CONTROLEPLAN stukadoorswerk. Over dit controleplan

Vergelijkbare documenten
CONTROLEPLAN Stukadoorswerk. Over dit controleplan

CONTROLEPLAN Glasvliesweefsel. Over dit controleplan

CONTROLEPLAN glasvliesweefsel. Over dit controleplan

Glazen bouwstenen met mortel

glazen bouwstenen met mortel

NIEUW. Rigips TopStuc. Stap-voor-stap handleiding. Zelf stukadoren is nu gemakkelijker dan ooit door de unieke receptuur van Rigips TopStuc.

CONTROLEPLAN Wandtegelwerk. Over dit controleplan

Over dit controleplan

Richtlijn voor het verwerken van cellenbeton- en gipsblokken

CONTROLEPLAN gipsblokken gelijmd. Over dit controleplan

CONTROLEPLAN Voegvulling met kit. Over dit controleplan

CONTROLEPLAN prefab betonvloeren. Over dit controleplan

CONTROLEPLAN Gipsblokken gelijmd. Over dit controleplan

CONTROLEPLAN Metal stud wanden. Over dit controleplan

CONTROLEPLAN wandtegelwerk. Over dit controleplan

morteldekvloeren op isolatie

CONTROLEPLAN Vloertegelwerk. Over dit controleplan

CONTROLEPLAN Voegwerk. Over dit controleplan

CONTROLEPLAN voegwerk. Over dit controleplan

CONTROLEPLAN vloertegelwerk. Over dit controleplan

Gipsplaatsystemen op de bouwplaats.

buitengevelisolatiesystemen

in het werk gestort beton

CONTROLEPLAN gasinstallaties. Over dit controleplan

CONTROLEPLAN vloersystemen. Over dit controleplan

gehechte morteldekvloeren

Verwerkingsvoorschrift voor het monteren en afwerken van naadloze akoestische plafonds

CONTROLEPLAN Natuursteen. Over dit controleplan

Prefab betonnen wandelementen

Als alles glad moet verlopen. Het nieuwe Brillux pleisterassortiment

CONTROLEPLAN Gasinstallaties. Over dit controleplan

Verwerkingsrichtlijn voor pasteuze kunsthars gebonden pleistersysteem, voor behang- en schilderklaar stukadoorswerk

CONTROLEPLAN sanitair. Over dit controleplan

CONTROLEPLAN Vloersystemen. Over dit controleplan

CONTROLEPLAN Prefab betonvloeren. Over dit controleplan

CONTROLEPLAN voegvulling met kit. Over dit controleplan

Voorbereiding wand en vloer. Wanden/vloer binnen:

Zelf stukadoren. Stukadoren De voorbereidingen De mortel aanbrengen Scheuren dichten Kwaliteitseisen

Verwerkingsrichtlijn voor het toepassen van een gekleurd, kunstharsgebonden pleistersysteem binnen (sier- en/of spuitpleister)

Handleiding verwerking BaseBeton

monolithisch afgewerkte betonvloeren

meerbladig isolerend glas

Egaliseren van minerale ondergronden binnen

CONTROLEPLAN Sanitair. Over dit controleplan

CONTROLEPLAN natuursteen. Over dit controleplan

Verwerkingsvoorschriften

Handleiding. Coprox hecht niet op! Rubber/siliconen/bitumen

prefab betonnen wandelementen

Technische informatie

Schilderwerk op steenachtige ondergrond

Gehechte morteldekvloeren

WILLCO Fassade Profil

CONTROLEPLAN prefab damwanden. Over dit controleplan

MultiGips MP 100 licht NL

Handleiding verwerking Beton Ciré Originale

Cementgebonden pleisters een compleet assortiment voor een perfect resultaat

Wand- en plafondafwerking Hoogwaardig multifunctioneel spuitpleistersysteem

Zelf sierpleisteren. Sierpleisteren De voorbereidingen De sierpleister aanbrengen Kwaliteitseisen Aanbevolen materiaal

