NG254 MEETRAPPORT NEN2580 De Liefde Voorstraat 6/6b te Utrecht Opdrachtgever: Gemeente Utrecht, Utrechtse Vastgoed Organisatie afdeling Portefeuillemanagement Mevrouw T. Flantua, Adviseur portefeuillemanagement Postbus 8406 3503 RK UTRECHT Telefoon: 030-286 0174 Email: t.flantua@utrecht.nl Opdrachtnemer: Het Bouw Collectief B.V. De heer Ing. M.G. in t Veld RVGME Dillenburglaan 22, 3818 GH te Amersfoort Telefoon: 033-2583458 Email: info@hetbouwcollectief.nl Datum 7 augustus 2014
Inhoud Inhoud Blz Meetcertificaat 02 Verantwoording van de meetcertificaat 03 Toelichting op de meetcertificaat 03 Doel van de meting 03 Opdrachtverstrekking realiseren meetcertificaat 03 Herkomst & uitwerking basismateriaal 04 Voorbehouden 04 Meetstaat Tabel Bruto vloeroppervlakten 1 Meetstaat TOTAAL volgens NEN 2580 norm excl. bruto opp. Kelder t/m Zolder 2 Tekening Blad Bruto vloeroppervlakten en Gebruikersoppervlakten kelder, begane grond, 1 e, 2 e, 3 e verdieping en zolder: Totaal 2 tekeningen, te weten BVO -1/01 en BVO 02/04 Verhuurbare vloeroppervlakten volgens NEN 2580 kelder, begane grond, 1 e, 2 e, 3 e verdieping en zolder: Totaal 2 tekeningen, te weten NEN -1/01 en NEN 02/04 Huurdersverdeling verhuurbare vloeroppervlakten kelder, begane grond, 1 e, 2 e, 3 e verdieping en zolder: Totaal 2 tekeningen, te weten HUUR -1/01 en HUUR 02/04 Bijlage Blad Termen en definities uit NEN 2580 norm 08 t/m 13 2
MEETCERTIFICAAT (A) Nr. NG254 Controle op locatie uitgevoerd, ingemeten en aan de hand van digitale plattegrond tekeningen uitgewerkt. PROJECT : Woon/winkelpland De Liefde PLAATS : Utrecht GELEGEN AAN : Voorstraat 6/6b te Utrecht De Bruto vloeroppervlakte bedraagt 719 m2 De verhuurbare oppervlakte bedraagt 538 m2 De vloeroppervlakten zijn berekend volgens de NEN 2580 versie mei 2007 en correctieblad NEN 2580/C1 december 2008 Conform Concept Richtlijn Opstellen Meetcertificaten d.d. 9 maart 2009 van vereniging De Vierkante Meter zijn 2 types meetcertificaten gedefinieerd: A: Gebouw ter plaatse gecontroleerd en ingemeten B: Gebouw aan de hand van tekeningen uitgewerkt en niet ter plaatse gecontroleerd en ingemeten Dit gebouw heeft meetcertificaat A Aldus opgemaakt te Amersfoort d.d. 8 augustus 2014 Status: Definitief Ing. M.G. in t Veld RVGME NE254 3
Verantwoording van meetcertificaat Bouwwerk : Rijksmonument De Liefde Voorstraat 6/6b, 3572 SG te Utrecht Annotatie : Voormalig apotheek De Liefde is het meest bekende Jugendstil-gebouw van. Utrecht. Het is gebouwd in 1904 in opdracht van Johan de Liefde. Projectnummer : NE254 Versie : Definitief Datum : 8 augustus 2014 Opdrachtnemer : Het Bouw Collectief B.V. Auteur : ing M.G. in t Veld RVGME/ ing. N.G. van Berk Toelichting op de meetcertificaat Meetcertificaat is uitgevoerd: Conform Concept Richtlijn Opstellen Meetcertificaten d.d. 9 maart 2009 van vereniging De Vierkante Meter zijn 2 types meetcertificaten gedefinieerd: A: Gebouw ter plaatse gecontroleerd en ingemeten B: Gebouw aan de hand van tekeningen uitgewerkt en niet ter plaatse gecontroleerd en ingemeten Dit gebouw heeft meetcertificaat A. Uitleg zie hoofdstuk herkomst en uitwerking basismateriaal Doel van de meting Opdrachtgever is geïnteresseerd in met name de verhuurbare vloeroppervlakte van het gebouw en de onderverdeling van de verhuurbare vloeroppervlakten tussen de verschillende gebruikers. Opdrachtverstrekking realiseren meetcertificaat Opdrachtgever : Gemeente Utrecht, Utrechtse Vastgoed Organisatie afdeling Portefeuillemanagement Mevrouw T.Flantua, Adviseur portefeuillemanagement 4
