 2006). Duidelijk is het verschil in verkaveling in het gebied te zien. Ca. 500 m ten westen van het plangebied ligt het beekdal van de Kleine Beerze (figuur 2). Vanwege de natte omstandigheden werden hier smalle kavels haaks op de beek aangelegd waartussen sloten lagen, die voor de ontwatering zorgden. In de omgeving van het plangebied, op de hoger gelegen gronden, hebben de kavels een meer onregelmatige vorm. Na de Tweede Wereldoorlog wordt het terrein tijdelijk als grasland in gebruik genomen (http://watwaswaar.nl). Op de topografische kaart van 1972 staat voor het eerst bebouwing in het plangebied aangegeven. Het betreft een huis en een stal/loods, die momenteel nog steeds in het plangebied aanwezig zijn. De historische bebouwing lag voornamelijk langs de Wilhelminalaan en het Heike (http://watwaswaar.nl), op ca. 100 m afstand van het plangebied. RAAP-notitie *nummer* / concept, maart 2011 [8 ]
Bouwhistorie In de directe nabijheid van het plangebied liggen geen rijksmonumenten of gebouwen die tijdens het Monumenten Inventarisatie project als belangrijk zijn aangemerkt (http://chw.brabant.nl). Consequentie voor de archeologie (verwachting, verstoringen, resten van historische bebouwing) Binnen het plangebied zijn reeds twee gebouwen aanwezig. Het betreft een stal en een woonhuis. De bouw hiervan kan tot een plaatselijke verstoring van het bodemprofiel geleid hebben. Het esdek heeft naar schatting een dikte van ca. 0,5 tot 0,8 m, zoals tijdens de opgraving oostelijk van het plangebied het geval was (Alma, 2009). 2.5 Huidige situatie Landgebruik en inrichting Momenteel is het plangebied in gebruik als tuin en erf, waarop een schuur en een huis gelegen zijn. Rondom het plangebied is een bomenrij aanwezig (http://earth.google.com). Hoogteligging Het plangebied heeft een gemiddelde hoogte rond 23,5 m + NAP (www.ahn.nl). Naar het westen toe, richting het beekdaal van de Kleine Beerze, daalt het reliëf tot ca. 22 m + NAP. Het terrein met de Romeinse nederzettingsresten, onmiddellijk ten zuidoosten van het plangebied ligt ongeveer 1 m hoger, op een hoogte van ca. 24.5 m + NAP. Op het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) zijn geen abrupte hoogteverschillen te zien die wijzen op ontgrondingen. Consequentie voor de archeologie (verstoring, methodiek ) De bouw van de schuur (niet onderkeldert) en het woonhuis kan plaatselijk tot verstoring van het bodemprofiel geleid hebben. De funderingen van beide gebouwen zijn mogelijk tot in de C- horizont ingegraven. Het esdek dat in het plangebied verwacht wordt, kan echter ook als een buffer tegen verstorende bodemingrepen bewerkt hebben, waardoor het archeologisch interessante niveau niet geraakt is. Het dient daarom met name gericht te zijn op de bodemgesteldheid en eventuele verstoringen binnen het plangebied. 2.6 Toekomstig situatie Aard en omvang geplande ingrepen Het woonhuis dat binnen het plangebied aanwezig is zal blijven bestaan. De stal wordt gesloopt en met name ten westen hiervan worden nieuwe gebouwen opgericht. Gedeeltelijk valt de nieuwbouw echter samen met de ligging van de huidige stal. De nieuwbouw wordt niet onderkeldert en de verwachte funderingsdiepte bedraagt ca. 0,8 m -Mv. Hierbij worden alleen de funderingssleuven uitgegraven. Consequentie voor de archeologie (bedreiging, bescherming, etc). RAAP-notitie *nummer* / concept, maart 2011 [9 ]
