De PAS-lijst PAS 2.0. Eva Brusselman 19 & 28/01/2016 ILVO

Vergelijkbare documenten
Beton Detricon. 25 Detricon. 43 Anders Beton PAS R Agro Air Concepts, Ten Hoeve Projecten BV 45 CBgroep BVBA

Diercategorie R-1 Melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar

Rav-code A 1.23 Systeembeschrijving van. Juli Vervangt BWL V2 van april Werkingsprincipe

Werkingsprincipe DE TECHNISCHE UITVOERING VAN HET SYSTEEM

Systeembeschrijving van Oktober Vervangt BWL V2 van oktober 2012

Rav-code A 1.28 Systeembeschrijving van December Vervangt BWL van augustus Werkingsprincipe

Rav-code A 1.14 Systeembeschrijving van April Vervangt BWL V6 van december Werkingsprincipe

DE TECHNISCHE UITVOERING VAN HET SYSTEEM

Systeembeschrijving van Oktober Vervangt BWL van oktober Werkingsprincipe

Rav-code A 1.18 Systeembeschrijving van December Vervangt BWL V3 van april Werkingsprincipe

Emissiearme systemen voor de melkveehouderij

Ligboxenstal met roostervloer voorzien van cassettes in de roosterspleten en mestschuif Melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar

Diersoort Diercategorie Code Naam maatregel Reductie (%) RUNDVEE R 1 Melk en kalfkoeien PAS R 1.1 Beweiden in groep 5 27

Samen werken aan groei. Emissiearme systemen voor de melkveehouderij

Samen werken aan groei. Emissiearme systemen voor de melkveehouderij

Samen werken aan groei. Emissiearme systemen voor de melkveehouderij

Emissiearme systemen voor de melkveehouderij

Rav-code A 1.27 Systeembeschrijving van December Vervangt BWL V2 van juli Werkingsprincipe

Ligboxenstal met dichte hellende vloer, met profilering, met snelle gierafvoer met mestschuif Melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar

Werkingsprincipe DE TECHNISCHE UITVOERING VAN HET SYSTEEM

En een ondertite l, bijvoorb eeld de. Emissiearme vloersystemen voor de melkveehouderij 2014

Ligboxenstal met sleufvloer met noppen en mestschuif

nr. 25 van FRANCESCO VANDERJEUGD datum: 5 oktober 2016 aan JOKE SCHAUVLIEGE VLIF-steun - Aanvragen derde kwartaal 2016

En een ondertite l, bijvoorb eeld de. Emissiearme vloersystemen voor de melkveehouderij 2015

NETWERKGROEP DE KELDER TE BOVEN

Monteny Milieuadvies. Gert-Jan Monteny

Deze fiche werd opgesteld in het kader van het demonstratieproject Goed GeRUND.

Voor iedere boer een vloer

Deze fiche werd opgesteld in het kader van het demonstratieproject Goed GeRUND

Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, van..., nr. IENM/BSK-2015/, tot wijziging van de Regeling ammoniak en veehouderij

Lijst met geactualiseerde emissiefactoren voor ammoniak, geur en fijn stof Bijlage Richtlijnenboek Landbouwdieren

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Herplaatsing Bijlage Wijziging Uitvoeringsregeling ammoniak en veehouderij

Diercategorie: R-1 Melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar 1. PAS-code: PAS R-1.8. Naam van het systeem:

emissiearme vloersystemen

Deze brochure is beschikbaar op de website van de projectpartners van Goed GeRUND.

(Tekst geldend op: )

Wetenschappelijke factsheet

Voorstel tot opname van een techniek in de PAS-lijst

Ammoniakemissiearme Vloeren Beschrijving van EA-Vloeren

Diercategorie: R-1 Melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar 1. PAS-code: PAS R Naam van het systeem:

Diercategorie: R-1 Melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar 1. PAS-code: PAS R-1.7. Naam van het systeem:

Deze brochure is beschikbaar op de website van het departement Landbouw en Visserij en de projectpartners van Goed GeRUND.

Toelichting op tabel regels

Provinciaal blad van Noord-Brabant

Ammoniak en broeikasgassen

DOG. nr.; Class, nr.: Afdeling. Afd. Hoofd. Beh. door: ANMFFR-HnPk.RfRA. voor kennisg. aangenomen/tel. afgedaan

Emissie in kg NH3 per dierplaats per jaar volgens traditioneel systeem

Bijlage 2 bij de Verordening stikstof en Natura 2000 Noord-Brabant 2013

Systeembeschrijving van Juli Vervangt BWL V2 van november Werkingsprincipe

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

ILVO onderzoek in het kader van PAS

Systeembeschrijving van Juli Vervangt BWL V1 van maart Werkingsprincipe

Bijlage 1, onderdeel A 1, diercategorie melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar, wordt als volgt gewijzigd:

Vervangt Systeembeschrijving BWL van juni 2010

Systeembeschrijving van Juli Vervangt BWL V3 van november Werkingsprincipe

Emissiearme Stalvloersystemen

Overzicht van maatregelen om de ammoniakemissie uit de veehouderij te beperken

Lijst met geactualiseerde emissiefactoren voor ammoniak, geur en fijn stof

Emissiearme Duurzaamheidsvloer

Lijst met geactualiseerde emissiefactoren voor ammoniak, geur en fijn stof

Lijst met geactualiseerde emissiefactoren voor ammoniak, geur en fijn stof

Lijst met geactualiseerde emissiefactoren voor ammoniak, geur en fijn stof

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds Directoraat-Generaal Milieu en Internationaal; Directie Duurzaamheid

Systeembeschrijving van Juli Vervangt BWL V5 van november Werkingsprincipe

POP3 Investeringslijst Maatregel 2 Fysieke Investeringen voor innovatie en modernisering van landbouwbedrijven Provincie Fryslân 2018

Systeembeschrijving van Juli Vervangt BWL V7 van november Werkingsprincipe

Code van goede praktijk voor emissiearme stalsystemen

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Mest snel weg uit de stal: via goede roosters en frequent aflaten

Documentatie. Varkenshouderij Actueel 2011

Bijlage: Aanpassingen stal voor afvoer verse mest

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Bij kraamzeugen wordt geen eis aan de vloeruitvoering gesteld.

Constructeur/fabrikant: CBgroep Opvolgteam: MIRCON bvba

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Economische Zaken;

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Bijlage I. LIJST VAN AMMONIAKEMISSIEARME STALLEN. HOOFDSTUK 1. Algemene bepalingen

Systeembeschrijving van Juli Vervangt BWL V3 van november Werkingsprincipe

Lijst met technische staleisen

Wijziging Rav -in werking per 1 januari 2019 (publicatiedatum 5 december 2018)

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

SUCCESFACTOREN MESTKELDERS MET SCHUINE PUTWANDEN

Voorlopige lijst maatregelen stoppersregeling Actieplan Ammoniak Veehouderij. Toelichting:

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

VAN DER MEER. Inwerkingtreding Besluit Huisvesting. Oosterwolde, 11 augustus 2008

Biologische luchtwasser T.A.J.N.

November Werkingsprincipe

PROVINCIAAL BLAD. Zesde wijzigingsverordening Verordening natuurbescherming Noord-Brabant

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

S-lijst: Lijst van technieken die de uitgaande stallucht zuiveren

Bijlage. Investeringslijst. Investeringsplan bij Aanvraag Investeringen in integraal duurzame stallen en houderijsystemen GLB.

BIJLAGE 2: BEOORDELING EMISSIEARME HUISVESTINGSYSTEMEN

Bijlage 1: Dieraantallen en -categorieën en invoergegevens referentiesituatie, beoogd en alternatief

Onderzoek naar vernieuwende technieken voor het meten en reduceren van emissies in de Vlaamse rundveehouderij

PROVINCIAAL BLAD. Derde wijzigingsverordening Verordening natuurbescherming Noord-Brabant

Emissie in kg NH3 per dierplaats per jaar volgens traditioneel systeem. % volgens Provinciale Verordening 40-85% 0, % 1,9 Afhankelijk van 1,9

Voor een duurzame toekomst

Transcriptie:

De PAS-lijst PAS 2.0 Eva Brusselman 19 & 28/01/2016

Inhoud 1. Wat? 2. Hoe ontstaan? 3. Procedure nieuwe voorstellen 4. Voorwaarden voor het gebruik 5. PAS 2.0 Runderen Varkens Pluimvee Combinatietabellen NH 3

1. Wat? De PAS-lijst omvat technieken en maatregelen die een emissiereducerende werking hebben. Enkel ammoniak! Deze maatregelen kunnen op vrijwillige basis door de landbouwer gekozen worden om zijn berekende bijdrage aan de kritische depositiewaarde te verlagen.

