J.L. Williams 1
Ras Specifieke Instructie EISEN VOOR ALLE HONDEN Van exterieurkeurmeesters wordt verwacht dat zij aandacht besteden aan onderstaande problemen die in alle rassen kunnen voorkomen. Honden die deze problemen in meer of mindere mate vertonen dienen bij voorkeur met een GOED beoordeeld te worden en kunnen in elk geval nooit meer dan de kwalificatie Zeer Goed krijgen. Zij mogen zeker nooit voor een Kampioenschaps-prijs in aanmerking komen. DISHARMONIE IN CONSTRUCTIE ADEMHALING GEBIT OGEN TE LOSSE HUID OVERVLOEDIGE BEHARING EN UITERLIJKE VERZORGING VOORBRENGEN VAN DE HOND OVERGEWICHT TEMPERAMENT EN GEDRAG J.L.Williams 2
Engelse Bulldog Ras Specifieke Instructie De buitengewone bouw van dit ras, met bv. de verkorte voorsnuit en onderontwikkelde neusrug, veroorzaakt, indien overdreven, ernstige gezondheidsproblemen. Problemen die regelmatig in dit ras voorkomen: Ademhalingsproblemen; Ontsteking van de huid van de voorsnuit (zware neusrimpels) en rond de staart. De rasstandaard benadrukt zeer duidelijk ongehinderde ademhaling en gezond gangwerk, en deze punten verdienen bijzondere aandacht. J.L.Williams 3
Algemene Verschijning Gladharige, tamelijk dikke vacht, vrij laag op de benen, breed, krachtig en compact. Hoofd tamelijk groot in verhouding tot de grootte van de hond, maar geen onderdeel mag zozeer overheersen dat het de algehele symmetrie afbreuk doet of de hond misvormd doet lijken, of zijn beweegkracht belemmert. Het gezicht relatief kort, snuit breed, stomp en licht naar boven oplopend, alhoewel niet te overdreven. Honden die ademhalingsproblemen vertonen zijn zeer ongewenst. Lichaam tamelijk kort, goed in elkaar zittend, ledematen fors, goed gespierd en harde conditie, geen neiging naar zwaarlijvigheid. Achterhand hoog en sterk. Teven niet zo massief of zwaar ontwikkeld als reuen Typische teef Typische teef Typische reu Typische reu J.L.Williams 4
Algemene Verschijning 1 Brede schedel 2 Rozeoor 3 Grote, brede zwarte neus met open neusgaten 4 Fijn gerimpeld 5 Brede onderkaak ondervoorbijtend met goede turn up (boog) 6 Dubbele wammen 7 Brede schouders 8 Rechte benen 9 Gebogen vorm schouder opperarm 10 Diepe, ronde brisket 11 Achterhand lichter en smaller dan de voorhand (peervorm) 12 Ronde compacte voeten (voor iets uitdraaiend) aaneengesloten tenen J.L.Williams 5
GEDRAG EN TEMPERAMENT: De hond moet de indruk geven van vastberadenheid, kracht en activiteit; Waakzaam, ondernemend, trouw aan de baas, betrouwbaar, moedig, onbevreesd voorkomen maar goedig van aard. J.L.Williams 6
HOOFD EN SCHEDEL (1): De schedel relatief groot in omtrek. Van voren gezien moet het hoog lijken van de hoek van de onderkaak tot het hoogste punt van de schedel,ook breed en vierkant. De wangen moeten goed rond zijn en zijdelings voorbij de ogen uitsteken. Van opzij gezien moet het hoofd zeer hoog en matig kort van rug zijn tot de punt van de neus. Het voorhoofd iets los en fijn gerimpeld noch bol noch overhangend voorzien van een duidelijke stop. Het gezicht van voren gezien moet van jukbeen tot de neus relatief kort zijn en de huid ervan iets gerimpeld. De snuit kort,breed en opwaarts gericht zijn en diep van de hoek van het oog naar de hoek van de mond. J.L.Williams 7
HOOFD EN SCHEDEL (2): Neus moet groot, breed en zwart zijn en onder geen voorwaarde leverkleurig, rood of bruin. Neusgaten moeten groot,breed en open zijn, nauwe neusgaten en een te zware neusrol zijn onaanvaardbaar en zouden zwaarder bestraft moeten worden. Gezien vanaf de voorkant moeten de verschillende proporties van het gezicht volkomen gelijk zijn aan elkaar zodat men een denkbeeldige lijn trekt van de top van de schedel naar de punt van de onderkaak. 1 Lay-back :rechte lijn van onderlip, neus en voorhoofd 2 Stop is diep met duidelijke groef tussen de ogen doorlopend tot de occiput 3 Neus groot, breed en zwart ; het neus vlak is niet verticaal maar helt iets naar achter 4 Roze oor 5 Donker oog, bijna zwart, toont geen wit wanneer de hond rechtvooruit kijkt, goed gepigmenteerde oogleden 6 Ronde wangen, steken onder de ogen zijdelings uit 7 Dikke hangende lippen; hangen over aan de zijkant van de onderkaak en sluiten aan bij de onderlip en bedekken de snijtanden 8 Gebogen onderkaak; turn-up 9 Tanden zijn niet te zien bij een gesloten mond 10 Wammen van de onderkaak tot de borst 4 5 3 2 6 7 8 10 1 9 J.L.Williams 8