De nieuwbouw kan, indien deze tot in de C-horizont gefundeerd wordt, tot een verstoring van eventuele archeologische resten leiden. 2.7 Gespecificeerde archeologische verwachting Wat wordt er gezien de landschappelijke, archeologische en historisch geografische context verwacht (aard, datering, ligging, diepteligging, omvang) Het plangebied ligt op ca. 500 m van een beek, de Kleine Beerze. Jager-verzamelaars (Laat Paleolithicum en Mesolithicum) vestigden zich bij voorkeur in gradiëntzones. Dit zijn overgangen vaan hoog naar laag en van nat naar droog. Een voorbeeld van zo n zone is de rand van een beekdal. Hier is op korte afstand een grote hoeveelheid (voedsel-)bronnen aanwezig. Bovendien is water op korte afstand beschikbaar. De gradiëntzone van de Kleine Beerze (overgang van GWT III naar GWT VI; Stiboka, 1984) ligt echter ruim ten westen van de Wilheminalaan. Vanwege het ontbreken van een gradiëntzone heeft het plangebied een lage verwachting voor vindplaatsen uit de periode Laat Paleolithicum en Mesolithicum. Na het Mesolithicum deed de landbouw zijn intrede en de bestaanswijze van de mens veranderde daardoor ingrijpend, waardoor men andere eisen aan zijn omgeving ging stellen. Vanaf het Neolithicum waren niet zozeer de gradiëntzones van belang, maar speelden vruchtbaarheid, waterhuishouding en bewerkbaarheid van de bodem een grote rol in de locatiekeuze. Het plangebied ligt in een gebied met lemig fijn zand met grondwatertrap VII. Dit zijn relatief vruchtbare gronden met een lage grondwaterstand, waardoor ze ook voor vroege landbouwers makkelijk te bewerken waren. Daarom geldt ook voor vindplaatsen van landbouwers (Neolithicum tot en met Nieuwe tijd) een hoge archeologische verwachting. Op archeologische verwachtingskaart van de gemeente Eersel staat aangegeven dat het plangebied binnen de historische kern van Vessem ligt. Op topografische kaarten vanaf ca. 1840 (http://watwaswaar.nl) staat binnen het plangebied echter geen bebouwing aangegeven. Daarom wordt het niet waarschijnlijk geacht dat er nederzettingsresten uit de Nieuwe Tijd binnen het plangebied aanwezig zijn, waardoor voor deze periode een lage archeologische verwachting geldt. Wat is de verwachte gaafheid De vindplaatsen die binnen het plangebied verwacht worden (nederzettingsresten, grafvelden e.d. uit de periode Neolithicum tot Late Middeleeuwen) bestaan voor een belangrijk deel uit ingegraven grondsporen. Door de aanwezigheid van een esdek zijn de sporen van eventuele vindplaatsen waarschijnlijk redelijk tot goed bewaard gebleven. Wel kan de huidige aanwezige bebouwing tot verstoring van vindplaatsen geleid hebben. RAAP-notitie *nummer* / concept, maart 2011 [1 0 ]
3 Veldonderzoek 3.1 Methode Het inventariserend (IVO) bestond uit een verkennend booronderzoek. De gevolgde onderzoeksmethode voor het veldwerk is bepaald op basis van de resultaten van het bureauonderzoek (gespecificeerde archeologische verwachting) en het protocol inventariserend uit de KNA versie 3.2. Het verkennend had tot doel het verkrijgen van inzicht in de bodemgesteldheid en mate van bodemverstoring in het plangebied. Daarmee wordt de gespecificeerde archeologische verwachting getoetst en kunnen uitspraken worden gedaan over de gaafheid van eventuele archeologische vindplaatsen. Daartoe zijn 6 boringen zo goed mogelijk verspreid over het plangebied gezet (figuur 3). Het bleek mogelijk om boringen in de af te breken schuur te zetten, zodat ook hier een beeld van de bodemopbouw verkregen kon worden. Er