1 Handleiding Verdyn (instal) OC Verhulst Albert Einsteinweg 10 5151 DL Drunen Nederland Tel.: +31(0)416 672 200 Fax: +31(0)416 340 785 www.oc-verhulst.nl OC Verhulst is een handelsnaam van Verhulst Klimaattechniek B.V. en onderdeel van Orange Climate.
2 Inleiding Dit document vormt een handleiding voor het bedienen van de Verdyn door middel van het display. Voorzichtigheid dient geboden te worden bij het openen van het compartiment waarin het schakelpaneel, de regelaar en het display geplaatst zijn. Alleen hiervoor gekwalificeerde personen mogen dit compartiment betreden. De inhoudsopgave is opgezet volgens de menustructuur zoals deze in de regelaar is opgenomen en vormt tevens de leidraad voor dit document. In het register zijn specifieke termen opgenomen welke het zoeken in dit document vergemakkelijken.
3 Inhoudsopgave HOME (HOMEPAGE)... 5 UNIT STATUS... 5 INLOGGEN... 5 MENU INSTAL... 5 0. Unit Switch... 6 1. Systeem Info... 6 2. Unit Status... 6 3. Tijdprogramma s... 6 4. Historie log... 6 5. Setpunten... 6 6. Config. unit... 6 7. Config. reg s... 6 8. Config. veldap.... 6 9. Syst. diagnose... 6 10. Fabrieksinst.... 6 11. Nieuw wachtw.... 6 0. UNIT SWITCH... 7 1. SYSTEEM INFO... 8 1.0.0 Info menu... 8 1.1.0 Project info... 8 1.2.0 Software info... 8 1.3.0 Library info... 8 1.4.0 Hardware info... 8 2. UNIT STATUS... 9 2.0.0 Status menu... 9 2.1.0 Status Temperaturen... 9 2.2.0 Status Flow... 9 2.3.0 Status I/O s... 9 2.4.0 Status Fans... 10 2.5.0 Status WTW (Warmteterugwinning)... 10 2.6.0 Status Heater... 10 2.7.0 Status Cooler... 11 2.8.0 Status Bypass... 12 2.9.0 Status Filters... 12 2.10.0 Status Vorstthermostaat... 12 3. TIJDPROGRAMMA S... 13 3.0.0 Tijd menu... 13 3.1.0 Tijdprogramma 1... 13 3.2.0 Tijdprogramma 2... 13 3.3.0 Vakantieprogramma... 13 3.4.0 Vertraagd opstarten... 13 3.5.0 Nachtventilatie... 13 3.6.0 Klok & Datum... 14 4. HISTORIE LOG-FILE... 14 4.0.0 Historie menu... 14 4.1.0 Log-file... 14 4.2.0 Reset log... 14
4 5. SETPUNTEN... 15 5.0.0 Setpunten Menu... 15 5.1.0 5.2.0 Temperatuur regeling setpunten... 15 Debiet regeling setpunten... 21 6. CONFIGURATION UNIT... 28 6.0.0 Config. Unit... 28 7. CONFIGURATIE REGELAARS... 34 (Toegangsniveau Supervisor)... 34 8. CONFIGURATIE VELDAPPARATUUR... 35 (Toegangsniveau Supervisor)... 35 9. SYSTEEM DIAGNOSE... 36 (Toegangsniveau Supervisor)... 36 10. FABRIEKSINSTELLINGEN... 37 (Toegangsniveau Supervisor)... 37 11. NIEUW WACHTWOORD... 38 FUNCTIONS... 39 REGISTER... 41
5 Home (Homepage) Om terug te keren naar de homepage gebruik je de esc toets. Unit Status In deze 2 velden wordt de actuele status van de unit weergegeven. T-aanzuig T-inblaas T-retour % sturing WTW* % sturing Verwarmer* * Het aantal puntjes geeft aan wat de % sturing is bij het getoonde element (1 puntje is 20%). Mogelijke elementen: verwarmer / koeler / vent.reg.. Inloggen Inlognaam: Instal Inlogcode: 3333 Menu Instal [Function: Select menu item]
6 0. Unit Switch 1. Systeem Info 2. Unit Status 3. Tijdprogramma s 4. Historie log 5. Setpunten 6. Config. unit 7. Config. reg s 8. Config. veldap. 9. Syst. diagnose 10. Fabrieksinst. 11. Nieuw wachtw.
