Lavendel gekleurde Blondinetten Het is al weer enige jaren geleden, dat ik de toen pas herschreven standaard van onze Oosterse Meeuwen zat door te nemen, dat mij een kleur lavendel genoemd opviel, een kleur die ik nauwelijks kende, laat staan bij onze Oosterse Meeuwen. Echter mijn interesse was meteen gewekt, te meer daar deze lavendel kleur enkel op Blondinetten zou voorkomen. Blondinetten, voor mij toch de mooiste Oosterse Meeuwen, jammer dat deze lavendels, zover mij bekend er niet meer waren. Nu kon ik daar op dat moment verder weinig mee. Maar nadat ik, om de kweek van mijn rode Blondinetten in goede banen te leiden, wat verervingsleer had doorgenomen, kon ik aan de hand van de beschrijving in de standaard en wat er verder hier en daar nog over te vinden was, vaststellen dat bij onze Blondinetten de kleur lavendel verbonden was aan een vogel met de basiskleur dominant rood "Ba" tezamen met een fokzuivere spreidingsfactor S//S. Intussen had ik al wel hier en daar eens rond gekeken naar een duivenras, waar deze dominant rode kleur bij voorkwam, wat geschikt was om eventueel in te kruisen. Het zou m.i. mooi zijn alle Blondinetten kleuren weer compleet te hebben en het leek mij een fraaie variëteit een Blondinette met zo'n zachte pastelkleur wat lavendel toch is. Verder was daar natuurlijk de uitdaging een en ander te verwezenlijken. Drie potentiële kandidaten had ik op het oog: de Show Antwerp, de Show Homer en de Show Racer. De laatste nu was wel mooi kort en breed in borst en had een prima stand, sommige toch, maar de kop leek weinig en daar dit ras op dat moment nog niet zo lang in Nederland werd gekweekt, waren er m.i. nogal wat type verschillen. Deze heb ik als eerste uitgesloten, maar met de ervaring van nu, zou ik het zeker durven wagen. Nummer twee, de Show Homer, o wat een mooie duif, in verhoudingen goed, kop en ook de stand o.k. Maar zo groot, ik vreesde voor reuze Blondinetten, wat ook niet de bedoeling kon zijn. Nummer drie dan, de Show Antwerp, wel wat lang in achter partij. Nu vreesde ik het meest een verkeerde lichaamsstand en een verkeerde bekzetting, maar die waren bij deze goed en lengte wist ik uit ervaring is prima uit te kruisen. Verder had ik ergens, waarschijnlijk op een clubdag, van dhr. Rijks vernomen dat dit het ras was wat de Amerikaanse kwekers van Oosterse Meeuwen, eerder ook gebruikt hadden om hun meeuwen weer vitaler te maken. En het wiel opnieuw uitvinden daar heb je m.i. weinig aan. 91
Dus de Show Antwerp moest het evt. maar worden, dominant rood komt bij deze vogels immers ook voor. Nu dus een geschikte Show Antwerp verwerven, wat helemaal geen probleem bleek. Een vraag aan de fam. Van Doom en er werd mij een prima donker geschubd rode duivin ter beschikking gesteld. Fam. Van Doorn hiervoor nogmaals mijn dank. Het was januari 2002 en deze duivin werd in februari gekoppeld aan een zwart gezoomde "negro" doffer, 28-02 werden de eerste twee jongen geboren. Even terug naar het begin, wat was feitelijk de bedoeling, m.a.w. de opdracht die ik mezelf te geven had. Een Blondinette te kweken die uiteindelijk fokzuiver voor de spreidingsfactor en de kleur dominant rood zou zijn. Met het kenmerk "lavendel" en de genetische code Ba//Ba, C//C-S//S, fs//fs voor een doffer, waarbij opgemerkt dat C//C (geschubd) ook +//+ ( geband) kan zijn, misschien is dit laatste zelfs beter. Enkel de kleur moest dus overgebracht worden, Blondinetten met spreidingsfactor waren er immers al. Waarbij ik dan de volgende overwegingen moest maken. Welke kleur Blondinetten moest ik gebruiken? En wat waren de moeilijkheden die ik tegen zou kunnen komen? Bruin heb ik als eerste uitgesloten, de oogkleur van bruin past niet bij dominant rood, deze bezitten net als blauw/zwart een oranje rood oog, ofschoon een en ander relatief is, omdat de oogkleur in later stadium met behulp van blauw/zwart evt. weer is