Opleidings- en examenplan Naam opleiding: Recreatiedieren (ondernemer/manager recreatiedieren) niveau 4 Crebonummer: 97730 Cohort: 2015-2016 (studiejaar afronding opleiding 2017-2018) Het beroepsbeeld De dierenhouder is als ondernemer of bedrijfsleider werkzaam in de dierenhouderij op een bedrijf waar recreatiedieren dieren gehouden worden. In deze bedrijven worden dieren meestal niet gebruikt voor productie, maar is er sprake van een dienst. Veel van deze bedrijven hebben niet alleen een recreatieve functie, maar ook een educatieve, sociaal-culturele en/of therapeutische functie. Binnen deze sector bestaan diverse bedrijfstypen, afhankelijk van diersoort en functie, zoals dierenasiels, kinderboerderijen, kennels, dierenpensions en dierenparken. De beroepspraktijk van jou als dierenhouder is afhankelijk van het gehanteerde bedrijfssysteem. Je verzorgt de bedrijfsvoering van de dierenhouderij, als beginnend beroepsbeoefenaar in overleg. Dit betreft het plannen, organiseren en evalueren van de bedrijfsprocessen en het onderling afstemmen daarvan. Je onderhoudt contacten met leveranciers en klanten. Soms is het coördineren van de vruchtbaarheid en de voortplanting van de dieren een belangrijk onderdeel. Daarnaast heb je uitvoerende werkzaamheden zoals het voeren en verzorgen van de dieren, evenals het verzorgen van de werk- en leefomgeving. Tenslotte zorgt de dierenhouder - in overleg- voor de juiste toepassing van kwaliteitssystemen. De dierenhouder heeft een leidinggevende en coördinerende rol; als beginnend beroepsbeoefenaar is hij mede-verantwoordelijk voor deze rol. Vanuit deze verantwoordelijkheid richt hij zich op de totale bedrijfsvoering en de bedrijfsresultaten en dus op de continuïteit van het bedrijf en/of de instelling. Als de arbeidsbezetting van het bedrijf laag is zoals bij sommige bedrijfstypen dan heb je ook veel uitvoerende taken, zoals het voeren en verzorgen van de dieren, het onderhouden van de leef- en werkomgeving en het begeleiden van de voortplanting. Je moet dan een optimale balans vinden tussen bedrijfsvoering en uitvoerende werkzaamheden. De dierenhouder is zeer betrokken bij het bedrijf. Je hebt een ondernemende en pro-actieve houding. Je probeert maatschappelijke ontwikkelingen als kansen voor je bedrijf te zien. Je speelt flexibel in op wisselende interne en externe omstandigheden. Bij het coördineren en uitvoeren van werkzaamheden ben je zorgvuldig en resultaatgericht. Hierbij heeft de dierenhouder voortdurende aandacht voor (het welzijn van) zijn dieren.
Opleidingsplan Kwalificatiedossier Uitstroomdifferentiatie Crebo-nummer Recreatiedieren 4 Ondernemer/manager recreatiedieren 97730 (wat je moet kunnen) Kerntaken en Werkprocessen 1. Verzorgt dieren en de leef- en werkomgeving 1.1 Voert dieren 1.2 Verzorgt dieren 1.3 Hanteert en socialiseert dieren 1.4 Monitort dieren 1.5 Reinigt en ontsmet leef- en werkomgeving 1.6 Richt leef- en werkomgeving in en onderhoudt deze 2. Begeleidt voortplanting dieren 2.1 Begeleidt fokproces 2.2 Begeleidt geboorte 2.3 Socialiseert jonge dieren 3. Draagt zorg voor klanten en/of publiek 3.1 Informeert en adviseert klanten 3.2 Verkoopt 3.3 Behandelt klachten 3.4 Organiseert publiekgerichte activiteiten 4. Managet het bedrijfs(onderdeel) 4.1 Plant en verdeelt de werkzaamheden 4.2 Stuurt medewerkers aan 4.3 Bewaakt de voortgang van de werkzaamheden 4.4 Zorgt voor informatie naar de medewerkers 4.5 Bepaalt de personeelsbehoefte 5. Onderneemt 5.1 Bepaalt de vestigingsplaats 5.2 Onderzoekt de ondernemingsvorm 5.3 Stelt een marketingplan op 5.4 Innoveert de onderneming 5.5 Verzorgt de financiële situatie 5.6 Analyseert de financiële situatie 5.7 Bepaalt beleid op gebied kwaliteit, veiligheid, milieu en arbo 5.8 Profileert en promoot de onderneming 5.9 Beheert de voorraad 5.10 Berekent de tarieven Begeleide leeractiviteiten Planning Deel van totale studiebelasting (*) BOL BBL Begeleide onderwijstijd (theorie, coaching, praktijk, e.d.) Minimaal 38% Minimaal 13% Beroepspraktijkvorming Minimaal 20% Minimaal 43% (*) In één leerjaar is de totale studiebelasting 1600 studiebelastingsuren (SBU). Dit is inclusief de onbegeleide leeractiviteiten in projecten of als huiswerk.