Wand-, plafond- en gevelafwerking Sierpleistersystemen

Dilataties en aansluitingen

WILLCO Isolatiesystemen

Egaliseren van minerale ondergronden binnen

CONTROLEPLAN Panelenplafonds. Over dit controleplan

Praktische bewonersinformatie van Xella Prettig leven tussen YTONG wanden

KLUSWIJZER Wanden opknappen. Postadres: Postbus 7120, 4330 GC Middelburg Bezoekadres: Buitenruststraat 235, Middelburg.

VOEGMATERIALEN. Een compleet assortiment voor de vakkundige afwerking van wanden en plafonds met gipsplaten

CONTROLEPLAN lamellenplafonds. Over dit controleplan

Waterdichting. Pas weber.dry inject toe. Controleer op waterdoorslag naar bovenliggende verdieping of fundering.

Verwerkingsrichtlijn voor het aanbrengen van een gips- of kunstharsgebonden pleistersysteem op kalkzandsteen lijmelementen en blokken

Buitengevelisolatie systemen standaard detailboek

Calduran. dilataties en aansluitingen

S.A.M. Advies STRIKOLITH ADVIES MODULE

Wand- en plafondafwerking Multifunctioneel sierpleistersysteem

Wand-, plafond- en gevelafwerking Watergedragen muurverfsystemen

AK-VOEG MET PAPIERTAPE

Prefab houten dakelementen

Wand- en plafondafwerking 4934 Systeem met spuitpleisterafwerking

Beamix Vloervlak Egalisatie 770

MONTAGEHANDLEIDING. :metselwerk of beton

Wand-, plafond- en gevelafwerking 4941 Watergedragen muurverfsystemen

prefab houten dakelementen

Monolithisch afgewerkte betonvloeren

Leveringsprogramma. Buitengevel en gevelisolatie systemen.

Egaliseren van gipskarton- en gipsvezelplaten

In het werk gestort beton

Contopp Versneller 10 Compound 6

Productinformatieblad

Montagehandleiding voor wasbak Oblong en Cuboid Type: wandmontage voor een metselwerk- of betonmuur

CONTROLEPLAN panelenplafonds. Over dit controleplan

Calduran. dilataties en aansluitingen

kozijnen, ramen en deuren

Richtlijn voor het maken van een proef- of referentievlak voor stukadoorswerk binnen en buiten

Heradesign adhesive Verwerkingsvoorschriften

SCHILDEREN EN STUKADOREN VAN PARTICULIERE WONINGEN OUDER DAN 15 JAAR

Kalkzandsteen lijmwanden

Enkelvoudige felsplaatbekledingen

Transcriptie:

CONTROLEPLAN 40.00 stukadoorswerk www.controleplannen.nl Inhoud Over dit controleplan A Organisatie P2 B Techniek P6 C Inspectielijst P8 Pleisterwerk wordt zowel in de utiliteitsbouw als in de woningbouw, binnen en buiten toegepast. Voor stukadoorswerk buiten, in combinatie met gevelisolatie, zie het controleplan 40.50. Het aanbrengen van pleisterwerk kan binnen de organisatie van de aannemer aan meerdere bedrijven zijn uitbesteed. Zo kan de onderaannemer voor de binnenwanden, bijvoorbeeld gasbeton, de wanden compleet afgewerkt hebben aangenomen, dus inclusief de pleisterlaag. Het aanbrengen van structuurspuitwerk, met name op plafonds, kan door de andere (onder)aannemer worden verzorgd. Ook het echte stukadoorswerk, het aanbrengen van een raaplaag met blauwpleisterwerk, kan weer door een andere (onder)aannemer worden verzorgd. Deze bedrijven hebben gemeen dat ze vaak met dezelfde materialen werken, maar soms in verschillende fasen van de bouw. pagina 1-8