Herkomst en uitwerking basismateriaal Tekeningen geraadpleegd en gebruikt van: Stadsarchief Utrecht, auteur onbekend. Het gebouw is ter plaatse d.d. 29 juli 2014 en 07 augustus 2014 gecontroleerd op indeling en maatvoering met behulp van de summiere handmatig uitgewerkte tekeningen geraadpleegd uit het stadsarchief. Waarnemingen ter plaatse: - De papieren tekeningen waren uitsluitend bruikbaar voor de indeling. Maatvoering is geheel in het werk ingemeten en verwerkt de digitale tekeningen. Voorbehouden 1 Zie tekst herkomst en uitwerking basismateriaal. 2 De uitwerking van dit meetcertificaat heeft het label A meegekregen. 3 Het pand dateert uit 1904 en is in de loop der jaren licht gaan verzakken. Op de 2 e, 3 e verdieping en zolder zijn voorzetwanden geplaatst. Hierdoor kunnen afwijkingen groter dan 0,5% ontstaan. Voor de Bruto vloeroppervlakte moet een percentage van 3% en voor de Verhuurbare vloer oppervlakte moet een percentage van 1,5 tot 2% aangehouden worden in plaats van 0,5%. De reden voor de BVO is dat de buitenkant lastig te bepalen is. Voor VVO vanwege evt verborgen geheimen achter de voorzetwanden. 4 In de meetrapportage is de 1,5meter lijn van de trappen ingemeten. 5 Glascorrectie minder dan 80mm wordt in dit meetrapport niet opgenomen. 6 Alleen in de kelder en op de begane grond worden de wanden als dragend gezien. 7 Het meetrapport voldoet aan het gestelde, genoemd in NTA 2581, opstellen van meetrapporten volgens NEN 2580, december 2011 8 De verrekening dient uitgevoerd te worden overeenkomstig het gestelde in de NEN2580 van mei 2007 en correctieblad NEN2580/C1 december 2008 5
Meetstaat Tabel Bruto vloeroppervlakten 1 Meetstaat TOTAAL volgens NEN 2580 norm excl. bruto opp. Kelder t/m Zolder 2 6
Winkelpand Voorstraat 6 te Utrecht Voormalige woning Voorstraat 6B te Utrecht 8-8-2014 CERTIFICAATNUMMER: NG254 versie 0 Meetstaat TOTAAL bruto-, vide- en gebruikers vloeroppervlakten volgens NEN 2580 norm TABEL 1 BRUTO VLOEROPPERVLAKTE VIDE GEBRUIKERS VLOER- OPPERVLAKTE kolomnummer 01 02 03 artikel nummer volgens NEN2580 norm 4.2.2. 4.5.2. Winkelpand 6A Kelder 127,11 94,39 Begane grond 118,40 97,04 1e verdieping 116,67 100,73 2e verdieping 3e verdieping Zolder TOTAAL WINKELPAND 6A 362,18 292,16 Kantoorpand 6B Kelder Begane grond 7,04 4,45 1e verdieping 8,23 0,56 2e verdieping 115,19 99,30 3e verdieping 107,90 88,57 Zolder 118,10 90,70 TOTAAL KANTOORPAND 6B 356,46 283,58 EINDTOTAAL VOORSTRAAT 6A +6B 719 0,0 576
Winkelpand Voorstraat 6 te Utrecht Voormalige woning Voorstraat 6B te Utrecht 8-8-2014 CERTIFICAATNUMMER: NG254 versie 0 Meetstaat volgens NEN 2580 norm TABEL 2 NIET VERHUURBAAR VERHUURBAAR Totaal kolomnummer 04 05 06 07a 07b 07c 07d 07e 07f 08 09a 09b 09c 10 11a 11b 11c 12 13 gebruik door 1 of meerdere huurders per verdieping gemeenschappelijk gebruik 2 of meer gebruikers 07 t/m 12 NEN 2580 omschrijving vertikaal verkeer installatie ruimte kantoor ruimte winkel ruimte facilitaire ruimte horizontaa l verkeer sanitaire ruimte artikel nummer 2.2.9. 4.5. blz 34 4.6. 4.6. 4.6. volgens NEN 2580 norm 4.6 blz 384.6. blz 36 2.2.12. 4.5.1. 4.5.1. 4.5.1. 