7 0. Unit Switch De Unit Switch is de softwarematige hoofdschakelaar waarmee de unit in stand uitgeschakeld / automatisch gezet kan worden. Omschrijving: Wanneer de Unit Switch in de stand Uitgeschakeld gezet wordt zal de unit, indien nodig vertraagd, uitgeschakeld worden. Wanneer de Unit Switch in de stand auto gezet wordt dan staat deze paraat voor automatisch bedrijf. Het wijzigen van deze variabele heeft de hoogste prioriteit in de schakelvolgorde met uitzondering van de nadraaitijd. Na het laden van de software of na het laden van de fabrieksinstellingen wordt de variabele Unit Switch in de stand Uitgeschakeld gezet en wordt de unit uitgeschakeld. De unit wordt aan / uit geschakeld volgens de volgende prioriteit: Vertraagd uitschakelen; Unit Switch; Brand Alarm; Externe vrijgave (Digitale ingang / GBS); Klokprogramma s; Nachtventilatie. OPM.: vertraagd uitschakelen maakt het programma af voordat de unit uitgeschakeld wordt wanneer de Unit Switch in de stand uitgeschakeld gezet wordt. Inregelstand is bedoeld voor het eenvoudiger inregelen van de luchtkanalen bij lage buitentemperaturen. Indien deze stand op Aan wordt gezet zal de toevoerventilator niet terugtoeren op basis van de inblaastemperatuur volgorde regeling. Alle overige regelingen blijven normaal functioneren zoals in deze handleiding is beschreven. Deze functie is voorzien van een automatische reset na 4 uur. Indien de functie nogmaals geactiveerd moet worden zal de inregelstand moeten worden uitgeschakeld door te veranderen naar Uit en daarna weer naar Aan waarna de functie wederom voor 4 uur wordt geactiveerd.
8 1. Systeem Info Relevante informatie over de regelaar en de software. 1.0.0 Info menu [Function: Select menu item] 1.1.0 Project info Weergegeven informatie: Project nr.; Verdyn Type. 1.2.0 Software info Weergegeven informatie: Software versie; Software datum. 1.3.0 Library info Weergegeven informatie: Library versie; Library datum; 1Tool versie. 1.4.0 Hardware info Weergegeven informatie: Boot rel. nr.; Boot date; Bios rel. nr.; Bios date.
9 2. Unit Status Menu waarin de actuele waarden uit te lezen zijn van de volgende onderdelen: Temperaturen / debieten / drukken; Ingangen / uitgangen; Unit onderdelen. 2.0.0 Status menu [Function: Select menu item] 2.1.0 Status Temperaturen Weergegeven informatie: Actuele inblaastemperatuur; Actuele retourtemperatuur; Setpunt inblaas luchttemperatuur; Setpunt retour luchttemperatuur (alleen zichtbaar indien Temp.reg.type = 0/4/5, zie menu 6.0.0). 2.2.0 Status Flow Weergegeven informatie: Actuele luchtdebiet / drukverschil toevoerkanaal; Actuele luchtdebiet / drukverschil retourventilator; Setpunt luchtdebiet / drukverschil toevoerkanaal; Setpunt luchtdebiet (alleen zichtbaar indien Flow.reg.type = 0/1/2, zie menu 6.0.0). 2.3.0 Status I/O s Function: [Select menu item] 2.3.1 UI s (1-10) Weergegeven informatie: Universele ingangen 1 10 2.3.2 DI s (1-14) Weergegeven informatie: Digitale ingangen 1 14 2.3.3 AO s (1 t/m 6) Weergegeven informatie: Analoge uitgangen 1 6 2.3.4 DO s (1 t/m 15) Weergegeven informatie:
10 Digitale uitgangen 1-15 2.3.5 Reset (Toegangsniveau Supervisor) 2.4.0 Status Fans Weergegeven informatie: Toevoer fan: Status; Percentage; Alarm; Bedrijfsuren; Starts. Afvoer fan: Status; Percentage; Alarm; Bedrijfsuren; Starts. 2.5.0 Status WTW (Warmteterugwinning) Weergegeven informatie: Modus (Cooling / Neutral / Heating); Percentage; dp (drukverschil over de warmtewisselaar in de luchtstroom). 2.6.0 Status Heater (afhankelijk van de configuratie van de unit wordt de bijbehorende informatie weergegeven) Weergegeven informatie: Configuratie Liquid Heater (water): 2.6.0 Status Heater Status; Percentage; Alarm; Status Pomp; Bedrijfsuren pomp; Water temperatuur;
11 Vrijgave Boiler (warmtevraag). Configuratie Elektrische Heater: 2.6.0 Status Heater Status; Percentage; Alarm. Configuratie Heater niet aanwezig: 2.6.0 Status Heater Niet aanwezig. 2.7.0 Status Cooler (afhankelijk van de configuratie van de unit wordt de bijbehorende informatie weergegeven) Weergegeven informatie: Configuratie DX Cooler: 2.7.0 Status DX Status; Percentage; Alarm. 2.7.1 Flow limiet Flow Limiet (maximaal toegestane koelcapaciteit, begrensd door de laagste waarde van de luchtopbrengst, retour / toevoer) 2.7.2 Druk limiet Actual druk (Pd = condensatiedruk); Druk limiet; Status circuit 1 begrensd (actief gedurende 1 uur na overschrijding van het druklimiet); Status circuit 1 geblokkerd (actief indien 4* DSA circuit 1 optreedt binnen 3 uur). 2.7.3 Compressor 1 Status; Starts; Bedrijfsuren. 2.7.4 Compressor 2 (weergegeven als Comp.2 aanwezig is)
12 Status; Starts; Bedrijfsuren. Configuratie Liquid Cooler: 2.7.0 Status Cooler Percentage. Configuratie Cooler niet aanwezig: 2.7.0 Status Cooler Niet aanwezig. 2.8.0 Status Bypass (weergegeven als DX aanwezig is) Weergegeven informatie: Status; Alarm. 2.9.0 Status Filters Weergegeven informatie: Status aanzuig filter; Status retour filter. 2.10.0 Status Vorstthermostaat (afhankelijk van de configuratie van de unit wordt de bijbehorende informatie weergegeven) Weergegeven informatie: Configuratie Vorstthermostaat: 2.10.0 Status Vorst Status. Configuratie Vorstthermostaat niet aanwezig: 2.10.0 Status Vorst Niet aanwezig.
