Broekstraat 15 17, Bergeijk



Vergelijkbare documenten
Dorpertoren te Helden

Quickscan Flora en Fauna ten behoeve van 5 woningen te Noorbeek, gemeente Margraten

Notitie flora en fauna

Notitie Flora- en faunaonderzoek Enter

Notitie Flora- en faunaonderzoek Apeldoorn

Notitie verkennend Flora- en faunaonderzoek Lettele

Quickscan natuuronderzoek bouwblok Kolenbranderweg Haaksbergen

Quickscan. Een. Projectnummer 018. Opdrachtgever. Opdrachtnemer. Scholtenhagenweg 10

Notitie. Referentienummer Datum Kenmerk november Betreft Notitie actualisatie natuuronderzoek Willevenstraat te Schaijk

Referentienummer Datum Kenmerk GM februari

Quickscan natuuronderzoek en aanvullende rapportage verbouwing monumentaalpand Lammerinkweg 102 Enschede

Notitie Quickscan flora en fauna

Quickscan flora en fauna Recreatiepark De Berckt, Baarlo. Gemeente Maasbree

Rapportage: Eric Verkaik Veldwerk: Elmar Prins. Quickscan. Spankerenseweg 20 Dieren

Verkennend natuuronderzoek Parklaan / Nieuweweg te Hattem

1 NATUUR. 1.1 Natuurwetgeving & Planologie

Verkennend natuuronderzoek locatie Smitterijhof te Haaksbergen

Verkennend natuuronderzoek locatie tennisvereniging Beukersweide te Wierden

Verkennend natuuronderzoek N237 Soesterberg

Quick scan natuurtoets KuiperCompagnons d.d. 30 november Soortenbescherming

Quickscan flora en fauna De Run. Gemeente Boekel

Verkennend natuuronderzoek De Hoeven Beekbergen

Aanleiding van het onderzoek Wat is een quickscan

Bijlage 3: Natuurtoets Westhavendijk (KuiperCompagnons)

Terneuzen. Quickscan Flora en fauna. Wulpenbek 16 te Hoek. <NL.IMRO.Invullen> concept. I. Dekker MSc. identificatiecode: datum: status:

Onderzoek flora en fauna

Quickscan flora en fauna. Deltaweg te Helmond

- er sprake is van een wettelijk geregeld belang (waaronder het belang van land- en bosbouw,

Quick scan flora en fauna locatie Torenschouw te Oosterhout

Verkennend natuuronderzoek Anklaarseweg Apeldoorn

Verkennend natuuronderzoek locatie Woonpark Zeist

Quickscan flora en fauna

DBI1410.P103/projectnummer Milieuadvies Bodem en Ecologie Buys Ballotweg in De Bilt

Flora- en faunaonderzoek. Ds. Van Kriekenstraat 1, Haaksbergen

Briefrapport AANLEIDING EN METHODE. De heer J. Arends. datum: 20 april quick scan flora en fauna

Huidige situatie Het plangebied bestaat uit bebouwing, verharding, opgaande beplanting en watergangen.

Lage Veldweg 5 en 10. Verkenning flora- en fauna. In het kader van voorgenomen sloopwerkzaamheden

ONDERZOEK FLORA EN FAUNA DORST-OOST GEMEENTE OOSTERHOUT

Bijlage 1 Onderzoek ecologie

Aanvullend natuuronderzoek locatie Nieuweweg / Parklaan te Hattem

DWARSDIJK 2, 7052 CR, HALLE, GEMEENTE BRONCKHORST

NATUURTOETS LANGE WEMEN HENGELO VERVOLGONDERZOEK GEMEENTE HENGELO

Notitie Natuurwetgeving Het Lippert

E c o l o g ische inventa r isatie W o n i n g b o u w v o o r m a l i g e T r ia n g e l s c h o o l te R o uveen

Ruimtelijke onderbouwing Flora en fauna De Monarch I, II, III en IV

QUICK SCAN FLORA EN FAUNA. Heilleweg 21 te Sluis

BIJLAGE 1. Quickscan ecologie

Quickscan Flora- en Faunawet Nieuwbouw Doorninkweg 6. Verkennend onderzoek naar beschermde natuurwaarden ten behoeve van ruimtelijke ontwikkelingen