te verbeteren. Om min of meer dezelfde reden heb ik ook geen blauw gebruikt, met zo'n combinatie dominant rood x blauw zouden namelijk enkel jongen zonder spreidingsfactor geboren worden, rood of blauw, waarbij ik dan in latere generaties weer via zwart deze ontbrekende factor diende in te kruisen. Zwart dus, deze bezitten naast de juiste oogkleur ook de noodzakelijke spreidingsfactor. Zwart op dom. rood: van de te verwachte jongen zouden enkel de dom. roden voor mijn doel belangrijk zijn. Bij de F I jongen zouden er met de combinatie zwarte doffer x dom rode duivin enkel zwarte duivinnen en rode doffers geboren worden, de doffers zouden ook al fokonzuiver een spreidingsfactor bezitten, z.g. strawberry's dus. De geschikte strawberry F1's, die van beide ouders ieder de helft eigenschappen (genen) hadden geërfd moesten dan weer terug op een 100% Blondinette. Waarna in de F2-F3 enz. steeds meer Blondinetten eigenschappen in de jongen zouden overgaan. 92
Aan mij was het om uit iedere ronde jongen, hiervoor steeds de meest op Blondinetten gelijkende dom rode te selecteren voor weer de volgende generatie. Wel was ik enigszins bezorgd de jonge dom. rode te herkennen. Tussen blauw en rood zou dit geen probleem zijn geweest. Echter met de zwarte die ik dacht te gaan gebruiken, namelijk de wat donkerder dieren, z.g. negro's, waarbij ik al langer het vermoeden had dat hierbij dikwijls voor de spreidingsfactor fokonzuivere dieren voorkomen, zouden ook wel eens blauwen geboren kunnen worden en die vergelijken met lavendels, die in de F2 al mogelijk waren, dat was misschien nog opletten, want ook de factor Frill stencil zou langzaam verschijnen. Ik had echter voorlopig hiervoor een houvast, dom. roden bezitten in tegenstelling tot de blauwen geen staartband. De reden waarom ik donkere zwarte wilde gebruiken was vooral praktisch. Zelf had ik op dat moment nog enkel "negro" zwarte doffers, maar verder kwam er uit mijn rood kweek weinig bruikbaars! Echter uit ervaring met zwart wist ik dat daaruit regelmatig te donkere dieren vallen, weinig bruikbaar voor verdere "zwart" kweek, maar dikwijls van prima kwaliteit en aangezien "lavendel" een lichte pastelkleur is, zou die best wat meer kleur kunnen verdragen. Donker gezoomd zou misschien zelfs beter ogen en nadien kon ik altijd eventueel nog overgaan naar lichtere zoming. Er verder van uitgaande dat collega zwart kwekers mij wel zouden willen helpen, was dit de beste weg Een en ander is ook zo geschied en hierbij dank aan de collega's Van Zijl, Simoens, en in het bijzonder J. Jacobs, die mij steeds hebben voorzien van goede zwarte Blondinetten. Zoals ik al meldde: 2002 was de 1 ste koppeling en de geboorte van de F 1 generatie, die mij direct hoopvol stemde. Er waren een paar prima "strawberry" doffers bij, een geschubde en een gebande werden aangehouden, waarbij de gebande verhuisde naar Jan Jacobs, je kon er immers ook prima richting zwart mee. Eén van de door hem gekweekte rode F2 duivinnen werd de stammoeder van de F3 generatie, die mij maar één bruikbare vogel, een rode donker geschubde doffer, opleverde. Welke tevens mijn vermoeden, dat vele negro" zwarte Blondinetten fokonzuiver voor spreiding zijn, bevestigde, immers aan deze jonge doffer kon ik zien dat beide ouders fokonzuiver moesten zijn. Hij leek ook weinig meer op één van beide uitgangs ouders, geen Show Antwerp, geen Blondinette. Wel was deze doffer, zoals de meeste kruisingsproducten, bijzonder vitaal en fors. 93