13 3. Tijdprogramma s Menu 3 geeft toegang tot alle variabelen welke nodig zijn voor de vrijgave van de unit, dag- en nachtbedrijf, vertraagd opstarten en nachtventilatie. De actuele tijd en datum kan gewijzigd worden in dit menu. 3.0.0 Tijd menu [Function: Select menu item] 3.1.0 Tijdprogramma 1 Weergegeven variabelen: Week start / stop tijd instellingen, tijdprogramma 1. Opm.: wanneer debiet regeling type 1 geselecteerd is en tijdprogramma 1 is actief, dan wordt setpunt 1 gebruikt voor de debietregeling (zie 5.2.0). 3.2.0 Tijdprogramma 2 Weergegeven variabelen: Week start / stop tijd instellingen, tijdprogramma 2. Opm.: wanneer debiet regeling type 1 geselecteerd is en tijdprogramma 2 is actief, dan wordt setpunt 2 gebruikt voor de debietregeling (zie 5.2.0). 3.3.0 Vakantieprogramma Weergegeven variabelen: Perioden start / stop datum instellingen (5 perioden). Opm.: gedurende deze perioden is de unit uitgeschakeld. 3.4.0 Vertraagd opstarten Weergegeven variabelen / informatie: Watertemperatuur Aanzuig luchttemperatuur; Status. Opm.: vertraagd opstarten is alleen actief als er een warmwaterblok aanwezig is (Liquid heater present, zie 6.0.0) 3.5.0 Nachtventilatie Weergegeven variabelen / informatie: Status; Start / stop tijd;
14 3.6.0 Klok & Datum Weergegeven variabelen / informatie: Actuele Tijd & Datum; Set Tijd & Datum. 4. Historie Log-file Menu 4 geeft toegang tot het log-bestand waarin de laatste 50 events opgeslagen worden. 4.0.0 Historie menu [Function: Select menu item] 4.1.0 Log-file Weergegeven informatie: 50 laatste events. 4.2.0 Reset log (Toegangsniveau Supervisor)
15 5. Setpunten Geeft toegang tot alle variabelen welke betrekking hebben op de setpunten van de temperatuurregeling en de debietregeling. Welke setpunten er zichtbaar en of instelbaar zijn hangt af van de configuratie van deze beide regelingen (Configuratie zie hoofdstuk 6). 5.0.0 Setpunten Menu [Function: Select menu item] 5.1.0 Temperatuur regeling setpunten De configuratie van de temperatuurregeling wordt ingesteld in menu 6.0.0. (afhankelijk van de configuratie van de unit wordt de bijbehorende informatie weergegeven) Weergegeven informatie:
16 Temperatuur regeling type 0 (Setpunt T-inblaas, PI regeling o.b.v. stooklijn T-retour) Beschrijving: Het setpunt van de inblaasluchttemperatuur wordt door middel van een PI-regelaar berekend op basis van de afwijking van het setpunt van de retourluchttemperatuur. Het setpunt van de retourluchttemperatuur wordt bepaald aan de hand van een stooklijn T-retour welke gedefinieerd wordt door de variabelen X1, X2, Y1 en Y2. X staat voor de actuele aanzuigluchttemperatuur en Y staat voor het setpunt voor de retourluchttemperatuur. Variabele setpunten: (Instellen middels display) Naam Default Eenh. BMS id-nr X1 setp. 1 T- 20,0 [ºC] 18 aanzuiglucht X2 setp. 2 T- 28,0 [ºC] 19 aanzuiglucht Y1 setp. 1 T-retourlucht 22,0 [ºC] 20 Y2 setp. 2 T-retourlucht 24,0 [ºC] 21 Min setp. T-inblaaslucht 16,0 [ºC] 15 Max setp. T- inblaaslucht 28,0 [ºC] 16
17 Temperatuur regeling type 1 (Setpunt T-inblaas, handmatig / GBS) Beschrijving: Het setpunt van de inblaasluchttemperatuur wordt handmatig ingesteld, door middel van het display of het GBS (Gebouw Beheer Systeem). Variabele setpunten: (Instellen middels display of GBS) Naam Default Eenh. BMS id-nr Setp. T-inblaaslucht 18,0 [ºC] 13 Min setp. T-inblaaslucht 16,0 [ºC] 15 Max setp. T-inblaaslucht 28,0 [ºC] 16 Temperatuur regeling type 2 (Setpunt T-inblaas, extern analoog signaal) Beschrijving: Externe regeling van het setpunt van de toevoerluchttemperatuur. Extern setpunt door middel van een analoog signaal. Analoge ingang: Analoge ingang 8 Verschaling ingang: Ext. Signaal Setp. T- inblaas 0 mv 0,0 ºC 10.000 mv 100,0 ºC Variabele setpunten: (Instellen middels display) Naam Default Eenh. BMS id-nr Min setp. T-inblaaslucht 16,0 [ºC] 15 Max setp. T- inblaaslucht 28,0 [ºC] 16