HOOFD EN SCHEDEL: 1 Schedeldak breed en recht; oren aangezet op de hoeken van de schedel, ver uit elkaar en ver van de ogen. De binnen kant van de oren is van voren gezien zichtbaar 2 Diepe stop met groef 3 Denkbeeldige lijn door de 4 ooghoeken een rchte hoek vormend met de stop en rustend op het topje van de neus 4 Ronde wangen die iets voorbij de ogen uitsteken 5 Van voren gezien moet de schedel hoog overkomen; van de onderkaak tot de top van het schedel 6 Hoofd en voorsnuit voorzien van fijne rimpels 7 Dikke hangende lippen; hangen over aan de zijkant van de onderkaak en sluiten aan bij de onderlip en bedekken de snijtanden 8 Grote open neusgaten 9 Duidelijke lijn tussen neusvleugels 5 9 2 7 1 8 3 4 6 J.L.Williams 9
HOOFD EN SCHEDEL: Open neusgaten? Te weinig voorhoofd Fijn berimpeld? J.L.Williams 10
MOND: De bovenlippen moeten dik,breed en diep neerhangen. Zij moeten aan de zijkanten (niet van voren) geheel over de onderkaak reiken. Zij moeten van voren tot de onderlip komen en de tanden niet zichtbaar maken. De kaak moet breed, sterk en vierkant zijn, de onderkaak moet een beetje naar voren uitsteken en met een matige ombuiging. De brede vierkante kaak bevat zes kleine snijtandjes in een rechte rij tussen de ver uit elkaar staande hoektanden. Tanden mogen niet gezien worden als de mond gesloten is. Vanaf de voorkant gezien is de onderkaak direct onder de bovenkaak en parallel. J.L.Williams 11
OGEN: Van voren gezien, moeten de ogen laag in de schedel liggen, zover mogelijk van de oren af. De ogen en de stop moeten in een rechte lijn liggen, op welke de groef loodrecht staat. Zij moeten zover mogelijk van elkaar staan, maar de buitenste hoeken moeten wel binnen de contouren van de wangen liggen. Ronde ogen, matig groot, noch diep liggend, noch uitpuilend en in kleur zeer donker, bijna zwart, zij mogen geen wit tonen wanneer de hond recht vooruit kijkt en vrij zijn van duidelijke oog problemen. Nat, dicht geknepen oog Toont wit cherry eye J.L.Williams 12
OREN: De oren moeten hoog zijn aangezet dat wil zeggen dat de voorste binnenrand van elk oor moet (van voren gezien) de buitenste lijn van de schedel bij de hoek van die omtreklijn ontmoeten, zodat zij ver uit elkaar liggen en zo hoog en zover van de ogen als mogelijk. Zij moeten klein en dun zijn. Het "Roze oor" is juist, dat wil zeggen, het oor vouwt aan het achtergedeelte binnenwaarts, zodat een deel van het inwendige zichtbaar is. Button ear Dik stevig oor, te dicht bij elkaar Mooi Roze oor Mooi Roze oor J.L.Williams 13
HALS: De hals moet matig van lengte zijn, dik, diep en sterk. Van achteren goed gebogen Met losse, dikke, gerimpelde huid vanaf het strottenhoofd, die aan weerszijde lichte "wammen" vormen. J.L.Williams 14
