Longembolie. Longgeneeskunde

Vergelijkbare documenten
Longembolie. Albert Schweitzer ziekenhuis december 2014 pavo 1117

Een longembolie. Neem altijd uw verzekeringsgegevens en identiteitsbewijs mee!

U bent opgenomen in het ziekenhuis met een longembolie. In deze folder krijgt u meer informatie over een longembolie.

Longontsteking Behandeling via het zorgpad

Trombosebeen en/of longembolie. Behandeling en begeleiding op de Trombosepolikliniek

Patiënteninformatie. Longembolie

Longontsteking. Behandeling via het zorgpad. Naar het ziekenhuis? Lees eerst de informatie op

longembolie patiënteninformatie

Longembolie Onderzoek en behandeling.

Longembolie Onderzoek en behandeling.

p a t i ë n t e n i n f o r m a t i e 2

Trombose en Longembolie

Trombosebeen. Dagbehandeling interne geneeskunde Polikliniek dermatologie/flebologie. mca.nl

Wat is een trombosebeen? Oorzaken Behandeling

Diep veneuze trombose

Waarom in de Trombosedienst? Wat doet de Trombosedienst?

Longontsteking. Pneumonie

Longgeneeskunde. Pneumonie.

Diep veneuze trombose

Diep Veneuze Trombose Informatie over de aandoening en de behandeling

verpleegafdeling Longgeneeskunde

Trombosebeen. (of diep veneuze trombose)

Wat is trombose Trombose Embolie

verpleegafdeling Longgeneeskunde aanvullende informatie voor astmapatiënten

Nierbekkenplastiek. Kijkoperatie

elektrische cardioversie (ECV)

Wat u moet weten bij het toedienen van antistolling thuis

Trombosedienst Inleiding Hoe u bij de trombosedienst terecht komt Wat de trombosedienst voor u doet Het kiezen van een prikpost

Behandeling met Medacinase

Algemeen Gebruik van Bloedverdunners Sintrom Mitis, marcoumar en acenocoumarol

Adviezen voor na uw ontslag

COPD. Uw opname van dag tot dag. Uw Opname

Hypogastricus blokkade Behandeling van pijn bij kanker bij het Pijnbehandelcentrum

Trombose en Antistolling

SPOEDEISENDE HULP / INTERNE GENEESKUNDE / DERMATOLOGIE. Trombosebeen

Veelgestelde vragen 01/2015

Diep veneuze trombose

Inleiding. Een nierbiopsie. Voorbereidingen

Het verwijderen van schroeven, platen of pennen uit botten

Operatie aan de liesslagader Liesdesobstructie

COPD. en uw opname in het ziekenhuis van dag tot dag. Samen werken aan uw herstel. Uw Opname. Opname via de spoedeisende hulp of polikliniek

Diep veneuze trombose

OPNAME IN EEN ASTMA ZORGPAD FRANCISCUS VLIETLAND

Intercostaal blokkade met alcohol 96% Behandeling van pijn bij kanker bij het Pijnbehandelcentrum

Ook heeft u een gesprek met de anesthesioloog. De anesthesioloog beoordeelt of u de operatie lichamelijk aankunt.

Nazorg behandeling van een slagader

Tocilizumab (RoActemra ) Voorgeschreven door de reumatoloog

Een trombosebeen, trombose-arm of longembolie

Levothyroxine. Schildklierhormoon in tabletvorm

Het verwijderen van schroeven, platen of pennen uit botten

Levothyroxine Schildklierhormoon in tabletvorm

Antistolling (NOAC) bij atriumfibrilleren

Patiënteninformatie. Trombose en antistollingsmedicijnen. Klinisch Chemisch en Hematologisch Laboratorium. Trombosedienst Slingeland Ziekenhuis

Gedeeltelijke verwijdering van een nier

U bent opgenomen op de afdeling longgeneeskunde. De reden is een verergering van uw COPD, ook wel exacerbatie COPD of longaanval genoemd.

COPD. Uw opname van dag tot dag. Uw Opname

Poliklinische behandeling van een trombosebeen

Nazorg behandeling van een slagader Dotterbehandeling Stentplaatsing

Pleurapunctie. Naar het ziekenhuis? Lees eerst de informatie op

Trombosebeen of trombosearm

Diep veneuze trombose

Informatie over diagnose, behandeling en gevolgen van een trombosebeen

COPD: uw opname van dag tot dag

Een trombosebeen, trombose-arm of longembolie

Prednison Voorgeschreven door de reumatoloog

Elektrische cardioversie (ECV)

Longverpleegkundige. Longgeneeskunde

Prednison (corticosteroïden) Voorgeschreven door de reumatoloog

Leefregels na een TAVI (ingreep via de lies)