A Organisatie Inhoudsopgave CONTROLEPLAN STUKADOORSWERK 40.00 I. ONTWERP II. FINANCIËN III. REGELGEVING IV. ORGANISATIE V. PLANNING 1. Fase werktekeningen 1. Beoordeling meer- 1. Attesten en 1. Tekeningprocedures - Indicatieplanning architect en minderwerk voor certificaten vaststellen 2. Detailleringen uitvoering 2. Productomschrijving 2. Vaststellen 3. Afwerkstaten en verwerkingsadviezen proefmonsters 3. Advies voorbehandeling 3. Aanvullen V&G-plan 4. Eventuele beperking 4. NEN-bladen weersinvloeden 5. Garanties 5. Bespreken planning, routing 6. Steigerwerk I. Ontwerp INLEIDING - We kunnen ervan uitgaan dat het bestek en de bestektekeningen definitief zijn. Van de ontwerpfase kunnen we vaststellen dat architect en opdrachtgever meestal goed in staat zijn om de juiste keuzes te maken en daarbij een goede besteksomschrijving aanleveren. Soms is de keuze voor structuurspuitwerk op wanden, bijvoorbeeld bij scholen, beheersmatig niet de meest logische keuze. Reparaties van mechanisch aangebracht spuitwerk zijn nagenoeg niet onzichtbaar uit te voeren. 1. Fase werktekeningen architect: op de werktekeningen moet duidelijk worden aangegeven hoe de afwerking van wanden dient te geschieden. Dit kan ook door middel van een afwerkstaat, maar dat is niet in alle gevallen afdoende. Zeker als er meerdere afwerkingen moeten komen, bijvoorbeeld tegelwerk met daarboven pleisterwerk. De werktekeningen mogen niet afwijken van het bestek en de bestektekeningen. 2. Detailleringen: met name de aansluitingen van hoeken, kozijnen en de overgang van verschillende materialen dient in details tot uitdrukking te komen. De dikte van een pleisterlaag is bepalend voor de maatvoering van de ondergrond, bijvoorbeeld metselwerk. In natte ruimten dient een pleisterlaag op cementbasis te worden omschreven, gips trekt vocht aan en kan verzepen. 3. Afwerkstaten: de afwerkstaten dienen per ruimte aan te geven hoe wanden, vloeren en plafonds worden afgewerkt. Om misverstanden te voorkomen, zouden deze een vast onderdeel moeten zijn van het bestek en daarmee contractstuk. Mocht dit niet geregeld zijn, dan moet dit alsnog gebeuren tijdens de werktekeningenfase. Fig. 1 De dikte van een pleisterlaag is bepalend voor de maatvoering van de ondergrond, bijvoorbeeld kalkzandsteen pagina 2-8