Notitie Flora en faunawet bestemmingsplan Centrum Best; Locatie ten noorden van begraafplaats

Flora- en faunascan voor de bouw van een woning aan de Bolenbergweg te Belfeld

Deze wet beschermt van ongeveer 500 van de dier- en plantensoorten die in Nederland

Buro Maerlant. Groesbeek Cranenburgsestraat. Aanvullende notitie in het kader van de Flora- en faunawet

Betreft: Effectbeoordeling vogels, herbestemming Groen Ruige Ruimte te Dussen (P )

QUICKSCAN FLORA EN FAUNA

Quickscan Flora en fauna Klimmenderstraat, Klimmen. Gemeente Voerendaal

: Quickscan Flora en Fauna, Dijkstraat 23 te Gendt

-Rooien van het aanwezige sierplantsoen en enkele acacia s en zomereiken. -Transportbewegingen van mensen en voertuigen en aanvoer van materieel

: QuickScan Flora & Fauna Meijelseweg 60a te Beringe, gemeente Peel en Maas

Quick scan ecologie. Mientweg 5 & 29 te Lutjewinkel

Quickscan natuur Besto terrein Zwartsluis

P a r a g r a a f e c o l o g i e N i e u w b o u w w o n i n g S c h a p e n d r i f t t e N o r g

Bureauonderzoek Flora en fauna

Huidige situatie Het plangebied bestaat uit bebouwing, verharding, gazon, weiland, opgaande beplanting en oppervlaktewater.

Quickscan woningbouw De Pirk Noord te Vaassen

Beverwijkerstraatweg 44 - Castricum

Literatuurstudie flora en fauna Dr Kortmannweg 16, Venray. Gemeente Venray

Ecologische quickscan. gebied Nieuweweg-Reinaldstraat

Rapportage onderzoeken vleermuizen, huismus en gierzwaluw

Quickscan Flora- en Faunawet. t.b.v. sloop Opstallen. Oude Maasstraat 18 gemeente Uden

6 Flora- en fauna quickscan

Transcriptie:

Broekstraat 15 17, Bergeijk Quickscan Flora en fauna 1 Inleiding 1.1 Algemeen Aanleiding voor dit verkennend onderzoek (quickscan) vormt de voorgenomen uitbreiding van een kwekerij, herbouw van de bestaande bedrijfswoning en nieuwbouw van een woning aan de Broekstraat 15-17 te Bergeijk. Ten behoeve hiervan is een bestemmingsplanwijziging noodzakelijk. Ruimtelijke plannen dienen te worden beoordeeld op de uitvoerbaarheid in relatie tot actuele natuurwetgeving, met name de Natuurbeschermingswet 1998 en de Flora- en faunawet. Er mogen geen ontwikkelingen plaatsvinden die op onoverkomelijke bezwaren stuiten door effecten op beschermde natuurgebieden en/of flora en fauna. In dit kader is inzicht gewenst in de aanwezige natuurwaarden en de mogelijk daarmee samenhangende consequenties vanuit de actuele natuurwetgeving. In deze rapportage zijn de resultaten van de quickscan beschreven. Op onderstaande kaart is het onderzoeksgebied weergegeven. Broekstraat 15-17 Luchtfoto s met aanduiding plangebied (maps.google.nl) 1.2 Doel In ruimtelijke plannen, zoals bestemmingsplannen, is in het kader van de uitvoerbaarheid inzicht gewenst in de aanwezigheid van beschermde soorten. Met andere woorden, in het ruimtelijke ordeningstraject dient te worden aangetoond dat het plan uitvoerbaar is. 1

