Stijn, uitvinder: Bommetje!
René van der Velde met tekeningen van Georgien Overwater Uitgeverij Ploegsma Amsterdam
Kijk ook op www.ploegsma.nl www.renevdvelde.nl avi8 / e5/m6 isbn 978 90 216 7228 1 / nur 282 Tekst: René van der Velde 2013 Illustraties: Georgien Overwater 2013 Vormgeving omslag: Steef Liefting Typografie en zetwerk: Studio Cursief, Irma Hornman Deze uitgave: Uitgeverij Ploegsma bv, Amsterdam 2013 Alle rechten voorbehouden. Uitgeverij Ploegsma drukt haar boeken op papier met het fsc-keurmerk. Zo helpen we waardevolle oerbossen te behouden.
Voor alle kinderen uit de Dolfijnengroep, omdat zij bijna dagelijks voor nieuwe uitvindingen zorgen!
Inhoud Voor een goede uitvinding moet je toevallig ook wel eens geluk hebben 9 Hoeveel uitvindingen heb je nodig om je hele kamer te schilderen? 13 Hoe laat ik Trash uit zonder die vreselijke poepzakjes? 25 Hoe help ik meester Breezand aan twee dezelfde sokken? 34 Hoe word ik een held zonder dat ik iedere avond moet vliegen? 46 Hoe leg ik een bommetje zonder zelf te ontploffen? 57 Hoe kom ik met mijn mooiste kant op de foto? 66 Hoe maai ik ons lange gras vanuit mijn luie stoel? 73 Hoe krijg ik een gillend dameskoor met één vinger de kamer uit? 84 Hoe leg ik een ei, terwijl ik toch echt geen kip ben? 93 Hoe zorg ik ervoor dat het extra bord pasta voor mij is? 103 Hoe krijg ik die bal in het doel terwijl ik sta te trillen als een rietje? 111
Mijn eerste uitvinding Hallo, ik ben Stijn van Veen. Misschien wist je het al en anders weet je het nu! Ik ben uitvinder. Nog niet zo lang, hoor. Maar ik heb al wel heel veel uitvindingen gedaan. Bijna alle ideeën kreeg ik op de wc. Dat is de lievelingsplek in ons huis. Niet alleen van mij, maar ook van mijn broer Rom. Hij doet daar geen uitvindingen. Rom zit er alleen maar om te grommen. Rom gromt de hele dag. Behalve als hij met zijn vriendin belt. Dan fluistert hij met een zachte stem. Zodat ik het niet kan horen. Maar daar heb ik natuurlijk een hele goede uitvinding voor gedaan. Ik leun gewoon tegen de deur, zodat ik al zijn lieve woordjes kan horen. Altijd handig om later nog eens te gebruiken, voor een andere uitvinding. Ik gebruik mijn tijd op de wc om de meest fantastische uitvindingen voor mijn persoonlijke leven te doen. Maar eerlijk gezegd lukt dat niet altijd even goed, zodat er nog niet zo veel in mijn leven veranderd is. Ik ben wel heel gelukkig, maar dat is meer toeval. Want toevallig heb ik een heel lief klein zusje 9
gekregen. Ze heet Roos en Roos is ook blij met mij. Vooral als ik tegen haar praat. Fleur is een andere leuke toevalligheid in mijn leven. Ze zit sinds kort in mijn klas. Ik praat nog niet zo veel tegen haar, maar dat wil ik wel, hoor. Ik denk dat een goede uitvinder ook wel eens door het toeval geholpen moet worden. Zoals vanmorgen, toen mijn fiets weer eens lek in de schuur stond. Ik moest de longen uit mijn lijf rennen om op tijd op school te komen. Meester Breezand vindt het niet erg als je wel eens te laat komt, maar hij vindt het minder leuk wanneer je er een dagelijkse gewoonte van maakt. En omdat ik deze week nog geen dag vóór de bel binnen was geweest, leek het me verstandig om vandaag een beetje op te schieten. Ik had geen tijd om nog even naar de wc te gaan voor een uitvinding. Ik kon niets anders doen dan rennen! Eigenlijk wist ik direct dat dit een onmogelijk plan was. De school was te ver weg om het hele stuk te sprinten. En eerlijk gezegd heb ik ook niet zo veel sprinttalent. Ik kreeg wel hulp van de stoplichten, want ze sprongen allemaal voor mij op groen. Maar bij het laatste stoplicht werd ik op de zebra bijna van mijn sokken gereden. Een man op een rammelende fiets 10
racete keihard door rood. Ik sprong opzij en in een flits herkende ik de bruine regenjas van meester Breezand. Kijk, dat noem ik nou het geluk van een uitvinder! Ik was er niet van overtuigd dat de fietser die door rood reed, mij ook had herkend. Daarom moest ik het geluk nog wel een handje helpen. Ter plekke bedacht ik als echte uitvinder drie belangrijke woorden. Goedemorgen, meester Breezand! brulde ik. De fietser slingerde even heen en weer voordat hij om de hoek verdween. Hij had mij gehoord. En herkend. Met mijn handen in mijn zakken wandelde ik op mijn dooie gemak naar school. Toen ik een kwartier later de klas in stapte, waren alle kinderen al hard aan het werk. Een paar kinderen keken naar de klok en daarna naar meester Breezand. Na de uitbrander die ik gisterochtend kreeg, werd er nu een heel spektakel verwacht. Voor de zekerheid liep ik toch nog maar even langs zijn bureau. Hard gefietst, meester? fluisterde ik. Meester Breezand veegde een paar zweetdruppeltjes van zijn voorhoofd. Hij zei niks. Hij knikte alleen maar met zijn hoofd dat ik kon gaan zitten. Daar nam ik rustig de tijd voor. Ik genoot van de verbaasde zucht die door de klas ging. Je kunt het een gelukkig toeval noemen, maar een goede uitvinder dwingt het geluk ook af! 11