Liesbreukoperatie. bij volwassenen

Behandeling met urokinase

Prostaatoperatie via de buik

Het gebruik van tamoxifen. Bij retroperitoneale fibrose

Chirurgie Plastische Chirurgie Urologie Ontslag en Nazorg

Echo-bronchoscopie EBUS

Verwijdering van een nier

Behandeling van ijzertekort

Met ontslag van afdeling A2. Maag/Darm/Leverziekten

Verwijderen van een nier via een kijkoperatie. Laparoscopische operatie

Behandeling met urokinase

Trombolyse. Toedienen van een stolseloplossend medicijn bij een herseninfarct. Naar het ziekenhuis? Lees eerst de informatie op

Mogelijke oorzaken Wat zijn de klachten? De operatie

Informatiefolder over trombose/longembolie en Eliquis

Gebruik van antistolling tegen trombose

Gang van zaken 2 De doseringskalender 3 Hoe wordt het aantal antistollingstabletten vastgesteld? 3 Wanneer u verhinderd bent op de controledag 3

Neuromodulatie Ruggenmergstimulatie bij chronische pijn op het Pijnbehandelcentrum

Vaatpolikliniek. Gang van zaken

Informatiefolder Trombosedienst. Inleiding. Hoe u bij de trombosedienst terecht komt. Wat de trombosedienst voor u doet. Het kiezen van een prikpost

Het verwijderen van een nier

Abatacept (Orencia ) Voorgeschreven door de reumatoloog

Prostaatoperatie via de buik

Transcriptie:

Longembolie Longgeneeskunde

Inleiding U bent in het ziekenhuis opgenomen met een longembolie. In deze folder leest u meer over wat een longembolie is en hoe uw behandeling er uit ziet. Uw behandelend longarts is dr. Een longembolie Bij een longembolie zit er een bloedprop (stolsel) in één of meer bloedvaten (slagaders) van de long (zie figuur 2). Het stolsel ontstaat meestal in de bloedvaten van de benen of het bekken. Via de bloedbaan wordt het stolsel meegevoerd naar de longen. Bij een longembolie loopt er minder bloed naar delen van de long die achter de verstopping liggen. Daardoor kan het achterste deel van de long geen zuurstof opnemen en komt er minder zuurstof in het bloed terecht. Als de verstopping in de longslagader groot is, ontstaat er een tekort aan zuurstof. Daardoor krijgt u het benauwd. Figuur 1. Figuur 2. p a t i ë n t e n i n f o r m a t i e 2

Wanneer heeft u meer kans op een longembolie? U heeft meer kans op het ontstaan van een bloedprop door: Ouder worden Lange tijd stil zitten of lange tijd op bed liggen Verlamming Een operatie die u kortgeleden heeft ondergaan Een botbreuk Kanker Stollingsstoornissen in uw bloed Overgewicht Roken Zwangerschap en kraambed Het gebruik van de anticonceptiepil Welke klachten kunt u hebben? Een longembolie kan verschillende klachten geven: Een benauwd gevoel Pijn op de borst bij het ademen Hoesten, soms zit daar bloed bij Versnelde ademhaling Verhoogde hartslag Zweten Licht in het hoofd Uw behandeling Gesprek met de arts De afdelingsarts heeft met u besproken wat de (vermoedelijke) oorzaak van uw longembolie is en hoe u behandeld gaat worden. U krijgt bloedverdunners toegediend om te voorkomen dat het bloedstolsel groter wordt en dat er geen nieuwe bloedstolsels ontstaan. Uw lichaam zorgt er zelf voor dat het bestaande bloed-stolsel wordt opgeruimd. We proberen u zo goed mogelijk te laten herstellen van uw longembolie zodat u na twee of na vijf dagen weer naar huis kunt gaan. Uw behandeling leggen we vast volgens het zogeheten zorgpad longembolie. Wat is het zorgpad longembolie? In het zorgpad longembolie maken de artsen en alle andere zorgverleners, waar u mee te maken krijgt, samen een behandel-plan voor u. Hierin beschrijven we per dag hoe uw behandeling eruit ziet. p a t i ë n t e n i n f o r m a t i e 3