1.3 Aard van het plangebied en de ruimtelijke ingreep Het plangebied wordt in het noorden begrensd door de Broekstraat. Aan de westkant en oostkant van het plangebied vindt er begrenzing plaats door tuinen en woningen. Het plangebied wordt in het zuidelijke deel begrensd onbebouwd agrarische gebied. De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van twee woningen, waarvan de woning bekend als Broekstraat 17 als bedrijfswoning bestemd wordt. Tevens betreft de voorgenomen ontwikkeling de vergroting van het kassencomplex. De uitbreiding van het kassencomplex, welke in de richting van de Broekstraat verwezenlijkt zal worden. De huidige schuur, woning en bedrijfswoning zullen hiervoor plaats moeten maken. Binnen het uitbreidingsoppervlak van het kassencomplex wordt een materialenopslagruimte voorzien met een omvang van 300 m². De bestaande bedrijfswoning Broekstraat 15 en de burgerwoning Broekstraat 17, zullen worden gesloopt ten behoeve van de uitbreiding van het kassencomplex. Hier zullen twee nieuwe woningen voor in de plaats komen. Burgerwoning Bedrijfswoning Kassencomplex inclusief uitbreiding Indicatieve schets plaatsing nieuwe bebouwing (bron: SpellerCoMeerding) 2

2 Natuurbeleid en -wetgeving De natuurwet- en regelgeving kent twee sporen, namelijk een gebiedsgericht (Natuurbeschermingswet 1998) en een soortgericht spoor (Flora- en faunawet). De Natuurbeschermingswet richt zich op de bescherming van gebieden, de Flora- en faunawet op de bescherming van soorten. Met de Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998 zijn de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn in nationale wetgeving geïmplementeerd. De Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is de kern van het natuurbeleid. De EHS is in provinciale streekplannen uitgewerkt. Ruimtelijke plannen van gemeenten moeten hieraan worden getoetst. In of in de nabijheid van de EHS geldt het nee, tenzij - principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. 3 Methode De aanwezige natuurwaarden zijn in beeld gebracht op basis van een verkenning van bestaande inventarisatiegegevens en een verkennend veldbezoek. 3.1 Literatuuronderzoek De volgende bronnen zijn in het kader van dit onderzoek gebruikt: het via internet te raadplegen natuurloket (www.natuurloket.nl); provinciale gegevens met betrekking tot de EHS en vogels en planten van de Rode Lijst; landelijke en provinciale verspreidingsinformatie met betrekking tot planten, dagvlinders, vissen, amfibieën, reptielen, vogels en zoogdieren, met name uit verspreidingsatlassen; Natuuronderzoek uit de omgeving van het onderzoeksgebied. Het Natuurloket is een onafhankelijke informatiemakelaar, die gegevens over beschermde soorten toegankelijk maakt. Deze gegevens zijn afkomstig uit de databanken van gespecialiseerde organisaties, verenigd in de Vereniging Onderzoek Flora en Fauna. Uit de landelijke verspreidingsinformatie uit atlassen, die deels min of meer gedateerd is, blijkt dat in of nabij de locaties in het verleden diverse strikt beschermde soorten zijn aangetroffen. Exacte locaties of datering van de waarnemingen zijn daarbij niet bekend. Deze gegevens hebben veelal betrekking op atlasblokken (5x5 kilometer). De soortgegevens hebben daarom betrekking op de regio en niet specifiek op het onderzoeksgebied. 3

De website www.waarneming.nl is daarnaast eveneens geraadpleegd. Een groot aantal amateurs kan op deze website natuurwaarnemingen kwijt. De site wordt redelijk gecontroleerd middels peer. Soortwaarnemingen via deze bron zijn derhalve redelijk betrouwbaar, maar kunnen moeilijk geverifieerd worden. Wel kan deze waarnemingen een beeld geven van mogelijke soorten in de regio. Waarnemingen zijn, in tegenstelling tot atlassen, tot op de exacte locatie te herleiden. 3.2 Veldbezoek Op basis van een eenmalig veldbezoek is de geschiktheid van het onderzoeksgebied voor de verwachte soorten/soortgroepen beoordeeld. Het veldbezoek is afgelegd op 25 september 2009 bij 18ºC en licht bewolkt weer. De periode waarin het terreinbezoek is uitgevoerd is geen optimale tijd voor een uitgebreid veldonderzoek. Derhalve is op basis van de fysieke gesteldheid van het terrein (biotopenonderzoek) een deskundigenoordeel gedaan over de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten. Daarnaast zijn de aangetroffen belangwekkende soorten opgetekend. 4 Beschermde gebieden 4.1 Natura 2000-gebieden, Natuurbeschermingswet 1998 Ten zuiden (circa 100 meter) van het plangebied stroomt de beek Keersop. De Keersop maakt onderdeel uit van het Natura 2000-gebied "Leenderbos,Groote Heide & De Plateaux". Begrenzing Natura 2000-gebied (geel) (bron:www.minlnv.nl) Hoewel het plangebied buiten het Natura 2000-gebied ligt, dient rekening te worden gehouden met de zogenaamde externe werking. Dit betekent concreet dat voor een ontwikkeling die negatieve gevolgen heeft of kan hebben voor de instandhoudingdoelstellingen van het nabijgelegen natuurgebied, een vergunningplicht bestaat vanuit de Natuurbeschermingswet. Door de aard en omvang van de voorgestane ontwikkelingen kan een groot aantal mogelijke effecten zondermeer worden uitgesloten zoals geluid, trillingen, chemische en fysieke effecten. Mogelijke effecten zullen met relatie hebben met licht en hydrologie. 4

