Opticom Engineering B.V.
TOEPASSING De OPTILOG-290 is een complete "high performance" telecommunicatie interface voor het bewaken van technische installaties in combinatie met het Otc-programma. De OPTILOG-290 heeft standaard een geïntegreerd PSTN modem en is optioneel leverbaar met ISDN, UTP (TCP/IP) of GSM. Het is mogelijk om de OPTILOG-290 geheel via telecommunicatie in bedrijf te stellen. Hiervoor wordt het Otc-programma R2.8.9 of hoger gebruikt. De OPTILOG-290 is voorzien van een lokale inbedrijfstelpoort (COM1), waarmee de unit ter plaatse kan worden geconfigureerd. Voor lokaal inbedrijf stellen is een connector verloop (bestelcode OTC-VERL) en een nulmodemkabel (bestelcode OTC-NULM) noodzakelijk. Indien de OPTILOG-290 is uitgerust met UTP (TCP/IP), dan kan de unit met behulp van een crosslink kabel (of gebruik van de meegeleverde UTP-kabel en een bestaande hub/switch) inbedrijf worden gesteld. Standaard is de OPTILOG-290 uitgerust met 8 stuks digitale ingangen. Er kan gebruik worden gemaakt van externe analoge- en digitale modules. Maximaal kunnen 40 analoge ingangen (5 x 8AI modules) en 30 digitale ingangen (3 x 10DI modules) worden toegepast. Naast de 8 standaard digitale ingangen, kunnen er maximaal 70 digitale ingangen (7 x 10DI modules) worden toegepast.. INSTALLATIE - 2 - augustus 2008
INSTALLEREN Het kastje van de OPTILOG-290 wordt geopend door het deksel eerst enkele milimeters omhoog te schuiven en vervolgens rechtstandig naar voren. De OPTILOG-290 wordt bevestigd via drie montage gaten (montagemal, schroeven en pluggen 6 mm meegeleverd). Naar keuze kunnen tot 3 wartels worden gemonteerd (2 stuks wartels PG9 meegeleverd). De voedingspanning bedraagt 24 Volt AC. Optioneel is een externe transformator voor wandmontage leverbaar (bestelcode OTC-TRAFO-24V). De OPTILOG-290 kan worden uitgerust met een accu van 6 Volt (bestelcode OTC- ACCU-6V-IA, inclusief bedrading of voor vervanging OTC-ACCU-6V). Hiermee kan de unit bij het wegvallen van de voedingsspanning nog enkele uren functioneren, zodat een alarm kan worden gemeld. augustus 2008-3 - INSTALLATIE
DIPSWITCH INSTELLING SWITCH OFF ON 1 Normaal Harde reset 2 Normaal Geheugen wissen (na harde reset) 3 Baudrate Baudrate 4 Baudrate Baudrate 5 COM1=modem COM1=lokaal inbedrijfstellen 6 Gereserveerd Gereserveerd 7 Gereserveerd Gereserveerd 8 Busserrordata=1 Buserrordata=0 BAUDRATE INSTELLING COM1 (MODEM EN LOKAAL) SWITCH 3 SWITCH 4 Baudrate basis instelling OFF OFF 2400 ON OFF 9600 (standaard ) OFF ON 19K2 ON ON 38K4 Bij gebruik van COM1-UTP (optie) wordt alleen bij lokaal inbedrijfstellen de dipswitch toegepast. OVERIGE INSTELLINGEN Met behulp van SWITCH 5 wordt tussen de modem of de lokale in-bedrijf-stel-poort geselecteerd. Indien deze switch op ON staat, zal het geïntegreerde modem (of het optionele UTP-moduul) niet meer reageren. SWITCH 8 wordt gebruikt om bij alarmscan een alarmstatus te genereren bij een busstoring (communicatiefout). INSTALLATIE - 4 - augustus 2008
AANSLUITEN DIPSWITCH ACCU (optie) Zekering F1 max. 800 ma (traag) Jumper JP1 voor RS232 / RS485 COM1 LOKAAL INBEDRIJF STELLEN (dipswitch 5=ON) 24 VOLT AC 20 VA RELAIS UITGANG (optie) DIGITALE INGANGEN RS485 BUS zie JP1 RS232 BUS EXTRA POORT (optie) Bijvoorbeeld: Voeding: 24 Volt ~ DI1 DI2 augustus 2008-5 - INSTALLATIE
INGANGSMODULES 8AI 10DI 24 Volt ~ Elk moduul kan worden ingesteld op een uniek adres in de range van: 0 to 99 (decimaal). Bijvoorbeeld: address 25, is S2 to positie 2 en S1 to position 5. Aansluitingen: I/O 0,2-2,5 mm 2 - isolatie 6 mm afstrippen Bus/power 0,2-1,0 mm 2 - isolatie 7 mm afstrippen INSTALLATIE - 6 - augustus 2008
