C3 1
Een klein beginsel 40 Bespreken Romeinen 7:7-19 Hoe is Paulus erachter gekomen dat begeerlijkheid zonde is? (vers 7) Welke werking heeft Gods wet in zijn leven gehad? (vers 8, 9) Waaruit bestaat de strijd in Paulus leven? (vers 14-19) Zondag 44 Vraag 113 Wat eist van ons het tiende gebod? Dat ook de minste lust of gedachte tegen enig gebod Gods in ons hart nimmermeer kome, maar dat wij te allen tijde van ganser harte aller zonden vijand zijn en lust tot alle gerechtigheid hebben. a Hoe luidt het tiende gebod (verkort)? b Waaruit blijkt dat het tiende gebod de hele wet van God betreft? c Welke houding moeten wij tegenover de zonde hebben? d Welke positieve gezindheid wordt van ons gevraagd? 26
Vraag 114 Maar kunnen degenen, die tot God bekeerd zijn, deze geboden volkomen houden? Neen zij; maar ook de allerheiligsten, zolang als zij in dit leven zijn, hebben maar een klein beginsel dezer gehoorzaamheid; doch alzo, dat zij met een ernstig voornemen niet alleen naar sommige, maar naar al de geboden Gods beginnen te leven. e Hoever komen bekeerden in het gehoorzamen van Gods geboden? f Waaruit blijkt het kleine beginsel in het leven van de gelovigen? Vraag 115 Waarom laat ons dan God alzo scherp de tien geboden prediken, zo ze toch niemand in dit leven houden kan? Eerstelijk opdat wij ons leven lang onze zondige aard hoe langer hoe meer leren kennen, en des te begeriger zijn, om de vergeving der zonden en de gerechtigheid in Christus te zoeken. Daarna, opdat wij zonder ophouden ons benaarstigen, en God bidden om de genade des Heiligen Geestes, opdat wij hoe langer hoe meer naar het evenbeeld Gods vernieuwd worden, totdat wij tot deze voorgestelde volkomenheid na dit leven geraken. g Waarom laat God zo scherp de tien geboden prediken als niemand ze kan houden? Noem de vier redenen. h Wat betekent benaarstigen? i Tot welke volkomenheid komt een kind van God na dit leven? 27
Verdiepingsvragen 1 Waarom denken velen dat overtreding van het tiende gebod niet zo ernstig is? 2 Waarom is de zonde van de kwade begeerte juist wel ernstig? 3 Wat wordt verstaan onder een boezemzonde? Waarom heeft zo n zonde juist betrekking op het tiende gebod? 4 Welke zaken in de maatschappij spelen in op de kwade begeerten van de mens? 5 Hoe zien we in HC vraag 115 de drie stukken van de catechismus weer naar voren komen? Met eigen woorden In sommige stromingen binnen het christendom wordt gezegd dat de mens de zonden definitief kan overwinnen. Waaruit blijkt dat daarbij een onbijbels beeld van God en van de mens meespeelt? 28
Evangelieverkondiging in een beeldcultuur R Bespreken 1 Korinthe 1:18-24 Waarom wordt het Evangelie niet door iedereen hetzelfde gezien? (vers 18-23) Welk middel heeft God gegeven om mensen zalig te maken? (vers 21) Wat is de inhoud van de prediking? (vers 23, 24) We leven in een beeldcultuur. Het gesproken en geschreven woord sluiten steeds minder aan bij de moderne mens. Door beelden wordt hij nog wel aangesproken. Hoe moet je in deze beeldcultuur het Evangelie brengen? Kan dit nog wel via de prediking van het Woord? Moet de kerk niet gebruik maken van film en drama? Hebben die niet een veel grotere invloed? De Reformatie heeft grote nadruk gelegd op de prediking van het Evangelie. Daarvoor waren geen beelden als hulpmiddelen nodig. De catechismus zegt kort en krachtig: Wij moeten niet wijzer zijn dan God, Dewelke Zijn Christenen niet door stomme beelden, maar door de levende verkondiging van Zijn Woord wil onderwezen hebben. (HC vr. 98) Het uitgangspunt werd dus genomen bij de norm van de bijbel. God openbaart Zich door het Woord. Christus opdracht aan Zijn discipelen was: predik het Evangelie aan alle creaturen (Mark. 16:15). De prediking van het Evangelie is het middel tot geloof (Rom. 10:14, 15, 17). Het Woord is het zaad van de wedergeboorte (1 Petr. 1:23). In de Grieks-Romeinse cultuur was het toneelspel zeer populair. Toch hebben de apostelen er geen gebruik van gemaakt. Ze bleven bij het middel dat Christus hun had gegeven: de prediking. En dit gepredikte Woord is rijk gezegend. 45
Wel leren we van de prediking van Paulus dat hij het Woord toepaste in de cultuur van de hoorders. Aan de Joden werd het Evangelie gebracht met een beroep op de Schriften van het Oude Testament. Bij de Grieken sloot hij aan bij de Griekse cultuur (Hand. 17:22-29). We zien echter steeds dat de prediking een tweeërlei uitwerking had. Het werk van de Heilige Geest blijft noodzakelijk om mensen te overtuigen van de boodschap van het Evangelie, want de gevallen, vijandige mens staat er nooit voor open (1 Kor. 2:13-15). Vragen 1 Waarom verbood de HEERE afbeeldingen van Hem te maken? 2 Waarom zou Israël steeds vervallen zijn in de zonde van beeldendienst? 3 Indrukwekkende middelen zijn niet in staat iemand tot bekering te brengen. Hoe blijkt dit uit de gelijkenis van Lazarus en de rijke man? (Luk. 16:27-31) 4 In hoeverre paste Paulus de boodschap aan toen hij de Atheners toesprak? (Hand. 17:22-29) 5 Wat is een belangrijke eigenschap van het geloof? (Joh. 20:29 / Hebr. 11:1) 6 Welke bezwaren zijn er tegen de verfilming van het leven van de Heere Jezus? 7 Het geloof is uit het gehoor, maar wordt er dan wel iets van het christelijk geloof zichtbaar? (Matth. 7:17, 18 / Jak. 2:18) 46
Met eigen woorden We leven in een beeldcultuur. Om de mensen met het Evangelie te bereiken heb je wel vormen van beeld nodig zoals toneel en film. Beoordeel deze uitspraak in het licht van bijbelse gegevens. 47