is geboord tot maximaal 0,9 m -Mv met een Edelmanboor met een diameter van 7 cm. De boringen zijn lithologisch conform NEN 5104 (Nederlands Normalisatie-instituut, 1989) beschreven en met meetlinten ingemeten (x/y-coördinaten). Van alle boringen is de hoogte bepaald met behulp van AHN. 3.2 Resultaten Geologie en bodem Beschrijving laagopeenvolging (lithologisch) en interpretatie (lithogenetisch). In alle boringen werd zwak siltig dekzand aangetroffen. Het bovenste pakket bestond uit een matig humeuze laag, die als bouwvoor is geïnterpreteerd. Daaronder bevond zich een zwak humeuze laag die als esdek geïnterpreteerd kan worden. De dikte van het esdek en de huidige bouwvoor samen ligt tussen 0,45 m en 0,6 m. Onder de humeuze lagen werd meteen de C- horizont aangetroffen, die siltiger was dan de bovenliggende lagen. Alleen in boring 6 was geen sprake van een esdek, hier lag de bouwvoor meteen op de C- horizont. Het gedeelte waar boring 6 gezet is ligt ca. 0,2 m lager dan het overige deel van het plangebied. Ter hoogte van het woonhuis bevindt zich namelijk een steilrandje met een zuidwestnoordoost oriëntatie (figuur 3). Het esdek is zuidoostelijk van het steilrandje gedeeltelijk afgegraven, waarbij de C-horizont waarschijnlijk niet geraakt is. De afgraving is vrijwel niet zichtbaar op het AHN (www.ahn.nl). In boring 1 werd onder het esdek een vuile laag waargenomen. Deze laag was iets lichter van kleur dan het esdek, maar duidelijk donkerder dan de C-horizont. Omdat de grens tussen de C-horizont en de vuile laag scherp was, is deze als oude akkerlaag geïnterpreteerd. De oude akkerlaag is in feite niets anders dan een oude bouwvoor. Doordat de oude akkerlaag al lang is afgedekt, is de humus die er oorspronkelijk in aanwezig was verdwenen. RAAP-notitie *nummer* / concept, maart 2011 [1 1 ]
Mate van verstoring In boring 2 en 4 is sprake van een verstoord bodemprofiel, waarbij het esdek en de C-horizont vermengd zijn geraakt. De verstoring in boring 4 is mogelijk te wijten aan de aanleg van de schuur. Ook zullen de funderingssleuven van de stal de C-horizont behoorlijk geroerd hebben. Boring 3, die ook binnen de schuur gezet is, is echter niet tot in de C-horizont verstoord. Ook boring 2 is tot in de C-horizont verstoord. Er zijn geen aanwijzingen voor bodemvorming (podzolering) aangetroffen. Over het algemeen geldt dat het esdek als een buffer tegen ondiepe verstoringen heeft gewerkt. Onder het esdek kunnen daarom in principe nog grondsporen voorkomen. Door de goede ontwatering van de bodem zijn waarschijnlijk alleen anorganische artefacten bewaard gebleven. Organische artefacten kunnen echter in diepe grondsporen die tot onder het grondwaterpeil reiken, bewaard zijn gebleven. De uitgebreide boorbeschrijvingen (inclusief lithologisch profiel) zijn opgenomen in bijlage 1. RAAP-notitie *nummer* / concept, maart 2011 [1 2 ]
4 Conclusies en aanbevelingen Conclusies Hoe ziet de geo(morfo)logische en/of bodemkundige opbouw van het plangebied eruit? Het plangebied is gelegen op een dekzandrug langs de Kleine Beerze. Naar het westen toe (richting de beek) daalt het reliëf geleidelijk, naar het oosten toe stijgt het reliëf nog verder. De bodem in het plangebied bestaat uit een hoge zwarte enkeerdgrond. In één boring werd onder het esdek een oude akkerlaag waargenomen. Welke gegevens met betrekking tot archeologische waarden zijn al over het plangebied bekend? Binnen het plangebied zijn geen vindplaatsen bekend. 