4.5.1. 4.5.1. 4.5.1. blz 36 4.5.1. 4.5.1. 4.5.1. blz 36 4.5.1. 4.5.1. 4.5.1. blz 36 4.6. kelder glaslijn correctie verhuurb. vloer oppervlak KELDER 1,30 90,60 1,86 92,46 Winkel Voorstraat 6 1,30 90,60 1,86 92,46 BEGANE GR. 7,84 0,57 82,14 82,14 1,60 1,60 3,11 3,11 1,47 1,47 Winkel Voorstraat 6 7,84 0,57 82,14 1,60 3,11 1,47 88,32 2,83 0,00 vm Woning Voorstraat 6B 2,83 0,00 1e VERDIEPING 3,38 81,27 81,27 9,33 9,33 5,97 5,97 1,08 0,15 1,23 Winkel Voorstraat 6 3,38 81,27 9,33 5,97 1,08 0,15 97,80 5,72 0,56 0,00 vm Woning Voorstraat 6B 5,72 0,56 0,00 2e VERDIEPING 2,75 0,88 54,40 54,40 14,66 14,66 16,70 16,70 9,96 9,96 vm Woning Voorstraat 6B 2,75 0,88 54,40 14,66 16,70 9,96 95,72 3e VERDIEPING 2,68 0,23 63,54 0,80 64,34 8,86 8,86 11,72 11,72 1,14 1,14 vm Woning Voorstraat 6B 2,68 63,54 8,86 11,72 1,14 0,80 86,06 ZOLDER 1,45 11,00 69,69 0,73 70,42 5,86 5,86 1,59 1,59 vm Woning Voorstraat 6B 1,45 11,00 69,69 5,86 1,59 0,73 77,87 TOTAAL KELDER - ZOLDER 28,0 13,0 268,9 82,1 34,5 43,4 15,2 90,6 3,5 538
Tekening Blad Bruto vloeroppervlakten en Gebruikersoppervlakten kelder, begane grond, 1 e, 2 e, 3 e verdieping en zolder: Totaal 2 tekeningen, te weten BVO -1/01 en BVO 02/04 Verhuurbare vloeroppervlakten volgens NEN 2580 kelder, begane grond, 1 e, 2 e, 3 e verdieping en zolder: Totaal 2 tekeningen, te weten NEN -1/01 en NEN 02/04 Huurdersverdeling verhuurbare vloeroppervlakten kelder, begane grond, 1 e, 2 e, 3 e verdieping en zolder: Totaal 2 tekeningen, te weten HUUR -1/01 en HUUR 02/04 7
Bijlage: Termen en definities uit NEN-2580 Artikelnummer tussen haakjes verwijst naar overeenkomstige artikelnummers beschreven in NEN-2580 versie mei 2007 1.01 RUIMTE (art. 2.1.1.) Voor mensen toegankelijk deel van een gebouw, dat ten minste aan de onderzijde en/of bovenzijde wordt begrensd door een scheidingsconstructie en dat een netto hoogte heeft van ten minste 1,5m. 1.02 BINNENRUIMTE (art. 2.1.2.) Ruimte die aan alle zijden volledig wordt begrensd door de bouwkundige scheidingsconstructies. 1.03 GEBOUWGEBONDEN BUITENRUIMTE (art. 2.1.3.) Ruimte die door het deels ontbreken van uitwendige bouwkundige scheidingsconstructies permanent in open verbinding staat met de bodem en/of buitenlucht. Gebouwgebonden buitenruimten worden onderscheiden in: Overdekte gebouwgebonden buitenruimte en niet overdekte gebouwgebonden buitenruimte 1.04 OVERDEKT GEBOUWGEBONDEN BUITENRUIMTE (art. 2.1.4.) Gebouwgebonden buitenruimte die, of een deel daarvan dat, overdekt is, waarbij de breedte van de verticale projectie op het horizontale vlak minimaal de helft is van de netto-hoogte en ten minste gelijk is aan 0,75m. 1.05 NIET OVERDEKT GEBOUWGEBONDEN BUITENRUIMTE (art. 2.1.5.) Gebouwgebonden buitenruimte die, of een deel daarvan dat, niet overdekt is in de zin van 1.04. 1.06 BOUWLAAG (art. 2.1.6.) Deel van een gebouw, dat bestaat uit één of meer ruimten, waarbij de bovenkanten van de afgewerkte vloeren of van het maaiveld van twee aan elkaar grenzende ruimten niet meer dan 1,5m in hoogte verschillen. 