2. Hoe ontstaan? 2014 april: PAS-significantiekader vergunningen (30% emissiereductie) nood aan PAS-lijst 2015 jan-mrt: screening maatregelen (literatuurstudie ILVO)

2. Hoe ontstaan? www.ilvo.vlaanderen.be/pas Auteurs: Brusselman E., Beck B., De Campeneere S., Demeyer P., Goossens K., Kerselaers E., Maertens L., Millet S., Reubens B., Riebbels G., Vandaele L., Vangeyte J., Zwertvaegher I.

2. Hoe ontstaan? Inhoud 1. Inleiding 2. Bronnen van ammoniakemissie afkomstig van de Vlaamse veeteelt 3. Vormingsmechanismen van ammoniak uit dierlijke mest 5. Managementmaatregelen 4. Voedingsstrategieën 6. Staltechnieken 7. Maatregelen inzake landschapsinrichting 8. Reductiemaatregelen voor externe mestopslag 9. Mestaanwendingstechnieken

2. Hoe ontstaan? 2014 april: PAS-significantiekader vergunningen (30% emissiereductie) nood aan PAS-lijst 2015 jan-mrt: screening maatregelen (literatuurstudie ILVO) feb-mei: ontwikkeling beoordelingstool vloeremissies rundvee (ILVO)

2. Hoe ontstaan? 2014 april: PAS-significantiekader vergunningen (30% emissiereductie) nood aan PAS-lijst 2015 jan-mrt: screening maatregelen (literatuurstudie ILVO) feb-mei: ontwikkeling beoordelingstool vloeremissies rundvee (ILVO) april: procedure voor opname maatregel (VLM) mrt-jun: evaluaties WT (6x)

2. Hoe ontstaan? 2015 jan-mrt: screening maatregelen (literatuurstudie ILVO) feb-mei: ontwikkeling beoordelingstool vloeremissies rundvee (ILVO) mrt: procedure voor opname maatregel (VLM) mrt-jun: evaluaties WT (6x) jun-jul: evaluatie Administratief Team (AT) + terugkoppeling indiener jul-aug: stuurgroep PAS & kabinet sep: publicatie PAS-lijst 1.0

2. Hoe ontstaan? 2015 sep-nov: evaluaties WT (3x) dec: evaluatie AT dec: stuurgroep PAS & kabinet Midden dec: PAS-lijst 2.0 www.vlm.be => PAS

3. Procedure nieuwe voorstellen www.vlm.be => PAS Kan door iedereen ingediend worden Mbv invulformulier Naam maatregel Welke diercategorie Welk reducerend principe Welke reductie Onderbouwing van reductie Te bezorgen aan Mestbank VLM

4. Voorwaarden voor het gebruik Lijst van ammoniak-emissiearme stalsystemen voldoen ook aan de voorwaarden van de PAS-lijst. Voor varkens en pluimvee-stallen kunnen PASmaatregelen enkel toegepast worden voor bestaande stallen. Voor nieuwbouwstallen of bestaande stallen met karakter van nieuwbouw voor varkens en pluimvee zijn de bepalingen van het artikel 5.9.2.1bis van VLAREM II onverkort van toepassing. PAS-lijst is GEEN BBT lijst! Combinatie van maatregelen volgens combinatietabellen

5. PAS 2.0 Indeling per diercategorie cfr. MER RLB Landbouwdieren http://www.lne.be/themas/milieueffectrapportage/deskundigen/richtlijnenb oeken Diersoort Diercategorie Codes RUNDVEE R-1 Melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar PAS R-1.1 R-1.18 R-2 Zoogkoeien ouder dan 2 jaar PAS R-2.1 R-3 Vrouwelijk jongvee tot 2 jaar PAS R-3.1 R-3.6 R-4 Vleeskalveren tot 8 maanden - R-5 Vleesstierkalveren tot 6 maanden R-6 Vleesstieren en overig vleesvee van 6 tot 24 maanden (roodvleesproductie) R-7 Fokstieren en overig rundvee ouder dan 2 jaar - PAS R-6.1 PAS R-7.1

5. PAS 2.0 Diersoort Diercategorie Codes VARKENS V-1 Biggen PAS V-1.1 V-2 Kraamzeugen PAS V-2.1 V-3 Guste en dragende zeugen PAS V-3.1 V-4 Vleesvarkens PAS V-4.1 V-4.5 PLUIMVEE P-1 Kooi- of batterijsyst voor opfokpoeljen van legkippen P-2 Niet-kooisystemen voor opfokpoeljen van legkippen P-3 Kooi- of batterijsyst voor legkippen (incl. (groot)ouderdieren van legrassen) P-4 Niet-kooisystemen voor legkippen (incl. (groot)ouderdieren van legrassen) P-5 Slachtkuikenouderdieren - - PAS P-2.1 - PAS P-4.1 P-6 Slachtkuikens PAS P-6.1 P-6.2 P-7 Opfokpoeljen slachtkuikenouderdieren -

R-1.1 en R-3.1a Beweiden in groep Toepassingsgebied Enkel toepasbaar bij stallen waarin (nagenoeg) geen stalmest wordt geproduceerd (ligboxenstallen). Ziekenboeg met stro kan. Werkingsprincipe Tijdens weiden geen verse mest en urine op stalvloer -> minder emissie Wel nog emissie uit kelder (indien rooster) en voor korte tijd vanop vloer Uitvoering van de maatregel 1 Voorwaarden Enkel voor dierplaatsen bestemd voor een groep dieren die als geheel wordt beweid. Deel van de huisvesting waarin ze zich normaal bevinden bevat geen dieren tijdens de weidegang. In geval dichte vloer: bij buitengaan van de dieren onmiddellijk vrijgemaakt van mest.

2 Registratie R-1.1 en R-3.1a Beweiden in groep < 1400 weide-uren/jaar: logboek = voldoende 1400 weide-uren/jaar: automatische digitale registratie vereist Controle van de maatregel Bij aanvraag van de milieu-vergunning dient aangetoond te worden dat men over voldoende huiskavel beschikt via de verzamelaanvraag. Bij controle moet aan volgende voorwaarden voldaan zijn: - Bij minder dan 1400 uren: logboek kunnen voorleggen - Vanaf 1400 uren: digitaal automatisch geregistreerde gegevens van afgelopen 5 kalenderjaren kunnen voorleggen - De verzamelaanvragen van de afgelopen 5 jaar moeten ter inzage voorgelegd kunnen worden aan controlerende overheid Emissiereductie 5 27% Evenredig met aantal weide-uren

Voorbeelden Uitgangsituatie: strobox en jongveegedeelte, 62 ligboxen

Situatie 1: ligboxgedeelte is tijdens weide-uren volledig leeg en afgesloten Maatregel R-1.1 kan ingeroepen worden voor maximaal 62 dierplaatsen.

Situatie 2: ligboxgedeelte is niet afgesloten en dus niet volledig leeg tijdens wede-uren Maatregel R-1.1 kan niet ingeroepen worden, ook niet voor een beperkt aantal plaatsen

R-1.2 en R-3.2 Loopvloer reinigen met mestschuif of mestrobot Toepassingsgebied Enkel toepasbaar bij stallen waarin (nagenoeg) geen stalmest wordt geproduceerd (ligboxenstallen). Ziekenboeg met stro kan. Werkingsprincipe Frequent verwijderen van mest + urine Reductie op vloerniveau Uitvoering van de maatregel 1 Loopvloer Vloer speelt geen rol 2 Mestrobot of mestschuif Looppaden evenwijdig aan ligboxenrijen met mestrobot of mestschuif reinigen

R-1.2 en R-3.2 Loopvloer reinigen met mestschuif of mestrobot 3 Emitterend oppervlak Met mest besmeurd oppervlak max. 5,5 m² Omvat loopgangen, doorsteken Omvat NIET vloer melkstal en voerstoep Indien bij dichte vloer de mest naar afstort op einde van de loopvloer wordt geschoven, dan moet deze afgesloten zijn van de lucht met een klep of flap(pen) 4 Registratieapparatuur De aanwezige registratie apparatuur moet zowel frequentie als duur van reinigen kunnen aantonen (tot 3 maanden terug) Eisen aan het gebruik 1 Mestrobot of mestschuif De doorgangen die niet bereikbaar zijn, moeten min. dagelijks handmatig of met rijdend/duwend materieel worden gereinigd.

