RICHTLIJNEN RINGMEESTER

Vergelijkbare documenten
PROEF BREVET ASSISTENT RINGWEDSTRIJDEN THEORETISCH GEDEELTE - VRAGEN

- 60 punten: a) niet inbijten, volgt richtlijnen niet.

Tijdsduur Minimaal 3 maanden waarbij er 3 maandelijks een overgang wordt afgenomen. Training 2x per week 45 minuten.

Waak en verdediging P 2

Waak en verdediging P 2

Mondial Dogsport DEZE VOLGORDE DIENT NIET GERESPECTEERD TE WORDEN. Het programma is verdeeld in 3 afdelingen:

Het pakwerkers reglement.

VLAAMSE FEDERATIE HONDENSPORT LIEFHEBBERS GEHOORZAAMHEID KEURDERSBLAD EREKLASSE. Wedstrijd ingericht door: REEKS of SERIE Nr :

VLAAMSE FEDERATIE HONDENSPORTLIEFHEBBERS. Wedstrijd ingericht door : Datum : Keurders : Ringmeester : Secretariaat : REEKS of SERIE NR :

B2 Groep. 12. Lawaai en beweging (wissel oefening) 30pt 13. Apporteren (wisseloefening) 30pt

Vlaamse Federatie Hondensport

Vlaamse Federatie Hondensport

Overgangsexamen van A naar B April 2012

Gedrag en Gehoorzaamheid Beginners REGLEMENTEN G&G B. FHN2005v1

AFDELING I: Uitleg Keurmeester (Km): De Km geeft uitleg over wijze waarop de volgoefeningen uitgevoerd dienen te worden.

Overgangsexamen van B naar C April 2012

Reglement Globalring ( NVBK

HET STATUUT VAN DE KEURDER (ring) RINGREGLEMENT 2012 t/m 2016 HET STATUUT VAN DE KEURDER

AFDELING I: Uitleg Keurmeester (Km): De Km geeft uitleg over wijze waarop de volgoefeningen uitgevoerd dienen te worden.

N.V.B.K. (v.z.w.) Nieuwe Steenweg Temse F.N.C.B. (a.s.b.l.) HET STATUUT VAN DE KEURDER (ring) RINGREGLEMENT 2016 t/m 2018

Overgangsproeven basisschool / A-proef

Overgangsproeven basisschool / A-proef

Administratieve formaliteiten van de scheidsrechter voor de wedstrijd Controle van de documenten

Proef 1 - Aangelijnd (1a) en los volgen(1b).

Oefening 1. 1 minuut liggen in zicht. Coëfficiënt 2.

FHN. Gedrag en Gehoorzaamheid GGB. Versie: 2016

Om tot dit examen te worden toegelaten moet de hond in het bezit zijn van VZH/BH.

Wedstrijdreglement Gehoorzaamheid. Vlaamse Federatie Hondensport

KEURINGSREGLEMENT SPEURHOND EXPLOSIEVEN

REGLEMENTEN EN PRAKTISCHE RICHTLIJNEN BIJ HET INRICHTEN VAN WEDSTRIJDEN OBEDIENCE IN BELGIE

1. Is toegelaten dat de geleider zijn hond tussen de oefeningen beloont in OBb?

Belgian NADAC Hoopers

Wedstrijdreglement Gehoorzaamheid

SCHIETREGLEMENT SCHUTTERSBOND EENDRACHT BORN-ECHT E.O.

520.Basisopleiding Graad 1.

FHN Reglementen. Speuren Speurhond 1

TECHNISCH REGLEMENT VOOR BURGERASSISTENTEN BIJ RINGWEDSTRIJDEN. II. Competenties van de assistent

Cursus Voortgezette Elementaire Gehoorzaamheid ( V.E.G.)