Indien de bouw- en sloopwerkzaamheden hydrologisch neutraal worden uitgevoerd en de huidige waterhuishouding onveranderd blijft, zijn effecten op het Natura 2000- gebied uit te sluiten. De uitbreiding van de kassen is alleen gelegen aan de noordzijde van de reeds bestaande kassen. Ten opzichte van de huidige situatie zal de verlichting aan de achterzijde derhalve niet toenemen. Aangezien in de kassen tevens geen assimilatieverlichting wordt gebruikt, en slechts enkele tl-lampen hangen zijn effecten niet te verwachten. 4.2 Ecologische Hoofdstructuur, Groene Hoofdstructuur Het plangebied maakt geen deel uit van de Ecologische Hoofdstructuur of de provinciale Groene Hoofdstructuur. Ten zuiden grenst het plangebied wel aan de GHS- Landbouw, natuurontwikkelingsgebied. Ten zuiden van het gebied loopt de beek de Keersop. Deze met de aanliggende bosjes maakt deel uit van de GHS-natuur, natuurparel. In de lijn van de effectbeoordeling van de effecten op het Natura 2000-gebied kan ook worden aangenomen dat effecten op de omliggende GHS kunnen worden uitgesloten. Begrenzing EHS (bron: roplan.brabant.nl) 4.3 Aanbeveling beschermde gebieden Ondanks het feit dat met de uitbreiding van de kwekerij geen verslechtering van de huidige situatie met zich mee zal brengen, geniet het wel de dringende aanbeveling om de kassen landschappelijk in te passen en afschermende beplanting te plaatsen. Hierbij zou gebruik gemaakt moeten worden van inheemse, gebiedseigen beplanting, zoals zomereik, knotwilg, enz. De kassen grenzen direct aan de Ecologische Hoofdstructuur en op enige afstand ligt streng beschermd natuurgebied. Met een landschappelijke inpassing wordt de kwekerij een integraal onderdeel van de aanwezige ecologische structuren. Daarnaast zal dergelijke beplanting een leefgebied vormen voor de aanwezige natuurwaarden. De kwekerij wordt zo een integraal onderdeel van de ecologische structuren. 5