R-1.2 en R-3.2 Loopvloer reinigen met mestschuif of mestrobot 2 Onderhoud Min. 1x per jaar onderhoud Voor mestrobot is onderhoudscontract nodig Controle van de maatregel Bij aanvraag MV moet aangetoond worden dat geplande aan te kopen apparatuur voldoende is om het loopopp. te reinigen met de voorgeschreven frequentie. Opp loopvloer, laadtijd (indien vt) en snelheid mestschuif aangeven. Bij controle moet aan volgende voorwaarden voldaan zijn: Vloer moet visueel zuiver zijn (geen aangekoekte oude mest) Na passage mestschuif moet mest afdoende verwijderd zijn van vloer (incl. groeven) Werking van reinigingsapp. gedurende de laatste drie maanden moet inzichtelijk gemaakt kunnen worden mbv registratieapparatuur Onderhoud moet mbv facturen aangetoond kunnen worden (van laatste 5 jaar) Emissiereductie

R-1.3 en R-3.3 Loopvloer reinigen met mestschuif of mestrobot en water Werkingsprincipe Idem R-1.2 en R-3.2 + water op de vloer sproeien -> urine op de vloer verdunnen en verwijderen -> bijkomende reductie ammoniakemissie Uitvoering van de maatregel Idem R-1.2 en R-3.2 3 Sproei-installatie Gekoppeld aan mestrobot of mestschuif of geïnstalleerd aan zijkanten of in het midden van de looppaden Besproeit de loopvloer egaal met water Uitzondering: tussen of naast rijen ligboxen die niet bereikbaar zijn voor mestschuif

R-1.3 en R-3.3 Loopvloer reinigen met mestschuif of mestrobot en water 5 Registratieapparatuur Idem R-1.2 en R-3.2 + Registratieapparatuur die dagelijkse hoeveelheid water kan aantonen (terugleesoptie 3 maanden) Eisen aan het gebruik 2 Sproei-installatie Uitsluitend gebruik van regenwater Tijdens vorst mag installatie tijdelijk buiten werking worden gesteld. 3 Onderhoud Sproeidoppen en andere onderdelen vrij van kalk en/of gecontroleerd op normaal functioneren

R-1.3 en R-3.3 Loopvloer reinigen met mestschuif of mestrobot en water Controle van de maatregel Idem R-1.2 en R-3.2 + Aantonen dat de geplande aan te kopen apparatuur voldoende is om het voorgeschreven volume water te kunnen sproeien Emissiereductie Niet cumuleerbaar met R-1.2 en R-3.2

R-1.4 en R-3.4 Scheiden van vaste mest en urine onder de rooster + reinigen van roostervloer door mestrobot of mestschuif Werkingsprincipe primaire mestscheiding + reinigen van vloer met schuif of robot en water + snelle verwijdering van mest en urine uit de stal naar een gesloten mestopslag Uitvoering 1 Vloer Betonnen roostervloer 2 Mestschuif of mestrobot Afvoer van mest via mestschuif of mestrobot voorzien van aandrijfmechanisme en tijdschakeling Mestschuif of mestrobot zodanig uitgevoerd dat bovenzijde van profiel goed wordt gereinigd Bv. Dairy Welfare System, Beton Dobbelaere Tielt

R-1.4 en R-3.4 Scheiden van vaste mest en urine onder de rooster + reinigen van roostervloer door mestrobot of mestschuif 3 Sproei-installatie Zie R-1.3 en R-3.3 4 Emitterend oppervlak Met mest besmeurd oppervlak max. 5,5 m² Omvat loopgangen, doorsteken Omvat NIET vloer melkstal en voerstoep

R-1.4 en R-3.4 Scheiden van vaste mest en urine onder de rooster + reinigen van roostervloer door mestrobot of mestschuif 5 Mestkanaal Onder de roostervloer mest- en giergoot Mestkanaal heeft hellende vloer en is glad uitgevoerd In midden spleetopening Onder deze opening zit de giergoot Mestschuif om mest te verwijderen uit mestkanaal 6 Mestafvoer Mest via schuif naar een zijde van de stal Afvoer naar gesloten mestopslag Urine via giergoot naar gesloten gieropslag

R-1.4 en R-3.4 Scheiden van vaste mest en urine onder de rooster + reinigen van roostervloer door mestrobot of mestschuif 7 Registratieapparatuur Zie R-1.2 en R-3.2 Eisen aan het gebruik 1 Mestrobot of mestschuif 6 keer per dag 2 Sproei-installatie 3 l/m² loopvloer /dag 3 Mestkanaal 6 keer per dag Tijdsklok voor aansturing

R-1.4 en R-3.4 Scheiden van vaste mest en urine onder de rooster + reinigen van roostervloer door mestrobot of mestschuif 4 Onderhoud Onderhoudscontract 1 maal per jaar controle en onderhoud Controle van de maatregel Zie R-1.3 en R-3.3 + Werking mestschuif in mestkanaal gedurende laatste drie maanden Emissiereductie 20%

R-1.5 en R-3.5 Combi profiel- en roostervloer voorzien van mestschuif en sproeisysteem Werkingsprincipe Versnelde afvoer urine via gleuven Frequent verwijderen van mest + urine naar de mestafstorten mbv schuif met vingers Sproeisysteem verdunt en verwijdert urine op de vloer Uitvoering van de maatregel 1 Profielloopvloer Betonnen vloer met hierop mestschuif met sproeisysteem 2 Mestafstorten met profielrooster Om 220 cm mestafstort Bv. Profielvloer rundvee, Beton Dobbelaere Tielt 3 Mestschuif Schuif met vingers Doorgangen die niet bereikbaar zijn voor mestschuif, minstens dagelijks handmatig of met rijdend/geduwd materieel gereinigd 4 Sproei-installatie Zie R-1.3 en R-3.3

R-1.5 en R-3.5 Combi profiel- en roostervloer voorzien van mestschuif en sproeisysteem 5 Emitterend oppervlak Met mest besmeurd oppervlak max. 5,5 m² Omvat loopgangen, doorsteken Omvat NIET vloer melkstal en voerstoep 6 Registratieapparatuur Zie R-1.3 en R-3.3 Eisen aan het gebruik 1 Mestschuif 12 keer per dag 2 Sproei-installatie 3 l/m² loopvloer /dag 3 Onderhoud Onderhoudscontract, min. 1 keer per jaar

R-1.5 en R-3.5 Combi profiel- en roostervloer voorzien van mestschuif en sproeisysteem Controle van de maatregel Zie R-1.3 en R-3.3 Emissiereductie 25%

R-1.6 en R-3.6 Roostervloer voorzien van cassettes in roosterspleten en reinigen met mestschuif of mestrobot Werkingsprincipe Versnelde afvoer urine door cassettes met hellende groeven in roosterspleten Ammoniakemissie uit kelder beperkt door afsluitkleppen in de roosterspleten Frequent schuiven (12 keer) Uitvoering van de maatregel 1 Vloer Loopgedeelte + doorlooppaden uitgevoerd als betonnen roostervloer In rooster: rubberen cassette met afsluitkleppen groeven: vlak in beton, hellend naar mestspleet in rubber 2 Cassettes Moeten deugdelijk in rooster opgesloten zijn Roosterspleten mogen niet kleiner worden door rubber toplaag Rubber toplaag moet goed beloopbaar en slijtvast zijn Bv. Eco-vloer, Anders Beton

R-1.6 en R-3.6 Roostervloer voorzien van cassettes in roosterspleten en reinigen met mestschuif of mestrobot 3 Mestkelder en mestafvoer Onder gehele roostervloer zit mestkelder Afvoer van mest en urine via roosterspleten waarin afsluitkleppen zitten 4 Mestschuif of mestrobot De mestschuif of mestrobot moet het geprofileerde oppervlak goed reinigen 5 Emitterend oppervlak Met mest besmeurd oppervlak max. 5,5 m² Omvat loopgangen, doorsteken Omvat NIET vloer melkstal en voerstoep 6 Registratieapparatuur Zie R-1.2 en R-3.2 Eisen aan het gebruik 1 Mestrobot 12 keer per dag

R-1.6 en R-3.6 Roostervloer voorzien van cassettes in roosterspleten en reinigen met mestschuif of mestrobot 2 Onderhoud Zie R-1.2 en R-3.2 + Regelmatige controle van cassettes en afsluitkleppen Indien nodig vervangen! 3 Controle Zie R-1.2 en R-3.2 + Afsluitkleppen Emissiereductie 43%

R-1.7 Chemische luchtwasser in een natuurlijk geventileerde stal IN ONTWIKKELING! Werkingsprincipe De uitgaande stallucht wordt behandeld in een chemisch luchtwassysteem. De stal is uitgerust met een aangepast ventilatiesysteem om de uitgaande stallucht maximaal door de wasser te leiden. ENKEL VAN TOEPASSING OP STAL VOOR MINIMAAL 120 MELK-EN KALFKOEIEN > 2 JAAR Uitvoering van de maatregel 1 Dimensionering Bij de vergunningsaanvraag moet een dimensioneringsplan zitten. De capaciteit van het luchtwassysteem moet minimaal gelijk zijn aan de maximale ventilatiebehoefte van het aantal standplaatsen van alle dieren in de stal. Het luchtwassysteem moet steeds een ammoniakreductie van 90% halen. Bv. 90% luchtwasser, AgroAirConcepts

R-1.7 Chemische luchtwasser in een natuurlijk geventileerde stal IN ONTWIKKELING! Uitvoering van de maatregel 2 Ventilatiesysteem Nok van de stal is dicht Alle inlaatopeningen zijn voorzien van automatisch aangestuurde winddichte gordijnen De aansturing zorgt ervoor dat dwarsventilatie wordt vermeden De aansturing is gekoppeld met de werking van de ventilatoren die na het filterpakket staan, zodat de stal altijd op onderdruk staat 3 Drukkamer Afstand tussen ventilatoren en filterpakket bedraagt 1 m 4 Filter(pakket) 5 Zuur 6 Spuiregeling