18 Temperatuur regeling type 3 (Setpunt T-inblaas, o.b.v. stooklijn T-aanzuig) Beschrijving: Het setpunt van de inblaasluchttemperatuur wordt bepaald aan de hand van een stooklijn T-inblaas welke gedefinieerd wordt door de variabelen X1, X2, Y1 en Y2. X staat voor de actuele aanzuigluchttemperatuur en Y staat voor het setpunt voor de inblaasluchttemperatuur. Variabele setpunten: (Instellen middels display) Naam Default Unit BMS id-nr X1 setp. 1 T- 0,0 [ºC] 18 aanzuiglucht X2 setp. 2 T- 28,0 [ºC] 19 aanzuiglucht Y1 setp. 1 T- 24,0 [ºC] 20 inblaaslucht Y2 setp. 2 T- 16,0 [ºC] 21 inblaaslucht Min setp. T-inblaaslucht 16,0 [ºC] 15 Max setp. T-inblaaslucht 28,0 [ºC] 16
19 Temperatuur regeling type 4 (Setpunt T-inblaas, PI regeling o.b.v. setpunt T- retour) Beschrijving: Het setpunt van de inblaasluchttemperatuur wordt door middel van een PI-regelaar berekend op basis van de afwijking van het setpunt van de retourluchttemperatuur. In te stellen middels display of GBS. Variabele setpunten: (Instellen middels display of GBS) Naam Default Eenh. BMS id-nr Setp. T-retourlucht 24,0 [ºC] 14 Min setp. T-inblaaslucht 16,0 [ºC] 15 Max setp. T- inblaaslucht 28,0 [ºC] 16
20 Temperatuur regeling type 5 (Setpunt T-inblaas, karakteristiek Tinblaas / T- retour) Beschrijving: Het setpunt van de inblaasluchttemperatuur wordt bepaald aan de hand van een karakteristiek, T- inblaas / T-retour. Deze wordt gedefinieerd door de variabelen X1, X2, Y1 en Y2. X staat voor de actuele retourluchttemperatuur en Y staat voor het setpunt van de inblaaslucht-temperatuur. Variabele setpunten: (Instellen middels display) Naam Default Eenh. BMS id-nr X1 setp. 1 T-retourlucht 20,0 [ºC] 18 X2 setp. 2 T-retourlucht 24,0 [ºC] 19 Y1 setp. 1 T- 24,0 [ºC] 20 inblaaslucht Y2 setp. 2 T- 18,0 [ºC] 21 inblaaslucht Min setp. T-inblaaslucht 16,0 [ºC] 15 Max setp. T- inblaaslucht 28,0 [ºC] 16
21 5.2.0 Debiet regeling setpunten De configuratie van de debietregeling wordt ingesteld in menu 6.0.0. (afhankelijk van de configuratie van de unit wordt de bijbehorende informatie weergegeven) Weergegeven informatie:
22 Debiet regeling type 0 (Setpunt qv, handmatig / GBS) Beschrijving: De setpunten voor het gewenste debiet voor de toevoer- en de retourlucht worden handmatig ingesteld door middel van het display of via het GBS (Gebouw Beheersysteem). Door middel van PI-regelaars worden de setpunten voor de toereneregelaars berekend op basis van de afwijking ten opzichte van de setpunten voor het gewenste debiet van de toevoer- en de retourlucht. Manual setpunt 1 wordt gebruikt in samenwerking met: klokprogramma 1; externe vrijgave; vrijgave dmv GBS; overwerk. Manual setpunt 2 wordt gebruikt in samenwerking met: klokprogramma 2. Variabele setpunten: (Instellen middels display of GBS) Naam Default Eenh. BMS id-nr Verdyn 25 37 50 75 - - Toevoer Man.setp. 2500 3750 5000 7500 [m 3 /h] 63 1 Man.setp. 2500 3750 5000 7500 [m 3 /h] - 2 Retour Man.setp. 2500 3750 5000 7500 [m 3 /h] 64 1 Man.setp. 2500 3750 5000 7500 [m 3 /h] - 2 Minimum / Maximum Min. setp. 1250 1875 2500 3750 [m 3 /h] 59 Max. setp. 2500 3750 5000 7500 [m 3 /h] 60 Opm: de basis instellingen zijn afhankelijk van het Verdyn type.