5 Beschermde soorten 5.1 Flora- en faunawet De Flora- en faunawet gaat uit van het 'nee, tenzij'-principe. Bepaalde handelingen, waaronder ruimtelijke ingrepen, waarbij beschermde soorten in het geding zijn, zijn slechts bij uitzondering en onder voorwaarden mogelijk. Onder bepaalde voorwaarden is een algemene vrijstelling geregeld van de ontheffingsplicht van de Flora- en faunawet. Welke voorwaarden verbonden zijn aan de vrijstelling hangt af van de dier- of plantensoorten die voorkomen in het onderzoeksgebied. Hiertoe worden verschillende beschermingsregimes onderscheiden. Soorten van tabel 1 algemene soorten lichtste beschermingsregime Soorten van tabel 2 overige soorten middelste beschermingsregime Soorten van tabel 3 genoemd in bijlage IV van de Habitatrichtlijn en in bijlage 1 van de AMvB zwaarste beschermingsregime Vogels zijn niet opgenomen in tabel 1 t/m 3; alle vogels zijn in Nederland gelijk beschermd. Voor tabel 1-soorten geldt voor ruimtelijke ontwikkelingen een vrijstelling van de ontheffingsplicht en is derhalve geen ontheffing nodig. 5.2 Natuurwaarden plangebied Op basis van een eerste verkenning middels het natuurloket is geconstateerd dat in de kilometerhokken (152-369) waarin de locatie ligt (strikt) beschermde soorten zijn aangetroffen zoals planten, broedvogels, amfibieën en vissen. Het overgrote deel van de soortgroepen is echter slecht of zelfs geheel niet onderzocht waardoor het natuurloket beperkt inzicht biedt in mogelijk aanwezige beschermde soorten. Uit diverse verspreidingsatlassen blijkt dat desalniettemin in de regio een aantal beschermde soorten te verwachten is. Naast een groot aantal algemene soorten betreft dit ook de volgende rode lijst soorten en/of streng beschermde soorten: eekhoorn, gewone dwergvleermuis, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis, patrijs, grutto, ransuil, veldleeuwerik, boerenzwaluw, gele kwikstaart, matkop, huismus, ringmus, kneu, alpenwatersalamander, levendbarende hagedis, gladde slang, kleine en ronde zonnedauw, klokjes gentiaan en wilde gagel. Op basis van ligging, karakter en beschikbare gegevens is naar verwachting in het ontwikkelingsgebied vooral sprake van algemene soorten, waarvan overigens een deel wel beschermd is. Te noemen zijn een aantal algemeen voorkomende licht beschermde tabel 1-soorten zoals de gewone pad naast een aantal strikter beschermde broedvogels en vleermuizen. 5.2.1 Licht beschermde soorten (tabel 1-soorten) De ingreep zal naar verwachting leiden tot een beperkt verlies van leefgebied van enkele soorten van tabel 1 van de Flora- en faunawet. 6

Dit heeft geen invloed op de gunstige staat van instandhouding van deze soorten, omdat er voldoende leefgebied in de omgeving aanwezig blijft en het algemene soorten betreft. Voor deze soorten geldt dan ook een vrijstelling. Een ontheffing Flora- en faunawet is derhalve niet noodzakelijk. 5.2.2 Vogels Met broedvogels kan in het algemeen relatief eenvoudig rekening worden gehouden door eventuele kap- en sloopwerkzaamheden niet uit te voeren in de broedtijd (circa maart tot en met juli) indien concreet broedgevallen aanwezig zijn. Op deze wijze zijn geen belemmeringen vanuit de Flora- en faunawet aan de orde. Er is een aantal vogelsoorten waarvan de broedplaatsen jaarrond beschermd zijn en bij verwijdering van de broedplaats altijd ontheffing moet worden aangevraagd, dit betreft onder andere huismus en gierzwaluw. Het gebied is geschikt voor de huismus en gierzwaluw. Indien broedlocaties van de huismus en/of gierzwaluw aanwezig zijn, dient rekening gehouden te worden met zogenaamde mitigerende maatregelen. Daarmee worden effecten op de aanwezige huismussen/gierzwaluwen voorkomen. Deze mitigerende maatregelen moeten in een plan worden samengevat en ter goedkeuring worden voorgelegd aan Dienst Regelingen van het Ministerie van LNV. Het geniet de aanbeveling om het plangebied te inventariseren op de concrete aanwezigheid van huismussen. Bij die inventarisatie kunnen dan meteen eventuele broedlocaties van huiszwaluw, boerenzwaluw, ekster, zwarte kraai, koolmees en pimpelmees worden meegenomen. Deze soorten vallen onder de zogenaamde Categorie 5-vogelsoorten. De Categorie 5- vogelsoorten zijn alleen jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. De Dienst Regelingen van het Ministerie van LNV vraagt in deze dan ook om een inventarisatie van deze vogelsoorten. 5.2.3 Vleermuizen Alle vleermuissoorten zijn strikt beschermd onder de Flora- en faunawet. Bij het slopen van bebouwing dient te allen tijde rekening te worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van vleermuizen. Gebouwbewonende vleermuizen verblijven met name in spouwmuren, onder dakbetimmering of op zolders. Zonder uitgebreid onderzoek is de aanwezigheid van vleermuizen in de aanwezige bebouwing niet uit te sluiten. Indien verblijfplaatsen in het plangebied aanwezig zijn, is een ontheffing Flora- en faunawet noodzakelijk voor de sloop van de woning. Deze ontheffing dient aan zware eisen te voldoen, zoals geen alternatieven en zwaarwegend maatschappelijk belang. Er is derhalve een nader onderzoek noodzakelijk naar de concrete aanwezigheid van vleermuizen in de bebouwing. Het voorterrein is daarnaast geschikt als marginaal foerageergebied (jachtgebied). Foerageergebied is alleen beschermd als het van essentieel belang is voor een verblijfplaats. In voorliggend geval is er echter genoeg foerageergebied in de omgeving over, waardoor eventuele verblijfplaatsen in de omgeving van het plangebied niet in het geding zijn. 7