R-1.7 Chemische luchtwasser in een natuurlijk geventileerde stal IN ONTWIKKELING! Uitvoering van de maatregel 7 Registratie van parameters van het luchtwassysteem Elektronische monitoring van parameters relevant voor de werking: ph waswater Geleidbaarheid waswater Spuiwaterproductie Drukval over filterpakket Elektriciteitsverbruik waswaterpomp Alarmen: Afwijkende waarden moeten automatisch een alarm geven Afwijkingen geregistreerd in logboek + genomen actie 8 Registratie van parameters in de stal Aantonen van onderdruk in de stal Via automatische drukverschilmetingen Klimaatparameters CO 2 gehalte max 3000 ppm

R-1.7 Chemische luchtwasser in een natuurlijk geventileerde stal IN ONTWIKKELING! Uitvoering van de maatregel 11 Elk luchtwassysteem moet op een veilige manier toegankelijk zijn om metingen te kunnen uitvoeren Eisen aan het gebruik Er moet altijd en ammoniakreductie van 90% van de lucht die door de wasser gaat gerealiseerd worden Bij jaarlijks onderhoud worden alle sondes en sensoren gereinigd en geijkt Bijkomende tussentijdse kalibratie (om 6 maanden) van EC-elektrode en ph elektrode Emissiereductie Voorlopig 45%

R-1.8 Biologische luchtwasser in een mechanisch geventileerde stal IN ONTWIKKELING! Werkingsprincipe Biologische luchtwasser op mechanisch geventileerde rundveestal. In combinatie met spuivreter met ondergrondse bacteriebuffer. ENKEL VAN TOEPASSING OP STAL VOOR MINIMAAL 120 MELK-EN KALFKOEIEN > 2 JAAR Uitvoering van de maatregel Bv. Biologische luchtwasser van CBGroep 1 Dimensionering Bij de vergunningsaanvraag moet een dimensioneringsplan zitten. De capaciteit van het luchtwassysteem moet minimaal gelijk zijn aan de maximale ventilatiebehoefte van het aantal standplaatsen van alle dieren in de stal. Het luchtwassysteem moet steeds een ammoniakreductie van 70% van de behandelde lucht halen. 2 Ventilatiesysteem Stal is uitgerust met drukventielen als luchtinlaat aan de zijkanten van de stal. Deze zijn voorzien van windcompensatiesystemen (windkappen). De onderdruk in de stal moet altijd gegarandeerd zijn. Dit wordt gerealiseerd door aansturing van de ventielen op basis van drukmetingen in de stal en door middel van koppeling met de ventilatoren op de luchtwasser.

R-1.8 Biologische luchtwasser in een mechanisch geventileerde stal IN ONTWIKKELING! Uitvoering van de maatregel 3 Toegang tot de stal Elke toegang tot de stal is uitgerust met een luchtsas (sensorsysteem) 6 Registratie van parameters van het luchtwassysteem Elektronische monitoring van parameters relevant voor de werking: ph waswater Geleidbaarheid waswater Spuiwaterproductie Drukval over filterpakket Elektriciteitsverbruik waswaterpomp Temperatuur van het waswater Hoeveelheid aanvoer waswater naar reactievat De ph van de vloeistof in het reactorvat De geleidbaarheid van de vloeistof in het reactorvat De temperatuur van de vloeistof in het reactorvat

R-1.8 Biologische luchtwasser in een mechanisch geventileerde stal IN ONTWIKKELING! 6 Registratie van parameters van het luchtwassysteem Alarmen: Afwijkende waarden moeten automatisch een alarm geven Afwijkingen geregistreerd in logboek + genomen actie 7 Registratie van parameters in de stal Aantonen van onderdruk in de stal Via automatische drukverschilmetingen Gebruik luchtsas Klimaatparameters CO 2 gehalte max 3000 ppm

R-1.8 Biologische luchtwasser in een mechanisch geventileerde stal IN ONTWIKKELING! Uitvoering van de maatregel 11 Elk luchtwassysteem moet op een veilige manier toegankelijk zijn om metingen te kunnen uitvoeren Eisen aan het gebruik Er moet altijd en ammoniakreductie van 70% van de lucht die door de wasser gaat gerealiseerd worden Bij jaarlijks onderhoud worden alle sondes en sensoren gereinigd en geijkt Bijkomende tussentijdse kalibratie (om 6 maanden) van EC-elektrode en ph elektrode Emissiereductie Voorlopig 45%

R-1.9 Hellende V-vormige vloer met centrale giergoot en voorzien van geprofileerde rubber matten en mestschuif Werkingsprincipe Snelle afvoer van urine via hellend profiel naar centrale giergoot in combinatie met lagere ph van rubber. Frequent verwijderen van mest en urine. Uitvoering van de maatregel 1 Loopvloer Eerst betonvloer met afschot van 2% naar midden in V-vorm. In midden van vloer giergoot (4 cm breed, 4 cm diep). Afvoer van urine naar uiteinde van de stal en via mestafstort afgevoerd naar onder stal gelegen mestkelder of naar mestopslag buiten de stal. Op betonvloer worden rubber matten gelegd, voorzien van dwarssleuven om 10 cm. Uitgezonderd: doorsteken, wachtruimte en doorlopen. WEL uitgerust met andere reducerende techniek met min. zelfde reductie. Bv. Opti Cow Floor, Animat

R-1.9 Hellende V-vormige vloer met centrale giergoot en voorzien van geprofileerde rubber matten en mestschuif Uitvoering van de maatregel 2 Mestkelder en mestafvoer Mestkelder kan maar is niet noodzakelijk Mestafstort aan één of beide uiteinden van de loopgangen Mestafstorten zijn voorzien van brievenbussluiting, rubberen flappen of andere voorziening 3 Mestschuif Mestschuif moet aanwezig zijn voorzien van aandrijfmechanisme en tijdschakeling De rubber strip van de schuif moet de dwarsgleuven goed reinigen

R-1.9 Hellende V-vormige vloer met centrale giergoot en voorzien van geprofileerde rubber matten en mestschuif Uitvoering van de maatregel 4 Emitterend oppervlak Met mest besmeurd oppervlak max. 5,5 m² Omvat loopgangen, doorsteken Omvat NIET vloer melkstal en voerstoep 5 Registratieapparatuur Moet zowel frequentie als duur van reinigen door de mestschuif kunnen aantonen met terugleesoptie van 3 maanden. Eisen aan het gebruik 1 Mestschuif 12 keer per dag over loopvloer Doorgangen die niet bereikbaar zijn voor schuif moeten minstens dagelijks handmatig of met rijdend/geduwd materieel worden gereinigd

R-1.9 Hellende V-vormige vloer met centrale giergoot en voorzien van geprofileerde rubber matten en mestschuif Eisen aan het gebruik 2 Onderhoud Mestschuif en afsluitkleppen in mestafstorten regelmatig controleren op goede werking min. 1 keer per jaar onderhouden (met onderhoudscontract) Controle van de maatregel Bij aanvraag MV moet aangetoond worden dat geplande aan te kopen apparatuur voldoende is om het loopopp. te reinigen met de voorgeschreven frequentie Opp loopvloer, laadtijd (indien vt) en snelheid mestschuif aangeven.

R-1.9 Hellende V-vormige vloer met centrale giergoot en voorzien van geprofileerde rubber matten en mestschuif Controle van de maatregel Bij controle moet aan volgende voorwaarden voldaan zijn: Vloer moet visueel zuiver zijn (geen aangekoekte oude mest) Na passage mestschuif moet mest afdoende verwijderd zijn van vloer (incl. groeven) Werking van reinigingsapp. gedurende de laatste drie maanden moet inzichtelijk gemaakt kunnen worden mbv registratieapparatuur Onderhoud moet mbv facturen aangetoond kunnen worden (van laatste 5 jaar) Alle afsluitkleppen moeten altijd afsluiten Emissiereductie 26%

R-1.10 Roostervloer voorzien van een bolle thermoplastische rubber toplaag met mestschuif of mestrobot Werkingsprincipe Snelle afvoer van urine door bolle thermoplastisch rubber toplaag (incl. lagere urease activiteit), verwijdering van mest door mestschuif of mestrobot Uitvoering van de maatregel 1 Loopvloer Loopgedeelte en doorlooppaden uitgevoerd als roostervloer met bolle rubber toplaag Bv. Groene Vlag Vloer van Beerepoot Stalinrichtingen of van Altez 2 Mestkelder en mestafvoer Mestkelder onder volledige roostervloer Mestafvoer via roosterspleten