Ondertussen had ik ook begrepen, o.a. in het boek "genetica bij duiven" staat hierover onder meer, dat bij dom. rode duiven met een spreidingsfactor een grote kleur variëteit mogelijk is, tussen donker mahonie en licht lavendel kleurig. Een en ander zou verband kunnen houden met de structuur factor van de betrokken duif, waarbij donker geschubd mahonie en geband lavendel zou opleveren. Later heb ik ergens in een artikel gelezen dat dit werkelijk zo is, ik houd het echter bij de eerste visie "zou kunnen". Maar omdat het hier wel om een plausibele verklaring ging, heb ik zo ver dat mogelijk was "geband" gebruikt. (bij "negro" zwart is dit dikwijls min of meer te zien). Doch in de F4 waar ik met drie koppels ben gaan kweken, om reden dat er variatie moest komen in de afstamming van de jongen, gezien het feit dat er redelijke gelijkenis met Blondinetten ontstond en uiteindelijk het toch de bedoeling zou zijn de jongen onder elkaar te koppelen. Zo zou dan naast de al vanaf de F2 aanwezige voetbevedering en in de F4 redelijke puntkap en beginnende jabots, ook de nog steeds aanwezige fokonzuiverheid voor zwart kunnen worden weg gekweekt en zouden er fokzuivere dominant roden ontstaan, de laatste fase uiteindelijk. In deze F4 generatie nu had ik een koppel mahonie kleurige doffer maal goed gekleurde zwarte Blondinette duivin en tevens een koppel geband dom. rode strawberry doffer maal negro zwart gebande duivin. Uit het eerste koppel vielen in de F5 goed gekleurde dieren licht lavendel. En uit koppel twee, die absoluut geen geschubd, laat staan donker geschubd, konden vererven, beide waren immers geband en onder geband "verbergt" zich nooit geschubd, vielen mahonie kleurige uit, overigens wel voorzien van fokzuivere spreidingsfactor. En overigens net als bij strawberry (1xS) en lavendel (2xS) is bij deze variëteit ook een zeer groot verschil, tussen fokzuiver en fokonzuiver voor spreiding te zien. Strawberry en mahonie zijn rommelig "vuil" aandoende niet erg fraaie kleuren (vind ik toch). Lavendel en de fokzuivere variëteit van mahonie geven fraaie egaal gekleurde dieren. De eerste "lavendel" lila achtig blauwgrijs, met lichte bijna witte achterpartij en staart, de tweede "mahonie" kleur, wat donker roodachtig en licht grijze staart. Gezien het voorgaande houd ik het dus wat vererving van lavendel en mahonie betreft, maar op de eerste uitspraak, dat er verband zou kunnen zijn tussen de structuur factor en de kleur, het zou overigens wel gemakkelijk zijn!! Bij de F5 generatie was ook de jabot bij de meeste dieren al volledig aanwezig. 94
Het herkennen van de dom. rode jongen in de loop van de gehele kweekperiode was niet zo n probleem. Er vielen in totaal 6 generaties, dom. rood, zwart, blauw en strawberry uit, waarin in de laatste F5, drie lavendels en een mahonie kleurige "lavendel" die m.i. goed te gebruiken zijn voor nakweek. Opmerkelijk was dat de eerdere z.g. strawberry's veel zwarte spots hadden ten opzichte van de latere generaties, bij deze werd dat minder en bij lavendels zijn ze nog nauwelijks te zien. Wel kwam ik op enig moment duiven tegen die een staartband bezaten, wit maar het was een staartband. Nu had ik al eens een artikel gezien, waarin werd gemeld dat er dom. roden zouden bestaan met een staartband, zonder overigens enige redelijke verklaring. Ik heb deze duiven niet door gehouden omdat ik in eerste instantie dacht, (gezien de staartband) met blauwe van doen te hebben, de factor frill-stencil kon immers intussen ook invloed uitoefenen? Wel heb ik een en ander secuur gevolgd en later bleken dit altijd dom. roden te zijn, fokonzuiver voor de kleur zwart en met maar één spreidingsfactor. Altijd z.g. "strawberry" doffers dus. Kennelijk werd dit veroorzaakt door het fokonzuiver zijn voor de kleur blauw/zwart, geen enkele duivin heb ik met zo'n staartband gezien. En bij "lavendel" fokzuiver voor spreiding dus, ook niet. Bij deze duiven is de staart overigens bijna wit. In de F5 dus na totaal 5 jaar kweken werden de eerste echte lavendel Blondinetten geboren, die enkel nog de laatste fase door moesten, namelijk lavendel op lavendel kweken, waardoor uiteindelijk het einddoel lavendel Blondinetten, zouden verschijnen. Fokzuiver voor zowel dominant rood als de spreidingsfactor. M.C. Konings. 95