Vlaamse Federatie Hondensport

AFDELING II. A. Zoeken en apporteren/verwijzen van drie voorwerpen

FHN Reglementen. Gedrag & Gehoorzaamheid GGB

Gedrag en Gehoorzaamheid GG1

OFFICIEEL REGLEMENT VOOR DE JAARLIJJKSE CHALLENGE ADD - VdA VOOR ASSISTENTEN BIJ RINGWEDSTRIJDEN

FHN REGLEMENT. Gedrag en Gehoorzaamheid GG1. Versie: 2016

De assistentscheidsrechter

Reglement Programma MONDIORING

Federation Cynologique Internationale

Elementaire Gehoorzaamheid. Examenreglement

Wedstrijdreglement Gehoorzaamheid. Vlaamse Federatie Hondensport

Arbitrage van biljart. Vrijspel Bandstoten Driebanden Kader

FHN Reglementen. Gedrag & Gehoorzaamheid GG1

FHN REGLEMENT. Gedrag en Gehoorzaamheid GG2. Versie: 2016

Begeleidingshondenproef met Gedrag en Kennis van zaken test voor de Geleider.

Ons busboekje. Afspraken voor het kind en de ouders

Socialisatiebrevet Vlaamse Federatie Hondensport vzw.

Nationale bekercompetitie opengesteld voor alle Belgische clubs aangesloten bij de K.B.V.B. K.B.V.B. Stamnummer 9512

FHN Reglementen. Speuren Speurcertificaat 1

Eerste hulp verlenen bij een epileptische aanval

SCHOTKLOK ZAALSEIZOEN OKTOBER 2016

FHN Reglementen. Gedrag & Gehoorzaamheid GG2

VLAAMSE SCHEIDSRECHTERS AFDELING

2.) Heg springen : Uitvoeringsfouten ( -1 per fout ) Beoordeling ( +2 per uitvoering ) 3.) Smalle doorgang : Reglement Cross Challenge TREC:

REGLEMENTEN SOCIALE HUIS HOND

Probleem (tekening en beschrijving) Oplossing (tekening en beschrijving)

Zestien tips voor dove personen in contact met de politie en justitie

Intern Reglement Jeugdspelers

GO! school voor buitengewoon onderwijs DEN ANKER. Busregels

Sportreglement Regularity

Zorgen voor een scherpe werkvraag

1912 Royal Belgian Golf Federation

NATIONALE BEKER OPENGESTELD VOOR ALLE BELGISCHE CLUBS AANGESLOTEN BIJ DE K.B.V.B

1. SPRINGPARCOURS AAN HET HALSTER

GG-b. Examenreglement

VJF REGLEMENT KATA Tornooien.

3) Voor de wedstrijd vullen de trainer of ploegverantwoordelijke van elke team de

Algemene voorwaarden Chaletpark 't Werdje

Lader rol reiniging FS 2000 / FS 3000 series

Piramide bouwen. Inleiding. Structuur en voorbereiding. Belangrijke aandachtspunten

1 Voorzitter en dagelijks bestuur

REGLEMENT BHV OEFENDAG

Transcriptie:

RICHTLIJNEN RINGMEESTER Iedereen die rechtstreeks betrokken is bij het ringprogramma van het N.V.B.K. weet dat niet enkel de keurders en de aanvalsmannen op de hoogte moeten zijn van hun taak, maar ook de ringmeester. Dit verzekert een vlot en foutloos verloop van de wedstrijd. Hij (zij) zal steeds lid zijn van een vereniging aangesloten bij het Nationaal Verbond van Belgische Kynologen. De ringmeester zal zich zo kleden dat hij (zij) zich vlot kan bewegen over het volledige terrein rekening houdend met de staat hiervan en de weersomstandigheden. Vast en waterdicht schoeisel, een hoofddeksel en paraplu zijn geen overbodige luxe. Een ringmeester met respect voor zijn taak zal zich nooit laten afleiden door gebeurtenissen buiten het terrein of eventuele supporters. Algemene werking De ringmeester zal steeds tijdig aanwezig zijn zodat de keurder hem (haar) kunnen briefen over: 1. De volgorde van de verschillende oefeningen. 2. De weg die moet gevolgd worden door de liefhebbers. 3. De plaatsen waar de oefeningen zullen gebeuren. 4. De volgorde van de springtoestellen. 5. Het geworpen voorwerp en de volgorde waarin de blokjes gelegd dienen te worden. 6. De te bewaken voorwerpen. Indien de ringmeester de richtlijnen van de keurders niet begrijpt zal hij (zij) nogmaals de nodige uitleg vragen. Deze gegevens zal hij (zij) noteren om zo mogelijke vergissingen uit te sluiten. Indien de keurders de mening van de ringmeester komen vragen i.v.m. een oefening zal hij (zij) slechts antwoorden bij 100 procent zekerheid. 1