R-1.10 Roostervloer voorzien van een bolle thermoplastische rubber toplaag met mestschuif of mestrobot Uitvoering van de maatregel 3 Mestschuif of mestrobot Afvoer van mest via mestschuif of mestrobot voorzien van aandrijfmechanisme en tijdschakeling Voorzien van rubber of kunststof schuifblad met goede dweilende eigenschappen Schuifblad zodanig aangepast dat bolle vorm van rubber toplaag goed wordt gevolgd 4 Emitterend oppervlak Met mest besmeurd oppervlak max. 5,5 m² Omvat loopgangen, doorsteken Omvat NIET vloer melkstal en voerstoep

R-1.10 Roostervloer voorzien van een bolle thermoplastische rubber toplaag met mestschuif of mestrobot Uitvoering van de maatregel 5 Registratieapparatuur Moet zowel frequentie als duur van reinigen door de mestschuif kunnen aantonen met terugleesoptie van 3 maanden. Eisen aan het gebruik 1 Mestschuif of mestrobot 12 keer per dag over loopvloer Doorgangen die niet bereikbaar zijn voor schuif moeten minstens dagelijks handmatig of met rijdend/geduwd materieel worden gereinigd

R-1.10 Roostervloer voorzien van een bolle thermoplastische rubber toplaag met mestschuif of mestrobot Eisen aan het gebruik 2 Onderhoud Mestschuif of mestrobot en de thermoplastische rubber toplaag min. 1 keer per jaar controleren en onderhouden (met onderhoudscontract) Controle van de maatregel Bij aanvraag MV moet aangetoond worden dat geplande aan te kopen apparatuur voldoende is om het loopopp. te reinigen met de voorgeschreven frequentie Opp loopvloer, laadtijd (indien vt) en snelheid mestschuif aangeven.

R-1.10 Roostervloer voorzien van een bolle thermoplastische rubber toplaag met mestschuif of mestrobot Controle van de maatregel Bij controle moet aan volgende voorwaarden voldaan zijn: Vloer moet visueel zuiver zijn (geen aangekoekte oude mest) Na passage mestschuif of mestrobot moet mest afdoende verwijderd zijn van vloer Werking van reinigingsapp. gedurende de laatste drie maanden moet inzichtelijk gemaakt kunnen worden mbv registratieapparatuur Onderhoud moet mbv facturen aangetoond kunnen worden (van laatste 5 jaar) Onderhoudscontract van mestrobot aanwezig Emissiereductie 27%

R-1.11 Roostervloer voorzien van een bolle thermoplastische rubber toplaag voorzien van afdichtflappen in de roosterspleten met mestschuif of mestrobot Werkingsprincipe Zie R-1.10 + beperking kelderemissie door afdichtflappen Uitvoering van de maatregel 2 Mestkelder en mestafvoer Zie R-1.10 + afvoer van mest via roosterspleten voorzien van goed afsluitende afdichtflappen Bv. Groene Vlag Plus Vloer van Beerepoot Stalinrichtingen of van Altez Eisen aan het gebruik 2 Onderhoud Zie R-1.10 + De afsluitkleppen worden op regelmatige basis gecontroleerd op hun goede werking en indien nodig vervangen.

R-1.11 Roostervloer voorzien van een bolle thermoplastische rubber toplaag voorzien van afdichtflappen in de roosterspleten met mestschuif of mestrobot Controle van de maatregel Zie R-1.10 + alle afdichtflappen moeten altijd afdichten Emissiereductie 54%

R-1.12 Vloer voorzien van perforaties en hellende profilering en mestschuif Werkingsprincipe Beperking van contact tussen mest en urine door perforaties naar kelder Mest wordt met mestschuif naar opslag binnen of buiten stal gebracht Uitvoering van de maatregel 1 Loopvloer Bv. W3 welzijnsvloer van HCI Betonindustrie Vloerplaten met tegelprofiel die tegen elkaar aanliggen, zonder tussenruimte In groefjes zitten perforaties Uitgezonderd: doorsteken, wachtruimte en doorlopen. WEL uitgerust met andere reducerende techniek met min. zelfde reductie.

R-1.12 Vloer voorzien van perforaties en hellende profilering en mestschuif 2 Mestkelder en mestafvoer Onder vloer zit kelder voor opvang urine Dikke fractie afgevoerd via mestafstorten aan uiteinde loopgangen (afstortput) waaruit het naar gesloten mestopslag binnen of buiten stal wordt gebracht Mestafstorten zijn voorzien van brievenbussluiting, rubberen flappen of andere voorziening 3 Mestschuif Mestschuif moet aanwezig zijn voorzien van aandrijfmechanisme en tijdschakeling De rubber strip van de schuif moet de dwarsgleuven goed reinigen

R-1.12 Vloer voorzien van perforaties en hellende profilering en mestschuif 4 Emitterend oppervlak Met mest besmeurd oppervlak max. 5,5 m² Omvat loopgangen, doorsteken Omvat NIET vloer melkstal en voerstoep 5 Registratieapparatuur Moet zowel frequentie als duur van reinigen door de mestschuif kunnen aantonen met terugleesoptie van 3 maanden. Eisen aan het gebruik 1 Mestschuif 12 keer per dag over loopvloer Doorgangen die niet bereikbaar zijn voor schuif moeten minstens dagelijks handmatig of met rijdend/geduwd materieel worden gereinigd

R-1.12 Vloer voorzien van perforaties en hellende profilering en mestschuif Eisen aan het gebruik 2 Onderhoud Mestschuif en afdichtvoorzieningen in mestafstorten regelmatig controleren op goede werking min. 1 keer per jaar onderhouden (met onderhoudscontract) Controle van de maatregel Bij aanvraag MV moet aangetoond worden dat geplande aan te kopen apparatuur voldoende is om het loopopp. te reinigen met de voorgeschreven frequentie Opp loopvloer, laadtijd (indien vt) en snelheid mestschuif aangeven.

R-1.12 Vloer voorzien van perforaties en hellende profilering en mestschuif Controle van de maatregel Bij controle moet aan volgende voorwaarden voldaan zijn: Vloer moet visueel zuiver zijn (geen aangekoekte oude mest) Na passage mestschuif moet mest afdoende verwijderd zijn van vloer (incl. groeven) Werking van reinigingsapp. gedurende de laatste drie maanden moet inzichtelijk gemaakt kunnen worden mbv registratieapparatuur Onderhoud moet mbv facturen aangetoond kunnen worden (van laatste 5 jaar) Alle afdichtvoorzieningen moeten altijd afsluiten Emissiereductie 22%

R-1.13 Geprofileerde vlakke vloer met hellende sleuven, regelmatige mestafstorten voorzien van hangende afdichtflappen met mestschuif of mestrobot Werkingsprincipe Versnelde afvoer van urine door hellende sleuven Regelmatige mestafstorten voorzien van afdichtflappen Uitvoering van de maatregel 1 Loopvloer Loopgedeelte en doorlooppaden voorzien van betonnen vloerplaten met tegelprofiel Uitgezonderd: doorsteken, wachtruimte en doorlopen. WEL uitgerust met andere reducerende techniek met min. zelfde reductie. Bv. W4 welzijnsvloer van HCI Betonindustrie

R-1.13 Geprofileerde vlakke vloer met hellende sleuven, regelmatige mestafstorten voorzien van hangende afdichtflappen met mestschuif of mestrobot 2 Mestkelder en mestafvoer Mestkelder onder vloer voor opslag mest en urine Afvoer via regelmatige gleuven voorzien van hangende flexibele PVC flappen Aan een of beide kanten loopgangen mestafstort voorzien van brievenbussluiting 3 Mestschuif of mestrobot Afvoer van mest via mestschuif of mestrobot voorzien van aandrijfmechanisme en tijdschakeling Mestschuif of mestrobot zodanig uitgevoerd dat bovenzijde van profiel goed wordt gereinigd 4 Emitterend oppervlak Met mest besmeurd oppervlak max. 5,5 m² Omvat loopgangen, doorsteken Omvat NIET vloer melkstal en voerstoep

R-1.13 Geprofileerde vlakke vloer met hellende sleuven, regelmatige mestafstorten voorzien van hangende afdichtflappen met mestschuif of mestrobot 5 Registratieapparatuur Moet zowel frequentie als duur van reinigen door de mestschuif kunnen aantonen met terugleesoptie van 3 maanden. Eisen aan het gebruik 1 Mestschuif of mestrobot 12 keer per dag over loopvloer Doorgangen die niet bereikbaar zijn voor schuif moeten minstens dagelijks handmatig of met rijdend/geduwd materieel worden gereinigd

R-1.13 Geprofileerde vlakke vloer met hellende sleuven, regelmatige mestafstorten voorzien van hangende afdichtflappen met mestschuif of mestrobot 2 Onderhoud Onderhoud mestschuif, mestrobot en afdichtvoorzieningen: minstens 1 keer per jaar Regelmatige controle Controle van de maatregel Bij aanvraag MV moet aangetoond worden dat geplande aan te kopen apparatuur voldoende is om het loopopp. te reinigen met de voorgeschreven frequentie Opp loopvloer, laadtijd (indien vt) en snelheid mestschuif aangeven.