23 Debiet regeling type 1 (Setpunt qv, extern analoog signaal) Beschrijving: Externe regeling van het setpunt voor het gewenste debiet voor de toevoer- en de retourlucht. Extern setpunt door middel van een analoog signaal. Door middel van PI-regelaars worden de setpunten voor de toerenregelaars berekend op basis van de afwijking ten opzichte van de setpunten voor het gewenste debiet van de toevoer- en de retourlucht. Analoge ingang: Analoge ingang 7 Verschaling ingang: Naam Default Eenh. BMS id-nr Verdyn 25 37 50 75 - - 0 (Ext.sgnl.) [mv] Toevoer 1250 1875 2500 3750 [m 3 /h] 67 Afvoer 1250 1875 2500 3750 [m 3 /h] 69 10000 (Ext.sgnl.) [mv] Toevoer 2500 3750 5000 7500 [m 3 /h] 68 Afvoer 2500 3750 5000 7500 [m 3 /h] 70 Minimum / Maximum Min. setp. 1250 1875 2500 3750 [m 3 /h] 59 Max. setp. 2500 3750 5000 7500 [m 3 /h] 60 Variabele setpunten: (Instellen middels display of GBS) Zie bovenstaande tabel.
24 Debiet regeling type 2 (CO2 lucht kwaliteit regeling) Beschrijving: Luchtkwaliteit regeling van het setpunt voor het gewenste debiet voor de toevoer- en de retourlucht. Het setpunt wordt bepaald door middel van een analoog signaal als referentie van een CO-2 meting in het retourkanaal. Door middel van PI-regelaars worden de setpunten voor de toerenregelaars berekend op basis van de afwijking ten opzichte van de setpunten voor het gewenste debiet van de toevoer- en de retourlucht. Analoge ingang: Analoge ingang 7 Verschaling ingang: Naam Default Eenh. BMS idnr Verdyn 25 37 50 75 - - CO-2 2500 [mv] 71 Toevoer 1250 1875 2500 3750 [m 3 /h] 67 Afvoer 1250 1875 2500 3750 [m 3 /h] 69 CO-2 7500 [mv] 72 Toevoer 2500 3750 5000 7500 [m 3 /h] 68 Afvoer 2500 3750 5000 7500 [m 3 /h] 70 Minimum / Maximum Min. setp. 1250 1875 2500 3750 [m 3 /h] 59 Max. setp. 2500 3750 5000 7500 [m 3 /h] 60 Variabele setpunten: (Instellen middels display of GBS) Zie bovenstaande tabel.
