Intochtslied: Psalm 92: 1, 2, 3 2. Gezegend zal Hij wezen die ons bij name riep, die zelf de adem schiep waarmee Hij wordt geprezen; laat alom musiceren, met stem en instrument, maak wijd en zijd bekend de grote naam des Heren. Votum groet 3. Gij hebt mij door uw daden, o Here God, verheugd. Mijn hart is vol van vreugd, ik juich om uw genade. Hoe groot zijn uwe werken, de werken uwer hand, Gij houdt het volk in stand. Gij zult hun hart versterken. 2
Gez. 399 3. U, Vader, U zij lof op een verhoogde toon! Lof en aanbidding zij uw eengeboren Zoon. Lof zij uw Geest, die ons ten Trooster is gegeven, ons in de waarheid leidt, de weg van eeuwig leven. U looft uw kerk alom, waar Gij die ook vergaarde; U looft wat loven kan, in hemel en op aarde! Gebed Wetslezing 3
OTH 268 / Opw. 430 KINDER NEVEN DIENST 4
Schriftlezing: Handelingen 3: 1-16 1 Eens gingen Petrus en Johannes op de gebedstijd - het negende uur - naar de tempel. 2 Nu was er een man, al vanaf de moederschoot verlamd, die elke dag daarheen werd gedragen en bij de tempelingang, die de Schone heet, werd neergezet om een aalmoes te vragen aan de mensen die de tempel ingingen. 3 Toen hij Petrus en Johannes zag, die juist de tempel wilden binnengaan, vroeg hij om een aalmoes. 4 Petrus keek hem doordringend aan, evenals Johannes, en zei: `Kijk ons eens aan!' 5 Hij hield het oog op hen gericht, in de veronderstelling iets van hen te krijgen. 6 Maar Petrus zei: `Zilver en goud bezit ik niet, maar wat ik heb, dat geef ik u: in naam van Jezus Christus de Nazoreeër, kom overeind en loop.' 7 Hij pakte hem bij zijn rechterhand en hielp hem overeind. Meteen kwam er kracht in zijn voeten en enkels; 8 met een sprong ging hij staan en hij liep en hij ging met hen de tempel binnen, lopend en springend en God prijzend. 9 Al het volk zag hem lopen en God prijzen. 10 Ze herkenden hem als de man die altijd bij de Schone Poort van de tempel zat voor een aalmoes, en ze werden verschrikt en verrukt door wat er met hem gebeurd was. 11 Terwijl de man zich aan Petrus en Johannes vastklampte, dromde al het volk geschrokken bij hen samen in de zogeheten Zuilengang van Salomo. 12 Petrus zag dat en sprak daarop het volk toe: `Israëlieten, waarom verwondert u zich hierover en waarom staart u ons aan als hadden wij hem uit eigen kracht of vroomheid doen lopen? 13 De God van Abraham en de God van Isaak en de God van Jakob, de God van onze vaderen, heeft zijn knecht verheerlijkt, Jezus, die u hebt uitgeleverd en voor Pilatus hebt verloochend, toen die Hem wilde vrijlaten. 14 U hebt de heilige en rechtvaardige verloochend, en verzocht om de vrijlating van een moordenaar. 15 De leidsman ten leven hebt u ter dood gebracht, maar God heeft Hem opgewekt uit de doden; daarvan zijn wij getuigen. 16 Op grond van het vertrouwen in de naam Jezus Christus kwam er weer kracht in deze man hier, die u allen kent; dat vertrouwen heeft hem, waar u allen bij was, weer helemaal gezond gemaakt. Highlights deel 1 5
OTH 242 / Opw. 355 2. U bent mijn bestemming. U hebt mij gemaakt om als uw kind in voor- of tegenspoed uw liefde uit te stralen. Dit is mijn bestemming. Dienen met verstand en met gevoel vanuit gehoorzaamheid. Heer, U bent mijn doel. Highlights deel 2 6
Gezang 320: 1,2,3 1. Zingt een nieuw lied voor God de Here en weest van harte zeer verblijd. God wil alhier met ons verkeren, hier wordt een huis voor Hem bereid. Hij heeft de hand en het verstand gezegend voor het werk, de bouw van Christus kerk. 2. Kinderen van éénzelfde Vader, komt nu tesaam van zuid en noord. Van oost en west treden wij nader tot dit welaangename oord. Kracht van de jeugd, breng nu verheugd de stenen bij elkaar. God helpt u wonderbaar. 3. God wil aan ons telkens weer tonen dat Hij genadig is en trouw. Dat Hij met ons samen wil wonen, geeft ons de moed voor dit gebouw. Maar niet met steen en hout alleen is t grote werk gedaan. t Zal om onszelve gaan. Gedachtenis (zingen Gez. 477 slotlied) Gebeden Collecte 7
Slotlied: Gezang 477: 1, 2 1. Geest van hierboven, leer ons geloven, hopen, liefhebben door uw kracht! Hemelse Vrede, deel U nu mede aan een wereld die U verwacht! Wij mogen zingen van grote dingen, als wij ontvangen al ons verlangen, met Christus opgestaan. Halleluja! Eeuwigheidsleven zal Hij ons geven, als wij herboren Hem toebehoren, die ons is voorgegaan. Halleluja! Zegen 2. Wat kan ons schaden, wat van U scheiden, Liefde die ons hebt liefgehad? Niets is ten kwade, wat wij ook lijden, Gij houdt ons bij de hand gevat. Gij hebt de zege voor ons verkregen, Gij zult op aarde de macht aanvaarden en onze koning zijn. Halleluja! Gij, onze Here, doet triomferen die naar U heten en in U weten, dat wij Gods zonen zijn. Halleluja! 8