1.07 VLOEROPPERVLAKTE (art. 4.1.) Oppervlakte van een vloer moet worden bepaald als de oppervlakte van de verticale projectie op het horizontale vlak. Uitgesloten van vloeroppervlakten worden: een nis, een uitsparing en het uitspringend bouwdeel tot 1,5m boven vloerpeil indien grondoppervlakte kleiner is dan 0,5m2 1.08 BRUTO VLOEROPPERVLAKTE (BVO) BEGINSEL (art. 4.2.1.) De BVO van een ruimte of van een groep van ruimten is de oppervlakte, gemeten op vloerniveau langs de buitenomtrek van de opgaande scheidingsconstructies, die de desbetreffende ruimte of groep van ruimten omhullen. Verder geldt het volgende: -Indien een binnenruimte aan een andere binnenruimte, moet worden gemeten tot het hart van de desbetreffende scheidingsconstructie. -Indien een gebouwgebonden buitenruimte aan een binnenruimte grenst, moet het grondvlak van de scheidingsconstructie volledig worden toegerekend aan de BVO van de binnenruimte. - Bij BVO wordt niet meegerekend een schalmgat of een vide, indien oppervlakte groter is dan of gelijk is aan 4m2 Voor bepaling van de BVO geldt het gestelde onder 1.07. De BVO van een overdekte gebouwgebonden buitenruimte, die niet of slechts gedeeltelijk omsloten is en daardoor geen vaste buitenbegrenzing heeft, is gelijk aan de verticale projectie van het overdekkende bouwdeel, ongeacht de vloerconstructie of de wijze van verharding. 1.09 BVO VAN EEN GEBOUW (art. 4.2.2.) BVO van een gebouw is de som onder 1.08 genoemde punten en verder moet tot het BVO van een gebouw gerekend worden: - De oppervlakte van een trapgat, een liftschacht en leidingschacht op elk vloerniveau. - De oppervlakte van een vrijstaande uitwendige kolom, indien groter of gelijk is dan of gelijk aan 0,5m2 1.10 BVO VAN OVERDEKTE GEBOUWGEBONDEN RUIMTE VAN EEN GEBOUW (art. 4.2.3.) De BVO van de overdekte gebouwgebonden buitenruimten van een gebouw is de som van de volgens 1.08 bepaalde van alle tot het gebouw behorende overdekte gebouwgebonden buitenruimten. 1.11 BVO VAN NIET-OVERDEKTE GEBOUWGEBONDEN RUIMTE VAN EEN GEBOUW (art. 4.2.3.) De BVO van de niet-overdekte gebouwgebonden buitenruimten van een gebouw is de 8
som van de volgens 1.08 bepaalde van alle tot het gebouw behorende niet-overdekte gebouwgebonden buitenruimten. 1.12 NETTO VLOEROPPERVLAKTE (NVO) BEGINSEL (art.4.3.1.) De NVO van een ruimte of van een groep van ruimten is de oppervlakte, gemeten op vloerniveau, tussen de begrenzende opgaande scheidingsconstructies van de afzonderlijke ruimten. Bij de bepaling van de NVO wordt niet meegerekend: - De oppervlakte van delen van vloeren, waarboven de netto-hoogte kleiner is dan 1,5m. - Een schalmgat of een vide, indien oppervlakte groter is dan of gelijk is aan 4m2 - Een vrijstaande kolom of een vrijstaande dragende wandschijf, indien het grondvlak daarvan groter is dan of gelijk is aan 0,5m2 - De oppervlakte van een vrijstaande niet-toegankelijke leidingschacht, indien het grondvlak daarvan groter is dan of gelijk is aan 0,5m2. Voor de bepaling van de NVO geldt het gestelde onder 1.07 De NVO van een overdekte gebouwgebonden buitenruimte, die niet of slechts gedeeltelijk is omsloten en daardoor geen vaste buitenbegrenzing heeft, is gelijk aan de verticale projectie van het overdekkende bouwdeel, ongeacht de vloerconstructie of de wijze van verharding. 1.13 NVO VAN EEN GEBOUW (art. 4.3.2.) NVO van een gebouw is de som onder 1.12 genoemde punten van alle tot het gebouw behorende binnenruimten. De oppervlakte van een trapgat, een liftschacht en een toegankelijke leidingschacht op elke bouwlaag tot de NVO van een gebouw worden gerekend. 