II. Financiën INLEIDING - Voor dit onderdeel kennen we, behoudens de normale termijnbetalingen, nauwelijks verrekeningen in de zin van meer- en minderwerk. Toch is het voor de bouwbegeleider zinvol om de afwerkstaat nog eens goed na te lopen. Het is denkbaar dat wanden worden afgewerkt met een structuurspuitwerk en dat onvoldoende is nagedacht over de kwetsbaarheid hiervan. Dit machinaal aangebrachte product is zeer moeilijk handmatig te repareren. Wellicht is er tijd om alternatieven te bespreken, zoals kwartsverf of glasvezelbehang. Soms worden achteraf ook nog hoekbeschermingsprofielen aangebracht die tot meerwerk leiden. 1. Beoordeling meer- en minderwerk voor uitvoering. Door opdrachtgevers/kopers kunnen er eisen worden gesteld aan het pleisterwerk, dus meer- of minderwerk. III. Regelgeving INLEIDING - Bij dit onderdeel komt ook regelgeving aan de orde. De regelgeving is ook van invloed op de uiteindelijke uitvoering en op de planning. Men dient hiermee dus rekening te houden. 1. Attest en en certificaten: er dienen attesten aanwezig te zijn van de materialen die worden toegepast. Het attest garandeert niet de kwaliteit van het eindproduct. Er dient ook gezorgd te worden voor een certificaat van het eindproduct. 2. Productomschrijving en verwerkingsadviezen: bij het geleverde product dient een goede productomschrijving te staan zodat duidelijk is waarmee men werkt. Ook moeten er duidelijke verwerkingsadviezen op staan zodat men precies weet hoe het product aangebracht moet worden. 3. Aanvullen V&G-plan: als er sprake is van een onderaannemer die het pleisterwerk gaat uitvoeren, dan kan het voorkomen dat het V&G-plan uitvoering van de aannemer een aanvulling nodig heeft. De aannemer kan hiervoor een onderlegger beschikbaar stellen. 4. NEN-bladen: voor het controleplan pleisterwerk zijn ook de desbetreffende NEN-normen van toepassing. Zie hiervoor het bestek. 5. Garanties: bij het vooraf verstrekken van garanties kan het bijvoorbeeld wenselijk zijn om de vorstbestendigheid te laten aantonen d.m.v. het uitvoeren van een vriesproef. IV. Organisatie INLEIDING - Er moet bij een relatief klein onderdeel, zoals pleisterwerk, al veel geregeld worden. Het is de bedoeling dat de aandachtspunten goed georganiseerd worden en op elkaar worden afgestemd. 1. Tekeningprocedures vaststellen: de tekeningenstroom dient te worden vastgelegd door middel van een tekeningenroulatieschema (TRS): hierin dient te worden vastgelegd wie welke tekeningen produceert, wie controleert en hoeveel tijd daarvoor beschikbaar is, hoe wordt omgegaan met de diverse opmerkingen op de concepttekeningen, wie tekeningen definitief maakt en hoe de distributie op de bouwplaats verloopt. De bouwbegeleider regelt dat het TRS wordt opgesteld en bewaakt deze via werkbesprekingen. 2. Vaststellen proefmonsters: laat zo vroeg mogelijk proefmonsters aanvoeren om de juiste keuze door de architect of opdrachtgever te laten vaststellen. Dit heeft vooral betrekking op de te kiezen structuren, grof of fijn. In deze fase dient tevens per situatie te worden vastgesteld waar hoekbeschermers moeten worden toegepast. 3. Advies voorbehandeling: de ondergrond en de verschillende omstandigheden zijn van invloed op de keuze voor de benodigde voorbehandeling. 4. Eventuele beperking weersinvloeden: er dient gesproken te worden over de klimatologische omstandigheden tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden en de omstandigheden waarin de materialen worden opgeslagen. Met name in de wintermaanden is het aanbrengen van spuitpleister kwetsbaar en zal er mogelijk verwarmd pagina 3-8

moeten worden. 5. Bespreken planning, routing: er dient een planning te worden opgesteld waarin de verschillende onderdelen van het pleisterwerk op elkaar zijn afgestemd en ook eventueel steigerwerk is meegenomen. Daarnaast dient men rekening te houden met de verschillende disciplines, zoals de reparatie van betonwanden, reparatie van binnenwanden en het aanbrengen van spuitpleister. 6. Steigerwerk: bij hoge wanden zal een steiger moeten worden opgebouwd. Dit heeft vaak een grote impact op de toegankelijkheid van verdiepingen voor de andere bouwvakkers. Dit zal onderkend moeten worden in de planning en de routing. V. Indicatieplanning Het bijgevoegde planningsformulier is als voorbeeld ingevuld. Het geeft een indruk hoe het proces in tijd kan verlopen. De bouwbegeleider zal voor zichzelf vooraf een inschatting dienen te maken of het beeld voor zijn project overeenkomt met het voorbeeld. Zo niet, dan kan hij de planning aanpassen. Nr. Activiteit (in aantal weken) 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 1. Bestek en bestektekeningen 2. Werktekeningen 3. Detaillering 4. Vaststellen bemonstering 5. Startbespreking 6. Start reparaties 7. Start affilmen wanden 8. Start aanbrengen structuurspuitwerk pagina 4-8

