Een buitengewoon binnenklimaat Gebruikers- en montagehandleiding DVS Dynamisch Ventilatie Systeem Een heldere kijk op ventilatie
Inhoud 1. Professioneel product 3 2. Stuurkleppen 4-7 3. Elektrisch aansluitschema 7 4. Installeren DVS woonhuisventilator 8-10 5. Bedieningsmogelijkheden 11-14 6. Onderhoud DVS (installateur) 15 7. Veiligheidsvoorschriften 16-18 8. Controle rapport 19 Gefeliciteerd met uw aankoop van het DVS ventilatiesysteem! Wij zijn ervan overtuigd dat u de juiste keuze hebt gemaakt. Met de DVS heeft u de garantie dat uw woning, op een energiezuinige manier, goed geventileerd wordt waardoor u een gezond binnenklimaat zult krijgen. Door het afvoerdebiet automatisch te verhogen of te verlagen wanneer dat nodig is wordt het warmteverlies beperkt. Ventileren gebeurt met het principe van toevoer, doorvoer en vraaggestuurde afvoer van de vervuilde lucht in uw woning. Indien u kiest voor de optie BuitenGewoonGoed dan geniet u ook van vraaggestuurde afvoer in de slaapkamer(s). toevoer door middel van zelfregelende roosters. Overstroom via spleten onder de deur of deurroosters. afvoer door middel van het DVS ventilatiesysteem die volautomatisch detecteert op geur (VOC), CO2 en relatieve luchtvochtigheid. Dit boekje bevat de meest essentiële zaken om een correcte installatie uit te voeren als installateur. 2
1. Professioneel product De DVS is een product voor de professionele installateur Alleen een installateur mag de DVS plaatsen en opstarten! De installateur moet controleren of de luchtafvoerleidingen juist zijn aangekoppeld, dipswitches juist zijn ingesteld en hij moet de groep zelf laten inregelen. Wanneer de inregelprocedure voltooid is moeten alle LEDs op de regelkleppen groen branden en dient de ECO-stand bereikt te zijn. Waarschuwing: Wanneer de DVS verkocht wordt als losse verkoop, zonder degelijk advies naar de particulier en dus! zonder inregeling kan Orcon bv niet aansprakelijk gesteld worden voor verkeerd ingeregelde systemen, verkeerd aangesloten leidingen en kan er geen aanspraak gemaakt worden op enige vorm van garantie! 3
2. Stuurkleppen De DVS heeft een aantal stuurkleppen die hieronder staan beschreven. Deze zijn allemaal vooringesteld op de juiste debieten en juiste CO2 waarden. Alleen de installateur mag debieten of CO2 waarden wijzigen indien de situatie dit vereist. 1 2 3 4 5 Instellen CO2 Instellen debiet 2.1 Beschikbare uitvoeringen van stuurkleppen Stuurklep toilet Stuurklep keuken Stuurklep toilet 25 m 3 /h* VOC Stuurklep keuken, woonkamer 75 m 3 /h* VOC/CO2: 1200ppm 4
Stuurklep badkamer met toilet Stuurklep badkamer met toilet 50 m 3 /h* Relatieve vochtigheid en VOC Stuurklep badkamer/bijkeuken Stuurklep keuken/bijkeuken 50 m 3 /h* Relatieve vochtigheid Stuurklep slaapkamer Stuurklep slaapkamer 30 m 3 /h* VOC/CO2: 1200ppm* Stuurklep slaapkamers Stuurklep slaapkamers 105 m 3 /h* VOC/CO2 : 1200ppm* * Fabrieksinstelling 2.2 Instellen CO2/VOC parameters Deze worden op verantwoordelijkheid van de installateur gewijzigd* Dynamische VOC 800 ±50 ppm CO2 900 ±50 ppm CO2 1000 ±50 ppm CO2 1100 ±50 ppm CO2 1200 ±50 ppm CO2 1400 ±100 ppm CO2 1600 ±100 ppm CO2 * Na elke wijziging dient men de DVS opnieuw te laten inregelen 5
2.3 Instellen van de luchthoeveelheid Deze worden op verantwoordelijkheid van de installateur gewijzigd* 15 m3/h 20 m3/h 25 m3/h 30 m3/h 35 m3/h 40 m3/h 45 m3/h 50 m3/h 55 m3/h 60 m3/h 65 m3/h 70 m3/h 75 m3/h 80 m3/h 85 m3/h 90 m3/h 95 m3/h 100 m3/h 105 m3/h 110 m3/h 115 m3/h 120 m3/h 125 m3/h 130 m3/h 6