50 m zuidoostelijk van het plangebied is een nederzettingsterrein uit de Romeinse tijd aangetroffen, dat zich nog verder (noordelijk en zuidelijk) buiten de grenzen van de opgraving uitstrekt. Richting het plangebied lijkt de hoeveelheid sporen echter behoorlijk af te nemen. In de wijdere omgeving zijn vondsten vanaf het Mesolithicum bekend. Vondsten uit de Vroege Middeleeuwen zijn slechts sporadisch aangetroffen. Wat is de gespecificeerde verwachting (alsmede de verwachte conservering en gaafheid) ten aanzien van nog onbekende archeologische waarden in het gebied? Het plangebied heeft vanwege de ligging op een dekzandrug een hoge verwachting voor archeologische resten (m.n. nederzettingsresten, grafvelden etc.) uit de periode Neolithicum tot en met Late Middeleeuwen. Nederzettingsresten uit de Nieuwe tijd worden niet verwacht. Vanwege het ontbreken van een gradiëntzone worden eveneens geen resten verwacht uit de periode Laat Paleolithicum en Mesolithicum. Is de bodemopbouw in (delen van) het plangebied intact? De bodemopbouw in het plangebied is deels intact. De bouw van het woonhuis en de schuur heeft echter waarschijnlijk plaatselijk tot verstoring van het bodemprofiel geleid. In het zuidoostelijk deel is het esdek gedeeltelijk afgegraven. Toch lijkt hierbij de C-horizont niet geraakt. Wat is de invloed van de toekomstige inrichting op eventuele archeologische resten? De nieuwbouw zal tot een aantasting van eventuele archeologische resten leiden. Aanbevelingen De resultaten van onderhavig onderzoek tonen aan dat bij de bestaande planvorming mogelijk archeologische resten verstoord worden. Aangezien planaanpassing niet mogelijk is, wordt aanbevolen een nader archeologisch onderzoek uit te laten voeren. Het wordt aanbevolen vervolgonderzoek te laten bestaan uit een waarderend proefsleuvenonderzoek. Dit onderzoek dient meer inzicht te geven in de aard, omvang, datering, diepteligging, gaafheid, conservering en waarde van eventuele archeologische resten in het plangebied. Bij de RAAP-notitie *nummer* / concept, maart 2011 [1 3 ]
plaatsing van de proefsleuven dient rekening te worden gehouden met de huidige bebouwing, omdat deze voorafgaand aan het proefsleuvenonderzoek nog niet gesloopt kan worden. N.B. Een waarderend onderzoek dient uitgevoerd te worden conform een vooraf opgesteld Programma van Eisen (PvE). Hierin staan de eisen omschreven waaraan het onderzoek moet voldoen. Het PvE dient te zijn goedgekeurd door de bevoegde overheid (gemeente Eersel). RAAP-notitie *nummer* / concept, maart 2011 [1 4 ]
Literatuur Alma, X.J.F., 2009. Romeinse nederzetting te Eersel, Vessem-De Flinkert. Een archeologische opgraving. ADC-rapport 1632, ADC ArcheoProjecten, Amersfoort. Deeben, J.H.C. (red.), 2008. De Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden (IKAW), derde generatie Rapportage Archeologische Monumentenzorg 155. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Amersfoort (info: www.cultureelerfgoed.nl). Keijers, D.M.G., 2004. Plangebied randvoorziening De Mister te Vessem. Archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend. RAAP-notitie 868. RAAP Archeologisch Adviesbureau, Amsterdam. Lacaris, M.A., 2008. Archeologisch bureauonderzoek plangebied Flinkert-West te Vessem, gem. Eersel. Zuidnederlandse Archeologische Notities 168. ACVU-HBS, Amsterdam. Médard, A., 2007. Archeologisch bureau- en booronderzoek Flinkert Zuid te Vessem, gemeente