B Techniek CONTROLEPLAN STUKADOORSWERK 40.00 Inhoudsopgave AANDACHTSPUNTEN 1. Raaplaag en blauwpleister op metselwerk 2. Reparatielaag op diverse ondergronden 3. Filmlaag op glad metselwerk en beton 4. Filmlaag op binnenwanden van gasbeton en gipsblokken 5. Structuurspuitwerk 6. Reparaties 7. Voorbehandelingen 8. Krimpnaden 9. Beschermen tegen weersinvloeden 10. Opslaan van materialen 11. Schoonmaken ondergrond 12. Proeflaag aanbrengen 13. Uitwendige hoeken 14. Eindcontrole Aandachtspunten INLEIDING - Pleisterwerk is als ondergrond bepalend voor het eindresultaat. Dit kan behang zijn, maar ook de korrel van het structuurspuitwerk. Elke oneffenheid in de pleisterlaag vindt men terug in deze eindafwerkingen. Daarom is een separate en gestructureerde controle van de pleisterlagen een goede zaak. Men dient zich echter te realiseren dat strijklicht een storend effect heeft op de gladheid, terwijl de afwerking toch voldoet aan de eisen. Dit is niet te vermijden. Hieronder volgen voor de diverse pleisterlagen een aantal aandachtspunten. 1. Raaplaag en blauwpl eister op metselwerk: bedoeld wordt hier een ruwe ondergrond, bijvoorbeeld vuil metselwerk. Voor een goede hechting dient de ondergrond minimaal 24 uur van tevoren te worden behandeld met een hechtlaag. De minimale dikte van de raaplaag is 8 tot 10 mm. Voor mengsels zie STABU-standaard, de bijlagen van hoofdstuk 40. De afwerking van de raaplaag kan, indien er geen wandtegels worden toegepast, blauwpleister zijn. Dit is een mengsel van gips en kalk en moet worden aangebracht voordat de raaplaag geheel is uitgehard. Overgangen van verschillende ondergronden moeten altijd worden gedilateerd door middel van profielen. Bij aansluitingen op bijvoorbeeld kozijnen dienen de naden te worden afgetimmerd of dient een stucstopprofiel te worden toegepast. Bij sterk drogend weer dienen als nabehandeling de wanden te worden natgemaakt. Steeds belangrijker wordt het om de stuclagen af te werken tot op de afgewerkte vloer. Veel woningen worden zonder plinten opgeleverd en dan is een strakke afwerking noodzakelijk. 2. Reparatielaag op diverse ondergronden: er wordt veel gebruik gemaakt van kant en klare gips-/kalkmortels om lagen aan te brengen tussen de 2 en 10 mm. Het gaat hier om het uitvlakken van wanden. Belangrijk is dat deze mengsels juist worden verwerkt, conform hun specifieke verwerkingsvoorschriften. Voorkomen moet worden dat met name gipsmortel zodanig wordt doorgestreken dat na droging een soort poederlaag ontstaat. Dit geeft hechtingsproblemen bij bewerkingen zoals schilderwerk. 3. Filmlaag op glad metselwerk en beton: met name kalkzandsteen lijmwanden zijn van zichzelf al vlak en behoeven geen raaplaag. Ook betonnen wanden kunnen geheel of gedeeltelijk worden afgewerkt, afhankelijk van de kwaliteit van deze wanden. Bij een goede uitvoering kan worden volstaan met een dunne pleisterlaag, de zogenaamde filmlaag. De eindafwerking is bepalend voor de mate van afwerking van de filmlaag. Als een wand gesausd wordt gelden er strengere eisen met betrekking tot de gladheid en dichtheid van deze laag dan bijvoorbeeld een bij afwerking met behang. Voor eisen aan de afwerking moet het bestek verwijzen naar STABUstandaard hoofdstuk 40 bijlage A. Voor de mortelsamenstellingen wordt verwezen naar STABU-standaard hoofdstuk 40 bijlage B. 4. Filml aag op binnenwanden van gasbeton en gipsblokken: deze ondergrond dient van zichzelf vlak te zijn. De eventuele sleuven van elektraleidingen dienen gerepareerd te zijn en dit geldt ook voor de afwerking van verticale en horizontale hoeken. Op plaatsen waar krimpnaden te verwachten zijn, moet de ondergrond worden ingesneden en voorzien van een gaas. Ook bij overgangen van verschillende ondergronden dient gaas te worden toegepast. In verband met de kwetsbaarheid dienen op de uitwendige hoeken metalen profielen te pagina 5-8