135 m 3 /h 140 m 3 /h 145 m 3 /h 150 m 3 /h 155 m 3 /h 160 m 3 /h 175 m 3 /h 200 m 3 /h * Na elke wijziging dient men de DVS opnieuw te laten inregelen 3. Elektrisch aansluitschema Opstellingsruimte ➊ ➋ ➊ ➋ Aansluitkabel Min. 10x0,34 mm 2 Max. 10x0,8 mm 2 Voedingskabel 3G1,5 mm2 De installatie en elektrische aansluiting van de verschillende componenten mag alleen gebeuren door bevoegd personeel overeenkomstig de geldende veiligheidsmaatregelen. Max. 30 m lengte Type kabel: LIYY, SVV Max. 30 m lengte Voorbedrade buis 3G2,5 mm2 3G1,5 mm2 C1 A B C D C2 1 2 3 4 C1 A B C D C2 1 2 3 4 4 standenbediening, potentiaalvrij Te plaatsen in hal, badkamer of keuken (Max. 2 schakelaars parallel) A 1 I 0 B 2 I 0 I 0 I 0 D 4 C 3 I = input 0 = output L PE N 50Hz 230V AC Netvoeding Zekeringskast 7
4. Installeren DVS woonhuisventilator sluit meegeleverde kleppen aan op de DVS. Deze dienen over de aansluitmonden geschoven te worden, en worden door middel van draaien vastgezet. Gebruik altijd minimaal 2 kleppen*. Tip: Label elk kanaal om onderhoud in de toekomst te vereenvoudigen. om eventuele schade als gevolg van condensatie te voorkomen, dienen de sensoren altijd naar boven gericht geplaatst te worden. als alle kleppen correct geïnstalleerd zijn, wordt de voeding op het systeem aangesloten. Belangrijk: de klep en de aansluiting op de DVS moeten correct verbonden zijn! (conform figuur 1, niet conform figuur 2) aansluitingen die niet worden gebruikt dienen te worden afgedopt. demonteer deksel met de montageschroef (zie A, figuur 1) en sluit het snoer aan. * Minimale afstand van een aanzuigleiding is 2 meter. A Figuur 1 Figuur 2 Om geluid van het ventilatiesysteem tot een minimum te beperken is het van belang dat: de DVS op een wand van voldoende massa geplaatst wordt (advies 200kg/m2). Het kanaalsysteem een lage weerstand ontwerp heeft. Kanalen vrij stromend op de DVS woonhuisventilator aansluiten. Waar mogelijk de luchtsnelheid gereduceerd wordt. De perszijde van de DVS heeft een verloop naar Ø 150 mm max. 3 meter lang. De zuigzijde kan met snelkoppelingen aangesloten worden op Ø 80 en 125 mm. 8
4.1 inregelprocedure DVS wordt onder spanning gebracht. LED s op stuurkleppen en sensorverdeeldoos knipperen oranje en groen. Centrale stuurprint registreert welke stuurkleppen er aan de DVS gekoppeld zijn. Na een positieve automatische communicatie controle zullen enkel de groene LED s branden. Handeling: Gelijktijdig, lang indrukken ( 5 sec.) van beide knoppen 4 LED s roteren (zolang inregelen niet is voltooid) Daarna brandt ECO-LED continu (inregelen voltooid) Bij de inregelprocedure is het belangrijk om 1. alle toevoerroosters volledig te openen 2. alle binnendeuren volledig te sluiten! 3. de calibratieprocedure te doen tijdens een windstille dag. max. 2 Beaufort (wind voelbaar in gezicht, bladeren ritselen) 9
4.2 alternatieve calibratieprocedure op de motorunit DVS wordt onder spanning gebracht. LED s op stuurkleppen en sensorverdeeldoos knipperen oranje en groen. Centrale stuurprint registreert welke stuurkleppen er aan de DVS gekoppeld zijn. Na een positieve automatische communicatie controle zullen enkel de groene LED s branden. Handeling: INIT-knop lang indrukken ( 5 sec.) 4 LED s roteren (zolang inregelen niet is voltooid) Daarna brandt ECO-LED continu (inregelen voltooid) 10
5. Bedieningsmogelijkheden 5.1 ECO-modus = energiezuinige modus Handeling: Kort of lang indrukken ECO-LED aan 5.2 nacht modus* / afwezigheidsmodus Nachtmodus; DVS basis zonder slaapkamer klep(pen). Tijdens de nacht extra ventilatie in de ruimtes aangrenzend aan de slaapkamer* Afwezigheidsmodus; DVS BGG met slaapkamerklep(pen). Omdat het systeem in de ECO en BGG modus de ventilatie al automatisch regelt in de slaapkamer(s) is de nacht modus bij deze configuratie overbodig. Door op de hoofdprintplaat dipswitch 1 op te zetten wordt de afwezigheidstand geactiveerd. Dit zorgt voor een lager ventilatie debiet bij het verlaten van de woning. *standaard configuratie af fabriek. Handeling: Kort of lang indrukken LED permanent aan 11
