Liturgie voor de dienst van woord en gebed bij de begrafenis van Maria Wiebenga-van Staal * Maasdriel, 10 juli 1923 Wieringerwerf, 30 april 2016 in de Ontmoetingskerk te Middenmeer op 6 mei 2016 Voorganger: ds. J. Zondag Organist: dhr. P. de Groot
Welkom De kaarsen worden aangestoken. Votum en groet Evangelische Liedbundel 381: 1 en 3. 1. Daar ruist langs de wolken een heerlijke Naam, die hemel en aarde verenigt te zaam. Geen naam is er zoeter en beter voor 't hart Hij balsemt de wonden en heelt alle smart. Kent gij, kent gij, die Naam nog niet? Die Naam draagt mijn Heiland,mijn lust en mijn lied! 3.Eens buigt zich ook alles voor Jezus in 't stof, en d'engelen zingen voortdurend zijn lof. O mochten w'om Jezus verheerlijkt eens staan, dan hieven wij juichend de jubeltoon aan: Jezus, Jezus, uw Naam zij d'eer, want Gij zijt der mensen en engelen Heer! Gedachtenis Gezang 392:1 en 5. 1. Blijf mij nabij, wanneer het duister daalt. De nacht valt in, waarin geen licht meer straalt. Andere helpers, Heer, ontvallen mij. Der hulpelozen hulp, wees mij nabij. 5. Houd, Heer, uw kruis hoog voor mijn brekend oog, licht in het duister, wijs de weg omhoog. Uw dag breekt aan, de schaduw gaat voorbij. In dood en leven, Heer, wees Gij nabij.
Gebed Schriftlezing : Joh. 14 : 1 t/m 8. 1 Wees niet ongerust. Vertrouw op God en op Mij. 2 In het huis van mijn Vader zijn veel kamers; zou Ik anders gezegd hebben dat Ik een plaats voor jullie gereed zal maken? 3 Wanneer Ik een plaats voor jullie gereedgemaakt heb, kom ik terug. Dan zal ik jullie met me meenemen, en dan zullen jullie zijn waar ik ben. 4 Jullie kennen de weg naar waar Ik heen ga. 5 Toen zei Thomas: Wij weten niet eens waar U naartoe gaat,. Heer, hoe zouden we de weg daarheen kunnen weten? 6 Jezus zei Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand kan bij de Vader komen dan door mij. 7 Als jullie Mij kennen, zullen jullie ook mijn Vader kennen, en vanaf nu kennen jullie Hem, want jullie hebben Hem gezien. 8 Daarop zei Filippus: Laat ons de Vader zien, Heer, meer verlangen we niet. Evangelische Liedbundel 189 A: 1 en 4 1.Vaste rots van mijn behoud, als de zonde mij benauwt, laat mij steunen op uw trouw, laat mij rusten in uw schâuw, waar het bloed, door U gestort, mij de bron des levens wordt. 4. Eenmaal, als de stonde slaat, dat dit lichaam sterven gaat, als mijn ziel uit d'aardse woon opklimt tot des Rechters troon, Rots der eeuwen, in uw schoot berg mijn ziel dan voor de dood.
2 Korintiërs 5: 1, 6,7,8. 1 Wij weten dat wanneer onze aardse tent, het lichaam waarin wij wonen, wordt afgebroken, we van God een woning krijgen: een eeuwig, niet door mensenhanden gemaakte woning in de hemel. 6 Dus wij blijven altijd vol goede moed, ook al weten we dat zolang dit lichaam onze woning is, we ver van de Heer wonen. 7 We leven in vertrouwen op God; wat komen gaat is nog niet zichtbaar. 8 We blijven vol goede moed, ook al zouden we ons lichaam liever verlaten om onze intrek bij de Heer te nemen. Evangelische Liedbundel 191: 1 en 3 1. Veilig in Jezus' armen, veilig aan Jezus' hart; dáár in zijn teer erbarmen, dáár rust mijn ziel van smart. Hoor, 't is het lied der eng'len, zingend van liefd' en vree, ruisend uit 's hemels zalen, over de glazen zee. Veilig in Jezus' armen, veilig aan Jezus' hart; dáár in zijn teer erbarmen, dáár rust mijn ziel van smart. 3.Jezus, mijn dierb're toevlucht, Jezus, Gij stierft voor mij! Dat op die rots der eeuwen, eeuwig mijn hope zij. Heer, laat mij lijdzaam wachten, totdat het duister vliedt,
en 't oog aan gindse kusten uw heillicht gloren ziet. Jezus, mijn dierb're toevlucht, Jezus, Gij stierft voor mij! Dat op die rots der eeuwen, eeuwig mijn hope zij. Overdenking Gezang 293: 1 en 3. 1. Wat de toekomst brengen moge, mij geleidt des Heren hand; moedig sla ik dus de ogen naar het onbekende land. Leer mij volgen zonder vragen; Vader, wat Gij doet is goed! Leer mij slechts het heden dragen met een rustig, kalme moed! 3. Laat mij niet mijn lot beslissen: zo ik mocht, ik durfde niet. Ach, hoe zou ik mij vergissen, als Gij mij de keuze liet! Wil mij als een kind behandlen, dat alleen de weg niet vindt: neem mijn hand in uwe handen en geleid mij als een kind. Gedicht Gebeden
Evangelische Liedbundel 413:1,2,4. 1.Lichtstad met uw paarlen poorten, wond're stad zo hoog gebouwd, nimmer heeft men op deze aarde, ooit uw heerlijkheid aanschouwd. refrein: Daar zal ik mijn Heer ontmoeten, luist'ren naar zijn liefdesstem, daar geen rouw meer en geen tranen in het nieuw Jeruzalem. 2.Heilig oord vol licht en glorie, waar de boom des levens bloeit en de stroom van levend water door de gouden Godsstad vloeit. refrein 4.Wat een vreugde zal dat wezen straks vereend te zijn met Hem in de stad met paarlen poorten in het nieuw Jeruzalem. refrein Zegen Mededelingen Tijdens het uitdragen luisteren we naar orgelspel: ELB 409: ik zie een poort wijd open staan.
Vragen Ik heb wel honderden vragen en elke dag weer meer. Hoe zal de hemel wezen, de woonplaats van mijn Heer? Zal ik onze moeder kennen, zal ik die en die daar weer herkennen en begroeten als ik thuiskom, bij de Heer? Zal ik hier moeten sterven en hoe en waar, wanneer, of zal ik mogen blijven tot de komst van onze Heer? Veel vragen zullen blijven, één ding dat ik zeker weet: mijn Heiland heeft in t Vaderhuis een plaats voor mij gereed!