1.14 NVO VAN OVERDEKTE GEBOUWGEBONDEN RUIMTE VAN EEN GEBOUW (art. 4.3.3.) De NVO van de overdekte gebouwgebonden buitenruimten van een gebouw is de som van de volgens 1.12 bepaalde NVO s van alle tot het gebouw behorende overdekte gebouwgebonden buitenruimten. 1.15 NVO VAN NIET-OVERDEKTE GEBOUWGEBONDEN RUIMTE VAN EEN GEBOUW (art. 4.3.3.) De NVO van de niet-overdekte gebouwgebonden buitenruimten van een gebouw is de som van de volgens 1.12 bepaalde NVO s van alle tot het gebouw behorende niet-overdekte gebouwgebonden buitenruimten. De NVO van de niet-overdekte, gebouwgebonden buitenruimte wordt eveneens gemeten tot de opgaande scheidingsconstructies (bijvoorbeeld een dak of dakopstand) of, bij het ontbreken daarvan, tot aan de rand van de vloerconstructie. 1.16 TARRA OPPERVLAKTE (art.4.4.) De tarra oppervlakte van een ruimte, van een groep van ruimten of van een gebouw is gelijk aan het verschil van de BVO en de NVO van resp. de desbetreffende ruimte, groep van ruimten of het gebouw. 1.17 GEBRUIKSFUNCTIE (art. 2.2.1.) Gedeelten van een of meer bouwwerken op een perceel of standplaats, die dezelfde gebruiksbestemming hebben en tezamen een gebruikseenheid vormen. 1.18 GEMEENSCHAPPELIJKE RUIMTE (art.2.2.2.) Ruimte, die ten dienste staat van twee of meer gebruiksfuncties. 1.19 GEBRUIKERSOPPERVLAKTE (GO) BEGINSEL (art.4.5.1.) De GO van een ruimte of van een groep van ruimten is de oppervlakte, gemeten op vloerniveau, tussen de opgaande scheidingsconstructies, die de desbetreffende ruimte of groep van ruimten omhullen. Bij de bepaling van de GO worden niet meegerekend: - De oppervlakte van delen van vloeren, waarboven de netto hoogte kleiner is dan 1,5m, met uitzondering van vloeren onder trappen, hellingbanen e.d. - Een liftschacht. - Een trapgat, schalmgat of vide, indien de oppervlakte daarvan groter is dan of gelijk is aan 4m2. - Een vrijstaande bouwconstructie (niet zijnde een trap) indien de horizontale doorsnede daarvan groter is dan of gelijk is aan 0,5m2. - Een leidingschacht, indien de horizontale doorsnede daarvan groter is dan of gelijk is aan 0,5m2. - Een dragende binnenwandvoor de bepaling van de GO geldt het gestelde onder 1.07. 1.20 GO van een gebruiksfunctie (art.4.5.2.) De GO van een gebruiksfunctie is de GO van alle tot de gebruiksfunctie behorende niet gemeenschappelijke ruimten, waarbij de ruimten als groep van ruimten worden opgevat, vermeerderd met het toe te rekenen gedeelte van de gemeenschappelijke ruimten van die gebruiksfunctie, volgens 1.21 9
De volgende alinea s van 1.19 zijn vrijwel nooit van toepassing, maar indien GO in buitenruimten als verblijfsgebied zijn aangemerkt dan geldt het volgende: Bij de bepaling van de GO van een gebruiksfunctie blijven buitenruimten (zie 1.03) buiten beschouwing tenzij ze als verblijfsgebied zijn aangemerkt. De GO van een overdekte, gebouwgebonden buitenruimte of groep van ruimten, die niet of slechts gedeeltelijk is omsloten en daardoor geen vaste buitenomgrenzing heeft, is gelijk aan de verticale projectie van het overdekkende bouwdeel, ongeacht de vloerconstructie of de wijze van verharding, zij het dat slechts het gedeelte van de vloerconstructie of de verharding moet worden beschouwd dat is bestemd voor de kenmerkende activiteiten van de ruimte of groep van ruimten. Daarbij moeten de bepalingen in 1.19 wel in acht worden genomen. (Deze alinea is vrijwel nooit van toepassing) De GO van een niet-overdekte, gebouwgebonden buitenruimte of groep van ruimten wordt eveneens gemeten tot de opgaande scheidingsconstructies (bijvoorbeeld een hek of een dakopstand) of, bij het ontbreken daarvan, tot aan de de rand van de vloerconstructie. Indien en gebruiksfunctie is gelegen in twee of meer (aaneengesloten) gebouwen moet per gebouw het gestelde in 1.19 worden toegepast en daarna moeten de resultaten van de afzonderlijke gebouwen bij elkaar worden opgeteld. 