worden toegepast. De keuze van de juiste profielen is belangrijk, de filmlaag is ca. 1 mm dik. 5. Structuurspuitwerk: we bedoelen hier het in de woningbouw veel toegepaste mechanisch aangebrachte spuitwerk met een korrelstructuur. Feitelijk een afwerking van het pleisterwerk, maar omdat het als één handeling wordt aangebracht, is dit als aandachtspunt meegenomen. De eerste laag, de meslaag, wordt aangebracht om de ondergrond volledig glad af te werken. Naden van prefab-vloerelementen mogen niet worden dichtgewerkt, dit geeft op de langere termijn krimpscheuren. Er mogen geen gaten meer zichtbaar zijn nadat de meslaag is aangebracht. Elke oneffenheid die in deze laag nog zichtbaar is, vindt men terug nadat de korrellaag is aangebracht. De meslaag moet voldoende opgedroogd zijn voordat de laatste laag wordt aangebracht. De ruimte moet goed geventileerd kunnen worden. Als het oppervlak niet meer glimt, is deze droog genoeg. Met name in de winter geeft dit nog de nodige problemen, er moet vaak worden verwarmd om voldoende snelle droging te krijgen. Omdat het aanbrengen mechanisch geschiedt, moeten kwetsbare delen worden afgeplakt met papier of folie. Denk hierbij aan aluminium, glas, kozijnen enz. Na het aanbrengen van de laatste korrellaag moet het papier worden verwijderd en dient een laatste afwerking plaats te vinden. Denk hierbij aan het afsteken van overtollige spatten op betonwanden. 6. Reparaties: reparaties voor de filmlagen en de meslagen moeten altijd iets terugliggend worden uitgevoerd. Met name in trappenhuizen waar overgangen van wand-vloer en wand zichtbaar zijn is dit belangrijk, om te vermijden dat deze overgangen zich later aftekenen. Bij reparaties waar de mortel is uitgezakt, dient e.e.a. te worden weggehakt, zodat de filmlaag deze reparatie netjes afdekt. 7. Voorbehandelingen: sterk zuigende ondergronden moeten worden voorbehandeld met een voorstrijkmiddel. Het doel hiervan is om te voorkomen dat de op te brengen laag door de zuiging ontmengt en daardoor geen voldoende hechting meer heeft. In natte ruimten kan een waterafstotende voorstrijklaag nodig zijn, bijvoorbeeld bij metalstud wanden. 8. Krimpnaden: als eerste moet worden vastgesteld wat men verstaat onder een krimpnaad en wat men verstaat onder een dilatatie. Krimpnaden kunnen worden voorzien van een gaas, dilataties mogen nooit worden afgewerkt met een gaas. Deze moeten worden afgewerkt door middel van een stucstopprofiel, enkel of dubbel. Een mooi voorbeeld is de aansluiting van binnenwanden op plafonds. Hier is sprake van een krimpnaad. Er kan een gaas worden aangebracht over de aan- sluiting van wand en plafondaansluiting, bijvoor- beeld PUR. Het gaas mag niet worden doorge- plakt op het plafond, we willen juist de naad zien als een strakke lijn, precies tussen wand en plafond. Een overgang tussen bijvoorbeeld metalstudwanden op betonwanden moet men behandelen als een dilatatie en afwerken met stucstopprofielen. 9. Beschermen tegen weersinvloeden: raaplagen moet men beschermen tegen een te snelle uitdroging, ter voorkoming van krimpscheuren. Voor het overige is vooral de temperatuur belangrijk. Onder de 5 C mag met de meeste mortels niet meer gewerkt worden. Hiermee is ook aangegeven dat de opslag van de materialen moet voldoen aan de eisen zoals deze in de verwerkingsvoorschriften zijn vermeld. 10. Opslaan van materialen: de materialen die worden gebruikt dienen in originele verpakking, op een koele, droge, vorstvrije en veilige plaats te worden opgeslagen. 11. Schoonmaken ondergrond: de muren en plafonds dienen eerst schoon, stofvrij en vrij van lijmresten te worden gemaakt. Fig. 2 Uitwendige hoeken zijn per definitie kwetsbaar en moeten worden beschermd, bijvoorbeeld door het aanbrengen van metalen hoekprofielen pagina 6-8