Eersel. Hollandia reeks 179. Hollandia, Zaandijk. Nederlands Normalisatie-instituut, 1989. Nederlandse Norm NEN 5104, Classificatie van onverharde grondmonsters. Nederlands Normalisatie-instituut, Delft. Schutte, A.H. & M.A.K. Vroomans, 2008. Archeologisch onderzoek Lange Ekker te Vessem, Gemeente Eersel. Bureauonderzoek en inventariserend, waarderende fase, door middel van proefsleuven. Grontmij Archeologische Rapporten 512. Grontmij Nederland bv., Roermond. Stiboka/RGD, 1977. Geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1:50.000, Blad 51 Eindhoven. Stiboka/RGD, Wageningen/Haarlem. Stiboka, 1984. Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000, Blad 51 West Eindhoven. Stiboka, Wageningen. Uitgeverij Nieuwland, 2006. Grote Historische topografisch Atlas (1894-1914) Noord-Brabant, schaal 1:25.000. Uitgeverij Nieuwland, Tilburg. Uitgeverij Nieuwland, 2008. Grote Historische topografisch Atlas (1836-1843) Noord-Brabant, schaal 1:25.000. Uitgeverij Nieuwland, Tilburg. Weerts, H., J. Schokker, K. Rijsdijk & C. Laban, 2006, Geologische overzichtskaart van Nederland. TNO Bouw en Ondergrond, Utrecht. Wesdorp, M., 2005. Verslag inventariserend archeologisch onderzoek door middel van proefsleuven aan de Flinkert te Vessem. ZAN 025, ACVU-HBS, Amsterdam. Overzicht van figuren, tabellen en bijlagen Figuur 1. Tabel 1. Tabel 2. Ligging plangebied (rode lijn). Inzet: ligging in Nederland (ster). Archeologische tijdschaal. Overzicht van de bekende archeologische vindplaatsen rondom het plangebied. Bijlage 1. IKAW, waarnemingen, vondstmeldingen en monumenten. Bijlage 2. Boorbeschrijvingen RAAP-notitie *nummer* / concept, maart 2011 [1 5 ]
Geologische perioden Archeologische perioden Tijdvak Chronozone Datering Tijdperk Datering Holoceen Laat Subatlanticum Vroeg Subatlanticum Subboreaal Atlanticum Boreaal Preboreaal Weichselien Pleniglaciaal Laat Glaciaal Laat Midden Late Dryas Allerød Vroege Dryas Bølling Vroegste Dryas Denekamp Hengelo - 1150 na Chr. - 0-450 voor Chr. - 3700-7300 - 8700-9700 - 11.050-11.500-12.000-12.500-13.500-30.500-60.000 Prehistorie Nieuwste tijd (=Nieuwe tijd C) Nieuwe tijd Middeleeuwen Romeinse tijd IJzertijd Bronstijd Neolithicum (Nieuwe Steentijd) Mesolithicum (Midden Steentijd) B A Laat Vol Vroeg Laat Midden Vroeg Laat Midden Vroeg Laat Midden Vroeg Laat Midden Vroeg Laat Midden Vroeg Laat Jong B Jong A Ottoons Karolingisch Merovingisch laat Merovingisch vroeg - 1795-1650 - 1500-1250 - 1050-900 - 725-525 - 450-270 - 70 na Chr. - 15 voor Chr. - 250-500 - 800-1100 - 1800-2000 - 2850-4200 - 4900/5300-6450 - 8640-9700 - 12.500-16.000-35.000 Pleistoceen Vroeg Vroeg Glaciaal Moershoofd Odderade Brørup - 71.000 Paleolithicum (Oude Steentijd) Midden Eemien Saalien II Oostermeer Saalien I Belvedère/Holsteinien Glaciaal x Holsteinien Elsterien - 114.000-126.000-236.000-241.000-322.000-336.000-384.000-416.000 Oud - 250.000 463.000 tabel1_standaard_geobioarcheo_raap_2010 Tabel 1. Geologische en archeologische tijdschaal. RAAP-notitie *nummer* / concept, maart 2011 [1 6 ]
147000 147500 148000 148500 149000 380500 381000 381500 382000 382500 Dienst voor het kadaster en de openbare registers, Apeldoorn, 2011 8 382500 382000 381500 381000 380500 147000 147500 148000 148500 Figuur 1. Ligging plangebied (rode lijn); inzet: ligging in Nederland (ster). 149000
Figuur 2. Plangebied (blauw lijn) op de historische kaart van ca. 1898. Bron: Uitgeverij Nieuwland, 2006.