5.3 buitengewoongoed modus - Kort, daarna automatisch terug naar ECO Hoger ventilatiedebiet buiten het stookseizoen met vraaggestuurde verdeling van het beschikbare debiet. Duur: 2 uur. Handeling: Lang indrukken ( 5 sec.) LED 2 uur traag knipperen Daarna ECO-LED aan 5.4 buitengewoongoed modus continue Hoger ventilatiedebiet buiten het stookseizoen met vraaggestuurde verdeling van het beschikbare debiet. Handeling: Lang indrukken ( 5 sec.) LED permanent aan 5.5 Extra hoog modus - Kort, daarna automatisch terug naar ECO Hoger ventilatiedebiet maar met evenredige verdeling, zonder vraagsturing, over de verschillende roosters. Duur: 2 uur. Handeling: Kort indrukken ( 5 sec.) LED 2 uur snel knipperen Daarna ECO-LED aan 12
5.6 Extra hoog modus - Lang, daarna automatisch terug naar ECO Hoger ventilatiedebiet maar met evenredige verdeling, zonder vraagsturing, over de verschillende roosters. Duur: 10 uur. Handeling: Lang indrukken ( 5 sec.) LED 10 uur traag knipperen Daarna ECO-LED aan 5.7 Controle modus - 30 min. Deze modus wordt gebruikt bij een controle van het debiet per rooster. Dit kan nodig zijn wanneer men het debiet per rooster wil controleren (regelgeving). Handeling: Gelijktijdig, lang indrukken ( 5 sec.) 4 LED s 30 min. aan Daarna ECO-LED aan 13
5.8 brandbeveiliging deactiveren Wanneer de afgevoerde lucht een temperatuur bereikt van meer dan 72 C, gaat het toestel in brandbeveiliging. De motor stopt met draaien en de kleppen sluiten. Handeling om te ontgrendelen: Om normale werking te verkrijgen Druk op 1 van de 4 knoppen Daarna ECO-LED aan 5.9 reset modus Handeling: Gelijktijdig, lang indrukken ( 5 sec.) Komt terug naar oorspronkelijke beginpositie voor de reset 14
6. Onderhoud DVS (installateur) Let op: Zorg er voor dat het toestel spanningsloos is bij onderhouds werkzaamheden. De ventilator (waaier) dient elke twee jaar te worden uitgenomen en schoongemaakt. Ga als volgt te werk: koppel het netsnoer af of zet/ neem zekering uit om het toestel spannings loos te maken. Verwijder hierna de afdekplaat van de ventilatorunit door het verwijderen van de centrale schroef met een schroevendraaier. koppel de aangesloten regelkleppen los door het losklikken van de RJ45 connector aan de stuurprint van de motorunit. Let op welk kanaal waar aangesloten zit. verwijder de aangesloten regelkleppen (via de snelsluiting). Let op welke klep waar aangesloten zit. hierna kan de motorplaat door het losschroeven van de 4 spanclips met een platte schroevendraaier uitgenomen worden uit behuizing van de ventilatorunit. Raak de elektronica binnenin niet aan. reinig de ventilator door deze met een perslucht schoon te blazen (doe dit bij voorkeur buitenshuis). Zorg ervoor dat na afloop al het vuil verwijderd is. Monteer het toestel opnieuw. 15
7. Veiligheidsvoorschriften Installeer dit product NIET in ruimtes waar de volgende zaken aanwezig zijn of zich kunnen voordoen: Overdadig vettige atmosfeer Corrosieve of ontvlambare gassen, vloeistoffen of dampen omgevingstemperaturen boven de 40 C of lager dan -5 C relatieve vochtigheid hoger dan 90% obstakels die de toegang of het verwijderen van de ventilatoreenheid verhinderen bochten in de leidingen vlak voor de ventilatoreenheid de DVS mag niet aangesloten worden op een afzuigkap of wasdroger 7.1 Veiligheidsinstructies: alle bekabeling dient uitgevoerd te worden door een gekwalificeerd installateur. Zorg ervoor dat de elektrische voeding overeenstemt met 230V, 1 fase, 50Hz! de DVS kan alleen gebruikt worden met de door Orcon geadviseerde accessoires, leidingen en bediening. de installateur dient ervoor te zorgen dat de ventilatoreenheid minstens op 600 mm afstand geplaatst wordt van een schoorsteenpijp. de DVS mag niet gebruikt worden op plaatsen waar hij mogelijk onderworpen kan zijn aan waterstralen. bepaalde situaties kunnen vereisen dat akoestisch dempend materiaal gebruikt dient te worden. De afvoer van de ventilator dient steeds naar buiten te gebeuren. 