1.21 TOE TE REKENEN GEDEELTE VAN GEMEENSCHAPPELIJKE RUIMTEN (art.4.5.3.) De volgens 1.19 bepaalde GO van een in een of meer gebouwen gelegen gebruiksfunctie wordt vermeerderd met een deel van de GO van de in dat/die gebouw(en) gelegen gemeenschappelijke ruimten behorende bij de gebruiksfunctie, met dien verstande dat die gemeenschappelijke ruimten moeten zijn opgevat als een groep van ruimten. De omvang van dat deel moet zijn bepaald naar evenredigheid van de omvang van de volgens 1.19 bepaalde GO van de op die gemeenschappelijke ruimten aangewezen groep van niet-gemeenschappelijke ruimten van de afzonderlijke gebruiksfuncties. 1.22 GO VAN EEN GEBOUW (art. 4.5.4.) De GO van een gebouw waarin twee of meer gebruiksfuncties zijn gelegen is de som van de GO s van de in dat gebouw gelegen gebruiksfuncties, bepaald volgens 1.19. 1.23 VERHUURBARE VLOEROPPERVLAKTE (VVO) BEGINSEL (art.4.6.1.) De VVO van een ruimte of een groep van ruimten is de oppervlakte, gemeten op vloerniveau, tussen de opgaande scheidingsconstructies, die de desbetreffende ruimte of groep van binnenruimten omhullen. Waar gelijke gebruiksfuncties aan elkaar grenzen, wordt gemeten tot het hart van de desbetreffende scheidingsconstructie. Ter plaatse van raamopeningen wordt gemeten tot aan de binnenzijde van het glas op 1,5m. boven de vloer en ter breedte van deze raamopeningen (glascorrectie). Bij de bepaling van de VVO wordt niet meegerekend: - Een ruimte die dient voor het onderbrengen of bedienen van gebouwinstallaties - Een trappenhuis, met inachtneming van de één op één regel. - Een voorziening voor verticaal verkeer, trapgat of liftschacht. - Toegangssluizen naar trappenhuizen indien de sluis uitsluitend toegang biedt tot het trappenhuis. - Een schalmgat of vide, indien de oppervlakte daarvan groter is of gelijk is aan 4,0m2. - Een ruimte die dient voor het parkeren van motorvoertuigen. - De oppervlakte van delen van vloeren waarboven de netto hoogte kleiner is dan 1,5m. - Een vrijstaande bouwconstructie en een leidingschacht indien de horizontale doorsnede daarvan -bij schuine kolommen inclusief het gedeelte van de ruimte daaronder dat lager is dan 1,5m- groter is dan of gelijk is aan 0,5m2. - Een dragende wand. -Een ruimte voor horizontaal verkeer indien deze uitsluitend dient voor het bereiken van een installatieruimte of een nooduitgang, met inachtneming van de één op één regel. Eén op één regel: een trapbordes wordt als voorziening voor verticaal verkeer gerekend, tenzij deze (mede) dient voor het bereiken van een of meer andere verhuurbare ruimte(n) op dezelfde verdieping en de NVO van andere verhuurbare ruimte(n) groter is of gelijk is aan de NVO van het bordes zelf. Ditzelfde principe geldt voor een ruimte voor horizontaal verkeer die uitsluitend dient voor het bereiken van een installatieruimte of een nooduitgang. 10