8AI MODULE Configureerbare analoge ingangen Resolutie 0...10 Volt / 0(4)...20 ma / RTD 16 bits Type Positie Input weerstand 0...10 Volt Geen 100 KOhm vast 0(4)... 20 ma RI 250 Ohm +/- 0,1% plug-in (Ri) RTD Rt Sensor afhankelijk default Default 5K11 voor NI-1000 / -40 +120 C Standaard instelling (max. 5 x 8AI modules) - Adressen: 011, 012, 013, 014 en 015 - Ingangstype: RTD type 3 (NI-1000 - Siemens) De instellingen per kanaal worden met behulp van het Otc-programma uitgevoerd. augustus 2008-7 - INSTALLATIE
10DI MODULE Digitale ingangen Per ingang ledkleur - rood/groen/uit Status normaal open (n/o) of normaal gesloten (n/c) Outputspanning voor inputs 10...32V DC / 5 ma max. AC DC Inputspanning 24V (12...28V) 24V (10...30V) Logische nul < 2V < 3V Max. frequentie 10 Hz 50 Hz Nominale sampletijd 20 msec 8 msec Minimum pulslengte 50 msec 10 msec Impendantie 15 KOhm 15 KOhm Standaard instelling (max. 7 x 10DI modules) - Adressen: 021, 022, 023, 024, 025, 026 en 027 - Ingangstype: alarm De instellingen per kanaal worden met behulp van het Otc-programma uitgevoerd. INSTALLATIE - 8 - augustus 2008
LED INDICATIE Op het deksel van de OPTILOG-290 zijn een 4-tal leds zichtbaar. Bij normaal gebruik zal de Actief led (geel) steeds knipperen. Aan de frequentie van het knipperen kan de de status van de OPTILOG-290 worden afgelezen. De volgende situaties kunnen voorkomen: Actief AAN Actief UIT 1 sec 1 sec Normaal bedrijf, met verbinding DCD/CONNECT 2 sec 2 sec Normaal bedrijf, geen DCD/CONNECT continu nvt Systeemfout, raadpleeg uw leverancier! nvt continu Niet ingeschakeld of defect In bepaalde situaties kan de gele led anders knipperen: Langzaam (ca. 5 sec) Snel (ca. 2x per/sec) Datum en tijd niet ingegeven (spaarfunctie) Uitbellen onderdrukt (service-ingang) De Alarm led (rood) zal in geval van een alarmmelding oplichten of knipperen: Alarm AAN Alarm UIT continue nvt Actief alarm, nog niet doorgemeld aan de HOST 1 sec 3 sec Alarm geaccepteerd door de HOST 1 sec 1 sec Systeemmelding met status > 90 actief Snel (ca. 2x per/sec) Systeeminitialisatie (nog geen communicatie mogelijk) Tenslotte zijn er nog een tweetal leds aanwezig die de communicatie met de ingangsmodules aangeven. Tijdens communicatie zullen beide leds Txd en Rxd regelmatig knipperen. augustus 2008-9 - INSTALLATIE
ETHERNET De OPTILOG-290 kan worden uitgerust met UTP (TCP/IP) in plaats van een modem (PSTN). Indien de Otc-unit is uitgerust met UTP (TCP/IP), wordt standaard het IP-adres: 192.168.94.1 gebruikt (tenzij bij de bestelling een ander IP-adres is doorgegeven). Met behulp van het Otc-programma Telecommunicatie - Configuratie - Systeem parameters en de knop Ethernet, kan een ander IP-adres (en eventueel een subnetmask) worden ingegeven. Deze gegevens worden (na eerst het terugschakelen van dipswitch 5 en vervolgens de voedingsspanning UIT en AAN te schakelen) naar het UTP-moduul op COM1van de OPTILOG-290 geladen. TECHNISCHE GEGEVENS Voedingsspanning Omgevingstemperatuur in bedrijf Vochtigheid in bedrijf Programmageheugen Real Time Clock / TKEEP Geheugen / SRAM Batterij TKEEP/SRAM backup Accu aansluiting Geïntegreerd modem PSTN Optionele communicatie Lokaal inbedrijfstellen Bus voor ingangsmodules Analoge ingangen Digitale ingangen Afmeting Optilog-290 (h x b x d) Afmeting per moduul (h x b x d) - 24 Volt 50 Hz (20 VA) - 10 C en 35 C (niet condenserend) - 25 % - 75 % Rh - 32 Kb EPROM - 2 Kb (bestelcode OTC-TKEEP) - 128 Kb (bestelcode OTC-SRAM-128K) - 4 jaar (bij omgevingstemperatuur 21 C) - 6 Volt 1,2 Ah (optie) - 14K4 (standaard uitvoering 9600 baud) - ISDN, UTP (TCP/IP) of GSM - RS232 op COM1 via verloopkabel (bestelcode OTC-VERL) - RS485 (19K2) - modbus - max. 40 stuks via externe 8AI modules - standaard 8 stuks optisch gescheiden - max. 70 stuks via externe 10DI modules - 185 x 197 x 62 mm - 92 x 54 x 59 mm (dinrail montage mogelijk) INSTALLATIE - 10 - augustus 2008