Volgen aan de leiband Dit is steeds de eerste oefening. De ringmeester zal de ingang onmiddellijk sluiten zodra meester en hond op het terrein zijn. De muilkorf zal enkel in ontvangst genomen worden indien de ringmeester de blokjes niet legt., anders wordt dit gedaan door de karweiman. Daarna zal hij (zij) de liefhebber duidelijk de te volgen weg uitleggen, eventueel met handgebaar. Men dient voorzichtig te zijn met zijn bewegingen zodat de hond niet zou aanvallen. Indien alles goed begrepen is geeft men een teken aan de keurders. Eens de liefhebber vertrokken zal de ringmeester de muilband op een bepaalde plaats leggen of hangen, nooit op de grond. Hij zal de meester niet volgen of kruisen maar trachten een kortere weg te nemen. Na het eindigen van de oefening zal de ringmeester de leiband aannemen, indien hij (zij) niet de blokjes legt. Deze legt of hangt men bij de muilkorf. Volgen vrij De keurders bepalen wanneer deze oefening uitgevoerd dient te worden. De te volgen weg wordt duidelijk uitgelegd. De ringmeester geeft een teken aan de jury wanneer de liefhebber klaar is voor vertrek. De ringmeester zal de liefhebber niet volgen of kruisen maar trachten een kortere weg te nemen. 2

Weigeren van lokaas De ringmeester toont de liefhebber waar hij (zij) zijn (haar) hond dient te plaatsen voor het toewerpen van het voedsel. Na het plaatsen gaat de ringmeester met de liefhebber naar een schuilplaats waar hij toezicht houdt. Eventuele handelingen of geluiden van de meester, die de hond kunnen beinvloeden worden na het einde van de oefening gemeld aan de keurders. Houdingen De ringmeester duidt de plaats aan, zegt aan de meester de voorlopige houding en maakt de persoon kenbaar waarheen de liefhebber zich dient te begeven. De ringmeester verwijdert zich dan ongeveer 10 meter zijdelings van het vierkant en houdt daar nauwlettend toezicht of de hond buiten het vierkant komt voor het eerste bevel van op afstand wordt gegeven. Dit maakt hij (zij) onmiddellijk kenbaar aan de persoon die de standen influistert. Komt de hond buiten tijdens de bevelen van op afstand wordt dit gemeld na het einde van de oefening. Wanneer de ringmeester zelf de houdingen toefluistert, (wat zeker niet aan te bevelen is) gebeurt dit met zachte stem. Eén minuut liggen De ringmeester toont de plaats waar deze oefening doorgaat en de schuilplaats voor de meester. Daarna zal hij zich enkele meters (3m.) rustig verwijderen, dit om niet in de onmiddellijke omgeving te zijn als de meester de voorlopige houding beveelt. Vervolgens vergezeld hij (zij) de meester naar de aangeduide plaats en houdt hem nauwlettend in het oog. 3

Handelingen en/of geluiden die de hond kunnen beinvloeden worden na de oefening gemeld. Indien de hond zich meer dan één meter verplaatst voor de liefhebber in de schuilplaats is zal de ringmeester, na opmerking van de keurders, dit melden aan de meester. De hond moet dan herplaatst worden. Vooruit De ringmeester toont de liefhebber de plaats van vertrek en verwijdert zich dan ongeveer 5 meter zijdelings. Wanneer deze laatste zijn hond voorbereid heeft zal de ringmeester teken geven aan de keurders door middel van handopsteking. Tevens zal hij (zij) toezien of de meester zijn hond wegduwt met voet of been en of hij ter plaatse blijft na het vertrek van de hond en dit tot het eindsignaal. Geworpen voorwerp De ringmeester geeft in de nabijheid van een vierkant duidelijk uitleg i.v.m. de richting en de afstand waar het voorwerp dient geworpen te worden. Hij (zij) zal zich rustig achter de liefhebber plaatsen en het voorwerp te voorschijn halen. Als de meester zijn handen achter zijn rug plaatst wordt het voorwerp overhandigd. Daarna verwijdert de ringmeester zich ongeveer 5 meter schuin naar achter. Indien het voorwerp niet voldoende ver wordt gesmeten gaat de ringmeester, op advies van de keurders, het voorwerp ophalen en overhandigd het nogmaals. Nadat de hond de oefening uitgevoerd heeft neemt hij (zij) het voorwerp in ontvangst en bergt het weg op een vaste plaats. 4