147900 147950 148000 legenda boring (met een Edelmanboor diam. 7 cm) met een esdek op C-horizont met een esdek op oude akkerlaag op C-horizont met bouwvoor op C-horizont verstoord tot in C-horizont 3 boornummer 381700 overig steilrand grens plangebied 381700 B r a a k 381650 381650 Fl i n ke r t W ilh e lmin a la a n 381600 0 MR1/vesbr_mr 10 20 30 40 50 m 1:1000 147950 148000 Figuur 3. Resultaten verkennend booronderzoek 2011 381600
Bijlage 1. IKAW, waarnemingen, vondstmeldingen en monumenten RAAP-notitie *nummer* / concept, maart 2011 [1 7 ]
Legenda plangebied WAARNEMINGEN VONDSTMELDINGEN MONUMENTEN IKAW archeologische waarde 29-03-2011 hoge archeologische waarde zeer hoge archeologische waarde zeer hoge arch waarde, beschermd HUIZEN TOP10 ((c)tdn) zeer lage trefkans lage trefkans middelhoge trefkans hoge trefkans lage trefkans (water) middelhoge trefkans (water) hoge trefkans (water) water 0 100 m niet gekarteerd N Archis2 Plangebied Braak 2a te Vessem IKAW, waarnemingen, vondstmeldingen en monumenten 148742 / 382373 424375 45973 49624 418616 422038 14767 44947 147254 / 381157
Bijlage 2. Boorbeschrijvingen RAAP-notitie *nummer* / concept, maart 2011 [1 8 ]
boring: VESBR-1 beschrijver: JR, datum: 29-3-2011, X: 147.966, Y: 381.674, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 51C, hoogte: 23,33, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: grasland, vondstzichtbaarheid: slecht, provincie: Noord-Brabant, gemeente: Eersel, plaatsnaam: Vessem, opdrachtgever: dhr. H. Manshanden, uitvoerder: RAAP Zuid 0 cm -Mv / 23,33 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, matig humeus, donkerbruingrijs, matig fijn, interpretatie: dekzand Bodemkundig: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont, interpretatie: bouwvoor 35 cm -Mv / 22,98 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, zwak humeus, bruingrijs, matig fijn, interpretatie: dekzand Bodemkundig: A-horizont bestaand uit opgebracht pakket, interpretatie: esdek 45 cm -Mv / 22,88 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, bruingrijs, matig fijn, interpretatie: dekzand Bodemkundig: interpretatie: oude akkerlaag 65 cm -Mv / 22,68 m +NAP Lithologie: zand, matig siltig, lichtgeel, matig fijn, interpretatie: dekzand Bodemkundig: C-horizont Einde boring op 90 cm -Mv / 22,43 m +NAP boring: VESBR-2 beschrijver: JR, datum: 29-3-2011, X: 147.979, Y: 381.657, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 51C, hoogte: 23,34, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: grasland, vondstzichtbaarheid: slecht, provincie: Noord-Brabant, gemeente: Eersel, plaatsnaam: Vessem, opdrachtgever: dhr. H. Manshanden, uitvoerder: RAAP Zuid 0 cm -Mv / 23,34 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, matig humeus, donkerbruingrijs, matig fijn, interpretatie: dekzand Bodemkundig: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont, interpretatie: bouwvoor 40 cm -Mv / 22,94 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, zwak humeus, bruingrijs, matig fijn, interpretatie: dekzand Bodemkundig: A-horizont, interpretatie: verstoord Opmerking: geel gevlekt 75 cm -Mv / 22,59 m +NAP Lithologie: zand, matig siltig, lichtgeelgrijs, matig fijn, interpretatie: dekzand Bodemkundig: C-horizont Einde boring op 90 cm -Mv / 22,44 m +NAP boring: VESBR-3 beschrijver: JR, datum: 29-3-2011, X: 147.984, Y: 