R-1.13 Geprofileerde vlakke vloer met hellende sleuven, regelmatige mestafstorten voorzien van hangende afdichtflappen met mestschuif of mestrobot Controle van de maatregel Bij controle moet aan volgende voorwaarden voldaan zijn: Vloer moet visueel zuiver zijn (geen aangekoekte oude mest) Na passage mestschuif of mestrobot moet mest afdoende verwijderd zijn van vloer (incl. groeven) Werking van reinigingsapp. gedurende de laatste drie maanden moet inzichtelijk gemaakt kunnen worden mbv registratieapparatuur Onderhoud moet mbv facturen aangetoond kunnen worden (van laatste 5 jaar) Alle afdichtvoorzieningen moeten altijd afsluiten Emissiereductie 20%

R-1.14 V-vormige vloer van geprofileerde vloerelementen in combinatie met een gierafvoerbuis en met mestschuif Werkingsprincipe Versneld afvoeren van urine naar gierafvoerbuis via urinesleuven en afhellende vloer Mest wordt verwijderd door mestschuif Geen mestkelder aanwezig Uitvoering van de maatregel 1 Loopvloer Loopgedeelte en doorlooppaden uitgevoerd met betonnen vloerplaten die op 1,5% afschot naar gierafvoerbuis gelegd worden Uitgezonderd: doorsteken, wachtruimte en doorlopen. WEL uitgerust met andere reducerende techniek met min. zelfde reductie. Bv. W5 welzijnsvloer van HCI Betonindustrie

R-1.14 V-vormige vloer van geprofileerde vloerelementen in combinatie met een gierafvoerbuis en met mestschuif 2 Mestkelder en mestafvoer De vloer is niet onderkelderd Mest wordt afgevoerd naar gesloten mestopslag Urine wordt opgevangen in gierafvoerbuis en afgevoerd naar gesloten opslag Aan één of beide zijden van loopgangen afstort Mestafstorten zijn voorzien van brievenbussluiting, rubberen flappen of andere voorziening 3 Mestschuif Mestschuif moet aanwezig zijn voorzien van aandrijfmechanisme en tijdschakeling De onderkant van de schuif moet van kunststof of gelijkwaardig materiaal zijn en goed aansluiten op de vloer

R-1.14 V-vormige vloer van geprofileerde vloerelementen in combinatie met een gierafvoerbuis en met mestschuif 4 Emitterend oppervlak Met mest besmeurd oppervlak max. 5,5 m² Omvat loopgangen, doorsteken Omvat NIET vloer melkstal en voerstoep 5 Registratieapparatuur Moet zowel frequentie als duur van reinigen door de mestschuif kunnen aantonen met terugleesoptie van 3 maanden. Eisen aan het gebruik 1 Mestschuif 12 keer per dag over loopvloer Doorgangen die niet bereikbaar zijn voor schuif moeten minstens dagelijks handmatig of met rijdend/geduwd materieel worden gereinigd

R-1.14 V-vormige vloer van geprofileerde vloerelementen in combinatie met een gierafvoerbuis en met mestschuif Eisen aan het gebruik 2 Onderhoud Mestschuif en afdichtvoorzieningen in mestafstorten regelmatig controleren op goede werking min. 1 keer per jaar onderhouden (met onderhoudscontract) Controle van de maatregel Bij aanvraag MV moet aangetoond worden dat geplande aan te kopen apparatuur voldoende is om het loopopp. te reinigen met de voorgeschreven frequentie Opp loopvloer, laadtijd (indien vt) en snelheid mestschuif aangeven.

R-1.14 V-vormige vloer van geprofileerde vloerelementen in combinatie met een gierafvoerbuis en met mestschuif Controle van de maatregel Bij controle moet aan volgende voorwaarden voldaan zijn: Vloer moet visueel zuiver zijn (geen aangekoekte oude mest) Na passage mestschuif moet mest afdoende verwijderd zijn van vloer (incl. groeven) Werking van reinigingsapp. gedurende de laatste drie maanden moet inzichtelijk gemaakt kunnen worden mbv registratieapparatuur Onderhoud moet mbv facturen aangetoond kunnen worden (van laatste 5 jaar) Alle afdichtvoorzieningen moeten altijd afsluiten Emissiereductie 24%

R-1.15 Roostervloer met hellende groeven of hellend gelegd voorzien van afdichtflappen in de roosterspleten met mestschuif of mestrobot en water Werkingsprincipe Versnelde afvoer van urine door hellende groeven Afvoer mest via mestschuif en mestrobot Sproeien van water Mestkelder afgesloten door afdichtkleppen Uitvoering van de maatregel 1 Loopvloer Roosterelementen met per rooster 3 of 4 balken van 25 cm breed Bv. G3.1 Patent Comfort vloer van Swaans Beton 2 Mestkelder en mestafvoer Onder gehele vloer is mestkelder aanwezig Afvoer van mest en urine via roosterspleten die afgesloten worden met afdichtkleppen

R-1.15 Roostervloer met hellende groeven of hellend gelegd voorzien van afdichtflappen in de roosterspleten met mestschuif of mestrobot en water 3 Mestschuif of mestrobot Afvoer van mest via mestschuif of mestrobot voorzien van aandrijfmechanisme en tijdschakeling Mestschuif of mestrobot zodanig uitgevoerd dat bovenzijde van profiel goed wordt gereinigd 4 Sproei-installatie Zie R-1.3 5 Emitterend oppervlak Met mest besmeurd oppervlak max. 5,5 m² Omvat loopgangen, doorsteken Omvat NIET vloer melkstal en voerstoep

R-1.15 Roostervloer met hellende groeven of hellend gelegd voorzien van afdichtflappen in de roosterspleten met mestschuif of mestrobot en water 6 Registratieapparatuur Moet zowel frequentie als duur van reinigen door de mestschuif kunnen aantonen met terugleesoptie van 3 maanden. Eisen aan het gebruik 1 Mestschuif 24 keer per dag over loopvloer Doorgangen die niet bereikbaar zijn voor schuif moeten minstens dagelijks handmatig of met rijdend/geduwd materieel worden gereinigd 2 Sproei-installatie 3 l/m 2 loopvloer/dag Enkel regenwater Mag uitgeschakeld worden tijdens vorst

R-1.15 Roostervloer met hellende groeven of hellend gelegd voorzien van afdichtflappen in de roosterspleten met mestschuif of mestrobot en water Eisen aan het gebruik 3 Onderhoud Mestschuif of mestrobot en afdichtvoorzieningen in mestafstorten regelmatig controleren op goede werking min. 1 keer per jaar onderhouden (met onderhoudscontract) Controle van de maatregel Bij aanvraag MV moet aangetoond worden dat geplande aan te kopen apparatuur voldoende is om het loopopp. te reinigen met de voorgeschreven frequentie Opp loopvloer, laadtijd (indien vt) en snelheid mestschuif aangeven. IDEM voor apparatuur om water te versproeien

R-1.15 Roostervloer met hellende groeven of hellend gelegd voorzien van afdichtflappen in de roosterspleten met mestschuif of mestrobot en water Controle van de maatregel Bij controle moet aan volgende voorwaarden voldaan zijn: Vloer moet visueel zuiver zijn (geen aangekoekte oude mest) Na passage mestschuif moet mest afdoende verwijderd zijn van vloer (incl. groeven) Werking van reinigingsapp. gedurende de laatste drie maanden moet inzichtelijk gemaakt kunnen worden mbv registratieapparatuur Onderhoud moet mbv facturen aangetoond kunnen worden (van laatste 5 jaar) Alle afdichtvoorzieningen moeten altijd afsluiten Emissiereductie 21%

R-1.16 Geprofileerde vloerplaten met sterk hellende langsgleuven met urineafvoergat en hellende dwarsgroeven aaneengesloten gelegd of gescheiden door mestafstorten voorzien van emissiereductiekleppen met mestschuif Werkingsprincipe Versnelde afvoer van urine door dwarsgroeven en langsgleuven Urine via afvoergat in elk van de sleuven naar mestkelder Variant 1: mest via mestafstort aan einde loopvloer Variant 2: regelmatige mestafstorten tussen vloerplaten Bv. G6 Patent vloer van Swaans Beton Uitvoering van de maatregel 1 Loopvloer Prefab vloerplaten met langsgleuven en dwarsgroeven Urine-afvoergat tussen aansluiting van vloerplaten

R-1.16 Geprofileerde vloerplaten met sterk hellende langsgleuven met urineafvoergat en hellende dwarsgroeven aaneengesloten gelegd of gescheiden door mestafstorten voorzien van emissiereductiekleppen met mestschuif 2 Mestkelder en mestafvoer Mestkelder onder het gehele oppervlak Variant 1: aan één of beide zijden van loopgang mestafstort met brievenbussluiting, rubberen flappen of andere voorziening. Mest naar aparte gesloten mestopslag. Variant 2: regelmatige mestafstorten voorzien van reductiekleppen 3 Mestschuif Afvoer van mest via mestschuif voorzien van aandrijfmechanisme en tijdschakeling Mestschuif zodanig uitgevoerd dat bovenzijde van profiel en langsgleuven goed wordt gereinigd 4 Emitterend oppervlak Met mest besmeurd oppervlak max. 5,5 m² Omvat loopgangen, doorsteken Omvat NIET vloer melkstal en voerstoep