Vereenzelvigen van voorwerp Op een vooraf bepaald tijdstip en plaats zal de ringmeester de liefhebber een blokje laten nemen, erop lettend dat de meester geen kunstmatige geur gebruikt of spuwt op het blokje. Hij (zij) toont de meester de plaats waar hij zijn hond dient te plaatsen (vierkant) voor aanvang oefening. Vervolgens begeeft hij (zij) zich naar de plaats waar de blokjes dienen gelegd te worden. Hij (zij) legt eerst zijn (haar) blokjes en toont de plaats en richting waarin de liefhebber zijn blokje dient te leggen. Op het ogenblik dat de meester terug naar zijn hond gaat verwijdert de ringmeester zich 10 meter zijdelings. Na de oefening, d.w.z. als de hond met een blokje (het juiste of verkeerde) bij zijn meester is, verwijdert hij (zij) de valse blokjes. Deze worden niet in de zakken gestopt maar verborgen op een vooraf bepaalde plaats. Een ringmeester die de blokjes legt zal gedurende de ganse wedstrijd niet in aanraking komen met het voedsel en de muil- en leibanden Schutsel De ringmeester vraagt aan de liefhebber welke hoogte verkozen wordt. Hij (zij) kan zelf de hoogte instellen of deze taak overlaten aan de karweiman. De ringmeester duidt de kant aan waar de meester zijn hond dient te plaatsen. Hij (zij) zal zich dan zo plaatsen dat hij de hond niet hindert en het zicht van de keurders niet belemmert. Haag met gracht 5

De ringmeester (karweiman) stelt de gevraagde hoogte in. Toont de zijde vanwaar de hond dient te springen en stelt zich zo op dat hond en keurders niet belemmerd worden. Gracht De ringmeester duidt de zijde aan vanwaar de hond dient te springen. De gracht moet steeds eerst zonder verlengstuk overschreden worden. Daarna wordt het verlengstuk geplaatst op de door de meester gevraagde afstand. De ringmeester zal opletten hond en keurders niet te belemmeren. Vaste haag De ringmeester zal de liefhebber aantonen langs welke zijde de hond dient te springen. Er is maar één hoogte. Ook hier stelt de ringmeester zich zo op dat hond en keurders niet belemmerd worden. Aanvallen De ringmeester begeeft zich met de liefhebber naar de plaats van vertrek en houdt toezicht op de handelingen van de meester. Hij (zij) let erop dat de hond niet onder controle gehouden wordt en dat de meester achter zijn hond staat. Als de hond gereed is voor vertrek, maakt de ringmeester dit kenbaar met de hand. Nooit door stem. De ringmeester dient aandacht te besteden aan: *Vertrekt de hond voor of tijdens het belsignaal en beveelt de meester binnen de 5 meter. 6

Wacht de hond op bevel van de meester maar is dan reeds met 2 of meer poten over de vertreklijn. *Vertrekt de hond op het eerste bevel of moet de meester meerdere bevelen geven. *Duwt de meester de hond weg met voet of onderbeen. *Blijft de liefhebber onbeweeglijk staan tijdens de terugkomst of gebruikt hij stemgeluid om zijn hond in handbereik te krijgen. *Geeft de meester in de drie aanvallen het zelfde bevel zowel voor vertrek als terugkomst. Bij de onderbroken mag het bevel tot terugkomst korter zijn, zeker niet langer. Alle vergrijpen worden na de oefening aan de keurders gemeld. Onderbroken Zelfde regels als bij de aanvallen. Onmiddellijk na het vertrek van de hond mag de ringmeester de meester op zijn (haar) schouder kloppen ter herinnering. Meesterverdediging De ringmeester zal de liefhebber in de buurt van het vertrekpunt klaar en duidelijk wijzen op: *De plaats van vertrek. *De af te leggen weg. *De plaatsen waar de liefhebber dient halt te houden voor de handdruk, de aanpak en eventuele andere en in welke richting men zich daar moet plaatsen. De ringmeester wijst de meester er op of deze na de handdruk dadelijk moet vertrekken of wachten op teken van de keurders. Op eventuele andere punten dient de liefhebber steeds te wachten op bevel van de keurders en op de plaats van de aanpak dient de meester zich dadelijk te verwijderen nadat de hond contact heeft. De ringmeester zal de liefhebber de kans geven zijn uitleg te herhalen en zo nodig verbeteren. 7