12. Proeflaag aanbrengen: er dient een proeflaag op een proefmuur te worden aangebracht om te kijken of de hechting voldoet en of de gekozen mortel/spuitlaag voldoet aan alle gestelde eisen. 13. Uitwendige hoeken: deze hoeken zijn per definitie kwetsbaar en moeten worden beschermd. Dit kan door middel van een houten koplat op korte wanden, bijvoorbeeld in keukens, maar dit kan ook door het aanbrengen van metalen hoekprofielen door de stukadoor. Vooraf dient bepaald te worden hoe de uitwendige hoeken worden beschermd. 14. Eindcontrole: voordat een eindafwerking wordt aangebracht, dient de ondergrond, de pleisterlaag, gecontroleerd te worden. Niet alleen een esthetische beoordeling is nodig, ook moet gecontroleerd worden of de pleisterlaag voldoende hechting geeft voor de eindafwerking. Men kan gebruik maken van een speciale tape die men op het oppervlak plakt. Als de tape wordt losgetrokken, mogen er geen resten van de pleisterlaag mee komen. Handige internetsites: www.esa-stukadoor.nl: website van Erkende Stukadoors en Afbouwbedrijven. pagina 7-8

C Inspectielijst CONTROLEPLAN STUKADOORSWERK 40.00 Project: Locatie: Opzichter: Inspectiedatum: Nr. Activiteit Akkoord Niet akkoord N.v.t. A. Administratief 1. Afwerkstaten aanwezig 2. In natte ruimten geen gips omschreven als afwerklaag B. Voorbereiding 3. Doorspreken maattoleranties op basis van bestek 4. Eventueel alternatief bij spuitwerk op wanden 5. Bemonstering diverse fabrikaten en attesten (hoekprofielen) 6. Vochtmetingen voor de start van de uitvoering 7. Maatregelen bij extreme temperaturen 8. Afspraken maken over afwerking krimp- en dilatatienaden 9. Planning en routing vaststellen C. Uitvoering 10. Controle aanbrengen voorstrijk lagen 11. Controle afwerking tot op de vloer 12. Controle op vlakheid, te lood werken, dichtheid en hechting 13. Voldoende bescherming tegen weersinvloeden (tocht, regenwater, vorst) 14. Materialen vorstvrij opgeslagen 15. Keuring ondergrond voor het aanbrengen van eindafwerking 16. Insnijden van krimp- en dilatatienaden D. Nacontrole 17. Ten behoeve van verflagen hechtingsproef uitvoeren Eventuele opmerkingen: pagina 8-8