R-1.16 Geprofileerde vloerplaten met sterk hellende langsgleuven met urineafvoergat en hellende dwarsgroeven aaneengesloten gelegd of gescheiden door mestafstorten voorzien van emissiereductiekleppen met mestschuif 5 Registratieapparatuur Moet zowel frequentie als duur van reinigen door de mestschuif kunnen aantonen met terugleesoptie van 3 maanden. Eisen aan het gebruik 1 Mestschuif 12 keer per dag over loopvloer Doorgangen die niet bereikbaar zijn voor schuif moeten minstens dagelijks handmatig of met rijdend/geduwd materieel worden gereinigd

R-1.16 Geprofileerde vloerplaten met sterk hellende langsgleuven met urineafvoergat en hellende dwarsgroeven aaneengesloten gelegd of gescheiden door mestafstorten voorzien van emissiereductiekleppen met mestschuif Eisen aan het gebruik 2 Onderhoud Mestschuif en afdichtvoorzieningen in mestafstorten regelmatig controleren op goede werking min. 1 keer per jaar onderhouden (met onderhoudscontract) Controle van de maatregel Bij aanvraag MV moet aangetoond worden dat geplande aan te kopen apparatuur voldoende is om het loopopp. te reinigen met de voorgeschreven frequentie Opp loopvloer, laadtijd (indien vt) en snelheid mestschuif aangeven.

R-1.16 Geprofileerde vloerplaten met sterk hellende langsgleuven met urineafvoergat en hellende dwarsgroeven aaneengesloten gelegd of gescheiden door mestafstorten voorzien van emissiereductiekleppen met mestschuif Controle van de maatregel Bij controle moet aan volgende voorwaarden voldaan zijn: Vloer moet visueel zuiver zijn (geen aangekoekte oude mest) Na passage mestschuif moet mest afdoende verwijderd zijn van vloer (incl. groeven) Werking van reinigingsapp. gedurende de laatste drie maanden moet inzichtelijk gemaakt kunnen worden mbv registratieapparatuur Onderhoud moet mbv facturen aangetoond kunnen worden (van laatste 5 jaar) Alle afdichtvoorzieningen moeten altijd afsluiten Emissiereductie 30%

R-1.17 Roostervloer voorzien van rubber matten en composiet nokken met een hellend profiel, kunststofcassettes in de roosterspleten met mestschuif of mestrobot Werkingsprincipe Versnelde afvoer van urine Beperking uitwisseling van kelderlucht en stallucht door afsluitkleppen in de roosterspleten. Regelmatig schuiven. Bv. Proflex Meadowfloor van Proflex Uitvoering van de maatregel Betonproducten 1 Loopvloer Betonnen roostervloeren Hierop zijn geprofileerde nokken aangebracht In de roosterspleten zijn kunststof elementen (vervangbare cassettes aanwezig) met kunststof afsluitkleppen

R-1.17 Roostervloer voorzien van rubber matten en composiet nokken met een hellend profiel, kunststofcassettes in de roosterspleten met mestschuif of mestrobot 2 Cassettes Dienen goed in de rooster te passen en te blijven zitten (rubber mag niet schuiven of opkrullen) Matten moeten goed beloopbaar en slijtvast zijn 3 Mestkelder en mestafvoer Onder gehele rooster is een mestkelder aanwezig 4 Mestschuif of mestrobot Afvoer van mest via mestschuif of mestrobot voorzien van aandrijfmechanisme en tijdschakeling Mestschuif of mestrobot zodanig uitgevoerd dat het geprofileerde oppervlak goed wordt gereinigd

R-1.17 Roostervloer voorzien van rubber matten en composiet nokken met een hellend profiel, kunststofcassettes in de roosterspleten met mestschuif of mestrobot 5 Emitterend oppervlak Met mest besmeurd oppervlak max. 5,5 m² Omvat loopgangen, doorsteken Omvat NIET vloer melkstal en voerstoep 6 Registratieapparatuur Moet zowel frequentie als duur van reinigen door de mestschuif kunnen aantonen met terugleesoptie van 3 maanden. Eisen aan het gebruik 1 Mestschuif of mestrobot 12 keer per dag over loopvloer Doorgangen die niet bereikbaar zijn voor schuif moeten minstens dagelijks handmatig of met rijdend/geduwd materieel worden gereinigd

R-1.17 Roostervloer voorzien van rubber matten en composiet nokken met een hellend profiel, kunststofcassettes in de roosterspleten met mestschuif of mestrobot 2 Onderhoud Mestschuif of mestrobot en afdichtvoorzieningen in roosterspleten ten minste eenmaal per jaar onderhouden Voor mestrobot moet onderhoudscontract afgesloten worden Afdichtvoorzieningen in roosterspleten moeten op regelmatige basis gecontroleerd worden en indien nodig vervangen Controle van de maatregel Bij aanvraag MV moet aangetoond worden dat geplande aan te kopen apparatuur voldoende is om het loopopp. te reinigen met de voorgeschreven frequentie Opp loopvloer, laadtijd (indien vt) en snelheid mestschuif aangeven.

R-1.17 Roostervloer voorzien van rubber matten en composiet nokken met een hellend profiel, kunststofcassettes in de roosterspleten met mestschuif of mestrobot Controle van de maatregel Bij controle moet aan volgende voorwaarden voldaan zijn: Vloer moet visueel zuiver zijn (geen aangekoekte oude mest) Na passage mestschuif moet mest afdoende verwijderd zijn van vloer (incl. groeven) Werking van reinigingsapp. gedurende de laatste drie maanden moet inzichtelijk gemaakt kunnen worden mbv registratieapparatuur Onderhoud moet mbv facturen aangetoond kunnen worden (van laatste 5 jaar) Alle afdichtvoorzieningen moeten altijd afsluiten Emissiereductie 41%

R-1.18 Geprofileerde vlakke vloer met hellende sleuven, regelmatige mestafstorten voorzien van emissiereductiekleppen en een mestschuif of mestrobot Werkingsprincipe Versnelde afvoer van urine Beperken van uitstoot van kelderlucht Reiniging met mestschuif of mestrobot Uitvoering van de maatregel 1 Loopvloer Vlakke betonnen vloerplaten voorzien van langs- en dwarsgleuven Uitgezonderd: doorsteken, wachtruimte en doorlopen. WEL uitgerust met andere reducerende techniek met min. zelfde reductie. 2 Mestkelder en mestafvoer Mestkelder onder vloer aanwezig Regelmatige mestafstorten Emissiereductiekleppen tussen vloerdelen Bv. G2.2 Patent comfort vloer van Swaans Beton

R-1.18 Geprofileerde vlakke vloer met hellende sleuven, regelmatige mestafstorten voorzien van emissiereductiekleppen en een mestschuif of mestrobot 3 Mestschuif of mestrobot Afvoer van mest via mestschuif of mestrobot voorzien van aandrijfmechanisme en tijdschakeling Mestschuif of mestrobot zodanig uitgevoerd dat bovenzijde van profiel goed wordt gereinigd 4 Emitterend oppervlak Met mest besmeurd oppervlak max. 5,5 m² Omvat loopgangen, doorsteken Omvat NIET vloer melkstal en voerstoep 5 Registratieapparatuur Moet zowel frequentie als duur van reinigen door de mestschuif kunnen aantonen met terugleesoptie van 3 maanden.

R-1.18 Geprofileerde vlakke vloer met hellende sleuven, regelmatige mestafstorten voorzien van emissiereductiekleppen en een mestschuif of mestrobot Eisen aan het gebruik 1 Mestschuif of mestrobot 12 keer per dag over loopvloer Doorgangen die niet bereikbaar zijn voor schuif moeten minstens dagelijks handmatig of met rijdend/geduwd materieel worden gereinigd 2 Onderhoud Mestschuif of mestrobot en afdichtvoorzieningen in roosterspleten ten minste eenmaal per jaar onderhouden Voor mestrobot moet onderhoudscontract afgesloten worden Afdichtvoorzieningen in roosterspleten moeten op regelmatige basis gecontroleerd worden en indien nodig vervangen

R-1.18 Geprofileerde vlakke vloer met hellende sleuven, regelmatige mestafstorten voorzien van emissiereductiekleppen en een mestschuif of mestrobot Controle van de maatregel Bij aanvraag MV moet aangetoond worden dat geplande aan te kopen apparatuur voldoende is om het loopopp. te reinigen met de voorgeschreven frequentie Opp loopvloer, laadtijd (indien vt) en snelheid mestschuif aangeven. Controle van de maatregel Bij controle moet aan volgende voorwaarden voldaan zijn: Vloer moet visueel zuiver zijn (geen aangekoekte oude mest) Na passage mestschuif moet mest afdoende verwijderd zijn van vloer (incl. groeven) Werking van reinigingsapp. gedurende de laatste drie maanden moet inzichtelijk gemaakt kunnen worden mbv registratieapparatuur Onderhoud moet mbv facturen aangetoond kunnen worden (van laatste 5 jaar) Alle afdichtvoorzieningen moeten altijd afsluiten Emissiereductie 20%

R-2.1, R-3.1b, R-6.1 en R-7.1 Beweiding in combinatie met leegstand en lege mestopslag in de stal Werkingsprincipe Reductie ammoniakemissie door dieren gedurende een bepaalde periode onbeperkt te laten weiden. Stal en mestopslag in stal is vrij van dieren en mest. Uitvoering van de maatregel Weidegang dag en nacht gedurende één aaneengesloten periode. Stal is leeg, met uitzondering van eventueel afgescheiden strohok zonder kelder.! Deze standplaatsen zitten niet in vergunning!