7.2 Algemene veiligheidsvoorschriften neem bij de installatie van het apparaat steeds de veiligheidsvoorschriften in de handleiding in acht. Bij niet opvolging van deze veiligheidsvoorschriften, waarschuwingen, opmerkingen en instructies kan dit leiden tot schade aan de DVS of tot persoonlijk letsel en hiervoor kan Orcon bv niet verantwoordelijk gesteld worden. 16
de installatie van de DVS dient uitgevoerd te worden in overeenstemming met de algemene en plaatselijk geldende bouw-, veiligheids- en installatievoorschriften van gemeente en andere instanties. alleen een erkende installateur mag de DVS installeren, aansluiten, in bedrijfstellen en onderhoud uitvoeren. volg steeds veiligheidsvoorschriften, waarschuwingen, opmerkingen en instructies uit de handleiding op. bewaar dit boekje bij de DVS instructies voor het onderhoud dienen nauwgezet opgevolgd te worden om schade en/of slijtage te voorkomen. de specificaties in dit document mogen niet gewijzigd worden. aanpassingen aan de DVS zijn niet toegestaan. het is aanbevolen een onderhoudscontract af te sluiten zodat het toestel regelmatig wordt gntroleerd en gereinigd. het apparaat moet aanrakingsveilig gemonteerd worden. Dit houdt o.a. in dat onder normale bedrijfsomstandigheden niemand bij bewegende of spanningsvoerende delen van de ventilator kan komen zonder daar een bewuste handeling voor te doen, zoals: demonteren van het deksel met daarvoor geschikt gereedschap het uitnemen van de motormodule van de ventilator na het wegnemen van het deksel met daarvoor geschikt gereedschap het loskoppelen van een kanaal of regelklep aan de aansluitmonden tijdens normaal bedrijf. Specifieke getroffen veiligheidsvoorzieningen en maatregelen de DVS is dusdanig gnstrueerd dat bij normaal gebruik en zonder doelgerichte handelingen het niet mogelijk is in aanraking te komen met bewegende of spanningsvoerende onderdelen. met de hand aanraken van de ventilator mag niet mogelijk zijn. Daarom dient steeds een kanaalwerk aangesloten te worden op de DVS alvorens het in bedrijf te stellen. De minimale kanaallengte bedraagt 1,5 m. 17
het toestel kan niet geopend worden zonder gereedschappen. de DVS voldoet aan de wettelijke eisen die gesteld worden aan elektrische apparaten. De volgende specifieke veiligheidsmaatregelen moeten in acht genomen worden: Zorg er steeds voor dat voor de aanvang van werkzaamheden het apparaat spanningsloos is door het voedingssnoer uit de wandcontactdoos te halen of door het uitschakelen van de zekering (Meet na of dit daadwerkelijk is gebeurd!). Gebruik passend/geschikt gereedschap voor het uitvoeren van werkzaamheden aan de DVS Gebruik het apparaat alleen voor toepassingen waarvoor het apparaat ontworpen is zoals in deze handleiding is vermeld. altijd minimaal 30 sec. wachten bij het opnieuw aansluiten van de voeding. Waarschuwing: het ventilatiesysteem dient permanent te functioneren, de DVS mag uitgeschakeld worden. nooit 7.3 Voldoet aan richtlijnen: Machinerichtlijn Laagspanningsrichtlijn EMC richtlijn ROHS richtlijn (2006/42/EG), (2006/95/EG), (2004/108/EG), (2002/95/EG). Veenendaal, M. Voorhoeve, Algemeen directeur. 18
8. Controle rapport: Door de installateur Ventiel/Rooster m 3 /h Type Serienummer Installatiedatum Installateur Tel. installateur Stempel installateur: 19
Orcon bv Storkstraat 23, 3905 KX Veenendaal Postbus 416, 3900 AK Veenendaal t +31 (0)318 54 47 00 f +31 (0)318 54 47 06 info@orcon.nl www.orcon.nl orc12186 v2 oktober 2012