Voor de bepaling van de VVO geldt het gestelde onder 1.07 1.24 TOEDELING VAN GEMEENSCHAPPELIJKE RUIMTEN (art. 4.6.2.) De volgens 4.6.1. bepaalde oppervlakte van een gebruikseenheid wordt vermeerderd met een deel van de VVO van de in dat gebouw gelegen gemeenschappelijke ruimten waarop die gebruikseenheid is aangewezen, met inbegrip van de gemeenschappelijke verkeersruimten gelegen tussen de toegang van die gebruikseenheid en die gemeenschappelijke ruimten, met dien verstande dat die gemeenschappelijke ruimten moeten zijn opgevat als een groep van ruimten. De omvang van dat deel moet zijn bepaald naar rato van de omvang van de volgens 1.23 bepaalde gezamenlijke VVO van de op die gemeenschappelijke ruimten aangewezen gebruikseenheden. 1.25 VVO VAN EEN GEBOUW (art.4.6.3) De VVO van een gebouw is de som van de volgens 1.23 bepaalde VVO s van alle tot het gebouw behorende binnenruimten. 1.26 VERKEERSRUIMTE OF VERKEERSVOORZIENING (art. 2.2.8.) Ruimte of voorziening binnen een ruimte die dient voor de verkeersafwikkeling. 1.27 RUIMTE OF VOORZIENING VOOR VERTICAAL VERKEER Ruimte of voorziening voor de verkeersafwikkeling tussen de bouwlagen van dat gebouw. 1.28 TOELICHTING OP VERTICAAL VERKEER (toelichting art. 4.6 op Blz. 38) De verkeersruimten en verkeersvoorzieningen zijn alleen uitgezonderd, indien deze voor verticaal verkeer tussen de afzonderlijke lagen van een gebouw zijn bestemd. Gaat het om een ruimte die uitsluitend voor de verkeersafwikkeling in verticale richting is bestemd, dan wordt de gehele ruimte, inclusief de omhullende wanden, uitgezonderd van de VVO. Dit is bijvoorbeeld het geval bij trappenhuizen, inclusief rooksluizen en liftschachten. Lifthallen resp. wachtruimten behoren tot de VVO. Indien een trap, roltrap of hellingbaan, die meer dan 1,5m. overbrugt, een onderdeel vormt van een ruimte met andere dan verticale verkeersfuncties,bijvoorbeeld een entreehal of en overloop die tevens als horizontale doorsteek tussen ruimten fungeert, dan wordt alleen de vloeroppervlakte ingenomen door de voorziening zelf in mindering gebracht. Een trapbordes/ overloop geldt als voorziening voor verticaal verkeer, tenzij er een verhuurbare ruimte op aansluit waarvan de NVO groter is dan of gelijk is aan dat bordes (één op één regel). 1.29 STALLINGSRUIMTE (art. 4.6 toelichting blz. 36) De ruimte voor het parkeren van motorvoertuigen wordt niet tot de VVO gerekend omdat de parkeerruimte per parkeerplaats wordt verhuurd. 1.30 STALLINGSRUIMTE (art. 4.5. toelichting blz. 34) Berging en/ of stallingsruimte wordt tot de GO gerekend. 1.31 INSTALLATIERUIMTE (gebouwinstallatie art. 2.2.12) Installatie die voldoet aan de volgende criteria: - De installatie is vast verbonden met het gebouw. - Het tot stand brengen van de installatie is nauw verweven met de bouwkundige installaties. - De installatie is overwegend gericht op het scheppen van juiste omstandigheden voor het verblijven of werken in het gebouw. - De installatie is niet gericht op het produceren en/of diensten door het bedrijf. 1.32 GLASCORRECTIE (art. 4.6. toelichting blz. 36) Glaslijn correctie op 1,5m gemeten in een rechthoekig vierkant waarbij X de afstand is van binnenkant buitenblad tot aan binnenkant glaslijn en Y is de maat tussen de dagkanten van het binnenblad (dus niet de kozijn dagmaat!!) 11