VOORHAND: De schouders moeten breed, schuin en laag zijn, zeer sterk en gespierd en de indruk geven alsof zij aan het lichaam zijn aangehecht. De borstkas moet rond en diep zijn. De borstkas moet goed tussen de voorbenen (dus geen vlakke zijden hebben), de ribben moeten goed afgerond zijn. De voorbenen moeten zeer stevig en sterk wezen, goed ontwikkeld en ver uit elkaar geplaatst zijn, sterk, gespierd en recht zijn,de beenderen der benen moeten zwaar en recht zijn, geen kromme noch gebogen en iets korter in verhouding tot de achterbenen. De ellebogen moeten laag zijn en vrij van de ribben staan. De middenvoeten moeten kort, recht en sterk zijn. 1 Gewelfde ribben, goede borstkast - goede brisket 2 Goede aansluitende ellebogen 3 Brede schouders (Tacked on) 4 Bijna vierkant tussen de voorbenen, balans tussen de breedte van het front en de beenlengte 5 Gebogen silhouet 6 Rechte voorbenen 7 Dubbele wammen 8 Roze oor 9 Ronde wangen die zijdelings onder de ogen uitsteken 10 Sterke dikke hals, matig van lengte 11 Voorvoeten iets uitdraaiend, vrijwel rond, gesloten 12 Achter voeten rond compact en nauwer gesteld als voorvoeten peervormig lichaam 5 6 8 9 10 7 1 12 4 3 2 11 J.L.Williams 15
LICHAAM: Borstkas moet ruim, aan beide zijden rond, in het oog vallend en diep zijn. De rug kort, krachtig en breed bij de schouder. Een lichte daling in de rug, vlak achter de schouder (laagste punt), waarna de ruggengraat moet stijgen naar de lendenen (top moet hoger zijn dan de top van de schouders), waarna zij weer plotseling naar de staart de vorming van een lichte boog aanneem, een bijzonder kenmerk van het ras. Buik opgetrokken en niet hangend. Rug te recht; staart te hoog Staart te hoog Mooie rug en buik belijning J.L.Williams 16
Topline: J.L.Williams 17
ACHTERHAND: De achterbenen moeten groot en gespierd zijn, in verhouding iets langer dan de voorbenen. De benen lang en gespierd vanaf de lendenen tot aan de sprongen knieën zeer licht naar buiten gedraaid van het lichaam af. Hakken licht gebogen goed in verhouding J.L.Williams 18
VOETEN: De voorvoeten moeten recht zijn en iets naar buiten gedraaid, van middelmatige grootte en vrijwel rond, de achtervoeten rond en compact. De tenen aaneengesloten en stevig, duidelijk van elkaar gescheiden, waardoor de knokkels hoog staan. De achtervoeten rond en compact. J.L.Williams 19
STAART: De staart moet laag aangezet zijn, nogal uitsteken en vervolgens neerwaarts buigen. Hij moet rond zijn, glad en zonder franje of ruwe haren. De staart moet matig van lengte zijn, eerder kort dan lang, dik bij de wortel,taps toelopend naar een fijne punt. Hij moet benedenwaarts gedragen worden (geen bepaalde opwaartse krul aan het einde vertonende) en de hond mag hem niet boven zijn rugbelijning dragen. Ingegroeide of te strakke staarten zijn ongewenst J.L.Williams 20
GANGWERK: Het gangwerk is typerend: korte, snelle stappen op de toppen van zijn tenen, achtervoet nauwelijks opgeheven en die daarmee over de grond schijnt te scheren. Hij loopt met een van zijn schouders lichtelijk vooruit. Een vitaal gangwerk is van het grootste belang. J.L.Williams 21
VACHT: De beharing moet fijn van samenstelling zijn, kort, dicht en glad (slechts hard omdat zij kort en dicht is, doch niet ruw) J.L.Williams 22
KLEUR: De kleur moet eenkleurig zijn of eenkleurig met een zwart masker of een zwarte snuit. De kleur moet glanzen en in haar soort zuiver zijn, n.l.: gestroomd, rood met zijn verschillende variëteiten. Leverkleurig, zwart en zwart met rood "black and tan" zijn zeer ongewenst. J.L.Williams 23
GEWICHT: Het gewicht van een reu: 25 KG (55 Lbs.); een teef 23 KG (50 Lbs.) J.L.Williams 24
FOUTEN: Elke afwijking van genoemde punten moeten beschouwd worden als een fout en de ernst waarmee de fout moet worden beschouwd moet in de juiste verhoudingen tot de mate en het effect ervan op de gezondheid en het welzijn van de hond worden beoordeeld. Keurmeesters zijn strikt vereist akkoord te zijn met deze standaard en dienen de navolgende fouten in hun oordeel in overweging te nemen: ELIMINERENDE FOUTEN: * Agressie of overdreven schrik * Ademhaling problemen * Ingegroeide staart Elke hond die duidelijk een fysiek of gedragsafwijking vertoont, dient te worden gediskwalificeerd. J.L.Williams 25
Algemene Verschijning Te laag gesteld Te laag gesteld Veel rimpels Te weinig bone Verhouding hoofd/schedel incorrect J.L.Williams 26