Zodra de liefhebber bevestigt dat hij (zij) alles begrepen heeft zal de ringmeester de keurders teken doen dat de oefening kan beginnen en plaatst zich op een niet te grote afstand om duidelijk te horen of de meester een bevel geeft tot vertrek. De keurders na de oefening erop wijzen als dit niet gebeurde. De ringmeester zal de liefhebber niet hinderen in de af te leggen weg, hem niet volgen of kruisen. Opzoeken De ringmeester wijst de meester de plaats waar deze zich dient te verbergen met zijn (haar) hond, de af te leggen weg en de plaats van opzenden. Hij (zij) zal de meester vergezellen naar het schuilhokje en er op toezien dat de liefhebber zijn (haar) hond niet laat kijken, voedert of mishandelt. Hij (zij) geeft de aanvalsman een teken als de liefhebber verborgen is. Tijdens het zoeken zal de ringmeester niet rondlopen en alzo de hond af te leiden. Bewaken voorwerp met muilkorf De ringmeester duidt de plaats aan waar de liefhebber zich dient te verschuilen tijdens de oefening. Als de hond geplaatst is vergezelt hij (zij) hem (haar) hier naartoe. Maakt de liefhebber geluiden, stampen, fluiten enz. dan meldt hij (zij) dit na de oefening aan de keurders. De burger of de karweiman, niet de ringmeester, zal eerst de muilkorf en daarna het voorwerp aan de liefhebber overhandigen. Dit gebeurt buiten de ringen. Bewaken voorwerp zonder muilkorf Deze oefening gebeurt hetzelfde als het bewaken met muilkorf maar dan zonder dit laatste. 8

Besluit Men kan wel stellen dat de ringmeester een taak te vervullen heeft die oordeelkundig en met veel aandacht dient uitgevoerd te worden. Hij (zij) is tijdens de wedstrijden een onmisbare schakel voor de liefhebbers en de keurders. RICHTLIJNEN WEDSTRIJD SECRETARIAAT Iedereen die rechtstreeks betrokken is bij het ringprogramma van het N.V.B.K. weet dat een goede secretaris/secretaresse kan bijdragen bij een vlot verloop van de wedstrijd indien zij van hun taak op de hoogte zijn. Ietwat kennis van de reglementen is zeker geen overbodige luxe. Algemene werking Wat behoort tot de taak: - Wedstrijdbladhoofding zorgvuldig invullen. - Gegevens op wedstrijdblad en wedstrijdprogramma controleren aan de hand van de officiële informatie volgens het IB-boekje. Indien deze gegevens niet juist zijn moet men ze aanpassen. - Nazien of deelnemer over een geldige verzekeringskaart en lidkaart N.V.B.K., of speelkaart beschikt. Indien één van de kaarten niet geldig of aanwezig zijn, één der keurders zo vlug mogelijk op de hoogte brengen. - Het IB-Boekje aanvullen met de datum, categorie, plaats en de namen van de beide keurders van de wedstrijd. - De wedstrijdbladen nauwkeurig, duidelijk en juist invullen. Tevens er op toezien dat het derde blad, dat moet uitgehangen worden, eveneens foutloos en duidelijk is ingevuld. - Bij eender welke onduidelijkheid of twijfel steeds een keurder van dienst bijroepen van zodra de gelegenheid zich voordoet. - Nadat de deelnemer zijn wedstrijdblad heeft nagezien, het IBboekje aanvullen met de verdiende punten en overhandigen aan de deelnemer, behalve wanneer het boekje op aangeven van de keurders dient ingehouden. 9

- Op het einde van de wedstrijd de behaalde plaats op het wedstrijdblad invullen. - De dubbels van de wedstrijdbladen overhandigen aan de keurders, ter controle en aftekening. - Het wedstrijdprogrammablad aanvullen met de uitslag en een exemplaar aan de keurders overhandigen. 10