25
26
27 Debiet regeling type 3 (Setpunt kanaaldruk, handmatig / GBS) Beschrijving: Het setpunt voor de gewenste druk in het toevoerkanaal wordt handmatig ingesteld door middel van het display of via het GBS (Gebouw Beheersysteem). Door middel van een PI-regelaar wordt het setpunt voor de toerenregelaar van de toevoer berekend op basis van de afwijking ten opzichte van het setpunt voor de gewenste druk in het toevoerkanaal. Het setpunt voor de toerenregelaar van de retourventilator wordt bepaald aan de hand van de karakteristiek %-toevoer / %-retour, dit wordt ook wel volglijn genoemd. Deze wordt gedefinieerd door de variabelen X1, X2, Y1 en Y2. X staat voor het actuele stuursignaal voor de toerenregelaar van de toevoerventilator en Y staat voor het bijbehorende setpunt voor de toerenregelaar van de afvoerventilator. Manual setpunt 1 wordt gebruikt in samenwerking met: klokprogramma 1; externe vrijgave; vrijgave dmv GBS; overwerk. Manual setpunt 2 wordt gebruikt in samenwerking met: klokprogramma 2. Variable setpoints: (Set by display or GBS) Naam Default Eenh. BMS id-nr Toevoer Man.setp.1 225 [Pa] 65 Man.setp.2 125 [Pa] - Retour X1 Toevoer % 10 [%] 29 X2 Toevoer % 100 [%] 30 Y1 Afvoer % 0 [%] 31 Y2 Afvoer % 90 [%] 32 Minimum / Maximum Min. setp. 50 [Pa] 59 Max. setp. 500 [Pa] 60
28 6. Configuration Unit Geeft toegang tot alle variabelen welke betrekking hebben op het configureren van de Verdyn. Welke variabelen er zichtbaar en of instelbaar zijn hangt af van het toegangsniveau en van de aanwezigheid van bepaalde hoofdcomponenten bijvoorbeeld het warmwaterblok. 6.0.0 Config. Unit Voor de configuratie van de unit zijn de volgende variabelen gedefinieerd: 1. Verdyn Type 2. Cooler Type 3. Heater Type 3.1 PS Actief (Pressure Switch) 3.2 Pomp Actief 3.3 Boiler Actief 4. Vrijgave Unit 5. Temperatuur Regeling Type 6. Flow Regeling Type 7. Brand Alarm 8. Brand Type 9. GBS communicatie 9.1 Protocol 9.2 Adres 9.3 Baudrate 10. Nachtventilatie 11. Set Time & Date Uitleg van de parameters: 1. Verdyn Type De parameter Verdyn Type selecteert het bouwmodel met bijbehorend luchtdebiet van de Verdyn. Parameter 1 instellingen:
29 1. Verdyn Type (Toegangsniveau: Supervisor) 12-25 2500m 3 /h (BASIS INSTELLING) 37 3750m 3 /h 50 5000m 3 /h 62-75 7500m 3 /h 87-100 - Opm.: Wanneer deze parameter gewijzigd wordt, past de software zich automatisch aan, aan de nieuwe standaard instellingen voor het debiet, de koel- en de verwarmingscapaciteit. 2. Cooler Type De parameter Cooler Type selecteert het bouwmodel en de configuratie van het koelsysteem. Parameter 2 instellingen: 2. Cooler Type (Toegangsniveau: Supervisor) OFF Geen additionele koeling aanwezig (BASIS INSTELLING) Liq. Vloeistof koeler aanwezig DX Directe expansie koeler aanwezig Opm.: Als deze unit is uitgevoerd met een direct expansiesysteem, dan wordt de indeling van de compressoren / circuits / alarmen automatisch aangepast aan het bouwmodel van de Verdyn (het Verdyn Type ). Indien Liq. Koeler is geselecteerd wordt automatisch uitgang tbv vrijgavekoelmachine actief (uitgang 13). 3. Heater Type De parameter Heater Type selecteert het bouwmodel en de configuratie van het verwarmingssysteem. Parameter 3 instellingen: 3. Heater Type (Toegangsniveau: Supervisor) OFF Geen additionele verwarming aanwezig (BASIS INSTELLING) Liq. Vloeistof verwarmer aanwezig Elec. Elektrische verwarmer aanwezig De parameters 3.1, 3.2 en 3.3 zijn alleen zichtbaar wanneer heater type liquid is geconfigureerd.
30 3.1 PS Actief (Pressure Switch) (Toegangsniveau: Instal) NEE Pressure Switch software module niet actief (BASIS INSTELLING) JA Pressure Switch software module actief 3.2 Pomp Actief (Toegangsniveau: Instal) NEE Pomp software module niet actief JA Pomp software module actief (BASIS INSTELLING) 3.3 Boiler Actief (Toegangsniveau: Instal) NEE Boiler software module (warmte vraag) niet actief (BASIS INSTELLING) JA Boiler software module (warmte vraag) actief 4. Vrijgave Unit De parameter Vrijgave Unit bepaalt of dat de unit vrijgegeven wordt door de tijdprogramma s, Digitale ingang (DI-13) of door middel van het GBS (Gebouw Beheer Systeem). Parameter 4 instellingen: 4. Vrijgave Unit (Toegangsniveau: Instal) Prog AAN/UIT regeling door middel van tijdprogramma s (BASIS INSTELLING) Hardw AAN/UIT regeling door middel van digitale ingang (DI-13) GBS AAN/UIT regeling door middel van GBS (Modbus) Opm.: Als de parameter Vrijgave unit ingesteld is als Prog, dan functioneert digitale ingang 13 automatisch als overwerkcontact. 5. Temperatuur Regeling Type Met de parameter Temperatuur Regeling Type wordt bepaald welke temperatuurregeling gebruikt wordt. Parameter 5 instellingen: 5. Temperatuur Regeling Type (Toegangsniveau: Instal) 0 Setpunt T-inblaas, PI regeling o.b.v. stooklijn T-retour 1 Setpunt T-inblaas, handmatig / GBS (BASIS INSTELLING) 2 Setpunt T-inblaas, extern analoog signaal (0-10V = 0-100,0 C middels AI-8 ) 3 Setpunt T-inblaas, o.b.v. stooklijn T-inblaas 4 Setpunt T-inblaas, PI regeling o.b.v. setpunt T-retour 5 Setpunt T-inblaas, karakteristiek Tinblaas / T-retour Opm.: Gedetailleerde informatie over de verschillende typen temperatuurregeling met de daarbij horende instellingen en variabelen is te vinden in hoofdstuk 5.1.0 van de bedieningshandleiding.