6 Conclusie 6.1 Beschermde gebieden Indien de bouw- en sloopwerkzaamheden hydrologisch neutraal worden uitgevoerd en de huidige waterhuishouding onveranderd blijft, zijn effecten op het Natura 2000- gebied en de omliggende Ecologische Hoofdstructuur uit te sluiten. De uitbreiding van de kassen is alleen gelegen aan de noordzijde van het perceel en de reeds bestaande kassen. Ten opzichte van de huidige situatie zal de verlichting aan de achterzijde derhalve niet toenemen. Effecten zijn niet te verwachten. Ondanks het feit dat met de uitbreiding van de kwekerij geen verslechtering van de huidige situatie met zich mee zal brengen, geniet het wel de dringende aanbeveling om de kassen landschappelijk in te passen en afschermende beplanting te plaatsen. 6.2 Beschermde soorten Hoewel er geen gerichte veldinventarisatie heeft plaatsgevonden, is op basis van de beschikbare literatuurgegevens en een veldbezoek vastgesteld dat het terrein een potentiële habitat biedt voor enkele licht beschermde soorten (tabel 1-soorten) en voor strikter beschermde broedvogels en vleermuizen. De ingreep zal naar verwachting leiden tot een beperkt verlies van leefgebied van enkele soorten van tabel 1 van de Flora- en faunawet. Dit heeft geen invloed op de gunstige staat van instandhouding van deze soorten omdat er voldoende leefgebied aanwezig blijft en het relatief algemene soorten betreft. Voor deze soorten geldt dan ook een vrijstelling. Een ontheffing Flora- en faunawet is derhalve niet noodzakelijk. Met broedvogels kan in het algemeen relatief eenvoudig rekening worden gehouden door eventuele kapwerkzaamheden niet uit te voeren in de broedtijd (circa maart tot en met juli) indien concrete broedgevallen aanwezig zijn. Op deze wijze zijn geen belemmeringen vanuit de Flora- en faunawet aan de orde. Er is een aantal vogelsoorten waarvan de broedplaatsen jaarrond beschermd zijn en bij verwijdering van de broedplaats altijd ontheffing moet worden aangevraagd. Dit betreft ondermeer huismus en gierzwaluw. In voorliggend geval is nader onderzoek naar de concrete aanwezigheid van huismussen en gierzwaluwen in het gebied noodzakelijk. Daarnaast geniet het de aanbeveling het terrein te inventariseren op de zogenaamde Categorie 5-vogelsoorten. De bebouwing in het plangebied biedt een mogelijkheden voor vleermuisverblijfplaatsen. Indien verblijfplaatsen in het plangebied aanwezig zijn, is een ontheffing Flora- en faunawet noodzakelijk voor de ontwikkeling van het terrein. Er is derhalve een nader onderzoek noodzakelijk naar de concrete aanwezigheid van vleermuizen in het plangebied. Rosmalen, 25 september 2009 RH, Croonen Adviseurs Postbus 435 5240 AK Rosmalen T (073) 523 39 00 F (073) 523 39 99 E info@croonen.nl I www.croonenadviseurs.nl 8