381.674, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 51C, hoogte: 23,39, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: grasland, vondstzichtbaarheid: slecht, provincie: Noord-Brabant, gemeente: Eersel, plaatsnaam: Vessem, opdrachtgever: dhr. H. Manshanden, uitvoerder: RAAP Zuid 0 cm -Mv / 23,39 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, zwak humeus, lichtbruingrijs, matig fijn, interpretatie: dekzand Bodemkundig: A-horizont, interpretatie: opgebrachte grond Opmerking: zwart gevlekt 50 cm -Mv / 22,89 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, zwak humeus, bruingrijs, matig fijn, interpretatie: dekzand Bodemkundig: A-horizont bestaand uit opgebracht pakket, interpretatie: esdek 60 cm -Mv / 22,79 m +NAP Lithologie: zand, matig siltig, lichtgeelgrijs, matig fijn, interpretatie: dekzand Bodemkundig: C-horizont Einde boring op 85 cm -Mv / 22,54 m +NAP
boring: VESBR-4 beschrijver: JR, datum: 29-3-2011, X: 148.003, Y: 381.689, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 51C, hoogte: 23,50, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: grasland, vondstzichtbaarheid: slecht, provincie: Noord-Brabant, gemeente: Eersel, plaatsnaam: Vessem, opdrachtgever: dhr. H. Manshanden, uitvoerder: RAAP Zuid 0 cm -Mv / 23,50 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, zwak humeus, lichtbruingrijs, matig fijn, interpretatie: dekzand Bodemkundig: A-horizont, interpretatie: verstoord Opmerking: zwart gevlekt 60 cm -Mv / 22,90 m +NAP Lithologie: zand, matig siltig, lichtgeelgrijs, matig fijn, interpretatie: dekzand Bodemkundig: C-horizont Einde boring op 90 cm -Mv / 22,60 m +NAP boring: VESBR-5 beschrijver: JR, datum: 29-3-2011, X: 147.995, Y: 381.672, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 51C, hoogte: 23,28, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: grasland, vondstzichtbaarheid: slecht, provincie: Noord-Brabant, gemeente: Eersel, plaatsnaam: Vessem, opdrachtgever: dhr. H. Manshanden, uitvoerder: RAAP Zuid 0 cm -Mv / 23,28 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, matig humeus, donkerbruingrijs, matig fijn, interpretatie: dekzand Bodemkundig: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont, interpretatie: bouwvoor 30 cm -Mv / 22,98 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, zwak humeus, bruingrijs, matig fijn, interpretatie: dekzand Bodemkundig: A-horizont bestaand uit opgebracht pakket, interpretatie: esdek 50 cm -Mv / 22,78 m +NAP Lithologie: zand, matig siltig, lichtgeelgrijs, matig fijn, interpretatie: dekzand Bodemkundig: C-horizont Einde boring op 80 cm -Mv / 22,48 m +NAP boring: VESBR-6 beschrijver: JR, datum: 29-3-2011, X: 147.998, Y: 381.655, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 51C, hoogte: 23,05, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: grasland, vondstzichtbaarheid: slecht, provincie: Noord-Brabant, gemeente: Eersel, plaatsnaam: Vessem, opdrachtgever: dhr. H. Manshanden, uitvoerder: RAAP Zuid 0 cm -Mv / 23,05 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, matig humeus, donkerbruingrijs, matig fijn, interpretatie: dekzand Bodemkundig: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont, interpretatie: bouwvoor 20 cm -Mv / 22,85 m +NAP Lithologie: zand, matig siltig, lichtgeelgrijs, matig fijn, interpretatie: dekzand Bodemkundig: C-horizont Einde boring op 60 cm -Mv / 22,45 m +NAP