Examenplan Examenonderdelen resultaat Specifieke examenonderdelen Bekwaamheid 730-1 Bekwaamheid 730-2 Bekwaamheid 730-3 Beroepsspecifieke eisen Nederlands Beroepsspecifieke eisen Rekenen Wettelijke beroepsvereisten Verzorgen recreatiedieren (niv 4) Aansturen publieksactiviteit Ondernemingsplan (recreatiedieren) Hieraan is voldaan als de proeven behaald zijn Hieraan is voldaan als de proeven behaald zijn Honden- en kattenbesluit Generieke examenonderdelen Nederlandse taal Lezen Luisteren Centraal examen: cijfer met Spreken Gesprekken voeren Schrijfvaardigheid Instellingsexamen: cijfer met Rekenen Getallen Verhoudingen Meten en meetkunde Verbanden Centraal examen: afgerond op een geheel cijfer Engels ERK niveau: B1 Lezen Luisteren Centraal examen: cijfer met ERK niveau: A2 Spreken Gesprekken voeren Schrijfvaardigheid Instellingsexamen: cijfer met Loopbaan en burgerschap De kandidaat heeft voldaan/ niet voldaan aan de eisen BPV *weergave van het resultaat wordt bepaald door het AOC De kandidaat heeft voldaan/ niet voldaan aan de BPV-eisen (tijd en resultaat)
De student ontvangt een diploma als: Alle kerntaken minimaal met een voldoende zijn afgerond. Dit is het geval indien voor de (beroeps)specifieke eisen minimaal het volgende geldt: - Alle proeven minimaal met een voldoende zijn afgerond. - Voldaan is aan de wettelijke beroepsvereiste. Voldaan is aan de generieke eisen met de volgende zak-/slaagregeling: - Voor Nederlandse taal en Engels, ten minste een 5 en een 6 (in willekeurige volgorde), en het examenonderdeel rekenen moet afgelegd zijn, maar op rekenen kun je voorlopig niet zakken(*). - Aan de eisen van Loopbaan en Burgerschap is voldaan. - Aan de BPV eisen (voldoende tijd en voldoende resultaat) is voldaan. (*)Dit is soepeler dan de normale uitslagregeling die bepaalt dat slechts voor één van de drie generieke examenonderdelen een cijfer 5 mag worden behaald om te kunnen slagen. Deze regel zal weer van toepassing zijn na afloop van de overgangsperiode. Jaarlijks kan worden bepaald of het wenselijk is om de overgangsregeling voor een bepaald soort beroepsopleiding te laten vervallen. Toelichting De beoordeling van de beroepsspecifieke vaardigheden voor Nederlands en rekenen wordt meegenomen bij de beroepsgerichte examinering. In deze examinering worden de indicaties voor deze vaardigheden niet expliciet getoetst, maar meegenomen in de beoordeling van de werkprocessen bij de afname van de proeven op basis van de Groene standaard. Voor de beoordeling van de beroepsspecifieke vaardigheden voor MVT in niveau 2, 3 en 4 geldt vanaf cohort 2011, overeenkomstig het besluit van de BAR, dat de vermelde taalvaardigheden worden getoetst, maar voor het behalen van een diploma alleen de aspecten spreken en gesprekken voeren dienen te voldoen aan de eisen voor de betreffende opleiding. Met de examens referentieniveaus voor Nederlands en Rekenen wordt bepaald wat de taal- en rekenvaardigheid is van de student in de daarvoor geldende domeinen. Per cohort is bij wet voorgeschreven welke zak-/slaagregeling van toepassing is. Op de volgende wijze komt de beoordeling per kerntaak tot stand: Het wordt een goed als de kerntaken in de proeven volgens onderstaand schema zijn beoordeeld. Wordt hieraan niet voldaan dan wordt het een voldoende. Kerntaak 730-1 730-2 730-3 Resultatenlijst 1 Verzorgt dieren en de leef-en werkomgeving 2 Begeleidt voortplanting dieren 3 Draagt zorg voor klanten en/of publiek 4 Managet het bedrijf(s)onderdeel of voldoende 5 Onderneemt of voldoende