R-2.1, R-3.1b, R-6.1 en R-7.1 Beweiding in combinatie met leegstand en lege mestopslag in de stal Eisen aan het gebruik 1 Voorwaarden Voldoende graasweide ter beschikking (verzamelaanvraag) Water en schuilmogelijkheden Aanvullende mestopslagcapaciteit voldoende om lege opslag te kunnen opvangen 2 Registratie Logboek waarin startdatum van weidegang en datum van opstallen wordt genoteerd. Controle van de maatregel Bij aanvraag milieuvergunning dient aangetoond te worden dat men over voldoende weidegrond beschikt

R-2.1, R-3.1b, R-6.1 en R-7.1 Beweiding in combinatie met leegstand en lege mestopslag in de stal Bij controle moet aan de volgende voorwaarden voldaan zijn: Tijdens controle tijdens beweidingsperiode geen dieren noch mest in de stal en mestkelder Logboek kunnen voorleggen Totale mestopslagcapaciteit moet voorziene leegstand kunnen opvangen Verzamelaanvragen van voorbije 5 jaar moeten voorgelegd kunnen worden Emissiereductie

V-1.1, V-2.1, V-3.1 en V-4.1 Drijvende ballen in het mestoppervlak Werkingsprincipe: Beperken van putemissie door verkleinen van emitterend mestoppervlak Bv. Balansballen van Balansbal Uitvoering van de maatregel 1 Mestkanaal is voorzien van verticale wanden

V-1.1, V-2.1, V-3.1 en V-4.1 Drijvende ballen in het mestoppervlak 2 Ballen Gemaakt van HDPE en niet mestaanhechtend Diameter: 225 mm Glad oppervlak ½ gevuld met water zodat ze voor de helft in het mestoppervlak drijven Lekvrij en mestbestendig 3 Mestkanaal onder de rooster Het volledig emitterend oppervlak is voorzien van ballen. De ballen liggen tegen elkaar. Het mestkanaal is voorzien van 18 ballen per m² emitterend oppervlak. 4 Afvoer van mest Het mestkanaal mag niet voorzien zijn van een rioolsysteem voor de afvoer van de mest.

V-1.1, V-2.1, V-3.1 en V-4.1 Drijvende ballen in het mestoppervlak Eisen aan het gebruik Het mestkanaal mag niet maximaal met mest gevuld zijn. De ballen, die in het mestoppervlak drijven, moeten zich altijd vrij kunnen bewegen. Bij het afvoeren van de mest uit het mestkanaal mogen de ballen niet uit het mestkanaal verwijderd worden. Na het afvoeren van de mest moet een laag mest in het mestkanaal achterblijven zodat de ballen altijd voor de helft in het mestoppervlak drijven. Na afloop van elke productieronde moeten de ballen gereinigd worden met water.

V-1.1, V-2.1, V-3.1 en V-4.1 Drijvende ballen in het mestoppervlak Controle van de maatregel De eigenaar van de stal moet de technische fiche en een kopie van de factuur kunnen voorleggen van de leverancier. De technische fiche, alsook de factuur omvat onder andere het totaal aantal geleverde ballen, het aantal ballen per mestkanaal, het type ballen,... Emissiereductie 29%.

V-4.2 Toevoegen van benzoëzuur aan het voeder Bv. VevoVitall van DSM Werkingsprincipe Opname via voeder Omgezet tot hippuurzuur -> daling van ph van urine + mest Uitvoering van de maatregel De dieren die onder deze maatregel vallen behoren tot een eenheid binnen de inrichting. Deze eenheid heeft eigen opslag mengvoer en eigen voerinstallatie Aan alle dieren van de eenheid moet het aangepaste veevoeder worden verstrekt Eisen aan het gebruik Dieren worden gevoederd met voeder geleverd door mengvoederleverancier, of met zelf gemengd voeder (zelfmenger) of een combinatie van beiden 1 % benzoëzuur op productbasis bij 88 % droge stof

V-4.2 Toevoegen van benzoëzuur aan het voeder Controle van de maatregel Samenstelling van geleverde en gebruikte veevoeder moet inzichtelijk zijn bij controle Aan de hand van een unieke voercode op voerbon Gegevens die geregistreerd en min. 5 jaar bewaard moeten worden: Samenstelling en hoeveelheid geleverde mengvoeder Plaats opslag mengvoeder (silonummer) Aantal gehouden dieren (per eenheid) waaraan en de periode waarin het aangepaste veevoeder verstrekt is Emissiereductie 16%

V-4.3 Rooster vervangen door rooster met verhoogde mestdoorlaat (bv. metalen driekantrooster) Werkingsprincipe minder goed doorlatende roosters vervangen door roosters met een verhoogde doorlaat volrooster- of halfrooster Uitvoering van de maatregel Verhouding openingen min 40% Vorm van roosterbalkjes aangepast zodat ze onderaan smaller zijn Halfrooster (max 60% dichte vloer), of volrooster Eisen aan het gebruik In het geval van een halfroosteruitvoering worden alle beschikbare maatregelen genomen om het gewenste mestgedrag boven de rooster te bevorderen, bijvoorbeeld klimaatsturing en beheersing. Controle van de maatregel Er zijn geen andere roostertypes aanwezig. De rooster voldoet aan de definitie rooster met verhoogde mestdoorlaat. Emissiereductie 10%

V-4.4 Schuine wand in een mestkanaal of -kelder plaatsen Werkingsprincipe: Verkleining van het emitterend oppervlak in de mestkelder/mestkanaal door schuine putwand Uitvoering van de maatregel: minstens 30 % aaneengesloten dichte vloer of volrooster 1, 2 of meerder schuine wanden in mestkanaal emitterend oppervlak max. 0,27 m²/vleesvarkensplaats Werking geborgd door overloop Helling schuine wanden min 45 tov dichte vloer en min 60 tov vloer tegen andere wand of tussen schuine wanden Voorwaarden schuine wanden: Schuine wanden in mestkanalen moeten gemaakt zijn van een niet mestaanhechtend materiaal. Schuine wanden moeten tot op de bodem van het mestkanaal worden gemonteerd en steeds vloeistofdicht aansluiten op de wanden en de bodem van het mestkanaal.

V-4.4 Schuine wand in een mestkanaal of -kelder plaatsen Uitvoering van de maatregel: Het mestkanaal mag niet in open verbinding staan met gelijk welk ander aanwezig kanaal onder de roosters en/of vloeren, alsook niet met de ruimtes onder de schuine putwanden. Als onder de dichte vloer mest wordt opgeslagen mogen in de (rechte of schuine) wand tussen dit kanaal en het mestkanaal onder de roosters openingen aanwezig zijn die fungeren als stankafsluiters. Het mestniveau moet dan steeds hoger staan dan de bovenkant van de hoogste opening. De overloop mag niet systematisch als afvoer worden gebruikt, vooraleer het mestniveau de hoogte van de overloop bereikt moet het kanaal worden geleegd, hetzij via een riolerings- of ander afvoersysteem, hetzij door de kelder of het kanaal tijdig leeg te pompen. De overloop moet zo zijn geconstrueerd dat de mest naar een afgesloten opvangput zou kunnen stromen mocht het kanaal niet tijdig geleegd worden.

V-4.4 Schuine wand in een mestkanaal of -kelder plaatsen Controle van de maatregel Bij elke uitvoering is een dimensioneringsplan en de daaruit volgende berekening van de hoogte van de overloop toegevoegd om het vereiste maximale emitterende oppervlak te bepalen. De overloop moet uitgevoerd worden in functie van een goede zichtbaarheid. Na uitvoering van deze maatregel moet een attest afgeleverd worden dat aantoont dat de bouwwerken werden uitgevoerd conform de hierboven beschreven eisen aan de uitvoering van de maatregel. Dit attest wordt ter inzage gehouden van de toezichthoudende overheid. Emissiereductie