31 6. Flow Regeling Type Met de parameter Flow Regeling Type wordt bepaald welke debietregeling gebruikt wordt. Parameter 6 instellingen: 6. Flow Regeling Type (Toegangsniveau: Supervisor) 0 Setpunt qv, handmatig / GBS (BASIS INSTELLING) 1 Setpunt qv, extern analoog signaal (0-10V = min - max [m3/h] middels AI-7 ) 2 CO2 lucht kwaliteit regeling (2,5-7,5V = min - max [m3/h] middels AI-7 ) 3 Setpunt kanaaldruk, handmatig / GBS Opm.: Gedetailleerde informatie over de verschillende typen debietregeling met de daarbij horende instellingen en variabelen is te vinden in hoofdstuk 5.2.0 van de bedieningshandleiding. 7. Brand Alarm De parameter Brand Alarm activeert of deactiveert de brand alarm software module. Parameter instellingen: 7. Brand Alarm (Toegangsniveau: Instal) Actief Brand alarm software module geactiveerd (BASIS INSTELLING) Passief Brand alarm software module gedeactiveerd 8. Brand Type De parameter Brand Type bepaalt: of de digitale ingang wordt gebruikt als NC of als NO contact de bedrijfstoestand van de ventilatoren tijdens status brand Parameter instellingen: 8. Brand Type (Toegangsniveau: Instal) 0 NC Alarm contact (DI-12); Actie: Toevoerfan AAN and Retourfan AAN (BASIS INSTELLING) 1 NC Alarm contact (DI-12); Actie: Toevoerfan UIT and Retourfan UIT 2 NC Alarm contact (DI-12); Actie: Toevoerfan UIT and Retourfan AAN 3 NC Alarm contact (DI-12); Actie: Toevoerfan AAN and Retourfan UIT 4 NO Alarm contact (DI-12); Actie: Toevoerfan AAN and Retourfan AAN 5 NO Alarm contact (DI-12); Actie: Toevoerfan UIT and Retourfan UIT 6 NO Alarm contact (DI-12); Actie: Toevoerfan UIT and Retourfan AAN 7 NO Alarm contact (DI-12); Actie: Toevoerfan AAN and Retourfan UIT 9. GBS communicatie
32 De parameter GBS com. activeert of deactiveert de communicatie met het Gebouw Beheer Systeem middels een RS485 interface. Parameter 9 instellingen: 9. GBS com. (Toegangsniveau: Supervisor) UIT Communication middels RS485 interface gedeactiveerd AAN Communication middels RS485 interface geactiveerd (BASIS INSTELLING) De parameters 9.1, 9.2 en 9.3 zijn alleen zichtbaar wanneer GBS com. is geactiveerd. 9.1 Protocol (Toegangsniveau: Supervisor) Modbu Modbus protocol (BASIC INSTELLING) s Remot Remote Protocol Manufacturor e Local Local Protocol Manufacturor 9.2 Adres (Toegangsniveau: Instal) 001 Adres regelaar in netwerk (BASIS INSTELLING) 207 9.3 Baudrate (Toegangsniveau: Supervisor) 1200 Bdps 2400 Bdps 4800 Bdps 9600 Bdps 19200 Bdps (BASIS INSTELLING) 10. Nachtventilatie De parameter Nachtventilatie activeert of deactiveert de software module Nachtventilatie. Parameter 10 instellingen: 10. Nachtventilatie (Toegangsniveau: Instal) UIT Nachtventilatie software module gedeactiveerd AAN Nachtventilatie software module geactiveerd (BASIS INSTELLING) Opm.: Gedetailleerde informatie over de verschillende voorwaarden, instellingen en variabelen uit deze softwaremodule is te vinden in hoofdstuk 3.5.0 van de bedieningshandleiding.