Op werkdagen komt een arts bij u langs om te kijken hoe het met u gaat. Hij bespreekt dan uw behandeling met u. Toedienen van de bloedverdunners U krijgt de bloedverdunners op verschillende manieren toegediend. Bloedverdunners via injecties Direct nadat de longembolie is vastgesteld, start u met antistolling in de vorm van een injectie. Deze antistolling werkt direct. De injecties worden één keer per dag op een vaste tijd voorgeschreven. U krijgt deze injecties zolang als het nodig is. (Zie ook het kopje Injecties thuis.) Bloedverdunners in tabletvorm U krijgt daarbij meestal ook bloedverdunners in tabletvorm. Het duurt wat langer voordat deze goed werken. Dit wordt gemeten door in uw bloed de INR te bepalen. Met de INR wordt gemeten hoe dik of dun uw bloed is. Als uw bloed dun genoeg is kunnen de injecties stoppen. De tabletten moet u minimaal zes maanden gebruiken, soms langer. Dit bepaalt uw arts. Hoog en laag risico Het risico op het groter worden van het bestaande bloedstolsel of het ontstaan van nieuwe bloedstolsels is niet voor iedereen gelijk. Dit is bijvoorbeeld afhankelijk van uw leeftijd, hoe ziek u was tijdens de opname, of u extra zuurstof nodig heeft etc. Soms extra zuurstof nodig Iedere dag meten we bij u uw bloeddruk, pols, temperatuur en zuurstofgehalte in het bloed. Als het zuurstofgehalte in uw bloed te laag is, kan de arts u tijdelijk extra zuurstof voorschrijven. Naar huis Tijdens de opname bespreekt de verpleegkundige met u of u thuis extra zorg nodig heeft. Mogelijk kunnen uw familieleden of naasten u helpen. Als dat niet mogelijk is wordt er samen met u naar een oplossing gezocht. Trombosedienst Na ontslag uit het ziekenhuis neemt de trombosedienst het doseren van de bloed verdunnende tabletten over. Tijdens de opname wordt u bij de Trombosedienst aangemeld. Er volgt dan ook een gesprek met de trombosedienst over hun werkwijze en het verdere vervolg. De arts van de Trombosedienst bepaalt hoeveel tabletjes u moet gebruiken en of en wanneer u mag stoppen met de injecties. Injecties thuis U leert tijdens de ziekenhuisopname, als het nodig is, hoe u zichzelf de injecties geeft. Mocht dit niet lukken, dan kan de verpleegkundige een familielid leren hoe te injecteren of de verpleegkundige van de thuiszorg vragen dit voor u te doen. p a t i ë n t e n i n f o r m a t i e 4

Voor thuiszorg betaalt u een eigen bijdrage. Deze is afhankelijk van uw inkomen en een deel van uw vermogen. De injecties kunnen worden gestopt als de bloedverdunning via tabletten goed is ingesteld. Het stoppen gaat altijd in overleg. Uw specialist of arts van de Trombosedienst bepalen wanneer u mag stoppen. Adviezen voor thuis Nadat u met de bloedverdunners bent gestart, zullen uw klachten vrij snel afnemen. Wij adviseren u om uw dagelijkse activiteiten weer langzaam aan op te bouwen. Daarbij is het belangrijk dat u luistert naar uw lichaam, dat geeft aan wat wel en wat niet kan. Leefregels Het is belangrijk dat u de tabletten inneemt zoals de trombosedienst dat voorschrijft. Wanneer u vergeten bent de tabletten in te nemen, neemt u dan contact op met de trombosedienst. Andere medicijnen kunnen invloed hebben op de werking van de antistolling tabletten. Neemt u daarom geen andere medicijnen in zonder overleg met uw specialist of de Trombose-dienst. Geef wijzigingen altijd door. Door het gebruik van antistolling tabletten kunt u makkelijker blauwe plekken of bloedneuzen krijgen. Wondjes kunnen ook langer doorbloeden. Waarschuw uw huisarts en de trombosedienst als er bloed in de urine zit, uw ontlasting gitzwart is geworden of als u een bloedneus heeft die maar niet wil stoppen. Als u ziek wordt, meldt dit dan bij de trombosedienst. Het ziek zijn kan invloed hebben op werking van de bloedverdunnende tabletten. Als u een tand of kies moet laten trekken of een operatie moet ondergaan, meldt dan dat u bloedverdunnende tabletten gebruikt. Meldt de ingreep ook bij de trombosedienst. De trombosedienst kan rekening houden met uw vakantie. Geef even door wanneer u op vakantie gaat. Als u zwanger bent, moet u dit direct doorgeven aan de trombosedienst, de medicijnen moeten dan worden aangepast. Vermijd blessuregevoelige sporten en contactsporten om bloedingen te voorkomen. Roken zorgt ervoor dat het bloed sneller stolt. Als u rookt adviseren wij u te stoppen. Uw huisarts kan u hierin begeleiden. Als u een anticonceptiepil gebruikt, dan kunt u deze tijdens de behandeling met bloedverdunners het beste doorgebruiken. Als u mag stoppen met de bloedverdunners, kunt u met uw huisarts, internist of longarts bespreken welke andere vorm van anticonceptie u kunt gaan gebruiken. p a t i ë n t e n i n f o r m a t i e 5

Controle bij de specialist U krijgt een afspraak mee voor controle bij de specialist op de polikliniek. Tot slot Als u na het lezen van deze folder nog vragen heeft, dan kunt u deze stellen aan de verpleegkundige of arts. Als u thuis nog vragen heeft, bel dan gerust naar de polikliniek. De gegevens vindt u op de achterzijde van de folder. p a t i ë n t e n i n f o r m a t i e 6

Bij het samenstellen van de folder is dankbaar gebruik gemaakt van het informatiemateriaal van het Albert Schweitzer Ziekenhuis. Longgeneeskunde Meldpunt West 06 Informatienummer 088-4595317 Maandag van 15.00 tot 16.00 uur Woensdag en vrijdag van 09.00 tot 10.00 uur Afsprakennummer 088-459 7796 Email: longverpleegkundigen@orbisconcern.nl Internet www.zuyderland.nl 1070 12-2015