33 11. Set Time & Date (Toegangsniveau: Supervisor) Door middel van de Set Time & Date variabelen kun je de actuele tijd en datum van de regelaar wijzigen. In menu 3.6.0 is het mogelijk om met elk toegangsniveau de klok en datum van de regelaar te wijzigen.
34 7. Configuratie regelaars (Toegangsniveau Supervisor)
35 8. Configuratie veldapparatuur (Toegangsniveau Supervisor)
36 9. Systeem diagnose (Toegangsniveau Supervisor)
37 10. Fabrieksinstellingen (Toegangsniveau Supervisor)
38 11. Nieuw wachtwoord In dit menu kan er één extra wachtwoord ingesteld worden voor een gebruiker Instal.
39 Functions In de beschrijving van de menustructuur wordt op verschillende plaatsen verwezen naar een tweetal functies. Deze functies worden hieronder beschreven en toegelicht. [Function: Select menu item] Met de Omhoog en de Omlaag pijltjestoetsen kun je door een menu (listbox) scrollen en een menu onderdeel selecteren. Met de Enter toets kun je een menu item binnengaan. Met de Escape toets kun je of terugkeren naar dit menu wanneer je een menu item bent binnengegaan, of terugkeren naar het vorige menuniveau. [Function: PI-Settings] De variabelen welke gebruikt worden in de PI-menu s worden hieronder beschreven aan de hand van een voorbeeld. De hiernaast aangeduide variabele geeft aan of de PIregelaar vrijgegeven is op basis van externe voorwaarden. De hiernaast aangeduide variabele geeft aan of de PIregelaar vrijgegeven is op basis van interne voorwaarden welke horen bij deze softwaremodule. De hiernaast aangeduide variabele geeft de waarde van de proportionele band weer. De hiernaast aangeduide variabele geeft de waarde van de integratietijd weer. De hiernaast aangeduide waarde geeft de waarde van de uitgang van de regelaar weer. De hiernaast aangeduide waarde, geeft de waarde van het setpunt weer. De hiernaast aangeduide waarde, geeft de actuele geregelde waarde weer. Toetsencombinatie Toetsencombinatie [ESC] + [ ] Omschrijving Wisselen van taal in de display (EN / NL)
40
41 Register A Aanzuig filter 11 Adres 27 Afvoer fan 9 Analoge uitgangen 8 B Baudrate 27 Bios 7 Boiler 25 Boot 7 Brand alarm 26 Brand type 26 Bypass 11 C Compressor 1 10 Compressor 2 10 Condensatiedruk 10 Configuratie regelaars 28 Configuratie van de verdyn 23 Cooler 10 Cooler type 24 Curve 14 D Debiet regeling 19 Debiet regeling type 0 19 Debiet regeling type 1 20 Debiet regeling type 2 21 Debiet regeling type 3 22 Digitale ingangen 8 Digitale uitgangen 8 DSA 10 DX Cooler 10 E Electriktrische heater 10 F Fabrieksinstellingen 31 Fans 9 Filters 11 Flow 8 Flow limiet 10 Flow regeling type 25 Function: PI-Settings 33 Function: Select menu item 33 Functions 33 G GBS 15; 19; 22 GBS communicatie 26 H Handbediening 8 Hardware info 7 Heater 9 Heater type 24 Historie log-file 13 Homepage 5 I I/O 8 K Karakteristiek 17; 22 Klok & datum 12 L Library 7 Library info 7 Liquid cooler 11 Liquid heater 9 Log-file 13 Lucht kwaliteit 21 Luchtdebiet / drukverschil 8 M Modbus 27 N Nachtventilatie 12; 27 Nieuw wachtwoord 32 P Perioden 12 Pomp 25 Pressure switch 24 Prioreit 6 Project info 7 Project nr. 7 R Reour filter 11 Reset log 13 Return air temperature 8 S Setpoint supply air temperature 8 Setpunten 14 Software 7 Software info 7 Status 5 Stooklijn 14; 16 Systeem Info 7
42 T Taal 33 Temperaturen 8 Temperatuur regeling 14 Temperatuur regeling type 25 Temperatuur regeling type 0 14 Temperatuur regeling type 1 15 Temperatuur regeling type 2 15 Temperatuur regeling type 3 16 Temperatuur regeling type 4 17 Temperatuur regeling type 5 17 Tijdprogramma 1 12 Tijdprogramma 2 12 Toetsencombinatie 33 Toevoer fan 9 U Unit status 8 Universele ingangen 8 V Vakantieprogramma 12 Verdyn Type 7; 23 Verschaling ingang 15; 20; 21 Versie 7 Vertraagd opstarten 12 Volglijn 22 Vrijgave unit 25 W Warmteterugwinning 9 Warmwaterblok 23 WTW 9